Beleid hinderlijke en gevaarlijke honden Gemeente Zeewolde

Geldend van 25-11-2025 t/m heden

Intitulé

Beleid hinderlijke en gevaarlijke honden Gemeente Zeewolde

Burgemeester en wethouders van Zeewolde respectievelijk de burgemeester van Zeewolde, ieder voor zover het de eigen bevoegdheden betreft,

besluiten:

Het beleid hinderlijke en gevaarlijke honden gemeente Zeewolde vast te stellen.

1. Inleiding en Aanleiding

De toenemende aandacht voor bijtincidenten met honden op nationaal niveau onderstreept een maatschappelijke behoefte aan effectief lokaal beleid. Hoewel specifieke incidentcijfers voor Zeewolde niet beschikbaar zijn duidt de algemene trend en de focus van de Rijksoverheid op het verminderen van bijtincidenten op een proactieve benadering om de openbare veiligheid te vergroten en potentiële schade te beperken. Publieke bezorgdheid over veiligheid en overlast door honden is een terugkerend thema in gemeentelijk bestuur, zoals blijkt uit het algemene doel van Algemene Plaatselijke Verordeningen (APV's) om een gemeente "netjes en leefbaar" te houden en de bestaande "spelregels" voor honden in Zeewolde. Een helder, alomvattend beleid draagt significant bij aan een veilige en leefbare omgeving voor alle inwoners.

De huidige Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Zeewolde bevat bepalingen met betrekking tot openbare orde, veiligheid en overlast, zoals Artikel 2:41 over het voorkomen van overlast, gevaar of schade. Deze bepaling biedt een brede juridische basis voor ingrijpen bij incidenten die met honden te maken hebben. Meer specifieke, gedetailleerde artikelen zijn de artikelen 2:59 en 2:59a, met daarin expliciet bevoegdheden voor het aanpakken van gevaarlijke honden.

Doelstellingen van het beleid

De voornaamste doelstelling van dit beleid is het bevorderen van de openbare veiligheid door het aantal bijtincidenten significant te verminderen en schade aan mensen en andere dieren binnen Zeewolde te minimaliseren. Dit sluit aan bij de nationale inspanningen om gevaarlijk hondengedrag tegen te gaan. Daarnaast richt het beleid zich op het voorkomen van overlast en letsel, waarbij niet alleen ernstige incidenten, maar ook hinderlijk gedrag worden aangepakt, om een vreedzame co-existentie tussen hondenbezitters en andere inwoners te waarborgen. Een kernpunt is het bevorderen van verantwoord hondenbezit, waarbij de cruciale rol van hondeneigenaren in het voorkomen van incidenten wordt benadrukt. Dit wordt nagestreefd door middel van voorlichting, duidelijke verwachtingen en toegankelijke middelen. Tot slot draagt het beleid bij aan het creëren van rechtszekerheid en rechtsgelijkheid door heldere definities, procedures en handhavingsmechanismen vast te stellen. Dit zorgt voor een consistente toepassing van regels door gemeentelijke autoriteiten en biedt transparantie en voorspelbaarheid voor burgers.

Huidig juridisch kader en bestaande hondenregels in Zeewolde

Dit beleid bouwt voort op het bestaande juridische kader. De Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Zeewolde 2025 vormt de basis, met artikelen zoals 2:59 en 2:59a die reeds maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade mogelijk maken. De Gemeentewet verleent gemeenten de bevoegdheid om verordeningen vast te stellen (Artikel 149) en de burgemeester om de openbare orde te handhaven (Artikel 172, 175). Dit vormt de overkoepelende juridische fundering voor het voorgestelde beleid. De Wet dieren erkent de intrinsieke waarde van dieren en legt een algemene zorgplicht op (Artikel 1.4). Hoewel de 'Regeling agressieve dieren' die specifieke hondenrassen aanwees in 2009 is ingetrokken, biedt de Wet dieren nog steeds de basis voor toekomstige nationale maatregelen, waarop Zeewolde's beleid moet anticiperen.

2. Definitie en Classificatie van Honden

Een cruciaal aspect van een effectief beleid voor gevaarlijke honden is een eenduidige en gedetailleerde classificatie van incidenten en honden. Dit bevordert de operationele consistentie en juridische zekerheid.

Definitie van 'Bijtincident'

Een 'bijtincident' wordt gedefinieerd als elke situatie waarin een hond schade veroorzaakt door te bijten. Deze brede definitie omvat het bijten van een persoon, een ander dier, of zelfs het veroorzaken van materiële schade aan een voorwerp. Deze uitgebreide definitie zorgt ervoor dat alle vormen van bijtgedrag worden vastgelegd en kunnen worden beoordeeld.

Definitie en Classificatie van Honden (Hinderlijk vs. Gevaarlijk)

De classificatie van honden is essentieel voor het bepalen van de juiste maatregelen:

  • Hinderlijke Hond: Een hond wordt als 'hinderlijk' geclassificeerd indien deze een persoon of een ander dier bijt, maar het incident niet resulteert in ernstig letsel of ernstige gevolgen. Deze categorie omvat ook situaties waarin een hond consequent personen of dieren lastigvalt zonder daadwerkelijk te bijten.

  • Gevaarlijke Hond: Een hond wordt als 'gevaarlijk' geclassificeerd indien deze ernstig letsel veroorzaakt aan een persoon of dier. Een hond kan ook als gevaarlijk worden aangemerkt indien deze meerdere malen hinderlijk gedrag heeft vertoond, of ernstige materiële schade heeft veroorzaakt. Van doorslaggevend belang is dat een hond als gevaarlijk wordt beschouwd indien deze betrokken is geweest bij meerdere bijtincidenten (bijvoorbeeld binnen twee jaar), ongeacht de individuele ernst van elk incident. Dit adresseert patronen van agressief gedrag. Het protocol verfijnt dit verder door onderscheid te maken tussen "bijtincident," "ernstig bijtincident," en "zeer ernstig bijtincident", wat een gedifferentieerde benadering van ernst mogelijk maakt.

Criteria voor de ernst van letsel met concrete voorbeelden

De ernst van letsel wordt gedetailleerd vastgesteld om een objectieve beoordeling te waarborgen:

  • Geringe schade/letsels (Licht bijtincident): Hieronder vallen oppervlakkige verwondingen zonder onderliggende spierschade, beten die alleen tandafdrukken op de huid achterlaten , beten die resulteren in een zichtbare afdruk of blauwe plek zonder de huid te doorbreken , incidenten waarbij geen medische behandeling noodzakelijk is, en schade beperkt tot kleding of persoonlijke bezittingen.

  • Ernstige schade/letsels (Ernstig bijtincident): Dit omvat diepe verwondingen met spierschade, weefselverlies, of schade aan bloedvaten, zenuwen en/of botten. Ook beten waarbij tandafdrukken door de huid heen dringen, incidenten die medische behandeling vereisen (zoals open wonden, inwendig letsel, chirurgische ingrepen, of letsel dat normale activiteiten belemmert), en het overlijden of invaliditeit van een persoon of dier als direct gevolg van het bijtincident. Meer dan één licht bijtincident binnen een periode van twee jaar kwalificeert ook als ernstig. Elk ander incident dat de burgemeester, op basis van specifieke omstandigheden, als ernstig aanmerkt, valt eveneens onder deze categorie.

Proces van aanwijzing van hinderlijke/gevaarlijke honden

Het proces begint met een melding bij de gemeentelijke handhaving. Gemeentelijke Buitengewoon Opsporingsambtenaren (BOA's), voeren een oriënterend onderzoek uit, dat een bezoek aan de hondeneigenaar en mogelijk een buurtonderzoek kan omvatten en verzamelen de relevante feiten en omstandigheden en stellen de classificatie vast.

Het is van cruciaal belang om een heldere, gedetailleerde en meetbare reeks definities voor bijtincidenten (licht, ernstig, zeer ernstig) en de corresponderende classificaties (licht, ernstig, zeer ernstig) vast te stellen. Dit zorgt voor duidelijkheid voor zowel burgers als handhavers, bevordert een consistente toepassing van het beleid en versterkt de juridische verdedigbaarheid ervan. Dit heldere kader is fundamenteel voor effectieve en rechtvaardige handhaving.

De volgende tabel biedt een gestandaardiseerd overzicht van classificaties en de directe gevolgen en daarbij behorende maatregelen.

Classificatie Bijtincident

Definitie/Criteria

Directe Gevolg voor Hond

Initiële Maatregelen

Licht/Hinderlijk

Oppervlakkige verwonding zonder spierschade; beet met tandafdrukken; beet met afdruk/blauwe plek zichtbaar; geen medische behandeling noodzakelijk; schade aan kleding.

Aanwijzing als Hinderlijk.

Schriftelijke waarschuwing; Advies gedragscursus; Mogelijk aanlijngebod.

Ernstig/Gevaarlijk

Diepe verwonding met spierschade, weefselverlies, schade aan bloedvaten, zenuwen, botten; beet met tandafdrukken door de huid heen; medische behandeling noodzakelijk; overlijden/invaliditeit van persoon/dier; meer dan één licht bijtincident binnen 2 jaar.

Aanwijzing als Gevaarlijk.

Aanlijn- en muilkorfgebod (Awb-besluit); Dringend advies gedragscursus/therapie.

Zeer Ernstig/Gevaarlijk

Hond heeft persoon ernstige, levensbedreigende verwondingen toegebracht; aanhoudend bijtpatroon, niet zonder ingrijpen te lossen; doelbewust proberen te doden van ander dier (aanval hals, vasthouden/schudden).

Aanwijzing als Gevaarlijk.

Directe inbeslagname (vrijwillig of onvrijwillig d.m.v. spoedeisende bestuursdwang); Risico-assessment.

3. Preventieve Maatregelen en Verantwoord Hondenbezit

Een effectief beleid voor gevaarlijke honden richt zich niet alleen op reactie na incidenten, maar legt ook een sterke nadruk op preventie en het bevorderen van verantwoord hondenbezit.

Voorlichting en educatiecampagnes voor hondeneigenaren en het algemene publiek

De Rijksoverheid benadrukt het belang van uitgebreide informatievoorziening aan hondeneigenaren als een sleutelmaatregel om bijtincidenten te voorkomen. De Dierenbescherming beveelt gemeenten sterk aan te investeren in educatie voor zowel hondeneigenaren als het algemene publiek (inclusief buurtbewoners) over verantwoorde omgang met honden en veilige interacties. Dit kan diverse vormen aannemen, zoals informatieve brochures, online middelen en zelfs gastlessen op basisscholen om kinderen te leren hoe ze zich rond honden moeten gedragen.

Stimuleren van gedragscursussen en socialisatie van honden

Hondeneigenaren zijn primair verantwoordelijk voor het gedrag van hun hond en moeten proactieve maatregelen nemen om agressie te voorkomen, zoals consequent aanlijnen of muilkorven wanneer nodig. Eigenaren van potentieel gevaarlijke honden worden dringend geadviseerd om een gedragsdeskundige in te schakelen en gerichte training of therapie te volgen om agressieve neigingen aan te pakken. De mogelijkheid om dergelijke cursussen verplicht te stellen voor specifieke rassen (hoewel nationaal beleid inzake rasspecifieke verboden is verschoven sinds de intrekking van de 'Regeling agressieve dieren' in 2009) of na initiële incidenten, wordt ook in andere gemeenten overwogen. Het opheffen van opgelegde maatregelen (bijv. muilkorfgeboden) is vaak afhankelijk van het succesvol afronden van een gedragstest, uitgevoerd door een professionele gedragsbeoordelaar, die aantoonbaar verbeterd gedrag bij de behandelde hond laat zien.

Belang van chippen en registratie

Nationaal beleid schrijft voor dat elke hond een paspoort moet hebben, en eigenaren moeten hun honden binnen 7 weken na de geboorte laten chippen en registreren. Dit is een cruciale maatregel om illegale hondenhandel tegen te gaan en traceerbaarheid te waarborgen. Registratie vergemakkelijkt snelle identificatie van dieren en hun herkomst, wat van vitaal belang is in situaties zoals ziekte-uitbraken of het opsporen van eigenaren na een incident. En het controleren/vaststellen van een bij een incident betrokken hond.

Laagdrempelig meldpunt voor verontrustend hondengedrag (zonder bijtincident)

De Rijksoverheid suggereert expliciet dat gemeenten meldpunten instellen waar inwoners gevaarlijke situaties met honden kunnen melden. Een nationaal meldpunt voor gevaarlijk gedrag en bijtincidenten is ook in ontwikkeling, wat het belang van dergelijke mechanismen onderstreept. De Dierenbescherming pleit voor een laagdrempelig meldpunt voor "risicosituaties" en effectieve communicatie over de beschikbaarheid ervan aan inwoners. Ervaringen elders tonen de waarde van een dergelijk systeem aan door onderzoeken te initiëren op basis van "meldingen zonder bijtincidenten", waarbij burgers simpelweg bezorgd zijn over het gedrag van een hond, wat vroege interventie mogelijk maakt voordat een beet plaatsvindt.

Een strategische verschuiving van incidentrespons naar proactieve risicobeperking (preventie) is van groot belang. Het concept van een "meldpunt voor gevaarlijke situaties" en de manier waarop omgegaan kan worden met "meldingen zonder bijtincident" duiden op een verschuiving naar het identificeren en aanpakken van potentiële risico's voordat deze escaleren tot daadwerkelijke bijtincidenten. Dit sluit aan bij de bredere aanbevelingen voor dierenwelzijn van de Dierenbescherming. Het beleid van Zeewolde moet daarom expliciet een proactieve risicobeperkingsaanpak integreren. Dit betekent niet alleen reageren op beten, maar ook het opzetten van een helder, goed bekendgemaakt en laagdrempelig meldpunt voor zorgwekkend hondengedrag voordat een beet plaatsvindt. Dit moet gepaard gaan met een gedefinieerd proces voor het onderzoeken van deze vroege waarschuwingen en het implementeren van preventieve interventies, zoals het adviseren van verplichte training of gedragsbeoordelingen Deze strategische verschuiving is van vitaal belang voor het creëren van een werkelijk veilige gemeenschap en het verminderen van het totale aantal gevaarlijke hondengedragingen.

De nadruk op verplicht chippen en registreren en het bestaan van het Landelijk Honden Dossier (LHD) zijn niet louter administratieve vereisten. Ze vormen de basis voor een data gestuurde benadering van preventie. Indien Zeewolde actief gebruikmaakt van haar eigen registratiegegevens en volledig deelneemt aan het LHD kan de gemeente geografische patronen van incidenten, veelvoorkomende gedragsproblemen of zelfs recidiverende overtreders identificeren. Deze gegevens kunnen worden gebruikt om preventieve campagnes te richten, handhavingsmiddelen effectiever toe te wijzen en specifieke gebieden of groepen te identificeren die gerichte interventie nodig hebben. Het beleid moet het strategische belang van robuuste hondenregistratie en actieve deelname aan het LHD onderstrepen. Deze gegevens kunnen worden geanalyseerd om preventieve strategieën te informeren en te verfijnen, zodat educatieve campagnes en handhavingsinspanningen worden gericht waar ze het meest nodig zijn. Dit gaat verder dan generieke preventie en leidt tot een preciezere, data gestuurde benadering van openbare veiligheid en dierenwelzijn.

4. Interventie en Handhaving bij Bijtincidenten

Effectieve interventie en handhaving zijn essentieel wanneer preventieve maatregelen onvoldoende blijken. Dit vereist duidelijke procedures en de inzet van passende juridische instrumenten.

Onderzoek van bijtincidenten door deskundigen (boa's, gedragsdeskundigen)

Na ontvangst van een melding wordt een onderzoek gestart door gemeentelijke experts, zoals Buitengewoon Opsporingsambtenaren (BOA's). Dit onderzoek omvat doorgaans een bezoek aan de hond en hondeneigenaar en kan, indien nodig, worden uitgebreid met een buurtonderzoek om een volledig beeld te krijgen van het gedrag van de hond en de houding van de eigenaar. Hoewel BOA's een belangrijke rol spelen bij de handhaving, vereist hun vaak brede takenpakket duidelijke protocollen en mogelijk gespecialiseerde training voor het afhandelen van bijtincidenten. De Dierenbescherming benadrukt de noodzaak van heldere protocollen voor de afhandeling van meldingen en het bevorderen van samenwerking met externe partijen die kunnen helpen bij het signaleren en aanpakken van dierenwelzijnsproblemen.

Maatregelen bij hinderlijk gedrag (waarschuwing, aanlijngebod)

Bij incidenten die als 'hinderlijk' worden geclassificeerd, bestaat de initiële reactie doorgaans uit het versturen van een schriftelijke waarschuwing aan de hondeneigenaar. Deze waarschuwing dient als formele kennisgeving dat het gedrag onacceptabel is en verwacht van de eigenaar dat deze maatregelen treft om herhaling te voorkomen. Deze waarschuwing is over het algemeen geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), wat betekent dat er geen formeel bezwaar tegen kan worden ingediend. In bepaalde gevallen, zelfs na een eerste licht incident, kan de burgemeester reeds een 'aanlijngebod' opleggen. Dit gebod vereist doorgaans dat de hond aan een deugdelijke lijn van maximaal 1,50 meter, gemeten van hand tot halsband, wordt gehouden. Het is cruciaal op te merken dat een tweede 'licht' bijtincident binnen twee jaar de classificatie vaak opschaalt naar een 'ernstig bijtincident', wat leidt tot zwaardere maatregelen.

Maatregelen bij gevaarlijk gedrag (aanlijn- en muilkorfgebod, inbeslagname)

Wanneer een hond als 'gevaarlijk' wordt geclassificeerd, heeft de burgemeester de bevoegdheid om een 'aanlijn- en muilkorfgebod' op te leggen. Dit gebod geldt doorgaans voor de rest van het leven van de hond en is van toepassing op openbare plaatsen en vaak ook op eigen terrein indien daar geen adequate maatregelen (b.v. maatregelen om te voorkomen dat de hond kan ontsnappen van het eigen terrein) zijn getroffen. De muilkorf moet robuust zijn, gemaakt van stevige materialen (bijv. kunststof, leer), stevig bevestigd om verwijdering zonder menselijke tussenkomst te voorkomen, en zo ontworpen dat de hond niet kan bijten, maar wel een lichte opening van de bek toelaat. De juridische basis hiervoor is te vinden in artikelen 2:59 en 2:59a van de APV.

Inbeslagname: Inbeslagname van een hond kan plaatsvinden als gevolg van herhaalde niet-naleving van opgelegde aanlijn- en/of muilkorfgeboden. In gevallen van zeer ernstige bijtincidenten of situaties die direct gevaar opleveren, kan de burgemeester onmiddellijke inbeslagname gelasten via 'spoedeisende bestuursdwang', zelfs zonder voorafgaande formele waarschuwing. De bevoegdheid van de burgemeester tot inbeslagname vloeit ook voort uit Artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet, in situaties van verstoring van de openbare orde of ernstige vrees daarvoor. In beslag genomen honden worden vier weken op een geheime locatie ondergebracht, gedurende welke periode een risico-assessment wordt uitgevoerd. De kosten voor transport, huisvesting, verzorging en beoordeling worden (in beginsel) verhaald op de eigenaar.

Toepassing van bestuursrechtelijke instrumenten: last onder dwangsom en last onder bestuursdwang

  • Last onder dwangsom: Dit bestuursrechtelijke instrument wordt opgelegd wanneer een eigenaar een opgelegd gebod niet nakomt (bijv. een hinderlijke hond die niet wordt aangelijnd, of een gevaarlijke hond die niet wordt gemuilkorfd op eigen terrein). De last specificeert een geldboete voor elke overtreding (€ 1.000 per overtreding, met een maximum van € 15.000 en de mogelijkheid tot verdubbeling bij aanhoudende niet-naleving). Een 'preventieve last onder dwangsom' kan worden opgelegd indien kan worden onderbouwd dat er een grote kans is op onmiddellijke niet-naleving.

  • Last onder bestuursdwang: Dit is een ingrijpender instrument, dat leidt tot directe actie door de gemeente, doorgaans de inbeslagname van de hond. Het wordt voornamelijk gebruikt voor gevaarlijke honden die niet voldoen aan aanlijn- en muilkorfgeboden in openbare ruimtes, of in spoedeisende situaties waar direct gevaar bestaat.

Rol van risico-assessments en gedragstesten door professionele gedragsdeskundigen

Na inbeslagname moet elke gevaarlijke hond een uitgebreid risico-assessment ondergaan, uitgevoerd door een gecertificeerde professionele hondengedragsdeskundige. Het assessment heeft tot doel het risiconiveau te bepalen dat de hond vormt indien deze wordt teruggeplaatst bij de eigenaar of herplaatst, met een focus op de corrigeerbaarheid van ongewenst gedrag. Een positieve uitkomst van een dergelijk assessment is een voorwaarde voor het eventueel opheffen van opgelegde maatregelen. Eigenaren hebben ook het recht om op eigen kosten een gedragstest te laten uitvoeren door een gecertificeerde instantie, waarvan de resultaten door de burgemeester in overweging worden genomen.

Procedures voor teruggave, herplaatsing of euthanasie van in beslag genomen honden

  • Vrijwillige afstand: Eigenaren kunnen vrijwillig afstand doen van hun hond aan de gemeente, waarmee eigendom en verantwoordelijkheid worden overgedragen.

  • Teruggave aan eigenaar: Een in beslag genomen hond kan aan de oorspronkelijke eigenaar worden teruggegeven, vaak onder strikte voorwaarden (bijv. voortzetting van aanlijn- en muilkorfgeboden), indien het risico-assessment aangeeft dat de hond geen onacceptabel risico meer vormt.

  • Herplaatsing: Indien het gedrag van de hond corrigeerbaar wordt geacht, maar teruggave aan de oorspronkelijke eigenaar niet raadzaam is (bijv. vanwege onvermogen van de eigenaar om te voldoen aan de voorwaarden of maatschappelijke onrust), kan de hond worden herplaatst bij een nieuwe, aantoonbaar bekwame eigenaar.

  • Euthanasie: Dit wordt als laatste redmiddel overwogen wanneer een hond niet veilig kan worden teruggeplaatst of herplaatst, doorgaans vanwege niet-corrigeerbare ernstige agressie, een hoog risico op recidive, of aanzienlijke maatschappelijke onrust. Euthanasie vindt vaak plaats na een gespecificeerde periode van inbeslagname (13 weken) en de kosten komen voor rekening van de oorspronkelijke eigenaar.

Mogelijkheden voor heroverweging en opheffing van opgelegde maatregelen

Opgelegde maatregelen (bijv. aanlijn- en muilkorfgeboden) gelden in principe voor de levensduur van de hond. Echter, een eigenaar kan een verzoek tot heroverweging en mogelijke opheffing van deze maatregelen indienen indien de hond gedurende een aanzienlijke periode (twee jaar) geen hinderlijk of gevaarlijk gedrag heeft vertoond en een positief gedragsassessment van een gecertificeerde expert door de eigenaar wordt overgelegd.

De burgemeester behoudt de uiteindelijke beslissingsbevoegdheid op basis van het assessment en de algemene omstandigheden.

De complexe procedures voor interventie, inclusief het meerstaps beoordelingsproces (initieel onderzoek, risico-assessment door experts), de verschillende opties na inbeslagname (teruggave, herplaatsing, euthanasie) en de bezwaarmogelijkheden, tonen een bewuste inspanning om het primaire doel van openbare veiligheid te balanceren met overwegingen voor dierenwelzijn en de rechten van hondeneigenaren. Het verhaal van kostenverhaal bij inbeslagname weerspiegelt ook een principe van verantwoordelijkheid. Deze gestructureerde aanpak is gericht op het voorkomen van willekeurige beslissingen en het waarborgen van rechtvaardigheid. Benadrukt wordt dat in Zeewolde, hoewel openbare veiligheid de hoogste prioriteit heeft, maatregelen proportioneel zullen zijn aan het beoordeelde risico en dat eigenaren de nodige rechtsbescherming zullen krijgen, inclusief mogelijkheden voor gedragscorrectie door professionele begeleiding . Duidelijke procedures voor bezwaar en heroverweging van opgelegde maatregelen zullen worden toegepast om transparantie en verantwoording te waarborgen, waardoor de publieke acceptatie en naleving van het beleid zal worden bevorderd.

5. Samenwerking en Afstemming

Een effectief beleid voor gevaarlijke honden kan niet geïsoleerd worden uitgevoerd. Het vereist een gecoördineerde aanpak en naadloze samenwerking tussen diverse partijen.

Samenwerking met de politie en het Openbaar Ministerie (strafrechtelijke aspecten)

Effectief beleid vereist een naadloze samenwerking met de rechtshandhaving. De politie is voor de strafrechtelijke kant de partij voor formele aangiften van bijtincidenten. De politie beoordeelt ook of een incident strafrechtelijke vervolging rechtvaardigt, bijvoorbeeld op grond van Artikel 425 van het Wetboek van Strafrecht, dat het aanhitsen van een dier tot een aanval op een persoon of het niet terughouden van een aanvallend dier strafbaar stelt. In gevallen van zeer ernstige bijtincidenten of herhaalde overtredingen door een eerder als gevaarlijk aangewezen hond, informeert de gemeente het Openbaar Ministerie (OM) voor mogelijke strafrechtelijke vervolging van de eigenaar. Het OM heeft de bevoegdheid om de permanente onttrekking van de hond aan het verkeer te vorderen of zelfs euthanasie te gelasten in ernstige gevallen. In noodsituaties kan de politie ook direct optreden op basis van het strafrecht.

Deelname aan en gebruik van het Landelijk Honden Dossier (LHD) voor informatie-uitwisseling met andere gemeenten

Het Landelijk Honden Dossier (LHD) is een vitaal nationaal instrument dat is ontworpen om informatie-uitwisseling over gevaarlijke honden tussen aangesloten gemeenten te vergemakkelijken. Het primaire doel is het mogelijk maken van tijdige interventie en het voorkomen van herhaling van bijtincidenten. Het LHD adresseert direct de uitdaging dat hondeneigenaren lokale beperkingen kunnen omzeilen door hun hond simpelweg naar een naburige gemeente te verplaatsen waar de maatregelen niet bekend zijn. Actieve deelname aan het LHD zorgt ervoor dat de maatregelen van Zeewolde bekend zijn en elders kunnen worden gehandhaafd, en vice versa.

Afstemming met landelijke ontwikkelingen en beleid van de Rijksoverheid

De Rijksoverheid werkt actief aan diverse maatregelen om bijtincidenten landelijk te verminderen. Het beleid van Zeewolde moet flexibel blijven en afgestemd zijn op deze evoluerende nationale richtlijnen. Belangrijke nationale maatregelen die worden overwogen of geïmplementeerd, omvatten: de oprichting van een nationaal meldpunt voor gevaarlijk hondengedrag en bijtincidenten; mogelijke toekomstige verboden op het houden of fokken van bepaalde "hoog-risico honden (waarbij opgemerkt moet worden dat het eerdere rasspecifieke verbod, de 'Regeling agressieve dieren', in 2009 is ingetrokken, wat duidt op een huidige focus op gedrag in plaats van ras, tenzij nieuwe nationale wetgeving dit verandert); de implementatie van verplichte cursussen voor hondeneigenaren om hun kennis en verantwoorde omgang te verbeteren; en de introductie van nationaal geldende muilkorf- en aanlijngeboden voor honden die gevaarlijk gedrag vertonen. Deze nationale maatregelen worden nog onderzocht op hun handhaafbaarheid en uitvoerbaarheid. De Wet dieren biedt het juridische kader voor dergelijke aanwijzingen.

Het is van belang om de dynamische wisselwerking tussen lokale autonomie en nationale harmonisatie te erkennen. Hoewel Zeewolde de autonomie heeft om haar lokale APV-beleid te ontwikkelen, opereert de gemeente binnen een breder nationaal juridisch en beleidskader, zoals de Wet dieren en de initiatieven van de Rijksoverheid. De nationale overheid ontwikkelt actief maatregelen, waaronder een nationaal meldpunt, potentiële toekomstige ras-/type-reguleringen, verplichte cursussen en nationale mandaten voor gevaarlijke honden. Als het beleid van Zeewolde te rigide of niet afgestemd is, kan het verouderd, inefficiënt of zelfs tegenstrijdig worden met toekomstige nationale richtlijnen. Het historische voorbeeld van de ingetrokken 'Regeling agressieve dieren' onderstreept de dynamische aard van nationaal beleid.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zeewolde d.d. 18 november 2025.

Zeewolde,

Burgemeester en wethouders voornoemd,

de secretaris

K.C. Hamstra

de burgemeester

A.M. Harmsma