Leidraad Toezicht en Handhaving Kinderopvang Gemeente Meppel

Geldend van 03-12-2025 t/m heden

Intitulé

Leidraad Toezicht en Handhaving Kinderopvang Gemeente Meppel

Besluit

  • 1.

    De ‘Leidraad Toezicht en Handhaving Kinderopvang gemeente Meppel’ vast te stellen.

  • 2.

    De ‘Beleidsregels van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Meppel houdende regels omtrent kinderopvang Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang 2018’ in te trekken.

1. Inleiding: visie op kinderopvang

1. Het belang van goede kinderopvang

Kinderopvang heeft een belangrijke plaats in onze samenleving. Er zijn verschillende soorten kinderopvang. In dit beleidsstuk hebben we het over kinderopvang bij:

  • Kinderdagverblijven 1 met of zonder voorschoolse educatie 2

  • Buitenschoolse opvang

  • Gastouderopvang via een gastouderbureau

Het college van burgemeester en wethouders (vanaf nu: de gemeente) heeft de wettelijke taak om toezicht te houden op (de kwaliteit van) de kinderopvang. Kwalitatief goede kinderopvang draagt bij aan een goede ontwikkeling en aan het welbevinden van kinderen. In de kinderopvang moeten kinderen zich veilig voelen en de ruimte krijgen om zich te ontwikkelen (denk aan sociale-, emotionele-, cognitieve- en taalontwikkeling). Het gaat daarbij om een brede ontwikkeling met aandacht voor sociale activiteiten zoals samen spelen, samenwerken en leren van en met elkaar. Voor jonge kinderen is het ook een goede voorbereiding op de basisschool. In het Onderwijsachterstandenbeleid 2023-2026 streeft de gemeente Meppel dan ook naar een deelnamepercentage van minimaal 80% van alle peuters in de gemeente aan peuteropvang. De kern van goede kinderopvang is:

Bij goede kinderopvang voelen kinderen zich veilig en worden zij in hun ontwikkeling bevorderd.

Dit volgt ook uit de wetgeving. In de Wet kinderopvang (artikel 1.49 lid 1) wordt benoemd dat houders3 van kinderopvang moeten zorgen voor verantwoorde kinderopvang. Daar wordt onder verstaan:

[…] het in een veilige en gezonde omgeving bieden van emotionele veiligheid aan kinderen, het bevorderen van de persoonlijke en sociale competentie van kinderen en de socialisatie van kinderen door overdracht van algemeen aanvaarde waarden en normen.

2. Arbeidsparticipatie

Kinderopvang heeft natuurlijk ook een ander belangrijk doel: het mogelijk maken voor ouders/verzorgers om deel te nemen aan de maatschappij, bijvoorbeeld door te werken, een traject richting werk te volgen, te studeren of in te burgeren. Dit beleidsstuk gaat echter niet zozeer over dat doel, maar over het toezicht op en het waarborgen van de kwaliteit van de kinderopvang. Daar heeft de gemeente wettelijke taken in, die in het volgende hoofdstuk worden beschreven.

3. Visie op het toezicht op de kinderopvang

Hoge kwaliteit is een essentiële factor voor verantwoorde kinderopvang. Daarom wil de gemeente Meppel vanuit haar toezichthoudende rol waarborgen dat kinderen toegang hebben tot kwalitatief goede kinderopvang waarin zij zich optimaal kunnen ontwikkelen. De gemeente ziet het als haar rol om houders te stimuleren de kwaliteit van de geboden opvang waar mogelijk voortdurend te verbeteren en de kwaliteit en veiligheid van kinderopvang hoog te houden.

De gemeente vertrouwt erop dat houders zich uit eigen beweging houden aan alle kwaliteitseisen zoals vastgelegd in wet- en regelgeving. Meppel spreekt kinderopvang-houders aan op hun eigen verantwoordelijkheid en is continu met hen in gesprek over ontwikkelingen en signalen. Goede kinderopvang zien we als onze gezamenlijke verantwoordelijkheid, waarbij samenwerking en afstemming van waarde is. Handhaving wordt ingezet om herstel en verbetering te stimuleren. Als het niet anders kan handhaven we om naleving af te dwingen.

In dit beleidsstuk beschrijven wij hoe we in de gemeente Meppel onze wettelijke taken rond het toezicht op (de kwaliteit van) de kinderopvang uitvoeren.

3. Taken van de gemeente

4. Vier hoofdtaken

De gemeente heeft vier hoofdtaken rond de kinderopvang:

  • Het registreren en controleren van nieuwe kinderopvangvoorzieningen

  • Het registreren en controleren van wijzigingen bij bestaande kinderopvangvoorzieningen

  • Toezicht houden op de kwaliteit van de kinderopvangvoorzieningen

  • Handhaven op overtredingen bij kinderopvangvoorzieningen

Naast deze vier taken heeft de gemeente bijzondere taken op het gebied van ‘voorschoolse educatie’ in de peuteropvang. Deze taken zijn uitgewerkt in het Onderwijsachterstandenbeleid van de gemeente Meppel.

1. Registratie en controle (taak 1 en 2)

De wet stelt eisen aan de manier waarop de toestemming tot exploitatie, registratie van voorzieningen, wijzigingen in deze registratie, het toezicht en de handhaving plaatsvinden. De gemeente is verantwoordelijk voor het geven of intrekken van toestemming en de registratie, het toezicht op en de handhaving van de kwaliteit en kan binnen de wettelijke kaders haar taken invullen. Wanneer op dit gebied overtredingen worden geconstateerd, is de gemeente aan zet om te handhaven. Alle kinderopvanginstellingen worden geregistreerd in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK).

2. Toezicht op de kwaliteit (taak 3 en 4)

Om de kwaliteit in de kinderopvang te waarborgen heeft de rijksoverheid kwaliteitseisen vastgesteld waar kinderopvangorganisaties zich aan moeten houden. De gemeente moet controleren of de organisaties zich aan die eisen houden. Het gaat om eisen aan het pedagogisch klimaat, personeel en groepen, veiligheid en gezondheid, accommodatie en inrichting en de omgang met ouders. Daarnaast zijn er eisen gesteld aan de administratie van een kinderopvangvoorziening. Deze kwaliteitseisen zijn vastgelegd in de Wet kinderopvang. Daarnaast zijn deze kwaliteitseisen verder uitgewerkt in nadere regelgeving:

  • Besluit kwaliteit kinderopvang;

  • Regeling Wet kinderopvang;

  • Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang;

  • Regeling kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorziening voor gastouderopvang;

  • Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie;

  • Besluit landelijk register kinderopvang, register buitenlandse kinderopvang en personenregister kinderopvang.

Direct vanaf de start van een opvanglocatie moet aan deze kwaliteitseisen worden voldaan.

De GGD Drenthe is aangewezen als toezichthouder voor de kwaliteit van de kinderopvang namens de gemeente Meppel. De toezichthouder onderzoekt de naleving van de kwaliteitseisen door middel van inspecties en legt de bevindingen vast in een inspectierapport. De gemeente is in beginsel verplicht te handhaven wanneer de toezichthouder een overtreding heeft vastgesteld.

In deze richtinggevende leidraad leest u hoe het college in de meeste gevallen zijn bevoegdheid gebruikt. Dat neemt niet weg dat er altijd ruimte blijft voor maatwerk en het college hiervan kan afwijken.

5. Toezicht op de taakuitvoering van de gemeente: de jaarlijkse rapportage kwaliteit kinderopvang

Het college rapporteert jaarlijks aan de Inspectie van het Onderwijs over het toezicht op en de handhaving van de kwaliteit van kinderopvangvoorzieningen. Dit gebeurt via de jaarverantwoording4 . Belangrijke onderdelen in dit verslag zijn:

  • De snelheid waarmee de gemeente heeft beslist over door houders ingediende wijzigingsverzoeken en aanvragen voor nieuwe voorzieningen.

  • De correctheid van de informatie die de gemeente in het Landelijk Register Kinderopvang heeft opgenomen.

  • Het aantal uitgevoerde inspecties.

  • Het aantal keren dat het college handhavingsinstrumenten inzet, zoals een aanwijzing, boete, last onder dwangsom en exploitatieverbod.

Het college houdt zo zicht op de staat van de kwaliteit van de kinderopvang. Het college kan de jaarlijkse rapportage ook gebruiken om de doeltreffendheid van de werkwijze te monitoren en waar nodig aan te passen.

6. Uitvoering

In de volgende hoofstukken wordt beschreven hoe we in de gemeente Meppel omgaan met de vier hoofdtaken rond de kinderopvang.

4. Registratie en controle van nieuwe kinderopvangvoorzieningen (taak 1)

7. De aanvraag voor toestemming tot exploitatie

Een kinderopvangvoorziening mag pas starten met haar werkzaamheden als zij daarvoor toestemming heeft gekregen van de gemeente. Het exploiteren van een kinderopvangvoorziening zonder toestemming van het college is strafbaar gesteld als economisch delict. De toestemming staat in een brief (een besluit). Daarin staat ook de datum waarop de voorziening mag starten. Dit besluit heet ‘de toestemming tot exploitatie’. Het aanvragen hiervan kan met een door de rijksoverheid vastgesteld aanvraagformulier. Deze is te vinden op rijksoverheid.nl en ook op landelijkregisterkinderopvang.nl5 .

8. Streng aan de poort

Ouders moeten erop kunnen vertrouwen dat kinderen vanaf de eerste dag van een kinderopvangvoorziening in een veilige, gezonde en verantwoorde omgeving worden opgevangen. De gemeente geeft dan ook alleen toestemming voor exploitatie als de toezichthouder van oordeel is dat een houder van een kinderopvangvoorziening vanaf de start kan voldoen aan de kwaliteitseisen en verantwoorde en kwalitatief goede opvang kan aanbieden. Deze werkwijze staat bekend als ‘Streng aan de poort’.

Voor een gastouderbureau geldt dat deze direct vanaf de start de werkzaamheden zo moet uitvoeren dat zowel het gastouderbureau als de gastouders die zij begeleidt, aan de kwaliteitseisen voldoen.

Het college laat alle nieuwe aanvragen tot exploitatie toetsen door de toezichthouder (GGD Drenthe). Daarbij beoordeelt de toezichthouder alle kwaliteitsaspecten vooraf, waaronder de kwaliteit van het beleid, de accommodatie en het personeel. De toezichthouder betrekt de organisatie-inrichting, het interne kwaliteitsbeleid en de bedrijfsvoering van een houder bij de beoordeling. Goede kwaliteit bij andere voorzieningen van de houder kan ertoe leiden dat de gemeente sneller een positief besluit neemt. Handhaving bij een andere voorziening van de houder kan aanleiding zijn om te besluiten dat een houder geen nieuwe opvang mag starten totdat alle overtredingen zijn hersteld.

De gemeente kijkt bij een nieuwe aanvraag ook naar andere vergunningen die van belang zijn voor de veiligheid en gezondheid van de op te vangen kinderen. Hier worden andere afdelingen bij betrokken. Denk aan het voldoen aan alle eisen voor bouw, brandveiligheid en bestemmingen. Relevante stukken moeten aanwezig en in orde zijn. Daarnaast moet de kinderopvang ook passen in het omgevingsplan.

9. Doorlooptijd

De gemeente heeft 10 weken de tijd om een beslissing op een aanvraag voor toestemming tot exploitatie te nemen. Deze termijn kan worden verlengd, zoals beschreven in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Als er toestemming is gegeven, registreert de gemeente de nieuwe voorziening in het Landelijk Register Kinderopvang. Binnen 3 maanden na registratie controleert de toezichthouder of de voorziening in de praktijk ook aan de kwaliteitseisen voldoet.

10. Niet gemelde kinderopvang

Als een kinderopvangvoorziening toch start zonder hiervoor schriftelijke toestemming te hebben gevraagd of verkregen, is sprake van niet gemelde oftewel illegale kinderopvang. Dit is een ernstige overtreding. In dat geval kan het college niet waarborgen dat er sprake is van verantwoorde en veilige opvang voor kinderen. De gemeente treedt hiertegen streng op. De locatie moet meteen sluiten en de gemeente kan een bestuurlijke boete opleggen en eventueel aangifte doen bij het Openbaar Ministerie.

5. Registratie en controle van wijzigingen bij bestaande kinderopvangvoorzieningen

11. Wijzigingen registratiegegevens LRK

Na het krijgen van de toestemming kunnen er wijzigingen in de geregistreerde gegevens plaatsvinden. Elke wijziging moet direct aan de gemeente worden doorgegeven. Het college kan dan bepalen of er eerst een onderzoek moet plaatsvinden door de toezichthouder. Het college kan een boete opleggen als een doorgevoerde wijziging niet of te laat is doorgegeven. Het kan bij wijzigingen bijvoorbeeld gaan om:

  • de toekenning van een KvK-vestigingsnummer

  • het (correspondentie)adres; bezoekadres en telefoonnummer, contactpersoon

  • de beëindiging van de exploitatie van de kinderopvangvoorziening

  • een wijziging van houder of rechtsvorm

  • het aantal kindplaatsen

  • bemiddelingsrelatie

  • verhuizing

De laatste vier worden hieronder verder toegelicht.

3. Wijziging houder of rechtsvorm

Als een andere houder een kinderopvangvoorziening wil overnemen moet deze nieuwe houder hiervoor vooraf toestemming vragen. Dit geldt ook als de houder een andere rechtsvorm krijgt, zelfs als de bestuurder hetzelfde blijft.

Een houderwijziging behandelt de gemeente als een nieuwe aanvraag. Dit betekent dat de gemeente en de toezichthouder ‘Streng aan de poort’ toepassen en een afhandelingstermijn van 10 weken geldt. Want ook als een andere houder een kinderopvangvoorziening voortzet, is het van belang dat de voorziening aan de kwaliteitseisen blijft voldoen. De gemeente houdt zo veel mogelijk rekening met het belang van de continuïteit van de opvang. Hierbij is het wel essentieel dat de houder de aanvraag tijdig indient en alle benodigde stukken zijn bijgevoegd.

4. Wijziging aantal kindplaatsen

Bij de toestemming tot exploitatie is het maximumaantal kindplaatsen aangegeven. Dit maximumaantal kindplaatsen neemt de toezichthouder mee in de beoordeling of de houder redelijkerwijs aan de kwaliteitseisen voldoet, bijvoorbeeld met betrekking tot de eisen in het domein accommodatie en groepen.

Wanneer dit aantal later wijzigt is het van belang dat de houder dit als wijziging doorgeeft. Voor een verhoging van het aantal kindplaatsen is aanvullende toestemming van de gemeente nodig. Om hierover een besluit te kunnen nemen is een advies van de toezichthouder nodig. De gemeente geeft toestemming voor de wijziging als de houder aan de kwaliteitseisen blijft voldoen.

5. Wijziging extra bemiddelingsrelatie en beëindiging bemiddelingsrelatie

Als een gastouder zich wil aansluiten bij een extra gastouderbureau, dan moet dit gastouderbureau deze extra bemiddelingsrelatie aanvragen via een wijzigingsformulier. Ook het beëindigen van een bemiddelingsrelatie moet tijdig worden gemeld. Bij het toezicht op een gastouderbureau kijkt de gemeente ook naar de aangesloten gastouders.

6. Verhuizing

Verhuizing van een kinderopvangvoorziening behandelt de gemeente als een nieuwe aanvraag. Dit betekent dat de gemeente en de toezichthouder ‘Streng aan de poort’ toepassen en een afhandelingstermijn van 10 weken geldt.

Bij een gastouderbureau kan sprake zijn van een verhuizing zonder dat een nieuwe aanvraag tot exploitatie nodig is. De verhuizing van een gastouderbureau kan daarom via een wijzigingsformulier worden doorgegeven.

12. Wijzigingsformulier tijdig indienen

Wijzigingen moeten worden ingediend met een wijzigingsformulier. Deze is te vinden op rijksoverheid.nl en ook op landelijkregisterkinderopvang.nl. De houder moet het wijzigingsverzoek minimaal 8 weken voor de gewenste wijzigingsdatum indienen6 . De gemeente beoordeelt of er een onderzoek door de toezichthouder moet plaatsvinden. De gemeente besluit binnen 8 weken of de wijziging kan plaatsvinden en kan worden geregistreerd.

Voor sommige wijzigingen (zoals het wijzigen van een telefoonnummer of correspondentieadres) wordt geen besluit afgegeven. Het college informeert de houder als de wijziging is opgenomen in het LRK.

Een gastouder moet wijzigingen bij het gastouderbureau melden. Het gastouderbureau geeft wijzigingen voor gastouderopvang door aan de gemeente.

6. Toezicht op de kwaliteit van kinderopvangvoorzieningen

13. Goede contacten

In het belang van kwalitatief goede kinderopvang, en om het naleven van kwaliteitseisen te stimuleren, onderhoudt de gemeente ook buiten het traject van toezicht en handhaving contact met kinderopvanghouders in de gemeente. Vier tot zes keer per jaar is er kinderopvangoverleg met de grootste aanbieders van kinderopvang in de gemeente. Ook de welzijnsorganisatie, jeugdgezondheidszorg en andere partners zitten hierbij om tafel. In de gesprekken komen (aankomende) veranderingen in wet- en regelgeving, knelpunten en wijzigingen bij de houders aan de orde. Deze gesprekken zijn gericht op delen van informatie en samenwerking. Uit onderzoek blijkt dat dergelijke overleggen en korte lijntjes met de gemeente als regievoerder een positief effect hebben op de kwaliteit van kinderopvang.

Wanneer de gemeente een aanvraag ontvangt van een houder die nog niet in de gemeente actief is voert de gemeente een voorgesprek met deze houder. Tijdens dit voorgesprek wijst de gemeente op deze leidraad. Dit gesprek wordt niet met nieuwe gastouders gehouden.

14. Stimulerend toezichthouden

Toezichthouden is in de basis controleren of houders zich aan wetten, regels en normen houden. In de gemeente Meppel willen we echter stimulerend toezichthouden. Dit betekent dat wij houders willen stimuleren om de kwaliteit hoog te houden en te verbeteren. Wij werken hierbij vanuit het vertrouwen dat houders, net als de gemeente, hart hebben voor kinderen en hen graag een veilige, prettige plek willen bieden.

Om een goed beeld te krijgen van de organisatie gaat de toezichthouder in gesprek met de houder. Zij gaat daarbij in op de wijze waarop een houder haar organisatie heeft ingericht en het interne kwaliteitsbeleid van de houder. In het belang van een goede dialoog zal de toezichthouder:

  • zonder oordeel luisteren en observeren;

  • open vragen stellen en doorvragen en

  • controleren of de toezichthouder zaken goed heeft geïnterpreteerd.

De toezichthouder zet kinderopvangorganisaties aan om te werken aan de kwaliteit en veiligheid van hun opvang en risico’s te verminderen. Daar waar nodig worden verbeterpunten besproken. Wanneer sprake blijkt van een tekortkoming is van belang om te weten wat de omstandigheden zijn en wat de inbreuk was op de geboden kwaliteit van opvang. Dit weegt de toezichthouder mee in zijn oordeel en advies aan de gemeente.

15. Risicogestuurd toezichthouden

De toezichthouder houdt risicogestuurd toezicht op de geboden kwaliteit van kinderopvang en de naleving van de kwaliteitseisen. Dat betekent dat de toezichthouder minder intensief inspecteert bij locaties waar geen zorgen over bestaan en intensiever bij locaties waar wél zorgen over zijn.

De toezichthouder heeft vertrouwen in een houder als deze in alle informatie kan voorzien die nodig is om een oordeel te vormen over de kinderopvangvoorziening. Een houder die niet transparant is, een reactieve houding heeft, niet open staat voor zelfreflectie of niet overgaat tot het nemen van verbetermaatregelen is reden tot zorg. Overtredingen bij andere kindcentra van een houder kunnen ook leiden tot verscherpt toezicht bij andere kindercentra van dezelfde houder. Bij gastouders betrekt de toezichthouder het risicoprofiel van het gastouderbureau.

De toezichthouder stelt voor kindercentra en gastouderbureaus na elk jaarlijks onderzoek (en zo nodig vaker) een risicoprofiel op om de inspectielast te bepalen. Hiervoor gebruikt de toezichthouder een landelijk vastgesteld model, met verschillende indicatoren.

16. Onderzoeken en frequentie

De toezichthouder voert verschillende soorten onderzoeken uit, namelijk:

  • onderzoeken voor registratie

  • onderzoeken na registratie

  • reguliere jaarlijkse inspectieonderzoeken

  • incidentele onderzoeken

  • nader onderzoek (na geconstateerde overtreding(en))

Minimaal 1 keer per jaar bezoekt de toezichthouder onaangekondigd ieder gastouderbureau, kinderdagverblijf en buitenschoolse opvang. Daarnaast bezoekt de toezichthouder ook jaarlijks ten minste 50% van de geregistreerde voorzieningen voor gastouderopvang, waarbij iedere gastouderlocatie ten minste eens per 3 jaar bezocht wordt. Een bezoek van de toezichthouder vindt meestal onaangekondigd plaats.

17. Flexibele inspectieactiviteit

Door de invoering van de flexibele inspectieactiviteit wordt ieder jaar één van drie sets uit de wet Kinderopvang getoetst. In drie jaar is dus de hele wet getoetst. De toezichthouder beoordeelt altijd of de houder voldoet aan de eisen die betrekking hebben op:

  • Verklaringen Omtrent het Gedrag

  • registratie in het Personenregister kinderopvang

  • de aanwezigheid van een pedagogisch beleid

  • voorschoolse educatie (als daar op de locatie sprake van is)

Afhankelijk van onder andere het risicoprofiel en vastgestelde speerpunten onderzoekt de toezichthouder nog andere eisen. Dit betekent dat niet bij elke inspectie alle eisen worden onderzocht. De toezichthouder bepaalt jaarlijks samen met de gemeente waar de accenten het komend jaar liggen. Welke kwaliteitseisen dat zijn is afhankelijk van landelijke en lokale ontwikkelingen en signalen vanuit het toezicht.

18. Herstelaanbod

De toezichthouder beoordeelt de kwaliteit op locatie, maakt hiervan een rapport en adviseert aan de handhaver. Bij sommige overtredingen biedt de toezichthouder, onder voorwaarden, de mogelijkheid om deze snel te herstellen. Dit is het herstelaanbod. Binnen de door de toezichthouder gestelde tijd moeten maatregelen worden genomen om de gewenste kwaliteit te bereiken en een vastgestelde overtreding te herstellen. Dit gebeurt vóórdat het conceptrapport is opgesteld.

De afweging of een houder een herstelaanbod krijgt en welke termijn daarvoor geldt ligt bij de toezichthouder. Daarmee is een herstelaanbod ook geen recht. De toezichthouder bespreekt verbetermaatregelen en legt de afspraken vast. Na afloop van de afgesproken periode beoordeelt de toezichthouder of een overtreding structureel is opgeheven. Dit aanbod leidt tot snellere inzet van het herstel en een betere inschatting van de nalevingsbereidheid. Elke overtreding kan in aanmerking komen voor herstelaanbod, tenzij:

  • aard en ernst van de overtreding zich niet leent voor het herstelaanbod

  • er te veel overtredingen zijn

  • de houder in de voorgaande 3 jaar al in de gelegenheid is gesteld om dezelfde of een vergelijkbare overtreding op te heffen

  • de toezichthouder direct gemeentelijk ingrijpen noodzakelijk acht

  • herstel niet mogelijk is binnen de onderzoeksperiode

De toezichthouder beschrijft in het rapport de overtreding én of het herstelaanbod op tijd is nagekomen. Na afloop van de onderzoeksperiode geeft de toezichthouder een advies aan de gemeente.

19. Schriftelijk bevel

Als de kwaliteit van de kinderopvang zo ernstig tekortschiet dat de (emotionele) veiligheid en gezondheid van de kinderen direct in het geding komt, heeft de toezichthouder de mogelijkheid om zelf in te grijpen. Dit gebeurt met een schriftelijk bevel. Dit doet de toezichthouder in ernstige gevallen waarbij het nemen van maatregelen geen uitstel kan lijden. Het bevel heeft een geldigheidsduur van 7 dagen. In het bevel geeft de toezichthouder aan wat de overtreding(en) is/zijn, welke actie de houder moet nemen en binnen welke termijn de houder dit moet doen. Als de overtreding(en) niet of onvoldoende is/zijn hersteld, treedt de gemeente verder op.

20. Signalen

Er kunnen bij een kinderopvangvoorziening ook signalen en situaties zijn die de toezichthouder in het toezicht niet direct constateert, maar ouders, beroepskrachten, andere betrokkenen of de kinderopvangorganisatie zelf wel. Zowel de gemeente als de toezichthouder roepen iedereen die een zorg, melding of signaal heeft over de kinderopvang op deze te delen. Dit kan zowel bij de GGD Drenthe als bij de gemeente gedaan worden. Na elk signaal wordt bepaald welke actie nodig is, zoals een extra onderzoek of extra aandacht tijdens een jaarlijks onderzoek.

De toezichthouder deelt ook zelf signalen met andere toezichthouders in de kinderopvang. Dit zijn bijvoorbeeld de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit en gemeentelijk toezicht op het gebied van brandveiligheid. Ook kan de toezichthouder signalen delen met toezichthouders kinderopvang in een andere GGD-regio.

21. Gastouderopvang

Gastouderopvang vindt plaats in de woning van de gastouder of van het kind. De wettelijke kwaliteits- en toezichteisen wijken op enkele punten af van die voor kindercentra. Ook zijn de verantwoordelijkheden anders verdeeld: niet alleen de gastouder (de houder van de voorziening) is verantwoordelijk voor de kwaliteit, maar ook het gastouderbureau dat bemiddelt en begeleidt.

De toezichthouder kan binnen het inspectieonderzoek bij een gastouderbureau contact opnemen met de aangesloten gastouders, ook als hun voorziening is gevestigd buiten onze gemeente. Wanneer de toezichthouder tijdens een inspectieonderzoek bij een gastouder een overtreding van het gastouderbureau vaststelt, dan legt de toezichthouder deze overtreding ook vast in een inspectierapport. Daarnaast kan de toezichthouder zorgen over een gastouderbureau buiten onze gemeente en signalen uit inspectieonderzoeken delen met de toezichthouder die toezicht houdt op het gastouderbureau.

22. Voorschoolse educatie

De gemeente is verantwoordelijk voor voldoende aanbod en een goede spreiding van de voorschoolse educatie. Zij doet dit via subsidie aan kinderopvangorganisaties. De voorschoolse educatie is onderdeel van het Onderwijsachterstandenbeleid (OAB) van de gemeente Meppel. Verschillende kinderopvangorganisaties in Meppel en Nijeveen bieden voorschoolse educatie aan. Voor voorschoolse educatie gelden aanvullende wettelijke kwaliteitseisen, waar de toezichthouder ook toezicht op houdt. De toezichthouder heeft hierbij een signaalfunctie richting de Inspectie van het Onderwijs die toezicht houdt op de gehele voor- en vroegschoolse educatie (vve).

7. Handhaving op overtredingen

23. Inleiding

De gemeente verwacht van houders in de kinderopvang dat zij verantwoorde en kwalitatief goede kinderopvang aanbieden en structurele maatregelen nemen om incidentele overtredingen op te heffen en te voorkomen. Of de kwaliteit van de kinderopvang op orde is blijkt doorgaans uit inspectierapporten van de toezichthouder. Het niet naleven van de kwaliteitseisen kan echter ook door de gemeente zelf worden vastgesteld. Daar waar dat nodig is grijpt de gemeente in via handhaving. Wanneer de toezichthouder handhaving adviseert, ziet de gemeente alleen in uitzonderlijke gevallen af van handhaving.

De gemeente gebruikt verschillende handhavingsinstrumenten om kinderopvangorganisaties tot naleving van de kwaliteitseisen te bewegen. De gemeente weegt bij elke handhaving af welke maatregel geschikt, passend en noodzakelijk is. Daarmee is handhaving maatwerk. Immers, de omstandigheden bij iedere houder, locatie en overtreding zijn verschillend en daarom kan ook de aanpak bij overtredingen verschillen. Bij de keuze voor de best passende maatregel hanteert de gemeente bij de volgende uitgangspunten:

  • vasthouden van kwalitatief goede kinderopvang waar het goed gaat

  • snel structureel herstel daar waar de kwaliteit tekortschiet

  • sluiting van locaties waar de kwaliteit ernstig en/of structureel tekortschiet

Hiermee wil de gemeente bereiken dat kinderen en ouders erop kunnen vertrouwen dat kinderen worden opgevangen bij kindercentra en gastouders die voldoen aan de kwaliteitseisen gesteld in wet- en regelgeving. Inspectierapporten zijn in te zien via het Landelijk Register Kinderopvang. Ouders kunnen deze informatie gebruiken bij het zoeken naar passende kinderopvang.

24. Handhavingsafwegingen

Vanuit de eigen taak en verantwoordelijkheid besluit de gemeente in elke individuele casus welke handhavingsmaatregel passend en geboden is om het beoogde doel te bereiken: kwalitatief goede kinderopvang. De gemeente stelt handhavingsbesluiten zo duidelijk en eenvoudig mogelijk op. Ook combineert de gemeente zoveel mogelijk handhavingsbesluiten, zoals meerdere aanwijzingen, in één brief aan de houder.

In de keuze van een handhavingsmaatregel neemt de gemeente het volgende mee:

  • het inspectierapport, met daarin:

  • gerapporteerde overtreding(en)/tekortkoming;

  • bevindingen en conclusies van de toezichthouder;

  • indien van toepassing, de beschrijving van de (specifieke) omstandigheden;

  • het advies van de toezichthouder;

  • de reactie (zienswijze) van de houder;

  • Eventuele reacties van de houder aan het college;

  • De inspectie- en handhavingsgeschiedenis op locatieniveau en organisatieniveau;

  • Alle betrokken belangen waaronder het zwaarwegende belang van ouders en kinderen;

  • In hoeverre de kwaliteit van opvang is beïnvloed door de overtreding.

  • Of een voorschrift een of meerdere keren is overtreden;

  • De ernst van een vastgestelde overtreding

  • De zwaarte van de op te leggen sanctie

  • Of evenredigheid bestaat tussen de ernst van een vastgestelde overtreding en de zwaarte van de op te leggen sanctie;

In beginsel beoordeelt het college iedere overtreding afzonderlijk en wordt handhaving per overtreding ingezet. Wanneer naar het oordeel van de toezichthouder blijkt dat een houder voldoende maatregelen heeft getroffen om een overtreding structureel te herstellen, kan het college besluiten om af te zien van handhaving gericht op herstel. Maar blijkt uit één inspectieonderzoek dat één voorschrift meerdere keren is overtreden dan weegt dit mee in de ernst van de overtreding. Dit uit zich in een kortere hersteltermijn of een hoger sanctiebedrag. Zodra een handhavingsbesluit wordt verstuurd is het college van oordeel dat het onderzoek van de toezichthouder zorgvuldig is uitgevoerd.

Wanneer blijkt dat een houder voldoende maatregelen heeft getroffen om een overtreding structureel te herstellen, kan de gemeente besluiten om af te zien van handhaving. Dit is met name het geval wanneer de toezichthouder een herstelaanbod heeft gedaan en dit positief resultaat heeft gehad. Zo worden tekortkomingen eerder hersteld en kan de gemeente onnodig handhaven voorkomen.

In beginsel beoordeelt het college iedere overtreding afzonderlijk en wordt handhaving per overtreding ingezet. Wanneer naar het oordeel van de toezichthouder blijkt dat een houder voldoende maatregelen heeft getroffen om een overtreding structureel te herstellen, kan het college besluiten om af te zien van handhaving gericht op herstel. Maar blijkt uit één inspectieonderzoek dat één voorschrift meerdere keren is overtreden dan weegt dit mee in de ernst van de overtreding. Dit uit zich in een kortere hersteltermijn of een hoger sanctiebedrag. Zodra een handhavingsbesluit wordt verstuurd is het college van oordeel dat het onderzoek van de toezichthouder zorgvuldig is uitgevoerd.

25. Herstellend en bestraffend handhaven

De gemeente heeft de mogelijkheid om zowel herstellend als bestraffend te handhaven.

  • Herstellende handhaving is gericht op structureel herstel van een overtreding. In beginsel handhaaft de gemeente altijd herstellend. Het doel is de kwaliteit van opvang zo snel mogelijk te herstellen.

  • Bestraffende handhaving is gericht op het bestraffen van begane overtredingen, ongeacht of deze inmiddels hersteld zijn. Voor enkele overtredingen handhaaft de gemeente altijd bestraffend; deze overtredingen zijn opgenomen in het afwegingmodel. Voor de overige overtredingen geldt dat bestraffend gehandhaafd kan worden als de gemeente dit nodig vindt.

26. Recidive

De houder is verantwoordelijk voor de naleving van de kwaliteitseisen. Elke herhaling van een overtreding van een voorschrift, waarvoor eerder een herstelaanbod is gedaan of handhaving is ingezet, is recidive. Bij recidive zet de gemeente doorgaans direct een zwaarder handhavingsmiddel in.

Wanneer een houder een overtreding binnen 3 jaar na het opleggen van een aanwijzing herhaalt, dan legt de gemeente voor nieuwe overtredingen een last onder dwangsom op. Wordt een overtreding herhaald na het opleggen en invorderen van een last onder dwangsom of het opleggen van een bestuurlijke boete, dan legt de gemeente een hogere dwangsom of boete op. In beginsel wordt het bedrag uit het afwegingsmodel bij iedere herhaling van een overtreding met 50% verhoogd.

Wanneer binnen 3 jaar twee keer voor dezelfde overtreding een last onder dwangsom is opgelegd en ingevorderd, vervolgt de gemeente de handhaving doorgaans met het exploitatieverbod. De kwaliteit van opvang schiet immers structureel tekort. Het belang van ouders en kinderen bij kwalitatief goede kinderopvang gaat voor het (financiële) belang van de houder en het personeel.

27. Verbeteringen op organisatieniveau

De gemeente voert handhaving in beginsel op locatieniveau uit, waarbij de gemeente wel rekening houdt met overtredingen bij andere locaties van de houder. Het doel is om de houder te stimuleren zijn brede verantwoordelijkheid te nemen. Bij constateringen op één locatie verwacht de gemeente van de houder dat die organisatie breed verbeteringen doorvoert. Tekortkomingen moeten voor de gehele organisatie worden hersteld en niet slechts op de locatie waar de overtreding vastgesteld is.

28. Handhavingsmiddelen

Bij de inzet van handhaving denkt de gemeente in effect. Dat betekent dat de gemeente bij de keuze van handhavingsinstrumenten kiest voor de instrumenten die het snelst het grootste effect hebben. De gemeente maakt gebruik van de volgende handhavingsmaatregelen, van licht naar zwaar:

7. De aanwijzing

Met een aanwijzing (in de vorm van een brief) draagt de gemeente de houder op om de overtreding zo snel mogelijk te beëindigen. Daarnaast moet de houder ook maatregelen nemen om te voorkomen dat zij de overtreding opnieuw begaat. In de aanwijzing staat welke maatregelen de houder, binnen welk termijn, moet nemen om de wettelijke voorwaarden na te leven. Een aanwijzing kan ook een concretisering van wettelijke regels bevatten voor de specifieke situatie. De aanwijzing blijft geldig, ook nadat de overtreding is hersteld. De gemeente betrekt deze aanwijzing bij handhavingsbesluiten in de opvolgende 3 jaar.

8. De last onder dwangsom

Als de aanwijzing niet tot structureel herstel van de overtreding heeft geleid, legt de gemeente in principe een last onder dwangsom op. De gemeente kan ook direct een last onder dwangsom opleggen zonder dat eerst een aanwijzing is gegeven. En als er binnen 3 jaar, sinds de laatste opgelegde aanwijzing, een overtreding van dezelfde kwaliteitseis is vastgesteld legt de gemeente doorgaans een last onder dwangsom op. Ook als de kwaliteitseis in de tussenliggende periode is beoordeeld en er geen overtreding is vastgesteld.

Met een last onder dwangsom legt de gemeente de houder de plicht op om maatregelen uit te voeren binnen een aangegeven termijn. Als een houder binnen de hersteltermijn de overtreding opheft en/of niet herhaalt, hoeft deze de dwangsom niet te betalen. Wordt vastgesteld dat een overtreding niet is opgeheven of is herhaald, dan moet de houder de dwangsom betalen. Met een last onder dwangsom kan op meerdere herhalingen tegelijk worden gehandhaafd. Een last onder dwangsom kent daarvoor een maximumbedrag. Met een last onder dwangsom kan op meerdere herhalingen worden gehandhaafd. Een last onder dwangsom kent daarvoor een maximumbedrag.

De last onder dwangsom is de best geschikte handhavingsmaatregel waarvan het college gebruik kan maken na de aanwijzing, als sluiting van de opvang (nog) niet proportioneel is. Wordt de overtreding na het opleggen van een last onder dwangsom toch herhaald, dan heeft dat financiële gevolgen zonder dat de bedrijfsvoering wordt onderbroken. Daarmee is de last onder dwangsom een handhavingsmaatregel met een gedoseerde financiële prikkel om de overtreding structureel op te heffen.

9. Verlengen van een bevel

Als de toezichthouder een schriftelijk bevel heeft opgelegd (zie hoofdstuk 6, paragraaf 9) en de overtreding(en) zijn naar het oordeel van de toezichthouder niet of onvoldoende hersteld, dan verlengt de gemeente het bevel met minimaal 7 dagen en zolang de houder nodig heeft om de overtreding(en), naar het oordeel van de toezichthouder, structureel te herstellen. De overtreding moet ook na verlenging wel binnen een kort tijdsbestek (gedacht wordt aan maximaal 14 dagen) opgeheven kunnen worden, anders moet doorgegaan worden met de volgende stap.

10. Tijdelijke sluiting van de voorziening (exploitatieverbod)

Zodra uit een inspectieonderzoek blijkt dat geen sprake (meer) is van verantwoorde kinderopvang sluit de gemeente de kinderopvang tijdelijk. Wat onder verantwoorde kinderopvang wordt verstaan is vastgelegd in artikel 1.49 van de Wet kinderopvang. Ook kan de kinderopvang gesloten worden zolang de houder een bevel van de toezichthouder of aanwijzing niet opvolgt.

Daarnaast gaat de gemeente over tot tijdelijke sluiting bij locaties waar de kwaliteit structureel ondermaats is. Eerdere minder zware handhavingsmaatregelen hebben dan niet tot (structureel) herstel geleid. Pas als de houder aantoont dat de kwaliteit blijvend verbeterd is en aan de eisen voldoet, mag de kinderopvang weer open. De toezichthouder beoordeelt dit tijdens een inspectieonderzoek.

Het sluiten van een locatie voor kinderopvang is een ingrijpende maatregel die niet alleen gevolgen heeft voor de houder maar ook voor diens personeel, ouders en kinderen. Het belang van ouders en kinderen bij kwalitatief goede kinderopvang weegt altijd zwaarder dan het belang van continuïteit van opvang of een financieel belang. Met een gesloten locatie kan de houder zich samen met het personeel volledig richten op herstel van de kwaliteit van opvang zonder dat (emotionele) veiligheid en/ of gezondheid van de opgevangen kinderen nog langer in het geding is.

Als de gemeente een kinderopvanglocatie sluit, moet de houder de ouders zelf op de hoogte stellen van deze sluiting. Als de houder dit niet doet, informeert de gemeente of de toezichthouder ouders hierover. Dit gebeurt schriftelijk of mondeling.

11. Permanente sluiting van de voorziening (intrekken toestemming exploitatie)

Lukt het de houder na sluiting van een locatie niet om (binnen redelijke termijn) de overtredingen structureel op te heffen dan kan de gemeente de toestemming tot exploitatie intrekken. Ook als een houder de kwaliteitseisen structureel niet naleeft, na verbetering opnieuw overtredingen begaat, veel en/of ernstige overtredingen of overtredingen die redelijkerwijs niet kunnen worden hersteld, sluit de gemeente de kinderopvang permanent. Dit doet zij door de toestemming tot exploitatie in te trekken en de voorziening te verwijderen uit het LRK. De gemeente kan de toestemming ook direct intrekken bijvoorbeeld als:

  • niet langer wordt voldaan aan de definitie van kinderopvang, ouderparticipatiecrèche, gastouderopvang, gastouder of gastouderbureau;

  • er sprake is van (een) overtreding(en) die, naar het oordeel van de toezichthouder, niet hersteld kan (kunnen) worden.

12. De last onder bestuursdwang

De manier waarop de houder de kinderopvang wil vormgeven is aan de houder. Bij een last onder bestuursdwang neemt de gemeente bepaalde maatregelen om de overtreding van de kwaliteitseis op te heffen. Dat maakt dat de last onder bestuursdwang doorgaans geen geschikt handhavingsmiddel is. Dit handhavingsmiddel is bijvoorbeeld wel geschikt om een kinderopvangvoorziening te sluiten en gesloten te houden bij overtreding van een exploitatieverbod. Alle kosten die gemaakt worden bij de last onder bestuursdwang zijn voor rekening van de houder.

13. Bestuurlijke boete

Voor enkele ernstige overtredingen legt de gemeente altijd een boete op, ook als de houder maatregelen neemt om herhaling of voortduren van een overtreding te voorkomen. Deze boetes staan in de bijlage (Directe boete).

Elke overtreding beoordeelt en bestraft de gemeente afzonderlijk. Ook als één kwaliteitseis meerdere keren is overtreden. Daarnaast legt de gemeente een boete op als een houder na het opleggen van een aanwijzing geen maatregelen heeft genomen om herhaling of voortduren van een overtreding te voorkomen. Zodra één kwaliteitseis meerdere keren is overtreden, beoordeelt de gemeente of het totale boetebedrag dat kan worden opgelegd evenredig is met de ernst van de overtredingen en de mate waarin de kwaliteit van opvang negatief werd beïnvloed.

Een boete heeft altijd financiële gevolgen voor de overtreder. De draagkracht van een overtreder speelt geen rol bij het bepalen van de hoogte van een boete. Deze draagkracht is voor de gemeente immers moeilijk vast te stellen. Een boete treft niet elke overtreder even zwaar. Als de overtreder kan aantonen dat hij een boete niet in één keer kan betalen zonder dat de continuïteit van de opvang in gevaar komt, dan is dat in beginsel geen reden om een boete te matigen of van het opleggen van een boete af te zien. Wel kan dit reden zijn om een betalingsregeling toe te staan.

Ook het (vrijwillig) sluiten van een locatie is geen reden om van het opleggen van een boete af te zien. Overtredingen van de in het afwegingsmodel genoemde voorschriften kunnen dusdanig ernstige gevolgen hebben dat kinderen deze levenslang met zich mee kunnen dragen. Dit zijn dan ook zeer ernstige overtredingen, in beginsel legt de gemeente hiervoor altijd een boete op.

29. Gastouderopvang

De eerder beschreven werkwijze is ook van toepassing op de gastouderopvang. Daarbij houdt de gemeente wel rekening met de kleinschaligere en informelere aard van de gastouderopvang. Dit vertaalt zich als volgt:

  • Lagere boetes en dwangsommen voor de gastouder: door de beperkte omvang heeft een gastouder ook minder financiële draagkracht. De gemeente houdt hier rekening mee in de vaststelling van de bedragen voor boetes en dwangsommen.

  • Boetes bij niet gemelde wijzigingen: gastouderbureaus zijn medeverantwoordelijk voor het toezicht op de gastouderopvang. De gemeente legt aan gastouderbureaus daarom direct boetes op bij het niet melden van: een uitbreiding, de start of beëindiging van bemiddelingsrelaties en de beëindiging van de exploitatie van een voorziening.

  • Snellere sluiting: bij een gastouder gaat de gemeente sneller over tot sluiting (exploitatieverbod) van de opvangvoorziening en intrekking van de toestemming. De kwaliteit van de opvang is namelijk onlosmakelijk verbonden aan de gastouder en de gemeente verwacht daarom geen verbetering na herhaling van overtredingen.

  • Signaal naar andere gemeenten: als de gemeente handhavingsmaatregelen inzet bij een gastouderbureau in een andere gemeente, informeert zij de betreffende gemeente.

  • Personenregister kinderopvang: Het gastouderbureau is verantwoordelijk voor registratie en wijzigingen in het personenregister kinderopvang. Hiervoor is het gastouderbureau afhankelijk van informatie van de gastouder. Het is aan een gastouderbureaus om aan te tonen dat zij er redelijkerwijs alles aan hebben gedaan om overtredingen te voorkomen.

14. Handhaving bij een gastouderbureau gevestigd buiten onze gemeente

De toezichthouder kan bij een onderzoek bij een voorziening voor gastouderopvang binnen onze gemeente een overtreding vaststellen, begaan door een gastouderbureau gevestigd buiten onze gemeente. Aan gastouderbureaus gevestigd buiten onze gemeente kan de gemeente geen aanwijzing of een last onder dwangsom opleggen. Immers, de gemeente is doorgaans niet zelf verantwoordelijk voor het toezicht op deze bureaus en kan niet controleren of de aanwijzing of last is opgevolgd. Het enige handhavingsmiddel dat geschikt en daarmee noodzakelijk is voor handhaving bij deze bureaus is het opleggen van een bestuurlijke boete.

30. Voorschoolse educatie (ve)

Als sprake is van een overtreding van de wettelijke basisvoorwaarden voor voorschoolse educatie, informeert de toezichthouder de Inspectie van het Onderwijs. Deze gebruikt de informatie als signaal in het eigen toezicht. De toezichthouder kan ook voor de ve specifieke eisen een herstelaanbod doen.

De gemeente verstrekt subsidie aan kinderdagverblijven met voorschoolse educatie om een ander kwaliteitsniveau te realiseren. Als de toezichthouder een overtreding vaststelt van de wettelijke kwaliteitseisen voorschoolse educatie, zet de gemeente een aanwijzing in volgens het reguliere handhavingsprotocol. Als een aanwijzing niet is opgevolgd, treedt de gemeente eerst op binnen de subsidierelatie. Overtredingen kunnen grond zijn voor het weigeren van een subsidieaanvraag of leiden tot lagere subsidievaststelling. Bij overtredingen van aanvullende gemeentelijke kwaliteitseisen treedt de gemeente direct op binnen de subsidierelatie.

31. Publicatie van handhavingsbesluiten

De gemeente maakt handhavingsbesluiten openbaar in het Landelijk Register Kinderopvang zodra deze onherroepelijk zijn. Een handhavingsbesluit is onherroepelijk zodra alle bezwaar- en beroepsprocedures tegen het besluit zijn afgerond. In besluiten staat hoe in bezwaar en/of beroep gegaan kan worden.

32. Hersteltermijnen

Voor elke overtreding beoordeelt het college welk hersteltermijn passend en geboden is.

  • Overtredingen met grote consequenties voor de kwaliteit van kinderopvang moeten in beginsel direct of binnen maximaal 7 dagen worden beëindigd.

  • Overtredingen met gemiddelde consequenties voor de kwaliteit van kinderopvang moeten in beginsel binnen maximaal 14 dagen worden hersteld.

  • Overtredingen met lichte tot matige consequenties voor de kwaliteit van kinderopvang moeten in beginsel binnen een gemiddelde termijn van maximaal 21 dagen worden hersteld.

2. Afwegingskader: hoogte boetes

33. Inleiding

In het afwegingsmodel is vastgelegd welke bestuurlijke handhavingsmaatregel(en) het college doorgaans oplegt. Per domein staat de hersteltermijn waarbinnen overtredingen moeten zijn hersteld en de hoogte van boetes.

Voor de bedragen van de boetes sluit het college aan bij de categorieën genoemd in artikel 23 lid 4 van het Wetboek van Strafrecht. Gezien de ernst van het niet aanbieden van kinderopvang die voldoet aan de minimale kwaliteitseisen is met name aangesloten bij de tweede, derde en vierde categorie. In de tabel is het maximum sanctiebedrag bij een eerste overtreding van het voorschrift opgenomen. Bij recidive verdubbelt de gemeente dit maximum. Voor de gastouderopvang, met uitzondering van de gastouderbureaus, gelden andere bedragen.

De hier opgenomen bedragen gelden per overtreding van een voorschrift. Het aantal overtredingen waarvoor het college een financiële sanctie oplegt is beperkt tot 4 overtredingen van hetzelfde voorschrift per inspectieonderzoek.

34. Dwangsommen Kindercentrum

Algemene voorwaarden kwaliteit en naleving

Administratie

de derde categorie

Maatregelen aanpak A-ziekten

de derde categorie

Overtredingen in het domein Algemene voorwaarden kwaliteit en naleving hebben grote consequenties voor de kwaliteit van kinderopvang.

Pedagogisch klimaat

Pedagogisch beleid

de derde categorie

Pedagogische praktijk

de derde categorie

Voorschoolse educatie

de derde categorie

Inzet pedagogisch beleidsmedewerker voorschoolse educatie

de derde categorie

Overtredingen in het domein pedagogisch klimaat hebben grote consequenties voor de kwaliteit van kinderopvang.

Personeel en groepen

verklaring omtrent het gedrag en personenregister kinderopvang

de derde categorie

opleidingseisen

de derde categorie

aantal beroepskrachten

de derde categorie

eisen aan de inzet van beroepskrachten in opleiding en stagiairs

de derde categorie

inzet pedagogisch beleidsmedewerkers

de tweede categorie

stabiliteit van de opvang voor kinderen

de tweede categorie

voertaal

de tweede categorie

Overtredingen in het domein Personeel en groepen hebben grote consequenties voor de kwaliteit van kinderopvang.

Veiligheid en gezondheid

Veiligheids- en gezondheidsbeleid

de tweede categorie

Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling

de tweede categorie

Meld- overleg- en aangifteplicht

de tweede categorie

Overtredingen in het domein Veiligheid en gezondheid hebben grote consequenties voor de kwaliteit van kinderopvang.

Accommodatie

Eisen aan ruimtes

de tweede categorie

Overtredingen in het domein Accommodatie hebben, bij het ontbreken van een acute situatie, gemiddelde consequenties voor de kwaliteit van kinderopvang. Bij acute situaties hebben overtredingen grote consequenties voor de kwaliteit van kinderopvang.

Ouderrecht

Informatie

de tweede categorie

Oudercommissie

de tweede categorie

Klachten en geschillen

de tweede categorie

Overtredingen in het domein Ouderrecht hebben lichte tot matige consequenties voor de kwaliteit van kinderopvang.

35. Dwangsommen Gastouderbureau

Personeel

Verklaring omtrent het gedrag en personenregister kinderopvang

De derde categorie per ontbrekende VOG, inschrijving en/of koppeling

Personeelsformatie per gastouder

de tweede categorie

Overtredingen in het domein Personeel hebben grote consequenties voor de kwaliteit van opvang.

Veiligheid en gezondheid

Risico-inventarisatie veiligheid en gezondheid

De tweede categorie

Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling

de tweede categorie

Meld- overleg- en aangifteplicht

de tweede categorie

Overtredingen in het domein Veiligheid en gezondheid hebben grote consequenties voor de kwaliteit van opvang.

Ouderrecht

Informatie

de tweede categorie

Oudercommissie

de tweede categorie

Klachten en geschillen

de tweede categorie

Overtredingen in het domein Ouderrecht hebben Lichte tot matige consequenties voor de kwaliteit van kinderopvang.

Kwaliteit gastouderbureau en zorgplicht

Kwaliteitscriteria

de tweede categorie

Administratie gastouderbureau

de tweede categorie

Overtredingen in het domein Kwaliteit gastouderbureau en zorgplicht hebben grote consequenties voor de kwaliteit van opvang.

36. Dwangsommen Gastouder

Het maximum dwangsombedrag voor een voorziening voor gastouderopvang is gelijk aan het bedrag genoemd bij de eerste categorie artikel 23 lid 4 Wetboek van Strafrecht en bij recidive het dubbele daarvan.

37. Bestuurlijke boete (directe boete)

Per overtreding van het voorschrift. Voor enkele overtredingen legt het college, naast een herstelsanctie, in beginsel altijd een boete op. Deze overtredingen staan in de eerste tabel: Directe boete. Voor de overige overtredingen kan naast een herstelsanctie ook een boete worden opgelegd. In de tabel is het maximum boetebedrag bij een eerste overtreding van het voorschrift opgenomen. Bij recidive verdubbelt het college het maximum boetebedrag.

Bij het opleggen van een bestuurlijke boete stemt het college de hoogte van de boete altijd af op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten. Daarbij houdt het college rekening met de omstandigheden waaronder de overtreding is begaan. Om tot matiging over te gaan, verwacht het college een actieve houding van de overtreder. Het is belangrijk dat een houder niet alleen stelt dat bepaalde (bijzondere) omstandigheden zich hebben voorgedaan, maar dat de houder dit ook aantoont.

Als met 1 feitelijke gedraging 2 of meer overtredingen zijn begaan legt het college alleen een bestuurlijke boete op voor de overtreding met het hoogste boetebedrag. Daarnaast matigt het college een boete aan de hand van de omvang van de organisatie.

Algemeen

Kindercentrum en GOB*

Gastouders

Exploitatie zonder toestemming college

de vierde categorie

de derde categorie

Aanbieden kinderopvang zonder schriftelijke overeenkomst

de derde categorie

 

Schenden medewerkingsplicht

de derde categorie

de tweede categorie

Niet opvolgen bevel

de vierde categorie

de derde categorie

Overtreden exploitatieverbod

de vierde categorie

de tweede categorie

Niet (tijdig) melden wijzigingen

de tweede categorie

 

*GOB = gastouderbureau

Personeel en groepen: kindercentrum en GOB

Verklaring omtrent Gedrag (VOG)

de tweede categorie per ontbrekende VOG

Personenregister kinderopvang

de tweede categorie per ontbrekende inschrijving en/of koppeling

Beroepskrachtkind-ratio (BKR)

de tweede categorie per ontbrekende beroepskracht

Op de uren dat niet tenminste de helft van het conform de BKR benodigde aantal beroepskrachten is ingezet.

de helft van het bedrag genoemd bij de tweede categorie per ontbrekende beroepskracht

Kwalificatie

de tweede categorie per ontbrekende kwalificatie

Personeel en groepen: gastouders

Verklaring omtrent Gedrag (VOG)

de eerste categorie per ontbrekende VOG

Groepsgrote en groepssamenstelling

de eerste categorie per overtreding

Kwalificatie

de eerste categorie per ontbrekende kwalificatie

Kwaliteit gastouderbureau

Pedagogische praktijk

Begeleiding en ondersteuning van de gastouder:

Uitvoering pedagogisch beleid door gastouders leidt tot verantwoorden gastouderopvang

de tweede categorie per VGO waar onvoldoende is toegezien op de kwaliteit van opvang en/of de begeleiding tekortschiet

Het gastouderbureau voldoet niet aan zijn zorgplicht:

De samenstelling van de groep kinderen bij de gastouder

de tweede categorie per VGO waar de groepsgrootte en/of samenstelling niet voldoet

Verklaring omtrent het gedrag en personenregister kinderopvang:

Inschrijving en koppeling gastouder, huisgenoten en structureel aanwezigen

de tweede categorie per ontbrekende inschrijving en/of koppeling

Veiligheid en gezondheid:

Inventarisatie van risico’s voorzieningen voor gastouderopvang

de tweede categorie

Overige kwaliteitseisen

Niet opvolgen aanwijzing

de derde categorie, voor gastouder tweede categorie

Eisen ruimtes gastouderopvang: De houder van een gastouderbureau toetst aantoonbaar jaarlijks op naleving van deze eisen

de tweede categorie per VGO waar niet is voldaan aan deze kwaliteitseisen en niet aantoonbaar is getoetst op de naleving

Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling

de tweede categorie per gastouder waar de kennis en het gebruik van de handelwijze uit de meldcode niet is bevorderd.

Inzet pedagogisch beleidsmedewerkers

de derde categorie

Ondertekening


Noot
1

Onder kinderdagopvang valt ook de voormalige ‘peuterspeelzaal’.

Noot
2

Voorschoolse educatie is een programma voor peuters met (risico op) een ontwikkelingsachterstand. Hier heeft de gemeente apart beleid voor opgesteld, het Onderwijsachterstandenbeleid.

Noot
3

De eigenaar, organisatie, partij die kinderopvang verzorgt.

Noot
4

art. 3.3. Wko

Noot
5

Alle kindercentra, gastouders en gastouderbureaus moeten geregistreerd staan in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK). Het LRK is openbaar. Alleen als een kinderopvangvoorziening is opgenomen in het LRK, hebben ouders recht op kinderopvangtoeslag.

Noot
6

Voor de houderwijziging, verhuizing en wijziging rechtsvorm geldt een termijn van 10 weken.