Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR747058
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR747058/1
Regeling vervalt per 10-02-2026
Openstellingsbesluit 2025 Paragraaf 6: Samenwerking integrale gebiedsontwikkeling uitvoering Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Limburg
Geldend van 18-11-2025 t/m 09-02-2026
Intitulé
Openstellingsbesluit 2025 Paragraaf 6: Samenwerking integrale gebiedsontwikkeling uitvoering Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie LimburgGedeputeerde Staten van Limburg maken ter voldoening aan het bepaalde in de Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Limburg (laatst gewijzigd Pb.2025, nr. 11088) bekend dat zij in hun vergadering van 11 november het volgende besluit hebben genomen:
Openstellingsbesluit 2025 Paragraaf 6: Samenwerking integrale gebiedsontwikkeling uitvoering Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Limburg
Gelet op artikel 1.2 van de Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Limburg (laatst gewijzigd Pb. 2025, nr. 11088), hierna te noemen "Verordening", besluiten Gedeputeerden Staten van Limburg “Paragraaf 6: Samenwerking integrale gebiedsontwikkeling uitvoering” van hoofdstuk 2 (hierna te noemen "paragraaf 6" van deze Verordening) voor de (her)inrichting, of transformatie van het landelijk gebied op landbouwgrond onder volgende nadere regels open te stellen.
- I.
Het subsidieplafond voor aanvragen die betrekking hebben op de focusgebieden uit het Limburgs Offensief Stikstof, bedraagt € 3.924.200,00. Dit bedrag bestaat voor € 1.687.406,00 uit Europese middelen (= 43%) en uit € 2.236.794,00 aan provinciale middelen (= 57%). Het subsidieplafond voor aanvragen die betrekking hebben op overige gebieden in Limburg bedraagt € 2.345.394,68. Dit bedrag bestaat uit middelen vanuit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO).
- II.
Aanvragen voor subsidie kunnen uitsluitend digitaal worden ingediend vanaf 18 november 2025 09:00u tot en met 9 februari 2026 17:00u.
-
Een subsidieaanvraag dient te worden ingediend bij Stimulus Programmamanagement via het daartoe bestemde webportal. De subsidieaanvraag wordt afgewezen indien deze buiten de openstellingsperiode wordt ingediend.
- III.
In de bijlage zijn de nadere regels opgenomen die voor dit openstellingsbesluit gelden.
- IV.
Dit openstellingsbesluit wordt in onderstaande nadere regels aangehaald als "Openstellingsbesluit 2025 Paragraaf 6 Samenwerking integrale gebiedsontwikkeling uitvoering Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Limburg".
- V.
Dit openstellingsbesluit treedt in werking op 18 november 2025 tot einde GLB-NSP periode.
Bijlage: Openstellingsbesluit 2025 Paragraaf 6: Samenwerking integrale gebiedsontwikkeling uitvoering Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Limburg
Artikel 1 Begripsomschrijving
In aanvulling op artikel 1.1 van de Verordening wordt in deze nadere regels verstaand onder:
-
1. Beleidskader Perspectief voor het landelijk gebied: een van de acht inhoudelijke thema’s en beleidskaders uit het coalitieakkoord 2023-2027 van de provincie Limburg.
-
2. Focusgebieden: prioritaire gebieden binnen het LOS, te weten: Peelvenen, Sarsven en de Banen, Maasduinen en Geuldal-Mergelland. Maatregelen dragen bij aan deze gebieden wanneer deze binnen een buffer van 1500m om deze gebieden worden uitgevoerd.
-
3. Inheemse soorten: soorten die van nature voorkomen in Nederland.
-
4. Invasieve soorten: soorten die niet van nature voorkomen in Nederland, maar zich wel goed kunnen ontwikkelen en daarmee inheemse soorten wegconcurreren.
-
5. Landelijk gebied: gebieden buiten de bebouwde kom en bebouwde gebieden van dorpen kleiner dan 30.000 inwoners.
-
6. LOS: Limburgs Offensief Stikstof. Vastgesteld door Gedeputeerde Staten van Limburg op 23 september 2025. Limburgs Offensief Stikstof - Provincie Limburg
-
7. Stimulus Programmamanagement: uitvoeringsorganisatie en onderdeel van de Provincie Noord-Brabant, gemandateerd door de Provincie Limburg om deze openstelling uit te voeren.
-
8. Terrein beherende organisaties: organisaties die aan de overheid gelieerd zijn of een particuliere stichting zijn die natuurterrein in bezit hebben en dat beheren met het doel om zo goed mogelijk de natuurdoelen in een gebied na te streven.
-
9. Verordening: Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Limburg, (Provinciaal blad van 6 september 2023, nr. 10391 en laatst gewijzigd Pb. 2025, nr. 11088).
Artikel 2 Subsidiabele activiteiten
-
1. Overeenkomstig artikel 2.6.1 eerste lid, onder b, van de Verordening wordt subsidie verstrekt voor het in samenwerking uitvoeren van een integraal gebiedsplan.
-
2. Voor de maatregel, bedoeld in artikel 2.6.2, onder a, van de Verordening wordt alleen subsidie verstrekt voor productieve investeringen in landbouwbedrijven genoemd in Bijlage A bij dit Openstellingsbesluit.
-
3. Voor de maatregel, bedoeld in artikel 2.6.2, onder b, van de Verordening wordt alleen subsidie verstrekt voor inrichtingsmaatregelen op landbouwbedrijven genoemd in Bijlage B bij dit Openstellingsbesluit.
-
4. Voor de maatregel, bedoeld in artikel 2.6.2, onder e, van de Verordening wordt alleen subsidie verstrekt voor ruilverkaveling voor de kosten die rechtstreeks samenhangen met de werkzaamheden van het Kadaster.
Artikel 3 Aanvrager
Subsidie kan worden verstrekt aan deelnemers van een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 2.6.3, tweede lid, van de Verordening.
Artikel 4 Samenwerkingsverband
-
1. Overeenkomstig artikel 2.6.4, eerste lid, van de Verordening, bestaat een samenwerkingsverband tenminste uit twee actoren waarvan tenminste één landbouwer.
-
2. Overeenkomstig artikel 2.6.4, tweede lid, van de Verordening, bestaat een samenwerkingsverband tevens uit tenminste één kennisaanbieder als bedoeld in artikel 2.10.2 van de Verordening als bijeenkomsten voor kennisoverdracht onderdeel uitmaken van het gebiedsplan.
Artikel 5 Aanvraagvereisten
-
1. Een aanvraag om subsidie bevat de aanvraagvereisten, bedoeld in de artikelen 1.6 en 2.6.5, tweede lid, van de Verordening.
-
2. In aanvulling op het eerste lid bevat een aanvraag een uitwerking van hoe de activiteiten aansluiten bij het Beleidskader ‘‘Perspectief voor het Landelijke gebied”, “Limburgs Offensief Stikstof” en bij beleid van gemeenten of waterschappen.
-
3. In aanvulling op het eerste lid bevat de aanvraag een toelichting waaruit blijkt voor welke investeringen uit het gebiedsplan:
- a.
een recent afgegeven natuurvergunning reeds in bezit is;
- b.
een natuurvergunning nodig is, maar nog niet in bezit is, waarbij wordt aangegeven of een aanvraag voor een vergunning al is ingediend of nog moet worden ingediend; of
- c.
een natuurvergunning niet nodig is blijkend uit een onderbouwing op basis van een AERIUS 0,0-berekening of een ecologische voortoets.
- a.
-
4. In aanvulling op artikel 1.6 van de Verordening bevat de aanvraag van een ooievaarspaal uit categorie C 1.1 van bijlage B, een bewijsstuk van een melding aan de betreffende gemeente.
-
5. In aanvulling op artikel 1.6 van de Verordening bevatten aanvragen in de categorieën A 2.1; B 1.2; B 2.2; B 2.3 en C 2.1. in bijlage B, een bewijsstuk van de aanvraag van een vergunning dan wel van de reeds verkregen vergunning wanneer blijkt dat geloosd wordt op bestaand oppervlaktewater of aanwezige rioleringen.
-
6. In aanvulling op artikel 1.6 van de Verordening bevat de aanvraag voor investeringen uit Bijlage B een perceelnummer van het perceel waar de investering uitgevoerd wordt.
Artikel 6 Weigeringsronden
Artikel 2.6.6, tweede en derde lid, van de Verordening zijn van toepassing.
Artikel 7 Niet subsidiabele kosten
-
1. In aanvulling op artikel 1.10 van de Verordening is artikel 2.6.8 van de Verordening van toepassing.
-
2. Kosten met betrekking tot het beheer van maatregelen zijn niet subsidiabel.
-
3. In aanvulling op artikel 2, vierde lid, zijn kosten die gemaakt worden voor werkzaamheden van derden, zoals advies- en begeleidingskosten van externe adviseurs, procesbegeleiders of andere private partijen niet subsidiabel.
Artikel 8 Berekening subsidiabele kosten
-
1. Voor subsidie komen de kosten, bedoeld in artikel 1.8 van de Verordening, in aanmerking;
-
2. De subsidiabele kosten worden berekend conform artikel 1.9a van de Verordening;
-
3. In afwijking van het tweede lid is artikel 1.9a, eerste lid, onder b, van de Verordening niet van toepassing.
Artikel 9 Hoogte subsidie en deelplafonds
-
1. Artikel 2.6.9, tweede, derde en vierde lid, van de Verordening, zijn van toepassing
-
2. In aanvulling op het eerste lid bedraagt de subsidie minimaal €125.000,00 en maximaal €2.500.000,00.
-
3. De openstelling kent de volgende twee deelplafonds:
- a.
een plafond ter hoogte van € 3.924.200,00, waarvoor aanvragen ingediend kunnen worden die betrekking hebben op de focusgebieden uit het LOS;
- b.
een plafond ter hoogte van € 2.345.394,68 voor aanvragen voor alle overige gebieden in Limburg.
- a.
Artikel 10 Selectiecriteria
-
1. Aanvragen die voor subsidie als bedoeld in artikel 2.6.1, eerste lid onder b van de Verordening in aanmerking komen, worden door een onafhankelijke adviescommissie als bedoeld in artikel 1.13 van de Verordening geselecteerd en gerangschikt op basis van de selectiecriteria en wegingsfactoren, zoals opgenomen in Bijlage C van dit openstellingsbesluit.
-
Categorie
Selectiecriterium
Wegings-factor
Te behalen punten
Maximum per criterium
a
Ambitie van het plan ten aanzien van de te realiseren gebiedsdoelen
3
0-5
15
b
Diversiteit van de partijen en aantal samenwerkende partijen
1
0-5
5
c
Draagvlak voor het gebiedsplan
3
0-5
15
d
Effectiviteit van de activiteit
3
0-5
15
e
Efficiëntie van uitvoering van de activiteit
1
0-5
5
f
Haalbaarheid van de activiteit
2
0-5
10
g
Mate van urgentie van de activiteit
2
0-5
10
Maximumaantal te behalen punten
75
-
2. Overeenkomstig artikel 1.12, vierde lid van de Verordening wordt een aanvraag geweigerd indien de aanvraag minder dan 45 punten (60% van het maximumaantal te behalen punten) heeft behaald.
Artikel 11 Verplichtingen
-
1. Artikel 2.6.11 van de Verordening is van toepassing.
-
2. In aanvulling op artikel 2.6.11 van de Verordening dienen activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, uiterlijk 30 juni 2028 afgerond te zijn.
-
3. Indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het tweede lid, en de subsidieontvanger verlenging van die termijn wenselijk acht, kan hij uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging tot uiterlijk 31 december 2028.
Artikel 12 Subsidie-arrangement
-
1. Arrangement 3 als bedoeld in artikel 1.7, eerste lid, onder c en in artikel 1.21 van de Verordening is van toepassing.
-
2. De subsidie wordt vastgesteld op basis van gerealiseerde kosten.
Artikel 13 Voorschot, deelbetaling en inhoudelijk verslag
-
1. Ambtshalve wordt een voorschot van 50% van de verleende subsidie verstrekt als bedoeld in artikel 1.17 van de Verordening.
-
2. Een voortgangsverslag of deelbetalingsverzoek bevat, in aanvulling op het bepaalde in de artikelen 1.16 en 1.18 van de Verordening een opgave van de gerealiseerde resultaten van het gebiedsplan.
-
3. Een inhoudelijk verslag bij vaststelling van de subsidie bevat, in aanvulling op het bepaalde in artikel 1.21 van de Verordening een opgave van de gerealiseerde resultaten van het gebiedsplan.
Artikel 14 Publicatie en inwerkingtreding
Dit besluit wordt geplaatst in het Provinciaal Blad en treedt in werking met ingang van 18 november 2025.
Artikel 15 Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit 2025 Paragraaf 6: Samenwerking integrale gebiedsontwikkeling uitvoering Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Limburg
Ondertekening
de voorzitter,
E.G.M. Roemer
secretaris,
D.F. Timmer
Bijlage A Investeringslijst 2025 productieve investeringen in landbouwbedrijven voor klimaat, bodem, water, lucht en biodiversiteit Verordening Europese landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Limburg
Water
|
Categorie |
Investering |
Wel/niet subsidiabel |
|
1 |
Regelbare drainage |
Subsidiabel: De aanschaf en aanleg van:
|
|
2 |
Stuwen |
Subsidiabel De aanschaf en aanleg van:
|
|
3 |
Ondergrondse waterberging |
Subsidiabel De aanschaf en aanleg van:
|
|
4 |
Materieel voor bewerking van percelen gericht op vermindering perceelafspoeling |
Subsidiabel Aanschaf van:
|
|
5 |
Waterbesparende precisieberegening en irrigatie |
Subsidiabel De aanschaf en aanleg van:
Niet subsidiabel
|
|
6 |
Waterbeheervoorzieningen ter verlaging van risico’s van verontreiniging door erfafspoeling bij een veehouderij of door afvalwater uit de veehouderij, akkerbouw, bloembollen-, boom-, fruit-, vollegronds- of bedekte teelt
|
Subsidiabel Aanschaf en aanleg van:
Niet subsidiabel
|
|
7 |
Bovengrondse wateropvang (inclusief hemelwateropvang) |
Subsidiabel Aanschaf en aanleg van:
|
|
8 |
EC meters en monitoringssensoren |
Subsidiabel: Aanschaf en aanleg van:
|
Biodiversiteit en biologische bestrijding
|
Categorie |
Investering |
Wel/niet subdiabel |
|
1 |
Autonome en semi-autonome niet-chemische bestrijding |
Subsidiabel Aanschaf van:
Niet subsidiabel
|
|
2a |
Strokenteelt en gewasdiversiteit |
Subsidiabel Aanschaf van:
|
|
2b |
Vaste rijpaden |
Subsidiabel Aanschaf van:
|
|
3 |
Agroforestry |
Omschrijving Teelt van houtige gewassen (bomen en struiken) gecombineerd met veeteelt, groenteteelt of akkerbouw op hetzelfde perceel landbouwgrond. De houtige gewassen zijn bedoeld voor de productie van fruit, noten of bessen. Subsidiabel Aanschaf en aanleg/aanplant van:
Niet subsidiabel
|
|
4 |
Vermindering bodemverdichting door brede banden en rupsbanden |
Subsidiabel Aanschaf van:
|
|
5 |
Onkruid-, plaag- en ziektebestrijding |
Subsidiabel Aanschaf van:
|
|
6a |
Verwerken bedrijfsgewassen tot krachtvoer |
Subsidiabel Aanschaf van:
Niet subsidiabel
Opmerking
|
|
6b |
Verwerken bedrijfsgewassen tot meststoffen |
Subsidiabel Aanschaf van:
|
|
7 |
Verwerken en toepassen van organisch restmateriaal |
Omschrijving Investeringen die specifiek bedoeld zijn voor de verwerking van organisch restmateriaal met als doel het verhogen van bodemkwaliteit, zoals materieel voor het maaien en ophalen van slootkanten, het verwerken en toepassen van gewasresten, maaisel van slootkanten, bermen of natuurterreinen, slootbagger of compost hiervan. Subsidiabel Aanschaf van:
Niet subsidiabel
|
Energie en klimaat
|
Categorie |
Investering |
Wel/niet subsidiabel |
|
1 |
Machines of werktuigen met elektrische of waterstof aandrijving gericht op het uitoefenen van landbouwgerichte activiteiten |
Subsidiabel Aanschaf en/of aanleg van:
Niet subsidiabel
|
|
2 |
Aanpassing klimaatverandering |
Subsidiabel Aanschaf en aanleg van:
|
|
3 |
Duurzame energie en warmtewinning |
Subsidiabel Aanschaf en aanleg van:
Niet-subsidiabel
|
|
4 |
Vergistingsinstallaties voor plantaardig materiaal |
Subsidiabel Aanschaf en aanleg van:
Niet subsidiabel
|
Veehouderij
|
Categorie |
Investering |
Wel/niet subsidiabel |
|
1 |
Comfortabele ligplaatsen voor veehouderij |
Subsidiabel Aanschaf en aanleg van:
Niet subsidiabel
|
|
2 |
Digitale voorzieningen voor weidegang |
Subsidiabel Aanschaf en aanleg van:
|
|
3a |
Monomestvergisters |
Subsidiabel Aanschaf en aanleg van:
Niet subsidiabel
Opmerkingen
|
|
3b |
Mestverwerkingssystemen |
Subsidiabel Aanschaf en aanleg van:
Niet subsidiabel
Opmerkingen
|
|
4 |
Mestscheidingsinstallaties |
Subsidiabel Aanschaf en aanleg van:
|
|
5a |
Voorzieningen voor weidegang voor graasdieren |
Subsidiabel Aanschaf en aanleg van:
Niet subsidiabel
|
|
5b |
Wolfwerende voorzieningen |
Subsidiabel Aanschaf en aanleg van:
|
|
6 |
Stalklimaat |
Subsidiabel Aanschaf en aanlegvan:
Niet subsidiabel:
|
|
7 |
Brongerichte maatregelen en emissiearme stalsystemen varkenshouderij |
Subsidiabel Aanschaf en aanleg van:
Niet subsidiabel:
Opmerking Alleen subsidiabel zijn systemen die aan de maximale emissiewaarden voldoen per 1/1/2020 en voor IPCC bedrijven:
|
|
8 |
Gedeeltelijk dichte vloer in hokken voor biggenopfok |
Subsidiabel Aanschaf en aanleg van:
|
|
9 |
Technieken die uitkomst van eieren in vleeskuikenstallen mogelijk maken |
Subsidiabel Aanschaf en aanleg van:
Niet subsidiabel
|
|
10 |
Vrijloopkraamhokken zeugen |
Subsidiabel Aanschaf en aanleg van:
|
|
11 |
Emissiearme systemen voor stallen melkveehouderij |
Subsidiabel Aanschaf en aanleg van: Vloerdelen en bijbehorende technieken van emissiearme stalsystemen (Or-code HA 1.38)
Niet subsidiabel
|
|
12 |
Gekartelde schoftboom en roterende borstel |
Subsidiabel Aanschaf en aanleg van:
Niet subsidiabel
|
|
13 |
Mechanische vliegenval voor rundvee |
Subsidiabel
Niet subsidiabel
|
|
14 |
Monitoringssystemen diergezondheid |
Subsidiabel
|
|
15 |
Uitloopvoorzieningen voor varkens en pluimvee |
Subsidiabel Aanschaf en aanleg van:
|
Precisielandbouw
|
Categorie |
Investering |
Wel/niet subsidiabel |
|
2 |
Precisiebemesting |
Subsidiabel Aanschaf en aanleg van:
Niet subsidiabel
|
|
3a |
Precisiegewasbescherming met reducerende technieken |
Subsidiabel Aanschaf van:
Niet subsidiabel
Opmerkingen
|
|
3b |
Plaatsspecifieke precisiegewasbescherming |
Subsidiabel Aanschaf van:
|
|
4 |
Precisiezaai |
Aanschaf van: Machine bestemd voor precisiezaai |
Bijlage B Investeringslijst 2025 Niet-productieve investeringen op landbouwbedrijven Verordening Europese landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Limburg
In onderstaande investeringslijst worden de investeringen onderverdeeld in verschillende categorieën:
- •
A1: Investeringen voor het verbeteren van de waterkwantiteit en -kwaliteit die voornamelijk effect hebben in hellend gebied om erosieproblematieken te verminderen en de afstroming van water te verbeteren. Deze investeringen vinden niet plaats in het watersysteem.
- •
A2: Investeringen voor het verbeteren van de waterkwantiteit en -kwaliteit die voornamelijk effect hebben in hellend gebied om erosieproblematieken te verminderen en de waterkwantiteit te verbeteren. Deze investeringen vinden plaats in het watersysteem.
- •
B1: Investeringen voor het verbeteren van de waterkwantiteit en -kwaliteit die in heel Limburg effect hebben en niet direct in het watersysteem uitgevoerd worden.
- •
B2: Investeringen voor het verbeteren van de waterkwantiteit en -kwaliteit die in heel Limburg effect hebben en direct in het watersysteem uitgevoerd worden.
- •
C1: Investeringen die de biodiversiteit verbeteren in het landelijk gebied en die niet in het watersysteem uitgevoerd worden.
- •
C2: Investeringen die de biodiversiteit verbeteren in het landelijke gebied en die in het watersysteem uitgevoerd worden.
|
Categorie |
Investering |
Inhoud |
|
A1.1 |
Houthakseldam |
Een houthakseldam bestaat uit houten palen en sterke gaasdraad, gevuld met verhakseld (wortel)hout. De bovenkant van de dam dient minimaal 50cm boven maaiveld uit te komen. De dammen dienen dwars op de afstroomrichting van het water geplaatst te worden. In de aanvraag moet minimaal een ingetekende locatie van de dam op het perceel meegeleverd worden. |
|
A1.2 |
Wilgentenendam |
Dam bestaande uit bundels wilgentenen, tussen een dubbele rij houten palen en samengedrukt met ijzerdraad of ander materiaal. De bovenkant van de dam dient minimaal 50cm boven maaiveld uit te komen. De dammen dienen dwars op de afstroomrichting van het water geplaatst te worden. In de aanvraag moet minimaal een ingetekende locatie van de dam op het perceel meegeleverd worden. |
|
A1.3 |
Houtdam/palen rij |
Een houtdam bestaat uit houten palen die direct tegen elkaar gezet worden of uit stevige onbehandelde planken die bevestigd worden. De bovenkant van de dam dient minimaal 50cm boven maaiveld uit te komen. De dammen dienen dwars op de afstroomrichting van het water geplaatst te worden. In de aanvraag moet minimaal een ingetekende locatie van de dam op het perceel meegeleverd worden. |
|
A1.4 |
Graften |
Aanleg van een graft. Een graft is een knik of mini-terras op een helling, begroeid met struweel of bomen. In de aanvraag moet duidelijk zijn dat de graft dwars op de afstroomrichting geplaatst wordt. In de aanvraag moet minimaal een ingetekende locatie van de graft op het perceel meegeleverd worden. Voor de plantensoorten die gebruikt worden voor de graft worden soorten uit de volgende lijst uitgesloten: |
|
A2.1 |
Buffergracht |
Aanleg van een buffergracht. Een buffergracht is een gracht waarin op regelmatige afstanden stuwconstructies worden geplaatst zodat er een cascade ontstaat. Deze constructies zijn bij voorkeur voorzien van een overloop en een uitlaat/knijpconstructie. |
|
B1.1 |
Water infiltrerende erfverharding |
Vervanging van verharding door open verharding: grastegels, grasbetontegels, kunststofgrastegels, grind of houtsnippers. Verder worden tegels met een duidelijk aan te geven waterinfiltratie karakter meegenomen in deze categorie. Hieronder vallen o.a. waterpasseerbare tegels. Onder erfverharding wordt verstaan het grondgebied direct rondom een landbouwbedrijf. Onverhard terrein omvormen naar open verharding is niet subsidiabel. Bij de aanvraag moet een foto meegestuurd worden van het te vervangen verharde oppervlak. |
|
B1.2 |
Bovenwettelijke wateropvang verhard terrein |
Aanleg van voorzieningen voor het opvangen van afstromend regenwater vanaf gebouwen, daken en erfverharding, mits dit niet door de gemeente reeds verplicht is. Bijdrage geldt alleen voor het aandeel dat meer dan verplicht is. Bij de aanvraag dient aangeleverd te worden welke voorwaarden door de gemeente opgenomen zijn voor het opvangen van water dat afstroomt van het verharde terrein ((hemel)waterverordening of documenten met gelijke waarde). |
|
B2.1 |
Bovengrondse waterberging (boerenbuffer) |
Werkzaamheden voor aanleg van bovengrondse waterberging inclusief installaties die nodig zijn voor het transport van water als die installaties dienen ter vervanging van grondwateronttrekkingen. Het tijdelijk opslaan van water op eigen terrein in de vorm van een buffer om water op te vangen en om meer water te laten infiltreren in de bodem. Hierbij kan gedacht worden aan boerenbuffers, wadi’s e.d. |
|
B2.2 |
Infiltratiegreppels |
Werkzaamheden voor aanleg van infiltratiegreppel(s) op perceel. Deze dienen parallel aan de sloot aangelegd te worden. Bij een infiltratiegreppel parallel aan de sloot stroomt het water eerst over de kopakker of bufferstrook waar het al de tijd krijgt om te infiltreren. |
|
B2.3 |
Helofytenfilters of houtsnipperfilters |
Filter dat met behulp van helofyten (moerasplanten) of houtsnippers drainage- of afstromend water van een perceel zuivert tot een betere waterkwaliteit |
|
C1.1 |
Aanschaf fysieke maatregelen fauna |
Aanschaf van maatregelen ten behoeve van fauna. Hieronder vallen bijenhotels, nestkasten voor vogels huiszwaluwtillen, ooievaarspalen, slaapmuisnestkasten. |
|
C1.2 |
Hagen, heggen en houtkanten |
Aanleg van hagen, heggen en houtkanten. Hagen, heggen en houtkanten zijn lijnvormige aanplantingen van houtige gewassen die door regelmatig onderhoud in vorm gehouden worden. Onder hagen en heggen worden de volgende soorten onderscheiden: Liguster, laurierkers, beuk, haagbeuk en coniferen. |
|
C1.3 |
Kruidenrijk grasland |
Aanschaf en aanleg van kruidenrijk grasland. Kruidenrijk grasland is een landschapstype met grasland met meerdere verschillende plantensoorten verspreid over het perceel. Er worden minimaal 5 kruidensoorten gebruikt, waarbij minimaal drie van de volgende soorten worden toegepast: Klaver, Karwei, Smalle weegbree, duizendblad of cichorei. Per hectare wordt minimaal 2,5 kilogram kruidenmengsel ingezaaid. |
|
C1.4 |
Kruidenrijke akkerranden |
Aanschaf en aanleg van kruidenrijk mengsel. Kruidenrijk mengsel met grasland met minimaal 5 verschillende plantensoorten aangelegd op de perceelranden van akkers. De strook die ingezaaid wordt, dient minimaal 3 meter breed te zijn. |
|
C1.5 |
Aanplanten van bomen |
Aanplanten van bomen (die niet gebruikt worden voor productie) op het landbouwperceel. Voor het aanplanten van bomen aan/op de perceelsgrens dient aangeleverd te worden dat er toestemming is van aangrenzende eigenaren indien van toepassing. Aanvullend worden bomen uit de volgende lijst uitgesloten: Bij bomen met een productief karakter (noten- en fruitbomen) geldt dat per bedrijf maximaal 5 individuele bomen aangevraagd mogen worden. |
|
C2.1 |
Natuurvriendelijke oever |
Een aangelegde en aaneengesloten oever langs een bestaand oppervlaktewaterlichaam. De oever heeft een plas- of drasberm of schuine slootkanten (minimaal 1:3). Er groeien inheemse planten en/of plantensoorten van natte ruigte en graslanden. Natuurvriendelijke oevers zijn minimaal 3 meter breed en minimaal 25 meter lang. |
Bijlage C Selectiecriteria 2025 Samenwerking integrale gebiedsontwikkeling uitvoering Verordening Europese landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Limburg
Wegingsfactoren
Na sluiting van de indieningstermijn worden alle tijdig ontvangen aanvragen door een onafhankelijke adviescommissie beoordeeld als bedoeld in artikel 1.13 van de Verordening Europese landbouwsubsidies 2023-2027. Op basis van de in artikel 2.6.10, tweede lid, van de Verordening bedoelde selectiecriteria worden deze in rangorde op een lijst geplaatst. Het puntentotaal per project wordt samengesteld uit de te behalen punten op basis van deze methodiek. Het toekennen van punten vindt per selectiecriterium als volgt plaats:
- •
0 punten worden toegekend indien de score op de bij het selectiecriterium genoemde aspecten in samenhang bezien, zeer gering is;
- •
1 punt wordt toegekend indien de score op de bij het selectiecriterium genoemde aspecten in samenhang bezien, gering is;
- •
2 punten worden toegekend indien de score op de bij het selectiecriterium genoemde aspecten in samenhang bezien, matig is;
- •
3 punten worden toegekend indien de score op de bij het selectiecriterium genoemde aspecten in samenhang bezien, voldoende is;
- •
4 punten worden toegekend indien de score op de bij het selectiecriterium genoemde aspecten in samenhang bezien, goed is;
- •
5 punten worden toegekend indien de score op de bij het selectiecriterium genoemde aspecten in samenhang bezien, zeer goed is.
De behaalde punten per selectiecriterium worden vervolgens gewogen:
|
Categorie |
Selectiecriterium |
Wegings-factor |
Te behalen punten |
Maximum per criterium |
|
a |
Ambitie van het plan ten aanzien van de te realiseren gebiedsdoelen |
3 |
0-5 |
15 |
|
b |
Diversiteit van de partijen en aantal samenwerkende partijen |
1 |
0-5 |
5 |
|
c |
Draagvlak voor het gebiedsplan |
3 |
0-5 |
15 |
|
d |
Effectiviteit van de activiteit |
3 |
0-5 |
15 |
|
e |
Efficiëntie van uitvoering van de activiteit |
1 |
0-5 |
5 |
|
f |
Haalbaarheid van de activiteit |
2 |
0-5 |
10 |
|
g |
Mate van urgentie van de activiteit |
2 |
0-5 |
10 |
|
Maximumaantal te behalen punten |
75 |
|||
Het maximumaantal punten dat behaald kan worden is 75. Het project met het meest aantal punten krijgt de hoogste ranking. Toetsing vindt plaats door een onafhankelijk adviescommissie die Gedeputeerde Staten adviseert. Er worden maximaal 5 punten toegekend per criterium. Aan elk selectiecriterium is een wegingsfactor toegekend. Een project dient op elk selectiecriterium minimaal 1 punt te scoren.
In totaal zijn maximaal 75 punten te behalen. De plaats in de rangorde wordt bepaald door het aantal punten dat de adviescommissie aan het project toekent. Voor elk project geldt dat een minimumaantal punten dient te worden behaald om voor subsidie in aanmerking te kunnen komen (60% van 75 punten = minimaal 45 punten). Indien een aanvraag minder dan 45 punten behaalt, wordt de aanvraag niet gehonoreerd. Het doel van deze systematiek is om alle projecten onderling te vergelijken en de beste projecten uit het totaalaanbod te kunnen selecteren.
Aanvragen worden op volgorde van de rangschikking gehonoreerd. Als twee of meer aanvragen een gelijk aantal punten hebben gekregen en de som van de aangevraagde bedragen dusdanig is dat het subsidieplafond wordt overschreden, dan vindt tussen hen een prioritering plaats op de afzonderlijke scores in de volgorde: 1. Categorie a, 2. Categorie c, 3. Categorie d, 4. Categorie f, 5 Categorie g, 6 Categorie b, 7 Categorie e. Indien de aanvragen een gelijk aantal punten hebben behaald, wordt de rangschikking van de aanvragen bepaald door loting. Het toekennen van de scores en de rangschikking vindt plaats door een adviescommissie zoals bedoeld in artikel 1.13 van de Verordening.
Voor het bepalen van de rangschikking van projecten zijn vier selectiecriteria benoemd in artikel 2.6.10 van de Verordening. Het bepalen van de scores van de selectiecriteria vindt als volgt plaats. Per selectiecriterium zijn diverse aspecten benoemd op basis waarvan een project wordt beoordeeld:
-
- a.
Ambitie van het plan ten aanzien van de te realiseren gebiedsdoelen (maximaal 5 punten, de weging is 3, totaal te behalen punten is 15),
- a.
De ambitie wordt bepaald door in samenhang te ijken naar de volgende aspecten:
- 1.
Is het passend binnen provinciale en gemeentelijke omgevingsvisies, -plannen en (beleids)programma’s en die van waterschappen; denk aan bossenstrategie, provinciale stikstofaanpak. En wat is de ambitie van het gebiedsplan om hieraan bij te dragen?
- 2.
Blijkt uit de ambitie van het gebiedsplan een gebiedsgerichte, integrale aanpak? Hoe is de gebiedsopgave beschreven: in hoeverre zijn gezamenlijk gevoelde problemen en uitdagingen in een afgebakend gebied omschreven waarbij de ambitie is geformuleerd om gezamenlijk tot oplossingen te komen voor deze uitdagingen? In hoeverre spelen landbouwers en de landbouw hierin een rol?
- 3.
Zijn de ambities onderbouwd? Bijvoorbeeld door data of het gebruik van indicatoren?
- 4.
Wat zijn de ambities van de betrokken landbouwers? Het gebiedsplan moet de continuïteit en duurzaamheid van de landbouw borgen. Uit individuele bedrijfspannen van landbouwers moet bijvoorbeeld blijken dat voor het bedrijf een toekomstperspectief wordt gezien.
- b.
Diversiteit van de partijen en aantal samenwerkende partijen (maximaal 5 punten, de weging is 1, totaal te behalen punten is 5),
- b.
De diversiteit van het samenwerkingsverband: welke partijen investeren samen in oplossingen voor de gebiedsopgave die is opgenomen in het gebiedsplan. Dit wordt beoordeeld aan de hand van de volgende aspecten:
- 1.
Nemen, naast landbouwers, voor de beschreven gebiedsopgave relevante gebiedspartijen deel zoals overheden, collega-ondernemers, terrein beherende organisaties, natuur- en landschapsorganisaties, kennispartijen, grondeigenaren? Of anderzijds betrokken partijen, zoals boerenorganisaties, landgoedeigenaren, ketenpartners, adviseurs of burgers?
- 2.
Hoe divers is de samenstelling van de samenwerking? Wat is de toegevoegde waarde van iedere afzonderlijke partner en hoe vullen zij elkaar aan in de samenwerking? Waarom zijn dit de juiste partners voor de gezamenlijke uitvoering van het gebiedsplan?
- 3.
In hoeverre dragen alle partners de kosten en investeringen voor het plan, welke financiële bijdragen leveren alle partners zelf?
- c.
Draagvlak voor het gebiedsplan (maximaal 5 punten, de weging is 3, totaal te behalen punten is 15),
- c.
Het draagvlak voor de uitvoering van het gebiedsplan wordt beoordeeld door te kijken naar of de uitvoering van het gebiedsplan obstakelvrij is. In samenhang met de volgende aspecten wordt het draagvlak voor het gebiedsplan als volgt beoordeeld:
- 1.
Op welke steun, bijvoorbeeld van lokale overheden of lokale gevestigde andere ondernemers en partijen, kan de uitvoering van het gebiedsplan van de partners in het samenwerkingsverband rekenen en hoe is dit onderbouwd? Hoe divers is de opsomming van betrokken belanghebbende gebiedspartijen die draagvlak hebben getoond voor de uitvoering van het gebiedsplan?
- 2.
Hoe heeft afstemming plaats gevonden met deze in het gebied aanwezige andere belanghebbende partijen die niet mee participeren in de uitvoering van het gebiedsplan, maar wel een belang hebben bij de uitvoering van het gebiedsplan?
- d.
Effectiviteit van de activiteit (maximaal 5 punten, de weging is 3, totaal te behalen punten is 15),
- d.
De mate van effectiviteit wordt beoordeeld aan de hand van de volgende aspecten:
- 1.
In hoeverre draagt het gebiedsplan bij aan de doelen van de openstelling: klimaat, milieu (bodem, water en lucht) en biodiversiteit; en aan de doelen van het beleidskader: Perspectief voor het Landelijk gebied. Een gebiedsplan dat bijdraagt aan zowel klimaat, milieu als biodiversiteit, zal hoger scoren dan een gebiedsplan dat enkel bijdraagt aan één van deze doelen. Is ook een nulmeting over deze doelen opgenomen om te kunnen sturen op streefbeelden en beoogde resultaten?
- 2.
Zijn de doelen van het gebiedsplan op een logische wijze uitgewerkt naar activiteiten zoals investeringen, kennisoverdracht en bewustwording en samenwerking voor innovatie?
- 3.
In hoeverre worden nieuwe kennis, concepten en innovaties in het project meegenomen om een grotere effectiviteit te realiseren in bijvoorbeeld de landbouw?
- e.
Efficiëntie van uitvoering van de activiteit (maximaal 5 punten, de weging is 1, totaal te behalen punten is 5),
- e.
Ten aanzien van efficiëntie wordt gekeken naar op welke wijze input (geld, kennis, kunde, overige middelen) wordt ingezet in het gebiedsplan om een beoogde output te kunnen realiseren.
Beoordeeld wordt of bijvoorbeeld de partners in het samenwerkingsverband voldoende expertise hebben voor de uitvoering van het gebiedsplan en of de kosten in de juiste verhouding staan tot de beoogde opbrengsten (verhouding investeringskosten tegenover proceskosten)..
-
- f.
Haalbaarheid van de activiteit (maximaal 5 punten, de weging is 2, totaal te behalen punten is 10),
- f.
Bij haalbaarheid wordt gelet op de kans van slagen van de uitvoering van het gebiedsplan, gedurende de uitvoering maar ook in de tijd na ‘oplevering’ van het gebiedsplan. Belangrijk element hierin is in hoeverre de toekomst van de landbouw geborgd is. De mate van haalbaarheid wordt beoordeeld door in samenhang te kijken naar:
- 1.
Staan de voorgenomen investeringen in verhouding tot de toekomst voor de voortzetting van de bedrijven? Zijn de investeringen logisch haalbare gekozen investeringen? In hoeverre zullen de investeringen leiden tot het genereren van een bestendig inkomen voor de boerenbedrijven? Bevat het gebiedsplan een beschrijving van de structurele inbedding van de resultaten na afloop (waaronder beheer- en exploitatiekosten)?
- 2.
Is voorzien in de nodige flexibiliteit voor aanpassingen in de plannen, wat, waar, wie, hoeveel, wanneer? In hoeverre zijn mogelijke risico’s geïdentificeerd en hoe is risicomanagement beschreven in het gebiedsplan?
- g.
Mate van urgentie van de activiteit van de activiteit (maximaal 5 punten, de weging is 2, totaal te behalen punten is 10),
- g.
Urgentie is gebiedsgebonden en kan per doel waar de activiteiten uit het gebiedsplan bij aansluiten, benoemd worden. Bij de mate van urgentie wordt gelet op in hoeverre de voorgenomen activiteiten in het gebiedsplan onderdeel zijn van een in de regio noodzakelijke opgave. Bepalend is de mate van overbrugging van de huidige situatie naar de gewenste situatie ten aanzien de Europese doelen voor klimaat, waterkwaliteit en natuur, provinciale doelen uit het beleidskader ‘Perspectief voor het landelijk gebied’ of vanuit beleid van gemeenten.
Toelichting Openstellingsbesluit 2025 Paragraaf 6 Samenwerking integrale gebiedsontwikkeling uitvoering Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Limburg
LEESWIJZER
Voorliggend openstellingsbesluit moet in samenhang gelezen worden met de Verordening Europese landbouwsubsidies 2023-2027 van de provincie Limburg (de Verordening).
Met dit openstellingsbesluit wordt paragraaf 6 uit hoofdstuk 2 van de Verordening – de maatregel Samenwerking voor integrale gebiedsontwikkeling – opengesteld. De artikelen 2.6.1 tot en met 2.6.12 van de Verordening moeten tezamen gelezen worden met de artikelen in dit openstellingsbesluit. Daarnaast zijn de algemene en slotbepalingen uit de Verordening ook van toepassing op een aanvraag.
Samenwerking voor integrale gebiedsontwikkeling
De bedoeling is dat agrariërs en andere gebiedspartners middels deze maatregel worden uitgenodigd en gefaciliteerd om met elkaar een gebiedsanalyse te doen en een plan van aanpak op te stellen ter versterking van de doelen op het gebied van klimaat, water en biodiversiteit. De verwachting is dat door de partners in het gebied zelf aan het roer te zetten in de versterking van hun gebied op de doelen klimaat, water en biodiversiteit, sneller verbetering in het gebied wordt gerealiseerd dan wanneer individuele gebiedspartners afzonderlijk acties aanvragen en uitvoeren, of wanneer van bovenaf door overheden regels worden opgelegd. Door deze aanpak worden agrarisch ondernemers en andere gebiedspartijen uitgedaagd om de kansen in hun gebied echt in kaart te brengen en vervolgens gezamenlijk acties te bedenken en uit te voeren om het te versterken.
Deze interventie dient om in te kunnen spelen op de behoefte aan maatwerk voor de eigen context van gebieden en waar naar verwachting een meerjarige programmatische aanpak meerwaarde biedt. Het uitgangspunt is dat met elkaar samenhangende en afgestemde activiteiten met een actieve rol van een samenwerkingsverband effectiever zijn aan te pakken dan als losstaande projecten. Een programmatische aanpak verlaagt ook de afhankelijkheid van andere projectgerichte GLB-steunmogelijkheden via openstellingen, die vaak maar eens per jaar plaatsvinden en lange doorlooptijden kennen, waardoor tijd- en momentumverlies wordt voorkomen.
Elk project zal duidelijk moeten maken hoe het project bijdraagt aan de doelen klimaat, water of biodiversiteit, maar hoe ook het project bijdraagt aan de opgaven zoals nitraat en stikstof.
Algemeen: het beleidskader Perspectief voor het landelijk gebied
In dit beleidskader worden de doelen en ambities voor het landelijk gebied geconcretiseerd en uitgewerkt naar actielijnen en inzet van middelen voor de coalitieperiode 2023-2027. Het landelijk gebied staat voor grote opgaven. In de provincie Limburg werken we aan het versterken van de kwaliteit van het Limburgse landschap en daarmee ook de leefbaarheid van het landelijk gebied, zowel voor de mens als voor de natuur.
Vanzelfsprekend is de landbouw een cruciale factor in de transitie van het landelijk gebied. Perspectief voor de landbouw en het in goede staat brengen van de natuur en het water moeten in goede balans tot uitvoering komen en vormen daarmee de basis voor een leefbaar landelijk gebied. In het kader Perspectief voor het landelijk gebied heeft de landbouw een centrale plek in de transitie van het landelijk gebied en geven wij aan hoe wij landbouwbedrijven concreet willen ondersteunen bij het vinden van hun richting in relatie tot de eisen die vanuit de omgeving gesteld worden.
Via het instrument van subsidiëring, stimuleren we partijen om de doelen van ons beleid met betrekking tot het landelijke gebied te realiseren. In het beleidskader Perspectief voor het landelijk gebied 2023-2027 hebben we aangegeven het subsidie instrument Gemeenschappelijk LandbouwBeleid (GLB) in te zetten ter verbetering van het landelijk gebied en de transitie naar meer natuurinclusieve landbouw.
Deze openstelling GLB-NSP richt zich dan ook op het landelijke gebied, op het uitvoeren van een uitvoeringsagenda door een samenwerkingsverband in het landelijk gebied om met behulp van de GLB-NSP openstelling “Samenwerking integrale gebiedsontwikkeling uitvoering” activiteiten uit een gebiedsplan uit te voeren die betrekking hebben op het verbeteren het water- en bodemsysteem voor landbouw-, water – en klimaatdoelen en die bijdragen aan de doelen binnen het beleidskader Perspectief voor het landelijk gebied.
Het beleidskader Perspectief voor het landelijk gebied is beschikbaar op de internetpagina van de Provincie Limburg onder het coalitieakkoord 2023-2027:Coalitieakkoord 2023-2027 - Provincie Limburg.
Het Limburgs Offensief Stikstof
Limburg staat voor flinke uitdagingen, ook in het landelijk gebied. De vergunningverlening zit op slot en de kwaliteit van natuur en water staat onder druk. Om te zorgen dat we nu en in de toekomst kunnen wonen, werken en ondernemen én om natuur en water te versterken, móet er beweging ontstaan. Daarom komt het College van Gedeputeerde Staten met dit ‘Limburgs Offensief Stikstof (LOS)’.
Het LOS staat voor een langjarig programma dat werk maakt van stikstofreductie en natuurherstel en weer zorgt voor perspectief op vergunningverlening voor economische en maatschappelijke ontwikkelingen in Limburg. We nemen zelf verantwoordelijkheid en wachten niet langer op de uitwerkingen van het Rijk. We willen snel aan de slag met realistische plannen. Aan de slag omdat de opgaven groot zijn en we als gezamenlijke overheden nu eindelijk moeten doorpakken. Met realistische plannen die aansluiten bij wat in gebieden en op het boerenerf haalbaar is en bij wat we met de nu beschikbare middelen al kunnen doen.
Voor deze openstelling is gekozen voor een buffer van ca. 1500m rondom de focusgebieden. Deze buffer is gekozen, omdat uit ervaring is gebleken dat maatregelen die op deze afstand van het natuurgebied genomen worden, nog invloed hebben op het gebied.
Ambitie
Gedeputeerde Staten heeft met het LOS de ambitie om concrete resultaten te bereiken voor reductie van de stikstofdeposities, natuurherstel en perspectief op vergunningverlening voor economische en maatschappelijke ontwikkelingen. Dat moet de basis vormen voor een leefbaar landelijk gebied, nu en in de toekomst. Daarvoor willen we de beschikbare financiële middelen en instrumenten in samenhang inzetten en beginnen met wat nu al mogelijk is. In de uitvoering willen we nauw samenwerken met initiatiefnemers en gebiedspartners die resultaten willen halen. De ontwikkelingen en maatregelen worden van onderop, in regionale en lokale samenhang, aangepakt. Op deze wijze maken we ontwikkelingen weer mogelijk, waarbij we tegelijkertijd natuur en water beschermen en herstellen.
Openstelling GLB-NSP
De Verordening betreft een Europees kader voor plattelandsontwikkeling. Deze Verordening is gebaseerd op het zogenoemde Gemeenschappelijk LandbouwBeleid (GLB) en het Nationaal Strategisch Plan (NSP).
Om tot subsidiëring van projecten over te kunnen gaan maakt de Provincie gebruik van openstellingsbesluiten. Het openstellingsbesluit ”Paragraaf 6 Samenwerking integrale gebiedsontwikkeling uitvoering” is één van de openstellingsbesluiten, op basis waarvan GLB-NSP-middelen kunnen worden aangevraagd. De Verordening is te vinden op: Verordening Europese landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Limburg - Provincie Limburg.
Subsidieplafond
Het subsidieplafond voor aanvragen die betrekking hebben op de focusgebieden uit het Limburgs Offensief Stikstof, bedraagt € 3.924.200,00. Dit bedrag bestaat voor € 1.687.406,00 uit Europese middelen (= 43%) en uit € 2.236.794,00 aan provinciale middelen (= 57%). Het subsidieplafond voor aanvragen die betrekking hebben op overige gebieden in Limburg bedraagt € 2.345.394,68. Dit bedrag bestaat uit middelen vanuit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO).
Toepassingsgebied
De openstelling is gericht op activiteiten van samenwerkingsverbanden die betrekking hebben op het verbeteren van het water- en bodemsysteem voor landbouw-, water – en klimaatdoelen, zoals vastgelegd in genoemd provinciaal beleid. Activiteiten dienen plaats te vinden in de Nederlandse provincie Limburg.
Artikel 2 Subsidiabele activiteit
Subsidie is beschikbaar voor de uitvoering van het gebiedsplan. Een gebiedsplan is primair gericht op de volgende drie Europese doelen:
- •
SO4: Bijdragen aan de beperking van en aanpassing aan de klimaatverandering, ondernemer door de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, de koolstofvastlegging te verbeteren of duurzame energie te bevorderen;
- •
SO5: Bevorderen van de duurzame ontwikkeling of het efficiënte beheer van natuurlijke hulpbronnen zoals water, bodem en lucht, onder meer door de afhankelijkheid van chemische middelen te verkleinen;)
- •
SO6: Bijdragen aan het tot stand brengen en ombuigen van biodiversiteitsverlies, tot versterking van ecosysteemdiensten en de instandhouding van habitats en landschappen.
Een gebiedsplan kan vrij worden ingevuld binnen de kaders van dit openstellingsbesluit. Elk gebied kan een eigen plan op maat maken. Deze regeling uitvoering van samenwerking voor integrale gebiedsontwikkeling biedt gebieden de mogelijkheid van een budget waar allerlei verschillende activiteiten uit betaald kunnen worden. Het subsidieaandeel voor het proces (management voor de uitvoering van het gebiedsplan) mag niet meer zijn dan 25% van de totaal verstrekte subsidie voor de uitvoering van het gebiedsplan. De Europese Commissie stelt dat tenminste 75% van de subsidie naar investeringen moet gaan.
Voorop staat dat in gebiedsplannen de gebiedskoers zich integraal richt op de Europese doelen voor klimaat, milieu en biodiversiteit en verduurzaming van de landbouw én aansluit bij het beleid van provincie, waterschap en gemeenten, zoals het beleidskader ‘Perspectief voor het landelijk gebied’ van de provincie Limburg.
Daarom zullen desbetreffende overheden direct betrokken zijn bij de gebiedskoers, de doelen van het gebiedsplan en mogelijk zelf partner zijn in het samenwerkingsverband in het specifieke gebied. Dit Openstellingsbesluit GLB uitvoering van samenwerking voor integrale gebiedsontwikkeling is een breed samenbindend instrument met subsidie voor investeringen en open van opzet. Het gebiedsplan kan allesomvattend zijn maar dat hoeft ook niet. Tegelijk gaat het om focus en wat realistisch haalbaar is met het oog op de beschikbare subsidiabele investeringsmogelijkheden bij uitvoering van het gebiedsplan.
De uitvoering van het gebiedsplan kan bestaan uit de volgende subsidiabele activiteiten:
|
Investeringen voor de uitvoering van het gebiedsplan waaronder: |
Management voor de uitvoering van het gebiedsplan, waaronder: |
|
|
Voor productieve en niet-productieve investeringen kan uitsluitend gebruik gemaakt worden van investeringen uit bijlage A en B van dit openstellingsbesluit.
Binnen de voorbereiding en uitvoering van een ruilverkaveling worden uitsluitend de kosten die rechtstreeks samenhangen met de werkzaamheden van het Kadaster subsidiabel gesteld. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om:
- •
de juridische en kadastrale werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor het opstellen van de ruilakte en de kadastrale registratie;
- •
het uitvoeren van metingen, inmetingen en grenscorrecties die voortvloeien uit de ruilverkaveling;
- •
administratieve handelingen die nodig zijn voor de officiële vastlegging en inschrijving bij het Kadaster.
Artikel 3 Aanvrager
De subsidie voor het in samenwerking uitvoeren van een integraal gebiedsplan kan worden aangevraagd door de penvoerder van het samenwerkingsverband dat het gebiedsplan gaat uitvoeren. De penvoerder moet gemachtigd zijn door alle deelnemers om het plan uit te voeren. Alle partners in het samenwerkingsverband maken op basis van hun eigen deelbegroting in het gebiedsplan kosten en zijn daarmee medebegunstigden van de subsidie die ze voor deze kosten aanvragen.
Artikel 4 Samenwerkingsverband
Een samenwerkingsverband moet bestaan uit minimaal vier landbouwbedrijven. Daarbij geldt dat onder andere ook eventueel een of meerdere van de volgende partijen betrokken kunnen zijn in het samenwerkingsverband:
- •
grondeigenaren,
- •
grondgebruikers,
- •
landbouworganisaties,
- •
natuur- en landschapsorganisaties,
- •
provincies,
- •
waterschappen,
- •
gemeenten, en
- •
overige natuurlijke- of rechtspersonen.
Als sprake is van een kennisoverdracht als onderdeel van de activiteiten in het gebiedsplan, moet in het samenwerkingsverband ook een kennisaanbieder als projectpartner vertegenwoordigd zijn.
In gebieden kunnen processen lopen die niet altijd het kenmerk van gezamenlijk eigenaarschap dragen. Soms zijn niet alle overheden aan boord, soms ontbreekt het aan een groep boeren die zich betrokken voelt. Plannen van natuur- en landschapsorganisaties en burgerinitiatieven zijn af en toe in uitvoering zonder betrokkenheid van boeren of overheid.
Overheidspartijen kunnen deelnemer zijn van het samenwerkingsverband. Het is goed voorstelbaar dat een gemeente of waterschap de penvoerdersrol neemt. Het staat een gebied vrij om voor een andere penvoerder te kiezen.
Artikel 6 Weigeringsronden
Een aanvraag om subsidie kan alleen worden ingediend door een nieuw samenwerkingsverband. Reeds bestaande samenwerkingsverbanden kunnen ook een aanvraag indienen, mits de activiteiten waarvoor dan subsidie wordt aangevraagd, nieuw zijn voor dit bestaande samenwerkingsverband.
Artikel 7 Niet subsidiabele kosten
Niet subsidiabel zijn kosten die gemaakt worden voor werkzaamheden van derden, zoals advies- en begeleidingskosten van externe adviseurs, procesbegeleiders of andere private partijen. Ook overige indirecte kosten, zoals interne uren van betrokken partijen of communicatietrajecten, vallen buiten de subsidiabele activiteiten.
Kosten van investeringen van € 2.000.000 of meer voor grootschalige ingrepen in de infrastructuur komen niet voor subsidie in aanmerking tenzij deze kosten betrekking hebben op investeringen in het watersysteem met als doel de waterkwaliteit te verbeteren.
Artikel 9 Hoogte subsidie en deelplafonds
Voor de uitvoering van gebiedsplannen kan per opgenomen activiteit een ander subsidiepercentage van toepassing zijn. De subsidie voor de uitvoering van het gebiedsplan kan bestaan uit:
- •
productieve investeringen waarvoor 40% subsidie geldt, en
- •
niet productieve investeringen waarvoor 100% subsidie geldt. Als niet productieve investeringen betrekking hebben op het watersysteem en gedaan worden door landbouwers geldt 70% subsidie. Wanneer deze investeringen alleen betrekking hebben op waterkwantiteit en gedaan worden door niet landbouwbedrijven, geldt ook 70% subsidie;
- •
kennisoverdrachtactiviteiten waarvoor 80% subsidie geldt en
- •
100% subsidie voor het uitwerken en testen van innovatieve concepten.
Bovenvermelde onderdelen maken tezamen minimaal 75% van de subsidie uit.
Verder kan een gebiedsplan bestaan uit:
- •
100% subsidie voor voorbereiding en uitvoering van ruilverkaveling en
- •
100% subsidie voor draagvlakontwikkeling en het proces van samenwerking.
Bovenvermelde onderdelen maken tezamen maximaal 25% van de subsidie uit.
In het tweede lid is bepaald dat de subsidie minimaal €125.000,00 en maximaal €2.500.000,00 bedraagt. En in het derde lid is zijn twee deelplafonds opgenomen:
- a)
een plafond ter hoogte van € 3.924.200,00, waarvoor aanvragenprojecten ingediend kunnen worden die betrekking hebben op de focusgebieden uit het LOS
- b)
een plafond ter hoogte van € 2.345.394,68 voor aanvragen voor alle overige gebieden in Limburg
Artikel 11 Verplichting
De uitvoering van het gebiedsplan moet uiterlijk 30 juni 2028 afgerond zijn. Dat betekent dat alle activiteiten uitgevoerd moeten zijn en dat de kosten ervan gemaakt zijn op deze datum. Indien dit niet mogelijk is kan de aanvrager middels een wijzigingsverzoek de einddatum verlengen tot uiterlijk 31 december 2028. Met deze einddatum wordt binnen de huidige GLB-periode maximaal ruimte gegeven voor de uitvoering van gebiedsplannen.
Aansluiting op het Nationale (Netwerk platteland) en Europese EIP netwerk draagt ertoe bij dat samenwerkingsverbanden gedurende het gehele project gebruik kunnen maken van beschikbare kennis en ervaring voor een hogere effectiviteit. Het doel hiervan is dat het delen van de kennis die opgedaan wordt tijdens de projecten, door anderen gebruikt kan worden en daardoor bijdraagt effectievere en innovatieve gebiedsplannen in Nederland en in Europa. Daarnaast kunnen via de netwerken ook interacties ontstaan tussen de verschillende samenwerkingsverbanden zodat deze elkaar kunnen versterken door een community te vormen.
De subsidieontvanger is verplicht om de resultaten van het project te delen via de hiertoe geëigende netwerken. Onder geëigende netwerken wordt in ieder geval begrepen:
- -
Groen Kennisnet*
- -
EIP-netwerk** als bedoeld in artikel 127 VO (EU) nr 2021/2115.
*Met Groen Kennisnet, het kennisplatform van de groene sector in Nederland, is een speciale samenwerking aangegaan. Groen Kennisnet maakt voor elk Nederlands project een pagina aan om de plannen en eindresultaten te delen. Ook tijdens uw project kunt u resultaten delen via Groen Kennisnet. Groen Kennisnet neemt hierover contact met u op.
** Het Europees Innovatienetwerk voor de Landbouw (EIP-AGRI) werkt aan de bevordering van concurrerende en duurzame land- en bosbouw in Europa. Het EIP-AGRI-netwerk is onderdeel van het CAP Network van de EU. Elk project wordt gemeld aan dit Europese EIP netwerk.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl