Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR747495
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR747495/1
Geldend van 20-11-2025 t/m heden
1 Inleiding
1.1 Beschikbaarheid in PDF
Hieronder volgt de inhoud van het omgevingsprogramma Wonen, Zorg en Welzijn van de gemeente Urk. Het document is ook in PDF beschikbaar onder de bijlagen (II Documentenbijlagen).
1.2 Het Programma Wonen, Zorg en Welzijn
De gemeente Urk vindt het belangrijk dat mensen goed kunnen wonen op Urk. Ook als zij een dagje ouder worden en zorg of ondersteuning nodig hebben. Eén van de grondgedachten uit de Omgevingsvisie is: “Iedere inwoner op Urk doet, naar eigen vermogen op maximaal niveau, mee aan de samenleving”. Daarbij hoort een streven naar voldoende geschikte en betaalbare woningen voor alle doelgroepen en naar voldoende voorzieningen, zorg en ondersteuning om ’meedoen’ mogelijk te maken[1]. Dit gaat niet vanzelf en vraagt inzet van zowel ons als gemeente als van onze partners. Voor u ligt het Programma Wonen, Zorg en Welzijn. Met dit programma geeft de gemeente richting en invulling aan deze ambitie, en lopen we vooruit op de Wet Versterking regie volkshuisvesting die gemeenten verplicht om een volkshuisvestingsprogramma op te stellen waarin aandacht wordt besteed aan wonen, zorg en welzijn. Het document beschrijft de richting (de koers) die we als gemeente samen met partijen willen inslaan (wat). Deze werken we vervolgens uit naar concrete maatregelen (hoe).
Waarom een Programma Wonen, Zorg en Welzijn voor Urk?
Het aantal ouderen op Urk groeit
De bevolking op Urk groeit, en het aantal ouderen dus ook. Met name het aantal mensen
ouder dan 75 jaar groeit snel. Een logisch gevolg van de toename van het aantal ouderen
is een groeiende vraag naar zorg en ondersteuning. Dit zorgt voor stijgende kosten
en mogelijk op termijn ook voor groeiende personeelstekorten. Wonen in een woonzorgcentrum
is als gevolg hiervan niet meer vanzelfsprekend. Mensen zullen langer zelfstandig
wonen, ook als zij een zorgvraag hebben. Onderzoek laat zien dat Urkers dit ook willen[2]. Zo houden zij langer regie over hun eigen leven en kunnen ze blijven wonen nabij
familie, vrienden en kennissen (het eigen netwerk). Het mogelijk maken van langer
zelfstandig wonen biedt dus kansen op het verbeteren van een goede oude dag.
Overige groepen met een zorgvraag wonen vaker in de wijk
Niet alleen ouderen hebben behoefte aan zorg of ondersteuning. Er zijn ook mensen
met een psychische kwetsbaarheid of een beperking (verstandelijk of lichamelijk).
Een deel van deze groep woont bij een zorgaanbieder, een ander deel wil en kan zelfstandig
wonen met enige zorg of ondersteuning. Dit lukt nog niet altijd in onze gemeente.
Enerzijds omdat woningen en locaties schaars zijn, maar ook omdat de schaal van Urk
te klein is om voor alle mensen met een specifieke zorgvraag passend aanbod te kunnen
bieden. Dat zorgt ervoor dat sommige vormen van zorg of ondersteuning nu nog vooral
in de buurgemeenten of in Almere of Lelystad te vinden zijn.
Opgaven wonen zorg en welzijn gaan over meer dan alleen woningen
Urk groeit gestaag door. Er is dus een opgave om woningen te realiseren voor alle
type huishoudens. In het Programma Wonen 2.0 geeft de gemeente hier al richting aan.
De komende jaren wordt in de Zeeheldenwijk flink gebouwd. In het bouwprogramma zijn
ook verschillende woonvormen voor ouderen en aandachtsgroepen opgenomen. Maar kijkend
naar de opgaven die op de gemeente afkomen, is er meer nodig dan alleen woningen bouwen.
De woonomgeving en een deel van de reguliere woningen moet nu en in de toekomst toegankelijk
zijn voor ouderen en mensen met een beperking. Ook is het van belang dat de woonomgeving
uitnodigt tot ontmoeten. Tot slot is het belangrijk dat er goede zorg en ondersteuning
is voor mensen die dit nodig hebben. Nu en in de toekomst. Om de juiste integrale
keuzes te maken heeft de gemeente dit Programma Wonen, Zorg en Welzijn uitgewerkt.
Voortbouwen op wat er al ligt
De gemeente Urk begint niet vanuit een 0-situatie. Er gebeurt al veel op alle niveaus.
Van buren die elkaar een handje helpen tot kerkgemeenschappen en het verenigingsleven
die activiteiten en ontmoeting organiseren. Ook de gemeente Urk stelde een aantal
beleidsstukken op, waarmee de gemeente voorsorteert op de bovenstaande ontwikkelingen.
Denk aan de Omgevingsvisie Urk, het Beleidsplan sociaal domein, de Visie Wonen en
het Programma Wonen 2.0. Het Programma Wonen, Zorg en Welzijn bouwt voort op deze
fundamenten.
Daarnaast zijn er regionaal en landelijk diverse ondersteunende ontwikkelingen. Denk aan:
-
a.
De provinciale bouwstenen wonen en zorg;
-
b.
Het programma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO);
-
c.
Het programma Wonen en Zorg voor Ouderen;
-
d.
Het programma Een Thuis voor Iedereen;
-
e.
Het Integrale Zorg Akkoord (IZA);
-
f.
Het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA).
Routekaart Zilveren Kruis
Bij het uitwerken van dit programma heeft de gemeente Urk aansluiting gezocht bij
de aanpak van de Regionale Routekaart van het zorgkantoor Zilveren Kruis en de Provincie
Flevoland. Deze routekaart heeft tot doel om langer en weer zelfstandig wonen nu en
in de toekomst mogelijk te maken. Bijvoorbeeld door concreet invulling te geven aan:
-
a.
Gebiedsgerichte aanpak rond woonzorglocaties
-
b.
Ontmoeting (spontaan en georganiseerd)
-
c.
Inrichting van de woonomgeving
-
d.
Bewustwording
Proces en status van dit document
Het Programma Wonen, Zorg en Welzijn is in drie stappen opgesteld. Dit zijn:
In stap 1 is een analyse gemaakt van bestaande beleidsstukken (lokaal, regionaal, nationaal) en zijn verkennende gesprekken gevoerd, zowel binnen het gemeentehuis als met de ketenpartners. Deze vormden de basis voor stap 2, waarin een Koersdocument is uitgewerkt dat aangeeft welke richting de gemeente de komende jaren op wil. In stap 3 zijn gesprekken gevoerd met ambtenaren en ketenpartners om de koers uit te werken naar concrete maatregelen. Samen vormt dit het Programma Wonen, Zorg en Welzijn Urk. Voor een gedetailleerdere procesbeschrijving verwijzen we naar de bijlage.
Het programma geeft aan hoe de gemeente invulling geven aan de vastgoedopgave: wie bouwt wat waar en wanneer? Daarnaast beschrijft het programma wat de gemeente en ketenpartners verder doen om het (langer en weer) thuis wonen mogelijk te maken: door zorg en ondersteuning, welzijn en preventie, en een aantrekkelijke woonomgeving. Het stuk dient als input voor de afstemming in de regio over woningbouwplannen voor senioren (herijking Woondealafspraken) en fairshare-afspraken (huisvesting aandachtsgroepen)
Gemeenten zijn volgens de voorgenomen Wet Versterking regie volkshuisvesting verplicht om een Volkshuisvestingsprogramma op te stellen. Dit Programma Wonen, Zorg en Welzijn vormt onderdeel van dat Volkshuisvestingsprogramma.
Afbakening doelgroepen
Met het Programma Wonen, Zorg en Welzijn sorteert de gemeente voor op de voorliggende
Wet Versterking regie volkshuisvesting. In deze wet bepaalt het Rijk welke doelgroepen
ten minste benoemd moeten worden in het Volkshuisvestingsprogramma. Dit zijn:
-
a.
Senioren (65+ jaar)
-
b.
Mantelzorgers/ontvangers
-
c.
Mensen met een verstandelijke of lichamelijke beperking en/of psychische kwetsbaarheid
-
d.
Daklozen/dreigend daklozen
-
e.
Mensen die een beroep kunnen doen op een urgentieverklaring voor een sociale huurwoning. Denk aan uitstromers uit Beschermd wonen (BW), de Maatschappelijke opvang (MO), Jeugdzorg met verblijf, vrouwenopvang (na huiselijk geweld), slachtoffers mensenhandel, ex-gedetineerden, uitstromers uit forensische zorg en stoppende sekswerkers
De Wet benoemt ook aandachtsgroepen zonder een directe zorgvraag, maar waarvoor wel aandacht moet zijn in het woonbeleid. Dit gaat om:
De gemeente kiest ervoor om zich in dit programma te richten op mensen met een zorg- of ondersteuningsvraag. De laatste vier doelgroepen hebben vooral een specifieke woonvraag. Ze zijn daarom niet meegenomen in dit Programma. Indien nodig, past de gemeente voor deze groepen op termijn het Programma Wonen aan zodat de gemeente een volwaardig Volkshuisvestingsprogramma krijgt (Programma Wonen en Programma Wonen, Zorg en Welzijn).
Opbouw van het document
Het programma is opgedeeld in verschillende onderdelen. Het eerste deel (hoofdstuk
2 en 3) vat de opgaven samen. Vanuit deze opgaven wordt in hoofdstuk 4 een aantal
ambities en waarden uitgewerkt. Deze worden doorvertaald naar doelen met bijbehorende
maatregelen. Onderstaand schema geeft de opbouw weer.

[1] Doel 7 Omgevingsvisie: Een goed woonklimaat p.40
[2] O.a. Onderzoek wonen met zorg en ondersteuning in Flevoland (Companen 2023).
1.3 Begrippen
Ambulante zorg of ondersteuning: zorg die de zorgverlener op afspraak bij de cliënt aan huis levert.
BW: Beschermd Wonen (GGZ). Wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorend toezicht en begeleiding.
Intramurale zorg: zorg die gedurende een onafgebroken verblijf van meer dan 24 uur geboden wordt in een zorginstelling, zoals een verpleeghuis of een instelling voor mensen met een verstandelijke beperking. Het verblijf wordt bekostigd vanuit de zorgindicatie; de cliënt betaalt wel een eigen bijdrage.
LG: Lichamelijk gehandicapt.
PG: psychogeriatrie (waaronder dementie)
SOM: somatiek (lichamelijke problemen)
VG: Verstandelijk gehandicapt.
VPT: Volledig Pakket Thuis. Verstrekkingsvorm vanuit de Wet langdurige zorg waarbij de zorg thuis wordt geleverd (de cliënt betaalt dus zelf voor de woonlasten)
Wlz: Wet langdurige zorg.
Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning.
Zvw: Zorgverzekeringswet.
2 Opgaven: onze uitdagingen
2.1 Toename van het aantal ouderen
Het aantal ouderen op Urk neemt toe. In 2024 zijn er ruim 2.250 mensen van 65 jaar of ouder. In 2040 zullen dat er naar verwachting ongeveer 3.600 zijn: een toename van bijna 60%. Met name het aantal 75+’ers groeit door. In 2024 waren er ongeveer 950 mensen ouder dan 75 jaar. In 2040 zullen dat er ongeveer 1.750 zijn: een groei van 84%[3]. Juist deze ‘oudere ouderen’ hebben vaker behoefte aan zorg of ondersteuning. Een groot deel van de ouderen zal zelfstandig in een reguliere woning blijven wonen. Niet alle woningen zijn hiervoor geschikt. Een scan van de woningvoorraad uit 2021 laat zien dat slechts een klein deel van de huidige woningvoorraad op Urk (ongeveer 12%) geschikt is voor ouderen. Een groot deel van de woningen (ongeveer 60%) is wel geschikt te maken, bijvoorbeeld door een traplift te plaatsen of drempels weg te halen. Vooral koopwoningen zijn vaak aanpasbaar (70% van de voorraad is aanpasbaar); in het corporatieaanbod zit minder potentieel (ongeveer 25% is aanpasbaar). Het aandeel corporatiewoningen dat al geschikt is, ligt wat hoger (ongeveer 35%).
Uitdaging 1: Toenemende vraag naar woningen voor ouderen
Nultredenwoningen
De groei van de groep ‘oudere ouderen’ zorgt ervoor dat meer mensen op Urk behoefte krijgen aan zorg- of ondersteuning. Een deel van deze groep heeft vanwege mobiliteitsproblemen behoefte aan een toegankelijke woning. Soms is de eigen woning aanpassen voldoende, in andere gevallen is een nultredenwoning nodig. De vraag naar nultredenwoningen op Urk neemt naar verwachting met ten minste 75 woningen toe tussen 2024 en 2040[4].
Geclusterde woningen
Daarnaast is er ook een groep ouderen die behoefte heeft aan meer ‘beschutting’ en daarom wil wonen in een ‘geclusterde’ woning. Een voordeel van zo’n geclusterde woning is dat het laagdrempelig sociaal contact mogelijk maakt, en daarmee het ondersteunen van elkaar stimuleert. Dit kan ouderen helpen langer zelfstandig te blijven wonen en de regie te houden op het eigen leven. Omkijken naar elkaar kan een beroep op professionele zorg soms uitstellen Als mensen op enig moment toch professionele zorg (wijkverpleging) nodig hebben, dan is dat in een geclusterde woonvorm efficiënter te organiseren dan wanneer mensen verspreid wonen in reguliere woningen. Uit recent onderzoek blijkt dat de vraag naar geclusterd wonen vanuit de doelgroep ouderen op Urk toeneemt met ongeveer 170 woningen in de periode 2024 tot 2040.[5] Momenteel werkt de gemeente in de Zeeheldenwijk aan het toevoegen van nieuwe geclusterde woningen. Dit gaat om ongeveer 100-125 geclusterde woningen.
Zorggeschikte woningen
De Rijksoverheid wil de groei van het aantal intramurale verpleeghuisplekken in Nederland sterk beperken. De norm wordt: zelf als het kan, thuis als het kan, digitaal als het kan. In de praktijk betekent dit, dat ook ouderen met een (intensieve) zorgvraag vaker zelfstandig wonen. Als gevolg van de toename van het aantal ouderen blijft de vraag naar intensieve zorg stijgen. De oplossing vindt men onder meer in ‘zorggeschikte woningen’. Dit zijn zelfstandige, geclusterde woningen waar via het Volledig Pakket Thuis (VPT) verpleeghuiszorg geleverd wordt. Uit recent onderzoek blijkt dat er op Urk tot 2040 ongeveer 100 van deze woningen bij moeten komen om de vraag naar intensieve zorg op te kunnen vangen[6]. Binnen de gemeente zijn al plannen voor het toevoegen van extra zorggeschikte woningen. Dit gaat om ongeveer 100 plekken. Hiervan zijn er 37 inmiddels in aanbouw.
Definities nultreden en geclusterde woningen
Nultredenwoning
Een reguliere woning die zowel intern als extern toegankelijk is. Dit betekent dat de woning te bereiken is zonder traplopen. Ook de keuken, badkamer, toilet en minimaal 1 slaapkamer zijn zonder trappen te bereiken.

Geclusterde woning
Geclusterde woningen zijn woningen die deel uitmaken van een complex of groep van woningen die geschikt zijn voor ouderen. De woningen zijn nultreden. De inrichting van het complex is bij voorkeur dementievriendelijk en gericht op sociaal contact en gemeenschapsgevoel. Er is een ontmoetingsruimte inpandig of in de directe nabijheid.

Definitie zorggeschikte woningen
Zelfstandige woningen (vaak in een geclusterde woonvorm) die zo ingericht zijn dat hier goed verpleegzorg geleverd kan worden. Zorggeschikte woningen zijn een alternatief voor traditionele verpleeghuisplekken. De woningen moeten rolstoel- of rollatorgeschikt zijn, met voldoende ruimte bij de entree, in de toiletruimte en in de badkamer. Deze woningen kunnen onderdeel zijn van een complex waar alle bewoners gebruik maken van Wlz-zorg, maar ook van een geclusterde woonvorm waar ook mensen zonder Wlz-indicatie wonen.

Uitdaging 2: Doorstroom op gang krijgen
Onderzoek laat zien dat ongeveer een kwart van de ouderen (65+) op Urk een verhuiswens
heeft. De helft daarvan zoekt een specifieke seniorenwoning. Doorstroom vervult niet
alleen een woonwens van ouderen, tegelijkertijd komen er door doorstroom ook woningen
vrij voor andere woningzoekenden. Doorstroming vraagt om woningen die qua woonvorm
en prijs aansluiten bij de woonwensen. Op Urk is een sterke kooporiëntatie. Ook onder
75+ers. Ook de vraag naar grondgebonden woningen, hofjes en de meer traditionele aanleunwoningconcepten
is groot[7]. Maar enkel de juiste woningen bouwen is onvoldoende. Ook het complex moet de juiste
voorzieningen hebben (fietsenstalling, klussendienst, stalling scootmobiel). En de
wijk moet geschikt zijn voor ouderen. Denk aan toegankelijkheid, een ontmoetingsruimte,
en een wijkverpleegkundige. Hier moet de gemeente rekening mee houden bij het realiseren
van ouderenhuisvesting. Tegelijkertijd is een cultuurverandering op Urk nodig. Veel
ouderen zien op tegen verhuizen en stellen de stap uit. Er ligt dus een opgave om
ouderen te motiveren en te ontzorgen. Bijvoorbeeld via informatiecampagnes, maar ook
door het wegnemen van (financiële) barrières. Dit betekent niet dat iedere oudere
moet verhuizen. Wel is het belangrijk om de barrières weg te nemen bij ouderen die
wel willen verhuizen, maar niet weten hoe.
Uitdaging 3: Toekomstbestendige woonomgeving en voorzieningenniveau
Om langer zelfstandig wonen in de wijk mogelijk te maken, is een goed voorzieningenniveau
belangrijk. Uit woonwensenonderzoek blijkt dat ouderen op Urk de volgende voorzieningen
in een wijk het belangrijkste vinden: een supermarkt, park, huisarts, apotheek en
toegang tot het openbaar vervoer[8]. Op Urk is de combinatie van al deze voorzieningen maar op enkele plekken aanwezig.
Denk aan de Staart en het Urkerhard nabij het winkelcentrum. Momenteel wonen hier
veel ouderen, mede als gevolg van de aanwezigheid van Talma Urk en ZONL. Maar ook
in buurten zoals Urk-Kom, Urk-Noord en de Top wonen relatief veel ouderen. Een deel
van de ouderen is - om voorzieningen die niet op loopafstand liggen te kunnen bereiken
- aangewezen op openbaar vervoer. Die toegang is echter niet overal in de gemeente
optimaal. Aandacht voor mobiliteit – of het nu openbaar vervoer is, doelgroepenvervoer
of vervoer door vrijwilligers – is vanuit dit oogpunt belangrijk.

Officiële ontmoetingsplekken zoals buurthuizen of bibliotheken zijn niet voor alle ouderen op Urk op loopafstand te bereiken (ca. 5 minuten). Ontmoeting vindt niet enkel in officiële ontmoetingsruimtes plaats, maar kan ook op informele plekken. Denk aan kerken, bij verenigingen, bij een koffiecorner in een winkel of gewoon spontaan op een bankje in de buurt. In de meeste buurten in de gemeente zijn wel mogelijkheden voor ontmoeting volgens die bredere definitie. Belangrijk aandachtspunt is wel dat deze plekken mogelijk niet bij ieders behoefte passen. Toegang tot algemene ontmoetingsplekken blijft dus een opgave om rekening mee te houden.

Uitdaging 4: Zorg efficiënter inrichten
Steeds meer ouderen blijven zelfstandig wonen; alleen de meest kwetsbaren krijgen
nog zorg in een instelling. Dit maakt investeren in goede zorg aan huis belangrijk.
Die zorg wordt betaald vanuit verschillende regelingen: wijkverpleging en verzorging
vanuit de Zorgverzekeringswet, intensievere zorg via Volledig Pakket Thuis of Modulair
Pakket Thuis (Wet langdurige zorg) en huishoudelijke ondersteuning en dagbesteding
vanuit de Wmo. Er ligt dan ook een opgave om deze vormen van zorg beter op elkaar
te laten aansluiten. Dit kan bijvoorbeeld door het organiseren van eerstelijns geriatrische
zorg in de wijk. Om de zorg ook op termijn toegankelijk én betaalbaar te houden, is
het belangrijk om het zorglandschap efficiënter in te richten. Bijvoorbeeld door het
bundelen van zorglevering en het terugdringen van reistijden voor zorgprofessionals.
Ook de inzet van zorgtechnologie en domotica kan helpen om de zorg efficiënter in
te richten.
Uitdaging 5: Groeiend beroep op vrijwilligers en mantelzorgers
Langer zelfstandig wonen betekent ook dat er een groter beroep wordt gedaan op vrijwilligers
en mantelzorgers. Er gebeurt op dit vlak al veel. Een belangrijke kracht op Urk is
het sterke samenlevingsgevoel (‘Mit eenkanger’). Veel 65- tot 75-jarigen zijn actief
als vrijwilliger. De toename van het aantal 65+’ers zorgt in eerste instantie dan
ook voor een toename van het potentieel aan vrijwilligers en mantelzorgers. Maar er
zitten grenzen aan wat de samenleving kan opvangen. Mantelzorg NL schat in dat er
op Urk zo’n 4.600 mantelzorgers zijn die langdurig zorgen voor een naaste. Circa 500
hiervan zijn zwaarbelast. Er ligt dus een opgave om te zorgen voor goede mantelzorgondersteuning
om mensen te ontlasten. Bijvoorbeeld door het zorgen voor respijtzorg (op een locatie
of aan huis).
Samenvatting
De tabel hieronder laat zien met welke aantallen de vraag naar verschillende woonvormen
voor senioren in de komende jaren naar verwachting gaat stijgen. Om aan deze vraag
te voldoen, kunnen bestaande woningen worden aangepast of nieuwe woningen worden gebouwd.
Let op: Onderstaande opgave komt niet boven op de woningbouwopgave uit het Programma Wonen, maar is daar een onderdeel van.
Hier moet dus binnen het nieuwbouwprogramma ruimte voor worden gevonden.
|
Toename vraag naar woonvormen voor ouderen op Urk (aantal woningen) |
||||
|
Periode |
Nultreden |
Geclusterd |
Zorggeschikt |
Totaal |
|
Tot 2040 |
75 |
170 |
100 |
345 |
|
Waarvan t/m 2030 |
50 |
75 |
25 |
150 |
[1] Bron: Bevolkingsprognose provincie Flevoland (2024).
[2] Bron: Toelichting prognoses ouderenhuisvesting Flevoland (Companen 2024) Het genoemde aantal betreft de vraagontwikkeling vanuit de doelgroep ouderen met een mobiliteitsbeperking. Aangezien nultredenwoningen ook aantrekkelijk kunnen zijn voor andere groepen dan ouderen, is het raadzaam om in te zetten op een hoger aantal.
[3] Bron: Toelichting prognoses ouderenhuisvesting Flevoland (Companen 2024). Uitgangspunt is het huidige aandeel ouderen dat op dit moment woont in een geclusterde woning; de vergrijzing zorgt er voor dat het absolute aantal ouderen dat een dergelijke woning zoekt in de komende jaren groeit. NB: Ook geclusterde woningen kunnen aantrekkelijk zijn voor een bredere doelgroep.
[4] Bron: Toelichting prognoses ouderenhuisvesting Flevoland (Companen 2024)
[5] Companen, Onderzoek wonen met zorg en ondersteuning in Flevoland (2023)
[6] Companen, Onderzoek wonen met zorg en ondersteuning in Flevoland (2023)
[7] Companen, Onderzoek wonen met zorg en ondersteuning in Flevoland (2023)
[8] Companen, Onderzoek wonen met zorg en ondersteuning in Flevoland (2023)
2.2 Mensen uit aandachtsgroepen vinden nog niet altijd hun plek
Naast ouderen zijn er ook andere groepen die geschikte huisvesting nodig hebben vanwege een zorg- of ondersteuningsvraag. Denk aan mensen met een fysieke of psychische kwetsbaarheid, mensen die dak- of thuisloos zijn of jongeren die uitstromen vanuit jeugdzorg met verblijf. Deze mensen zijn vaak afhankelijk van een betaalbare huurwoning. Juist deze woningen zijn schaars. Een deel van deze mensen heeft behoefte aan een plek in een zorginstelling, of aan een geclusterde of ‘beschutte’ woonvorm. Dit kan een woonvorm zijn waarbij er (op gezette tijden) begeleiding aanwezig is.
Uitdaging 1: Goede huisvesting voor mensen met een lichamelijke of verstandelijke
beperking
Begin 2025 waren er op Urk ongeveer 25 mensen met een Wlz-indicatie vanwege een
lichamelijke beperking en 235 mensen met een Wlz-indicatie vanwege een verstandelijke
beperking[9]. Op basis van demografische ontwikkelingen en het ouder worden van de doelgroep is
een groei van deze groep te verwachten richting 2040. Afgezet tegen het aantal plekken
betekent dit ook dat enige uitbreiding van het aanbod nodig is. Mensen met een lichamelijke
beperking vinden over het algemeen hun weg in de bestaande woningvoorraad. Soms is
een aanpassing in de woning nodig of moet een nultredenwoning/aangepaste woning worden
toegewezen. Naar verwachting groeit het aantal mensen met een Wlz-indicatie vanwege
een lichamelijke beperking tot 2040 met 5[10]. De totale groep mensen met een lichamelijke beperking groeit uiteraard sterker,
vanwege de vergrijzing.
Voor mensen met een verstandelijke beperking met een Wlz indicatie is goede zorg- of ondersteuning en huisvesting in de regel complexer. Richting 2040 is ook voor deze groep een groei te verwachten in de behoefte aan specifieke huisvesting met begeleiding. Volgens recent onderzoek[11] groeit de groep mensen met een Wlz-indicatie VG met ongeveer 75 in deze periode. Zorgaanbieders geven aan dat er ook nu al een tekort is aan plekken, waardoor mensen met een verstandelijke beperking langer blijven wonen bij hun ouders dan zij eigenlijk willen. Pas als de ouders de zorg niet langer op kunnen brengen; melden zij zich bij een zorgaanbieder. Er zijn momenteel 116 plekken op Urk voor mensen met een VG-indicatie. Dit gaat om geclusterde woningen zoals groepswoningen, instellingszorg of een geclusterde tussenvorm. Via project Infinity (12 plekken) en op het Erf (34 plekken) in de Zeeheldenwijk realiseren zorgpartijen de komende jaren 46 nieuwe plekken voor deze doelgroep. Om de volledige stijging van de vraag bij te benen, zouden er daarnaast tot 2040 nog zo’n 30 plekken voor deze doelgroep moeten worden toegevoegd op Urk.
Tot slot is een belangrijke ontwikkeling dat binnen de doelgroep verstandelijk gehandicapten ook sprake is van vergrijzing. In 2023 waren er 25 VG-cliënten van 50 jaar of ouder. In 2018 waren dat er nog 10. Zorg gericht op bijkomende ouderdomsproblematiek en levensloopgeschikte huisvesting vraagt de komende jaren dan ook aandacht.
Uitdaging 2: Groeiende behoefte aan Beschermd Wonen/Beschermd Thuis op Urk
De meeste mensen met een psychische kwetsbaarheid wonen zelfstandig. Sommige mensen
hebben naast zorg- of ondersteuning ook behoefte aan een beschermde woonplek. Hiervoor
zijn verschillende regelingen. Dit kan gaan om een kortdurende behandeling of een
crisisopname. Voor langduriger verblijf komen mensen in aanmerking voor Beschermd
Wonen (BW).
Het aantal mensen met een BW-indicatie vanuit de Wmo of Wlz op Urk fluctueert tussen de 1-5 mensen. Dit is veel lager dan op grond van het inwonertal te verwachten is. Zorgaanbieders geven aan dat er wel (veel) meer mensen zijn met een behoefte aan Beschermd Wonen, maar dat er zijn (bijna) geen BW-plekken zijn op Urk. De meeste mensen die behoefte hebben aan een beschermde woonplek, ontvangen deze zorg en huisvesting nu in de ‘centrumgemeente’ (Almere). Dit gaat wel veranderen. Urk ondertekende met de andere gemeenten in de regio het Bestuurlijk akkoord ‘Weer thuis’. Doel van het akkoord, dat aansluit bij het Rijksprogramma Een thuis voor iedereen, is dat mensen met een psychische kwetsbaarheid zoveel mogelijk in hun eigen omgeving blijven wonen. Dit kan door instroom in een instelling buiten de eigen gemeente te voorkomen en door zorg zoveel mogelijk in een zelfstandige woning te organiseren (beschermd thuis; BT). Naar verwachting zal de vraag naar BW/BT als gevolg van deze afspraken vaker op Urk worden ingevuld. Op basis van recent onderzoek[12] lijkt het niet nodig om plekken Beschermd wonen toe te voegen op Urk. Om de komende jaren een groter deel van de provinciale vraag op Urk in te kunnen vullen (en daarmee dus ook eigen inwoners met een ondersteuningsvraag in de eigen gemeente te kunnen opvangen) is wel een uitbreiding nodig Vanuit centrumgemeente Almere heeft de gemeente toestemming om 2 BW plekken op Urk toe te voegen, gefinancierd vanuit de Wmo. De gemeente is momenteel in gesprek met partijen om deze plekken te realiseren. Op dezelfde locatie komen ook plekken voor mensen met een indicatie vanuit de Wlz.
Uitdaging 3: Aanpakken en voorkomen dak- en thuisloosheid
De groep dak- en thuisloze mensen is veelzijdig. Het traditionele beeld van een persoon
die buiten slaapt op een bankje gaat in veel gevallen niet op. Dakloze mensen slapen
veelal bij vrienden of familie op de bank, in hun auto. Het gaat ook niet alleen om
alleenstaanden. Denk bijvoorbeeld aan alleenstaande moeders met kinderen. Niet alle
dak- en thuislozen melden zich bij instanties. Dat maakt het lastig om een scherp
beeld te krijgen van het aantal dak- en thuisloze mensen op Urk. De sterke gemeenschap
zorgt er in veel gevallen voor dat zij in eerste instantie tijdelijk worden opgevangen
binnen de familie of de kennissenkring. Dit is alleen niet altijd mogelijk of houdbaar.
Er is momenteel op Urk één crisisplek aanwezig als kortdurende tijdelijke oplossing
voor gezinsopvang (ouder(s) met kinderen). Vanuit het OOA plan wordt er gekeken naar
uitbreiding van deze crisisplek. Daarnaast is er de Maatschappelijke Opvang in Almere,
Lelystad en Emmeloord waar Urkers die dakloos worden terecht kunnen.
Zonder een helder beeld van de omvang van de doelgroep, is het moeilijk te zeggen
of de huidige voorzieningen voldoende zijn. Ketenpartners geven aan dat de afstand
tot Almere en de wil om binnen de gemeentegrens te blijven barrières zijn om gebruik
te maken van opvang. Momenteel wordt vanuit de provincie een inschatting gemaakt van
de omvang van de doelgroep. Ook heeft de provincie zich opgegeven voor een ETHOS-telling[13] om een beter beeld te krijgen van de opgave; mogelijk wordt deze in 2026 uitgevoerd.
Op regionaal niveau geven gemeenten aan dat zij een toename zien van het aantal dak-
en thuisloze mensen. Elders in het land schetsen gemeenten hetzelfde beeld.
Het in kaart brengen van de doelgroep hoeft niet te betekenen dat partijen hoeven te wachten met het implementeren van oplossingen. De beste manier om dak- en thuisloosheid terug te dringen is preventie. Bijvoorbeeld door het voorkomen van huisuitzettingen en aanpakken van kleine schulden vóórdat ze groot worden. Daarnaast is het belangrijk om niet uit het oog te verliezen dat mensen die dakloos worden eigenlijk vooral een huisvestingsprobleem hebben. Door mensen zo snel mogelijk te huisvesten kunnen zij beginnen met herstel of de wederopbouw van hun leven. Er ligt dus een opgave om in samenwerking met Patrimonium woningen beschikbaar te stellen voor deze doelgroep. In sommige maar niet alle gevallen is enige vorm van zorg nodig. Dit vraagt dus ook het maken van afspraken met zorgpartijen om te borgen dat deze zorg en ondersteuning ook daadwerkelijk geleverd wordt.
Uitdaging 4: Uitstromende en urgente doelgroepen
Daarnaast zijn er groepen die uitstromen uit een instelling of met urgentie een sociale
huurwoning nodig hebben. De Wet Versterking regie volkshuisvesting verplicht gemeenten
om urgentie voor een sociale huurwoning te verlenen aan mensen die uitstromen vanuit
beschermd wonen, jeugdzorg met verblijf, (jeugd)detentie, forensische zorg, opvangvoorzieningen
(inclusief de vrouwenopvang). Maar ook aan medisch urgenten, stoppende sekswerkers,
of mantelzorgers/ontvangers die een woning nodig hebben om die mantelzorg te geven/ontvangen.
Voor de meeste van deze groepen geldt dat het op Urk naar verwachting om (zeer) kleine
aantallen gaat. Recent onderzoek laat zien dat de jaarlijkse vraag naar een sociale
huurwoning vanuit alle ‘wettelijk urgente groepen’ samen tussen de 12 en 34 woningen
is, waarbij het grootste deel (circa 10) valt onder de noemer ‘medisch urgent’.[14]
In de regel hebben uitstromende doelgroepen behoefte aan een kleine sociale huurwoning (1-2 slaapkamers) met een lage huurprijs[15]). Deze woningen zijn schaars. De afgelopen vijf jaar kwamen er op Urk gemiddeld 56 sociale huurwoningen vrij door mutatie en nieuwbouw. Deze woningen zijn niet altijd geschikt voor uitstromers, omdat ze bijvoorbeeld te groot of te duur zijn[16]. Er ligt dus een opgave om voldoende woningen beschikbaar te krijgen voor deze mensen. Dit helpt niet alleen deze mensen. Het zorgt er ook voor dat beschermde woonplekken en plekken in opvangvoorzieningen vrijkomen, waardoor wachtlijsten afnemen.
Naast reguliere, betaalbare sociale huurwoningen is er volgens zorgaanbieders ook
behoefte aan enkele woonplekken in ‘tussenvormen’, met name voor jongeren die uitstromen
uit de jeugdzorg. Dit gaat om kamertrainingsprojecten of om projecten zoals Kamers
met Aandacht. De inschatting is dat r ongeveer 5 van dit soort plekken nodig zijn
op Urk.
Uitdaging 5: Spreiding, zachte landing en acceptatie
Het landelijk en regionaal beleid richt zich op vaker zelfstandig wonen in plaats
van in een instelling. Dit geldt voor mensen met een lichamelijke of verstandelijke
beperking en mensen met een psychische kwetsbaarheid. Daarnaast is het de bedoeling
dat mensen in een kwetsbare positie zo veel mogelijk in hun eigen gemeente kunnen
blijven wonen. Voor Urk betekent dit dat meer kwetsbare mensen in de gemeente zullen
wonen. In reguliere wijken en buurten. Voor zorg- en welzijnspartijen ligt er een
opgave om mensen die (weer) zelfstandig wonen goed te begeleiden en te verbinden met
aanwezige voorzieningen en ondersteuningsnetwerken in hun (nieuwe) buurt. Daarnaast
is het belangrijk om bij huisvesting rekening te houden met de draagkracht van een
buurt of complex. Om te voorkomen dat er veel kwetsbare mensen vlak bij elkaar komen
te wonen en daardoor de leefbaarheid onder druk komt te staan, is het verstandig om
te zorgen voor spreiding van de meest betaalbare sociale huurwoningen over de gemeente.
Tot slot is het belangrijk dat zorgpartijen en Patrimonium samenwerken met de bestaande
bewoners in de buurt om draagvlak en acceptatie te creëren. Bewoners moeten geïnformeerd
worden hoe zij om moeten gaan met onbegrepen gedrag en weten waar zij terecht kunnen
met vragen of zorgen.
Samenvatting
De tabel hieronder vat de huisvestingsopgave voor verschillende aandachtsgroepen met
een zorg- of ondersteuningsvraag op Urk samen. Let op: Deze opgave komt niet boven op de woningbouwopgave uit het Programma Wonen, maar is daar een onderdeel
van.
|
Doelgroep: |
Huisvestingsopgave tot 2040 (schatting) |
|
Mensen met een verstandelijke beperking (Wlz VG) |
+75 |
|
Mensen met een lichamelijke beperking (Wlz LG) |
+5 |
|
Beschermd wonen/Beschermd thuis (Wmo) |
+2 [17] |
|
Dakloze of dreigend dakloze mensen |
Onbekend |
|
Kwetsbare jongeren |
Ca. 5 plekken in kamertrainingsprojecten |
|
Uitstromende en urgente doelgroepen:
|
0-5 mensen per jaar |
[9] Bron: CIZ Databank. Bij deze cijfers zijn minderjarigen ook meegenomen.
[10] Companen, Rapportage aandachtsgroepen Flevoland 2025
[11] Companen, Rapportage aandachtsgroepen Flevoland 2025
[12] Rapportage aandachtsgroepen Flevoland (Companen 2025)
[13] ETHOS staat voor ‘European Typology of Homelessness and Housing Exclusion’. Een ETHOS-telling gaat uit van een eendaagse telling in een gemeente of regio, een zogenoemde point-in-time-meting. Alle organisaties of mensen die in aanraking komen met dak- en thuisloze mensen vullen op de dag van de telling vragenlijsten in over mensen die vallen in de ETHOS categorieën.
[14] Rapportage aandachtsgroepen Flevoland (Companen 2025).
[15] Tot de eerste aftoppingsgrens (€682,96) voor mensen 24 jaar of ouder; tot de kwaliteitskortingsgrens €477,20 voor mensen tot 24 jaar (prijspeil 2025)
[16] Jaarverslag Patrimonium 2022
[17] Op basis van een demografische doorrekening van het huidige aantal indicaties op Urk. Als gekozen wordt voor een andere verdeling van het aanbod binnen Flevoland, kan de opgave voor Urk hoger worden.
3 Huidig en toekomstig aanbod aan intramurale voorzieningen en zorggeschikte woningen
3.1 Intramurale voorzieningen en zorggeschikte woningen
Als hulpmiddel voor keuzes in dit Programma is het huidige aanbod aan intramurale woonzorgvoorzieningen voor verschillende doelgroepen en zorggeschikte woningen voor senioren in kaart gebracht. Daarbij is onder meer gekeken naar de bouwkundige kwaliteit van het zorgvastgoed. Dit is gedaan op basis van feitelijke informatie over de complexen (bouwjaar, energielabel, waarde), aangevuld met gesprekken met zorgaanbieders.
Uit de inventarisatie blijkt dat het vastgoed van de zorgpartijen en Patrimonium er in zijn algemeenheid goed voor staat. De grote meerderheid van de complexen lijkt toekomstbestendig. Voor de complexen die aandacht behoeven, liggen er al plannen voor (ver)nieuwbouw.
Op de kaart op de volgende pagina is al het geïnventariseerde aanbod weergegeven.
Hierbij geven de gekleurde figuurtjes aan voor welke doelgroep een locatie is bestemd,
en in hoeverre de locatie ‘toekomstbestendig’ is. Groene icoontjes geven aan dat een
locatie ‘toekomstbestendig’ is. Gele icoontjes geven aan dat er een aanpak nodig is
op middellange termijn, waarschijnlijk vanaf circa 2030’. Oranje icoontjes geven aan
dat ‘aanpak noodzakelijk’ is; bij rode icoontjes is dat al op korte termijn het geval. Om
‘omzien naar elkaar’ te stimuleren, is het van belang dat mensen elkaar regelmatig
en laagdrempelig tegenkomen. Een uitnodigende en goed toegankelijke ontmoetingsruimte
nabij de woning helpt daarbij. De kaart op de volgende pagina laat ook zien in welke
gebieden een algemene ontmoetingsruimte (zoals een buurthuis) op loopafstand beschikbaar
is. Uit de informatie van Patrimonium blijkt dat een aantal complexen met seniorenwoningen
geen inpandige ontmoetingsruimte heeft. Ook zijn algemene ontmoetingsruimtes zoals
een buurthuis niet altijd nabij. Vaak zijn er wel op loopafstand andere mogelijkheden
voor ontmoeting, zoals een kerk of een verenigingsgebouw (‘brede ontmoeting’). Bij
Patrimonium Vrouwenzand en De Burcht is ook dat niet het geval. Voor deze locaties
vraagt ontmoeting extra aandacht.

4 Uitvoeringsprogramma
4.1 Rol van de gemeente
In een aantal bijeenkomsten is de gemeente in gesprek gegaan met ketenpartners[18] over de opgaven die in de vorige hoofdstukken aan de orde kwamen. Gezamenlijk bepaalden betrokken partijen vanuit welke waarden zij willen werken en welke opgaven voor de komende jaren prioriteit moeten krijgen. De ambtelijke projectgroep heeft deze vervolgens uitgewerkt naar beleidsrichtingen en uitvoeringsmaatregelen. Dit hoofdstuk gaat eerst in op de rol van de gemeente en op de waarden en principes van waaruit de gemeente samen wil werken met ketenpartners aan de genoemde vraagstukken. Daarna volgen de doelen en de bijbehorende maatregelen voor de komende jaren. Het in gang zetten van deze activiteiten, de coördinatie ervan en de monitoring van de voortgang is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de beleidsadviseurs wonen en wonen & zorg van de gemeente. Waar het monitoring van de woningbouw betreft, ligt de verantwoordelijkheid bij de beleidsadviseur wonen.
De gemeente bouwt zelf geen woningen en levert geen zorg. Dat doen corporaties, ontwikkelaars, zorg- en welzijnspartijen. Wel is de gemeente verantwoordelijk voor het realiseren van voldoende woningen en de aanwezigheid van voldoende zorg ten opzichte van de behoefte. Deze verantwoordelijkheid vult de gemeente in door het beschikbaar stellen en soms ook verkopen van grond, waarbij we ruimte maken voor woonzorginitiatieven. Ook stelt de gemeente beleid op. Daarnaast maken we kaders voor de uitvoering (bijvoorbeeld ten aanzien van nieuwbouw) en handhaven deze. De gemeente heeft daarbij de verantwoordelijkheid om te zorgen voor integraliteit in beleid en uitvoering. Het is van groot belang om een bovenmatige stapeling van eisen bij nieuwbouw te voorkomen. Dit vraagt dat we als gemeente op momenten afwegen welk beleidsdoel zwaarder weegt. Naast een uitvoerende en kaderstellende rol ziet de gemeente voor zichzelf ook een verbindende rol. Bijvoorbeeld als procesregisseur of initiator. De gemeente brengt partijen samen, daagt hen uit en jaagt ontwikkelingen aan.
Samenwerking met onze partners
Het uitvoeren van het programma doen we als gemeente nadrukkelijk samen met uitvoerende
partijen. De belangrijkste partners zijn: de woningcorporatie, zorg- en welzijnspartijen, ontwikkelaars en bouwers en inwoners. De gemeente geeft de samenwerking met ontwikkelaars en inwoners projectmatig en per
initiatief vorm[19]. Hierbij sluiten we aan bij de uitgangspunten uit de Participatievisie van de gemeente.
Met de overige partijen maakt de gemeente samenwerkingsafspraken. Dit uitvoeringsprogramma
vormt hiervoor het kader.
[18] Als er opgaven worden uitgewerkt waar inwonerorganisaties, kerken, verenigingen etc. bij nodig zijn dan worden zij op dat moment benaderd.
[19] Zie de bijlage voor een overzicht van de betrokken partijen.
4.2 Onze waarden en principes
Het werken vanuit gedeelde waarden en principes helpt bij de samenwerking met ketenpartners en bij het gezamenlijk stellen van prioriteiten Vanuit de provincie Flevoland, gemeenten, zorg- en welzijnspartijen en het zorgkantoor is in 2024 een aantal algemene principes uitgewerkt voor wonen, welzijn en zorg in de provincie[20]. Samen met ambtenaren en ketenpartners van de gemeente Urk zijn deze aangevuld zodat ze passen bij de lokale context. De gemeente en ketenpartners hebben uitgesproken zich te kunnen vinden in de volgende principes:
Principes
-
a.
We zetten in op eigen regie van de inwoner, zelfstandigheid en menswaardigheid
-
b.
We stellen de mens centraal
-
c.
We werken ‘mit eenkanger’[21]: Samenwerken om impact te vergroten
-
1.
De woonzorgopgave is te groot voor partijen alleen. Samenwerking is randvoorwaardelijk.
-
2.
De woonzorgopgave voor ouderen is verbonden met die van andere aandachtsgroepen.
-
3.
De opgave is integraal en domeinoverstijgend.
-
4.
De opgave ouderenhuisvesting is primair lokaal (waar het meerwaarde heeft, werken we regionaal samen).
-
1.
-
d.
Iedereen verdient een passend thuis in een inclusieve samenleving
-
1.
We realiseren voldoende passende woonvormen (voornamelijk tussenvormen tussen zelfstandig en intramuraal).
-
2.
De realisatie van woonvormen is meer dan een nieuwbouwopgave. Dit gaat ook om het verbouwen en herbouwen van bestaande woningen.
-
3.
Waar mogelijk maken we gebruik van technologische innovaties.
-
1.
-
e.
We werken vanuit de waarden van onze gemeenschappelijke Urker identiteit.
[20] Bouwstenen wonen, welzijn en zorg Flevoland (2025)
[21] ‘Mit eenkanger’ wordt in verschillende contexten gebruikt, omdat dit een belangrijke waarde is van de Urker identiteit. Zo wordt deze term ook gebruikt voor dagactiviteiten van de welzijnsorganisatie.
4.3 Onze doelen
Op basis van deze waarden en principes bepaalden partijen de belangrijkste doelen voor de komende jaren. Dit zijn:
-
a.
Doel 1: Zorgen voor goede huisvesting;
-
b.
Doel 2: Een toekomstbestendige woonomgeving en sterk aanbod van voorzieningen
-
c.
Doel 3: Omkijken naar elkaar en werken aan goede zorg- en ondersteuning.
-
d.
Doel 4: Samenwerking
Per doel is hieronder verder uitgewerkt wat de gemeente samen met ketenpartners de komende jaren wil bereiken.
Doel 1: Zorgen voor goede huisvesting
Daarom:
-
a.
Vergroten we de diversiteit van ons woningaanbod met meer passende huisvesting voor ouderen en overige aandachtsgroepen. Dit doen we via nieuwbouw en transformatie.
-
b.
Zoeken we naar huisvestingsmogelijkheden voor mensen met een complexe zorg- of ondersteuningsvraag.
-
c.
Werken we eraan om (verborgen) dakloosheid te voorkomen, in beeld te brengen en lokaal oplossingen te zoeken waar mogelijk.
Doel 2: Een toekomstbestendige woonomgeving en sterk aanbod van voorzieningen
Daarom:
-
a.
Werken we aan de toegankelijkheid van buurten zodat deze aanzetten tot bewegen en ontmoeten. Dit doen we specifiek in buurten waar veel ouderen wonen.
-
b.
Onderhouden we de sociale basis en versterken we deze met de juiste voorzieningen (denk aan ruimte voor ontmoeting).
Doel 3: Werken aan omkijken naar elkaar en goede zorg- en ondersteuning
Daarom:
-
a.
Werken we aan inclusie en welzijn van mensen met een zorg- of ondersteuningsvraag zodat iedereen mee kan doen.
-
b.
Bieden we zorg en begeleiding voor mensen die dit nodig hebben.
-
c.
Geven we voorlichting en bewustwording over de impact van langer en weer zelfstandig wonen aan bewoners (dit kan zowel gaan om het stimuleren van doorstroom van ouderen als om het voorlichten van bewoners over hoe zij om kunnen gaan met onbegrepen gedrag).
Doel 4: Werken aan de samenwerking
Daarom:
-
a.
Kiest de gemeente ervoor om een verbindende rol te spelen en ketenpartners op regelmatige basis bijeen te brengen om de voortgang van de maatregelen en activiteiten uit dit uitvoeringsprogramma te bespreken.
-
b.
Kijken we als gemeente samen met onze partners naar kansen en mogelijkheden voor aanvullende samenwerking op specifieke thema’s.
4.4 Risicoparagraaf
Het kunnen waarmaken van onze ambities is afhankelijk is van verschillende factoren, waar we voor een groot deel weinig tot geen invloed op hebben. Het gaat dan bijvoorbeeld om:
Economische omstandigheden
Allereerst beïnvloeden economische omstandigheden de realisatiekracht van ons en onze
partners, bijvoorbeeld daar waar het gaat om de rentestand of bouwkosten. Dat beïnvloedt
wat er gebouwd kan worden. Ook beïnvloeden economische omstandigheden wat onze inwoners
kunnen betalen voor wonen en/of zorg.
Andere overheden en nieuwe wet- en regelgeving
Ten tweede zijn we afhankelijk van andere overheden en mogelijke nieuwe wet- en regelgeving. De kaders die de provincie Flevoland en de Rijksoverheid stellen zijn van grote invloed op onze gemeentelijke verantwoordelijkheden en mogelijkheden. We stemmen af met de andere gemeenten in onze regio over woningbouwplannen en huisvesting van mensen uit aandachtsgroepen. Dat betekent een wederzijdse verantwoordelijkheid naar onze regiogemeenten, en ook wederzijdse afhankelijkheid.
Mogelijkheden van onze partners
Als gemeente kunnen we veel, maar ook heel veel dingen niet. Een gemeente bouwt zelf geen woningen en levert zelf geen zorg. Wel zijn we verantwoordelijk voor het realiseren van voldoende woningen en de aanwezigheid van voldoende zorg. Daarom is goede samenwerking met onze samenwerkingspartners en inwoners, op basis van gedeelde ambities van groot belang. We doen een groot beroep op hen, en de transformatie in de zorg maakt dat we op een andere manier gaan (samen)werken. De bereidheid, middelen en mogelijkheden van onze partners en inwoners zijn dan ook cruciale factoren om mee te werken aan de realisatie van onze ambities. Hier ligt ook een link met grondposities; ruimte is schaars en wij hebben beschikbare grond lang niet altijd in ons bezit.
4.5 Maatregelen doel 1: Zorgen voor goede huisvesting
Ouderen
Overige doelgroepen
|
Opgave 5 |
|
Toevoegen van enkele plekken Beschermd Wonen/Beschermd Thuis voor mensen met een psychische kwetsbaarheid. |
|
Wat speelt er? / Wat gebeurt er al? |
|
Behoefteonderzoek laat geen directe uitbreidingsbehoefte zien voor plekken Beschermd Wonen/Beschermd Thuis op Urk. Zorgpartijen geven aan dat deze behoefte er wel is. |
|
Wat gaan we (aanvullend) doen? |
|
De gemeente is momenteel in gesprek met een zorgpartij om 2 plekken Beschermd Wonen/Beschermd Thuis (gefinancierd vanuit de Wmo) te realiseren op Urk. |
|
Partijen |
|
|
|
Tijdpad |
|
Indien extra behoefte, zoeken naar locatie: doorlopend. |
|
Resultaat |
|
Voldoende plekken BW/BT. |
|
Opgave 7 |
|
Toevoegen enkele plekken voor kwetsbare jongeren (16-27 jaar). |
|
Wat speelt er?/Wat gebeurt er al? |
|
Jongeren die uitstromen uit de jeugdzorg met verblijf zijn niet altijd direct klaar voor een zelfstandige woning. Dat geldt ook voor sommige jongeren met een ondersteuningsvraag die niet meer thuis kunnen wonen. Er is behoefte aan een tussenvorm, zoals een kamertrainingsprojectraject. Op Urk is dit momenteel niet aanwezig. |
|
Wat gaan we (aanvullend) doen? |
|
De gemeente verkent samen met zorgaanbieders of huisvesting van kwetsbare jongeren mogelijk is, bijvoorbeeld in de vorm van een kamertrainingsproject, of een project als Kamers met Aandacht of Kamers met Kansen. |
|
Partijen |
|
|
|
Tijdpad |
|
|
|
Resultaat |
|
Enkele wooneenheden in een tussenvorm tussen beschermd en zelfstandig wonen voor kwetsbare jongeren (of andere doelgroepen). |
[22] Deze aantallen zijn gebaseerd op de vraagontwikkeling onder ouderen. Nultredenwoningen en ook geclusterde woningen kunnen ook aantrekkelijk zijn voor andere groepen dan ouderen. Het is daarom aan te raden om in te zetten op een hoger aantal.
[23] 37 woningen zijn al in aanbouw
4.6 Maatregelen doel 2: Een toekomstbestendige woonomgeving met een sterk aanbod van voorzieningen
4.7 Maatregelen doel 3: Werken aan omzien naar elkaar en goede zorg en ondersteuning
4.8 Maatregelen doel 4: Werken aan samenwerking en monitoring
|
Opgave 1 |
|
Samenwerking tussen zorgpartijen, corporaties en welzijn versterken. |
|
Wat speelt er?/Wat gebeurt er al? |
|
|
|
Wat gaan we (aanvullend) doen? |
|
De gemeente Urk ziet voor zichzelf een verbindende rol tussen de partijen. Naast het reguliere werk gaat de gemeente halfjaarlijkse bijeenkomsten organiseren met zorgaanbieders, woningcorporaties, en welzijnsorganisaties om samen per thema te kijken naar kansen en mogelijkheden voor aanvullende samenwerking. Dit kan integraal of op thema. Te denken valt aan thema’s als: dagbesteding, huisvesting aandachtsgroepen, huisvesting ouderen etc.. |
|
Partijen |
|
|
|
Tijdpad |
|
|
|
Resultaat |
|
Betere coördinatie op de gezamenlijke inzet en verdere samenwerking tussen partijen ook buiten de kaders van één doelgroep. |
II Overzicht Documentenbijlagen
- Bijlage - Proces
-
/join/id/regdata/gm0184/2025/b1ae368d30374b559c975e7b4a484cb4/nld@2025‑11‑19;11511334
- Bijlage - PDF bestand Omgevingsprogramma Wonen, Zorg en Welzijn
-
/join/id/regdata/gm0184/2025/fa9430dd14354e49884a546319cda8c6/nld@2025‑11‑19;11511334
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl