Subsidieregeling openbaar vervoer Fryslân 2026

Geldend van 01-12-2025 t/m heden

Intitulé

Subsidieregeling openbaar vervoer Fryslân 2026

Gedeputeerde Staten van Fryslân,

gelet op artikel 22 van de Wet personenvervoer 2000;

gelet op artikel 1.3, derde lid, van de Algemene subsidieverordening provincie Fryslân 2022;

overwegende dat,

  • Gedeputeerde Staten op grond van de Wet personenvervoer 2000 bevoegd zijn subsidie te verstrekken voor het in een concessie omschreven openbaar vervoer;

  • Gedeputeerde Staten op grond van de Algemene Subsidieverordening provincie Fryslân 2022 bevoegd zijn subsidie te verstrekken voor activiteiten in relatie tot het openbaar vervoer die niet in een concessie worden omschreven en daarover nadere regels kunnen stellen;

  • Gedeputeerde Staten streven naar betrouwbaar, comfortabel en snel openbaar vervoer en dit willen bevorderen door het stimuleren van de realisering van activiteiten gerelateerd aan openbaar vervoer;

  • Het in dit kader wenselijk is uitvoering te geven aan de van toepassing zijnde onderdelen van het Regionaal Mobiliteitsprogramma als programma in de zin van afdeling 3.2 van de Omgevingswet;

  • Het in dat kader wenselijk is om nadere regels te stellen over de subsidieverstrekking voor activiteiten in relatie tot het openbaar vervoer.

BESLUITEN:

vast te stellen Subsidieregeling openbaar vervoer Fryslân 2026

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    Asv 2022: Algemene subsidieverordening provincie Fryslân 2022, vastgesteld door Provinciale Staten op 13 juli 2022;

  • b.

    UAsv 2022: Uitvoeringsregeling Asv provincie Fryslân 2022;

  • c.

    Buurtbus: motorrijtuig dat wordt ingezet voor het verrichten van openbaar vervoer dat wordt uitgevoerd door vrijwilligers die zich hebben georganiseerd in een vereniging of stichting of worden ingezet door een gemeente;

  • d.

    Buurtbuschauffeur: een vrijwilliger die aangesteld is om een buurtbus te besturen;

  • e.

    Buurtbusorganisatie: groep natuurlijke personen, georganiseerd in een vereniging of stichting als bedoeld in artikel 26 respectievelijk artikel 285 van Boek 2, van het Burgerlijk Wetboek, die het bestaande aanbod van openbaar vervoersdiensten aanvult door een buurtbusproject uit te voeren;

  • f.

    Buurtbusproject: vorm van openbaar vervoer in een bepaald gebied waarbij de dienstregeling wordt uitgevoerd met buurtbussen door een buurtbusorganisatie of een gemeente met vrijwillige chauffeurs;

  • g.

    Concessie: recht als bedoeld in artikel 1, onderdeel l, van de Wet personenvervoer 2000;

  • h.

    Concessiebeschikking: besluit van Gedeputeerde Staten waarin aan een vervoerder op grond van artikel 20, tweede lid en vierde lid van de Wet personenvervoer 2000 een concessie is verleend of gewijzigd;

  • i.

    Concessiehouder: vervoerder aan wie Gedeputeerde Staten een concessiebeschikking hebben afgegeven;

  • j.

    Dienstregeling: voor eenieder kenbaar schema van reismogelijkheden waarin zijn aangeduid de halteplaatsen waartussen en de tijdstippen waarop openbaar vervoer wordt verricht, zo nodig onder de vermelding dat, of de halteplaatsen, of de tijdstippen door de reiziger kunnen worden beïnvloed;

  • k.

    Dienstregeling voorstel: voorstel voor een dienstregeling als bedoeld in sub j van dit artikel;

  • l.

    Exploitatiebijdrage: subsidie die Gedeputeerde Staten verstrekken aan de vervoerder aan wie zij een concessie hebben verleend ten behoeve van de exploitatie van het openbaar vervoer in het concessiegebied op basis van de concessie;

  • m.

    Landelijke OV-index: indexatiemethode die van toepassing is op de jaarlijkse exploitatiebijdrage voor de uitvoering van de ov-concessies;

  • n.

    Openbaar vervoer: voor eenieder openstaand personenvervoer volgens een dienstregeling met een auto, bus of trein;

  • o.

    OV-bureau Groningen-Drenthe: samenwerkingsverband van de provincies Groningen en Drenthe en de gemeente Groningen dat het openbaar vervoer per bus in de provincies Groningen en Drenthe ontwikkelt, organiseert en beheert;

  • p.

    RMP: Regionaal Mobiliteitsprogramma als nadere uitwerking van de Omgevingsvisie in een programma als bedoeld in afdeling 3.2 van de Omgevingswet;

  • q.

    Uitvoeringsprogramma Toegankelijkheid Openbaar Vervoer Fryslân 2024-2028: uitwerking van het bestuursakkoord toegankelijkheid voor de provincie Fryslân en vastgesteld door GS op 18 juni 2024;

  • r.

    Uitvoeringsprogramma RMP: jaarlijks door Gedeputeerde Staten vastgesteld programma met daarin een beleidsagenda en programmering voor de inzet en middelen op het gebied van infrastructuur en mobiliteit;

  • s.

    Vervoerder: degene die openbaar vervoer verricht, niet in de hoedanigheid van bestuurder van een auto, bus of trein.

Artikel 1.2 Doel

Deze regeling heeft als doel voor wat betreft openbaar vervoer uitvoering te geven aan het RMP.

Artikel 1.3 Toepassingsbereik

  • 1. De Wet personenvervoer 2000 en de op grond daarvan verleende concessiebeschikking zijn van toepassing op de subsidieverstrekking op grond van artikel 2.1.1 onderdeel a van deze regeling.

  • 2. De Asv 2022 is van toepassing op de subsidieverstrekking op basis van deze regeling, met uitzondering van de subsidieverstrekking op grond van artikel 2.1.1 onderdeel a van deze regeling.

Hoofdstuk 2 Verrichten en beheer van openbaar vervoer

Paragraaf 2.1 Subsidieverstrekking voor het verrichten van openbaar vervoer

Artikel 2.1.1 Subsidiabele activiteiten en doelgroep

Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken aan een vervoerder:

  • a.

    aan wie Gedeputeerde Staten een concessie hebben verleend voor het verrichten van het in die concessie omschreven openbaar vervoer en andere onderdelen van het openbaar vervoer op basis van de inhoud van de concessie;

  • b.

    die niet beschikt over een concessie die is afgegeven door Gedeputeerde Staten, met wie Gedeputeerde Staten een overeenkomst zijn aangegaan voor het verrichten van openbaar vervoer met een vertrekpunt of een bestemming in de provincie Fryslân.

Artikel 2.1.2 Aanvraag en verstrekking

  • 1. Subsidieverstrekking als bedoeld in artikel 2.1.1, onderdeel a, geschiedt overeenkomstig de bepalingen die hierover zijn opgenomen in de concessiebeschikking of in bijlagen bij de concessiebeschikking;

  • 2. Subsidieverstrekking als bedoeld in artikel 2.1.1, onderdeel b, vindt plaats overeenkomstig de bepalingen die hierover zijn opgenomen in de betreffende overeenkomst;

  • 3. Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in 2.1.2, eerste en tweede lid, kan het gehele jaar worden ingediend door een aanvrager.

Artikel 2.1.3 Subsidievereisten

Om voor een subsidie als bedoeld in artikel 2.1.1 in aanmerking te komen dient de vervoerder te beschikken over een concessie voor openbaar vervoer die is afgegeven door Gedeputeerde Staten dan wel partij te zijn bij een overeenkomst met de provincie Fryslân op het gebied van het verrichten van openbaar vervoer met een vertrekpunt of een bestemming binnen de provincie Fryslân.

Artikel 2.1.4 Hoogte van de subsidie

  • 1. De subsidie voor het verrichten van openbaar vervoer als bedoeld in artikel 2.1.1, onderdeel a, bedraagt maximaal het bedrag dat voortvloeit uit de concessiebeschikking of bijlagen bij de concessiebeschikking.

  • 2. De subsidie als bedoeld in artikel 2.1.1, onderdeel a, wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van de landelijke OV-index die van toepassing is op grond van de concessiebeschikking of de bijlagen bij de concessiebeschikking.

Artikel 2.1.5 Verplichtingen

Aan de subsidieverlening is in elk geval de verplichting verbonden dat de vervoerder zich houdt aan de voorschriften die voortvloeien uit de concessiebeschikking of de overeenkomst.

Paragraaf 2.2 Subsidieverstrekking voor het beheer van openbaar vervoer

Artikel 2.2.1 Doelgroep en subsidiabele activiteiten

  • 1. Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken aan een gemeente, een samenwerkingsverband van gemeenten of een andere partij die, al dan niet met participatie van de provincie, op basis van een overeenkomst met Gedeputeerde Staten het beheer voert over het openbaar vervoer dat onderdeel is van een door Gedeputeerde Staten verleende concessie;

  • 2. De subsidiabele activiteiten betreffen het voeren van beheer over het openbaar vervoer.

Artikel 2.2.2 Aanvraag en verstrekking

  • 1. Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in het vorige artikel kan het gehele jaar worden ingediend.

  • 2. Subsidieverstrekking vindt plaats overeenkomstig de bepalingen die hierover zijn opgenomen in de betreffende overeenkomst.

Artikel 2.2.3 Subsidievereisten

Om voor subsidie in aanmerking te komen, dient de aanvrager partij te zijn bij een overeenkomst als bedoeld in artikel 2.2.1.

Artikel 2.2.4 Hoogte van de subsidie

  • 1. De subsidie als bedoeld in artikel 2.2.1 bedraagt maximaal het bedrag dat hiervoor is opgenomen in de in dat artikel genoemde overeenkomst.

  • 2. De subsidie wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van de index die hiervoor is opgenomen in de overeenkomst

Artikel 2.2.5 Verplichtingen

Onverminderd de in artikel 2.1 van de Asv 2022 genoemde voorwaarden en verplichtingen wordt aan de subsidieverlening in elk geval de verplichting verbonden dat de subsidieontvanger zich houdt aan de bepalingen van de in artikel 2.2.1 genoemde overeenkomst.

Artikel 2.2.6 Prestatieverantwoording

  • 1. Bij een subsidiebedrag tot € 125.000,- toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht door een activiteitenverslag te overleggen. Uit dit verslag blijkt dat de gesubsidieerde activiteiten overeenkomstig het besluit tot subsidieverlening zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie zijn verbonden.

  • 2. Bij subsidies vanaf € 125.000,- dient de subsidieontvanger een vaststellingsaanvraag in. De aanvraag moet worden ingediend binnen 13 weken na de datum waarop de gesubsidieerde activiteiten moeten zijn verricht of, indien dat eerder is, binnen 13 weken nadat de activiteiten feitelijk zijn verricht. Bij de vaststellingsaanvraag worden de volgende documenten overgelegd:

    • 1.

      Een activiteitenverslag, als bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, onderdeel a, Asv;

    • 2.

      Een financieel verslag, als bedoeld in artikel 3.4, eerde lid, onderdeel b, Asv;

    • 3.

      Een controleverklaring als bedoeld in artikel 3.5 Asv.

Artikel 2.2.7 Bevoorschotting en betaling

Het voorschot voor verleende subsidies bedraagt maximaal 80% van het verleende subsidiebedrag

Paragraaf 2.3 Subsidieverstrekking voor openbaar vervoer door middel van de inzet van een buurtbus

Artikel 2.3.1 Subsidiabele activiteiten en doelgroep

Gedeputeerde staten kunnen subsidie verstrekken aan een buurtbusorganisatie of een gemeente voor het verzorgen van openbaar vervoer door middel van de inzet van een buurtbus.

Artikel 2.3.2 Subsidiabele kosten:

  • 1. Als subsidiabele kosten worden uitsluitend in aanmerking genomen:

    • a.

      Reiskosten, onkosten en vrijwilligersvergoeding bestuur, chauffeurs en eventuele overige medewerkers van de buurtbusorganisatie en incidentele groepsactiviteiten;

    • b.

      Alle noodzakelijke kosten voor de organisatie en bekendmaking van het buurtbusproject zoals kosten website, roosterprogramma’s, promotie en bekendmaking van de buurtbus, werving vrijwilligers.

  • 2. Gedeputeerde staten kunnen in bijzondere gevallen afwijken van de onderdelen a en b.

Artikel 2.3.3 Aanvraag

  • 1. Een buurtbusorganisatie of gemeente dient een subsidieaanvraag in bij Gedeputeerde Staten, vóór 1 maart van het kalenderjaar waarop de subsidie betrekking heeft.

  • 2. De aanvraag wordt ingediend met een door het college beschikbaar gesteld aanvraagformulier en voorzien van alle verplichte bijlagen, zoals projectplan en sluitende begroting.

Artikel 2.3.4 Weigeringsgronden

Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 2.3.1 kan worden geweigerd indien naar het oordeel van Gedeputeerde Staten:

  • a.

    De inzet van de buurtbus in het concrete geval afbreuk doet aan andere openbaar vervoersdiensten;

  • b.

    De aanvrager niet aantoont voldoende vrijwilligers in te kunnen zetten om op een adequate wijze aan de vervoersbehoefte van de inwoners van het gebied te voldoen;

  • c.

    Gezien de aard en omvang van het gebied meer dan 1 buurtbus nodig is voor het op adequate wijze voldoen aan de vervoersbehoefte van de inwoners

  • d.

    Indien het te verwachten aantal personen dat van de buurtbus gebruik maakt minder is dan gemiddeld 150 per maand, gemeten over een heel kalenderjaar;

  • e.

    Bij nieuwe buurtbusprojecten geldt dat de concessiehouder instemming verleent en zorgdraagt voor de facilitering van het project overeenkomstig de concessievoorwaarden of anders in overleg met en overeenstemming tussen vervoerder en provincie.

Artikel 2.3.5 Hoogte van de subsidie

  • 1. De subsidie voor een buurtbusproject bedraagt voor een kalenderjaar maximaal € 5.179,-op prijspeil per 1 januari 2025;

  • 2. In afwijking van lid 1 bedraagt de subsidie voor buurtbus 103 ZWF Hemelum-Stavoren € 9.227,- als gevolg van hogere uitgaven die veroorzaakt worden door de geografische ligging van dit project. Gedeputeerde Staten kunnen deze bijzondere situatie beëindigen, waarbij een overgangstermijn van een jaar geldt;

  • 3. Gedeputeerde Staten kunnen oordelen dat in afwijking van lid 1 een hoger subsidiebedrag van toepassing is bij een (nieuw) buurtbusproject met vergelijkbare bijzondere omstandigheden als genoemd in lid 2. De subsidie voor een kalenderjaar bedraagt dan maximaal twee keer het bedrag als genoemd in het eerste lid.

  • 4. Gedeputeerde Staten kunnen in bijzondere gevallen gemotiveerd afwijken van het eerste lid;

  • 5. De subsidie als bedoeld in het eerste tot en met vierde lid wordt met ingang van 1 januari 2026 jaarlijks geïndexeerd op grond van de provinciale begrotingsindex.

Artikel 2.3.6 Verplichtingen subsidieontvanger

Onverminderd de in artikel 2.1 van de Asv 2022 genoemde voorwaarden en verplichtingen worden aan de subsidieverlening in elk geval de volgende verplichtingen verbonden:

  • 1.

    De buurtbuschauffeur is in het bezit van een geldig rijbewijs B(E) en is medisch goedgekeurd als bedoeld in het Besluit personenvervoer; en

  • 2.

    De subsidieontvanger is in staat voldoende buurtbuschauffeurs en overige noodzakelijke vrijwilligers in te zetten om op een adequate wijze aan de vervoersbehoefte van de inwoners van het gebied te voldoen; en

  • 3.

    Het gebruik van de buurtbus is minimaal gemiddeld 150 personen per maand, gemeten over een heel kalenderjaar; en

  • 4.

    Voor zover bepalingen uit het bestek van de concessie van toepassing zijn op het verzorgen van openbaar vervoer door middel van de inzet van een buurtbus dient de subsidieontvanger overeenkomstig daarmee te handelen.

Artikel 2.3.7 Vaststelling en prestatieverantwoording

  • 1. De subsidie wordt door het college direct vastgesteld.

  • 2. De subsidieontvanger toont desgevraagd, op een door het college in de subsidiebeschikking aangegeven wijze, aan dat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan.

Artikel 2.3.8 uitbetaling

De subsidie wordt overeenkomstig artikel 2.3.7 direct vastgesteld en voor 100% uitbetaald.

Hoofdstuk 3 Projecten ter verbetering van de toegankelijkheid van het openbaar vervoer

Paragraaf 3.1 Subsidieverstrekking voor projecten

Artikel 3.1.1 Doelgroep

Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken aan Friese gemeenten voor het verbeteren van bushaltes in Fryslân waarvoor zij verantwoordelijk zijn.

Artikel 3.1.2 Subsidiabele activiteiten – projecten met een subsidie tot € 25.000,-

Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor

  • 1.
    • a.

      het verbeteren van de motorische toegankelijkheid van een gemeentelijke bushalte in Fryslân;

    • b.

      het verbeteren van de visuele toegankelijkheid van een gemeentelijke bushalte in Fryslân;

  • 2.

    Voor de activiteiten genoemd onder lid 1 a en b geldt dat deze voldoen aan de verwerkingsregels in paragraaf 3.1 van het Uitvoeringsprogramma Toegankelijkheid Openbaar Vervoer Fryslân 2024-2028;

  • 3.

    Voor de activiteiten genoemd onder lid 1 a en b geldt dat deze uiterlijk 31 december 2027 zijn gerealiseerd.

Artikel 3.1.3. Subsidiabele activiteiten – projecten met een subsidie van € 25.000,- of hoger

Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor

  • 1.
    • a.

      het verbeteren van de motorische toegankelijkheid van een gemeentelijke bushalte in Fryslân;

    • b.

      het verbeteren van de visuele toegankelijkheid van een gemeentelijke bushalte in Fryslân;

  • 2.

    Voor de activiteiten genoemd onder lid 1 a en b geldt dat deze voldoen aan de verwerkingsregels in paragraaf 3.1 van het Uitvoeringsprogramma Toegankelijkheid Openbaar Vervoer Fryslân 2024-2028;

  • 3.

    Voor de activiteiten genoemd onder lid 1 a en b geldt dat deze uiterlijk 1 april 2027 zijn gerealiseerd.

Artikel 3.1.4 Subsidiabele kosten:

  • 1. Als subsidiabele kosten worden in aanmerking genomen: project-voorbereidingskosten, personele kosten en uitvoeringskosten zoals bouwkosten, sloopkosten, grondverzet en materiaalkosten.

  • 2. Als niet-subsidiabele kosten gelden: reiskosten, vrijwilligerskosten, kosten onderzoek, kosten vergunningen en leges, huisvestingskosten en overheadskosten.

Artikel 3.1.5 Openstelling en subsidiebedrag

  • 1. Aanvragen genoemd onder artikel 3.1.2 kunnen worden ingediend van 1 december 2025 tot en met 31 augustus 2027.

  • 2. Aanvragen genoemd onder artikel 3.1.3 kunnen worden ingediend van 1 december 2025 tot en met 31 december 2026.

  • 3. Het subsidieplafond bedraagt voor de periode van 1 december 2025 tot en met 31 augustus 2027: € 1.200.000,-

  • 4. Gedeputeerde Staten kunnen openstellingsbesluiten vaststellen voor de activiteiten als bedoeld in artikel 3.1.2 en 3.1.3.

Artikel 3.1.6 Aanvraag

  • 1. Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in deze paragraaf kan overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.1.5 worden ingediend.

  • 2. Aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst, waarbij de datum waarop een aanvraag volledig is geldt als datum van binnenkomst.

  • 3. Voor zover door verstrekking van subsidie voor aanvragen die op dezelfde dag zijn ontvangen, het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de onderlinge rangschikking van die aanvragen vastgesteld door middel van loting.

Artikel 3.1.7 Weigeringsgronden

Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in deze paragraaf kan worden geweigerd op een van de volgende gronden:

  • a.

    de aanvrager maakt naar het oordeel van Gedeputeerde Staten onvoldoende aannemelijk dat het project betrekking heeft op het verbeteren van de motorische en/of visuele toegankelijkheid van een gemeentelijke bushalte;

  • b.

    de aanvrager maakt naar het oordeel van Gedeputeerde Staten onvoldoende aannemelijk dat het project voldoet aan de verwerkingsregels in paragraaf 3.1 van het Uitvoeringsprogramma Toegankelijkheid Openbaar Vervoer Fryslân 2024-2028;

  • c.

    de aanvrager maakt naar het oordeel van Gedeputeerde Staten onvoldoende inzichtelijk hoe over het project en de uitvoering daarvan is afgestemd met de vervoerder(s) aan wie Gedeputeerde Staten een concessie hebben verleend.

Artikel 3.1.8 Hoogte van de subsidie

  • 1. De subsidie als bedoeld in artikel 3.1.2 en 3.1.3 bedraagt maximaal 100% van de subsidiabele kosten, uitgaande van een sluitende begroting met volledige dekking van de kosten.

  • 2. De hoogte van de subsidie onder lid 1 bedraagt maximaal € 25.000,- per bushalte.

Artikel 3.1.9 Verplichtingen subsidieontvanger

  • 1. Onverminderd de in artikel 2.1 van de Asv 2022 genoemde voorwaarden en verplichtingen wordt aan de subsidieverlening is in elk geval de verplichting verbonden dat de subsidieontvanger over het project en de uitvoering daarvan adequate afstemming voert met de vervoerder aan wie Gedeputeerde Staten een concessie hebben verleend.

  • 2. Aan de subsidieontvanger wordt de verplichting opgelegd om bij een subsidieverlening vanaf € 25.000,- één keer per periode van 12 maanden een tussentijds voortgangsverslag te overleggen, indien de periode van uitvoering van de activiteiten meer dan 12 aaneengesloten maanden bedraagt.

Artikel 3.1.10 Prestatieverantwoording

  • 1. Bij een subsidiebedrag tot € 25.000,-:

    • a.

      Wordt de subsidie door het college direct vastgesteld.

    • b.

      De subsidieontvanger toont desgevraagd, op een door het college in de subsidiebeschikking aangegeven wijze, aan dat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan.

  • 2. Bij een subsidiebedrag van € 25.000 tot € 125.000,- :

    • a.

      Toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht door een activiteitenverslag te overleggen.

      Uit dit verslag blijkt dat de gesubsidieerde activiteiten overeenkomstig het besluit tot subsidieverlening zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie zijn verbonden.

    • b.

      De aanvraag tot subsidievaststelling dient in alle gevallen uiterlijk 1 juli 2027 te zijn ingediend. Een verzoek tot uitstel van dit vaststellingsverzoek zal niet worden gehonoreerd.

  • 3. Bij subsidies vanaf € 125.000,- :

    • a.

      Dient de subsidieontvanger een vaststellingsaanvraag in. De aanvraag moet worden ingediend binnen 13 weken na de datum waarop de gesubsidieerde activiteiten moeten zijn verricht of, als dat eerder is, binnen 13 weken nadat de activiteiten feitelijk zijn verricht. Bij de vaststellingsaanvraag worden de volgende documenten overgelegd:

      • (1)

        Een activiteitenverslag, als bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, onderdeel a, Asv;

      • (2)

        Een financieel verslag, als bedoeld in artikel 3.4, eerde lid, onderdeel b, Asv;

      • (3)

        Een controleverklaring als bedoeld in artikel 3.5 Asv.

    • b.

      De aanvraag tot subsidievaststelling dient in alle gevallen uiterlijk 1 juli 2027 te zijn ingediend. Een verzoek tot uitstel van dit vaststellingsverzoek zal niet worden gehonoreerd.

Artikel 3.1.11 Bevoorschotting en betaling

  • 1. Verleende subsidies tot € 25.000,- kunnen direct worden vastgesteld en daarmee 100% worden uitbetaald.

  • 2. Het voorschot voor verleende subsidies van € 25.000,- of hoger, bedraagt 80% van het verleende subsidiebedrag. De resterende 20% wordt uitbetaald na vaststelling van de subsidie.

Hoofdstuk 4 Slotbepalingen

Artikel 4.1 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt per 1 december 2025 in werking en voor zover publicatie na deze datum plaatsvindt, werkt deze terug tot 1 december 2025.

Artikel 4.2 Werkingsduur en overgangsrecht

  • 1. Deze regeling vervalt op 31 december 2035 met dien verstande dat de regeling van kracht blijft voor subsidies die verstrekt zijn op basis van deze regeling.

  • 2. Op aanvragen die zijn ontvangen op grond van deze regeling vóór de inwerkingtreding, is de Subsidieregeling openbaar vervoer Fryslân 2022 van toepassing.

Artikel 4.3. Intrekking subsidieregeling openbaar vervoer Fryslân 2022

De subsidieregeling openbaar vervoer Fryslan 2022 wordt per 1 december 2025 ingetrokken, met dien verstande dat de regeling van kracht blijft voor subsidies die verstrekt zijn op basis van deze regeling.

Artikel 4.3 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling openbaar vervoer Fryslân 2026

Ondertekening