Parkeerverordening Deventer 2026

Geldend van 01-01-2026 t/m heden

Intitulé

Parkeerverordening Deventer 2026

De raad van de gemeente Deventer,

Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders 7 oktober 2025 met nummer 2025-729

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 2a van de Wegenverkeerswet 1994;

BESLUIT

Vast te stellen de “Parkeerverordening Deventer 2026”.

Parkeerverordening Deventer 2026

Afdeling I Definities en begripsomschrijvingen

Artikel 1 Begrippen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    aanhangwagen: hetgeen hierover is opgenomen in de Regeling Voertuigen.

  • b.

    adres met parkeren op eigen terrein (POET): een adres met een (voormalige) parkeerplaats op eigen terrein al dan niet in een (gemeenschappelijke) garage of garagebox die volgens een raadsbesluit, bouwvergunning, omgevingsvergunning, erfpachts- of splitsingsakte of huur- of koopovereenkomst toebehoort aan een specifiek adres.

  • c.

    adres met geen recht op parkeervergunning (GROP):

    • 1.

      Adres dat onderdeel uitmaakt van een bouwplan waarbij volgens een raadsbesluit, bouwvergunning, omgevingsvergunning, erfpachts- of splitsingsakte of huur- of koopovereenkomst de parkeerbehoefte volledig op eigen terrein is gerealiseerd.

    • 2.

      Een adres waarbij volgens een raadsbesluit, bouwvergunning, omgevingsvergunning, erfpachts- of splitsingsakte of huur- of koopovereenkomst vrijstelling is verleend voor het aanleggen van parkeerplaatsen of waar de realisatie van parkeerplaatsen niet is afgekocht.

  • d.

    bedrijf: een organisatie of zelfstandige die staat ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel;

  • e.

    belanghebbendenplaats: een parkeerplaats die;

    • 1.

      is aangeduid met bord E9 uit bijlage I van het RVV 1990, of

    • 2.

      gelegen is binnen een vergunningszone, aangeduid met bord E9 uit bijlage I van het RVV 1990, met het opschrift “zone”, voor zover deze plaats hiervan niet is uitgezonderd;

  • f.

    BRP: Basis Registratie Personen;

  • g.

    centraal registratiesysteem: het registratiesysteem van het bedrijf waarmee de gemeente Deventer een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald- of vergunningparkeren met gebruik van een telefoon of ander communicatiemiddel;

  • h.

    college: het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Deventer;

  • i.

    deelauto: een motorvoertuig dat door een aanbieder op abonnementsbasis of via een reserveringssysteem beschikbaar wordt gesteld aan meerdere gebruikers uit verschillende huishoudens, waarbij het voertuig door deze gebruikers om beurten wordt gebruikt.

  • j.

    deelautoaanbieder: een commerciële organisatie die op abonnementsbasis auto’s ter beschikking stelt aan derden, waarbij meerdere personen uit verschillende huishoudens om beurten gebruik maken van dezelfde auto;

  • k.

    deelautoplaats: een parkeerplaats die door of namens het college wordt aangewezen voor het exclusieve gebruik door een deelauto aangeduid met bord E8 uit bijlage I van het RVV 1990 met een onderbord met de tekst ‘Autodelen” en/of de naam van de deelautoaanbieder;

  • l.

    houder:

    • 1.

      De natuurlijke of rechtspersoon op wiens naam het kenteken van het motorvoertuig op het moment van parkeren is geregistreerd in het kentekenregister, zoals bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994. Indien blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten zijn ingeschreven, wordt die ander als houder aangemerkt;

    • 2.

      Degene die, anders dan de kentekenhouder, op grond van een leaseovereenkomst of een schriftelijke verklaring van de werkgever kan aantonen dat hij of zij de feitelijke gebruiker is van het motorvoertuig, dat ten tijde van het parkeren op naam van de leasemaatschappij of werkgever in het kentekenregister stond geregistreerd;

  • m.

    jaar: het tijdvak van 1 januari 00.00 uur tot 31 december 24.00 uur;

  • n.

    kampeerwagen: hetgeen hierover is opgenomen in de Regeling voertuigen;

  • o.

    leasemaatschappij: een rechtspersoon die ingeschreven staat in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel met als doel het middels lease ter beschikking stellen van motorvoertuigen aan gebruikers waarvoor gebruikers een vergoeding betalen;

  • p.

    motorvoertuig(en): hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 RVV 1990, met inbegrip van een gehandicaptenvoertuig en uitgezonderd een kampeerwagen;

  • q.

    parkeerapparatuur: parkeerautomaten, parkeermeters, een centraal registratiesysteem en andere voorzieningen die volgens algemeen gebruik als parkeerapparatuur worden beschouwd;

  • r.

    parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats waarvoor parkeerbelasting wordt geheven door middel van parkeerapparatuur;

  • s.

    parkeerplaats: ruimte op de openbare weg waar het parkeren van een (motor)voertuig niet door een wettelijke bepaling verboden is. Hierin wordt onderscheid gemaakt in parkeerplaatsen die als zodanig zijn aangeduid of aangegeven (zoals een afgebakend parkeervak of een parkeerstrook) en parkeerplaatsen op de openbare weg zonder specifieke aanduiding;

  • t.

    parkeervergunning: een door het college verleende parkeervergunning, waarmee het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuur- en/of belanghebbendenplaatsen;

  • u.

    parkeervergunninghouder: natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een parkeervergunning is verleend;

  • v.

    parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een (motor)voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor het en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in – of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen van enig gewicht en/of enige omvang, op binnen de gemeente gelegen voor het openbare verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet als gevolg van een wettelijk voorschrift is verboden;

  • w.

    rechtspersoon: een juridische constructie die met een bepaald doel in het leven is geroepen, die is ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel of beschikt over een BTW-nummer van de belastingdienst;

  • x.

    RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens van 26 juli 1990 (Stb. 1990, 459; 1996/557)

  • y.

    voertuig: zoals bedoeld in artikel 1 RVV 1990;

  • z.

    vergunningzone: een gebied dat door het college is aangewezen waar uitsluitend mag worden geparkeerd met een geldige parkeervergunning op parkeerplaatsen die zijn vastgesteld in het geldende aanwijsbesluit voor parkeerapparatuurplaatsen en/of belanghebbendenplaatsen, inclusief de bijbehorende kaarten en bijlagen;

  • aa.

    zelfstandige wooneenheid: een zelfstandige woning, zoals bepaald in artikel 7:234 Burgerlijk Wetboek, die als verblijfsobject met als gebruiksdoel woonfunctie is geregistreerd in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG);

Afdeling II Plaatsen voor parkeervergunninghouders, parkeervergunningen en vergunningsbewijzen

Artikel 2 Aanwijzen tijden en plaatsen

Het college kan, bij openbaar te maken besluit:

  • a.

    Vergunningzones aanwijzen;

  • b.

    Nadere regels stellen voor het gebruik van de vergunningzones door parkeervergunningshouders;

  • c.

    Tijdstippen vaststellen waarop parkeren door parkeervergunninghouders is toegestaan.

Artikel 3 Het verlenen van de parkeervergunning

  • 1. Het college kan op een daartoe strekkende aanvraag een parkeervergunning verlenen.

  • 2. Het college kan nadere regels stellen voor het aanvragen en verlenen van een parkeervergunning,

  • 3. De volgende categorieën parkeervergunningen kunnen worden verleend:

    • a.

      Bewonersvergunning;

    • b.

      Bedrijfsvergunning;

    • c.

      Bezoekersvergunning,

    • d.

      Dagvergunning, en

    • e.

      Deelautovergunning.

  • 4. Een bewonersvergunning kan worden verleend aan een houder van een motorvoertuig die volgens de Basisregistratie Personen (BRP) woonachtig is in een zelfstandige wooneenheid binnen de betreffende vergunningzone.

  • 5. Een bedrijfsvergunning kan worden verleend aan een bedrijf dat gevestigd is in de vergunningszone danwel aantoont dat het in het belang van de bedrijfsvoering noodzakelijk is om een motorvoertuig te parkeren in een vergunningzone.

  • 6. Een bezoekersvergunning kan worden verleend aan bewoners die volgens het BRP wonen in een zelfstandige wooneenheid in de vergunningzone en aan bedrijven die volgens het handelsregister gevestigd zijn in de vergunningzone.

  • 7. Een dagvergunning kan worden verleend aan personen of bedrijven die op grond van een eenmalige bijzondere omstandigheid behoefte hebben om te parkeren in een vergunningszone.

  • 8. Een deelautovergunning kan worden verleend aan de deelautoaanbieder die op basis van een overeenkomst met de gemeente Deventer een deelauto plaatst op de deelautoplaats gelegen in een vergunningzone.

  • 9. Het college kan in bijzondere gevallen een parkeervergunning ook verlenen aan een houder van een motorvoertuig die niet voldoet aan één van de eisen vermeld in de leden 4 tot en met 8 van dit artikel.

  • 10. Aan de parkeervergunning kunnen beperkingen worden verbonden met betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen alsook met betrekking tot de tijdstippen waarop de parkeervergunning van kracht is.

  • 11. Het college kan in aanvulling op lid 10 aan een parkeervergunning ook andere voorschriften en beperkingen verbinden dan vermeld in lid 10.

Artikel 4 Weigeren van een parkeervergunning

Het college verleent geen parkeervergunning indien:

  • a.

    niet wordt voldaan aan de voorwaarden, zoals gesteld bij of krachtens deze verordening en/of

  • b.

    het een aanvraag betreft voor bewoners- of bedrijfsvergunningen voor een adres gelegen in de vergunningszone Binnenstad en het adres op de POET en/of GROPlijst is opgenomen,

  • c.

    het een aanvraag betreft voor een eerste bewonersvergunning in de vergunningszones Buitencentrum of Schilwijken en het adres op de POET en/of GROPlijst is opgenomen.

Artikel 5 Beslistermijn

  • 1. Het college beslist op een aanvraag voor een parkeervergunning binnen vier weken na de dag waarop de aanvraag is ontvangen.

  • 2. Het college kan de in het eerste lid genoemde termijn met ten hoogste vier weken verlengen.

Artikel 6 Nadere regels door het college

Het college stelt in een “Besluit uitgifteregels parkeervergunningen” de nadere regels vast met betrekking tot:

  • a.

    het maximaal aantal uit te geven parkeervergunningen per categorie als bedoeld in artikel 3 per vergunningzone;

  • b.

    het verlenen van parkeervergunningen;

  • c.

    de zone(s) waar de parkeervergunning geldig is;

  • d.

    het gebruik en de gebruiksvoorwaarden van parkeervergunningen;

  • e.

    de geldigheidsduur van een parkeervergunning en

Artikel 7 Gegevens

  • 1. De parkeervergunning, uitgezonderd de dagvergunning, bevat in ieder geval de volgende gegevens:

    • a.

      de datum van ingang van de parkeervergunning;

    • b.

      de einddatum van de parkeervergunning;

    • c.

      de zone waarvoor de parkeervergunning geldt;

    • d.

      de naam en het adres van de parkeervergunninghouder;

    • e.

      de voorschriften en beperkingen die aan een parkeervergunning verbonden zijn.

  • 2. De dagvergunning bevat alle bovengenoemde gegeven met uitzondering van de onder d genoemde gegevens.

Artikel 8 Intrekken of wijzigen parkeervergunning

  • 1. Het college kan een parkeervergunning intrekken of wijzigen:

    • a.

      op verzoek van de parkeervergunninghouder;

    • b.

      wanneer de parkeervergunninghouder conform BRP niet meer woont of geen beroep of bedrijf meer uitoefent in de vergunningzone, waarvoor de vergunning is verleend;

    • c.

      wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de parkeervergunning;

    • d.

      wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van parkeervergunningen komt te vervallen;

    • e.

      wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de parkeervergunning verbonden voorschriften;

    • f.

      wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de parkeervergunning onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;

    • g.

      wanneer het college een administratieve fout heeft gemaakt;

    • h.

      wanneer parkeervergunning niet tijdig is betaald;

    • i.

      om redenen van openbaar belang;

  • 2. Intrekking van een parkeervergunning op grond van lid 1 aanhef onder a,b,c,e,f,h en i geschiedt terstond. De intrekking van een parkeervergunning op grond van lid 1 aanhef onder g geschiedt na een termijn van drie maanden.

Afdeling III Verbodsbepalingen

Artikel 9 Verkeerd gebruik

  • 1. Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig te plaatsen of te laten staan:

    • a.

      op een parkeerapparatuurplaats

    • b.

      op een belanghebbendenplaats.

  • 2. In afwijking van het eerste lid mag op een parkeerapparatuurplaats naast een motorvoertuig ook een kampeerwagen of een aanhangwagen met kentekenworden geplaatst, mits deze een geldig parkeerrecht heeft en wordt voldaan aan de bepalingen uit de Algemene Plaatselijke Verordening Deventer.

  • 3. Het is verboden een voertuig of enig ander voorwerp op zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te laten staan, dat daardoor een normaal gebruik daarvan wordt belemmerd of verhinderd.

  • 4. Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste en derde lid.

Artikel 10 Wijze van gebruik

  • 1. Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een belanghebbendenplaats slechts aan parkeervergunninghouders is toegestaan aldaar een voertuig te parkeren of geparkeerd te houden:

    • a.

      zonder parkeervergunning;

    • b.

      in strijd met de aan de parkeervergunning verbonden voorschriften.

  • 2. Het is verboden te handelen in strijd met de aan de parkeervergunning verbonden voorschriften en/of beperkingen.

  • 3. Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel.

Afdeling IV Strafbepaling

Artikel 11 Overtreding

Overtreding van het bepaalde in afdeling III van deze verordening wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of een geldboete van de eerste categorie.

Afdeling V Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 12 Toezicht

  • 1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij en krachtens deze verordening zijn belast de toezichthouders werkzaam bij of in opdracht van team toezicht en handhaving van de gemeente Deventer;

  • 2. Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening belast de door het college aangewezen personen.

Artikel 13 Hardheidsclausule

Het college kan een of meerdere artikelen van deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken, in gevallen waarin toepassing van deze verordening naar haar oordeel leidt tot onaanvaardbare gevolgen voor betrokkenen.

Artikel 14 Inwerkingtreding, overgangsbepaling en citeertitel

  • 1. De Parkeerverordening 2025, zoals vastgesteld bij Raadsbesluit van 6 november 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid van dit artikel vastgestelde datum van inwerkingtreding, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de omstandigheden die zich hebben voorgedaan voordat deze verordening in werking treedt;

  • 2. Het op grond van de Parkeerverordening 2025 vigerende aanwijzingsbesluit belanghebbendenparkeren en het vigerende aanwijzingsbesluit parkeerapparatuurplaatsen, worden geacht mede op grond van deze verordening te berusten en blijven dus van kracht;

  • 3. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026;

  • 4. Deze verordening kan worden aangehaald als “Parkeerverordening Deventer 2026”.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 12 november 2025

De raad voornoemd,

de griffier,

A. Kerver

de voorzitter,

R.C. König

Toelichting

Artikelsgewijze toelichting

Hieronder volgt uitsluitend een toelichting op artikelen die een toelichting behoeven:

Artikel 1 Begrippen

  • i.

    deelauto:

Een deelauto is een auto die door een deelautoaanbieder beschikbaar wordt gesteld aan meerdere natuurlijke personen uit verschillende huishoudens voor herhaald en opeenvolgend gebruik. Dit gebeurt op basis van een overeenkomst (vaak een abonnement) tussen een natuurlijk persoon en een deelautoaanbieder. Dit verschilt van gewone autoverhuur. Bij gewoon autoverhuur sluit je per huurperiode een contract af. Het gaat dan niet om herhaald en opeenvolgend gebruik door meerdere personen. Gewone autoverhuur valt dan ook buiten de reikwijdte van deze Parkeerverordening.

Ook een initiatief van bewoners gezamenlijk die een deelauto nemen valt niet onder deze Parkeerverordening. De ervaring is dat deze auto vaak op naam staat van 1 particulier. Deze particulier kan dan een parkeervergunning aanvragen. Dit hoeft niet apart georganiseerd te worden in de Parkeerverordening.

Een gedeelde bedrijfsauto valt ook niet onder de definitie deelauto zoals bedoeld in deze Parkeerverordening. Hiervoor geld net als bij een particuliere auto dat een bedrijf een bedrijfsvergunning kan aanvragen.

Een deelauto heeft een vaste parkeerplaats in de openbare ruimte waar hij na gebruik wordt teruggebracht. Freefloating, waarbij de auto overal geparkeerd kan worden, valt hier niet onder.

Artikel4Weigeren van een parkeervergunning

Deze bepaling verplicht bewoners die beschikken over een eigen parkeerplaats, zoals een oprit, carport of garage, om deze te gebruiken voor het parkeren van hun voertuig. Het doel van deze regeling is om de druk op openbare parkeerplaatsen te verminderen en de beschikbare parkeerruimte efficiënter te benutten.

Aanvragers die op de POET en/of GROP lijst staan komen in beginsel niet in aanmerking voor een bewoners- en/of bedrijfsvergunning.

Aanvragers die woonachtig zijn in de zone Binnenstad en waarvan het adres op de POET en/of GROP lijst staan komen niet in aanmerking voor een bewoners- en/of bedrijfsvergunning, deze dienen indien van toepassing te parkeren op eigen terrein. Mocht een aanvrager over meer motorvoertuigen beschikken dan er parkeergelegenheid is, dan dient de aanvrager zelf voor een parkeeroplossing te zorgen.

Een aanvrager die woonachtig is in de zone Buitencentrum of Schilwijken en waarvan het adres kan parkeren op eigen terrein (zoals op een oprit of in een parkeergarage) of gebruik kan maken van een gemeenschappelijke parkeervoorziening komt niet in aanmerking voor een eerste parkeervergunning voor bewoners maar alleen voor een tweede parkeervergunning voor bewoners. Ook als het adres na verloop van tijd niet meer beschikt over een parkeerplek op eigen terrein, bijvoorbeeld als de garage is omgebouwd naar kantoor of opslag, dan blijft het uitgangspunt dat de aanvrager kon parkeren op eigen terrein, het adres blijft op de POET en/of GROP lijst staan.

Wanneer er sprake is van GROP, komt het adres niet in aanmerking voor een bewoners- of bedrijfsvergunning. Dus ook niet voor een tweede parkeervergunning.

Een adres kan om verschillende redenen op de POET en/of GROP lijst geplaatst zijn.

  • De woning heeft of had een parkeerplek op eigen terrein. Denk aan een oprit of een garage. Ook wanneer deze later is aangepast naar tuin of een kantoorruimte. Dan blijft deze tellen als eigen parkeerruimte.

  • Bij de realisatie van de woning of bedrijfsruimte is de parkeerplaats op een gemeenschappelijke parkeerplaats gerealiseerd. Vaak is deze plek gekoppeld aan het (woon)complex. Soms ligt de plek een eindje verder op. Er wordt vanuit gegaan dat de gebruiker van het pand hier een parkeerplek kan afnemen. Ongeacht de kosten hier die hiervoor betaald moeten worden, de beperkingen van de parkeerlocatie of dat het voertuig niet past binnen de afmetingen van de beschikbare parkeerplaats.

  • Wanneer er bij nieuw- of verbouw voor wordt gekozen om de parkeerplekken niet volgens de parkeernorm te realiseren of niet geheel af te kopen dan wordt het adres uitgesloten van het verkrijgen van een parkeervergunning. Dat geldt ook voor (latere) gebruikers van het adres.

  • Wanneer een adres wordt gesplitst in meerdere adressen, wordt een huisnummer besluit genomen. In beginsel wordt dit nieuwe adres ook uitgesloten van het verkrijgen van een parkeervergunning tenzij er in het vergunning traject is bepaald dat er wel recht is op een parkeervergunning.

    Als er voor de splitsing al een recht was op een parkeervergunning dan bepaald de aanvrager van de splitsing welke adres op hetzelfde perceel/pand het recht op de parkeervergunning over neemt . het kan dus niet zo zijn dat het aantal parkeervergunning op hetzelfde perceel/perceel na splitsing toeneemt.