Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR747189
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR747189/1
Nadere regels subsidievoorwaarden Peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Stichtse Vecht
Geldend van 01-01-2026 t/m heden
Intitulé
Nadere regels subsidievoorwaarden Peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Stichtse VechtDeze voorwaarden zijn een aanvulling op de reeds gestelde voorwaarden voor peuteropvang binnen het subsidiebeleid. De voorwaarden voor deze subsidie zijn van toepassing voor peuters in de leeftijd 2,5 tot de start van de basisschool.
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
|
BSN |
het Burgerservicenummer is een uniek persoonsnummer dat iedereen krijgt die ingeschreven staat in de Basis Registratie Personen (BRP); |
|
doelgroeppeuters |
peuters die in aanmerking komen voor VE, op indicatie van JGZ; |
|
gemeente |
de gemeente Stichtse Vecht; |
|
houder |
degene aan wie een onderneming als bedoeld in de Handelsregisterwet 2007 toebehoort en met die onderneming een kinderopvanglocatie exploiteert die staat vermeld in het LRK; |
|
inkomensverklaring |
een recente officiële verklaring (voorheen IB60) van de Belastingdienst met daarop de inkomensgegevens van de ouders in een bepaald belastingjaar |
|
kinderopvang |
het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint (zie artikel 1.1 Wet Kinderopvang); |
|
LRK |
Landelijk Register Kinderopvang; het register waarin kinderopvangvoorzieningen zijn opgenomen die voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen; |
|
ouderbijdrage |
inkomensafhankelijke vergoeding die de ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag betalen aan de houder; |
|
ouders |
ouder(s) of verzorger(s) van de peuter; |
|
peuter |
kind van 2,5 jaar tot de start van de basisschool woonachtig in de gemeente Stichtse Vecht; |
|
peuteropvang |
kinderopvang met peuterplaatsen en VE-peuterplaatsen; |
|
peuterplaats |
plaats voor een peuter vanaf 2,5 jaar tot het moment dat de peuter naar de basisschool uitstroomt. De peuter maakt op tenminste twee verschillende dagen, gedurende minimaal 240 uur en maximaal 320 uur per jaar, gebruik van de peuterplaats; |
|
VE |
voorschoolse educatie; het aanbod van een VE-programma voor kinderen van 2,5 jaar tot de start van de basisschool. |
|
VE-jaarbedrag |
een vergoeding in de vorm van een jaarbedrag per doelgroeppeuter aan de houder voor de extra personele inzet (extra werkzaamheden voor doelgroeppeuters, zoals dossiervorming, extra overleg met ouders en warme overdracht naar de basisschool); |
|
Minimum VE-jaarbedrag |
De minimale jaarlijkse vergoeding die de houder ontvangt voor de extra personele inzet (extra werkzaamheden voor doelgroeppeuters, zoals dossiervorming, extra overleg met ouders en warme overdracht naar de basisschool). Deze vergoeding is gelijk aan 3 maal het VE-jaarbedrag. |
|
VE-peuterplaats |
plaats voor doelgroeppeuters van 2,5 jaar tot het moment dat de doelgroeppeuter naar de basisschool uitstroomt. De doelgroeppeuter maakt gedurende minimaal 640 uur en maximaal 660 uur per jaar gebruik van de peuterplaats, met een maximum van 6 uur per dag; |
|
VE-programma |
een erkend voorschools programma waarin op een gestructureerde en samenhangende wijze de ontwikkeling wordt gestimuleerd van kinderen op het gebied van rekenen, taal, motoriek, en sociaal-emotionele ontwikkeling. |
Artikel 2 Doel
Deze nadere regels hebben als doel het verlenen, verantwoorden en vaststellen van subsidie voor peuteropvang voor peuters van ouders die geen beroep kunnen doen op de kinderopvangtoeslag en voor het VE-aanbod voor doelgroeppeuters. De subsidie is bedoeld om alle peuters een zo goed mogelijke start op de basisschool te kunnen geven.
Artikel 3 De subsidieaanvraag
-
1. Subsidieaanvragen kunnen uitsluitend schriftelijk voor 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar door houders worden ingediend voor kinderopvang in de gemeente die met een VE-registratie in het LRK staan vermeld.
-
2. De aanvraag dient te worden gedaan op basis van een reële inschatting van het aantal bezette (VE-)peuterplaatsen en de te factureren ouderbijdragen.
-
3. Voor de aanvraag wordt gebruik gemaakt van een door de gemeente vastgesteld format.
Artikel 4 De grondslag voor de subsidie aan de houder
-
1. Het college stelt jaarlijks het maximum uurtarief per (VE-)peuterplaats en het VE-jaarbedrag vast.
-
2. De grondslag voor de subsidie is het aantal peuters en het gemiddeld aantal uren dat deze peuters gebruik maken van de peuteropvang.
-
3. Het college subsidieert de volgende bedragen aan de houder:
- a.
per peuter op een peuterplaats, van ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag, minimaal 240 en maximaal 320 uren per jaar (bij een aanbod van 40 weken per jaar is dit minimaal 6 uur en maximaal 8 uur per week) maal het door de aanbieder gehanteerde uurtarief minus de in rekening gebrachte ouderbijdrage over de afgenomen uren; het gehanteerde uurtarief is hierbij nooit hoger dan het door het college vastgestelde maximum uurtarief;
- b.
per doelgroeppeuter op een VE-peuterplaats, van ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag, minimaal 640 uren en maximaal 660 uren per jaar (bij een aanbod van 40 weken per jaar is dit minimaal 16 uur en maximaal 16,5 uur per week) maal het door de aanbieder gehanteerde uurtarief minus de in rekening gebrachte ouderbijdrage; de inkomensafhankelijke ouderbijdrage wordt over de eerste 320 uur in rekening gebracht; het gehanteerde uurtarief is hierbij nooit hoger dan het door het college vastgestelde maximum uurtarief;
- c.
per doelgroeppeuter op een VE-peuterplaats, van ouders met recht op kinderopvangtoeslag, minimaal 320 en maximaal 340 uur per jaar (bij een aanbod van 40 weken per jaar is dit minimaal 8 uur en maximaal 8,5 uur per week) maal het door het college vastgestelde uurtarief; de ouder neemt aanvullend nog tenminste 320 uur per jaar af, over de eerste 320 uur (kunnen) ouders kinderopvangtoeslag aanvragen;
- d.
per geplaatste doelgroeppeuter een VE-jaarbedrag. Indien een doelgroeppeuter een gedeelte van het jaar deelneemt, wordt dit bedrag naar rato verstrekt. Houders geven het aantal bezette VE-peuterplaatsen door voor iedere maand van het subsidiejaar via het gemeentelijke verantwoordingsformat. Indien een houder in een maand minder dan 3 doelgroeppeuters opvangt, treedt het minimum VE-jaarbedrag in werking. De vergoeding voor die maand wordt dan gelijkgesteld aan 1/12 van het minimum VE-jaarbedrag.
- a.
-
4. De houder hanteert voor de ouderbijdrage voor ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag de adviestabel van de VNG, toegepast met het door de houder gehanteerde uurtarief.
-
5. De houder int zelf de ouderbijdragen en is verantwoordelijk voor het risico van niet-betalers.
Artikel 5 Bijzondere verplichtingen betreffende de houder
De houder dient te voldoen aan de volgende verplichtingen:
- a.
houder verleent doelgroeppeuters voorrang bij de plaatsing van peuters op beschikbaar gekomen peuterplaatsen;
- b.
een peutergroep bestaat per dag voor maximaal 50% uit doelgroeppeuters;
- c.
houder biedt op alle groepen met gesubsidieerde peuters VE aan, ongeacht of er doelgroeppeuters aanwezig zijn;
- d.
houder geeft peuters die woonachtig zijn in de gemeente Stichtse Vecht voorrang bij plaatsing van peuters op beschikbaar gekomen peuterplaatsen;
- e.
voor het bepalen van de hoogte van de ouderbijdrage worden, voor het bepalen van de hoogte van het gezinsinkomen, de meest recente Inkomensverklaringen gebruikt van beide ouders, bij een éénoudergezin van de ouder. Bij sterke afwijking van het inkomen of wanneer ouders geen Inkomensverklaringen kunnen overleggen, kan gebruik worden gemaakt van aanvullende documenten zoals een salarisstrook, uitkeringsspecificatie, werkgeversverklaring, verklaring van schuldsanering, etc. Uit de documenten dient te blijken dat het inkomen structureel is, en in ieder geval geldt voor de maand voorafgaand aan plaatsing;
- f.
houder voldoet aan de eisen en houdt zich aan de afspraken die zijn vastgelegd in het Kwaliteitskader VE Stichtse Vecht;
- g.
houder werkt actief mee aan de implementatie en evaluatie van het lokale VVE-beleid;
- h.
houder zorgt dat de kwaliteit van de voorschoolse educatie wordt versterkt door het inzetten van een wettelijk vereiste pedagogisch beleidsmedewerker VE voor netto 10 uur per doelgroeppeuter per jaar. Deze inzet wordt gerealiseerd in werkelijk ingezette uren en niet in contracturen. Dit betekent dat rekening wordt gehouden met afwezigheid door vakantie-, verlof- en feestdagen (peildatum 1 januari).
- i.
houder verschaft op verzoek informatie aan de gemeente, de Inspectie van het Onderwijs, het Ministerie van Onderwijs of aan andere door de gemeente aangewezen instanties;
- j.
houder levert op kwartaalbasis informatie aan de gemeente met betrekking tot het aantal geplaatste peuters per maand (uitgesplitst naar doelgroep, niet-doelgroep en ouders met en zonder kinderopvangtoeslag) en de gefactureerde ouderbijdragen voor ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag;
- k.
houder beschikt over onderliggende gegevens en kan deze indien gewenst, binnen een redelijke termijn beschikbaar stellen aan de gemeente. Het gaat daarbij onder meer om:
- i.
een door de ouders ondertekend contract met daarin de namen, adres(sen) en BSN van ouders;
- ii.
naam, geboortedatum en BSN van de peuters waarop de aanvraag betrekking heeft;
- iii.
een ‘Verklaring geen recht op Kinderopvangtoeslag’ en een Inkomensverklaring van de niet-werkende ouder, voor ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag;
- iv.
inkomensgegevens van ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag middels recente Inkomensverklaringen of een kopie van de definitieve aanslag van de inkomstenbelasting van het voorgaande jaar;
- v.
indien het gaat om een doelgroeppeuter op een VE-peuterplaats: een bewijs van indicatiestelling voor VVE van het consultatiebureau Jeugd Gezondheidszorg.
- i.
- l.
houder maakt actief gebruik van het overdrachtsformulier van de gemeente en dit formulier wordt (met toestemming van de ouders bij de intake) digitaal door de organisatie verzonden aan de school. Bij doelgroeppeuters biedt de organisatie een warme overdracht naar het primair onderwijs.
Artikel 6 Weigeringsgronden
De subsidieaanvraag kan worden geweigerd indien:
- a.
voor een van de locaties van de houder binnen de gemeente een bestuursrechtelijke handhavingsprocedure voor het kinderopvangaanbod van kracht is;
- b.
het uurtarief voor ouders die een beroep doen op de kinderopvangtoeslag lager is dan het uurtarief dat houder hanteert voor de subsidieaanvraag voor ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag voor dezelfde (VE-)peuterplaats.
Artikel 7 Vaststelling van de subsidie
-
1. Houder overlegt de verantwoording van de subsidie voor 1 april volgend op het jaar waarvoor de subsidie geldt. Voor de eindverantwoording wordt gebruik gemaakt van een door de gemeente vastgesteld format. Voor deze verantwoording registreert houder de volgende gegevens per maand:
- a.
het aantal geplaatste niet-doelgroeppeuters, uitgesplitst naar ouders met- en zonder recht op kinderopvangtoeslag en naar het aantal uren dat de peuters per week gebruik maken van de peuteropvang;
- b.
het aantal geplaatste doelgroeppeuters, uitgesplitst naar ouders met- en zonder recht op kinderopvangtoeslag en naar het aantal uren dat de peuters per week gebruik maken van de peuteropvang;
- c.
de gefactureerde ouderbijdragen per (doelgroep)peuter.
- a.
-
2. Het toegekende subsidiebedrag kan op basis van de kwartaalrapportages in overleg met houder gedurende het jaar worden bijgesteld.
-
3. De vaststelling van de subsidie vindt plaats op basis van het werkelijk aantal kinderen dat gedurende een jaar of een gedeelte van het jaar gebruik heeft gemaakt van de peuterplaatsen en VE-peuterplaatsen naar rato van de plaatsingsperiode (een peuter die gedurende een halve maand is geplaatst wordt als halve peuter gerekend), het geldende uurtarief en het aantal uren dat per peuter gebruik is gemaakt. De gefactureerde ouderbijdragen worden hierop in mindering gebracht.
-
4. Indien een houder zich gedurende het subsidiejaar uitschrijft als VE-aanbieder in het LRK, ontvangt de houder het minimum VE-jaarbedrag, indien van toepassing, naar rato van het aantal maanden waarin houder geregistreerd stond als VE-aanbieder.
Artikel 8 VE in de dagopvang
-
1. Een houder kan subsidie aanvragen voor het aanbieden van VE in de dagopvang. Indien dit een wijziging van het bestaande VE-aanbod betreft, treedt de houder in overleg met de gemeente voordat dit aanbod wordt gerealiseerd.
-
2. Het VE-aanbod dient minimaal verspreid te zijn over 3 dagen. Indien het aanbod over 3 dagen is verspreid, telt 5,5 uur per dag mee als gesubsidieerde VE-uren. In totaal bestaat het gesubsidieerde VE-aanbod uit maximaal 16,5 uur per week.
-
3. Voor de uren boven het gesubsidieerde VE-aanbod vragen ouders die in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag deze aan. Voor ouders die geen aanspraak kunnen maken op kinderopvangtoeslag, wordt de ouderbijdrage voor de uren boven het gesubsidieerde VE-aanbod vastgesteld in overleg met de gemeente.
-
4. Het aanbod moet voldoen aan de wettelijke VE-eisen en de lokale eisen die zijn opgenomen in het Kwaliteitskader VE Stichtse Vecht.
Artikel 9 Inwerkingtreding en citeertitel
-
1. Deze regeling treedt, na bekendmaking, in werking op 1 januari 2026.
-
2. Deze regeling wordt aangehaald als: Nadere regels subsidievoorwaarden Peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Stichtse Vecht.
Ondertekening
Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders d.d. 4 november 2025,
Burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht,
de secretaris,
de burgemeester,
Bijlage 1 Doelgroepdefinitie VVE
Gemeenten zijn vrij om hun eigen doelgroep te bepalen. Stichtse Vecht kent een brede doelgroepdefinitie waar reeds gekeken wordt naar de indicatoren zoals hieronder genoemd en waar ook risicofactoren zoals het ontbreken van een sociaal netwerk en gezins- en gedragsaspecten meegewogen worden.
De GGD (consultatiebureau) kan een indicatie al vroeg inschatten omdat zij de kinderen volgt vanaf de eerste levensweken. Soms blijkt echter pas op de peuteropvang dat een kind tot de doelgroep behoort. In dat geval vraagt de peuteropvangvoorziening aan de GGD om het kind alsnog te indiceren.
In Stichtse Vecht wordt aangegeven dat een VVE-indicatie afgegeven wordt op basis van (een van) de volgende criteria:
|
Doelgoep
|
Toelichting op de keuze voor deze criteria:
- 1.
Laagopgeleide ouders: de basisscholen hebben een wettelijke verplichting naar kinderen met laagopgeleide ouders. Wij sluiten met onze doelgroep definitie hierop aan. Dit maakt het makkelijker om een doorgaande leerlijn te realiseren. Bovendien is dit een categorie die ook eventueel in een latere fase achterstanden kan oplopen doordat ouders vaak meer moeite hebben met de ondersteuning van hun kind in het leerproces.
De definitie is als volgt:
Kinderen van wie beide ouders/verzorgers een schoolopleiding hebben gevolgd op maximaal het niveau praktijkonderwijs of voorbereidend beroepsonderwijs voor zover het betreft de basisberoepsgerichte leerweg of de kaderberoepsgerichte leerweg. Als het gaat om een éénoudergezin geldt deze opleidingseis ten aanzien van de desbetreffende ouder/verzorger.
- 2.
Thuistaal niet Nederlands: als er thuis geen Nederlands wordt gesproken en een kind gaat niet van jongs af aan naar een kinderdagverblijf, dan is de kans groot dat het kind hier tegenaan gaat lopen. Als een kind van jongs af aan (vóór de leeftijd van twee jaar) naar een kinderdagverblijf gaat, dan leert de praktijk dat zich normaal ontwikkelende kinderen voldoende taalaanbod krijgen om het Nederlands in voldoende mate op te pikken. Indien op het consultatiebureau toch zorgen zijn dat er een risico op taalachterstand is, kan er alsnog een VVE-indicatie afgegeven worden. Hier wordt wel terughoudend mee omgegaan.
- 3.
(Risico op) aantoonbare taal- of ontwikkelingsachterstand: dit kan geïndiceerd worden door het consultatiebureau. Dat beschikt over de instrumenten daarvoor. In de praktijk blijkt dit goed toepasbaar.
Voorbeelden van factoren die bij het bepalen van een (verhoogd) risico in overweging worden genomen zijn:
- ○
Langdurige werkloosheid ouder(s)
- ○
Ouder(s) chronisch ziek
- ○
Ouder(s) verslaafd aan alcohol of drugs
- ○
Ouder(s)met psych(iatr)ische problemen
- ○
Ouder(s) als kind mishandeld
- ○
Ouder(s) zonder sociaal netwerk
- ○
Er is sprake van verwaarlozing
- ○
Er is sprake van kindermishandeling / seksueel misbruik
- ○
Er is sprake van huiselijk geweld
- ○
Het betreft een uit het buitenland geadopteerd kind
- ○
- 4.
Schuldsanering of U-pas: als er thuis sprake is van schulden waardoor ouders in de schuldsanering zitten of als het inkomen dusdanig laag is dat gebruik wordt gemaakt van een U-pas, dan is de thuissituatie vaak geen fijne basis voor de ontwikkeling van een kind. Het risico op een ontwikkelachterstand is dan aanwezig.
Bijlage 2 Kwaliteitskader Voorschoolse Educatie Stichtse Vecht
Het Kwaliteitskader VE is een bundeling van gemaakte afspraken, ontwikkelde praktijk en beleid op het gebied van Voorschoolse Educatie (VE). De meeste kwaliteitseisen uit dit kader komen overeen met de indicatoren uit het Onderzoekskader voor het toezicht op de Voorschoolse Educatie van de Onderwijsinspectie of zijn een lokale uitwerking daarvan.
Dit Kwaliteitskader VE maakt duidelijk welke eisen we als gemeente stellen aan de kwaliteit van gesubsidieerde VE. Het bepaalt waar VE-locaties minimaal aan moeten voldoen om te kunnen spreken van een kwalitatief aanbod.
Kernelementen kwaliteitskader
In dit kwaliteitskader komen de volgende onderdelen aan de orde:
- 1.
VVE-context
- 2.
Toeleiding naar Voorschoolse Educatie
- 3.
Aanbod Voorschoolse Educatie
- 4.
Doorgaande lijn, samenwerking en overdracht
- 5.
Ontwikkelingsgericht werken
- 6.
Ouderbetrokkenheid
- 7.
Pedagogisch Beleidsmedewerker
1.VVE-context
Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) is gericht op het voorkomen en bestrijden van (taal)achterstanden bij jonge kinderen. VVE richt zich niet alleen op taalontwikkeling, maar ook op de sociaal-emotionele, cognitieve en motorische ontwikkeling van kinderen. De doelstelling van VVE is om de ontwikkeling van jonge kinderen met een (dreigende) achterstand zodanig te stimuleren dat zij zonder of met een zo klein mogelijke achterstand aan groep 3 beginnen, waardoor hun kansen op een goede schoolloopbaan en maatschappelijke carrière worden vergroot.
De gemeente is verantwoordelijk voor een aanbod van voorschoolse educatie voor 2,5- tot 4-jarigen die een (dreigende) taal- en/of ontwikkelingsachterstand hebben. Dit wordt de voorschoolse periode genoemd. De 4- tot 6-jarigen gaan naar de groepen 1 en 2 van de bassischool. De schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor het VVE-aanbod in deze fase. Dit wordt de vroegschoolse periode genoemd. Gezamenlijk is er de verantwoordelijkheid voor de doorgaande lijn van voor- naar vroegschool en de resultaatafspraken VVE.
Gemeenten hebben beleidsvrijheid om zelf de criteria te bepalen voor de VVE-doelgroep. Gemeente Stichtse Vecht heeft voor een brede doelgroepdefinitie gekozen. Deze is opgenomen in het Convenant Resultaatafspraken VVE. De keuze voor een brede doelgroepdefinitie maakt het mogelijk om peuters met verschillende (potentiële) achterstanden te bereiken. Daarnaast kunnen er verschillende oorzaken zijn voor het ontstaan van een achterstand.
Doelgroep VVE:
- 1.
Kinderen met laagopgeleide ouders
-
en / of
-
- 2.
Kinderen van wie de thuistaal niet Nederlands is (land van herkomst niet Nederland)
-
en / of
-
- 3.
Kinderen met (een risico op) een aantoonbare taal- of ontwikkelingsachterstand
-
en / of
-
- 4.
Kinderen uit een gezin dat gebruikmaakt van schuldsanering of een U-Pas
2.Toeleiding naar Voorschoolse Educatie
Het consultatiebureau beoordeelt of een peuter een VVE-indicatie krijgt. Zij leiden alle doelgroepkinderen vanaf 2-jarige leeftijd actief toe naar een gecertificeerde VE-locatie, zodat de peuters op 2,5 jarige leeftijd starten met minimaal 16 VE-uren per week. Tijdige aanmelding is hiervoor van belang. Bij de plaatsing op vrijgekomen peuterplekken krijgen doelgroeppeuters voorrang op reguliere peuters.
De VE-locatie kan, bij twijfel als een kind geen VVE-indicatie heeft, een second opinion vragen bij het consultatiebureau als zij vermoeden dat een kind toch een VVE-indicatie had moeten krijgen.
3.Aanbod Voorschoolse Educatie
Als gemeente hebben wij een wettelijke taak om voldoende VE-aanbod te organiseren. In Stichtse Vecht zorgen wij dat het aanbod is verspreid over verschillende kernen in onze gemeente. Vanzelfsprekend werken wij alleen met VE-locaties die als zodanig in het Landelijk Register Kinderopvang zijn geregistreerd en VE-gekwalificeerde beroepskrachten inzetten.
Basiseisen VE-aanbod
De basis voor een kwalitatieve uitvoering van VE ligt besloten in het landelijke Besluit basisvoorwaarden voorschoolse educatie. VE-groepen in onze gemeente moeten aan de voorwaarden van dit besluit voldoen. Hierop wordt toezicht gehouden en indien nodig gehandhaafd.
Kwaliteitseisen VE-aanbod
Gesubsidieerde Voorschoolse educatie wordt tenminste 16 uur per week aangeboden. Het aanbod is verspreid over minimaal 3 dagen en wordt 40 weken per jaar aangeboden. Dit is vastgesteld in de Nadere regels subsidievoorwaarden Peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Stichtse Vecht.
De wettelijke kwaliteitseisen zijn van kracht. Aanvullend stellen wij de volgende eisen aan de Voorschoolse Educatie in Stichtse Vecht:
- •
De VE-locaties onderhouden goede contacten met de basisscholen en de jeugdverpleegkundigen, onder andere met het oog op de overdracht en doorgaande lijn.
- •
Elke VE-aanbieder woont het Onderwijskansenoverleg* bij in het voor- en najaar.
- •
Elke VE-aanbieder woont het LEA-overleg* (Lokale Educatieve Agenda) bij in het voor- en najaar.
- •
Elke VE-aanbieder levert een actieve bijdrage aan netwerkbijeenkomsten voor de VVE-partners.
- •
Elke VE-aanbieder heeft halverwege het jaar een overleg met de gemeente. Hierin komen in ieder geval de volgende onderwerpen aan bod: de subsidie(s), eventuele wachtlijsten/-tijden op de VE-locaties, het behalen van de resultaatafspraken VVE en acties naar aanleiding van de VVE-monitor.
- •
Elke VE-locatie levert data aan ten behoeve van de VVE-monitor. Indien CLASS-observaties worden uitgevoerd als onderdeel van de VVE-monitor, dan werken de VE-locaties die hiervoor worden benaderd hieraan mee.
- •
Bij zorgen over (doelgroep)peuters wordt tijdig externe adequate hulp ingeroepen. Tevens wordt ervoor zorggedragen dat de basisschool, wanneer in beeld, tijdig over de benodigde informatie over deze kinderen beschikt.
- •
Er vindt voor doelgroeppeuters altijd een warme overdracht naar de basisschool plaats.
- •
VE-aanbieders verlenen medewerking aan gezamenlijke initiatieven om de VVE in Stichtse Vecht en aanverwante onderwerpen te versterken en hier afspraken over te maken.
- •
VE-aanbieders dienen op de hoogte te zijn van de taalinitiatieven die ingezet kunnen worden bij het jonge kind.
- •
Er is zoveel mogelijk sprake van gemengde VE-groepen (samengesteld uit doelgroeppeuters en reguliere peuters).
- •
VE-locaties stellen een gericht ouderbeleid op en brengen dit tot uitvoering. Ouders van doelgroeppeuters worden gestimuleerd te participeren in VVE-activiteiten op de voorschool en thuis. Bij de intake van doelgroeppeuters worden ouders geïnformeerd over wat het VVE-programma inhoudt en wat er van hen verwacht wordt, onder andere met betrekking tot de overdracht naar de basisschool.
*In het Onderwijskansenoverleg bespreken de voorscholen, bibliotheek, GGDrU en gemeente: samenwerking, toeleiding, Taalvisite, BoekStart en overige actualiteiten.
** Het LEA-overleg is het bestuurlijk overleg tussen de gemeente, de schoolbesturen (primair en voortgezet onderwijs), de kinderopvang met VE en de samenwerkingsverbanden.
4. Doorgaande lijn, samenwerking en overdracht
Een doorgaande lijn is van belang voor een goede start op de basisschool. Om een doorgaande lijn te realiseren, werkt elke voorschoolse locatie samen met de jeugdverpleegkundigen van de GGDrU en met één of meer basisscholen. De afspraken over toeleiding en de overgang van de voorschool naar de basisschool zijn vastgelegd in een overdrachtsprotocol met bijbehorend stroomschema overdracht.
Wij verwachten dat er afstemming over de doorgaande lijn plaatsvindt tussen voorscholen en basisscholen. In de samenwerking is er niet altijd een één-op-één relatie tussen voorschool en basisschool. Voorschoolse voorzieningen werken vaak met meerdere scholen samen. Hoewel het uitdagend kan zijn om met verschillende basisscholen afspraken te maken over de doorgaande lijn, verwachten wij een inspanning van alle voor- en basisscholen die met elkaar te maken hebben om een doorgaande (leer)lijn te creëren.
Warme overdracht
Voor doelgroepkinderen vindt altijd een warme overdracht plaats. We werken met een lijst van VVE-contactpersonen. Hierop zijn de contactpersonen van de GGDrU, de VE-locaties en de basisscholen opgenomen, zodat iedereen elkaar goed kan bereiken.
Indien een kind geen voorschool bezoekt, doet de jeugdverpleegkundige de warme overdracht naar school. Het overdrachtsformulier is beschikbaar via de website van de gemeente.
Er is toestemming van de ouders nodig voor het overdragen van de gegevens van hun kind. Ouders worden bij inschrijving op een VE-locatie op de hoogte gebracht van de overdracht naar het basisonderwijs.
5.Ontwikkelingsgericht werken
Alle VE-locaties in Stichtse Vecht werken met een VVE-programma. Dit is een erkend voorschools programma, waarin op een gestructureerde en samenhangende wijze de ontwikkeling van kinderen wordt gestimuleerd op het gebied van taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling.
Op de groepen wordt ontwikkelingsgericht gewerkt. Daarbij is veel aandacht voor de versterking van de educatieve vaardigheden van de pedagogisch professionals en bevordering van de sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen. De pedagogisch professionals zijn zich bewust van wat zowel de groep als de individuele kinderen nodig hebben. Voor ieder kind worden ontwikkeldoelen vastgelegd. Doelen worden planmatig uitgewerkt in een dagelijks aanbod, rekening houdend met de ontwikkeldoelen van de verschillende kinderen. Hier vinden tussentijds observaties op plaats. Zo nodig vindt bijstelling op de doelen en/of het aanbod plaats. De pedagogisch beleidsmedewerker heeft hierin een coachende rol. De ontwikkeling van kinderen wordt gevolgd via een kindvolgsysteem.
6.Ouderbetrokkenheid
Ouders zijn een onmisbare partner in de VVE. VE-locaties werken samen met ouders aan een zo goed mogelijke start van doelgroepkinderen in het basisonderwijs. Educatief partnerschap vormt de basis voor deze samenwerking. Dit wil zeggen dat de professionals van de kinderopvang en ouders elkaar wederzijds ondersteunen en hun bijdrage zoveel mogelijk op elkaar afstemmen. Ieder draagt bij aan de ontwikkeling van het kind vanuit diens eigen verantwoordelijkheid. Het gemeenschappelijke doel is om condities te creëren waaronder kinderen zich optimaal kunnen ontwikkelen en leren.
Een stimulerende thuissituatie heeft een groot positief effect op de ontwikkeling van een kind. Van de VE-locaties verwachten we dat zij ouders stimuleren om thuis activiteiten met hun kind te ondernemen die bijdragen aan hun ontwikkeling. Ook verwachten we dat zij ouders betrekken bij activiteiten op de voorschool.
Op de VE-locaties zitten kinderen met uiteenlopende achtergronden. Het is belangrijk om in te zetten op deskundigheidsbevordering gericht op cultuursensitief werken. Een pedagogisch professional die cultuursensitief is, begrijpt en waardeert dat mensen in verschillende culturen leven en maakt dat zichtbaar in diens houding. Dit draagt bij aan positief contact met ouders en kinderen.
Gesprekken met ouders verlopen niet altijd soepel. Het helpt als de pedagogisch professionals hierop voorbereid zijn en handvaten krijgen hoe deze gesprekken gevoerd kunnen worden.
Elke organisatie heeft een visie op ouderbetrokkenheid. Dit wordt per locatie afgestemd op de omgeving. Hierbij is aandacht voor de manier waarop informatie aan ouders wordt verstrekt en gezorgd wordt dat de boodschap overkomt.
7.Pedagogisch Beleidsmedewerker
Om de kwaliteit van de voorschoolse educatie te verbeteren, wordt een pedagogisch beleidsmedewerker VE ingezet voor 10 uur netto per jaar per doelgroeppeuter. In het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie is het takenpakket van de pedagogisch beleidsmedewerker voorschoolse educatie als volgt omschreven:
- 1.
De totstandkoming en implementatie van beleidsvoornemens met betrekking tot voorschoolse educatie;
- 2.
Coaching van beroepskrachten voorschoolse educatie.
De pedagogisch beleidsmedewerkers in Stichtse Vecht leveren naast de wettelijke taken ook een bijdrage aan de activiteiten uit dit kwaliteitskader.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl