Verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten 2026

Geldend van 03-12-2025 t/m heden

Intitulé

Verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten 2026

De raad van de gemeente Staphorst;

gezien het voorstel van het college van 7 oktober 2025,

gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b van de Gemeentewet;

B E S L U I T :

vast te stellen de

Verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten 2026

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaat onder:

  • a.

    begraafplaats: de vijf gemeentelijke begraafplaatsen in de woonkernen Staphorst, Rouveen en IJhorst;

  • b.

    particulier graf: een graf, ten aanzien waarvan het uitsluitend recht is verleend tot het doen begraven en begraven houden van lijken;

  • c.

    particulier urnengraf: een graf ten aanzien waarvan het uitsluitend recht is verleend tot het daarin doen begraven en begraven houden van urnen of asbussen, bevattende de as van overledenen;

  • d.

    algemeen graf: een graf, in eigendom bij de gemeente, bestemd tot het doen begraven en begraven houden van lijken van overledenen;

  • e.

    rechthebbende: een natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een recht is verleend op een particulier graf of een particulier urnengraf;

  • f.

    grafbedekking: gedenkteken of grafbeplanting op een graf;

  • g.

    grafkelder: een gemetselde of betonnen grafruimte bestemd voor het begraven en begraven houden van lijken;

  • h.

    immatuur: een na een zwangerschapsduur van minder dan 24 complete weken (168 dagen) levenloos ter wereld gekomen menselijke vrucht;

  • i.

    immaturenveld: een daarvoor aangewezen gedeelte van de begraafplaats, bij de gemeente in beheer, waarin aan een ieder de gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van een immatuur.

Artikel 2 Belastbaar feit

Op basis van deze verordening worden de rechten geheven voor het gebruik van de gemeentelijke begraafplaats en voor het door of vanwege de gemeente verlenen van diensten in verband met de algemene begraafplaats.

Artikel 3 Belastingplicht

Belastingplichtig is de aanvrager van het gebruik of de diensten, dan wel degene te wiens behoeve het gebruik of de diensten worden aangevraagd of verleend.

Artikel 4 Maatstaf van heffing en belastingtarief

De rechten worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

Artikel 5 Wijze van heffing

De rechten worden geheven door uitreiking of toezending van een gedagtekende kennisgeving, nota of andere schriftuur.

Artikel 6 Vrijstellingen

De rechten worden niet geheven voor het begraven van het lijk (de lijken) van één of meer kind(eren), dan wel van één of meer doodgeboren of als levenloos aangegeven kind(eren), dat (die) tegelijk in dezelfde grafruimte wordt (worden) begraven met de bij of kort na de bevalling overleden moeder.

Artikel 7 Termijnen van betaling

  • 1. In afwijking van artikel 9, eerst lid, van de Invorderingswet 1990 moeten:

    • a.

      de rechten worden betaald op het tijdstip, waarop de bedoelde gedagtekende kennisgeving, nota of andere schriftuur wordt uitgereikt;

    • b.

      de rechten worden betaald op het tijdstip, als de bedoelde gedagtekende kennisgeving, nota of andere schriftuur wordt toegezonden, binnen één maand na de dagtekening van de kennisgeving, nota of andere schriftuur.

  • 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de eerste lid gestelde termijnen.

Artikel 8 Bevoegdheid van het college

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening dan wel de bij deze verordening behorende tarieventabel als de wijzigingen van zuiver redactionele aard zijn.

Artikel 9 Overgangsrecht

De “Verordening lijkbezorgingsrechten 2025” van 12 november 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 10, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 10 Inwerkingtreding

  • 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

Artikel 11 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening lijkbezorgingsrechten 2026”.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Staphorst van 11 november 2025

Voorzitter,

Griffier,

Tarieventabel, behorende bij de “Verordening lijkbezorgingsrechten 2026”

Hoofdstuk 1 Tarieven voor de uitgifte of verlengen van (urnen)graven

Artikel 1 Uitgifte particuliere (urnen)graven

1.

Het recht bedraagt voor de:

a. uitgifte per graf, 1 diep, voor 30 jaar

€ 1.410,00

b. uitgifte per graf, 1 diep, voor 50 jaar

€ 2.349,00

c. uitgifte per graf, 1 diep, voor onbepaalde tijd

€ 9.393,00

De rechten in dit lid worden vermenigvuldigd met het aantal uit te geven graven indien gelijktijdig meer dan één graf (van elk 1 diep) naast elkaar worden uitgegeven.

2.

Het recht bedraagt voor de:

a. uitgifte per graf, 2 diep, voor 30 jaar

€ 2.820,00

b. uitgifte per graf, 2 diep, voor 50 jaar

€ 4.698,00

c. uitgifte per graf, 2 diep, voor onbepaalde tijd

€ 18.786,00

De rechten in dit lid worden vermenigvuldigd met het aantal uit te geven graven indien gelijktijdig meer dan één graf (van elk 2 diep) naast elkaar worden uitgegeven.

3.

Het recht bedraagt voor de:

a. uitgifte graf voor immaturen 0,50 x 0,50 m, voor 10 jaar

€ 235,00

b. uitgifte graf voor immaturen 0,50 x 0,50 m, voor 20 jaar

€ 470,00

c. uitgifte graf voor immaturen 0,50 x 0,50 m, voor 30 jaar

€ 705,00

d. uitgifte graf voor immaturen 0,50 x 0,50 m, voor 50 jaar

€ 1.175,00

4.

De rechten als bedoeld in het eerste en tweede lid zijn eveneens van toepassing op uit te geven particuliere urnengraven.

Artikel 2 Uitgifte van algemene graven

Het recht bedraagt voor de uitgifte per graf, 1 diep, voor 20 jaar

€ 940,00

Artikel 3 Verlengen van de uitgiftetermijn van particuliere (urnen) graven

1.

Het recht bedraagt voor de verlenging van de uitgiftetermijn van een:

a. particulier (urnen)graf, bedoeld in artikel 1, eerste lid, voor een periode van 10 jaar

€ 470,00

b. particulier (urnen)graf, bedoeld in artikel 1, eerste lid, voor een periode van 20 jaar

€ 940,00

2.

Het recht bedraagt voor de verlenging van de uitgiftetermijn van een:

a. particulier (urnen)graf, bedoeld in artikel 1, tweede lid, voor een periode van 10 jaar

€ 940,00

b. particulier (urnen)graf, bedoeld in artikel 1, tweede lid, voor een periode van 20 jaar

€ 1.880,00

3.

Het recht bedraagt voor de verlenging van de uitgiftetermijn van een:

a. graf voor immaturen, bedoeld in artikel 1, derde lid, voor een periode van 10 jaar

€ 235,00

b. graf voor immaturen, bedoeld in artikel 1, derde lid, voor een periode van 20 jaar

€ 470,00

Hoofdstuk 2 Tarieven voor begraven

Artikel 4 Tarieven voor begraven en opgraven

1.

Het recht bedraagt voor het begraven van een lijk in de leeftijd van:

a. 12 jaar en ouder 

€ 665,00

b. 1 tot 12 jaar

€ 549,00

c. tot 1 jaar

€ 278,00

d. een immatuur

€ 278,00

2.

De rechten bedoeld in het eerste lid worden vermeerderd met € 137,00 als het begraven plaatsheeft tussen 17.00 en 09.00 uur.

€ 137,00

3.

Het recht bedraagt voor het plaatsen van een urn

€ 278,00

4.

Het recht bedraagt voor het opgraven van een lijk of urn

€ 665,00

5.

Het recht bedraagt voor het opgraven en weer opnieuw begraven in hetzelfde graf

€ 330,00

Hoofdstuk 3 Overige tarieven

Artikel 5 Tarieven voor het inschrijven of overschrijven van een rechthebbende

Het recht bedraagt voor het op naam zetten of overschrijven van een grafruimte

€ 30,00

Artikel 6 Tarieven voor vergunningen

Het recht bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning tot het plaatsen van een grafbedekking als bedoeld in artikel 1, aanhef en onderdeel n., van de “Beheersverordening gemeentelijke Begraafplaatsen Staphorst”:

a. tot het plaatsen van een monument en/of een grondplaat of ander soort grafbedekking niet breder dan 50 centimeter

€ 78,25

b. tot het plaatsen van een monument en/of een grondplaat of ander soort grafbedekking breder dan 50 centimeter

€ 114,00

c. tot het plaatsen van een vlakke steen 30 x 30 centimeter op een graf voor immaturen 

€ 52,50

d. tot het plaatsen of stichten van een grafkelder

€ 439,00

Behoort bij het raadsbesluit van 11 november 2025.

De griffier van de raad van de gemeente Staphorst,

TOELICHTING BIJ DEm“VERORDENING LIJKBEZORGINGSRECHTEN 2026” en de bij deze verordening behorende tarieventabel

1 Algemeen

1.1. Vindplaatsen wet- en regelgeving

De lijkbezorgingsrechten zijn gebaseerd op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet.

1.2. Doel van de lijkbezorgingsrechten

Het doel van de lijkbezorgingsrechten is het genereren van inkomsten, waardoor de kosten kunnen worden verhaald die de gemeente Staphorst maakt voor:

  • a.

    de instandhouding en het onderhoud van de gemeentelijke begraafplaatsen in Staphorst, Rouveen en IJhorst;

  • b.

    het verlenen van diensten op deze begraafplaatsen.

1.3. Karakter van het lijkbezorgingsrechten

Tegenover de heffing van de lijkbezorgingsrechten staat een individueel aanwijsbare tegenprestatie. De opbrengst van deze rechten mag daarom alleen aangewend worden voor de kosten die de gemeente Staphorst maakt voor de instandhouding van de gemeentelijke begraafplaatsen en in verband met het leveren van verschillende diensten op deze begraafplaatsen. Hierbij geldt volgens artikel 229b van de Gemeentewet een limiet. Die limiet betekent dat de totale te ramen opbrengst niet hoger mag zijn dan 100% van de totale te ramen kosten die voor het begrotingsjaar door de gemeente worden gemaakt.

1.4. De inrichting van de heffing

De verordening lijkbezorgingsrechten kent een veelvoud aan tarieven die zich in een drietal groepen laat onderscheiden:

  • a.

    tarieven voor de uitgifte van particuliere graven of voor een grafruimte in een algemeen graf, of het verlengen van een uitgiftetermijn;

  • b.

    tarieven voor het begraven of soortgelijke diensten;

  • c.

    tarieven voor administratieve diensten, bijvoorbeeld voor het in- of overschrijven van een rechthebbende van een graf of het verstrekken van een vergunning voor het aanbrengen van een grafbedekking op een graf.

Bij de tarieven voor het uitgeven of verlengen van graven worden geheven wordt rekening gehouden met de verschillen die bestaan in de maten van een graf of met de duur van de uitgifte of de verlenging daarvan.

1.5. Samenhang met andere verordeningen

In de “Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen Staphorst” (hierna: de beheersverordening) en het “Uitvoeringsbesluit voor grafbedekkingen gemeentelijke begraafplaatsen Staphorst” zijn diverse bepalingen opgenomen over bijvoorbeeld de verschillende soorten graven die worden uitgegeven en de maatvoering daarvan. Ook zijn bepalingen opgenomen over de mogelijk toegestane soorten grafbedekkingen. Als die bepalingen voor de heffing van de rechten relevant zijn moet de verordening die de tarieven regelt deze regels volgen. Dit leidt er bijvoorbeeld toe dat begripsomschrijvingen in beide verordeningen met elkaar in overeenstemming moeten zijn. Is dit niet het geval, dan kan de situatie ontstaan dat er voor de heffing van de rechten geen belastbaar feit ontstaat. In dat geval kunnen dan geen rechten worden geheven.

2 Wijzigingen ten opzichte van de vorige verordening

2.1. Vastgestelde tariefswijzigingen

De tarieven die volgens de verordening worden geheven, zijn opgenomen in een afzonderlijke bij deze verordening behorende tarieventabel. De tarieven zijn ten opzichte van het vorig jaar met 2,74% gestegen.

2.2. Andere wijzigingen

In de vastgestelde verordening zijn – ten opzichte van de verordening van het vorig jaar - geen inhoudelijke wijzigingen aangebracht. Wel zijn, waar dat mogelijk was, teksten van artikelen beter leesbaar gemaakt. Hierbij is gebruikgemaakt van de nieuwste versie van de model-verordening lijkbezorgingsrechten van de VNG.

In enkele gevallen zijn in deze verordening teksten aangetroffen waarbij de vergelijking met de beheersverordening kan leiden tot een verschil in interpretatie. In die gevallen is de verordening met de bepalingen in de beheersverordening in overeenstemming gebracht.

3a Artikelsgewijze toelichting (verordening)

Artikel 1Begripsomschrijvingen

In dit artikel worden omschrijvingen gegeven van meerdere begrippen die relevant zijn voor de heffing van de rechten. Veelal komen deze begrippen voort uit de beheersverordening. In die gevallen is de tekst van de begripsomschrijving in overeenstemming met de beheersverordening.

Artikel 2Belastbaar feit

Dit artikel geeft een omschrijving van het belastbare feit.

Artikel 3Belastingplicht

Dit artikel regelt aan wie de nota wordt opgelegd. In principe wordt een nota opgelegd aan degene wie om het gebruik van de begraafplaats of om de dienst op die begraafplaats verzoekt. Soms is de aanvrager niet de rechthebbende van het graf maar iemand anders, bijvoorbeeld een van de kinderen van de rechthebbende. In die gevallen kan een nota dan op verzoek op naam van die rechthebbende worden gesteld. Het tweede deel van de volzin maakt dit mogelijk.

Artikel 4Maatstaf van heffing en tarief

In dit artikel wordt de verwijzing geregeld naar de tarieventabel die bij de verordening behoort. In deze tarieventabel zijn zowel de maatstaf van heffing als de verschillende tarieven opgenomen.

Artikel 5Wijze van heffing

In dit artikel wordt de wijze van heffing van de rechten geregeld. De verordening kent bij de rechten geen jaarlijkse tarieven, maar alleen tarieven die eenmalig worden geheven bij de aanvraag van een dienst of voor het gebruik van de begraafplaats. Hierdoor is gekozen voor een wijze van heffing niet bij wege van aanslag maar op “andere wijze”. Hoewel een nota inderdaad ter plaatse kan worden uitgereikt, wordt een nota eigenlijk alleen toegezonden.

Artikel 6Vrijstelling

In de verordening is een vrijstelling opgenomen voor het begraven van doodgeboren of direct na de bevalling overleden kinderen, die gelijktijdig met de overleden moeder in hetzelfde graf worden begraven. In die gevallen blijft de heffing van de tarieven voor het begraven van de lijken van de kinderen achterwege.

Artikel 7Termijnen van betaling

Eerste lid

De lijkbezorgingsrechten kennen twee verschillende betalingstermijnen, afhankelijk hoe de nota tot de belastingplichtige komt. De verordening biedt de mogelijkheid om een nota aan iemand uit te reiken. In die gevallen dient de nota gelijk betaald te worden. Deze wijze wordt eigenlijk nooit toegepast. Wordt een nota toegezonden dan geldt een betalingstermijn van één maand.

Tweede lid

De Algemene Termijnenwet is ook van toepassing op gemeentelijke belastingen. Deze wet regelt onder andere hoe bij beslis- of betalingstermijnen omgegaan moet worden met feestdagen en dergelijke. Gemeenten zijn niet verplicht om deze wet te volgen. Om deze reden is de werking van deze wet hier niet overgenomen.

Artikel 8Overdracht van bevoegdheden

Volgens artikel 156 van de Gemeentewet mag de gemeenteraad de bevoegdheid tot het vaststellen, wijzigen of intrekken van een verordening waarin een gebruiks- of genotsretributie volgens artikel 229 Gemeentewet is geregeld, overdragen aan het college van burgemeester en wethouders. Deze overdracht is hier zo geformuleerd dat het uitsluitend gaat om redactionele wijzigingen en niet om inhoudelijke wijzigingen. Inhoudelijke wijzigingen blijven dus voorbehouden aan de gemeenteraad.

Artikel 9Overgangsrecht

Dit artikel regelt de intrekking van de oude verordening als er weer een nieuwe verordening wordt vastgesteld. Hierbij is eveneens overgangsrecht geregeld. Het is mogelijk dat een nieuwe verordening nog niet in werking is getreden, bijvoorbeeld omdat deze nieuwe verordening nog niet op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend is gemaakt. In dat geval blijft de oude verordening gewoon gelden, zodat heffing in dat geval wel mogelijk blijft.

Artikel 10Inwerkingtreding

In het eerste lid wordt het moment van inwerkingtreding van de nieuwe, opvolgende belastingverordening geregeld. Eigenlijk worden belastingverordeningen steeds al vóór het begin van het volgende belastingjaar vastgesteld en ook officieel bekendgemaakt. Gelet op het eerste lid zou de nieuwe verordening dan gelijk in werking treden. Volgens het tweede lid is daarom een datum van ingang van de heffing van toepassing. De verordening treedt daarom pas in werking op 1 januari 2026.

Artikel 11Citeertitel

Een citeertitel vereenvoudigt de verwijzing naar een bepaalde verordening. Meestal is een citeertitel korter dan de volledige naam van een verordening. In de citeertitel wordt veelal het jaartal genoemd waarvoor de verordening van toepassing is of – als deze meerdere jaren geldt - het jaar waarin deze geldig is geworden.

3b Artikelsgewijze toelichting (tarieventabel)

1 De inrichting van de tarieventabel

De tarieventabel is onderverdeeld in drie hoofdstukken. Bij deze indeling is rekening gehouden met de verschillende soorten van tarieven die in deze tabel voorkomen.

Het eerste hoofdstuk heeft betrekking op tarieven die worden geheven voor (het verlengen van) de uitgifte van particuliere graven of particuliere urnengraven. In hoofdstuk 2 zijn tarieven voor het begraven en opgraven opgenomen.

De tarieven in hoofdstuk 3 gaan betreffen administratieve diensten en gaan bijvoorbeeld over het in- of overschrijven van een graf(ruimte) of het behandelen van een aanvraag om vergunning. Deze aanvragen hebben meestal betrekking op het plaatsen van een grafbedekking op een graf. Veel minder vaak komen aanvragen voor die gaan over het plaatsen of stichten van een grafkelder.

2Toelichting per hoofdstuk

Hoofdstuk 1

Artikel 1Uitgifte particuliere graven en particuliere urnengraven

De rechten in dit artikel zijn onderverdeeld in:

  • a.

    de tarieven in het eerste lid betreffen particuliere graven die worden uitgegeven voor het begraven of bijzetten van één overledene. Bij de uitgifte van particuliere graven worden onderscheid gemaakt in verschillen in uitgiftetermijnen. Particuliere graven worden niet alleen uitgegeven voor 30 of 50 jaar, maar kunnen ook voor onbepaalde tijd worden uitgegeven;

  • b.

    de tarieven in het tweede lid betreffen particuliere graven of particuliere urnengraven die worden uitgegeven voor het begraven of bijzetten van twee overledenen;

  • c.

    het derde lid kent tarieven over graven waarin immaturen worden begraven. Deze graven kennen andere uitgiftetermijnen. Graven voor immaturen worden naar keuze uitgegeven voor 10, 20, 30 of 50 jaar. De in de tarieventabel op te nemen tarieven houden rekening met deze verschillen.

  • d.

    In het vierde lid is aangegeven dat de tarieven die gelden voor particuliere graven ook gelden voor particuliere urnengraven.

Artikel 2Uitgifte van algemene graven

Naast particuliere graven, die ook wel familiegraven worden genoemd, worden op de gemeentelijke begraafplaatsen ook algemene graven uitgegeven. Deze graven blijven eigendom van de gemeente en worden voor een kortere termijn uitgegeven. Dergelijke verschillen komen tot uitdrukking in het verschil in tarief.

Artikel 3Verlengen van de uitgiftetermijn van particuliere graven of particuliere urnengraven

De tarieven die in het eerste en tweede lid van dit artikel worden genoemd gaan over particuliere graven of particuliere urnengraven waarvan de einde van de uitgiftetermijn in zicht komt. De rechthebbenden van deze graven krijgen van de gemeente dan de gelegenheid om deze termijn te verlengen. In de beheersverordening is geregeld dat particuliere graven kunnen worden verlengd voor een periode van tien of twintig jaar. De tarieven in het eerste en tweede lid hebben hierop betrekking. De tarieven in het derde lid gaan over graven voor immaturen. Deze graven kunnen eveneens voor tien of twintig jaar worden verlengd.

Hoofdstuk 2

Artikel 4Tarieven voor graven of opgraven

De tarieven in dit artikel gaan over het begraven of opgraven van overledenen. Bij deze tarieven wordt rekening gehouden met de leeftijd van de overledene op het moment van overlijden. Een toeslag wordt in rekening gebracht als de begrafenis op een bijzonder tijdstip plaatsheeft.

Naast tarieven voor begraven kent het derde lid een tarief voor het bijzetten van een urn. Soms wordt op verzoek van nabestaanden een stoffelijk overschot van een overledene opgegraven, bijvoorbeeld met de bedoeling om die elders in een ander graf of op een andere begraafplaats te herbegraven. Voor dergelijke verzoeken is in het vierde lid een tarief opgenomen.

In het vijfde lid is een tarief opgenomen voor het op verzoek van de nabestaanden opgraven en weer begraven van de stoffelijke resten in hetzelfde graf. Deze mogelijkheid bestaat als de wettelijke in acht te nemen termijn van grafrust van het graf voorbij is. Het is dan mogelijk om van twee of meer overledenen die in hetzelfde graf zijn begraven, de stoffelijke resten samen te brengen en die te herbegraven in de onderste grafruimte van dat graf. Met de inwilliging van een dergelijk verzoek ontstaat de mogelijkheid om een overledene te begraven in een graf dat vol is.

Hoofdstuk 3

Artikel 5Tarieven voor inschrijven of overschrijven van een rechthebbende

Het tarief in artikel 5 van de tarieventabel gaat over het in- of overschrijven van een particulier graf of particulier urnengraf.

Artikel 6Tarieven voor vergunningen

De tarieven in dit artikel hebben betrekking op verzoeken voor het in behandeling nemen van aanvragen om een vergunning. In bijna alle gevallen hebben dergelijke aanvragen betrekking op het plaatsen van een grafbedekking op een graf. Bij de meeste nieuw uitgegeven graven wordt door de nabestaanden immers na verloop van tijd een grafbedekking aangebracht.

Veel minder vaak komen aanvragen voor die het plaatsen of stichten van een grafkelder betreffen. In de aanhef en onderdeel d. van artikel 6 is hiervoor een tarief opgenomen.