Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR748312
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR748312/1
Regeling vervallen per 20-11-2025
Verordening inwoner- en overheidsparticipatie gemeente Tynaarlo 2025
Geldend van 20-11-2025 t/m 19-11-2025
Intitulé
Verordening inwoner- en overheidsparticipatie gemeente Tynaarlo 2025HOOFDSTUK 1 - BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN
Artikel 1 - Begripsbepalingen
De verordening verstaat onder:
a. belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit betrokken is;
b. bestuursorgaan: het bestuursorgaan dat bevoegd is voor het vaststellen, wijzigen of evalueren van gemeentelijk beleid
c. ingezetene: ieder die met een adres in de gemeente Tynaarlo is ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens en zijn daadwerkelijke woonplaats in gemeente Tynaarlo heeft;
d. participatie: het betrekken van ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van gemeentelijk beleid met als doel zeggenschap, eigenaarschap en betrokkenheid in de gemeente Tynaarlo te vergroten.
HOOFDSTUK 2 – ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 2 – Afbakening participatie
1. Participatie is mogelijk op alle beleidsterreinen van het gemeentelijk bestuur, behalve bij
a. ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen;
b. participatie bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten;
c. uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan weinig beleidsvrijheid heeft;
d. de vaststelling van tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet betreft;
e. een beleidsvoornemen dat betrekking heeft op intern organisatorische aangelegenheden van de gemeente;
f. besluitvorming over of uitvoering van een beleidsvoornemen vanwege een crisissituatie naar het oordeel van het bestuursorgaan dermate spoedeisend is dat participatie of inspraak niet kan worden afgewacht;
g. een belang van participatie of inspraak dat niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving.
2. Participatie wordt verleend als de wet daartoe verplicht of als specifieke overwegingen hiertoe aanleiding geven.
3. Elk bestuursorgaan besluit voor zijn eigen bevoegdheden of participatie wordt toegepast.
4. Op participatie is de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, tenzij het bestuursorgaan een andere participatieprocedure vaststelt.
HOOFDSTUK 3 - PARTICIPATIE
Artikel 3 - Inrichting van het participatieproces
1. Bij het toepassen van participatie worden bij het ontwikkelen van gemeentelijk beleid de “Visie op participatie”, het “Handboek participatie” en de “Uitgangspuntennotitie Uitdaagrecht” als uitgangspunten gebruikt.
2. Het bestuursorgaan stelt bij de start van de ontwikkeling van gemeentelijk beleid een startnotitie vast met daarin:
a. De doel(en) van de beleids- en planontwikkeling
b. Het doel van de participatie
c. Kaders voor participatie
d. Wijze waarop het bestuursorgaan over deze kaders vooraf communiceert
e. Rollen van adviesorganen
f. Rollen van de afzonderlijke deelnemers/belangenorganisaties
g. Procedure en doorlooptijd
h. Manier van samenwerken
i. Manier van contact houden.
j. Begroting van de kosten
3. Het bestuursorgaan maakt voorafgaand aan de start van het participatieproces het voornemen hiertoe bekend op de voor dat proces gepaste wijze. Het voornemen wordt in ieder geval op www.officielebekendmakingen.nl gepubliceerd. In deze kennisgeving wordt ingegaan op de in het tweede lid beschreven punten.
4. Indien omstandigheden het noodzakelijk maken om gedurende het participatieproces de startnotitie of de inrichting van het participatieproces aan te passen, draagt het bestuursorgaan er zorg voor om dit zo spoedig mogelijk kenbaar te maken.
Artikel 4 - Eindverslag
1. Ter afronding van het participatieproces maakt het bestuursorgaan een eindverslag op.
2. Het eindverslag bevat in ieder geval:
a. een overzicht van de gevolgde procedure;
b. een weergave van de zienswijzen die mondeling of schriftelijk naar voren zijn gebracht;
c. een reactie op de zienswijzen, waarbij wordt aangegeven welke punten al dan niet worden overgenomen.
3. Het eindverslag wordt op www.officielelebekendmakingen.nl geplaatst en – voor zover mogelijk – verspreid aan de betrokken participanten.
HOOFDSTUK 4 – UITDAAGRECHT
Artikel 5 – Reikwijdte uitdaagrecht
1. Het uitdaagrecht richt zich op het doen van inwoners en de bestuursorganen die het laten doen.
2. Overname van de uitvoering van taken is mogelijk als:
a. het geen lopend uitvoeringstraject of ondergeschikte voorziening betreft;
b. het uitdaagrecht bij of krachtens wettelijk voorschrift is voorgeschreven;
c. er geen sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft;
d. de opdrachtwaarde onder de Europese drempelwaarde ligt voor leveringen en diensten aan decentrale overheden.
3. Overname van de uitvoering van taken is niet mogelijk:
a. inzake de vaststelling van de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen als bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet betreft;
b. taken betreffende openbare orde en veiligheid;
c. als de uitvoering van een beleidsvoornemen naar het oordeel van het bestuursorgaan dermate spoedeisend is dat het benutten van het uitdaagrecht niet kan worden afgewacht.
d. als het belang van het uitdaagrecht niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving.
Artikel 6 – Procedure uitdaagrecht
1. Een verzoek met betrekking tot het uitdaagrecht wordt bij het college ingediend en omvat in ieder geval de volgende onderdelen:
a. omschrijving van de gemeentelijke taak die de verzoeker wil overnemen;
b. uitleg waarom en hoe de verzoeker deze taak kwalitatief beter kan uitvoeren;
c. inzicht in de kennis, ervaring en/of vaardigheden van de verzoeker;
d. indicatie van het draagvlak onder de belanghebbenden en inwoners;
e. indicatie van de kosten die aan de uitvoering van de taak zijn verbonden;
f. omschrijving van de manier waarop de verzoeker met de bestuursorganen wil samenwerken of ondersteuning nodig heeft;
g. inzicht in hoe de kwaliteit en de uitvoering van de taak op lange termijn kan worden geborgd.
2. Het college neemt een principebesluit over het ingediende verzoek. Indien en voor zover het verzoek de bevoegdheid van de raad betreft, legt het college het voorstel ter besluitvorming voor aan de raad.
3. Als het verzoek wordt ingewilligd, maakt het college afspraken met de verzoeker over het proces, het resultaat, de financiering, aansprakelijkheid, looptijd en verantwoording.
HOOFDSTUK 4 - SLOTBEPALINGEN
Artikel 7 – Evaluatie en monitoring
1. De uitvoering van deze verordening wordt eenmaal per jaar geëvalueerd.
2. Burgemeester en wethouders zenden hiertoe elk jaar na de inwerkingtreding van deze verordening aan de raad een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de verordening in de praktijk.
Artikel 8 – Intrekking oude regeling
De Verordening Inwoner- en Overheidsparticipatie gemeente Tynaarlo, vastgesteld op 21 december 2021, wordt ingetrokken.
Artikel 9 – Inwerkingtreding en citeertitel
1. Deze verordening treeft in werking één dag na bekendmaking.
2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening inwoner- en overheidsparticipatie gemeente Tynaarlo 2025.
Toelichting
Algemeen
Van inspraak- naar participatieverordening
De raad is verplicht om een inspraakverordening vast te stellen (artikel 150 van de Gemeentewet). Op 1 januari 2025 is de Wet versterking participatie op decentraal niveau (voluit: Wijziging van de Gemeentewet, de Provinciewet, de Waterschapswet en de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint-Eustatius en Saba in verband met de participatieverordening en het uitdaagrecht van inwoners en lokale maatschappelijke partijen) van kracht gegaan. Deze wet verplicht decentrale overheden om de inspraakverordening uit te breiden naar een participatieverordening voor 1 januari 2023 (art. 150 Gemeentewet lid 1) Hierin was reeds door het college voorzien met de Verordening inwoner- en overheidsparticipatie gemeente Tynaarlo 2022.
Bij het vaststellen van deze verordening is ervoor gekozen om het uitdaagrecht voorlopig in te vullen vanuit de Visie op Inwonersparticipatie. De Wet versterking participatie op decentraal niveau verplicht echter om het uitdaagrecht in de participatieverordening te regelen (art. 150 Gemeentewet lid 3). Tezamen met de ambitie in het Coalitieakkoord 2022-2026 om beleidskaders voor het uitdaagrecht te regelen vraagt dit om een actualisatie van de Verordening Inwoner- en Overheidsparticipatie gemeente Tynaarlo 2022.
Definitie participatie
Participatie omvat volgens de definitie het betrekken van ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van gemeentelijk beleid. In de memorie van toelichting op de Wet versterking participatie op decentraal niveau staat hierover het volgende:
“Inwoners hebben in toenemende mate een belangrijke rol in de agendering, de voorbereiding, de totstandkoming, de uitvoering en de beoordeling van beleid. Niet alleen omdat de burger de gevolgen van beleid ervaart, maar ook omdat participatie aan het politieke proces als intrinsieke waarde van de Nederlandse samenleving wordt ervaren. Participatie mobiliseert de kennis en steun van betrokkenen bij beleidsproblemen waarvan de overheid op voorhand nog niet weet, of nog niet wil bepalen, hoe deze opgelost zullen worden.”
Procedure participatie
Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) bevat een procedure voor de voorbereiding van besluiten. Deze afdeling heeft als doelstelling het bevorderen van eenheid in de wetgeving en het systematiseren en vereenvoudigen van wetgeving. In artikel 150, tweede lid, van de Gemeentewet is afdeling 3.4 van de Awb als hoofdregel van toepassing verklaard op de inspraak.
Alternatieven voor participatie
Participatie is onderdeel van het totale besluitvormingsproces, een naar tijd en strekking begrensde fase daarin. Het moet onderscheiden worden van de andere mogelijkheden die men heeft om zich tot het gemeentebestuur te wenden. Te denken valt hierbij aan het spreekrecht bij raadsvergaderingen. Andere mogelijkheden die buiten de hier geregelde participatie vallen zijn: het schrijven van brieven, het bezoeken van spreekuren en het houden van informatiebijeenkomsten. Participatie is uiteraard ook van een andere orde dan de mogelijkheid om de concrete uitkomsten van de beleidsvaststelling aan te vechten door middel van bezwaar en beroep.
Uitdaagrecht als specifieke vorm van participatie in de uitvoeringsfase
Het uitdaagrecht – ook wel Right to Challenge genoemd – is een bijzondere vorm van betrokkenheid van inwoners en maatschappelijke organisaties. Deze vorm houdt in dat inwoners van de gemeente of maatschappelijke organisaties de gemeente kunnen verzoeken om de feitelijke uitvoering van een taak van de gemeente over te nemen als zij denken deze taak beter en goedkoper te kunnen uitvoeren. De beleidsregels hiervoor zijn opgenomen in hoofdstuk 4 van deze verordening.
Artikelsgewijze toelichting
Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven, worden hieronder nader toegelicht.
Artikel 1. Definities
Participatie
Bij de omschrijving van participatie is aangesloten bij de tekst van de Wet versterking participatie op decentraal niveau waarbij een wijziging van artikel 150, eerste lid, van de Gemeentewet is voorzien. Hierin is bepaald dat de raad een verordening vaststelt waarin regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van gemeentelijk beleid worden betrokken.
De omschrijving van participatiegerechtigden (ingezetenen en belanghebbenden) vloeit rechtstreeks voort uit de tekst van artikel 150 van de Gemeentewet. Het begrip belanghebbende is in artikel 1:2 van de Awb gedefinieerd en deze definitie heeft ook gelding voor wetgeving buiten de Awb, zoals deze verordening.
Artikel 2 Afbakening participatie
Eerste lid
In het eerst lid is opgenomen wanneer geen participatie wordt verleend.
Tweede lid
In het tweede lid is bepaald dat participatie altijd mogelijk is als een wettelijk voorschrift daartoe verplicht.
Derde lid
In het derde lid is bepaald dat elk bestuursorgaan ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden besluit of participatie mogelijk is. Het begrip bestuursorgaan is gedefinieerd in artikel 1:1, eerste lid, van de Awb. Het begrip omvat in elk geval raad, burgemeester en wethouders en burgemeester. Elk bestuursorgaan van de gemeente kan zijn eigen beleidsvoornemens aan participatie onderwerpen, of niet.
Omdat het in bepaalde gevallen doelmatiger zal kunnen zijn als participatie geschiedt door middel van bijvoorbeeld spreekrecht bij raadsvergaderingen, blijft door de formulering van het eerste lid de mogelijkheid bestaan dat voor bepaalde beleidsvoornemens een andere wijze van het betrekken van ingezetenen en belanghebbenden wordt geregeld.
Vierde lid
In artikel 150, tweede lid, van de Gemeentewet is bepaald dat inspraak wordt verleend door toepassing van afdeling 3.4 van de Awb, voor zover in de verordening niet anders is bepaald. Ter uniformering en deregulering is in het eerste lid afdeling 3.4 van de Awb van toepassing verklaard op de participatie. In de artikelen 3:11 tot en met 3:17 van de Awb is de participatieprocedure te vinden. Na terinzagelegging en bekendmaking van het beleidsvoornemen kunnen belanghebbenden gedurende zes weken schriftelijk of mondeling hun zienswijze naar voren brengen.
Als het bestuursorgaan de procedure van afdeling 3.4 van de Awb niet passend of voldoende acht voor een specifiek beleidstraject, kan een andere procedure worden gevolgd.
Artikel 3 Inrichting van het participatieproces
Eerste lid
Bij uitvoering van het participatietraject wordt gewerkt volgens de Beleidsvisie burgerparticipatie”, het “Protocol burgerparticipatie” en het “Handboek burgerparticipatie”.
Tweede lid
Het bestuursorgaan legt in een participatienota een aantal zaken vast met betrekking tot de participatie. Om zoveel mogelijk duidelijkheid te verschaffen, somt het tweede lid hiertoe op dat onder andere moet worden ingegaan op: doel van de participatie, beïnvloedingsruimte, kaders, communicatie, werkwijze, tijdspad en begroting van de kosten van de procedure. Deze participatienota maakt onderdeel uit van de bekendmaking.
Artikel 4. Eindverslag participatie
Eerste lid
Er is hier niet gekozen voor verwijzing naar afdeling 3.4 van de Awb. In artikel 3:17 van de Awb wordt namelijk slechts bepaald dat een verslag wordt gemaakt van hetgeen tijdens de procedure mondeling naar voren is gebracht.
Tweede lid, onder a
Onder overzicht van de gevolgde participatieprocedure wordt verstaan: Hoe is de procedure feitelijk verlopen? Is afdeling 3.4 van de Awb onverkort toegepast? Wanneer is het beleidsvoornemen ter inzage gelegd, enz.
Tweede lid, onder b
Het eindverslag dient een volledig overzicht te bevatten van zowel de mondelinge als de schriftelijke participatiereacties. In het eindverslag kan worden volstaan met een korte zakelijke weergave van de naar voren gebrachte opvattingen en vermelding van de personen die hun opvatting naar voren hebben gebracht. De schriftelijke participatiereacties kunnen aan het eindverslag worden gehecht.
Tweede lid, onder c
Als het sluitstuk van participatie wordt voorgeschreven dat het bestuursorgaan aangeeft wat met de zienswijzen wordt gedaan.
Derde lid
De bekendmaking van de resultaten van de participatieprocedure is uitermate belangrijk. Dit rondt de participatieprocedure daadwerkelijk af. Het ligt voor de hand om degenen die hebben geparticipeerd een exemplaar van het eindverslag te sturen. Daarnaast wordt het eindverslag gepubliceerd op www.officielebekendmakingen.nl. Ook kan worden gekozen voor een algemene bekendmaking als het aantal participanten omvangrijk is. Het is belangrijk om aan het begin van de participatieprocedure al duidelijkheid omtrent de communicatie te verschaffen.
Artikel 5. Reikwijdte uitdaagrecht
Eerste lid
Bij het uitdaagrecht kunnen inwoners en maatschappelijke organisaties de feitelijke uitvoering van taken door het bestuursorgaan, in veel gevallen burgemeester en wethouders, overnemen.
Tweede lid
In het tweede lid is bepaald wanneer de overname van de uitvoering van taken wel mogelijk is.
Derde lid
In het derde lid is bepaald wanneer de overname van de uitvoering van taken niet mogelijk is.
Artikel 6. Procedure uitdaagrecht
Eerste lid
In het eerste lid is bepaald uit welke onderdelen een verzoek tot uitdaging moet bestaan. De gewenste invulling van deze onderdelen is nader toegelicht in de Uitgangspuntennotitie “Het uitdaagrecht in Tynaarlo”.
Tweede lid
In het tweede lid is bepaald dat het college een principebesluit neemt over het ingediende verzoek. Met dit besluit geeft het college aan of zij openstaan voor de overname van taken, waarbij aanvullende eisen kunnen worden gesteld. Om de kaderstellende rol van de gemeenteraad te waarborgen, wordt een verzoek tot uitdaging ter besluitvorming aan de raad voorgelegd, indien het verzoek een bevoegdheid van de raad betreft.
Derde lid
Nadat het college en/of raad een positief principebesluit heeft genomen, maakt het college afspraken met de verzoeker om de uitvoering van de taak op lange termijn te borgen. Het college maakt hiervoor afspraken met de verzoeker over het proces, het resultaat, de financiering, aansprakelijkheid, looptijd en verantwoording.
Artikel 7. Evaluatie en monitoring
Eerste lid
De evaluatie van de werking van deze verordening in de praktijk is wenselijk. Daarom wordt de uitvoering van deze verordening eenmaal per jaar geëvalueerd. Er wordt een verslag aan de raad verzonden.
Tweede lid
Over de in het tweede lid genoemde gegevens verzamelen burgemeester en wethouders systematisch informatie.
Artikel 8. Intrekking oude regeling
Met deze bepaling wordt de bestaande Verordening Inwoner- en Overheidsparticipatie gemeente Tynaarlo van 21 december 2021 ingetrokken. Er wordt geen tijdstip vermeld waarop de oude verordening wordt ingetrokken. Dat is ook niet nodig. De datum waarop de oude verordening vervalt, is de datum waarop de Verordening inwoner- en overheidsparticipatie in werking treedt.
Vries, 20 november 2025
De raad voornoemd,
drs. M.J.F.J. Thijsen, Voorzitter
M.M. Oenema, griffier
Ondertekening
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl