Nadere regel subsidie beheerde speeltuinen en welzijnsaccommodaties in zelfbeheer gemeente Utrecht

Geldend van 27-11-2025 t/m heden

Intitulé

Nadere regel subsidie beheerde speeltuinen en welzijnsaccommodaties in zelfbeheer gemeente Utrecht

Burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht;

- gelet op artikel 156 Gemeentewet en artikel 3 lid 2 van de Algemene Subsidieverordening gemeente Utrecht;

Overwegende:

- De beleidsregel voor beheerde speeltuinen aan herziening toe is, omdat deze verwijst naar verouderde wet- en regelgeving, en een actualisatie noodzakelijk is om de beleidsregel in overeenstemming te brengen met de huidige wetgeving;

- De hervormingen binnen het sociaal domein vragen om een aanpassing van de subsidieregelingen binnen de sociale basis, waaraan met deze nadere regel een bijdrage wordt geleverd;

- Er sterke overeenkomsten bestaan tussen beheerde speeltuinen en welzijnsaccommodaties in zelfbeheer, waardoor is besloten beide regelingen samen te voegen;

Besluiten de volgende nadere regel vast te stellen:

Artikel 1 Definities

Deze nadere regel verstaat onder:

  • Asv: de Algemene subsidieverordening Utrecht;

  • Awb: Algemene wet bestuursrecht;

  • Beheerde speeltuin: een van de speeltuinen die in het Beleidskader beheerde speeltuinen zijn betiteld als ‘beheerde speeltuin’. Een speeltuin die wordt beheerd en geëxploiteerd binnen de wettelijke kaders en beleidskaders, waar kinderen tot ongeveer 13 jaar, veilig en plezierig kunnen spelen, ouders en buurtbewoners elkaar kunnen ontmoeten;

  • Burgemeester en wethouders: burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht;

  • Kwetsbare situatie: een tijdelijke of blijvende situatie waarin iemand door sociale, financiële, psychische of lichamelijke omstandigheden minder goed in staat is om voor zichzelf te zorgen of mee te doen in de samenleving; 

  • Gemeenschapskracht: de mate van verbondenheid, onderlinge betrokkenheid en het vertrouwen tussen bewoners binnen een buurt of gemeenschap;

  • Sociaal beheer: alle activiteiten en taken die bijdragen aan een positieve pedagogische sfeer, sociale veiligheid, een uitdagend en gevarieerd activiteitenaanbod, en de betrokkenheid van ouders en buurtbewoners;

  • Sociale basis: bestaat uit inwoners, hun directe omgeving en algemene voorzieningen die goed toegankelijk en bereikbaar zijn voor iedereen. Het gaat om onderwijs, sport, welzijn, cultuur, openbare gezondheidszorg, jeugdgezondheidszorg en meer. Bewoners die zich vrijwillig inzetten voor elkaar en voor de buurt en veel organisaties en maatschappelijke initiatieven zijn onderdeel van deze sociale basis;

  • Subsidiestaat: een overzicht van beschikbare gemeentelijke subsidies, die burgemeester en wethouders jaarlijks vaststellen en die wordt gepubliceerd op www.overheid.nl;

  • Technisch beheer: alle taken die gericht zijn op het onderhoud, de uitstraling en de veiligheid van gebouwen, speeltoestellen en faciliteiten. Dit betekent dat er regelmatig onderhoud wordt uitgevoerd, inspecties plaatsvinden, vervangingen en reparaties worden geregeld, en dat alles voldoet aan de veiligheidsnormen; 

  • Welzijnsaccommodatie in zelfbeheer: een gebouw dat de gemeente heeft aangewezen als welzijnsaccommodatie en dat door een bewonersinitiatief of groep inwoners zelfstandig wordt beheerd en geëxploiteerd. Het doel hiervan is om het welzijn en de saamhorigheid in de buurt te versterken.

Artikel 2 Doel

Deze nadere regel helpt om een sterke gemeenschappelijke sociale basis in de Utrechtse wijken en buurten te creëren voor alle inwoners, met bijzondere aandacht voor degenen die tijdelijk of langdurig in een kwetsbare situatie zitten, ongeacht leeftijd. De nadere regel is bedoeld om zelfbeheer-initiatieven van inwoners te versterken, stimuleren, ondersteunen en gemakkelijker te maken.

Binnen deze nadere regel zijn er 4 soorten activiteiten, elk met hun eigen doel:

  • A. Beheerde speeltuinen in zelfbeheer

    • a.

      Bijdragen aan een omgeving waarin kinderen vrij, veilig en gezond kunnen spelen, zodat ze zich kunnen ontwikkelen en ontplooien;

    • b.

      Bijdragen aan de ontwikkeling van een gezonde, pedagogisch sterke en sociaal veilige gemeenschap; 

    • c.

      Zorgen voor een aantrekkelijke en uitdagende speelomgeving die past bij de behoeften en wensen van kinderen en andere bezoekers.

  • B. Welzijnsaccommodaties in zelfbeheer

    • a.

      Het bieden van mogelijkheden voor ontmoeting en om mee te doen, ongeacht iemands achtergrond, mogelijkheden of beperkingen;

    • b.

      Het versterken van de eigen kracht en de gemeenschapskracht van inwoners en het bevorderen van verbindingen binnen lokale gemeenschappen;

    • c.

      Het bevorderen van sociale samenhang en het creëren van een prettige leefomgeving in buurten en wijken.

  • C. Ondersteuning van zelfbeheer-initiatieven

  • Het bieden van passende ondersteuning, begeleiding en advies aan beheerde speeltuinen en welzijnsaccommodaties in zelfbeheer, en het behartigen van hun belangen.

  • D. Flexibel Budget

    • a.

      Het verbeteren van uitstraling, aantrekkingskracht en functionaliteit van beheerde speeltuinen en welzijnsaccommodaties in zelfbeheer;

    • b.

      Het verhogen van de deelname van mensen in een kwetsbare situatie, zodat zij betrokken zijn en zich onderdeel voelen van de gemeenschap.

Artikel 3 Eisen aan de subsidieaanvrager

Een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid kan de subsidie aanvragen.

Artikel 4 Vaststellen subsidieplafond

  • 1. Burgemeester en wethouders stellen jaarlijks het subsidieplafond vast met de subsidiestaat. Deze nadere regel heeft de volgende subsidieplafonds:

    • a.

      Beheerde speeltuinen in zelfbeheer (artikel 5, categorie A);

    • b.

      Welzijnsaccommodaties in zelfbeheer (artikel 5, categorie B);

    • c.

      Ondersteuning initiatieven in zelfbeheer (artikel 5, categorie C);

    • d.

      Flexibel Budget (artikel 5, categorie D).

  • 2. Als het subsidieplafond voor een bepaalde subsidiabele activiteit niet wordt bereikt, gaan de resterende middelen naar categorie D: Flexibel Budget.

Artikel 5 Subsidiabele activiteiten en kosten

De gemeente verleent subsidies voor activiteiten die gericht zijn op: 

Categorie A: Beheerde speeltuinen in zelfbeheer

  • a.

    Sociaal beheer;

  • b.

    Technisch onderhoud en exploitatiekosten zoals energie, belastingen, verzekeringen, schoonmaakkosten en (dagelijks) onderhoud van speeltoestellen;  

  • c.

    Activiteitenkosten, verbruiksmaterialen voor binnen en buiten, onderhoud aan schuurtjes, bijgebouwtjes e.d.;  

  • d.

    Meerjarenonderhoud en vervanging van speeltoestellen; 

  • e.

    Meerjarenonderhoud aan hoofdgebouw en buitenterrein. 

Categorie B: Welzijnsaccommodaties in zelfbeheer 

  • a.

    Beheer, onderhoud en exploitatie van een welzijnsaccommodatie in zelfbeheer;

  • b.

    Het mogelijk maken van ontmoeting en contact tussen buurtbewoners, zodat mensen meer omzien naar elkaar, elkaar helpen en de samenhang in de buurt wordt versterkt;

  • c.

    Verduurzaming en verbetering van de functionaliteit en uitstraling van een welzijnsaccommodatie in zelfbeheer, zodat deze aantrekkelijk wordt voor veel verschillende mensen.

Categorie C: Ondersteuning initiatieven in zelfbeheer 

Versterken van zelfbeheerinitiatieven met ondersteuning, begeleiding, kennisdeling en belangenbehartiging. 

Categorie D: Flexibel Budget

  • a.

    Incidentele investeringen, zoals aanpassingen, renovaties of nieuwe inrichting, die bijdragen aan de functionaliteit en aantrekkelijkheid van de voorzieningen; 

  • b.

    Noodzakelijke investeringen die bijdragen aan het duurzaam verbeteren van de persoonlijke sociale basis van deelnemers;

  • c.

    Onvoorziene omstandigheden en/of onverwachte uitgaven.

Artikel 6 Eisen aan de aanvraag

  • 1. De aanvraag van de subsidie wordt ingediend met e-Herkenning via utrecht.nl/subsidiewelzijnsplekkeninzelfbeheer;

  • 2. De aanvraag is voor subsidiabele activiteiten (artikel 5) in categorie A, B en C is voor de duur van 4 jaar;

  • 3. De aanvraag is voor subsidiabele activiteiten (artikel 5) in categorie D voor de duur van maximaal 1 jaar;

  • 4. Bij de aanvraag worden de volgende documenten aangeleverd:  

    • a.

      Een plan van aanpak/activiteitenplan, waarbij voor de afzonderlijke categorieën specifieke eisen gelden (zie lid 8 van dit artikel); 

    • b.

      Een sluitende begroting met een financiële onderbouwing die aansluit op het activiteitenoverzicht. In deze onderbouwing staat per jaar en per activiteit aangegeven welke middelen nodig zijn voor de activiteiten. Het gevraagde subsidiebedrag moet duidelijk worden onderbouwd in de begroting. In de begroting moeten ook alle (overige) inkomsten staan. 

  • 5. Wanneer een aanvrager in de voorgaande 3 jaar geen subsidie heeft aangevraagd en/of de onderstaande gegevens van de aanvrager zijn gewijzigd, moet de aanvrager bij de aanvraag ook de volgende gegevens aanleveren: 

    • a.

      Een kopie van het bankafschrift waarop in elk geval het rekeningnummer en de naam van de aanvrager duidelijk te zien zijn; 

    • b.

      Een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel; 

    • c.

      De statuten.  

  • 6. Aanvragen voor Beheerde speeltuinen moeten voldoen aan de definitie van beheerde speeltuinen zoals geformuleerd in artikel 1;

  • 7. Aanvragen voor Welzijnsaccommodaties in zelfbeheer moeten voldoen aan de definitie van Welzijnsaccommodatie in zelfbeheer zoals geformuleerd in artikel 1;

  • 8. Voor de subsidieaanvraag moet de aanvrager een plan van aanpak indienen. Voor de verschillende categorieën moet hierin het volgende duidelijk worden beschreven:

    • A.

      Beheerde speeltuinen: 

      • a.

        Hoe de aanvrager het sociaal en technisch beheer van de speeltuin organiseert. Gebruik hiervoor de kwaliteitscriteria zoals omschreven in hoofdstuk 5 van het Beleidskader Beheerde Speeltuinen; 

      • b.

        Hoe de aanvraag aan de veiligheidsnormen voldoet conform het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen 2023 (WAS2023) en het Besluit activiteiten leefomgeving (BAL), dat een onderdeel is van de Omgevingswet als er een spetterbadje op het terrein aanwezig is; 

      • c.

        Welke taken van artikel 5 categorie A de aanvrager gaat uitvoeren. Als de aanvrager 1 of meerdere taken niet uitvoert, moet de aanvrager aangeven hoe hier in de toekomst naartoe gewerkt wordt, zodat alle taken onder de speeltuinorganisatie vallen; 

      • d.

        Een omschrijving van de punten zoals genoemd in de bijlage van deze Nadere regel.

    • B.

      Welzijnsaccommodaties in zelfbeheer:

      • a.

        Hoe de aanvrager zorgt voor de exploitatie, het beheer, het onderhoud en de uitstraling van de welzijnsaccommodatie; 

      • b.

        Een realistische inschatting van de te verwachten bezettingsgraad van de accommodatie; 

      • c.

        De activiteiten die in de accommodatie zullen plaatsvinden;

      • d.

        De begroting geeft inzicht in alle kosten en opbrengsten van de activiteiten, inclusief: 

        • i.

          Huisvestingslasten: huur, exploitatie, dagelijks beheer, onderhoud, etc; 

        • ii.

          Inkomsten: uit verhuur, horeca, giften, fondsen en andere relevante bronnen.

      • e.

        Een omschrijving van de punten zoals genoemd in de bijlage van deze Nadere regel.

    • C.

      Ondersteuning initiatieven in zelfbeheer: 

      • a.

        Hoe de aanvrager zelfbeheer-initiatieven ondersteunt en hun positie versterkt; 

      • b.

        Een omschrijving van de punten zoals genoemd in de bijlage van deze Nadere regel.

    • D.

      Flexibel Budget:

      • a.

        De aanvrager beschrijft duidelijk waarom de fysieke en/of sociale investering nodig is;

      • b.

        De aanvrager geeft aan welke specifieke doelen bereikt worden met deze investering;

      • c.

        De aanvrager onderbouwt waarom de reguliere middelen en eigen vermogen niet voldoende zijn en waarom extra financiële steun nodig is;

      • d.

        Een omschrijving van de punten zoals genoemd in de bijlage van deze Nadere regel.

Artikel 7 Indieningstermijn aanvraag

  • 1. Subsidieaanvragen voor de subsidiabele categorieën (artikel 5) A, B en C kunnen eens in de 4 jaar worden ingediend, voor 1 april (uiterlijk 31 maart 23.59 uur) voorgaand aan het jaar waarin de activiteiten starten. De eerstvolgende aanvraagmomenten zijn: 1 april 2026, 1 april 2030, 1 april 2034, etc.;

  • 2. Subsidieaanvragen in de subsidiabele categorie (artikel 5) D kunnen het hele jaar door worden ingediend.

Artikel 8 Maximale subsidie

  • 1. Er zit geen maximum aan de subsidie, tenzij hieronder voor specifieke subsidiabele activiteiten (zoals omschreven in artikel 5) anders wordt aangegeven.

  • 2. Specifiek voor categorie A: Beheerde speeltuinen:

  • Er geldt een maximumbedrag per subsidiabele activiteit, zoals vastgelegd in het beleidskader beheerde speeltuinen.

Artikel 9 Verdeling subsidie

  • 1. In afwijking van artikel 4, 1e lid, 2e volzin, van de Asv verdelen burgemeester en wethouders het budget:

    • 1.

      naar rato over de aanvragen die volledig en op tijd zijn ontvangen in categorie A, B en C;

    • 2.

      op volgorde van binnenkomst over de aanvragen die volledig zijn ontvangen in categorie D.

Artikel 10 Beslistermijn

  • 1. Voor aanvragen in categorie A, B en C beslissen burgemeester en wethouders binnen 13 weken na de deadlinedatum;

  • 2. Voor aanvragen in categorie D beslissen burgemeester en wethouders binnen 13 na ontvangst van de volledige aanvraag. 

Artikel 11 Verplichtingen

In aanvulling op de verplichtingen uit hoofdstuk 4 van de Asv gelden de volgende verplichtingen:

  • 1. Bij de uitvoering van activiteiten gezondheid te beschermen en gezonde leefgewoonten te bevorderen, in het bijzonder voor jeugd, ouderen en/of kwetsbare inwoners, zodat dit helpt om gezondheidsverschillen kleiner te maken;

  • 2. Samen te werken met de Vrijwilligerscentrale Utrecht (VCU) bij het werven, behouden en trainen van vrijwilligers;

  • 3. Bij te dragen aan monitoring en evaluatie door informatie aan te leveren en deel te nemen aan duidingsbijeenkomsten;

  • 4. De (sociale) veiligheid voor deelnemers, vrijwilligers en beroepskrachten te waarborgen. Een VOG is verplicht bij werken met een minderjarige doelgroep;

  • 5. Bij te dragen aan slim ruimtegebruik via gecombineerd gebruik van ruimtes.

Artikel 12 Intrekking

De volgende nadere regel worden ingetrokken: 

Artikel 13 Overgangsbepalingen

De Nadere regel subsidie vrijwillige inzet voor elkaar, zoals vastgesteld op 30 juni 2020 en de Beleidsregel Beheerde speeltuinen, zoals vastgesteld op 10 oktober 2017 blijven van toepassing op aanvragen die onder de werking van die nadere regels zijn ingediend en op subsidiebesluiten die onder de werking van die nadere regels zijn genomen. 

Artikel 14 Inwerkingtreding

Deze nadere regel treedt in werking de dag na bekendmaking.

Artikel 15 Citeertitel

Deze nadere regel wordt aangehaald als: Nadere regel beheerde speeltuinen en welzijnsaccommodaties in zelfbeheer. 

Staatssteuntoets

Na het doorlopen van een tenderprocedure is bekend wie de subsidieontvanger(s) word(t)(en) en hoeveel subsidie zij ontvang(t)(en). Op dat moment kan beoordeeld worden of de subsidieverlening staatssteun oplevert en zo ja, of deze steun rechtmatig verstrekt kan worden.

Wanneer de subsidieontvanger een natuurlijke persoon is die geen economische activiteiten verricht, is de subsidie geen staatssteun.

Wanneer de subsidieontvanger een natuurlijke persoon of rechtspersoon is die wel economische activiteiten verricht is de verwachting dat de subsidie (hierna: de steun) staatssteun betreft die rechtmatig verleend kan worden. Afhankelijk van de subsidieaanvraag kan de steun rechtmatig zijn op grond van de regelgeving voor Diensten van Algemeen Economisch Belang en/of de reguliere De-minimisverordening.

Diensten van Algemeen Economisch Belang (DAEB)

De activiteiten waarvoor steun wordt verstrekt kunnen als Diensten van Algemeen Economisch Belang (DAEB) worden aangewezen. Daarvoor is onder andere vereist dat enigszins sprake is van marktfalen. Omdat de gemeente hierbij een ruime beoordelingsmarge heeft, is de verwachting dat dit toereikend gemotiveerd kan worden. Het aanwijzen van DAEB is een collegebesluit. Burgemeester en wethouders dienen de subsidieaanvrager(s) in de subsidiebeschikking te belasten met het uitvoeren van die DAEB en daarvoor compensatie in de vorm van subsidie te verstrekken. De compensatie (de steun) mag niet hoger zijn dan nodig is om de kosten van de uitvoering van de diensten (de activiteiten waarvoor subsidie is aangevraagd) geheel of gedeeltelijk te dekken. Daarbij mag wel rekening worden gehouden met de opbrengsten en een redelijk winst.

Reguliere De-minimisverordening

Voor kleinere bedragen kan de reguliere De-minimisverordening mogelijkheden bieden. Die verordening biedt de mogelijkheid om maximaal € 300.000 subsidie te verstrekken wanneer aan bepaalde voorwaarden is voldaan.

Melding bij Europese Commissie of Afwijzen subsidieaanvraag

Als blijkt dat de steun (de subsidie) op grond van het bovenstaande niet rechtmatig verstrekt kan worden kan de voorgenomen subsidieverstrekking alsnog rechtmatig verstrekt worden wanneer de Europese Commissie (EC) deze goedkeurt. Daarvoor dienen burgemeester en wethouders de voorgenomen subsidieverstrekking bij de EC voor goedkeuring aan te melden.

Wanneer het burgemeester en wethouders dat niet wenst te doen, zullen zij de subsidieaanvraag moeten afwijzen omdat het in strijd is met het staatssteunrecht.

Ondertekening

Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, in de vergadering van 18 november 2025.

De burgemeester,

Sharon A.M. Dijksma

De secretaris,

Michiel J. Ruis

Bijlage bij artikel 6 Eisen aan de aanvraag

In de subsidieaanvraag worden de onderwerpen in de volgende tabel in het activiteitenplan verwerkt.

Behoefte/noodzaak van activiteiten 

De aanvrager toont duidelijk aan dat er behoefte is aan deze activiteiten binnen de doelgroep en hoe de behoeften zijn geïnventariseerd.

Samenwerking met bewoners en partners 

De aanvrager maakt inzichtelijk met wie wordt samengewerkt en op welke concrete manier en of ruimtes, mensenkennis en middelen worden gedeeld met andere organisaties, ondernemers en initiatieven in buurt, wijk en/of stad.

Lerende en flexibele organisatie 

De aanvrager beschrijft hoe de organisatie tijdens de looptijd van de subsidie blijft leren en de activiteiten waar nodig aanpast. 

Aandacht voor gezonde leefgewoonten

De aanvrager geeft aan hoe er uitvoering gegeven wordt aan het bevorderen van gezonde leefgewoonten zoals rookvrij, gratis kraanwater, en indien van toepassing aanbod van gezonde voeding en bescherming tegen de zon is.

Mate van inclusiviteit 

De aanvrager geeft aan in welke mate hij zich inzet om inclusief te zijn voor Utrechters voor wie meedoen niet vanzelfsprekend is. Daarnaast licht hij toe in hoeverre de activiteiten en locaties uitnodigend en toegankelijk zijn voor diverse doelgroepen.

Bijdrage aan activiteiten en doelen binnen het subsidieplafond 

De aanvrager maakt inzichtelijk wat de verwachte resultaten van de inzet zijn en in welke mate de activiteiten bijdragen aan een blijvende verbetering van de persoonlijke sociale situatie van deelnemers. Zodat deelnemers nieuwe vaardigheden leren of een netwerk opbouwen, wat helpt buiten de activiteiten van de aanvraag.

Benutten van mogelijkheden voor extra inkomsten  

De aanvrager geeft een overzicht van eventuele extra inkomsten en cofinanciering, of licht toe waarom deze niet van toepassing zijn. Ook maakt de aanvrager duidelijk in hoeverre hij actie onderneemt om andere inkomstenbronnen aan te boren

Efficiënte inzet van middelen ten opzichte van resultaat 

De aanvrager maakt inzichtelijk hoe het gevraagde subsidiebedrag zich verhoudt tot de uitvoering van de activiteiten, het aantal deelnemers, vrijwilligers of openstellingsmomenten.

Noodzakelijkheid van de kosten 

De aanvrager maakt duidelijk waarom de kosten voor personeel, locatie, overhead, e.d. noodzakelijk zijn.

Tabel 1. Onderwerpen in het activiteitenplan. Deze tabel is juridisch bindend.

Informatieve toelichting bij Nadere regel subsidie beheerde speeltuinen en welzijnsaccommodaties in zelfbeheer

Algemeen

Burgemeester en wethouders hebben deze nadere regel vastgesteld om de sociale samenhang in wijken en buurten te versterken. Het doel is dat alle inwoners, ook de mensen die tijdelijk in een kwetsbare situatie zitten, ongeacht leeftijd, prettig en gezond kunnen samenleven, zelfredzaam zijn en actief mee kunnen doen in de maatschappij. Daarbij krijgen bewonersinitiatieven een volwaardige rol naast de inzet van professionele organisaties bij het gebruik en beheer van maatschappelijke voorzieningen.

Deze nadere regel sluit aan bij bredere hervormingen binnen het sociaal domein. De vraag naar aanvullende (jeugd)zorg en maatschappelijke ondersteuning groeit, waardoor andere, meer toekomstbestendige oplossingen nodig zijn. Door slim ruimtegebruik binnen bestaande gebouwen en voorzieningen en taken waar mogelijk over te laten aan de stad, kan de vraag naar zorg afnemen en de gemeenschapskracht en betrokkenheid van bewoners toenemen.

Het eigenaarschap en initiatief voor het organiseren van activiteiten en het beheer en de exploitatie van gebouwen, speeltuinen of andere voorzieningen komt bij bewonersinitiatieven te liggen. De gemeente ondersteunt deze initiatieven waar mogelijk, onder andere met subsidies.