Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR748319
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR748319/1
Geldend van 01-12-2025 t/m heden
Op weg naar een toekomstbestendig en betaalbaar energiesysteem
Ook in de gemeente Hardenberg zetten we de stap van fossiele brandstoffen naar duurzaam opgewekte energie. Dat noemen we de energietransitie. Om ook in de toekomst voldoende en betaalbare energie te hebben, komen we nu in actie. Want we gebruiken met z’n allen steeds meer energie. Bedrijven hebben energie nodig om te groeien en ontwikkelen. Energie is nodig om onze huizen te verwarmen zodat we comfortabel kunnen wonen. En we hebben energie nodig voor onze voertuigen. Dat die energie zoveel mogelijk duurzaam opgewekt moet zijn, staat voorop. Want de aarde warmt verder op. Deze klimaatverandering raakt onze economie en samenleving.
In het Klimaatakkoord van Parijs (2015) is afgesproken de opwarming van de aarde te beperken tot 2 graden Celsius. En dat we in 2050 klimaatneutraal zijn. Daarvoor is het nodig om in 2030 al ruim de helft minder broeikasgassen uit te stoten dan in 1990. Maar de gemiddelde temperatuur op aarde stijgt snel. En de afspraak uit het Klimaatakkoord staat onder druk. De opdracht om aan de slag te gaan is daarmee nog urgenter geworden. In de gemeente Hardenberg zetten we stappen en zijn we goed op weg. Dat blijkt uit onze Monitor Duurzaam Hardenberg. We stappen steeds vaker over van fossiele brandstoffen naar duurzame energie bij wonen, werken en reizen. De energiecrisis heeft de noodzaak om in actie te komen versterkt. We hebben ons gedrag aangepast en ons energiegebruik teruggebracht. Maar we hebben met elkaar nog veel te doen. We zetten ons ervoor in om energie ook in de toekomst voor iedereen betaalbaar te houden. En we zetten stappen om onze huizen te verwarmen zonder gebruik van fossiele brandstoffen. Onze bedrijven willen groeien en zich verder ontwikkelen. Maar ze worden nu belemmerd door energieschaarste en netcongestie. Daarvoor zijn nu slimme en innovatieve oplossingen nodig, om later over te stappen op het energiesysteem van de toekomst.
We weten ook dat de energietransitie weerbarstig en onvoorspelbaar is en onzekerheden met zich meebrengt. Onze sturingsmogelijkheden zijn beperkt. Dat maakt ons afhankelijk van de inzet van anderen. We werken vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid intensief samen met onze inwoners, bedrijven en partners. Daarbij stellen we ons flexibel en wendbaar op. Onze aanpak biedt ruimte voor experimenten en innovatie. We doen, leren en sturen waar nodig bij.
Werner ten Kate
Wethouder Energietransitie en energie-innovatie
1. Wat is het Programma Energie?
We hebben de ambitie om energie te besparen. En om de energie die we gebruiken zoveel mogelijk duurzaam op te wekken. Onze doelen sluiten aan bij de landelijke doelen in het Klimaatakkoord. We hebben onze ambitie en doelen voor de korte en lange termijn opgeschreven in de ‘strategiebrief energietransitie en innovatie’. In die strategiebrief staat ook dat we aan een duurzaam Hardenberg werken vanuit drie programma’s:
In dit Programma Energie Hardenberg werken we de ambitie en doelen uit de strategiebrief voor het onderdeel energie uit. Met maatregelen om de overgang van fossiele naar duurzame energie in beweging te zetten en houden. Ook geven we aan welke rol we daarbij als gemeente nemen. Zo werken we toe naar nagenoeg geen CO₂-uitstoot in Hardenberg.Status Programma EnergieDit Programma Energie is verbonden met het onderdeel Duurzaam Hardenberg uit de gemeentelijke omgevingsvisie Landstad Hardenberg. Het programma is dan ook ingericht als een vrijwillig programma onder de Omgevingswet. Dit programma is met participatie tot stand gekomen en ter inzage gelegd. Daarmee voldoen we aan de proceseisen uit de Omgevingswet.
Leeswijzer
Het Programma Energie bestaat uit meerdere delen. In het eerste deel staat waarom we het doen en wat onze visie en strategie is. Met als doorkijk een schets van het energiesysteem van de toekomst. In deel 2 gaan we in op de aanpak en de opgaven. Voor vijf transitiepaden beschrijven we wat we gaan doen:
-
Gebouwde omgeving
-
Bedrijventerreinen en industrie
-
Mobiliteit
-
Opwek Elektriciteit en duurzaam gas
-
Eigen gebouwen en activiteiten.
In het zesde transitiepad geven we aan wat er nodig is. En welke randvoorwaarden van belang zijn voor een succesvolle energietransitie.

2. Visie en strategie
Binnen de gemeente Hardenberg gaan we zuinig om met energie. De energie die we gebruiken, is duurzaam opgewekt. We maken geen gebruik meer van fossiele brandstoffen. Zo brengen we onze CO₂-uitstoot terug naar nagenoeg nul. Om dit te bereiken zijn stevige veranderingen nodig. De energietransitie is complex en kent veel uitdagingen en onzekerheden. De manier waarop we onze woningen verwarmen, onze bedrijfsprocessen inrichten en ons verplaatsen moet veranderen. Dat raakt iedereen. De energietransitie heeft gevolgen voor bestaande én nieuwe woon- en werkgebieden. We moeten hiermee rekening houden bij onze ambitie om te blijven groeien.
In actie komen is nodig en loont
De vraag naar energie en met name elektriciteit stijgt in onze gemeente sneller dan in de gemeenten om ons heen. Dat komt mede door onze ambitie om richting 2040 te groeien. We willen zorgen voor 4.000 nieuwe woningen en tenminste 40 hectare aan nieuwe bedrijven- terreinen.
Om te voorkomen dat er tekorten aan elektriciteit ontstaan en onze warmtevoorziening gevaar loopt, moeten we aan de slag. Netcongestie remt onze huidige bedrijven nu al in hun groei en de overgang naar een duurzame energievoorziening. Nieuwe bedrijven kunnen geen aansluiting op het elektriciteitsnet krijgen. Het risico op storingen groeit. Storingen die ons dagelijks leven en de productieprocessen van onze bedrijven kunnen ontwrichten.
De gemeente Hardenberg werkt al ruim 20 jaar aan het besparen van energie en gebruik van duurzame energie. Mede daardoor is de CO₂-uitstoot in onze gemeente vanaf 2010 met ruim 25% gedaald, zo blijkt uit onze jaarlijkse Energiemonitor. Onze inwoners, bedrijven en de eigen gemeentelijke organisatie zijn hard aan het werk. Veel mensen isoleren hun huizen en brengen hun energiegebruik terug. Dat komt ook door de energiecrisis. Bedrijven passen hun bedrijfsprocessen aan. Ze schakelen om naar duurzame energiebronnen. We gebruiken steeds meer en steeds vaker schone energie. Er zijn ook veel mensen en bedrijven die nog maar weinig of geen stappen hebben gezet. Dat komt door gebrek aan kennis, inzicht of geld.
Wat willen we bereiken?
We willen een behoorlijke bijdrage leveren aan de landelijke ambitie om in 2050 onze CO₂-uitstoot terug te brengen naar nagenoeg nul. Met als tussenstap een vermindering van de CO₂-uitstoot in 2030 met 55% (ten opzichte van 1990). Tegelijkertijd willen we dat onze inwoners betaalbaar en comfortabel kunnen wonen en zich kunnen verplaatsen. En dat onze bedrijven zich kunnen ontwikkelen. We hebben ook de ambitie om nieuwe woonwijken en bedrijventerreinen te ontwikkelen.
De energie- en warmtetransitie begint met het besparen van energie. Daarom sturen we op gedragsverandering, isolatiemaatregelen, een hogere energie-efficiëntie van installaties in gebouwen, het bevorderen van fiets- en OV-gebruik en de elektrificatie van onze vervoersmiddelen. Als goed voorbeeld noemen we de vermindering van het energieverbruik bij NAC De Koppel. Met de nieuwe energie-efficiënte installatie wordt ruim 40% energie bespaard. We bouwen het gebruik van fossiele brandstoffen richting 2050 af. Vanaf 2050 worden alle woningen en gebouwen (winkels, MKB en instellingen) op een duurzame manier (dus zonder gebruik van fossiele brandstoffen) verwarmd. Onze bedrijven maken vanaf 2050, maar velen al eerder, geen gebruik meer van fossiele energiebronnen voor verwarming, transport of productieprocessen. Het personen- en goederenvervoer is vergaand verduurzaamd. Als gemeente hebben we een voorbeeldrol. Daarom versnellen we de energietransitie in onze eigen gebouwen en activiteiten.
Voor het verwarmen van gebouwen gebruiken we meer elektriciteit en duurzaam gas. Ook onze bedrijven en vervoer/transport gebruiken meer elektriciteit. Door de groeiambities van onze gemeente hebben we bovendien meer energie en vooral elektriciteit nodig. We moeten op een werkbare manier omgaan met netcongestie en energieschaarste. Samen met de provincie, netwerkbedrijven en andere partners zoeken we naar oplossingen. Voor de langere termijn is een robuuste energie-infrastructuur en een toekomstbestendig energiesysteem nodig.
Onze visie
De energietransitie is een veranderopgave van ons allemaal. We moeten er samen mee aan de slag. Iedereen moet eraan mee kunnen doen. En het moet comfortabel en voor iedereen betaalbaar zijn en blijven. Als gemeente hebben we een verantwoordelijkheid om hier zo goed mogelijk regie op te houden.
1.Samen aan de slag
Samenwerking is nodig om de energietransitie de juiste richting in te bewegen en om snelheid te maken. De overgang van fossiele brandstoffen naar een volledig duurzame energie- voorziening vraagt inspanningen van alle betrokken partijen. Denk aan overheden, bedrijven, inwoners, woningcoöperatie en netbeheerders. Als gemeente zijn we een schakel in dit samenspel. Zelf geven we het goede voorbeeld. En verbinden we partijen met elkaar.
2.De energietransitie als brede maatschappelijke opgave en verandering
De energietransitie is omvangrijk en ingrijpend. Het heeft impact op onze samenleving en economie. Daarom zien we de energietransitie als een brede maatschappelijke opgave. Iedereen heeft zelf de verantwoordelijkheid om naar eigen vermogen een steentje bij te dragen aan deze verandering. We blijven hier samen met onze inwoners, plaatselijke belangen, bedrijven en partners hard aan werken.
3.Betaalbaarheid als leidend principe
We willen de energietransitie zo rechtvaardig mogelijk laten verlopen. Maar de gevolgen van de energietransitie zijn niet voor iedereen gelijk. Dat geldt ook de mogelijkheden om er zelf wat aan te doen. Want niet iedereen heeft de middelen om de woning te isoleren of een warmtepomp aan te schaffen. We willen juist ook mensen met een kleinere portemonnee in staat stellen maatregelen te treffen. En we willen voorkomen dat ze de kosten van de energietransitie niet kunnen dragen. Daarvoor werken we samen met onder meer Vechtdal Wonen, NAC De Koppel (Startpunt duurzaam Hardenberg) en De Stuw (Energie Klusteam).
4.Innovatie en kennisontwikkeling
Om het energiesysteem van de toekomst tot een succes te maken, zijn innovaties en kennisontwikkeling nodig. We staan open voor pilots waar we samen met onze partners kennis ontwikkelen en innovaties mogelijk maken. We weten dat niet alle innovaties slagen of direct rijp zijn om op grotere schaal toe te passen. Onder innovaties verstaan we ook ontwikkelingen die nieuw zijn voor onze gemeente.
5.Communicatie en participatie
Communicatie is een belangrijk en onlosmakelijk onderdeel van de energietransitie. We vertellen over onze ambities, de activiteiten en maatregelen die we nemen. En wat inwoners zelf kunnen doen. We benadrukken steeds dat de energietransitie een opgave is waar we gezamenlijk de schouders onder zetten. Met participatie vergroten we de kwaliteit en legitimiteit van toekomstige plannen in het kader van de energietransitie, zoals bij het Warmteprogramma of Wijk Uitvoeringsplannen. We hebben ook aandacht voor financiële en juridische participatie. Bij de grootschalige opwek van duurzame energie uit zon en wind zetten we in op minimaal 50% lokaal eigendom, met een belangrijke rol voor de energiecoöperatie energiek Hardenberg om dit waar te kunnen maken.
6.De gemeente faciliteert en neemt verantwoordelijkheid
Het halen van de CO₂-doelen kan niet zonder sturing, facilitering, ontzorging en stimulering vanuit de overheid. Als gemeente nemen we onze verantwoordelijkheid de energietransitie zo goed mogelijk te faciliteren, te ondersteunen en te bevorderen waar dat kan. Hiervoor maken we afspraken met onze bedrijven, organisaties en partners. Zelf geven we het goede voorbeeld.
Onze strategie
In de strategiebrief energietransitie en energie-innovatie staat het energiebeleid van de gemeente Hardenberg en wat we willen bereiken. In dit Programma Energie staat hoe we de stap zetten naar een toekomstbestendig, comfortabel en betaalbaar energiesysteem in Hardenberg in 2050. En hoe we ervoor zorgen dat de energietransitie op gang komt, op gang blijft en versnelt. We schetsen de korte termijn acties. En geven een doorkijkje naar de lange termijn.
1.Transitiepaden en sporen
We werken met vijf transitiepaden die aansluiten op de landelijke systematiek uit het Klimaatakkoord:
-
Gebouwde Omgeving
-
Bedrijventerreinen en Industrie
-
Mobiliteit
-
Opwek Elektriciteit en Duurzaam gas
-
Eigen Gebouwen en activiteiten
Deze transitiepaden vervangen de programmalijnen uit eerdere programma’s en de strategiebrief. In het zesde transitiepad ‘Wat is er nodig?’ vertellen we welke randvoorwaarden en maatregelen van belang zijn voor het slagen van de energietransitie. Deze leiden niet direct tot een lagere CO₂-uitstoot. Een transitiepad kent veelal meerdere sporen. In totaal zijn er 15 sporen. In elk spoor geven we aan wat we nu, straks en later inhoudelijk gaan doen.
2.Wisselende rollen
Als gemeente faciliteren en ondersteunen we de energietransitie waar mogelijk. Dat doen we vanuit wisselende rollen. We geven zelf het goede voorbeeld en stellen soms ook kaders. Tegelijkertijd ligt de energietransitie voor grote delen buiten onze sturingsmogelijkheden. We zijn afhankelijk van andere partijen, zoals netwerkbedrijven, andere overheden en marktpartijen in de energiemarkt. Tot slot hebben ook onze inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties een eigen verantwoordelijkheid. Hun mogelijkheden om zelf bij te kunnen dragen aan de energietransitie is afhankelijk van vele factoren, waaronder draagvlak, kennis en geld.
3.Gerichte inzet van middelen
De aard en omvang van de opgaven waar we voor staan verschillen. Dat geldt ook voor de hoogte van investeringen, de terugverdientijd en terugverdienmogelijkheden voor deze investeringen. Ook ligt de verantwoordelijkheid voor een opgave soms buiten die van de gemeente. Een voorbeeld hiervan is de landbouwopgave. Hier zijn het Rijk en de provincie primair aan zet. Dat maakt dat de inzet van middelen vanuit de gemeente per transitiepad verschilt. Dit is ook afhankelijk van de middelen die met name het Rijk aan of via de gemeente beschikbaar stelt voor maatregelen. De grootste inzet van middelen van de gemeente ligt bij de transitiepaden ‘Gebouwde Omgeving’ en ‘Eigen gebouwen en activiteiten’.
4.Sturen op basis van gegevens
Maatregelen zijn lastig een-op-een door te vertalen naar reductie van CO₂-uitstoot. Veel maatregelen hebben indirect effect. Of het effect is pas na verloop van tijd meetbaar. Met onze jaarlijkse Energiemonitor houden we zicht op hoe we ervoor staan. En of we op de goede weg zitten. Dit helpt ons om te bepalen of, waar en hoe we moeten bijsturen als we onze doelen niet dreigen te halen.
5.Energietransitie is van ons allemaal
We werken samen met onze inwoners, bedrijven en partners, zoals Vechtdal Wonen, Energieloket (onder andere onafhankelijke energiecoaches, Energie Klusteam en subsidie-adviseur) en Energiek Hardenberg aan de energietransitie. We nemen zelf het initiatief en werken zelf aan de doelen van de energietransitie. Tegelijkertijd stimuleren en faciliteren we lokale initiatieven die van onderaf ontstaan. Ook ondersteunen en ontzorgen we inwoners, bedrijven en instellingen die vanuit hun eigen verantwoordelijkheid grote of kleine maatregelen nemen. Zo krijgt de energietransitie vorm. En groeien we samen toe naar een toekomstbestendig, comfortabel en betaalbaar energiesysteem in Hardenberg.
Bijdrage aan de SDG-doelen
De Verenigde Naties hebben in 2015 in hun mondiale agenda 17 duurzame ontwikkelingsdoelen opgenomen. De gemeente Hardenberg onderschrijft het belang van deze SDG-doelen. Het Programma Energie Hardenberg draagt bij aan de volgende SDG-doelen:
-
Doel 7: Betaalbare en duurzame energie – Verzekeren toegang tot betaalbare, betrouwbare, duurzame en moderne energie voor iedereen (energieverbruik, energie-efficiëntie en hernieuwbare energie)
-
Doel 11: Duurzame steden en gemeenschappen – Steden en kernen inclusief, veilig, robuust en duurzaam te maken
-
Doel 12: Verantwoorde consumptie en productie – Verzekeren van duurzame consumptie- en productiepatronen
-
Doel 13: Klimaatactie - Nemen van urgente acties om klimaatverandering en de gevolgen hiervan tegen te gaan
-
Doel 17: Partnerschap om doelstelling te bereiken – Inzet middelen voor implementatie SDG-doelen en het vernieuwen van het mondiale partnerschap voor duurzame ontwikkeling.
3. Het energiesysteem van de toekomst
De energietransitie in bestaande woon- en werkgebieden gaat over het terugbrengen van de CO₂-uitstoot. Dit betekent dat we de gebouwde omgeving, het bedrijfsleven en het transport energie-efficiënt en emissieloos maken. Op hetzelfde moment bouwen we nieuwe woningen. En ontwikkelen we nieuwe bedrijventerreinen. Dit vraagt om een betrouwbaar, duurzaam en toekomstbestendig energiesysteem voor onze huidige en nieuwe inwoners en bedrijven, voor de korte en de lange termijn.
De horizon 2050
We zijn onderweg naar een robuust en efficiënt energiesysteem in 2050. Met bijna geen uitstoot van CO₂. Hoe dat systeem er precies uitziet is nog onduidelijk. We weten niet hoe groot de energievraag dan is. Ook weten we nu nog niet welke en hoeveel energiebronnen er in 2050 beschikbaar zijn.
We weten wel dat we in 2050 geen gebruik maken van elektriciteit en warmte die met fossiele brandstof is opgewekt. Gas dat we gebruiken voor productie of transport is dan duurzaam opgewekt. Denk aan groen gas uit mest- en covergisting of groene waterstof. Waar het kan en efficiënt is, gebruiken we decentraal (lokaal/regionaal) opgewekte energie. We benutten lokale kansen om van duurzame energie te profiteren. Maar we gebruiken ook centraal opgewekte elektriciteit uit wind op zee en kernenergie. In Rijksbeleid staat de bouw van 4 kerncentrales in combinatie met het ontwikkelen van Small Modular Reactors (SMR) en de bouw van kleine reactoren.
We voeden onze elektriciteit-, gas- en microwarmtenetten decentraal en centraal. Dit combineren we met faciliteiten voor energieopslag en het zo slim mogelijk gebruiken van de beschikbare energie. In 2050 gebruiken we de schaarse ruimte optimaal voor ons energiesysteem, mede door multifunctioneel ruimtegebruik.
Het energiesysteem van de toekomst vraagt om stevige innovaties. Maar ook om besparing van het energiegebruik. En meer efficiëntie bij het opwekken, het transport, de opslag en het gebruik van energie in onze woningen, door bedrijven en in het vervoer.

Een periode van transitie
We willen een behoorlijke bijdrage leveren Er is een enorme verbouwing en systeemverandering nodig om te komen tot het energiesysteem van de toekomst: internationaal, in Nederland, in de gemeente Hardenberg, in onze huizen en bij bedrijven. Dit is een ontwikkeling vol onzekerheden. Want de energietransitie verloopt onvoorspelbaar en grillig.
Als gemeente faciliteren we en geven we het goede voorbeeld. De energietransitie moet betaalbaar blijven voor iedereen. We zetten in op innovatie en kennisontwikkeling. We versnellen waar het kan. En we proberen energie beschikbaar te houden voor wonen en werken. Ondertussen staat de leveringszekerheid van elektriciteit en warmte onder druk. Nu al kunnen ondernemers niet uitbreiden en dreigt de bouw van nieuwe woningen te vertragen. Nieuwe bedrijven krijgen geen gecontracteerd vermogen. En verschillende sectoren kunnen niet verduurzamen. Om deze problemen op te lossen, doen netbeheerders enorme aanpassingen in onze energie-infrastructuur. Netwerkbedrijven en overheden verzwaren de energie-infrastructuur vanuit het provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (pMIEK). Maar de gemeente Hardenberg is daarin slechts één van vele spelers. Voor 2030 is een uitbreiding van het elektriciteitsnet gepland. Zoals het nu lijkt, is deze uitbreiding in 2024 al voor driekwart vergeven. Deze uitbreiding is dus niet voldoende. Verdere netuitbreidingen zijn nodig. Ook na 2030 blijft netcongestie een continu probleem dat nog tientallen jaren duurt. We weten niet hoe het energiesysteem van de toekomst eruit ziet. Daarom verloopt de overgang er naartoe grillig en met groeistuipen. Oplossingen of maatregelen die we nu treffen om energieschaarste en netcongestie op te lossen, kunnen schuren met keuzes die we later maken voor ons energiesysteem. Mogelijk zijn het plaatsen van (mega)batterijen of het aanleggen van grote (ondergrondse) warmtebuffers nu noodzakelijke tussenstappen. Maar het is de vraag of dergelijke voorzieningen in 2050 nog onderdeel zijn van ons uiteindelijke energiesysteem. Ook is niet te voorspellen hoe snel innovaties zich aandienen. Daarom zijn suboptimale oplossingen soms onvermijdelijk om periodes van energieschaarste op te lossen.
Het heden
In de gemeente Hardenberg is nu al sprake van energieschaarste en netcongestie bij het afnemen en terugleveren van elektriciteit. Dit blijft de komende jaren zo. Dit maakt de warmtetransitie in onze woningen en de energietransitie bij onze bedrijven en in de mobiliteit erg complex. Tegelijk willen we nieuwe bedrijventerreinen en woongebieden blijven ontwikkelen. We gaan hier in dit Programma Energie per Transitiepad verder op in.
4. Transitiepad Gebouwde Omgeving
Alle woningen en gebouwen die nu nog aardgas gebruiken, moeten op een andere manier worden verwarmd. Nieuwe woningen worden al enkele jaren zonder aardgasaansluiting gebouwd. We moeten tegelijkertijd voorkomen dat de CO₂-uitstoot stijgt door de groei van onze gemeente.
Woningen, winkels, het MKB en maatschappelijke gebouwen zorgen nu voor ruim 50% van de CO₂-uitstoot in Hardenberg. In 2050 zijn alle woningen en gebouwen (inclusief winkels en maatschappelijke gebouwen) nagenoeg emissieloos met een CO₂-uitstoot van nagenoeg nul. Bij nieuwbouw geldt vanaf 2030 de Europese eis ‘zero emission building’ (ZEB). Dat betekent dat deze gebouwen energiezuinig zijn en geen CO₂ uitstoten. De bestaande gebouwen kennen uiterlijk vanaf 2050 een CO₂-uitstoot van bijna nul. Dit gebeurt door energiebesparing (isolatie en gedrag) en de installatie van energie-efficiënte installaties die gebruik maken van duurzame warmtebronnen.
Achter de voordeur van elke woning, winkel of bedrijf en in elke straat of buurt moet wel iets gebeuren. Ook moeten de laagspanningsnetten voor elektriciteit in onze wijken en kernen worden aangepast om de elektrificatie van onze warmtevoorziening in combinatie met elektrisch vervoer de komende tientallen jaren mogelijk te maken. Hiervoor is ook een verzwaring van het midden- en hoogspanningsnet nodig.
Spoor 1 Van woningtypeaanpak naar wijkaanpak
Wat is de opgave?
Alle woningen en gebouwen zijn uiterlijk in 2050 van het aardgas af. Ze worden all-electric, met duurzaam gas of vanuit een micro-warmtenet verwarmd. In 2030 is het gebruik van aardgas in woningen en gebouwen met tenminste 25% verminderd. Hiervoor voeren we onze Transitievisie Warmte (2021) uit en maken we per woningtype een energiebespaarroute. We werken samen met Vechtdal Wonen, plaatselijk belangen en de netwerkbedrijven. Uiterlijk in 2026 vervangt een ‘Warmteprogramma’ de Transitievisie Warmte. Daarmee voldoen we aan de Omgevingswet
Hoe komen we daar?
Nu
-
Uitvoeren Transitievisie Warmte met woningtypeaanpak.
-
We werken samen met Vechtdal Wonen aan een pilot-aanpak voor het verduurzamen van woningen in een wijk/gebied met gespikkeld bezit (gemengde situatie van particulier bezit met sociale woningbouw).
Straks
-
Energiebespaarroutes voor alle veelvoorkomende woningtypen.
-
Warmteprogramma met een meer wijkgerichte aanpak.
-
Warmte Uitvoeringsplannen voor buurten en wijken. Hierbij werken we samen met Vechtdal Wonen, plaatselijke belangen en onze netwerkbedrijven.
Later
Wat gaan we doen?
We stimuleren inwoners om gebruik van aardgas verder terug te brengen. En uiteindelijk geen aardgas meer te gebruiken, maar bijvoorbeeld elektrisch of met groen gas te verwarmen. Hiermee zetten we de stap van het isoleren van woningen naar het installeren van hybride/ all-electric warmtepompen of alternatieven. Dit gebeurt op basis van vrijwilligheid. Het is de eigen verantwoordelijkheid van inwoners en verhuurders om in actie te komen. Vanuit het Energieloket Hardenberg ontzorgen we inwoners met maatregelen en subsidies.
In het Warmteprogramma combineren we de woningtypeaanpak met een wijkgerichte aanpak. We gaan eerst aan de slag in:
-
wijken waar netbeheerders het laagspanningsnet verzwaren;
-
buurten waar Vechtdal Wonen sociale huurwoningen energiezuinig maakt
-
wijken waar een collectieve warmtevoorziening (micro-warmtenet of bodemwarmtesysteem) kansrijk is.
Voor deze wijken geven we met Warmte Uitvoeringsplannen op basis van vrijwilligheid invulling aan de warmtetransitie. We gaan mensen niet dwingen om versneld van het aardgas af te gaan. Wel bevorderen we de warmtetransitie met onder meer kennis, advies en subsidie. Daarbij heeft ons Energieloket een belangrijke rol. Vanuit hier ondersteunen we onze inwoners fysiek en digitaal in de warmtetransitie. We maken gebruik van de ontwikkelde woningtypeaanpak. En van de beschikbare gereedschappen om de warmtetransitie per wijk te versnellen.
We werken samen met Vechtdal Wonen, plaatselijk belangen en netwerkbedrijven. Zo werken we binnen een bepaald tijdsbestek toe naar een aardgasvrije wijk of buurt.
Acties
-
In een Warmteprogramma (2026) werken we uit hoe we de warmtetransitie opschalen en versnellen om het aardgasverbruik in de gebouwde omgeving te verminderen.
-
We maken Warmte Uitvoeringsplannen voor wijken waar we aan de slag gaan met een meer wijkgerichte aanpak.
-
We maken een communicatie- en participatieaanpak voor het aardgasvrij maken van wijken.
-
We ondersteunen en ontzorgen inwoners vanuit het Energieloket met subsidiemogelijkheden en instrumenten die we werkenderwijs verder uitbreiden (huis-aan-huisacties, markten, informatieve bijeenkomsten).
-
Enexis verzwaart de energie infrastructuur wijk voor wijk door het laagspanningsnet toekomstbestendig te maken (2024/2025: Gramsbergen, 2025: Sibculo en Kloosterhaar, daarna de andere wijken). Zodat warmtepompen en auto’s in de toekomst voldoende elektriciteit krijgen en opgewekte elektriciteit van zonnepanelen het net op kan. Ook het omliggende netwerk voor midden- en hoogspanning moet worden verzwaard.
Spoor 2 Energiezuinig maken woningen en gebouwen
Wat is de opgave?
In 2021 was de CO₂-uitstoot in de gemeente Hardenberg 167 kiloton. De daling van energiegebruik zette in 2022 en 2023 door. Daarmee neemt de CO₂-uitstoot verder af. Het doel voor 2030 is een CO₂-uitstoot van maximaal 130 kiloton. Daarvoor is het nodig om gebruik van aardgas voor het verwarmen van woningen en gebouwen met tenminste 25% te verminderen. In 2050 moet de CO₂-uitstoot bijna nul zijn. Onze woningen en gebouwen zijn dan energie-efficiënt, worden met duurzaam opgewekte energie verwarmd en zijn zo goed als emissieloos.
Hoe komen we daar?
Nu
-
Uitvoeren Transitievisie Warmte met de focus op isoleren.
-
Verminderen gebruik fossiele brandstoffen voor verwarmen, warm tapwater en koken.
-
Energiebespaarroute voor elk veelvoorkomend woningtype.
-
Energieloket Hardenberg voor ondersteuning bij het energiezuinig maken van woningen.
-
Vechtdal Wonen maakt sociale huurwoningen energieneutraal.
Straks
-
Uitvoeren Transitievisie Warmte met de focus op het efficiënt gebruik van energie en aardgasvrij maken van bestaande woningen.
-
In de meeste woningen zijn meerdere isolatie- maatregelen doorgevoerd die veel bijdragen aan de energiebesparing.
Later
-
Alle woningen en gebouwen zijn energie- efficiënt, worden met duurzaam opgewekte energie verwarmd en zijn zo goed als emissieloos.
Wat gaan we doen?
De eerste stap (hink) van de Transitievisie Warmte is het verminderen van het energiegebruik. We stimuleren en ondersteunen inwoners om energie te besparen en te isoleren. Door de energiecrisis zijn inwoners al minder gaan stoken, korter gaan douchen en hun woningen en gebouwen beter gaan isoleren. Bij de tweede stap (stap) bereiden we woningen en gebouwen voor op aardgasvrij verwarmen, door:
-
installaties energie-efficiënt te maken;
-
hybride of all-electric warmtepompen toe te passen;
-
bestaande radiatoren te vervangen door laagtemperatuur afgiftesystemen zoals convectoren of vloerverwarming.
De mate, mogelijkheden en kosten voor het isoleren van een woning en de keuze voor een hybride pomp met groen gas of een all-electric oplossing hangen daarbij met elkaar samen. Als laatste (sprong) stappen we voor het verwarmen van woningen/gebouwen over op aardgasvrije bronnen, zoals elektriciteit en/of duurzaam gas. We wijzen woningeigenaren op de kansen en mogelijkheden om energie te besparen. En we ondersteunen maatregelen vanuit het Energieloket met informatie, advies en subsidie.
Acties
-
Op basis van de energiebespaarroutes voor veelvoorkomende woningtypes schalen we met een wijkaanpak op van isolatiemaatregelen naar het versnellen van de installatie van hybride en all-electric warmtepompen of alternatieven. Dit doen we samen met onze inwoners, Vechtdal Wonen, makelaars, particuliere verhuurders en plaatselijk belangen.
-
We professionaliseren het Energieloket Hardenberg, breiden de dienstverlening uit en maken het meer proactief met bijvoorbeeld online tools, inkoopacties en een bedrijvenplatform voor het opvragen van offertes voor energiemaatregelen.
-
We gaan door met het project energiezuinig & comfortabel wonen en de ondersteuning van bewonersgroepen samen met Natuur & Milieu Overijssel.
-
We brengen het ondersteunen van doe-het-zelvers via DOC 33 onder bij het Energieloket.
-
Samen met de provincie en andere gemeenten werken we aan een leidraad/leerlab voor het activeren en motiveren van VVE’s om energie- maatregelen te nemen. We onderzoeken de mogelijkheden voor een VVE-loket onder de vlag van het Energieloket Hardenberg.
-
We maken jaarlijks prestatieafspraken met Vechtdal Wonen over de aanpak van de energietransitie en de samenwerking daarin. Dit Programma Energie biedt kaders voor de langjarige aanpak.
-
Met een soortenmanagementplan borgen we natuurvriendelijk isolatiemaatregelen.
Spoor 3 Ontwikkeling micro-warmtenetten
Wat is de opgave?
In onze Transitievisie Warmte gaan we uit van een mix van all-electric en hybride oplossingen met duurzaam gas. Duurzaam gas uit co-vergisting en mono-mestvergisting is noodzakelijk bij de warmtetransitie en past bij het agrarische karakter van onze gemeente. In onze gemeente zijn ook systemen voor Warmte-Koude-Opslag. En warmtenetten kunnen een oplossing zijn. De mogelijkheden voor grootschalige warmtenetten zijn er nu niet. Bronnen om een warmtenet te voeden zijn schaars. Uit verkenningen naar een grootschalig warmtenet in Balkbrug of het centrum van Hardenberg blijkt dat dit complex en economisch en energetisch niet haalbaar is. Voor grootschalige warmtenetten is bovendien een groot aantal inwoners nodig om de maatschappelijk en individuele kosten te kunnen dekken. Als steeds meer inwoners hun woning verduurzamen, is het de vraag of warmtenetten nog haalbaar zijn. Mogelijk komen er in de toekomst nieuwe bronnen. Ook de techniek schrijdt voort. We verleggen de focus naar micro-warmtenetten (innovatieve en kleinschalige warmtenetten) als mogelijke oplossing voor de warmtevoorziening van clusters van gebouwen of gestapelde bouw, in combinatie met systemen voor Warmte Koude Opslag (WKO) en Warmte Kracht Koppeling (WKK).
Hoe komen we daar?
Nu
-
Gebruik van industriële restwarmte in enkele gebouwen (waaronder zwembad De Slag).
-
Meerdere WKO-installaties zijn operationeel.
-
Een haalbaarheidsonderzoek naar een hoog-temperatuur warmtenet in Balkbrug en omgeving is uitgevoerd.
-
Een haalbaarheidsonderzoek naar een laagtemperatuur warmtenet voor het Centrum Hardenberg en omgeving is uitgevoerd.
Straks
-
De uitkomsten van beide haalbaarheidsonderzoeken leiden ertoe dat we niet verder gaan met het onderzoeken van de mogelijkheden voor grootschalige warmtenetten
-
We focussen ons op de ontwikkeling van micro-warmtenetten voor clusters van gebouwen en gestapelde bouw.
Later
-
De rol van warmtenetten in de warmtetransitie is onbekend. Dat geldt ook voor de bijdrage van warmtenetten aan het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving.
Wat gaan we doen?
We verkennen de mogelijkheden van collectieve oplossingen voor de warmtevoorziening in de gebouwde omgeving. We volgen de ontwikkeling van innovatieve kleinschalige micro-warmtenetten en collectieve (bodem)warmtepompsystemen. We staan open voor pilots. We doen dit samen met netwerkbedrijven en Vechtdal Wonen.
Acties:
Spoor 4 Energiezuinig maken zakelijke markt
Wat is de opgave?
Zakelijke gebouwen moeten aardgasvrij, energiezuinig en zo goed als emissieloos worden. Vanuit het Klimaatakkoord gelden voor verschillende branches afzonderlijke afspraken en opgaven. De zakelijk markt kent veel verschillende soorten gebouwen: winkels, horeca, kantoren, bedrijfsverzamelgebouwen, bedrijfshallen en industriële complexen. De meeste zakelijke gebouwen staan in onze wijken, buurten en kernen en zijn onderdeel van de gebouwde omgeving. De eigenaren van deze zakelijke gebouwen moeten energiebesparende maatregelen nemen. Tegelijkertijd moeten ze hun bedrijfsvoering en het transport energiezuinig maken. Voor zakelijke gebouwen op een bedrijventerrein zijn collectieve oplossingen mogelijk. Deze staan in het transitiepad ‘Bedrijventerreinen en Industrie’.
Hoe komen we daar?
Nu
-
Energiebesparingsplicht bedrijven (rol gemeente via Omgevingsdienst IJsselland).
-
Toezicht op verplichte energie audit vanuit de Energy Efficiency Directive (EED) voor grote bedrijven (rol gemeente via Omgevingsdienst IJsselland).
-
Verplicht minimaal energielabel C voor kantoren (rol gemeente via Omgevingsdienst IJsselland).
Straks
-
Branches en clusters in de industrie voldoen aan afspraken Klimaatakkoord voor 2030.
-
Diverse kantoren voldoen in 2030 aan het streven naar energielabel A (geen verplichting).
Later
-
In 2050 worden zakelijke gebouwen aardgasvrij verwarmd.
-
In 2050 stoten zakelijke gebouwen vrijwel geen broeikasgas meer uit. De zakelijke gebouwen gebruiken dan duurzame elektriciteit uit zon/ wind of energie uit aardwarmte of duurzaam gas.
Wat gaan we doen?
De bedrijven moeten zelf aan de slag met maatregelen om hun zakelijke gebouwen energiezuinig te maken. De gemeente geeft informatie over onder meer de regels waaraan de zakelijke markt moet voldoen. De Omgevingsdienst IJsselland ziet erop toe dat bedrijven de landelijke regels en afspraken naleven.
Acties
Spoor 5 Energiezuinig maken maatschappelijke gebouwen
Wat is de opgave?
Gebouwen met een maatschappelijke functie moeten energiezuinig en aardgasvrij worden. Het gaat om buurthuizen, scholen, sportaccommodaties en kunst- en cultuurinstellingen. Deze maatschappelijke gebouwen kennen een grote variatie naar aard, omvang, gebruik en eigenaarschap. Eigenaren van maatschappelijke gebouwen zijn zelf verantwoordelijk voor het energiezuinig en zo goed als emissieloos maken van hun gebouw. Als gemeente bezitten we maatschappelijke gebouwen. We hebben hierin een voorbeeldfunctie. Professionele partijen die eigenaar zijn van een maatschappelijk gebouw kunnen dit zelf regelen. Maatschappelijke organisaties hebben vaak niet de tijd, kennis of financiële middelen om hun gebouw op eigen kracht energiezuinig te maken. Daar voelen we als gemeente een verantwoordelijkheid. Daarom ondersteunen we maatschappelijke organisaties ook financieel bij energiemaatregelen.
Hoe komen we daar?
Nu
-
Financiële ondersteuning via de subsidieregeling verduurzaming maatschappelijk vastgoed.
-
Faciliteren stimuleringslening verduurzamen maatschappelijk vastgoed (Fonds SVn).
-
Energieadvies en subsidiehulp met het ontzorgingsprogramma van de provincie Overijssel.
Straks
-
Op basis van maatwerk ondersteunen we het energiezuinig maken van het maatschappelijk vastgoed met advies en financiële middelen (subsidie en/of lening).
Later
Wat gaan we doen?
Stichtingen en verenigingen (non-profit) kunnen bij energiemaatregelen voor hun maatschappelijke gebouw een beroep doen op financiële regelingen van het Rijk (zoals DUMAVA en BOSA) en een ondersteuningsprogramma vanuit de provincie. De gemeente Hardenberg biedt aanvullend (financiële) ondersteuning op maat in de vorm van een subsidie en/of lening. Een deel van het maatschappelijk vastgoed is gemeentelijk eigendom. Daarvoor staan we zelf aan de lat (zie: transitiepad Eigen Gebouwen en Activiteiten). Energiemaatregelen in basisschoolgebouwen staan in het Integraal Huisvestingsplan voor het basisonderwijs.
Acties
-
Met een maatwerk aanpak voor maatschappelijk vastgoed ondersteunen we maatschappelijke organisaties bij het energiezuinig maken van hun gebouwen.
-
We breiden het Energieloket uit met een portal voor non-profit eigenaren en gebruikers van maatschappelijk vastgoed.
-
We maken het eigen gemeentelijk maatschappelijk vastgoed versneld energiezuinig. Het gaat om binnensportaccommodaties en basisscholen.
-
De energiecoördinator helpt huurders en gebruikers van gemeentelijk vastgoed bij het verminderen van het energieverbruik.
Spoor 6 Energiezuinig en emissieloos bouwen
Wat is de opgave?
Nieuwe woningen en woonwijken worden sinds 2018 aardgasvrij gebouwd. Vanaf 2021 moeten vergunningaanvragen voor nieuwbouw voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). Tussen nu en 2030 maakt de nieuwbouw de stap van bijna energieneutraal (BENG) naar volledig emissieloos (ZEB). De gemeente Hardenberg heeft een ambitieus woningbouwprogramma. Dit betekent dat elk jaar 400 nieuwbouwwoningen aan deze eisen moeten voldoen.
Hoe komen we daar?
Nu
Nieuwbouw voldoet aan BENG-eisen en is aardgasvrij.
Werken met de Groene en Gezonde Maatlat.
Straks
Nieuwe woningen/woonwijken voldoen aan de ZEB-eisen.
Later
Een deel van de nieuw gebouwde woningen is energiepositief op jaarbasis.
Wat gaan we doen?
We doen voor onze nieuwbouwplannen steeds vaker al in een vroeg stadium onderzoek naar de mogelijke energievoorziening. Dat doen we in aanvulling op de landelijk geldende regels en eisen. En om tempo te kunnen houden in de woningbouwontwikkeling in tijden van energieschaarste en netcongestie. Uitgangspunt bij nieuwe woningen en gebouwen is steeds:
-
ze zijn goed geïsoleerd;
-
ze beschikken over voldoende koeling en verwarming;
-
ze zijn aangesloten op een duurzame warmtebron (meestal een all-electric warmtepomp met zonnepanelen op het dak).
We onderzoeken of collectieve voorzieningen voor woningbouw mogelijk zijn. En we ondersteunen innovatieve ontwikkelingen om de nieuwbouw te verduurzamen.
In samenhang met de stikstofproblematiek wordt de CO₂-uitstoot in de bouwfase verminderd door gebruik van elektrische voertuigen en gereedschappen. Hiervoor is het nodig dat in de bouwfase voldoende elektriciteit beschikbaar is op of nabij de bouwlocatie. Dit past bij de ambities uit het convenant Schoon en Emissieloos Bouwen, waaraan ook Bouwend Nederland zich committeert. De gemeente verkent de wenselijkheid om hierbij aan te sluiten.
Voor een gezondere en duurzame leefomgeving, werken we bij nieuwe en bestaande woonwijken en bedrijventerreinen met de ‘Groene en Gezonde maatlat’. Hiermee beperken we negatieve gevolgen van klimaatverandering (hitte, wateroverlast en droogte), vergroten we het groenareaal, versterken we de biodiversiteit en stimuleren we positieve gezondheid in de fysieke leefomgeving. Concreet pakken we bijvoorbeeld hittestress aan met meer groen in de wijk of een andere kleurstelling van de woningen.
Acties
-
We vragen projectontwikkelaars en bouwondernemingen om stappen te zetten in het energiezuinig en energie-efficiënt ontwikkelen van nieuwe woningen en woonwijken. Dit geldt ook voor inwoners die in eigen beheer een woning bouwen.
-
De gemeente verkent de wenselijkheid tot deelname aan het Convenant Schoon en Emissieloos Bouwen.
-
De Groene en Gezonde Maatlat draagt bij aan een veilige, gezonde én groene woon- en werkomgeving. De maatlat geeft aan hoe we klimaat adaptief bouwen, met oog voor biodiversiteit. En hoe we daar bij ruimtelijke plannen voor nieuwe woonwijken en bedrijven- terreinen of de reconstructie van woonwijken mee om kunnen gaan. De Groene en Gezonde Maatlat geldt ook voor maatregelen in het kader van de energietransitie met een ruimtelijke impact bij bestaande en nieuwe woonwijken en bedrijventerreinen.
5. Transitiepad Bedrijventerreinen en industrie
Een betrouwbare energievoorziening is cruciaal voor onze bedrijven; nu en later. Bedrijven zijn hard aan de slag om hun CO₂-uitstoot terug te dringen. En om de bedrijfsvoering en het transport energiezuinig te maken. Dit doen bedrijven vanuit hun eigen opgaven, ambitie en verantwoordelijkheid.
De netcongestie remt bestaande bedrijven in hun transitieproces. Elektriciteit is nu al schaars. Dat blijft ook zo nadat de tot 2030 geplande netverzwaringen zijn doorgevoerd. We willen groeien en nieuwe bedrijventerreinen ontwikkelen. Ook willen we bedrijven ondersteunen bij verduurzaming. Er zijn dus structurele oplossingen nodig.
Als gemeente faciliteren we collectieve oplossingen voor een duurzame en betrouwbare energievoorziening op onze bedrijventerreinen en voor onze industrie.
Spoor 7 Energievoorziening bedrijventerreinen
Wat is de opgave?
Om de CO₂-reductiedoelstellingen te halen, moet de industrie het gebruik van elektriciteit en aardgas vergaand terugbrengen. Dat kan door om te schakelen naar andere energiebronnen voor het productieproces of de verwarming van bedrijfsgebouwen. Een stevige opgave zeker voor de bedrijven met een hoog aardgasverbruik in onze gemeente. Innovatieve technieken zijn nodig voor elektrificatie of het gebruik van duurzame gassen, zoals groen gas of waterstof.
Bedrijven in Hardenberg willen groeien. Daarom willen we nieuwe bedrijventerreinen ontwikkelen. Maar ook in de gemeente Hardenberg hebben we te maken met netcongestie en energietekorten. Ook stikstof vormt een probleem. Dat belemmert de groei en verduurzaming van bedrijven.
Er zijn aanvullende en structurele oplossingen nodig voor een betrouwbare, collectieve en duurzame energievoorziening voor bestaande en nieuwe bedrijven. Deze energievoorziening helpt bedrijven bij het halen van hun individuele doelen in de energietransitie. Dit is in eerste instantie een opgave voor de bedrijven zelf en de netwerkbedrijven. Maar het is ook een opgave die we vanuit de gemeente ondersteunen en faciliteren.
Hoe komen we daar?
Nu
-
Zonnepanelen op bedrijfsdaken.
-
Verkennen mogelijkheden voor een Smart Energy Hub op Broeklanden.
-
Onderzoeken energieverbruik en mogelijkheden Smart Energy Hubs op overige bedrijven- terreinen.
-
Wind op bedrijventerreinen is onderdeel van de programmeringsafspraken met de provincie Overijssel.
Straks
-
Nieuwe bedrijventerreinen hebben slimme oplossingen voor de energievoorziening (Smart Energy Hub, gesloten distributiesysteem en/of batterijen).
Later
-
Bedrijven op onze bedrijventerreinen gebruiken duurzame energiebronnen.
-
Het energiesysteem borgt adequate energie- voorziening aan bedrijven.
Wat gaan we doen?
We lobbyen actief voor uitbreiding en verzwaring van het elektriciteitsnet. Dat is nodig om individuele groei en de energietransitie bij onze bedrijven mogelijk te maken. En om nieuwe bedrijventerreinen te ontwikkelen. We maken de netverzwaring ook ruimtelijk mogelijk.
We ondersteunen en faciliteren innovaties, zoals Smart Energy Hubs of gebruik van groen gas en waterstof. Zo leveren we een bijdrage aan collectieve en structurele oplossingen voor de energievoorziening van onze bedrijven, voor de korte en lange termijn. Daarbij gebruiken we alle energiebronnen zo optimaal mogelijk. Op deze manier helpen we individuele bedrijven indirect bij het halen van hun eigen klimaatdoelen. Smart Energy Hubs zijn collectieve energieoplossingen op bedrijventerreinen. Een Smart Energy Hub is een gezamenlijk netwerk. Hier wordt energie opgewekt, opgeslagen en uitgewisseld. Zo kunnen bedrijven met name het elektriciteitsverbruik en de opwek op elkaar afstemmen en optimaliseren. In een Smart Energy Hub gebruiken de bedrijven de beschikbare ruimte op het elektriciteitsnet zo efficiënt mogelijk. Dit zorgt voor een meer stabiele en betrouwbare energievoorziening. Dit is goed voor de continuïteit van de bedrijven. En het helpt bedrijven om te groeien en te verduurzamen. Op bedrijventerrein Broeklanden werken ondernemers samen met de provincie Overijssel aan een Smart Energy Hub. Ook Enexis is hierbij betrokken. De ondernemers investeren zelf in individuele oplossingen. Deze combinatie lijkt op Broeklanden een besparing voor de bedrijven op te leveren en maakt ruimte op het overvolle elektriciteitsnet.
Windenergie op bedrijventerreinen heeft onze voorkeur omdat bedrijven veel energie vragen en gebruiken en we beschikbaarheid van energie voor onze bedrijven willen bevorderen. In het kader van het provinciaal windbeleid hebben we programmeringsafspraken gemaakt met de provincie Overijssel. Een van de afspraken is dat de provincie eerst plannen voor windmolens op bedrijventerreinen uitvraagt. Het collectief opwekken van windenergie als onderdeel van een Smart Energy Hub brengt vraag en aanbod dicht bij elkaar. Het vermindert ook netcongestie en helpt bedrijven bij het verduurzamen. Het initiatief voor windenergie op bedrijventerreinen ligt bij de ondernemers.
Acties
-
Bedrijven nemen zelf (collectief) verantwoordelijkheid voor het ontwikkelen van Smart Energy Hubs en worden daarbij ondersteunt vanuit de provincie (kwartiermaker) en de gemeente (procesmanager verduurzaming bedrijventerreinen).
-
Bedrijven zijn verantwoordelijk voor de ontwikkeling van windturbines op bedrijven- terreinen. De provincie is bevoegd gezag en beoordeelt in 2024 - 2025 initiatieven voor windenergie op bedrijventerreinen.
-
Bij de start van de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen houden we rekening met een toekomstbestendige en duurzame energie- voorziening door de integratie van Smart Energy Hubs, gesloten distributiesystemen en/of batterijen.
-
We blijven in gesprek met Enexis over het stimuleren van de efficiëntere collectieve manier van energiegebruik in Smart Energy Hubs. We willen het voor bedrijven interessant maken om hierbij samen te werken. Waar nodig stellen we grond op bedrijventerreinen aan de energiebedrijven beschikbaar voor het aanleggen van de noodzakelijke energie infrastructuur te kunnen realiseren.
6. Transitiepad Mobiliteit
De gemeente Hardenberg groeit met nieuwe woonwijken en bedrijventerreinen. Steeds meer mensen wonen in onze gemeente, bezoeken onze gemeente of werken in onze gemeente. Hierdoor nemen ook de vervoers- en transportbewegingen (mobiliteit) toe. Als we niks doen, komt hierdoor meer CO₂-uitstoot. Daarom stimuleren we inwoners, bedrijven en bezoekers om te kiezen voor duurzame vormen van vervoer (fiets of openbaar vervoer) en om over te stappen op elektrisch vervoer. We willen dit mogelijk maken. We houden hiermee rekening bij het inrichten van de openbare ruimte. Ook leggen we publieke laadinfrastructuur aan.
Spoor 8 Energietransitie mobiliteit
Wat is de opgave?
Ruim 30% van het totale energieverbruik in onze gemeente kwam in 2020 door mobiliteit (450 GWh). Mobiliteit vraagt veel van onze energie-infrastructuur en de inrichting van de openbare ruimte. De vraag naar energie door mobiliteit wordt groter door elektrificatie van het wagenpark voor personen- en vrachtvervoer. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat we het gebruik van fossiele brandstoffen voor mobiliteit in 2030 meer dan halveren. De gemeentelijke opgave is het aanleggen van de publieke laadinfrastructuur voor personenvervoer. Daarnaast zetten we in op de elektrificatie van openbaar vervoer, doelgroepenvervoer en ons eigen wagenpark. Zo voorkomen en beperken we het gebruik van fossiele brandstoffen voor vervoer. Onze rol bij het stimuleren, faciliteren en deels ook handhaven van de eisen die aan de zakelijke mobiliteit worden gesteld (zware vracht, bouw en landbouw) is beperkt. We helpen bij innovaties in deze sectoren. Railtransport en scheepvaart dragen bij aan het verminderen van vrachttransport over de weg en het reduceren van de CO₂-uitstoot, maar zijn niet primair de verantwoordelijkheid van de gemeente. Wel maken we ons hard voor elektrificatie van de spoorverbindingen van en naar de gemeente.
Hoe komen we daar?
Nu
-
Inzetten elektrische lijnbussen in het openbaar vervoer.
-
Ruim 250 publieke laadpunten in de openbare ruimte, 120 semipublieke laadvoorzieningen, 15 snellaadpunten en ruim 1500 private laadpunten.
Straks
-
Het STOMP-principe is als basis van ons mobiliteitsbeleid uitgewerkt.
-
Groei van het aantal laadvoorzieningen in de (semi)publieke ruimte (factor 2,5 naar 2030 en opnieuw factor 2,5 naar 2035).
-
Collectieve laadvoorzieningen op bedrijven- terreinen.
-
Laadvoorzieningen zijn slim ingericht.
-
Laadpleinen worden waar mogelijk gecombineerd met energieopwekking (Solarcarport).
-
Nieuwbouwwijken zijn EV-ready, met geclusterde laadvoorzieningen in de wijk.
-
Ons eigen wagenpark is voor zover mogelijk verduurzaamd.
Later
-
Mobiliteit is in 2050 emissieloos. De openbare ruimte faciliteert STOMP en elektrisch vervoer optimaal.
Wat gaan we doen?
Verduurzaming van mobiliteit begint met ‘besparen’ door het vervoersbewegingen te voorkomen. Dat kan door nieuwe technieken en gedragsverandering (thuiswerken). De CO₂-voetafdruk van langzaam verkeer is kleiner dan van gemotoriseerd verkeer. Die van het openbaar vervoer is kleiner dan van het autoverkeer voor personen. Daarom is het STOMP-ordeningsprincipe de basis van ons mobiliteitsbeleid. STOMP staat voor ‘Stappen en vervolgens naar Trappen, Openbaar Vervoer, Mobility as a Service (MaaS) en tenslotte de Privéauto. We zorgen dat de fiets een goed alternatief is voor de auto door de belangrijkste fietsverbindingen van en naar de kern Hardenberg te verbeteren.
We zetten in op de elektrificatie van de spoorlijn Almelo–Hardenberg en de aanleg van de Nedersaksenlijn. Daarnaast richten we ons op een verdere optimalisatie van de buslijnen aanvullend op de bestaande Vechtdallijnen. Voor het personenvervoer en andere vervoerssegmenten (doelgroepenvervoer, taxi’s, bestel- en vrachtwagens, bussen en Light Electric Vehicles) zetten we in op een vergaande elektrificatie. Dit is grotendeels de eigen verantwoordelijkheid van onze inwoners en bedrijven. Bij het openbaar vervoer en doelgroepenvervoer kunnen we via de regionale concessies en eisen in de gemeentelijke aanbesteding sturen op het gebruik van elektrisch vervoer. Voor (inter)nationaal zwaar transport over grotere afstanden en landbouwvoertuigen lijkt de keuze ook richting elektrificatie te gaan. Dit is nog niet zeker. Als elektrificatie niet kan, blijven waterstof of LNG als optie in beeld.
Met ‘smart mobility’ richten we ons op innovatieve ontwikkelingen in dataverwerking (big data), zelfrijdende auto’s, automatisering in verkeers- en mobiliteitsmanagement en nieuwe mobiliteitsdiensten. We volgen de ontwikkelingen rond alternatieve niet-fossiele brandstoffen, zoals waterstof en groen gas, voor internationaal transport of in de landbouw. En we staan we open voor innovatieve pilots rond gebruik van waterstof/hernieuwbare gassen in de mobiliteit. We bevorderen elektrisch rijden voor inwoners door mee te werken aan private en (semi-) publieke laadpunten, laadpleinen en voorzieningen voor snelladen. Bij het inrichten van de openbare ruimte houden we rekening met de vraag naar elektrisch vervoer en elektrisch laden. We richten de laadvoorzieningen slim en netbewust in. We hebben dit uitgewerkt in onze laadstrategie. De elektrificatie van vervoer raakt de vraagstukken rond netwerkcongestie en energieschaarste. Samen met het bedrijfsleven werken we aan het inrichten van Smart Energy Hubs die mede bijdragen aan de energietransitie van het wagenpark van die bedrijven.
Acties
-
We passen het STOMP-principe toe. De menselijke maat staat hierbij centraal. Actieve vormen van mobiliteit zorgen voor energiebesparing en gezondheidsvoordelen voor inwoners en in onze de leefomgeving.
-
Samen met de provincie Overijssel houden we het openbaar vervoersysteem tegen het licht. We zetten in op het grootschalig verbeteren en intensiveren van de busverbindingen aan de noordkant van het Vechtdal (Slagharen- Dedemsvaart-Balkbrug), de Vechtdallijn, de Nedersaksenlijn. We regelen het kleinschalig openbaar vervoer in om de fijnmazige bereikbaarheid onze kernen zeker te stellen
-
We koppelen het verbeteren van de het openbaar vervoersysteem aan het inrichten van mobiliteits-Hubs als schakel zijn in de bereikbaarheid van Hardenberg. Voor de eerste en laatste anderhalve kilometer van ketenreizen zetten we in op duurzame deelmobiliteit. Duurzame deelmobiliteit kan ook een bijdrage leveren voor de gebieden waar geen of weinig regulier openbaar vervoer is.
-
We zorgen voor voldoende laadinfrastructuur zoals beschreven in de laadstrategie.
7. Transitiepad Opwek elektriciteit en duurzaam gas
In 2050 maken we geen gebruik meer van fossiele brandstoffen voor onze energievoorziening. Elektriciteit heeft daarbij de belangrijkste rol. We moeten de elektriciteit duurzaam opwekken uit zon, wind (op land en op zee) en kernenergie (kerncentrales, Small Modular Reactors en kleine kernreactoren). In de gemeente Hardenberg wekken we al elektriciteit op uit zon en wind en co-vergisting.
Tot 2030 hebben we de opgave om meer elektriciteit uit wind op te wekken. Daarbij is de provincie het bevoegd gezag voor de grote windopstellingen. Belangrijk uitgangspunt is dat tenminste 50% van de opwek in lokaal eigendom is. Het bevoegd gezag kan in een verordening vastleggen dat ontwikkelaars van wind- of zonprojecten moeten motiveren wat zij doen om 50% lokaal eigendom te realiseren. Ontwikkelaars moeten hier aan voldoen. Na 2030 zijn kernenergie en wind op zee landelijk de belangrijkste opties voor het opwekken van elektriciteit. Voor onze warmtevoorziening zijn duurzame gassen nodig. Waterstof kan gebruikt worden bij productieprocessen bij bedrijven en in het transport. Landelijk wordt ingezet op groene waterstof voor de industrie. Maar om die groene waterstof te maken is duurzaam opgewekte elektriciteit, biogas of biomassa nodig.
De gemeente Hardenberg maakt zich sterk voor meer productie van groen gas uit co-vergistingsinstallaties en mono-mestvergisting bij (clusters) van agrarische bedrijven.

Spoor 9 Opwekken elektriciteit met zon en wind
Wat is de opgave?
In de Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 hebben we ons gecommitteerd aan 237 GWh duurzame opwek van elektriciteit. Daarvan komt 166 GWh uit windenergie en 71 GWh uit zon (op land en grote daken).
De provincie Overijssel heeft nieuw windbeleid vastgesteld en is bevoegd gezag voor grotere initiatieven voor windmolens. Volgens de nieuwe Energiewet zijn dit initiatieven met een vermogen hoger dan 15 MW (2 tot 3 molens). Nu ligt de grens nog op 5 MW (1 tot 2 molens).
In het provinciaal windbeleid staan vier voorkeursgebieden, waaronder het voorkeursgebied Ommen-Hardenberg. De opgave voor wind in het voorkeursgebied Ommen-Hardenberg is groter dan we hebben afgesproken in de RES 1.0. Voor de gemeente Hardenberg gaat het om een windopgave van in totaal 235 GWh. Het bestaande windpark De Veenwieken (34 GWh) telt mee in deze afspraken. Dat betekent dat er in de gemeente Hardenberg tot 2030 circa 10 tot 15 windmolens (totaal 200 GWh) bij moeten komen.
Hoe komen we daar?
Nu
-
Opwekken 71 GWh zonne-energie.
-
Opwekken 34 GWh windenergie in windpark De Veenwieken.
-
Opwekken 34 GWh zonne-energie op kleine daken.
-
De ontwikkeling van kleine windmolens op agrarische bedrijven is mogelijk.
-
Programmeringsafspraken met provincie voor 235 GWh windenergie, inclusief 34 GWh in De Veenwieken.
Straks
-
Realisatie van 200 GWh aan windprojecten
-
Initiatiefnemers van windprojecten kunnen zich in 2024-2025 in twee rondes melden bij de provincie Overijssel.
-
Tweejaarlijkse monitoren van de voortgang programmeringsafspraken.
-
Realisatie van 200 GWh aan windprojecten door ontwikkelaars.
-
Opwek wind en zon onderdeel van Smart Energy Hubs op bedrijventerreinen.
-
Kleinschalige opwek op land voor particulier gebruik mogelijk.
-
Discussie over opgave grootschalige opwek elektriciteit na 2030. Hoe kunnen we daarin voorzien? Regelen we dit nationaal via kernenergie en wind op zee, of is er ook dan nog een lokale/regionale opgave?
Later
-
Een volledig duurzaam energiesysteem gevoed vanuit lokale en (inter)nationale opwek.
-
Nationaal draagt kernenergie bij aan de energie opwek.
Wat gaan we doen?
In het kader van nieuw windbeleid heeft de provincie met de meeste Overijsselse gemeenten programmeringsafspraken gemaakt over hoeveel vergunningsruimte voor windenergie er maximaal in een gemeente is. Met deze afspraken wil de provincie ervoor zorgen dat de windturbines niet onbeperkt en zomaar overal worden geplaatst. Door afspraken te maken krijgen gemeenten duidelijkheid over het maximum aan windenergie in de gemeente. De afspraken gaan ook over wanneer initiatiefnemers aanvragen kunnen indienen en voor welke plekken. Dit gebeurt in twee rondes. De provincie beoordeelt in de eerste ronde de plannen voor windmolens op bedrijventerreinen in de gemeente Hardenberg op haalbaarheid. En bepaalt welke initiatiefnemers hun plan verder mogen uitwerken. Na deze eerste ronde is duidelijk hoeveel ruimte er nog over is voor windenergie in de gemeente Hardenberg. In de tweede ronde kunnen alle andere initiatiefnemers met een plan voor windturbines in het voorkeursgebied in onze gemeente een aanvraag doen bij de provincie Overijssel.
De provincie beoordeelt de plannen voor windturbines. En kiest de beste projecten uit. Initiatiefnemers van die projecten mogen hun plan verder ontwikkelen. Voor die projecten start de procedure voor de aanvraag van een vergunning. Pas als de initiatiefnemers voor hun project van de provincie een vergunning hebben gekregen, kunnen ze beginnen met het plaatsen van windturbines.
Lokaal eigendom zorgt voor lokaal zeggenschap over een energieproject en een evenredige verdeling van de lusten en lasten in een gebied. Het gaat om economisch én juridisch eigendom. Grootschalige initiatieven voor de opwek van zon en wind moeten voor tenminste 50% in lokaal eigendom zijn. Dit betekent dat minimaal 50% van het risicodragend eigen vermogen door partijen met een omgevingsbelang wordt ingebracht én dat er sprake is van juridische zeggenschap. Financieel eigendom staat los van juridisch eigendom. Dat wil zeggen: iedereen uit de omgeving die zeggenschap wil over het energieproject krijgt daartoe de mogelijkheid, ook als zij geen mogelijkheid hebben om het project te financieren. Door lokaal eigendom krijgt de lokale gemeenschap financieel voordeel en meer zeggenschap over het windproject te hebben. Dit kan leiden tot meer acceptatie in de omgeving van een windturbinepark. De energiecoöperatie speelt hierbij een belangrijk rol. De gemeente ondersteunt de energiecoöperatie. Ook de provincie gaat bijdragen aan de verdere professionalisering van energiecoöperaties. Aanvullend is er de mogelijkheid om de motiveringsplicht voor 50% lokaal eigendom bij verordening te regelen.
Formeel kan de provincie een plan slechts beoordelen op ruimtelijke gronden. Voor ons is het belangrijk dat een plan ook voldoet aan eisen rond participatie en de betrokkenheid van inwoners. Een initiatiefnemer is hiervoor verantwoordelijk. Wij hebben de provincie gevraagd om het gemeentelijk afwegingskader en de participatieleidraad te gebruiken bij het beoordelen van initiatieven. In onze participatieleidraad staan voorwaarden voor het betrekken van inwoners bij toekomstige windprojecten en het invullen van 50% lokaal eigendom. In de leidraad gaan we ook in op financiële participatie.
We zijn in overleg met de provincie over compensatie rond het verlenen van medewerking aan de verhoogde windopgave.
Acties
-
De provincie doet 2024-2025 in twee rondes een uitvraag voor de ontwikkeling van windturbines. De eerste ronde richt zich op windinitiatieven op bedrijventerreinen. De tweede ronde richt zich op het volledige voorkeursgebied.
-
We hebben de provincie gevraagd om het gemeentelijk afwegingskader en de participatieleidraad te gebruiken bij het beoordelen van initiatieven. Dit is van belang omdat een deel van de windturbines relatief dicht bij woonomgevingen komt hetgeen tot veel reacties uit de samenleving zal leiden.
-
De gemeente blijft bij de provincie pleiten voor compensatie voor het verlenen van medewerking aan de verhoogde windopgave door Hardenberg.
-
We blijven betrokken bij de windprojecten in onze gemeente van initiatief tot realisatie. De provincie is bevoegd gezag, maar als gemeente blijven we een aanspreekpunt voor inwoners en bedrijven. Ook willen we grip houden op de eisen rond participatie en 50% lokaal eigendom.
-
We gebruiken de lokale opwek van wind- of zonne-energie in Smart Energy Hubs en stemmen vraag en aanbod beter af. Dit is goed voor een efficiënte, kosteneffectieve en duurzame energievoorziening op bedrijven- terreinen.
-
We ondersteunen de energiecoöperatie om het uitgangspunt van 50% lokaal eigendom te bereiken. De provincie is voornemens via een subsidieregeling aan gemeenten de verdere professionalisering van energiecoöperaties om 50% lokaal eigendom mogelijk te maken te faciliteren
-
We maken samen met de provincie een verordening om 50% lokaal eigendom beter te verankeren.
Spoor 10 Opwek duurzaam gas
Wat is de opgave?
Duurzaam gas is nodig om gebouwen te verwarmen, als productiegas en autobrandstof. In onze Transitievisie Warmte is de hybride warmtepomp met duurzaam gas voor veel woningen de eindoplossing. We werken samen met RENDO/N-tra en Cogas om de productie en toepassing van groen gas te bevorderen. Soms is ook Enexis nodig om bijvoorbeeld een biogasinstallatie van voldoende elektriciteit te kunnen voorzien. Bij covergisting wordt dierlijke mest samen met covergistingsmaterialen vergist. Mono-mestvergisting is een innovatieve methode waarbij verse drijfmest wordt vergist in een afgesloten omgeving bij een constante temperatuur van 40 graden Celsius. We hebben de ambitie om de productie van groen gas te verhogen. Het is onze ambitie om duurzaam gas uiteindelijk lokaal te gebruiken in onze woningen en bedrijven.
Hoe komen we daar?
Nu
-
Productie van groen gas door covergistingsinstallaties.
-
Samenwerkingsovereenkomst duurzaam gas met netwerkbedrijven.
-
De netinfrastructuur is en wordt aangepast op invoeding productie duurzaam gas in Hardenberg.
Straks
-
Bijmengverplichtingen duurzaam gas naar 20% in 2030.
-
Optimale productie door covergistingsinstallaties.
-
Meerdere groen gas clusters voor mono-mest- vergisting met een collectieve opwerkinstallatie.
Later
-
Een volledig duurzaam energiesysteem gevoed vanuit lokale en (inter)nationale opwek van duurzaam gas.
Wat gaan we doen?
Samen met de netwerkbedrijven verkennen en ondersteunen we de mogelijkheden om de productie van duurzaam gas bij bedrijven, agrariërs en partners te verhogen. Dat doen we met kennis, informatie en onder voorwaarden ook financieel. De gasinfrastructuur is en wordt daarop aangepast. De focus ligt op mono-mestvergisting door (clusters van) agrarische bedrijven.
Acties
-
Samen met de netwerkbedrijven bevorderen we de mogelijkheden voor mono-mestvergisting met informatie en advies. We ondersteunen clusters van agrarische bedrijven waar nodig en onder voorwaarden.
-
We willen aansluiten op de waterstofbackbone en lobbyen daarvoor samen met onze bedrijven. We verkennen de mogelijkheden voor waterstof (uit reststroom of syngas). We staan positief tegenover pilots.
-
We verkennen samen met de netwerkbedrijven hoe we het in de gemeente opgewekte duurzame gas lokaal kunnen gebruiken in onze woningen, bedrijven en de eigen gebouwen. Ook lobbyen we hiervoor samen met de netwerkbedrijven.
8. Transitiepad Eigen gebouwen en activiteiten
We geven met onze eigen gebouwen en activiteiten het goede voorbeeld in de energietransitie. We maken onze gemeentelijke gebouwen sneller energiezuinig. En bouwen nieuwe gebouwen waar mogelijk energiezuinig en emissieloos. We elektrificeren ons wagenpark en ons materieel. We kopen duurzame energie in en zoeken naar mogelijkheden om dit dichtbij huis te kunnen doen.
Spoor 11 Energieaanpak eigen gebouwen en activiteiten
Wat is de opgave?
De CO₂-uitstoot van de gemeentelijke organisatie is nu ongeveer 4 kiloton. Zo’n 15% van de energie die we zelf gebruiken, wekken we ook zelf op. In 2030 hebben we de CO₂-uitstoot van onze gemeentelijke gebouwen en activiteiten met 55% verminderd ten opzichte van 1990. We willen de CO₂-uitstoot terugbrengen naar nagenoeg nul. Dit geldt voor onze activiteiten en de gemeentelijke gebouwen zoals het gemeentehuis, de gemeentewerf, het zwembad, binnensportaccommodaties en cultuur- en wijkcentra. Maar ook voor onderwijsgebouwen, waar we als gemeente een gedeelde verantwoordelijkheid kennen. Om dit doel te halen, moeten we onze gebouwen en activiteiten versneld energiezuinig en waar mogelijk emissieloos maken.
Hoe komen we daar?
Nu
-
Veel gebouwen hebben energielabel A of beter (90% van gebouwoppervlak van gebouwen uit vaste voorraad).
-
Duurzame inkoop van energie (groen of CO₂-gecompenseerd).
-
Energiemonitorsysteem is operationeel.
Straks
-
Gebouwen in de vaste voorraad hebben energielabel A of beter, met uitzondering van kleine gebouwen met een laag energieverbruik zonder verblijfsfunctie (bijvoorbeeld. begraafplaatsgebouwen).
-
Nieuwbouw is een ‘werkelijk energieneutraal gebouw’ (WENG).
-
Renovatie doen we aardgasvrij en minimaal energielabel A++ of A+++ (Renovatiestandaard), tenzij dit niet praktisch haalbaar blijkt.
-
We kopen duurzame energie lokaal in.
-
Ons wagenpark en materieel is vergaand geëlektrificeerd.
Later
-
We voldoen aan het klimaatakkoord: in 2050 zijn we klimaatneutraal en zijn onze gebouwen aardgasvrij.
Wat gaan we doen?
We brengen ons energieverbruik verder terug. De energie die we gebruiken, wekken we zoveel mogelijk duurzaam op. Dat doen we deels op de daken van onze gebouwen. De rest kopen we in. We nemen sneller energiemaatregelen in onze gebouwen en activiteiten.
Acties
-
Verdere verduurzaming is integraal onderdeel van de vastgoedstrategie voor gemeentelijke gebouwen. Daarvoor maken we Integrale Huisvestingsplannen (IHP’s). We werken al aan IHP’s voor binnensport, buitensport en zwembaden. Samen met de Veiligheidsregio IJsselland maken we een vastgoedstrategie voor de brandweergebouwen.
-
In het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs staan de kaders voor duurzaamheid van schoolgebouwen. Voor de uitvoering vertalen we de duurzaamheidsdoelstellingen naar programma’s. Zo werken we op logische investeringsmomenten en in overleg met schoolbesturen aan de energietransitie.
-
De verantwoordelijkheid voor verduurzaming van schoolgebouwen voor voortgezet onderwijs ligt bij de schoolbesturen. We beoordelen mogelijkheden en vormen voor ondersteuning per situatie (maatwerk).
-
Op een routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed staan de duurzaamheidsdoel- stellingen voor de gemeentelijke gebouwen. En de maatregelen die daarvoor nodig zijn, zoals innovatieve technieken en inregelmogelijkheden van installaties. Zo bewaken we de voortgang. De vastgoedstrategie, energiebesparing (maatwerk)adviezen en het energiekompas zijn input voor de routekaart.
-
De energiecoördinator helpt huurders en gebruikers van gemeentelijke gebouwen bij het verminderen van het energieverbruik.
-
We monitoren energieverbruik in onze gebouwen en installaties en signaleren mogelijkheden voor optimalisatie van installaties en verduurzaming.
-
Samen met enkele gemeenten uit de inkooporganisatie onderzoeken we de haalbaarheid en wenselijkheid van een (regionale) energie-entiteit voor de inkoop van elektriciteit en groen gas voor eigen gebouwen en activiteiten.
-
We elektrificeren ons wagenpark, de installaties en ons materieel. Op termijn maken we gebruik van een duurzaam alternatief voor de zware tractie. We elektrificeren kleine waterwerken (gemalen, pompen drukriolering, ed.) en sturen ze slim aan op basis dynamische energieprijzen.
-
We maken de openbare verlichting energiezuinig.
9. Wat is er nodig?
Voor onze energietransitie is meer nodig dan alleen het terugbrengen van de CO₂-uitstoot, het energiezuinig maken van onze gebouwen en bedrijven of het duurzaam opwekken van energie. Innovatie en kennisontwikkeling kunnen helpen om stappen te zetten in de energietransitie.
Het betaalbaar houden van energie voor iedereen, nu en later, is een belangrijk randvoorwaarde in de energietransitie. Dat geldt ook voor energiebeschikbaarheid en de aanpak van netcongestie. De aanpak van netcongestie en energieschaarste vraagt om meer regie op de energievoorziening van onze inwoners en bedrijven. Daarom werken we met andere overheden, netwerkbedrijven, het bedrijfsleven en Vechtdal Wonen aan integrale oplossingen voor een langjarige duurzame energievoorziening. Samen komen we tot goede keuzes. En stellen we de juiste prioriteiten bij investeringen in ons energiesysteem. Alle veranderingen die deze energietransitie met zich meebrengt, vragen om communicatie, participatie en samenwerking met een groot aantal partijen in en om de gemeente Hardenberg.
Spoor 12 Betaalbaarheid
Wat is de opgave?
Iedereen moet mee kunnen doen aan de energietransitie. Toch is dat niet vanzelfsprekend. Voor veel inwoners heeft de energietransitie praktische en financiële gevolgen. Tijdens de recente energiecrisis konden mensen een laag of middeninkomen de snel stijgende energiekosten niet of nauwelijks dragen. We willen we energie- ongelijkheid of energiearmoede voorkomen. Daarom staat of valt de energietransitie met betaalbaarheid.
Hoe komen we daar?
Nu
-
Het Energieloket ondersteunt inwoners met een smalle beurs proactief bij energiemaatregelen.
-
Vechtdal Wonen werkt aan energiemaatregelen in sociale huurwoningen.
-
De aanpak van de energiecrisis richt zich op het betaalbaar houden van energielasten.
-
Ondersteunen maatschappelijke organisaties bij het verduurzamen van hun vastgoed.
-
Alert zijn op mogelijkheden om energiearmoede terug te dringen.
Straks
Wat gaan we doen?
We houden de energievoorziening en de energietransitie zo betaalbaar mogelijk. Dat doen we samen met partners, zoals Vechtdal Wonen en maatschappelijke/culturele instellingen. We betrekken ook particuliere verhuurders, bouwmarkten en makelaars.
Bij de warmtetransitie hebben we extra aandacht voor inwoners met een smalle beurs. Samen met Vechtdal Wonen helpen we bij het energiezuinig maken van sociale huurwoningen. Ons Energieloket geeft energieadvies, biedt hulp met energiecoaches en het Energie Klusteam en informeert over subsidies voor het betaalbaar houden van energie en de kosten van de energietransitie. Speciaal voor lagere inkomensgroepen zijn er subsidiemogelijkheden voor isoleren en andere energiemaatregelen, vanuit de RegioDeal Zuid- en Oost Drenthe en het Nationaal Isolatieprogramma (NIP).
Tijdens de energiecrisis ondersteunden we inwoners en verengingen met het verruimen van het sociaal cultureel fonds en een noodfonds. Het noodfonds blijft onderdeel van het beleid voor bestaanszekerheid. Een armoederegisseur signaleert tot eind 2025 armoede. En maakt dit onderwerp bespreekbaar bij inwoners en organisaties die in contact staan met inwoners (sportverenigingen, scholen, kerken en thuiszorg). Zo kunnen mensen gemakkelijk en op een laagdrempelige manier hulp vinden.
Acties
-
Het Energieloket Hardenberg ondersteunt inwoners in de lagere inkomensgroepen met een koop- of huurwoning. Dit in aanvulling op de instrumenten die we inzetten voor armoede- bestrijding.
-
We ondersteunen maatschappelijke organisaties en culturele instellingen bij het energiezuinig maken en gebruiken van hun gebouwen. Dit doen we met advies en door maatregelen te nemen aan onze eigen gebouwen. Voor niet-professionele maatschappelijke organisaties is er financiële ondersteuning bij het verduurzamen van hun vastgoed. Zo voorkomen we indirect dat hoge energielasten worden doorberekend aan onze inwoners.
-
Onze inwoners kunnen gebruik maken van subsidiemogelijkheden vanuit het Nationaal Isolatieprogramma (NIP), de RegioDeal Zuid- en Oost Drenthe, provincie en Rijk (o.a. ISDE). Het Energieloket geeft hierover informatie. Onze subsidieadviseur helpt inwoners bij een subsidie aanvraag.
Spoor 13 Innovatie en kennisontwikkeling
Wat is de opgave?
Innovaties en kennisontwikkeling zijn nodig in onze energietransitie. En voor het energiesysteem van de toekomst. Soms gaan innovaties vanzelf. Soms is ondersteuning nodig in de vorm van kennisontwikkeling en samenwerking. In pilots leren we met vallen en opstaan. Niet alle innovaties slagen of zijn direct rijp om op grotere schaal toe te passen.
Hoe komen we daar?
Nu
-
Ontwikkeling Smart Energy Hub op Broeklanden.
-
Ontwikkeling cluster mono-mestvergisting.
-
Oriëntatie op mogelijkheden voor kleinschalige kernenergie. Waarbij we aansluiten op de aanpak uit de provinciale energievisie.
-
Onderzoek naar toepassing aquathermie zwembad De Kiefer.
Straks
-
Opschaling Smart Energy Hubs.
-
Ontwikkelen micro-warmtenetten en (bodem) warmtesystemen.
-
Opschaling productie groen gas uit mono-mestvergisting.
Wat gaan we doen?
We hebben een open houding voor innovaties in de energietransitie. Onder innovaties verstaan we ook ontwikkelingen die die nieuw zijn voor onze gemeente. Het gaat dus niet per se om zaken die geheel nieuw zijn voor Nederland of daarbuiten. Innovaties kunnen gaan over technische oplossingen in de energietransitie of over vernieuwende beleidskeuzes en procesaanpakken (organisatorisch, financieel of procedureel). We willen innovaties faciliteren. En we richten ons op kennisontwikkeling en kennisdeling. Dat doen we zelf en in samenwerking met Nieuwe Energie Overijssel. We bevorderen innovatie en kennisontwikkeling ook met pilots. Voorbeelden van innovaties zijn Smart Energy Hubs op onze bedrijventerreinen, clusters van mono-mestvergisting bij agrarische bedrijven en een energiecoöperatie die duurzaam gas lokaal beschikbaar maakt. Ook denken we aan kleinschalige mogelijkheden tot lokale opwek, opslag van elektriciteit (batterijen/boilers) of het ontwikkelen van micro-warmtenetten en (bodem) warmtesystemen. We zien ook het toepassen van waterstofgas in de gebouwde omgeving bij bedrijven en in de mobiliteit als een innovatie en kans. Verder blijven we de ontwikkeling rond kleine kernreactoren volgen.
Acties
-
Met het bedrijfsleven, kennisinstituten en andere overheidspartners in Oost Nederland en de Regio Zwolle ontwikkelen en delen we kennis rond Smart Energy Hubs en andere alternatieve oplossingen voor een efficiënte collectieve energievoorziening bij bedrijven.
-
We ondersteunen innovaties door pilots mogelijk te maken en de kennis die we opdoen te delen. Meedoen aan het of het faciliteren van innovaties en pilots (financieel of anderszins) gebeurt op basis van maatwerk.
-
We onderzoeken de mogelijkheid voor de verwarming van zwembad De Kiefer met aquathermie.
Spoor 14 Energiebeschikbaarheid & aanpak netcongestie
Wat is de opgave?
We hebben in Hardenberg te maken met netcongestie, zowel bij het afnemen als terugleveren van elektriciteit. Op dit moment raakt dat vooral de bedrijven op onze bedrijventerreinen met grootverbruik aansluitingen. Of bedrijven die hun aansluiting willen verzwaren voor groei, modernisering van de bedrijfsvoering of maatregelen in het kader van de energietransitie.
Landelijk krijgen ook kleinverbruik aansluitingen steeds vaker met netcongestie te maken. In de gemeente Hardenberg gebeurt dit bij het terugleveren van elektriciteit op het net vanuit zon op dak. Zonnepanelen op de daken worden dan tijdelijk uitgeschakeld. Ook zijn er korte onderbrekingen in de elektriciteitsvoorziening van woonwijken. Het elektriciteitsnetwerk in onze gemeente kraakt dus al in haar voegen.
Vanuit het landelijk actieprogramma netcongestie en het provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (pMIEK) wordt gewerkt aan maatregelen om de netinfrastructuur te verzwaren en de effecten van netcongestie te verminderen. Netbeheerder Enexis verzwaart met een buurtaanpak het laagspanningsnet wijk voor wijk. Dit gebeurt op basis van een samenwerkings- overeenkomst met de gemeente. Hierin is ook het ruimtelijk mogelijk maken van de verzwaring meegenomen. Naast het bijbouwen en verzwaren van netinfrastructuur zijn andere maatregelen nodig. Zo kunnen we vraag en aanbod beter bij elkaar brengen. Dit doen we door de beschikbare netcapaciteit goed te laten aansluiten op de vraag naar elektriciteitstransport voor zowel productie als verbruik. En door gelijktijdige piekvragen naar elektriciteit te beperken of te voorkomen. Voorbeelden van oplossingen voor toekomstige netcongestieproblemen zijn:
Onze gemeente heeft de ambitie om te groeien en nieuwe woon- en werkgebieden te ontwikkelen. Hierdoor neemt de vraag naar elektriciteit nog verder toe. Dat maakt de opgave rond energiebeschikbaarheid in de gemeente Hardenberg extra groot.
Hoe komen we daar?
Nu
-
Problemen bij het aansluiten op het elektriciteitsnet van nieuwe woonwijken en bedrijventerreinen en bestaande bedrijven die hun aansluiting willen uitbreiden.
-
pMIEK voor oplossingen en keuzes in netverzwaring.
-
Enexis heeft de uitbreiding van de HS/MS stations opgenomen in haar investeringsplan: station Hardenberg (2027), Dedemsvaart (2028) en een nieuw station (ca. 2035).
Straks
-
Gemeente en netbeheerders stemmen plannen voor woningbouw, bedrijvigheid, mobiliteit en duurzaamheid beter op elkaar af door lokaal te programmeren.
-
Enexis verzwaart het laagspanningsnet via hun buurtaanpak.
-
De gehele netinfrastructuur is verzwaard en het gebruik ervan is slim ingeregeld.
Wat gaan we doen?
Het beschikbaar houden van voldoende elektriciteit en het oplossen van netcongestie is een complexe opgave. Een belangrijk deel van de oplossing ligt buiten de reikwijdte van de gemeente.
Acties
-
We brengen vraag en aanbod bij elkaar. Door windenergie op bestaande en nieuwe bedrijven- terreinen te combineren met aanpassing/ verzwaring van het energienetwerk, Smart Energy Hubs of vergelijkbare alternatieven. Ook het gebruik van batterijen kan helpen. Met het afschaffen van de salderingsregeling worden thuisbatterijen mogelijk meer rendabel. Randvoorwaarde is dan wel dat deze batterijen slim worden ingezet ter ontlasting van het net. Ook kunnen elektrische auto’s op termijn als batterij het elektriciteitsnet beter balanceren. Ook warmtebuffers kunnen bijdragen aan het verminderen van de druk op ons energienetwerk.
-
We maken de verzwaring van laagspanningsnetten en aanpassingen van de netinfrastructuur voor het midden- en hoogspanningsnet tijdig ruimtelijk mogelijk en versnellen procedures en besluitvorming.
Spoor 15 Communicatie, participatie & samenwerking
Wat is de opgave?
De energietransitie vraagt iets van ons allemaal: onze inwoners, bedrijven, plaatselijke belangen en maatschappelijke organisaties. En van ons als overheid zelf.
Sturing en regulering vanuit overheid en afspraken met branches zijn nodig om de energietransitie te realiseren. De Europese Unie, het Rijk en de provincie hebben hierin een belangrijke rol. Grote delen van de energietransitie liggen buiten onze sturingsmogelijkheden. Wel kunnen we als gemeente onze inwoners en bedrijven motiveren, stimuleren en faciliteren bij het nemen van energiemaatregelen.
We informeren de samenleving over de soms moeilijke keuzes en afwegingen die de energietransitie met zich brengt. Waar mogelijk betrekken we de samenleving hierbij. We faciliteren tegelijkertijd dat al onze inwoners mee kunnen doen door de transitie betaalbaar te houden. We weten dat niet iedereen altijd even enthousiast is over de keuzes die we maken. Wel willen we daar helder en duidelijk over zijn. Uitgangspunt van onze communicatiestrategie is en blijft dat de energietransitie van ons allemaal is.
We willen ook helpen om stappen te zetten in de energietransitie in de gemeente Hardenberg. Daarvoor werken we samen met onze bedrijven, Vechtdal Wonen, netwerkbedrijven, partneroverheden in de RES West-Overijssel en de energiecoöperaties die in Hardenberg actief zijn.
Bij de opwek van duurzame energie zetten we samen met de energiecoöperaties (in Hardenberg zijn dit: Energiek Hardenberg en Lutten Levert) in op participatie en de realisatie van 50% lokaal eigenaarschap (zie spoor 9 opwek elektriciteit met zon en wind).
Hoe komen we daar?
Nu
-
Energiecoöperaties operationeel.
-
Participatie en 50% lokaal eigenaarschap is een eis in programmeringsafspraken provincie.
-
Website hardenberg.nl met actuele informatie over energietransitie en -innovatie.
-
Energieloket met fysieke en digitale informatie en ondersteuning voor inwoners.
-
Samenwerkingsovereenkomsten en prestatie- afspraken met meerdere partners.
-
Faciliteren collectieve oplossingen voor energie- voorziening bedrijventerreinen
Straks
-
Communicatie, participatie en samenwerking zijn onlosmakelijk onderdeel van de energietransitie Hardenberg.
Wat gaan we doen?
We blijven ons richten op het ontzorgen, betrekken, ondersteunen en helpen van onze inwoners, plaatselijke belangen, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Met respect voor de eigen verantwoordelijkheid die iedereen heeft. En met oog voor de complexe en dynamische transitieopgaven.
Acties
-
Onze communicatiestrategie richting inwoners en bedrijven sluit aan bij de vijf inhoudelijke transitiepaden.
-
Het Energieloket Hardenberg is de centrale plek voor informatie, advies en ondersteuning bij het energieneutraal maken van woningen. We blijven ons inspannen om de bekendheid en deskundigheid van het Energieloket (digitaal en fysiek) continue te verbeteren.
-
We ondersteunen initiatieven die vanuit onze samenleving tot ontwikkeling komen, ondersteunen pilots en bevorderen innovatie.
-
We maken samenwerkings- en prestatie- afspraken over opgaven in de energietransitie met netwerkbedrijven, ondernemers/ parkmanagement, Vechtdal Wonen en partneroverheden.
-
Participatie en lokaal eigenaarschap zijn een onlosmakelijk onderdeel in de energietransitie. Bij de grootschalige opwek van elektriciteit eisen we tenminste 50% lokaal eigenaarschap. Bij duurzaam gas zoeken we naar mogelijkheden om dit lokaal te kunnen toepassen. Energiecoöperaties spelen een belangrijke rol bij het invullen van participatie en lokaal eigenaarschap.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl