Subsidieregeling peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Alblasserdam 2026

Geldend van 21-11-2025 t/m heden

Intitulé

Subsidieregeling peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Alblasserdam 2026

Intitulé

Subsidieregeling peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Alblasserdam 2026

Het college van de gemeente Alblasserdam;

  • -

    gelet op de artikel 108 van de Gemeentewet, titel 4.1. en 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 3 van de Algemene subsidieverordening gemeente Alblasserdam 2014;

  • -

    overwegende dat het gewenst is om nadere regels vast te stellen die in acht worden genomen bij het verstrekken van subsidies voor peuteropvang en het onderwijs achterstandenbeleid in de gemeente;

besluit:

vast te stellen de Subsidieregeling peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Alblasserdam 2026.

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    ASV: de Algemene subsidieverordening gemeente Alblasserdam 2014;

  • b.

    college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Alblasserdam;

  • c.

    kinderopvangorganisatie: een aanbieder van peuteropvang of voorschoolse educatie als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang, gevestigd in de gemeente Alblasserdam;

  • d.

    kindplaats: een plek voor een vve- of reguliere subsidiepeuter op een peuteropvanglocatie;

  • e.

    LRK: het Landelijk Register Kinderopvang waarin kinderopvangvoorzieningen zijn opgenomen die door gemeente en GGD zijn goedgekeurd en voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen;

  • f.

    niet-toeslagouders: ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag van de rijksoverheid;

  • g.

    ouderbijdrage: de inkomensafhankelijke bijdrage die ouders betalen voor deelname van hun kind aan peuteropvang;

  • h.

    peutermonitor: het digitale systeem waarin gegevens van gemeente, jeugdgezondheidszorg en aanbieders van voorschoolse educatie worden verzameld over deelname aan peuteropvang en vve;

  • i.

    peuteropvang: opvang voor kinderen van 2 tot 4 jaar, gericht op het stimuleren van de ontwikkeling ter voorbereiding op het basisonderwijs;

  • j.

    reguliere subsidiepeuter: peuter van 2 jaar tot de start van het basisonderwijs, afkomstig uit een gezin zonder recht op kinderopvangtoeslag, waaronder gezinnen met één inkomen, studerende ouders of ouders in een re-integratietraject;

  • k.

    toeslagouders: ouders die recht hebben op kinderopvangtoeslag van de rijksoverheid;

  • l.

    vve-locatie: een locatie van een kindcentrum dat vve-peuteropvang aanbiedt conform wettelijke kwaliteitseisen voor voorschoolse educatie en als vve-gecertificeerde locatie is opgenomen in het LRK;

  • m.

    vve-peuter: peuter van 2,5 jaar tot de start van het basisonderwijs met een door de jeugdgezondheidszorg vastgestelde indicatie voor voorschoolse educatie, in verband met risico op een taal- of ontwikkelingsachterstand;

  • n.

    vve: voor- en vroegschoolse educatie;

  • o.

    kwaliteitsimpuls: subsidiebedrag toegekend aan vve-peuteropvanglocaties ter versterking van de kwaliteit van het vve-aanbod;

  • p.

    pedagogisch beleidsmedewerker (HBO-coach): professional met HBO-werk- en denkniveau die ondersteuning biedt bij de uitvoering van vve-activiteiten conform het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie.

Artikel 2. Doelstelling

  • a.

    het sociaal-emotionele, culturele en cognitieve vermogen van peuters wordt versterkt;

  • b.

    het aantal kinderen met een ontwikkelingsachterstand bij instroom in het basisonderwijs wordt verminderd;

  • c.

    ieder kind een kansrijke start krijgt.

Artikel 3. Toepassingsbereik

Deze regeling heeft tot doel het financieel toegankelijk maken van:

  • a.

    reguliere peuteropvang voor peuters van niet-toeslagouders;

  • b.

    vve-peuteropvang voor peuters van niet-toeslagouders;

  • c.

    vve-peuteropvang voor peuters van toeslagouders.

Artikel 4. Subsidiabele activiteiten

  • 1.

    Het college verstrekt uitsluitend subsidie voor activiteiten die bijdragen aan de doelstellingen genoemd in artikel 2.

  • 2.

    Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan kinderopvangorganisaties.

  • 3.

    De activiteiten zijn onderverdeeld in de volgende categorieën:

    • a.

      Peuteropvang

      • I.

        Peuters van niet-toeslagouders:

        Een aanbod aan peuters van ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag, gesubsidieerd door de gemeente tot maximaal 320 uur per kalenderjaar.

      • II.

        Vve-peuters:

        Aanbod aan peuters met een vve-indicatie, ongeacht of ouders recht hebben op kinderopvangtoeslag, gesubsidieerd door de gemeente tot maximaal 640 uur per kalenderjaar

    • b.

      Kwaliteitsimpuls

      • I.

        Subsidie tot €5.000 per vve-locatie ter versterking van de uitvoering van vve-activiteiten.

    • c.

      Pedagogisch beleidsmedewerker (HBO-coach) op de vve-groep

      • I.

        Subsidie voor inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker conform het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie.

      • II.

        Uitgangspunten:

        • Doel: verhogen van de kwaliteit van het vve-aanbod;

        • Norm: het aantal uren per vve-peuter wordt jaarlijks vastgesteld op basis van onderlinge afspraken per locatie à €69,00;

        • Profiel: HBO werk- en denkniveau conform Wet kinderopvang en CAO kinderopvang/CAO Sociaal Werk.

Artikel 5. Indicatie

Voor een aanvraag voor subsidie op grond van vve is een vve-indicatie noodzakelijk. Deze indicatie wordt door de jeugdgezondheidszorg verstrekt aan de ouders.

Artikel 6. Aanvraag subsidie

  • 1.

    De aanvraag wordt ingediend door de kinderopvangorganisatie waar de ouders het kind hebben aangemeld.

  • 2.

    De aanvraag moet gebruikmaken van een door het college vastgesteld aanvraagformulier en bevat de volgende gegevens:

    • a.

      Aantal peuters per locatie (peildatum 1 oktober) waarvoor subsidie wordt aangevraagd;

    • b.

      Verdeling naar niet-toeslagouders en vve-peuters (zowel ouders zonder als met recht op kinderopvangtoeslag);

    • c.

      Verantwoording van de behoefte aan een kwaliteitsimpuls per vve-locatie;

    • d.

      Verantwoording van het aantal uren dat de HBO-coach naar verwachting wordt ingezet voor vve-taken.

  • 3.

    Aanvragen dienen jaarlijks vóór 1 december van het jaar voorafgaand aan het kalenderjaar ingediend te worden.

  • 4.

    Subsidie wordt één keer per kalenderjaar verstrekt.

Artikel 7. Geen subsidie

Geen subsidie wordt verstrekt indien:

  • a.

    de voorziening niet is geregistreerd in het LRK;

  • b.

    de voorziening niet in Alblasserdam is gevestigd;

  • c.

    ouders en/of kind niet in Alblasserdam woonachtig zijn;

  • d.

    er reeds een tegemoetkoming voor hetzelfde kind is verstrekt bij een andere voorziening in Alblasserdam.

  • e.

    in het geval van een subsidie voor vve indien de voorziening niet voldoet aan de wettelijke eisen voor voorschoolse educatie.

Artikel 8. Beslistermijn

  • 1.

    Het college neemt uiterlijk 1 januari van het uitvoeringsjaar een besluit over de subsidieaanvraag.

  • 2.

    Deze beslistermijn kan met maximaal vier weken worden verlengd.

Artikel 9. Hoogte van de subsidie

  • 1.

    De subsidieopbouw is nader gespecificeerd in bijlage A en wordt jaarlijks, voorafgaande aan het betreffende subsidiejaar, vastgesteld door het college.

Artikel 10. Subsidievaststelling

  • 1.

    De aanvraag voor subsidievaststelling dient jaarlijks vóór 30 juni na het kalenderjaar waarvoor de subsidie is verleend, te worden ingediend.

  • 2.

    De vaststelling vindt plaats op basis van het daadwerkelijk bezette aantal kindplaatsen met een verdeling naar niet-toeslagouders en vve-peuters (zowel ouders zonder als met recht op kinderopvangtoeslag), inclusief start- en einddatum.

  • 3.

    Indien uit de vaststelling blijkt dat teveel subsidie is ontvangen, kan het teveel ontvangen bedrag worden teruggevorderd.

Artikel 11. Verplichtingen van de subsidieontvanger

  • 1.

    Naast de verplichtingen op grond van de ASV dient de subsidieontvanger per kwartaal digitale gegevens aan te leveren over het werkelijke aantal kinderen dat op de groepen is geplaatst en rapporteert de volgende gegevens:

    • a.

      klantnummer peuter/ ouder(s)

    • b.

      geboortedatum

    • c.

      startdatum

    • d.

      einddatum, indien relevant

    • e.

      geïndiceerd of niet-geïndiceerd

    • f.

      met kinderopvangtoeslag (KOT)/ zonder kinderopvangtoeslag niet-KOT

    • g.

      aanwezigheid inkomensverklaring (J/N)

    • h.

      ouderbijdrage per uur

  • 2.

    Indien het monitorprogramma van de Peutermonitor is geïmplementeerd, vervalt het eerste lid en worden de betreffende aanvragers geacht hun gegevens elk kwartaal te actualiseren binnen de Peutermonitor.

  • 3.

    Specifiek voor de subsidie voor vve-peuteropvang gelden de volgende aanvullende verplichtingen:

    • a.

      medewerking aan warme overdracht van vve-peuters naar de basisschool;

    • b.

      stimuleren van maximale deelname aan vve;

    • c.

      groepen op vve-locaties zoveel mogelijk samenstellen uit vve-peuters en reguliere subsidiepeuters;

    • d.

      actieve deelname aan door de gemeente geïnitieerde overleggen, waaronder 0-6 jarigen overleg, de werkgroep vve en de Lokale Educatieve Agenda.

Artikel 12. Hardheidsclausule

  • 1.

    Het college kan, in bijzondere gevallen, een artikel of artikelen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang van de aanvrager of subsidieontvanger leidt tot onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 13. Citeertitel en inwerkingtreding

  • 1.

    Deze regeling wordt aangehaald als "Subsidieregeling peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Alblasserdam 2026".

  • 2.

    Deze subsidieregeling treedt in werking met ingang van de dag volgend op haar bekendmaking en is van toepassing op de uitvoering van activiteiten vanaf 1 januari 2026.

  • 3.

    De Subsidieregeling Kindgebonden financiering peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Alblasserdam 2025 wordt ingetrokken op het moment dat deze regeling in werking treedt.

Ondertekening

Alblasserdam 18 november 2025

Het college van burgemeester en wethouders,

De secretaris, de burgemeester,

M. van Hall, J.W. Boersma

Bijlage A. Subsidie opbouw

Subsidieregeling peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Alblasserdam 2026 is opgebouwd uit verschillende componenten en wordt jaarlijks door het College vastgesteld.

Volume in aantal uren per peuter per jaar

Jaarlijks stelt het college het maximum aantal te subsidiëren uren per peuter per jaar vast. Daarbij worden de volgende 2 categorieën onderscheiden:

  • -

    Reguliere subsidiepeuters waarvoor geen indicatie voor voorschoolse educatie geldt. Een indicatie is een door de jeugdgezondheidszorg (consultatiebureau) afgegeven verklaring waarin staat dat deelname aan voorschoolse educatie (vve) geïndiceerd is.

  • -

    Vve-peuters zijn peuters waarvoor wel een indicatie voor voorschoolse educatie geldt.

Het normtarief voor de bruto-ouderbijdrage is gelijk aan het maximum uurtarief van de landelijke kinderopvangtoeslagregeling en bedraagt in 2026 € 11,23 per uur. De netto-ouderbijdrage per uur is inkomensafhankelijk. De ouderbijdrage is gebaseerd op de bedragen die in de VNG adviestabel worden gehanteerd.

Maximale subsidiebijdrage per uur

Jaarlijks stelt het college de maximale subsidiebijdrage per uur vast. Deze bestaat uit a. een inkomensafhankelijke deel, b. een vast deel en c. een vve deel.

  • a.

    Inkomensafhankelijke subsidiebijdrage per uur

    De inkomensafhankelijke subsidiebijdrage is gelijk aan de landelijke kinderopvangtoeslag regeling (zie Besluit kinderopvangtoeslag) en geldt uitsluitend voor peuters van ouders die geen aanspraak hebben op kinderopvangtoeslag. De inkomensafhankelijke subsidiebijdrage bedraagt € 10,78 per uur voor ouders met een toetsingsinkomen tot € 23.211 en € 4,34 per uur voor ouders met een toetsingsinkomen vanaf € 133.046. Deze subsidiebijdrage is van toepassing op maximaal 320 uur per jaar per peuter.

  • b.

    Vaste subsidiebijdrage per uur

    De vaste subsidiebijdrage per uur is een subsidiebijdrage die geldt voor alle peuters en dient om de ouderbijdrage te dempen. Deze subsidiebijdrage dekt - tot een vastgesteld maximumtarief - het verschil tussen het kostendekkend uurtarief van de aanbieder en het normtarief voor de ouderbijdrage dat aanbieders bij ouders in rekening brengen. Het maximumtarief voor de subsidiebijdrage bedraagt in 2026 € 13,59 per uur. Dat betekent dat de maximale vaste subsidiebijdrage in 2026 € 2,36 per uur bedraagt (€ 13,59 minus € 11,23).

    Deze subsidiebijdrage is van toepassing op maximaal 320 uur per jaar per peuter.

  • c.

    Vve subsidiebijdrage per uur

    De maximale vve subsidiebijdrage per uur bedraagt in 2026 € 13,59 en is van toepassing op de extra 320 uren per jaar waarop vve-peuters aanspraak kunnen maken. Over de eerste 2 dagdelen (320 uur per jaar) is de inkomensafhankelijke ouder- en subsidiebijdrage van toepassing (zie a.). Over het derde en vierde dagdeel (tot een maximum van 320 uur per jaar) geldt geen ouderbijdrage en subsidieert de gemeente het uurtarief volledig tot een maximum van €13,59 per uur.