Besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 11 november 2025, PZH-2025-881800906, tot vaststelling van de Beleidsregel tegemoetkoming faunaschade Zuid-Holland 2025 (Beleidsregel tegemoetkoming faunaschade Zuid-Holland 2025)

Geldend van 20-11-2025 t/m heden

Intitulé

Besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 11 november 2025, PZH-2025-881800906, tot vaststelling van de Beleidsregel tegemoetkoming faunaschade Zuid-Holland 2025 (Beleidsregel tegemoetkoming faunaschade Zuid-Holland 2025)

Gedeputeerde staten van Zuid-Holland;

Gelet op artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 15.53 van de Omgevingswet;

Overwegende dat het ter bevordering van rechtszekerheid en een uniforme uitvoering wenselijk is beleidsregels vast te stellen over de voorwaarden waaronder een tegemoetkoming in faunaschade wordt verleend op grond van artikel 15.53 van de Omgevingswet;

Besluiten vast te stellen het volgende besluit:

Beleidsregel tegemoetkoming faunaschade Zuid-Holland 2025

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

  • a.

    BIJ12: uitvoeringsorganisatie van de gezamenlijke provincies, zijnde onderdeel van de Vereniging het Interprovinciaal Overleg, belast met het mandaat om de aanvragen om een tegemoetkoming in faunaschade, als bedoeld in artikel 15.53 van de Omgevingswet, namens gedeputeerde staten af te handelen;

  • b.

    wet: Omgevingswet;

  • c.

    aanvrager: grondgebruiker of dierhouder die een aanvraag om een tegemoetkoming in de schade indient als bedoeld in artikel 15.53 van de wet;

  • d.

    landbouw: veehouderij, akkerbouw, vollegrondgroenteteelt, griendhout, riet, weidebouw en tuinbouw, waaronder begrepen fruitteelt, het telen van vruchten, groenten, paddenstoelen en bloembollen-, bloemen- en bomenteelt;

  • e.

    bedrijfsmatig: economische activiteiten die zijn gericht op het hebben van een hoofdbestaan of een substantieel gedeelte van het bestaan;

  • f.

    kapitaalintensieve gewassen: kwetsbare gewassen of teelten die meerdere jaren op een plek staan of eenjarige teelten die per hectare hoge financiële opbrengsten opleveren;

  • g.

    kwetsbare gewassen: de bij ‘landbouw’ en ‘vollegrondsgroenteteelt’ bedoelde teelten, met uitzondering van weide-, hooi-, en graszaadpercelen waarvan het grasgewas minimaal zes maanden oud is, en granen en graszaad in de periode waarin het gewas afrijpt;

  • h.

    vollegrondsgroententeelt: teelt in open grond van groentegewassen;

  • i.

    bijproduct: product dat ontstaat als gevolg van de productie van het in het Handboek Kwantitatieve Informatie (KWIN van de Wageningen University & Research) beschouwde hoofdproduct; in elk geval hooi en stro, en producten die door de KWIN als zodanig worden aangemerkt;

  • j.

    taxateur: taxateur werkzaam voor een door BIJ12 aangewezen taxatiebureau, of een consulent faunazaken van BIJ12;

  • k.

    taxatierichtlijnen: door de directeur van BIJ12 vastgestelde protocollen en richtlijnen ten behoeve van de uitvoering van faunaschade taxaties;

  • l.

    MijnFaunazaken: systeem van BIJ12 waarin een aanvrager digitaal de aanvraag om een tegemoetkoming indient, en de verdere communicatie gedurende de procedure plaatsvindt;

  • m.

    Faunaschade Preventiekit: overzicht van effectieve preventieve maatregelen per diersoort om gewasschade of veeschade door dieren te voorkomen en beperken, te vinden op de website van BIJ12.

  • n.

    Landbouwvrijstellingsverordening (LVV): Verordening (EU) nr. 2022/2472 van de Commissie van 14 december 2022 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard, PBEU L327/1 van 21 december 2022.

Artikel 2. Schade aan bedrijfsmatige landbouw

Gedeputeerde staten verlenen een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 15.53 van de wet, uitsluitend met inachtneming van de hiernavolgende bepalingen:

  • a.

    voor een tegemoetkoming komt alleen in aanmerking directe schade, welke door betreden, vreten, graven, wroeten, vegen, pikken of predatie aan bedrijfsmatige landbouw is veroorzaakt aan de gewassen, of aan gehouden landbouwhuisdieren;

  • b.

    in afwijking van onderdeel a, komt ook schade door de wolf aan hobbymatig gehouden hoefdieren in aanmerking voor een tegemoetkoming;

  • c.

    de percelen waarop schade is aangericht, moet een aanvrager op titel van eigendom, (erf)pacht, dan wel een door de grondkamer goedgekeurde of ter registratie ingezonden (teelt)pachtovereenkomst, in gebruik hebben voor de uitoefening van bedrijfsmatige landbouw. De landbouwhuisdieren waaraan schade is aangericht, moet een bedrijfsmatige aanvrager aantoonbaar in eigendom hebben voor de uitoefening van bedrijfsmatige landbouw.

Artikel 3. Te treffen maatregelen

  • 1. Gedeputeerde staten verlenen slechts een tegemoetkoming, indien en voor zover naar hun oordeel de aanvrager de schade niet had kunnen voorkomen en beperken door het treffen van maatregelen of inspanningen waartoe de aanvrager naar eisen van redelijkheid en billijkheid was gehouden.

    Preventieve maatregelen

  • 2. Maatregelen of inspanningen ter voorkoming en beperking van schade, waarvan gedeputeerde staten van oordeel zijn dat deze redelijkerwijs van een aanvrager verlangd kunnen worden, zijn in elk geval:

    • a.

      voor hoog en midden salderende gewassen: de inzet van twee verschillende middelen als bedoeld in de Faunaschade Preventiekit;

      • 1.

        voor schade specifiek door zoogdieren aan hoog salderende gewassen: het tijdig plaatsen van een raster, als beschreven in de Faunaschade Preventiekit;

    • b.

      voor laag salderende gewassen: verjaging door menselijke aanwezigheid of middelen als bedoeld in de Faunaschade Preventiekit;

      • 1.

        voor laag salderende gewassen specifiek in de kwetsbare periode: de inzet van twee verschillende middelen als bedoeld in de Faunaschade Preventiekit;

    • c.

      voor schade door zoogdieren aan gehouden landbouwhuisdieren: het tijdig plaatsen van een raster als bedoeld in de Faunaschade Preventiekit;

    • d.

      alternatieve middelen waarvan het gebruik vooraf schriftelijk aan BIJ12 is voorgelegd en zij daarmee hebben ingestemd.

    Ter ondersteuning van de preventieve maatregelen:

  • 3. Een tegemoetkoming in de schade veroorzaakt door natuurlijk in het wild levende dieren, van bij algemene maatregel van bestuur aangewezen soorten, waarvoor ingevolge artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g van de wet een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit kan worden verleend, wordt slechts verleend indien:

    • a.

      de omgevingsvergunning op deugdelijke wijze en tijdig, vooraf of uiterlijk op de dag van schadeconstatering, is aangevraagd en op inhoudelijke gronden door gedeputeerde staten is geweigerd of niet in behandeling is genomen, en dit de aanvrager niet te verwijten is; of

    • b.

      de omgevingsvergunning (of machtiging/toestemming tot gebruik van een bestaande omgevingsvergunning) op deugdelijke wijze en tijdig, vooraf of uiterlijk op de dag van schadeconstatering, is aangevraagd en, nadat deze is verleend, daarvan op adequate wijze gebruik is gemaakt en er desondanks schade is opgetreden.

  • 4. Als sprake is van een vrijstelling van de omgevingsvergunningplicht voor flora- en fauna-activiteiten, met beperkingen als bedoeld in artikel 6, onder b, moet adequaat gebruik zijn gemaakt van deze vrijstelling, om voor een tegemoetkoming in aanmerking te komen.

  • 5. Om het adequaat gebruik van de omgevingsvergunning of vrijstelling van de vergunningplicht te toetsen, levert de aanvrager tijdig, binnen twee weken nadat aanvrager de bevestiging taxatie, bedoeld in artikel 4, vijfde lid, heeft ontvangen, bij BIJ12 een overzicht aan van de verrichte bejaagacties. Het niet tijdig of niet volledig aanleveren van de gevraagde gegevens kan tot afwijzing van de aanvraag leiden.

Artikel 4. Aanvraag en taxatie

  • 1. Gedeputeerde staten zullen een aanvraag om tegemoetkoming in faunaschade afwijzen indien deze niet digitaal wordt ingediend bij BIJ12 via MijnFaunazaken en uiterlijk binnen zeven werkdagen nadat de aanvrager de schade heeft geconstateerd.

  • 2. In afwijking van het eerste lid, zullen gedeputeerde staten een aanvraag om tegemoetkoming bij vermoedelijke wolvenschade afwijzen indien de aanvraag niet binnen 24 uur na constatering van de schade, telefonisch bij BIJ12 of via het formulier op de website van BIJ12 is ingediend.

  • 3. De schadeveroorzakende diersoort en de omvang van de schade worden door de taxateur vastgesteld met inachtneming van de protocollen en richtlijnen taxatie faunaschade, te vinden op de website van BIJ12.

  • 4. Een taxateur taxeert alleen verse schade, dat wil zeggen schade die is opgetreden tot tien dagen voor de schadeconstatering. Oudere schade wordt niet bij de taxatie betrokken.

  • 5. Na de taxatie wordt een ‘bevestiging taxatie’ aan de aanvrager gestuurd via MijnFaunazaken. De aanvrager wordt hierbij in de gelegenheid gesteld om binnen acht werkdagen na ontvangst van de bevestiging taxatie, zijn bedenkingen aan BIJ12 kenbaar maken. BIJ12 kan de taxateur vragen te reageren op de bedenkingen, en stuurt de aanvrager zo spoedig mogelijk, uiterlijk binnen tien werkdagen, een reactie op de ingediende bedenkingen.

  • 6. De taxateur stelt van zijn bevindingen een (eind)taxatierapport samen en zendt dat, na interne controle en goedkeuring door de eindverantwoordelijke van het bureau waarvoor de taxateur werkzaam is, aan BIJ12.

  • 7. Gedeputeerde staten kunnen besluiten om door hen aangewezen typen faunaschade te laten taxeren via automatische taxaties (autotax). In dat geval wordt het gereedmelden van de betreffende percelen door de deelnemende grondgebruiker aangemerkt als een tijdige aanvraag om een tegemoetkoming in de schade, waarop deze beleidsregels eveneens van toepassing zijn.

Artikel 5. Hoogte tegemoetkoming; eigen risico

  • 1. Nadat op basis van de aanvraag, taxatierapport en eventuele andere op de aanvraag betrekking hebbende stukken, is beoordeeld dat aan de voorwaarden voor verlening is voldaan, bepalen gedeputeerde staten de hoogte van de tegemoetkoming.

  • 2. De bij de berekening van de tegemoetkoming gehanteerde prijzen van gewassen en vee, worden vastgesteld door de directeur van BIJ12 en zijn te vinden op de website van BIJ12.

    Eigen risico

  • 3. Op de te verlenen tegemoetkoming wordt een eigen risico van 5% ingehouden, met een minimum van € 250,00 per bedrijf per kalenderjaar.

  • 4. In afwijking van het derde lid, wordt geen eigen risico ingehouden als het gaat om:

    • a.

      schade door een wolf, bever, das, edelhert, goudjakhals, wilde kat, lynx;

    • b.

      schade die is aangericht in een ganzenrustgebied, in de periode dat de schadeveroorzakende diersoort niet mag worden verontrust en gedood;

    • c.

      schade door een schadeveroorzakende diersoort die niet mag worden verontrust of gedood in een Natura 2000-gebied in de periode van 1 november tot 1 april;

  • 5. In afwijking van het derde lid, bedraagt het eigen risico 40% als het gaat om schade door vogels aan pitvruchten.

  • 6. Voor gewassen of bedrijfsmatig gehouden landbouwhuisdieren, welke door de plaats, het moment of de wijze van telen of houden, bijzonder kwetsbaar zijn voor schade, kunnen gedeputeerde staten een verhoogd eigen risico instellen.

  • 7. Tegemoetkomingen lager dan € 50,00 worden niet uitgekeerd.

Artikel 6. Gevallen waarin geen tegemoetkoming wordt verleend

  • 1. Uitsluitingen in verband met diersoort. Geen tegemoetkoming wordt verleend:

    • a.

      indien de schade is aangericht door een diersoort met betrekking waartoe krachtens artikel 5.2, derde lid, van de wet, flora- en fauna-activiteiten zijn vrijgesteld van de omgevingsvergunningplicht;

    • b.

      indien de schade is aangericht door een diersoort met betrekking waartoe krachtens artikel 5.2, eerste lid, van de wet, flora- en fauna-activiteiten in de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening zijn vrijgesteld van de omgevingsvergunningplicht, tenzij aan die vrijstelling voorwaarden, beperkingen of clausules zijn verbonden waardoor deze feitelijk gelijkgesteld moet worden aan een omgevingsvergunning verleend op basis van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet;

    • c.

      voor schade door een diersoort met betrekking waartoe een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit krachtens artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet is verleend, waarbij in de verleende omgevingsvergunning geen of nauwelijks bepalingen zijn opgenomen die de schadebestrijding in de weg staan;

    • d.

      voor schade veroorzaakt door een diersoort, vermeld in artikel 8.3, vierde lid, van de wet, waarop de minister de jacht heeft geopend, met uitzondering van de wilde eend en de houtduif buiten de periode waarin de jacht op deze diersoorten is geopend;

    • e.

      indien de schade is aangericht door de huisspitsmuis, bosmuis, veldmuis of de mol, en voor flora- en fauna-activiteiten met betrekking tot deze soorten een omgevingsvergunning of een vrijstelling van de omgevingsvergunningplicht geldt in verband met de bestrijding van schade aan landbouwgewassen.

  • 2. Uitsluitingen in verband met locatie/functie percelen. Geen tegemoetkoming wordt verleend:

    • f.

      voor schade aangericht op gronden gelegen binnen een in het omgevingsplan of de omgevingsverordening begrensde bebouwingscontour jacht;

    • g.

      voor schade op gronden binnen een straal van 500 meter van een vuilstortplaats, tenzij de schade is aangericht op gronden die zijn aangewezen als ganzenrustgebied door een schadeveroorzakende soort die, in de periode dat de schade is veroorzaakt, niet mocht worden verontrust of gedood;

    • h.

      voor schade aangericht aan geteelde gewassen in een kas, of gehouden dieren in een stal;

    • i.

      indien de schade is aangericht aan gewassen op gronden:

      • i.

        waaraan beperkingen ten aanzien van het bestrijden van schadeveroorzakende diersoorten zijn verbonden;

      • ii.

        die feitelijk niet voor landbouwkundige doeleinden worden gebruikt; of

      • iii.

        die een functie hebben als waterkering.

    Uitsluitingen in verband met (het moment van) de teelt. Geen tegemoetkoming wordt verleend:

    • j.

      indien de schade is aangericht aan blijvend grasland in de maand oktober (najaarsgras) buiten de ganzenrustgebieden in de periode dat deze van kracht zijn;

    • k.

      indien de schade is aangericht aan blijvend grasland in de periode 1 oktober tot en met 31 januari daaropvolgend, en het grasgewas bestemd is voor beweiding met schapen;

    • l.

      voor schade aan knol-, bol- en wortelgewassen die na 30 november ontstaat en waarvoor de tegemoetkomingsaanvraag na 30 november wordt ingediend; met uitzondering van onderdekkersteelten en bloembollen;

    • m.

      voor schade door vogels aan steenvruchten, zacht fruit en kleinfruit;

    • n.

      indien de schade is aangericht aan gewassen die geteeld worden voor de verbetering van een ras (veredeling), of vermeerdering van het veredelde gewas;

    • o.

      indien de schade is aangericht aan bijproducten van gewassen; aan geoogste gewassen, aan opgeslagen voedergewassen, groenbemesters, verpakte voedergewassen.

    Uitsluitingen in verband met overige redenen. Geen tegemoetkoming wordt verleend:

    • p.

      indien door handelen of nalaten van de aanvrager de taxateur de schade niet meer kan taxeren, in elk geval als aanvrager het beschadigde gewas al geoogst of heringezaaid heeft, of als er vee is ingeschaard;

    • q.

      indien de aanvrager het beschadigde gewas niet meer zal oogsten, of het betreffende perceel niet meer in gebruik zal nemen;

    • r.

      voor schade aangericht aan materialen die worden aangewend voor het (tijdelijk) afdekken van gewassen;

    • s.

      indien het risico van faunaschade door een beschermde diersoort verzekerbaar is, bij tenminste twee in Nederland werkzame verzekeringsmaatschappijen;

    • t.

      indien de schade is veroorzaakt door een ziekte;

    • u.

      in andere gevallen, waarin gedeputeerde staten oordelen dat de schade redelijkerwijs ten laste van de aanvrager behoort te blijven;

    • v.

      aan een aanvrager ten aanzien van wie een bevel tot terugvordering (artikel 1, vierde lid, onder a, van de LVV) uitstaat vanwege een eerder besluit van de Europese Commissie waarbij eerder verleende steun onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard;

    • w.

      aan een aanvrager wiens onderneming in moeilijkheden verkeert, tenzij de onderneming een onderneming in moeilijkheden is geworden door verliezen of schade als gevolg van het herstel van door beschermde dieren veroorzaakte schade (artikel 1, vijfde lid 5 jo. artikel 29 van de LVV).

Artikel 7 Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin dit besluit wordt geplaatst.

Artikel 8 Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel tegemoetkoming faunaschade Zuid-Holland 2025.

Ondertekening

Den Haag, 11 november 2025

Gedeputeerde staten van Zuid-Holland

drs. M.J.A. van Bijnen MBA, secretaris

mr. A.W. Kolff, voorzitter