Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR748346
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR748346/1
Beleidsregel gebiedsontzeggingen en gebiedsverboden gemeente Zundert 2025
Geldend van 04-12-2025 t/m heden
Intitulé
Beleidsregel gebiedsontzeggingen en gebiedsverboden gemeente Zundert 2025De burgemeester van de gemeente Zundert;
overwegende, dat de burgemeester op grond van artikel 2:78 van de Algemene Plaatselijke verordening gemeente Zundert 2020 (hierna: APV) bevoegd is om aan overlast gevende personen een gebiedsverbod op te leggen;
dat de burgemeester op grond van artikel 172a en 172b van de Gemeentewet (de Wet maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast) met een gebiedsontzegging, groepsverbod, meldingsplicht en begeleidingsplicht kan optreden tegen (ernstige) verstoringen van de openbare orde;
dat als gevolg van de mogelijke samenloop van de maatregelen genoemd in de APV en de Gemeentewet een integraal beleid en een afwegingskader gewenst is omtrent de toepassing van deze maatregelen door de burgemeester;
gelet het bepaalde in art. 2:78 van Algemene plaatselijke verordening gemeente Zundert 2020, artikel 172a en 172b van de gemeentewet en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;
besluit:
- 1.
De beleidsregel gebiedsontzeggingen en gebiedsverboden gemeente Zundert 2025 vast te stellen;
- 2.
Te bepalen dat deze beleidsregel een dag na publicatie in werking treedt.
Inleiding
- 1.
Juridisch kader
Deze beleidsregel is een integraal afwegingkader voor de burgemeester bij de aanpak van (groepsgewijze) verstoring van de openbare orde in de gemeente. Aangegeven wordt hoe de burgemeester omgaat met de bevoegdheden op grond van artikel 2:78 van de APV en 172a en 172 b van de Gemeentewet.
Overlast gevend gedrag is bijvoorbeeld: intimiderend (groeps) gedrag, het plegen van strafbare feiten zoals bijvoorbeeld handel in en gebruik van drugs, (openlijke) geweldpleging, samenscholing van personen, vernielingen, vechten op straat, rondhangen en hinderlijk gedrag op de weg, luidruchtig en agressief gedrag en het anderszins lastigvallen van burgers.
De APV biedt de mogelijkheid voor de burgemeester om op te treden tegen de lichtere vormen van overlast middels een gebiedsverbod. De artikelen 172 a en b Gemeentewet (Wet maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast) geven de burgemeester bevoegdheden om op te treden tegen zwaardere vormen van of meer structureel overlast gevend gedrag door onder andere een gebiedsontzegging of begeleidingsplicht.
Deze beleidsregel bevat een handhavingsarrangement. Het handhavingsarrangement geeft de burgemeester de bevoegdheid, afhankelijk van de feiten en omstandigheden, te besluiten tot of af te zien van een verbod of te volstaan met een waarschuwing. De burgemeester kan echter ook besluiten een stap in het handhavingsarrangement over te slaan, te kiezen voor een cumulatie van bevelen of te kiezen voor oplegging van een andersoortig bevel als de concrete situatie, de feiten of omstandigheden dit vereisen. De burgemeester zal dit in haar besluit expliciet motiveren.
De bevoegdheden van de Gemeentewet en de APV houden een beperking in van de bewegingsvrijheid van het individu. Dit is een beperking van het recht om zich zonder inmenging van de overheid te verplaatsen (vrijheidsbeperking). Een juiste toepassing van de bevoegdheden moet daarom zijn gewaarborgd. Dit betekent dat de maatregel een legitiem doel moet dienen, waarbij tevens wordt voldaan aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. De burgemeester heeft te allen tijde de bevoegdheid om hiervan af te wijken indien (bijzondere) omstandigheden, gelet op de openbare orde, daartoe aanleiding geven.
- 2.
Maatregelen tegen overlast gevend gedrag, de manier waarop de burgemeester de bevoegdheden toepast.
De artikelen 172 a en b van de Gemeentewet en artikel 2:78 van de APV geven de burgemeester de bevoegdheid om op te treden tegen overlast gevend gedrag door middel van het opleggen van een:
- •
Gebiedsverbod op grond van de APV;
- •
Gebiedsontzegging op grond van de gemeentewet;
- •
Groepsverbod;
- •
Meldingsplicht
- •
Begeleidingsplicht.
- I
Gebiedsverboden APV
a. In welke gevallen
Een gebiedsverbod APV kan worden opgelegd voor gedragingen zoals opgenomen in bijlage 5 van deze beleidsregel of voor openbare orde-verstorende handelingen. Een persoon krijgt het verbod van de burgemeester zich niet te bevinden in een aangewezen gebied gedurende een in het verbod genoemde periode. De gedragingen, het tijdvak en het gebied waarvoor het gebiedsverbod wordt opgelegd, worden medegedeeld en schriftelijk vastgelegd in het besluit of in geval van mandaat aan de Boa’s en politie in een proces verbaal. Tevens wordt zo mogelijk een kaart uitgereikt van het gebied.
b. Uitgangspunt: eerst waarschuwing.
Een gebiedsverbod APV kan worden opgelegd nadat de betrokken persoon schriftelijk of mondeling is gewaarschuwd voor een gedraging waarvoor dat verbod kan worden opgelegd. Deze waarschuwing geldt voor de gehele gemeente voor de duur van zes maanden. De waarschuwing wordt namens de burgemeester gegeven door daartoe gemandateerde of aangewezen personen.
Van een mondelinge waarschuwing wordt een aantekening gemaakt in een proces-verbaal, in een dag/nachtrapport of andere registratie. Belangrijk is in ieder geval dat ergens geregistreerd staat dat betrokkene met vermelding van dag, tijdstip, plaats en door wie, is gewaarschuwd.
Deze waarschuwing dient in geval van het opleggen van een gebiedsverbod, in het dossier te worden vermeld. Het dient uit het dossier duidelijk te zijn, dat de betrokkene, door de waarschuwing had kunnen weten, dat bij het continueren van zijn overlast gevend gedrag, de burgemeester over kan gaan tot het opleggen van een gebiedsverbod.
Als de betrokkene minderjarig is, worden ook de ouder(s)/voogd(en), voor zover bekend, ingelicht. Van de inhoud van deze gesprekken wordt een aantekening gemaakt in het dossier. Indien de gemeente een schriftelijke waarschuwing naar de betrokkene stuurt, kan een afschrift hiervan naar de ouders(s)/voogd(en) alleen worden verstuurd, voor zover hiermee niet in strijd met de gestelde privacyregels wordt gehandeld.
Nadat de betrokkene is gewaarschuwd maar toch overlast blijft veroorzaken, kan de burgemeester, op basis van een voldoende duidelijk en onderbouwd dossier, besluiten tot het opleggen van een gebiedsverbod.
Uitzondering op het hiervoor genoemde onder b.
- 1.
Tijdens een evenement kan namens de burgemeester een gebiedsverbod zonder waarschuwing vooraf worden opgelegd als er sprake is van een vrees voor een verdere verstoring van de openbare orde tijdens dit evenement.
- 2.
Een gebiedsverbod van maximaal 12 uur kan namens de burgemeester zonder waarschuwing vooraf worden opgelegd als er sprake is van een vrees voor een verdere verstoring van de openbare orde.
c. Gebiedsverbod
Afhankelijk van de situatie kan een gebiedsverbod, voor onder a genoemde gevallen, worden opgelegd voor;
- 1.
Maximaal 12 uur;
- 2.
Voor de duur van het evenement;
- 3.
Langer dan 12 uur.
- 4.
Een vast te stellen aaneengesloten periode van ten hoogste 12 weken, of voor vast te stellen tijdstippen op perioden verspreid over ten hoogste 45 dagen binnen een tijdvak van ten hoogste één jaar.
Wanneer dezelfde persoon zich in hetzelfde gebied binnen zes maanden na het geven van een waarschuwing zich opnieuw schuldig maakt aan een gedraging als genoemd onder a kan een gebiedsverbod opgelegd worden. Als er al een gebiedsverbod APV geldt, gaat het nieuwe verbod in na afloop van het eerder opgelegde gebiedsverbod.
Als betrokkene minderjarig is, worden ook de ouder(s)/voogd(en) voor zover bekend, ingelicht over het gebiedsverbod. Het is van belang om van de inhoud van deze gesprekken een aantekening te maken in het dossier.
Een gebiedsverbod wordt schriftelijk medegedeeld.
Tevens wordt betrokkene medegedeeld dat bezwaar en voorlopige voorziening tegen het gebiedsverbod APV mogelijk is.
d. omvang gebied
Een gebiedsverbod APV geldt in beginsel voor het gebied waarbinnen de gedraging heeft plaatsgevonden en wordt in beginsel begrensd door de grenzen van de wijk. Indien het, gelet op de druk op de openbare orde in een ander gebied noodzakelijk wordt geacht, kan ook dat gebied worden aangewezen. Indien noodzakelijk wordt een looproute aangegeven.
Indien de gedraging heeft plaatsgevonden tijdens een evenement wordt een verbod opgelegd voor het gebied waar het evenement plaatsvindt en de directe omgeving. Indien het, gelet op de druk op de openbare orde in een ander gebied noodzakelijk wordt geacht, kan ook dat gebied worden aangewezen.
e. Herhaling
Een gebiedsverbod APV kan slechts één keer worden opgelegd voor dezelfde persoon in hetzelfde gebied. Hierna wordt opgetreden op grond van de Gemeentewet (Overlastwet).
Uitzonderingen hierop:
- -
Gebiedsverboden voor de duur van een evenement zijn uitgesloten van deze bepaling; daarbij is van toepassing: na meerdere gebiedsverboden bij evenementen in één jaar zal worden opgetreden op grond van de Gemeentewet.
- -
Een gebiedsverbod van 12 uur of minder kan maximaal twee keer per jaar worden opgelegd voor dezelfde persoon in hetzelfde gebied. Daarna kan een gebiedsverbod worden opgelegd op grond van de APV voor de duur langer van 12 uur. Daarna wordt opgetreden op grond van de Gemeentewet.
f. Zienswijze
De burgemeester is verplicht de belanghebbende voorafgaand aan het besluit te horen (art. 4:8 Awb). Dit horen is vormvrij en kan zelfs telefonisch gebeuren. Uitzonderingen op deze hoorplicht, zoals genoemd in artikel 4:11 Awb, zijn met name van toepassing bij een gebiedsverbod voor de duur van 12 uur of minder en een gebiedsverbod tijdens een evenement. Het vragen om een reactie is hier in beginsel
“mondeling en direct”.
In de zogenaamde vooraanschrijving gebiedsverbod wordt aangegeven waarom de burgemeester van plan is om een verbod op te leggen. Tevens wordt een termijn genoemd waarbinnen betrokkene, mondeling of schriftelijk, een reactie (zienswijze) op dit voorgenomen besluit kan geven.
Na het verstrijken van de termijn voor het indienen van een zienswijze, besluit de burgemeester of door haar gemandateerden, of het verbod daadwerkelijk opgelegd wordt. Bij deze besluitvorming wordt de eventuele zienswijze in de beoordeling meegewogen. In het besluit geeft de burgemeester aan of er een zienswijze is ingediend, wat deze zienswijze inhoudt en wat hij met deze zienswijze bij de besluitvorming heeft gedaan. De ingebrachte zienswijze kan een aanleiding zijn om anders dan het voornemen te besluiten.
De praktijk is echter, dat het voornemen tot het opleggen van een verbod niet zonder reden is ontstaan. De betrokkene zal dan ok met goede argumenten moeten komen, waarom de burgemeester van zijn voorgenomen besluit moet afzien. Het feit, dat betrokkene het “er niet mee eens is”, is hierbij niet voldoende.
g. Mandaat politie
Het opleggen van een gebiedsverbod APV en het uitreiken van een waarschuwing kan worden gemandateerd aan de politie, BOA’s en juridisch adviseurs handhaving werkzaam voor de gemeente Zundert (en diens leidinggevende). De burgemeester blijft te allen tijde zelf bevoegd gebiedsverboden en waarschuwingen op te leggen.
h. Informatieverstrekking door politie en OM
De politie, BOA’s handhavingsjurist als genoemd informeert de burgemeester zo spoedig mogelijk over het opleggen van een gebiedsverbod APV of een waarschuwing daartoe en een overtreding van een opgelegd verbod. De politie, BOA’s en handhavingsjurist houden een registratie bij van de opgelegde verboden en waarschuwingen en informeert de burgemeester hierover. Het OM informeert de burgemeester over de vervolging van overtredingen van gebiedsverboden. De burgemeester informeert het OM en de politiechef over een ingediend bezwaar tegen een gebiedsverbod en over de beslissing op bezwaar indien dit voor vervolging noodzakelijk is.
- II
Gebiedsontzeggingen Gemeentewet (Wet maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast.
- 1.
In welke gevallen?
Als de openbare ordeverstoring van ernstige aard (volgt uit rapportage politie) is of herhaaldelijk heeft plaatsgevonden, zoals in artikel 172a Gemeentewet omschreven, zal in beginsel een gebiedsontzegging overlast (artikel 172a lid 1 a) worden opgelegd.
De gebiedsontzegging zal aangaande de inhoud, duur, omvang van het gebied enz. voldoen aan het gestelde in de Gemeentewet.
- III
Groepsverbod gemeentewet (Wet maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast.)
- 1.
In welke gevallen?
Als de openbare ordeverstoring van ernstige aard is of herhaaldelijk en voor het merendeel in groepsverband heeft plaatsgevonden, zoals in artikel 172a Gemeentewet omschreven, kan een groepsverbod worden opgelegd (artikel 172a lid 1 b). Een groepsverbod kan ook worden opgelegd aan een persoon die woonachtig is buiten de gemeente.
Het groepsverbod zal aangaande de inhoud, duur, omvang van het gebied enz. voldoen aan het gestelde in de Gemeentewet.
- 2.
Samenloop met sanctie private organisatie
Een persoon kan een groepsverbod krijgen indien hem reeds door een private organisatie een sanctie is opgelegd wegens gedrag dat bij de burgemeester de ernstige vrees doet ontstaan dat die persoon de openbare orde zal verstoren.
- IV.
Meldingsplicht gemeentewet (Wet maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast)
Bij een meldingsplicht (artikel 172a lid 1 c) krijgt de overlast gever het bevel van de burgemeester zich op bepaalde tijdstippen te melden op of vanaf bepaalde plaatsen, al dan niet in een andere gemeente.
De meldingsplicht wordt zoveel mogelijk opgelegd in de gemeente waar betrokkene woonachtig is, tenzij de aard van de omstandigheden zich hiertegen verzet.
De tijdstippen en plaats van de melding worden per individueel geval bepaald. In het besluit worden de tijden en locatie waar betrokkene zich moet melden vastgelegd. Een kopie van het besluit wordt afgegeven op de locatie waar betrokkene zich moet melden.
Een fysieke en digitale meldingsplicht is mogelijk. In beginsel wordt een fysieke meldingsplicht opgelegd. Uitganspunt is dat betrokkene zich meldt in de woonplaats waar hij woonachtig is.
Een persoon kan een meldingsplicht krijgen indien hem reeds door een private organisatie een sanctie is opgelegd wegens gedrag dat bij de burgemeester de ernstige vrees doet ontstaan dat die persoon de openbare orde zal verstoren.
- V.
Begeleidingsverplichting ten aanzien van minderjarigen, 12 jaar en jonger (artikel 172b Gemeentewet)
- 1.
In welke gevallen?
Een persoon die het gezag uitoefent over een minderjarige die herhaaldelijk (in groepsverband) de openbare orde heeft verstoord en de leeftijd van twaalf jaar nog niet heeft bereikt, kan bij ernstige vrees voor verdere verstoring van de openbare orde het bevel van de burgemeester krijgen:
- a.
Dat de minderjarige zich niet bevindt in of in de omgeving van een of meer bepaalde objecten binnen de gemeente, dan wel in een of meer bepaalde delen van de gemeente. Dit tenzij de minderjarige wordt begeleid door een persoon die het gezag over hem uitoefent of door een andere in het bevel aangewezen meerderjarige.
- b.
Dat de minderjarige zich op bepaalde dagen gedurende een aangegeven tijdvak tussen 8 uur ’s avonds en 6 uur ’s ochtends niet bevindt op voor het publiek toegankelijke plaatsen. Dit tenzij de minderjarige wordt begeleid door een persoon die het gezag over hem uitoefent of door een andere in het bevel aangewezen meerderjarige.
- 2.
Tijdsduur
Het bevel geldt voor een door de burgemeester vast te stellen periode van ten hoogste drie maanden.
- 3.
Afweging
Bij jongeren, in het bijzonder de categorie 12-minners, dient een zwaardere afweging te worden gemaakt bij de beoordeling of het (kind)gedrag als overlast gevend kan worden aangemerkt. Joelen, stoeien en belletje trekken worden in beginsel niet als overlast gevend aangemerkt. De wet Mulder-feiten worden alleen dan meegenomen indien deze overtredingen een onevenredige druk leggen op de openbare orde in een bepaald gebied.
- 4.
Onderdeel persoonsgebonden aanpak
De burgemeester neemt in haar afweging bij een verplichting genoemd onder V het belang van een (lopend of op te starten) hulpverleningstraject mee.
De maatregel is altijd onderdeel van een integrale, persoonsgebonden aanpak. De maatregel wordt in beginsel alleen ingezet als de persoonsgerichte aanpak, met minder vergaande middelen, niet tot een vermindering van het overlast gevend gedrag van de persoon leidt.
- 5.
Recidive 12 plussers
Indien een persoon inmiddels de leeftijd van 12 jaar heeft bereikt, kan bij een volgende overtreding binnen 6 maanden na verstrijken van de maatregel direct worden overgestapt op de andere maatregelen als genoemd in deze beleidsregel.
- 6.
Zorgmelding Veilig Thuis
Indien een maatregel wordt opgelegd, wordt een zorgmelding gedaan bij Veilig Thuis. De zorgmelding wordt vergezeld van een afschrift van het gegeven bevel.
- VI.
Bepalingen ten aanzien van de bevelen I tot en met IV aangaande jongeren in de leeftijd van 12 tot 18 jaar.
De maatregelen uit deze beleidslijn zijn ook van toepassing op overlast gevende jongeren in de leeftijd van 12 tot 18 jaar. Vanwege de specifieke aandacht en aanpak ten aanzien van jongeren ligt het voor de hand hier op een andere manier mee om te gaan; de bepalingen ten aanzien van de bevelen I tot en met IV worden daarom aangevuld met een persoonsgebonden aanpak.
- 1.
Geïntegreerde persoonsgebonden aanpak.
De maatregel is altijd onderdeel van een integrale, persoonsgebonden aanpak.
Voorafgaand of naast de inzet van een maatregel wordt onderzocht of door een hulpverleningstraject ook met minder vergaande middelen tot een vermindering van het overlast gevend gedrag van de persoon gekomen kan worden.
Bij een gebiedsverbod of gebiedsontzegging van 12 uur of minder of een gebiedsverbod of gebiedsontzegging voor de duur van een evenement zal de persoonsgebonden aanpak inhouden dat naast de maatregel een hulpverleningstraject zal worden ingezet of aangeboden. Bij de overige gebiedsverboden of gebiedsontzeggingen zal de persoonsgebonden aanpak inhouden dat voor de maatregel wordt ingezet een hulpverleningstraject zal worden ingezet of aangeboden.
De burgemeester neemt in haar afweging het belang van een (lopend of op te starten) hulpverleningstraject mee.
- 2.
Zwaardere afweging
Bij jongeren dient een zwaardere afweging te worden gemaakt bij de beoordeling of het (kind)gedrag als overlast gevend kan worden aangemerkt. Joelen, stoeien en belletje trekken worden in beginsel niet als overlast gevend aangemerkt. De Wet Mulder-feiten worden alleen dan meegenomen indien deze overtredingen een onevenredige druk leggen op de openbare orde in een bepaald gebied, zoals bijvoorbeeld het op de stoep rijden met een scooter.
- 3.
Zorgmelding
Indien een maatregel wordt opgelegd aan jongeren in de leeftijd van 12 tot 18 jaar, wordt een zorgmelding gedaan bij Veilig Thuis. De zorgmelding wordt vergezeld van een afschrift van het opgelegde gebiedsverbod of de gebiedsontzegging.
- VII.
Vereisten ten aanzien van de bevelen 1 tot en met VI.
Ingang, verlenging
- •
Een gebiedsverbod of gebiedsontzegging gaat in beginsel in op het tijdstip van invrijheidstelling als de persoon in handen is van de politie. In andere gevallen gaat zij in op het moment van uitreiking. Een en ander behalve wanneer er nog een gebiedsverbod of gebiedsontzegging loopt, dan gaat een nieuw gebiedsverbod of gebiedsontzegging in op het tijdstip waarop een lopend gebiedsverbod of gebiedsontzegging eindigt.
- •
• De gebiedsverboden of gebiedsontzeggingen kunnen worden gewijzigd of verlengd ten nadele van betrokkene indien nieuwe feiten of omstandigheden daartoe aanleiding geven. Het bevel kan ten gunste van de betrokkene worden gewijzigd indien nieuwe feiten of omstandigheden daartoe aanleiding geven. Onder deze nieuwe feiten en omstandigheden wordt tevens verstaan het overtreden van het gebiedsverbod of de gebiedsontzegging. Een overtreding van het gebiedsverbod of de gebiedsontzegging kan niet de enige reden zijn voor verlenging. Het gebiedsverbod of de gebiedsontzegging van de burgemeester is een preventieve maatregel en het overtreden van deze maatregel kan niet worden gestraft met verlenging van het verbod.
- •
Het overtreden van het gebiedsverbod of de gebiedsontzegging kan wel onderdeel zijn van de onderbouwing voor verlenging maar daarnaast zal altijd de ernstige vrees voor verdere verstoring van de openbare orde moeten worden aangetoond.
Samenhang bevelsbevoegdheden APV en gemeentewet
- •
In gevallen waar (nog) geen sprake is van ernstige verstoring van de openbare orde of van een herhaaldelijke verstoring van de openbare orde ligt optreden op grond van de APV voor de hand.
- •
In de gevallen waar sprake is van ernstige verstoring van de openbare orde of van een herhaaldelijke verstoring van de openbare orde ligt optreden op grond van de Gemeentewet voor de hand.
- •
In een acute situatie waarin relschoppers de openbare orde ernstig verstoren blijven de strafrechtelijke aanhouding, de APV (bestuurlijk ophouden etc.), de noodrechtbevoegdheden (artikelen 172 en 175-176a Gemeentewet) de meest geëigende bevoegdheden. De zogenaamde lichte bevelsbevoegdheden, artikel 172, derde lid biedt de burgemeester de bevoegdheid om in acute (overlast gevende) situaties op te treden en de bevelen (o.a verwijderingsbevel) te geven die hij nodig acht. De wetgever heeft deze bevoegdheid in het leven geroepen voor situaties waarin de geldende regelgeving, waaronder lokale regelgeving, geen voorziening bevat voor concreet openbare ordeprobleem en waarbij snel ingrijpen is vereist.
Handhaving
- •
Het niet naleven van een burgemeestersverbod op grond van de APV is een overtreding van artikel 6.1 van de APV Zundert. Overtreding wordt bestraft met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechtelijke uitspraak.
- •
Het negeren van een bevel, gegeven door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast of belast met het opsporen of onderzoeken van strafbare feiten, is een strafbaar feit (artikel 184 Wetboek van Strafrecht) waardoor de overtreder van het bevel kan worden vervolgd door het Openbaar Ministerie.
Dossiervorming en verslaglegging
- •
Politie, OM en gemeente maken gezamenlijk afspraken (en leggen deze vast) over op welke wijze dossiervorming plaatsvindt en informatie over en weer wordt uitgewisseld
Inwerkingtreding en bekendmaking maatregel/verbod/gebiedsontzegging.
- •
Het besluit treedt in werking op het moment dat dit aan betrokkene bekend is gemaakt. Dit geschiedt middels toezending of uitreiking. Indien sprake is van een minderjarige wordt het besluit ten minste aan de ouder/voogd van de minderjarige uitgereikt.
Versterking sanctie private organisaties.
- •
Artikel 172a Gemeentewet biedt de burgemeester de mogelijkheid een bevel te geven aan een persoon die als gevolg van zijn gedrag een sanctie opgelegd heeft gekregen door een private organisatie. Volgens de Memorie van Toelichting kan daarbij niet alleen worden gedacht aan een stadionverbod maar ook aan een toegangsverbod rondom een evenement, opgelegd door de organisator van dat evenement of een horecaverbod. Op deze manier kan de burgemeester een door een private organisatie opgelegde sanctie versterken met één van de in artikel 172 a Gemeentewet genoemde maatregelen. Voorwaarde hiervoor is dat er sprake is geweest van een gedraging die bij de burgemeester een ernstige vrees voor verstoring van de openbare orde doet ontstaan.
Maatregel tevens namens een andere burgemeester
- •
Een bevel van de burgemeester strekt zich uit tot het eigen grondgebied. Door de wijziging van artikel 172a Gemeentewet kan de burgemeester van een andere gemeente de burgemeester van Zundert verzoeken een persoon tevens namens hem een overeenkomstig bevel te geven. Dit kan indien de burgemeester van de andere gemeente de ernstige vrees heeft dat die persoon ook in de gemeente Zundert de openbare orde zal verstoren. Het betreft dan twee (of meer) bevelen in één beschikking en niet om een bevel mede namens een andere burgemeester.
- •
De verzoekende burgmeester laat zich wat betreft de inhoud van de maatregel op voorhand leiden door de keuzes van de burgemeester van Zundert inzake de aard en de duur van de op te leggen maatregel(en).
- •
Een verzoek wordt op voorhand gedaan. Wel levert de verzoekende burgemeester de noodzakelijke gegevens aan zoals bijvoorbeeld een aanduiding van de objecten of gebieden waar de aanwezigheid van die persoon niet gewenst is en van de tijdstippen of periodes waarvoor het bevel geldt. Het verzoek kan ook het opleggen van een meldingsplicht betreffen. De burgemeester van Zundert zendt een afschrift van het bevel aan die burgemeester.
Relatie burgemeester en Officier van Justitie.
- •
Op grond van artikel 509hh Wetboek van Strafvordering is de Officier van Justitie (OvJ) bevoegd een gedragsaanwijzing te geven tegen een betrokkene. Dit kan indien ernstige bezwaren bestaan in geval van verdenking van een strafbaar feit waardoor de openbare ernstig is verstoord en waarbij grote vrees bestaat voor herhaling Dit betekent de OvJ in beginsel als eerste bevoegd is een maatregel te treffen indien sprake is van ernstig orde verstorend gedrag, zijnde een strafbaar feit en vervolging is of wordt ingesteld.
- •
Indien de OvJ besluit in zijn gedragsaanwijzing geen meldingsplicht, gebiedsontzegging of groepsverbod op te nemen of in zijn geheel geen maatregel treft, beoordeelt de burgemeester of hij, gelet op de bescherming van de openbare orde en het woon- en leefklimaat een maatregel oplegt. Hierover vindt afstemming plaats tussen de OvJ en de burgemeester.
- •
De gebiedsontzegging van de OvJ gaat voor het gebiedsverbod van de burgemeester (artikel 172a Gemeentewet). Zolang een gebiedsontzegging van de OvJ geldt kan de burgemeester niet hetzelfde gebied aanwijzen. Hij kan wel een ander gebied aanwijzen.
- •
De rechter kan een vrijheidsbeperkende maatregel opleggen. Deze maatregel gaat voor het burgemeestersbevel. Als het rechterlijk bevel niet te maken heeft met het burgemeestersbevel, bijvoorbeeld een verbod voor een kleiner of ander gebied en op basis van andere informatie dan de “overlast” die ten grondslag ligt aan het burgemeestersbevel, dan vindt overleg plaats tussen het OM en de gemeente over de vraag of het burgemeestersverbod naast het rechterlijk bevel in stand kan blijven.
Informatie-uitwisseling
De burgemeester en het Openbaar Miniserie informeren elkaar en de politie over en weer indien een bevel of verbod wordt voorbereid en opgelegd.
Ondertekening
Aldus besloten op 7 oktober 2025
de burgemeester van de gemeente Zundert,
J.G.P. Vermue
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl