Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR747986
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR747986/1
Regeling vervallen per 17-12-2025
Openstellingsbesluit GLB Voorbereiding van samenwerking voor integrale gebiedsontwikkeling provincie Gelderland 2025
Geldend van 28-11-2025 t/m 16-12-2025
Intitulé
Openstellingsbesluit GLB Voorbereiding van samenwerking voor integrale gebiedsontwikkeling provincie Gelderland 2025Gedeputeerde Staten van Gelderland
Besluiten:
- I.
Vast te stellen het Openstellingsbesluit GLB Voorbereiding van samenwerking voor integrale gebiedsontwikkeling provincie Gelderland 2025 als bedoeld in paragraaf 6 van hoofdstuk 2 van de Verordening Europese landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Gelderland, verder te noemen de Verordening;
- II.
Het subsidieplafond voor de openstellingsperiode vast te stellen op € 480.000. Dit bedrag bestaat voor 43% uit middelen vanuit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) en voor 57% uit provinciale middelen;
- III.
Dat aanvragen kunnen worden ingediend van 1 december 2025 09:00 uur tot en met 2 maart 2026 17.00 uur;
- IV.
De volgende nadere regels vast te stellen:
Artikel 1 Subsidiabele activiteit
-
1. Subsidie kan worden verstrekt voor het voorbereiden en oprichten van een samenwerkingsverband, het formuleren van een gebiedsopgave en de uitwerking daarvan in een integraal gebiedsplan als bedoeld in artikel 2.6.1, eerste lid onder a, van de Verordening.
-
2. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt als de aanvraag betrekking heeft op ten minste één van de doelen als bedoeld in artikel 2.6.1, tweede lid, van de Verordening.
Artikel 2 Aanvrager
Subsidie als bedoeld in artikel 1 wordt verstrekt aan de initiatiefnemer van een samenwerkingsverband in oprichting als bedoeld in artikel 2.6.3, eerste lid, van de Verordening.
Artikel 3 Aanvraagvereisten
-
1. Een aanvraag om subsidie voldoet aan de aanvraagvereisten, bedoeld in de artikelen 1.6 en 2.6.5, eerste lid, van de Verordening.
-
2. In aanvulling op het eerste lid bevat de aanvraag een uitwerking van hoe de beoogde activiteiten aansluiten bij het provinciaal beleid zoals opgenomen in de Kadernota Agrifood ‘Toekomst voor de Gelderse Boer’ van de provincie Gelderland en bij beleid van gemeenten of waterschappen.
Artikel 4 Weigeringsgronden
Artikel 2.6.6, eerste en derde lid van de Verordening zijn van toepassing.
Artikel 5 Subsidiabele kosten
-
1. Kosten zoals bedoeld in artikel 1.8 van de Verordening komen voor subsidie in aanmerking.
-
2. De subsidiabele kosten worden berekend overeenkomstig artikel 2.6.7 van de Verordening, waarbij de tarieven, bedoeld in artikel 1.9a, eerste lid, onder b, van de Verordening niet van toepassing zijn.
Artikel 6 Niet subsidiabele kosten
In aanvulling op artikel 1.10 van de Verordening is artikel 2.6.8 van de Verordening van toepassing.
Artikel 7 Hoogte subsidie
De subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.6.1, eerste lid, onder a, van de Verordening bedraagt 100% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 25.000 en een maximum van € 80.000.
Artikel 8 Selectiecriteria
-
1. Aanvragen die voor subsidie als bedoeld in artikel 2.6.1, eerste lid, onder a, van de Verordening, in aanmerking komen, worden door een onafhankelijke adviescommissie als bedoeld in artikel 1.13 van de Verordening geselecteerd en gerangschikt op basis van de volgende selectiecriteria:
Selectiecriterium
Wegings-factor
Te behalen punten
Maximum per criterium
a
Mate waarin de aanvrager in staat is een gebiedsplan op te stellen in relatie tot de opgave van het gebied
3
0-5
15
b
Mate waarin de aanvrager in staat is het samenwerkingsverband te organiseren
2
0-5
10
c
De voorgenomen organisatie en samenstelling van het samenwerkingsverband
2
0-5
10
d
De haalbaarheid van de activiteiten
4
0-5
20
Maximumaantal te behalen punten
55
-
2. Een aanvraag om subsidie wordt beoordeeld op basis van de in bijlage 1 bij dit openstellingsbesluit opgenomen beoordelingsaspecten per selectiecriterium dat is opgenomen in het eerste lid.
-
3. Overeenkomstig artikel 1.12, vierde lid, van de Verordening wordt een aanvraag geweigerd indien de aanvraag minder dan 33 punten (60% van het maximumaantal te behalen punten) heeft behaald.
Artikel 9 Verplichtingen
-
1. Artikel 2.6.11 van de Verordening is van toepassing.
-
2. In aanvulling op artikel 2.6.11 van de Verordening dienen activiteiten waarvoor subsidie verstrekt is, uiterlijk 30 juni 2028 afgerond te zijn.
-
3. Indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het tweede lid, en de subsidieontvanger verlenging van die termijn wenselijk acht, kan hij uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging tot uiterlijk 31 december 2028.
-
4. De subsidie wordt vastgesteld op basis van het overleggen van een gebiedsplan inclusief begroting en een uitwerking van het beoogde samenwerkingsverband.
Artikel 10 Subsidie-arrangement
Op de subsidie, bedoeld in artikel 1, zijn de regels inzake subsidie op basis van arrangement 2 als bedoeld in artikel 1.7, eerste lid onder b, in artikel 1.18, tweede lid en in artikel 1.20 van de Verordening van toepassing.
Artikel 11 Voortgangsverslag, voorschot en deelbetalingen
-
1. Overeenkomstig artikel 1.16 van de Verordening wordt gedurende het planproces om tot een samenwerkingsverband en een gebiedsplan te komen, minimaal een keer per jaar een voortgangsverslag overlegd.
-
2. Ambtshalve wordt een voorschot van 50% van de verleende subsidie verstrekt op basis van artikel 1.17 van de Verordening.
-
3. Er worden geen deelbetalingen verstrekt.
Artikel 12 Publicatie en inwerkingtreding
Dit besluit wordt geplaatst in het Provinciaal Blad en treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 13 Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit GLB Voorbereiding van samenwerking voor integrale gebiedsontwikkeling provincie Gelderland 2025.
Ondertekening
Namens Gedeputeerde Staten van Gelderland,
Marjoos van den Berg
Teammanager Agrifood
Bijlage 1 – Beoordelingsaspecten per selectiecriterium
Een onafhankelijke adviescommissie zal de aanvragen voor subsidie voor de voorbereiding van gebiedsplannen toetsen aan de hand van de volgende beoordelingsaspecten bij de in dit openstellingsbesluit opgenomen selectiecriteria.
- a.
Mate waarin aanvrager in staat is een gebiedsplan op te stellen in relatie tot de opgave van het gebied
Bij dit selectiecriterium wordt gekeken naar in hoeverre de aanvrager in staat is om uitdagingen van een eigen afgebakend gebied met voor dit gebied, deze omgeving, logische partijen in kaart te brengen en daarvoor oplossingen aan te dragen. De aanvrager moet op basis van relevante kennis en ervaring kunnen laten zien hoe het op te stellen gebiedsplan voor het beoogde gebied mede kan bijdragen aan de doelen klimaat, milieu en biodiversiteit. Een duidelijke en feitelijk onderbouwde beschrijving van het beoogde gebied en de daarbij behorende uitdagingen zijn onontbeerlijk. Een gebied kan een lokaal geografisch afgebakende omgeving zijn. Een initiatiefnemer bepaalt zelf de afbakening hiervan en daarmee de omvang. De gedachte van deze regeling is dat samenwerkingsverbanden en gebiedsplannen worden ontwikkeld om lokaal gevoelde problemen op te lossen door gezamenlijke investeringen en inspanningen van lokaal gevestigde en betrokken gebiedspartijen.
- b.
Mate waarin de aanvrager in staat is het samenwerkingsverband te organiseren
Een aanvraag wordt ook beoordeeld op in hoeverre de aanvrager laat zien dat hij in staat is een potentieel samenwerkingsverband te organiseren en daarbij de juiste partners kan vinden ten behoeve van de uitvoering van het beoogde gebiedsplan en de daarin geadresseerde uitdagingen. Hierbij wordt gelet op hoe de aanvrager inzicht geeft in hoe voldoende draagvlak gevonden kan worden voor een succesvolle uitvoering van het gebiedsplan. Dit kan bijvoorbeeld blijken uit een beschrijving van kennis en ervaring met belangenvertegenwoordiging en gebiedsprocessen.
- c.
De voorgenomen organisatie en samenstelling van het samenwerkingsverband
Bij de voorgenomen organisatie en samenstelling van het samenwerkingsverband wordt de aanvraag beoordeeld op hoe het beoogde samenwerkingsverband wordt samengesteld, welke beoogde partners hierbij, naast landbouwers, in beeld zijn, wat de toegevoegde waarde is van deze beoogde partners en hoe de samenwerking wordt georganiseerd ofwel hoe de samenwerking in de praktijk gaat werken. Wat zijn van de beoogde partners ieders beoogde taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden?
- d.
De haalbaarheid van de activiteiten
Bij haalbaarheid wordt gekeken naar in hoeverre het opstellen van een gebiedsplan, het feitelijke planproces, als een haalbare kaart wordt gezien. De aanvrager moet voor het te doorlopen planproces laten zien dat dit tot een geslaagde uitvoering zal leiden. De juridische uitvoerbaarheid van voorgenomen activiteiten die onderdeel worden van het op te stellen gebiedsplan, moet bijvoorbeeld geborgd zijn. Ook moet de aanvrager blijk geven van welke eventuele risico’s en uitdagingen in de voorbereiding gezien worden, dat kan technisch van aard zijn, maar ook organisatorisch of financieel. Risico’s in het planproces moeten benoemd zijn en beheersbaar gemaakt zijn. Daarbij moet ook aandacht uitgaan naar welke mogelijke tegenstrijdige effecten van het beoogde integrale gebiedsplan zouden kunnen optreden en welke beheermaatregelen worden genomen om deze effecten te voorkomen, zie ook artikel 2.6.5, eerste lid, onder c, van de Verordening.
Toekenning van punten
Het toekennen van punten vindt per selectiecriterium op basis van de daarbij genoemde beoordelingsaspecten als volgt plaats:
- -
0 punten worden toegekend indien de score op de bij het selectiecriterium genoemde aspecten in samenhang bezien, zeer gering is;
- -
1 punt wordt toegekend indien de score op de bij het selectiecriterium genoemde aspecten in samenhang bezien, gering is;
- -
2 punten worden toegekend indien de score op de bij het selectiecriterium genoemde aspecten in samenhang bezien, matig is;
- -
3 punten worden toegekend indien de score op de bij het selectiecriterium genoemde aspecten in samenhang bezien, voldoende is;
- -
4 punten worden toegekend indien de score op de bij het selectiecriterium genoemde aspecten in samenhang bezien, goed is;
- -
5 punten worden toegekend indien de score op de bij het selectiecriterium genoemde aspecten in samenhang bezien, zeer goed is.
Rangschikking van aanvragen
Er is sprake van een tender binnen deze openstelling. Voor de selectie van aanvragen die voor subsidie in aanmerking komen, is een onafhankelijke adviescommissie samengesteld. Aanvragen worden gescoord aan de hand van selectiecriteria en daarbij behorende wegingsfactoren en vervolgens gerangschikt. Alleen de aanvragen met de minimumscore of hoger komen voor subsidie in aanmerking, voor zover het binnen het opengestelde plafond past.
Voor de rangschikking van alle aanvragen geldt dat een individuele aanvraag minimaal 60% van de maximaal te behalen score moet halen wat maakt dat de drempelscore om in aanmerking voor subsidie te komen, 33 punten is. De plaats in de rangorde wordt bepaald door het aantal punten dat de onafhankelijke adviescommissie aan de aanvraag toekent. Voor elke aanvraag geldt dat een minimumaantal punten dient te worden behaald om voor subsidie in aanmerking te kunnen komen. Indien een aanvraag minder dan 33 punten behaalt, wordt de aanvraag niet gehonoreerd. Het doel van deze systematiek is om alle aanvragen onderling te vergelijken en de beste aanvragen uit het totaalaanbod te kunnen selecteren.
Aanvragen worden op volgorde van de rangschikking gehonoreerd. Als twee of meer aanvragen een gelijk aantal punten hebben gekregen en de som van de aangevraagde bedragen dusdanig is dat het subsidieplafond wordt overschreden, dan vindt tussen hen een prioritering plaats op de afzonderlijke scores in deze volgorde van de criteria: haalbaarheid van de activiteiten, mate waarin aanvrager in staat is om een gebiedsplan op te stellen, mate waarin aanvrager in staat is om de samenwerking te organiseren en de voorgenomen organisatie en samenstelling van het samenwerkingsverband. Als van de twee gelijk scorende aanvragen aanvraag 1 bijvoorbeeld 4 punten op haalbaarheid heeft gescoord en aanvraag 2 3 punten, dan wordt de aanvraag 1 hoger gerankt dan aanvraag 2, ondanks de overall gelijke score van aanvraag 1 en 2. Aanvraag 1 komt dan eerst in aanmerking voor subsidie, daarna aanvraag 2.
Indien de aanvragen in het geheel een gelijk aantal punten hebben behaald, dus ook op de afzonderlijke selectiecriteria, dan wordt de rangschikking van de aanvragen bepaald door loting. Het toekennen van de scores en de rangschikking vindt plaats door een onafhankelijke adviescommissie zoals bedoeld in artikel 1.13 van de Verordening.
Toelichting bij Openstellingsbesluit GLB Voorbereiding van samenwerking voor integrale gebiedsontwikkeling
LEESWIJZER
Voorliggend openstellingsbesluit moet in samenhang gelezen worden met de Verordening Europese landbouwsubsidies 2023-2027 van de provincie Gelderland (de Verordening).
Met dit openstellingsbesluit wordt paragraaf 6 uit hoofdstuk 2 van de Verordening – de maatregel Samenwerking voor integrale gebiedsontwikkeling – opengesteld. De artikelen 2.6.1 tot en met 2.6.12 van de Verordening moeten tezamen gelezen worden met de artikelen in dit openstellingsbesluit. Daarnaast zijn de algemene en slotbepalingen uit de Verordening ook van toepassing op een aanvraag.
- I.
ALGEMEEN
Samenwerking voor integrale gebiedsontwikkeling
De bedoeling is dat agrariërs en andere gebiedspartners middels deze maatregel worden uitgenodigd en gefaciliteerd om met elkaar een gebiedsanalyse te doen en een plan van aanpak op te stellen ter versterking van de doelen op het gebied van klimaat, water en biodiversiteit. Het begint bij een initiatiefnemer voor het planproces, die vraagt subsidie aan voor het opstellen van een plan en aangaan van een samenwerking. De verwachting is dat door de partners in het gebied zelf aan het roer te zetten in de versterking van hun gebied op de doelen klimaat, water en biodiversiteit, sneller verbetering in het gebied wordt gerealiseerd dan wanneer individuele gebiedspartners afzonderlijk acties aanvragen en uitvoeren, of wanneer van bovenaf door overheden regels worden opgelegd. Door deze aanpak worden agrarisch ondernemers en andere gebiedspartijen uitgedaagd om de kansen in hun gebied echt in kaart te brengen en vervolgens gezamenlijk acties te bedenken en uit te voeren om het te versterken.
Een samenwerkingsverband in wording in een afgebakend gebied kan van deze provinciale GLB-maatregel gebruik maken. Met als partijen in elk geval landbouwers, maar voor de hand liggen voorts overheden als provincie, gemeente en Waterschap, natuur- en landschapsorganisaties en andere organisaties en personen.
Inleiding op gebiedsgericht samenwerken in provincie Gelderland
Het beleid voor de land- en tuinbouw in de provincie Gelderland is vastgelegd in de Kadernota Agrifood ‘Toekomst voor de Gelderse Boer’. Dit beleid is er op gericht boeren en tuinders te helpen hun bedrijf toekomstbestendig te maken. De steun richt zich vooral op kennisdeling, innovaties, investeringen en het bijdragen aan maatschappelijke doelen. Wat dat laatste betreft is de beleidsuitdaging, dat boeren en tuinders kunnen verdienen aan hun bijdrage aan maatschappelijke doelen.
Voorliggende subsidieregeling is bij uitstek een voorbeeld om gebiedsinitiatieven, die bijdragen aan die doelen, mogelijk te maken. De provincie wil hiermee agrariërs stimuleren samen aan de slag te gaan, om bij te dragen aan het toekomstbestendig maken van hun bedrijfsvoering en (daarmee) bij te dragen aan de klimaatdoelen, de omgevingskwaliteit (water/bodem/lucht) en de biodiversiteit. De regeling voorziet daarbij in mogelijkheden om ook de landbouwstructuur op het eigen bedrijf te verbeteren, zodat het mes aan twee kanten snijdt. Zo kan gebiedsgericht gewerkt worden aan een duurzame landbouw in een vitaal platteland van de provincie Gelderland.
Wanneer u overweegt om aan de slag tet gaan met een planproces om tot een samenwerking en gebiedsplan te komen en daarvoor subsidie aan te vragen in het kader van dit openstellingsbesluit, kunt u in contact komen met een van de accountmanagers landbouw van de provincie Gelderland. De accountmanagers landbouw zijn de aanspreekpunten voor de land- en tuinbouw in de provincie. Per regio in de provincie is een accountmanager landbouw actief. De accountmanagers zijn bereikbaar via accountmanagerlandbouw@gelderland.nl. Voor een gebiedsplan kunnen zij met hun netwerk bijvoorbeeld behulpzaam zijn om verbindingen te leggen.
Staatssteun
Gezien de aard van de maatregelen waarvoor subsidie kan worden aangevraagd, zal voor de projecten onder deze openstelling op grond van artikel 42 van de VWEU sprake zijn van rechtmatige staatssteun. Mocht sprake zijn van een activiteit die niet onder deze vrijstellingsgrondslag voor steunverstrekking past, dan zal provincie Gelderland bepalen op grond van welke andere steunbepalingen ten aanzien van geldende staatssteunregels de aangevraagde steun alsnog geoorloofd verstrekt kan worden.
- II.
ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING
Artikel 1 Subsidiabele activiteit
Subsidie is beschikbaar voor het maken van een gebiedsplan en voor de vorming van het samenwerkingsverband voor een maximaal subsidiebedrag van € 80.000. Om in aanmerking te komen voor steun ten behoeve van de voorbereiding van een gebiedsplan, bevat de aanvraag een projectplan met begroting dat aansluit bij de aanvraagvereisten uit artikel 3.
Voorop staat dat planprocessen in gebieden zich mede richten op de Europese doelen voor klimaat, milieu, biodiversiteit en verduurzaming van de landbouw en aansluiten bij het beleid van provincie, waterschap en gemeenten. Daarom zullen desbetreffende overheden direct betrokken zijn bij de gebiedskoers, de doelen van het gebiedsplan en mogelijk zelf partner worden in het beoogde samenwerkingsverband in het specifieke gebied.
Artikel 2 Aanvrager
Subsidie in het kader van deze regeling kan worden aangevraagd door een initiatiefnemer van een nieuw samenwerkingsverband. Deze initiatiefnemer gaat aan de slag met het zoeken naar partners en het bouwen van een samenwerkingsverband. Met deze gebiedspartijen wordt gezamenlijk een gebiedsplan opgesteld om later in de uitvoering ervan samen mee aan de slag te gaan. In de aanvraag voor deze subsidie moet alvast een toelichting gegeven worden op het beoogde samenwerkingsverband.
Artikel 3 Aanvraagvereisten
Een aanvraag voor subsidie voor de voorbereiding van een gebiedsplan bevat als bijlage een uitwerking van de volgende elementen:
- 1.
een korte beschrijving van het beoogde gebied, de uitdagingen waar het gebied voor staat en een visie voor de beoogde bijdrage aan de doelen op het gebied van klimaat, water, bodem, lucht en/of biodiversiteit;
- 2.
een korte beschrijving van de organisatiestructuur van het beoogde samenwerkingsverband waaronder de rollen en verantwoordelijkheden van de verschillende partners om tot een integraal gebiedsplan te komen;
- 3.
een beschrijving van welke mogelijke ongewenste gebeurtenissen of effecten bij de uitvoering van het integrale gebiedsplan zouden kunnen optreden en welke beheermaatregelen worden genomen om deze effecten te voorkomen;
- 4.
een uitwerking van de beoogde activiteiten voor kennisverspreiding met gebruik van de hiertoe geëigende netwerken, waaronder het nationale en Europese EIP-netwerk als bedoeld in artikel 127 van verordening 2021/2115;
- 5.
een uitwerking van hoe de beoogde activiteiten aansluiten bij het provinciaal beleid zoals opgenomen in de Kadernota Agrifood ‘Toekomst voor de Gelderse Boer’ van de provincie Gelderland en bij beleid van gemeenten of waterschappen.
Artikel 8 Selectiecriteria
Criteria voor het selecteren van subsidieaanvragen voor het voorbereiden van een gebiedsplan:
- a.
Is dit de juiste persoon, organisatie om het gebiedsplan op te stellen gezien de gebiedsopgave?
- b.
Is dit de juiste persoon, organisatie om de samenwerking tot stand te brengen
- c.
Zijn de organisatie en het beoogde proces van de voorgenomen samenstelling van het samenwerkingsverband toereikend?
- d.
Is het gebiedsplan gelet op de ambities en de voorgestelde activiteiten en tijdsplanning haalbaar?
Voor het bepalen van de rangschikking van projecten zijn vier selectiecriteria benoemd. Het bepalen van de scores van de selectiecriteria vindt plaats op basis van de beoordelingsaspecten per selectiecriterium zoals opgenomen in bijlage 1. Per selectiecriterium zijn diverse aspecten benoemd op basis waarvan een project wordt beoordeeld.
Artikel 9 Verplichtingen
Voor de voorbereiding van gebiedsplannen, de planvorming, geeft de provincie Gelderland maximaal de ruimte. Uiterlijk 30 juni 2028 moeten planvormingsprocessen afgerond zijn zodat nieuwe samenwerkingsverbanden die ontstaan zijn in de periode daarna met de uitvoering van de opgestelde gebiedsplannen aan de slag kunnen. Dit betekent dat alle activiteiten in het kader van het planvormingsproces om tot een gebiedsplan te komen, uitgevoerd moeten zijn en dat de kosten ervan gemaakt zijn op 31 december 2028. Met deze einddatum wordt binnen de huidige GLB-periode maximaal ruimte gegeven voor de voorbereiding van gebiedsplannen.
Voorliggende regeling ziet op de voorbereiding van gebiedsplannen. Als het gebiedsplan er na het planproces ligt hoort bij het plan een begroting van de voorgenomen activiteiten en investeringen. De bekostiging van de uitvoering van het op te stellen gebiedsplan hoeft zich niet te beperken tot het GLB. Voorstelbaar is dat in het gebiedsplan het GLB-aandeel één van de onderdelen is in de instrumentenkoffer en in de dekking van de kosten. Maatregelen die provincies, waterschappen, gemeenten, boerenorganisaties willen treffen en vallen buiten het GLB, gebruikmakend van andere regelingen en financieringsbronnen zoals RVO-subsidies, provinciale subsidieregelingen, etc., kunnen in samenhang met het GLB worden ingezet. Stapeling van subsidies behoort tot de mogelijkheden zolang er niet meermalen subsidie wordt verstrekt voor dezelfde activiteit. Zorgvuldigheid is hierbij van belang.
Concreet wordt verwacht dat voor de voorbereiding van een integraal gebiedsplan de volgende activiteiten worden uitgevoerd:
- 1.
Het treffen van voorbereidingen voor en inrichten van een samenwerkingsverband in de vorm van een operational group in het kader van EIP;
- 2.
Het formuleren van de gebiedsopgave(n) en de een uitwerking daarvan in een integraal gebiedsplan. Het plan is een projectplan dat de uit te voeren activiteiten met een realistische begroting beschrijft (inclusief een beschrijving van de rollen/verantwoordelijkheden binnen het samenwerkingsverband van de verschillende partners) om het integrale gebiedsplan uit te kunnen voeren.
Van het gebiedsplan dat opgesteld wordt tijdens het planproces wordt verwacht dat minimaal één van de volgende onderdelen wordt uitgewerkt:
- a.
productieve investeringen op landbouwbedrijven als bedoeld in artikel 2.2.2 van de Verordening;
- b.
niet productieve investeringen landbouw als bedoeld in artikel 2.3.1 van de Verordening;
- c.
niet productieve investeringen niet landbouw als bedoeld in artikel 2.4.1 van de Verordening;
- d.
bijeenkomsten voor kennisoverdracht als bedoeld in artikel 2.10.1, eerste lid, onder a van de Verordening;
- e.
voorbereiding en uitvoering van ruilverkaveling (ook wel kavelruil);
- f.
ontwikkelen of beproeven van innovaties als bedoeld in artikel 2.5.2 van de Verordening dienend aan de doelen van het gebiedsplan; of
- g.
draagvlakontwikkeling of samenwerkingsactiviteiten.
Belangrijk uitgangspunt is dat alle voorgenomen activiteiten niet leiden tot verslechtering van dierenwelzijn.
Aansluiting op het Nationale (Netwerk platteland) en Europese EIP netwerk draagt ertoe bij dat samenwerkingsverbanden gedurende het gehele project gebruik kunnen maken van beschikbare kennis en ervaring voor een hogere effectiviteit. Het doel hiervan is dat het delen van de kennis die opgedaan wordt tijdens de projecten, door anderen gebruikt kan worden en daardoor bijdraagt effectievere en innovatieve gebiedsplannen in Nederland en in Europa. Daarnaast kunnen via de netwerken ook interacties ontstaan tussen de verschillende samenwerkingsverbanden zodat deze elkaar kunnen versterken door een community te vormen.
De subsidieontvanger is verplicht om de resultaten van het project te delen met de hiertoe geëigende netwerken. Onder geëigende netwerken wordt in ieder geval begrepen:
- 1.
Groen Kennisnet*
- 2.
EIP-netwerk** als bedoeld in artikel 127 VO (EU) nr 2021/2115.
*Met Groen Kennisnet, het kennisplatform van de groene sector in Nederland, is een speciale samenwerking aangegaan. Groen Kennisnet maakt voor elk Nederlands project een pagina aan om de plannen en eindresultaten te delen. Ook tijdens uw project kunt u resultaten delen via Groen Kennisnet. Groen Kennisnet neemt hierover contact met u op.
** Het Europees Innovatienetwerk voor de Landbouw (EIP-AGRI) werkt aan de bevordering van concurrerende en duurzame land- en bosbouw in Europa. Het EIP-AGRI-netwerk is onderdeel van het CAP Network van de EU. Elk project wordt gemeld aan dit Europese EIP netwerk.
Artikel 10 Subsidie-arrangement
Voor de voorbereiding van een gebiedsplan wordt een subsidiebedrag van minimaal €25.000 en een subsidiebedrag van maximaal € 80.000 verstrekt. De subsidie wordt verstrekt wanneer de prestaties als resultaten van de voorbereiding van het gebiedsplan (= het planproces) geleverd zijn:
- -
een samenwerkingsovereenkomst; en
- -
het gebiedsplan zelf.
In de beschikking tot subsidieverlening zullen deze prestaties worden vastgelegd zodat duidelijk wordt hoe de verkregen subsidie moet worden verantwoord.
Artikel 11 Voortgangsverslag, voorschot en deelbetalingen
Gezien het gegeven dat planprocessen langer dan een jaar kunnen duren in ieder geval afgerond moeten worden voor juni 2028, bestaat de verplichting om tijdens de uitvoering van het planproces eenmaal per jaar te rapporteren over de voortgang van het planproces. Bij subsidieverlening voor het planproces wordt een voorschot van maximaal 50% van de verleende subsidie direct uitbetaald. Gezien de beperkte omvang van de subsidie, worden tussentijds geen deelbetalingen verstrekt.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl