Verordening markt- en standplaatsgelden Krimpenerwaard 2026

Geldend van 01-01-2026 t/m heden

Intitulé

Verordening markt- en standplaatsgelden Krimpenerwaard 2026

Grondslagen

Artikel 229 lid 1 aanhef en onderdelen a en b Gemeentewet

Artikel 1 Definities

  • 1. Deze verordening verstaat bij de marktgelden onder:

    • a.

      dagplaats: standplaats die beschikbaar is voor houders van een dagplaatsvergunning voor het bedrijven van handel op de markt voor de duur van een dag;

    • b.

      frontbreedte: het langs de grond gemeten aantal strekkende meters van de standplaats langs die zijden waar het publiek toegang heeft en waar de handelswaren zijn uitgestald;

    • c.

      markt: door burgemeester en wethouders ingestelde warenmarkt in de zin van de Marktverordening Krimpenerwaard;

    • d.

      standplaats: standplaats zoals bedoeld in artikel 5:17 van de Algemene plaatselijke verordening Krimpenerwaard;

    • e.

      standwerkplaats: standplaats die beschikbaar is voor houders van een standwerkvergunning voor het op de markt om zich heen verzamelen van publiek om door een aansprekende uiteenzetting te proberen publiek over te halen om artikelen te verkopen voor de duur van een dag;

    • f.

      vaste standplaats: standplaats die beschikbaar is voor houders van een vaste standplaatsvergunning.

  • 2. Deze verordening verstaat bij de standplaatsgelden onder:

    • a.

      standplaats: een standplaats zoals bedoeld in artikel 5:17 van de Algemene plaatselijke verordening Krimpenerwaard;

    • b.

      incidentele standplaats: een standplaats die voor maximaal drie aaneengesloten maanden wordt verleend;

    • c.

      frontbreedte: het langs de grond gemeten aantal strekkende meters van de standplaats langs die zijden waar het publiek toegang heeft en waar de handelswaren zijn uitgestald;

    • d.

      vaste standplaats: standplaats die met regelmaat gedurende vijftien jaar wordt ingenomen.

Artikel 2 Belastbaar feit

  • 1. Onder de naam ‘marktgelden’ worden rechten geheven voor ter beschikking stellen van een standplaats en daarmee verband houdende handelingen voor het uitoefenen van de markthandel en/of het gebruik van verstrekte hulpmiddelen op de markt of op andere, voor de openbare dienst bestemde, als markt aan te wijzen plaatsen.

  • 2. Onder de naam ‘standplaatsgelden’ worden rechten geheven voor ter beschikking stellen van een standplaats en daarmee verband houdende handelingen voor het uitoefenen van de markthandel en/of het gebruik van verstrekte hulpmiddelen buiten de markt, op de voor de openbare dienst bestemde, als standplaats aangewezen plaatsen.

Artikel 3 Belastingplicht

De rechten worden geheven van degene aan wie een standplaats ter beschikking is gesteld als bedoeld in artikel 2.

Artikel 4 Maatstaf van heffing

  • 1. De rechten worden geheven per strekkende meter frontbreedte.

  • 2. Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een strekkende meter als een hele meter aangemerkt.

Artikel 5 Belastingtarieven

  • 1. De marktgelden bedragen per strekkende meter frontbreedte:

    • a.

      op een markt met 1 t/m 5 vaste standplaatsen:

      • -

        voor een vaste standplaats per kwartaal € 13,45;

      • -

        voor een dagplaats of standwerkplaats per marktdag € 2,05;

    • b.

      op een markt met 6 t/m 19 vaste standplaatsen:

      • -

        voor een vaste standplaats per kwartaal € 20,55;

      • -

        voor een dagplaats of standwerkplaats per marktdag € 3,10;

    • c.

      op een markt met 20 en meer vaste standplaatsen:

      • -

        voor een vaste standplaats per kwartaal € 31,25;

      • -

        voor een dagplaats of standwerkplaats per marktdag € 4,50.

  • 2. De standplaatsgelden bedragen per strekkende meter frontbreedte:

    • a.

      voor een vaste standplaats per kwartaal € 20,55;

    • b.

      voor een incidentele standplaats per dag € 3,10.

Artikel 6 Belastingtijdvak

  • 1. Het belastingtijdvak voor de marktgelden voor een vaste standplaats is gelijk aan het kalenderkwartaal.

  • 2. Het belastingtijdvak voor de marktgelden voor een dagplaats of standwerkplaats is gelijk aan de marktdag.

  • 3. Het belastingtijdvak voor de standplaatsgelden is gelijk aan het kalenderkwartaal.

Artikel 7 Wijze van heffing

De rechten worden geheven door middel van een mondelinge kennisgeving, een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder een nota of andere schriftuur, of een kennisgeving langs elektronische weg. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving of langs elektronische weg aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1. De rechten zijn verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak, of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2. Als de belastingplicht voor de rechten in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, zijn de rechten verschuldigd voor zoveel dertiende gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde rechten als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalenderweken overblijven.

  • 3. Als de belastingplicht voor de rechten in de loop van het belastingtijdvak eindigt wegens intrekking van de vaste standplaatsvergunning, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel dertiende gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde rechten als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalenderweken overblijven.

Artikel 9 Termijnen van betaling

  • 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 7:

    • a.

      mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving;

    • b.

      schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving;

    • c.

      langs elektronische weg in het aanvraagproces wordt gedaan onverwijld, dan wel als die mogelijkheid wordt geboden binnen 30 dagen na het indienen van de aanvraag langs elektronische weg;

    • d.

      langs elektronische weg na indiening van de aanvraag wordt gedaan, binnen 30 dagen na dagtekening van de kennisgeving.

  • 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.

Artikel 10 Kwijtschelding

Bij de invordering van de markt- en standplaatsgelden wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 11 Teruggaaf

Er bestaat recht op teruggaaf van de rechten als van een standplaats door buitengewone omstandigheden buiten de wil van belanghebbende gedurende vier of meer aaneengesloten kalenderweken van het belastingtijdvak geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt zoveel dertiende gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde rechten als er aaneengesloten kalenderweken zijn waarin geen gebruik van de standplaats is gemaakt.

Artikel 12 Overgangsrecht

De Verordening marktgelden Krimpenerwaard 2025 wordt ingetrokken met ingang 1 januari 2026, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 13 Inwerkingtreding

  • 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.

  • 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

Artikel 14 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening markt- en standplaatsgelden Krimpenerwaard 2026.

Ondertekening

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Krimpenerwaard, gehouden op 11 november 2025.

de griffier,

S. van Dijk

de voorzitter,

ir. J. Beenakker