Regeling vervalt per 10-02-2026

Openstellingsbesluit 2025 Paragraaf 6: Samenwerking integrale gebiedsontwikkeling uitvoering Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Limburg

Geldend van 18-11-2025 t/m 09-02-2026

Intitulé

Openstellingsbesluit 2025 Paragraaf 6: Samenwerking integrale gebiedsontwikkeling uitvoering Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Limburg

Gedeputeerde Staten van Limburg maken ter voldoening aan het bepaalde in de Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Limburg (laatst gewijzigd Pb.2025, nr. 11088) bekend dat zij in hun vergadering van 11 november het volgende besluit hebben genomen:

Openstellingsbesluit 2025 Paragraaf 6: Samenwerking integrale gebiedsontwikkeling uitvoering Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Limburg

Gelet op artikel 1.2 van de Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Limburg (laatst gewijzigd Pb. 2025, nr. 11088), hierna te noemen "Verordening", besluiten Gedeputeerden Staten van Limburg “Paragraaf 6: Samenwerking integrale gebiedsontwikkeling uitvoering” van hoofdstuk 2 (hierna te noemen "paragraaf 6" van deze Verordening) voor de (her)inrichting, of transformatie van het landelijk gebied op landbouwgrond onder volgende nadere regels open te stellen.

  • I.

    Het subsidieplafond voor aanvragen die betrekking hebben op de focusgebieden uit het Limburgs Offensief Stikstof, bedraagt € 3.924.200,00. Dit bedrag bestaat voor € 1.687.406,00 uit Europese middelen (= 43%) en uit € 2.236.794,00 aan provinciale middelen (= 57%). Het subsidieplafond voor aanvragen die betrekking hebben op overige gebieden in Limburg bedraagt € 2.345.394,68. Dit bedrag bestaat uit middelen vanuit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO).

  • II.

    Aanvragen voor subsidie kunnen uitsluitend digitaal worden ingediend vanaf 18 november 2025 09:00u tot en met 9 februari 2026 17:00u.

  • Een subsidieaanvraag dient te worden ingediend bij Stimulus Programmamanagement via het daartoe bestemde webportal. De subsidieaanvraag wordt afgewezen indien deze buiten de openstellingsperiode wordt ingediend.

  • III.

    In de bijlage zijn de nadere regels opgenomen die voor dit openstellingsbesluit gelden.

  • IV.

    Dit openstellingsbesluit wordt in onderstaande nadere regels aangehaald als "Openstellingsbesluit 2025 Paragraaf 6 Samenwerking integrale gebiedsontwikkeling uitvoering Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Limburg".

  • V.

    Dit openstellingsbesluit treedt in werking op 18 november 2025 tot einde GLB-NSP periode.

Bijlage: Openstellingsbesluit 2025 Paragraaf 6: Samenwerking integrale gebiedsontwikkeling uitvoering Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Limburg

Artikel 1 Begripsomschrijving

In aanvulling op artikel 1.1 van de Verordening wordt in deze nadere regels verstaand onder:

  • 1. Beleidskader Perspectief voor het landelijk gebied: een van de acht inhoudelijke thema’s en beleidskaders uit het coalitieakkoord 2023-2027 van de provincie Limburg.

  • 2. Focusgebieden: prioritaire gebieden binnen het LOS, te weten: Peelvenen, Sarsven en de Banen, Maasduinen en Geuldal-Mergelland. Maatregelen dragen bij aan deze gebieden wanneer deze binnen een buffer van 1500m om deze gebieden worden uitgevoerd.

  • 3. Inheemse soorten: soorten die van nature voorkomen in Nederland.

  • 4. Invasieve soorten: soorten die niet van nature voorkomen in Nederland, maar zich wel goed kunnen ontwikkelen en daarmee inheemse soorten wegconcurreren.

  • 5. Landelijk gebied: gebieden buiten de bebouwde kom en bebouwde gebieden van dorpen kleiner dan 30.000 inwoners.

  • 6. LOS: Limburgs Offensief Stikstof. Vastgesteld door Gedeputeerde Staten van Limburg op 23 september 2025. Limburgs Offensief Stikstof - Provincie Limburg

  • 7. Stimulus Programmamanagement: uitvoeringsorganisatie en onderdeel van de Provincie Noord-Brabant, gemandateerd door de Provincie Limburg om deze openstelling uit te voeren.

  • 8. Terrein beherende organisaties: organisaties die aan de overheid gelieerd zijn of een particuliere stichting zijn die natuurterrein in bezit hebben en dat beheren met het doel om zo goed mogelijk de natuurdoelen in een gebied na te streven.

  • 9. Verordening: Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Limburg, (Provinciaal blad van 6 september 2023, nr. 10391 en laatst gewijzigd Pb. 2025, nr. 11088).

Artikel 2 Subsidiabele activiteiten

  • 1. Overeenkomstig artikel 2.6.1 eerste lid, onder b, van de Verordening wordt subsidie verstrekt voor het in samenwerking uitvoeren van een integraal gebiedsplan.

  • 2. Voor de maatregel, bedoeld in artikel 2.6.2, onder a, van de Verordening wordt alleen subsidie verstrekt voor productieve investeringen in landbouwbedrijven genoemd in Bijlage A bij dit Openstellingsbesluit.

  • 3. Voor de maatregel, bedoeld in artikel 2.6.2, onder b, van de Verordening wordt alleen subsidie verstrekt voor inrichtingsmaatregelen op landbouwbedrijven genoemd in Bijlage B bij dit Openstellingsbesluit.

  • 4. Voor de maatregel, bedoeld in artikel 2.6.2, onder e, van de Verordening wordt alleen subsidie verstrekt voor ruilverkaveling voor de kosten die rechtstreeks samenhangen met de werkzaamheden van het Kadaster.

Artikel 3 Aanvrager

Subsidie kan worden verstrekt aan deelnemers van een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 2.6.3, tweede lid, van de Verordening.

Artikel 4 Samenwerkingsverband

  • 1. Overeenkomstig artikel 2.6.4, eerste lid, van de Verordening, bestaat een samenwerkingsverband tenminste uit twee actoren waarvan tenminste één landbouwer.

  • 2. Overeenkomstig artikel 2.6.4, tweede lid, van de Verordening, bestaat een samenwerkingsverband tevens uit tenminste één kennisaanbieder als bedoeld in artikel 2.10.2 van de Verordening als bijeenkomsten voor kennisoverdracht onderdeel uitmaken van het gebiedsplan.

Artikel 5 Aanvraagvereisten

  • 1. Een aanvraag om subsidie bevat de aanvraagvereisten, bedoeld in de artikelen 1.6 en 2.6.5, tweede lid, van de Verordening.

  • 2. In aanvulling op het eerste lid bevat een aanvraag een uitwerking van hoe de activiteiten aansluiten bij het Beleidskader ‘‘Perspectief voor het Landelijke gebied”, “Limburgs Offensief Stikstof” en bij beleid van gemeenten of waterschappen.

  • 3. In aanvulling op het eerste lid bevat de aanvraag een toelichting waaruit blijkt voor welke investeringen uit het gebiedsplan:

    • a.

      een recent afgegeven natuurvergunning reeds in bezit is;

    • b.

      een natuurvergunning nodig is, maar nog niet in bezit is, waarbij wordt aangegeven of een aanvraag voor een vergunning al is ingediend of nog moet worden ingediend; of

    • c.

      een natuurvergunning niet nodig is blijkend uit een onderbouwing op basis van een AERIUS 0,0-berekening of een ecologische voortoets.

  • 4. In aanvulling op artikel 1.6 van de Verordening bevat de aanvraag van een ooievaarspaal uit categorie C 1.1 van bijlage B, een bewijsstuk van een melding aan de betreffende gemeente.

  • 5. In aanvulling op artikel 1.6 van de Verordening bevatten aanvragen in de categorieën A 2.1; B 1.2; B 2.2; B 2.3 en C 2.1. in bijlage B, een bewijsstuk van de aanvraag van een vergunning dan wel van de reeds verkregen vergunning wanneer blijkt dat geloosd wordt op bestaand oppervlaktewater of aanwezige rioleringen.

  • 6. In aanvulling op artikel 1.6 van de Verordening bevat de aanvraag voor investeringen uit Bijlage B een perceelnummer van het perceel waar de investering uitgevoerd wordt.

Artikel 6 Weigeringsronden

Artikel 2.6.6, tweede en derde lid, van de Verordening zijn van toepassing.

Artikel 7 Niet subsidiabele kosten

  • 1. In aanvulling op artikel 1.10 van de Verordening is artikel 2.6.8 van de Verordening van toepassing.

  • 2. Kosten met betrekking tot het beheer van maatregelen zijn niet subsidiabel.

  • 3. In aanvulling op artikel 2, vierde lid, zijn kosten die gemaakt worden voor werkzaamheden van derden, zoals advies- en begeleidingskosten van externe adviseurs, procesbegeleiders of andere private partijen niet subsidiabel.

Artikel 8 Berekening subsidiabele kosten

  • 1. Voor subsidie komen de kosten, bedoeld in artikel 1.8 van de Verordening, in aanmerking;

  • 2. De subsidiabele kosten worden berekend conform artikel 1.9a van de Verordening;

  • 3. In afwijking van het tweede lid is artikel 1.9a, eerste lid, onder b, van de Verordening niet van toepassing.

Artikel 9 Hoogte subsidie en deelplafonds

  • 1. Artikel 2.6.9, tweede, derde en vierde lid, van de Verordening, zijn van toepassing

  • 2. In aanvulling op het eerste lid bedraagt de subsidie minimaal €125.000,00 en maximaal €2.500.000,00.

  • 3. De openstelling kent de volgende twee deelplafonds:

    • a.

      een plafond ter hoogte van € 3.924.200,00, waarvoor aanvragen ingediend kunnen worden die betrekking hebben op de focusgebieden uit het LOS;

    • b.

      een plafond ter hoogte van € 2.345.394,68 voor aanvragen voor alle overige gebieden in Limburg.

Artikel 10 Selectiecriteria

  • 1. Aanvragen die voor subsidie als bedoeld in artikel 2.6.1, eerste lid onder b van de Verordening in aanmerking komen, worden door een onafhankelijke adviescommissie als bedoeld in artikel 1.13 van de Verordening geselecteerd en gerangschikt op basis van de selectiecriteria en wegingsfactoren, zoals opgenomen in Bijlage C van dit openstellingsbesluit.

  • Categorie

    Selectiecriterium

    Wegings-factor

    Te behalen punten

    Maximum per criterium

    a

    Ambitie van het plan ten aanzien van de te realiseren gebiedsdoelen

    3

    0-5

    15

    b

    Diversiteit van de partijen en aantal samenwerkende partijen

    1

    0-5

    5

    c

    Draagvlak voor het gebiedsplan

    3

    0-5

    15

    d

    Effectiviteit van de activiteit

    3

    0-5

    15

    e

    Efficiëntie van uitvoering van de activiteit

    1

    0-5

    5

    f

    Haalbaarheid van de activiteit

    2

    0-5

    10

    g

    Mate van urgentie van de activiteit

    2

    0-5

    10

    Maximumaantal te behalen punten

    75

  • 2. Overeenkomstig artikel 1.12, vierde lid van de Verordening wordt een aanvraag geweigerd indien de aanvraag minder dan 45 punten (60% van het maximumaantal te behalen punten) heeft behaald.

Artikel 11 Verplichtingen

  • 1. Artikel 2.6.11 van de Verordening is van toepassing.

  • 2. In aanvulling op artikel 2.6.11 van de Verordening dienen activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, uiterlijk 30 juni 2028 afgerond te zijn.

  • 3. Indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het tweede lid, en de subsidieontvanger verlenging van die termijn wenselijk acht, kan hij uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging tot uiterlijk 31 december 2028.

Artikel 12 Subsidie-arrangement

  • 1. Arrangement 3 als bedoeld in artikel 1.7, eerste lid, onder c en in artikel 1.21 van de Verordening is van toepassing.

  • 2. De subsidie wordt vastgesteld op basis van gerealiseerde kosten.

Artikel 13 Voorschot, deelbetaling en inhoudelijk verslag

  • 1. Ambtshalve wordt een voorschot van 50% van de verleende subsidie verstrekt als bedoeld in artikel 1.17 van de Verordening.

  • 2. Een voortgangsverslag of deelbetalingsverzoek bevat, in aanvulling op het bepaalde in de artikelen 1.16 en 1.18 van de Verordening een opgave van de gerealiseerde resultaten van het gebiedsplan.

  • 3. Een inhoudelijk verslag bij vaststelling van de subsidie bevat, in aanvulling op het bepaalde in artikel 1.21 van de Verordening een opgave van de gerealiseerde resultaten van het gebiedsplan.

Artikel 14 Publicatie en inwerkingtreding

Dit besluit wordt geplaatst in het Provinciaal Blad en treedt in werking met ingang van 18 november 2025.

Artikel 15 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit 2025 Paragraaf 6: Samenwerking integrale gebiedsontwikkeling uitvoering Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Limburg

Ondertekening

de voorzitter,

E.G.M. Roemer

secretaris,

D.F. Timmer

Bijlage A Investeringslijst 2025 productieve investeringen in landbouwbedrijven voor klimaat, bodem, water, lucht en biodiversiteit Verordening Europese landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Limburg

Water

Categorie

Investering

Wel/niet subsidiabel

1

Regelbare drainage

Subsidiabel:

De aanschaf en aanleg van:

  • Regelbare drainage

  • De aanpassing van bestaande drainage met een extra ontluchtingsdrain, waardoor deze regelbaar wordt

2

Stuwen

Subsidiabel

De aanschaf en aanleg van:

  • Waterconserveringsstuw

  • Knijpstuw

  • Zoete stuw

3

Ondergrondse waterberging

Subsidiabel

De aanschaf en aanleg van:

  • Voorzieningen voor ondergrondse wateropslag, waaronder freshmaker, kreekrug- infiltratiesystemen en diepdraininfiltratie

4

Materieel voor bewerking van percelen gericht op vermindering perceelafspoeling

Subsidiabel

Aanschaf van:

  • Drempelmachine voor ruggenteelten

  • Wafeltjesmachine

  • Gitterrollen

5

Waterbesparende precisieberegening en irrigatie

Subsidiabel

De aanschaf en aanleg van:

  • Dripirrigatie/druppelslangen, inclusief besturing voor beregening/irrigatie en fertigatiesystemen

  • Aanschaf vlaksproeiers (alleen in combinatie met beregeningsbomen)

  • Aanschaf beregeningsboom

  • RWS (Root Watering System)

  • Sub-surface druppelirrigatie

  • Flippers en vernevelaars

  • Laagvolume sproeier ten behoeve van nachtvorstbestrijding

  • Elektrische aansturing van deze beregeningsbevloeiingsapparatuur

  • Debietmeter voor pomp + telemetrie ten behoeve van het gebruik van bovenstaande investeringen

  • Software voor alle soorten sensor-gestuurde irrigatie, in combinatie met bovenstaande investeringen

Niet subsidiabel

  • Reguliere beregeningshaspels, inclusief slang

  • Pompen

  • Aggregaat

  • Sproeibomen voor gewasbescherming

  • Reservoir voor opslag van beregeningswater/bevloeiingswater

6

Waterbeheervoorzieningen ter verlaging van risico’s van verontreiniging door erfafspoeling bij een veehouderij of door afvalwater uit de veehouderij, akkerbouw, bloembollen-, boom-, fruit-, vollegronds- of bedekte teelt

 

Subsidiabel

Aanschaf en aanleg van:

  • Overdekte of onoverdekte verharde, vloeistofdichte vul- en wasplaats voor spuitmachines, inclusief een voorziening voor opvang en opslag en zuivering of verdamping van waswater.

  • Een vloeistofdicht biologisch zuiveringssysteem of de aanschaf van zuiveringssystemen die werken op basis van ozon of UV voor het zuiveren van was- en spoelwater van spuitmachines.

  • Systemen voor de verdamping van was- en spoelwater van spuitmachines.

  • Aanleg en inrichting van een erf waarbij erfwater wordt opgevangen voor afvoer of verwerking middels zuiveren of verdampen voor een gesloten erf voor gewasbeschermingsmiddelen.

  • Kistenwasser, inclusief opvang restwater voor afvoer of verwerking middels zuiveren of verdampen.

  • Een waterdichte opvangput waarmee verontreinigd afvalwater van het bedrijf gescheiden blijft van regulier rioolsysteem, inclusief de buizen, goten, richels voor afvoer

  • Aanvullende erf-en zuiveringsvoorzieningen voor de bollenteelt met spoelwater

  • Helofytenfilter voor het zuiveren afspoelend water van het erf of voor gebruik in de erfsloot

  • Opvang- en afvoersysteem van perssappen onder sleufsilo’s

Niet subsidiabel

  • Systemen voor het lozen van drain- of afvalwater vanuit kassen

  • Overkapping voor een voederopslag

  • Overkapping voor een mestopslag

  • Kosten voor herinrichting van het erf

  • Erfverharding welke niet noodzakelijk is voor bovenstaande investeringen

  • Hemelwatersysteem waaronder dakgoten, buizen voor afvoer en reguliere riolering

  • Kuilplaten

  • Installaties of machines voor opvang van perssap of percolaat indien een overloopvoorziening is of wordt aangebracht naar het reguliere riool, de bodem of het oppervlaktewater.

7

Bovengrondse wateropvang (inclusief hemelwateropvang)

Subsidiabel

Aanschaf en aanleg van:

  • Waterbassins en silo’s ten behoeve van hemelwateropvang inclusief bijbehorende pijpleidingen en voorzieningen ten behoeve van de opvang van hemelwater van daken.

  • Bijbehorende kosten voor, hekwerk, taludbescherming en graafwerk

8

EC meters en monitoringssensoren

Subsidiabel:

Aanschaf en aanleg van:

  • EC meters en monitoringssystemen voor het bepalen van vocht-, zuur- en zoutgehalte

  • Continuemeters

  • Grondwatermeters

  • Oppervlaktewatermeters bij beregening uit oppervlaktewaters

  • Penetrometers

  • PH meters

  • Vochtsensoren

  • Monitoringssensoren voor nitraat en fosfaat voor zowel bodem als oppervlaktewater

Biodiversiteit en biologische bestrijding

Categorie

Investering

Wel/niet subdiabel

1

Autonome en semi-autonome niet-chemische bestrijding

Subsidiabel

Aanschaf van:

  • Autonome en Semi-autonome systemen die ziekten/plagen/onkruiden herkennen en op duurzame wijze bestrijden in het veld

    • o

      Thermisch

    • o

      Mechanisch

    • o

      Laser

    • o

      Elektrisch

  • Systemen ten behoeve van niet-chemische bestrijding van schadelijke insecten

Niet subsidiabel

  • Sorteermachines

2a

Strokenteelt en gewasdiversiteit

Subsidiabel

Aanschaf van:

  • Zaaimachines voor inzaaien voor "ondergewassen" zoals gras bij mais

  • Zaai- en oogstmachines of andere aangepaste machines voor gewasmanagement, zoals onkruidbestrijding

  • Machines, hulpmiddelen of aanpassingskosten voor het overschakelen op een teeltsysteem met een vaste werkbreedte

  • Zelfrijdende machines voor strokenteelt

  • GPS/GIS of aanpassingen aan de apparatuur in combinatie met bovenstaande investeringen

2b

Vaste rijpaden

Subsidiabel

Aanschaf van:

  • Aanpassing van machines voor het werken met vaste rijpaden waarbij onbereden bedden ontstaan

  • GPS/GIS of aanpassingen aan de apparatuur in combinatie met bovenstaande investeringen

3

Agroforestry

Omschrijving

Teelt van houtige gewassen (bomen en struiken) gecombineerd met veeteelt, groenteteelt of akkerbouw op hetzelfde perceel landbouwgrond. De houtige gewassen zijn bedoeld voor de productie van fruit, noten of bessen.

Subsidiabel

Aanschaf en aanleg/aanplant van:

  • Aangepaste machines voor gewasmanagement van houtige gewassen die gecombineerd worden met akkerbouw, groenteteelt of grasland (voor veehouderij), waaronder oogstmachines, snoeimachines en materiaal voor boombescherming

  • Plantgoed van houtige, meerjarige gewassen (bomen en struiken) ten behoeve van fruit- of nootproductie van het bedrijf die bewust gemengd worden met akkerbouw, groenteteelt of grasland (voor veehouderij) op hetzelfde landbouwperceel

  • Plantgoed van houtige, meerjarige gewassen (bomen en struiken) ten behoeve van een perceel voedselbos op landbouwgrond (gewascode 1940), waarbij bomen en struiken voor eetbare producten zorgen

  • Bomen, struiken en windsingels op bouwland.

  • Voederhaag en voederbomen.

  • Kosten voor grondbewerking, aanplant/inzaaien ondergroei van boomstroken en boombescherming.

Niet subsidiabel

  • Aanplant van houtige, meerjarige gewassen, bomen en struiken, ten behoeve van kweekgoed (o.a. kerstbomen).

  • Bomen met als enkel doel hakhout.

  • Snelgroeiende bomen voor energieproductie (biomassa).

  • Niet meer dan 40% van de oppervlakte van het landbouwperceel mag bomen of struiken van éénzelfde teelt bevatten.

4

Vermindering bodemverdichting door brede banden en rupsbanden

Subsidiabel

Aanschaf van:

  • Rupsbanden voor onder tractor of zelfrijdende oogstmachine

  • Luchtdrukwisselsystemen met een zodanige capaciteit dat de banden binnen 5 minuten op 2 bar kunnen worden gebracht in combinatie met maximaal vier VF banden per aangeschaft systeem

5

Onkruid-, plaag- en ziektebestrijding

Subsidiabel

Aanschaf van:

  • Schoffeltuig

  • Mechanische loofsnijder of mechanische wortelsnijder of looftrekker

  • Vinger- of torsiewieders en wiedeggen

  • Maaiers voor paden in de fruitteelt

  • Doorzaaimachine voor blijvend grasland

  • Weed seed crusher

  • Beetle Eater

  • Colorado Beetle Catcher

6a

Verwerken bedrijfsgewassen tot krachtvoer

Subsidiabel

Aanschaf van:

  • Machines of installaties om producten mee te bewerken zoals malen, pletten en snijden

  • Hooidrooginstallaties

Niet subsidiabel

  • Voermengwagen of machines voor het uitkuilen of verwerken van ruwvoer.

  • Opslag zoals sleufsilo’s en kuilplaten en silo’s machines of systemen om krachtvoer te verstrekken.

  • Maïshakselaars en combines.

Opmerking

  • Alleen machines voor eerstegraad bewerking zijn subsidiabel

6b

Verwerken bedrijfsgewassen tot meststoffen

Subsidiabel

Aanschaf van:

  • Apparatuur voor het verhakselen van materiaal

  • Toepassingen om (gras)klaver, andere eiwitrijke gewassen of groenbemesters te verwerken zodat deze bruikbaar is als kunstmest- en krachtvoervervanger, op voorwaarde dat dit gebeurt met hernieuwbare energie (bijvoorbeeld drogen, persen, pelleteren en opslaan).

7

Verwerken en toepassen van organisch restmateriaal

Omschrijving

Investeringen die specifiek bedoeld zijn voor de verwerking van organisch restmateriaal met als doel het verhogen van bodemkwaliteit, zoals materieel voor het maaien en ophalen van slootkanten, het verwerken en toepassen van gewasresten, maaisel van slootkanten, bermen of natuurterreinen, slootbagger of compost hiervan.

Subsidiabel

Aanschaf van:

  • Machines en werktuigen voor het inwerken, mulchen of onderwerken van gewasresten, ruige mest, vaste mest en groenbemester met behulp van schijven(eg), rollen, tanden of snijders.

  • Eco-ploeg waarmee op 15 cm diep geploegd kan worden.

  • Materiaal om specifiek voor het maaien van slootkanten maaisel op de kant te kunnen deponeren en ophalen voor verdere verwerking

  • Maai/blaas systemen voor het maaien van slootkanten

  • Materieel voor het verwerken van organisch restmaterieel zoals compostverwerkers.

  • Baggerspuit voor het verspreiden van slootbagger over het perceel.

  • Lekvrije, emissie reducerende opslagplaatsen voor compost, champost en bokashi voor langere termijn (meer dan 9 maanden)

  • Werktuigen voor het snijden of hakselen en gelijkmatig uitstrooien van beheergras, bermmaaisel, slootmaaisel of gewasresten over landbouwgrond

  • GPS in combinatie met één van bovenstaande investeringen

  • Wildredder in combinatie met één van bovenstaande systemen/werktuigen

Niet subsidiabel

  • Mestverwerkingsinstallaties

  • Reguliere grasmaaiers

  • Afleverkosten en abonnementen.

  • Kiepwagens, silagewagens en opraapwagens

Energie en klimaat

Categorie

Investering

Wel/niet subsidiabel

1

Machines of werktuigen met elektrische of waterstof aandrijving gericht op het uitoefenen van landbouwgerichte activiteiten

Subsidiabel

Aanschaf en/of aanleg van:

  • Mobiele machines bestemd voor het verrichten van werkzaamheden in de land- en tuinbouw, waarbij de aandrijving is voorzien van een elektromotor en voor de opslag van energie één of meerdere accu’s worden toegepast

  • Volledig elektrisch aangedreven tractoren en volledig elektrisch aangedreven zelfrijdende zaai-, bewerkings- en oogstmachines zoals combines of aardappelrooiers

  • Elektrische automatische voermachine / volledig elektrisch aangedreven voertuigen en machines voor ruwvoerverstrekking

  • Op waterstof aangedreven machines/werktuigen gericht op het uitoefenen van landbouwgerichte activiteiten

  • Oplaadpunt voor elektrisch aangedreven mobiele machines, bestemd voor het verrichten van landbouwactiviteiten, voor het elektrisch laden van accu’s van eigen elektrisch aangedreven mobiele machines die zijn voorzien van een geheel of gedeeltelijke elektrische hoofdaandrijving, waarbij het oplaadpunt is opgesteld op het eigen bedrijfsterrein

  • Een oplaadsysteem en al dan niet de volgende onderdelen: een ontlaadsysteem, een meet- en regelsysteem, een lockerkast met een stroomafnamepunt per locker en een stekkerherkenningssysteem

  • Oplaadpunten en -systeem voor waterstof aangedreven machines

Niet subsidiabel

  • Elektrische auto’s, fietsen of andere vervoersmiddelen voor personen

  • Mest – en voerschuiven

  • Heftrucks, shovels, hoogwerkers en grasmaaiers

  • PV-systemen (zonnepanelen, fotovoltaïsch)

2

Aanpassing klimaatverandering

Subsidiabel

Aanschaf en aanleg van:

  • Nachtvorst propeller

  • Anti hagelgeneratiesystemen

  • Hagelnetten

  • Regenkappen

  • Parasols ter voorkoming van zonnebrand bij fruitteelt

  • Insectengaas

3

Duurzame energie en warmtewinning

Subsidiabel

Aanschaf en aanleg van:

  • Accusysteem voor de opslag van eigen opgewekte zonne- of wind energie

  • Temperatuurregulatie in bedrijfsgebouwen niet zijnde bedrijfswoningen door warmtewisselaars, warmtepompen of aardwarmtesystemen

  • Kleinschalige wind turbines, met een ashoogte tot maximaal 15 meter en een vermogen tot maximaal 20 kW.

  • Een kleine electrolyser om zelf met duurzame energie waterstof te maken.

  • Slow fill installatie voor waterstof

  • Lichtdoorlatende zonnepanelen geïntegreerd in de teelt

Niet-subsidiabel

  • Temperatuurregulatie voor bedrijfswoningen

  • Zonnepanelen voor bedrijfsgebouwen

4

Vergistingsinstallaties voor plantaardig materiaal

Subsidiabel

Aanschaf en aanleg van:

  • Vergistingsinstallatie voor plantaardig materiaal

  • Bijbehorende verwerkingsinstallaties voor de verdere verwerking zodat de afzetmogelijkheden van het eindproduct worden vergroot (alleen in combinatie met aanschaf van een vergistingsinstallatie)

Niet subsidiabel

  • Mestvergistingsinstallaties

Veehouderij

Categorie

Investering

Wel/niet subsidiabel

1

Comfortabele ligplaatsen voor veehouderij

Subsidiabel

Aanschaf en aanleg van:

  • Een mat, matras, waterbed, gelmatras voor koeien om op te rusten met voldoende indrukbaarheid conform DLG test (uitslag: blijvende elasticiteit ≥ 15 mm indrukking bij een belasting van 2000N per 75 cm2 of DLG test goed (++)).

  • Een diepstrooiselbox: dik ingestrooide ligbox met zaagsel, stro, zand of ander organisch materiaal, met uitzondering van dikke fractie uit mestscheiders. Met strooiselkering aan voor- en achterzijde van de box van minimaal 15 cm hoog, gemeten loodrecht vanaf de bodem. Indien boxen in een dubbele rij liggen en aan de kopkant op elkaar aansluiten dan is daar geen strooiselkering vereist.

  • Een combinatie van mat of matras met diepstrooisel, waarbij indrukbaarheid mat/matras conform DLG test met uitslag goed (+) de hoogte strooiselkering loodrecht gemeten vanaf bovenkant mat/matras 8 cm.

Niet subsidiabel

  • Alle andere varianten op rustmogelijkheden voor dieren

  • De stal of plek waar de matrassen of waterbedden in komen

2

Digitale voorzieningen voor weidegang

Subsidiabel

Aanschaf en aanleg van:

  • Systemen ten behoeve van weidegang die diergerelateerde zaken kunnen registreren en monitoren

  • Trackers via een oormerk of band

  • Automatische weide-selectiepoorten voor toegang richting de weide

  • Aanschaf van software behorend bij een selectiepoort en/of GPS systeem

  • Monitoringssystemen t.b.v. weidegang, waarbij het aantal dieren wat buiten loopt kan worden gemonitord

3a

Monomestvergisters

Subsidiabel

Aanschaf en aanleg van:

  • monomestvergisters met een maximale omvang van 25.000m3 mest

Niet subsidiabel

  • Een aansluiting op een mestscheidingsinstallatie.

Opmerkingen

  • Aanvragers komen slechts in aanmerking voor subsidie voor indien er niet ook een verleningsbeschikking is ontvangen voor de SDE++ regeling.

3b

Mestverwerkingssystemen

Subsidiabel

Aanschaf en aanleg van:

  • Alle mestverwerkingsinstallaties al dan niet in combinatie met een monomestvergistingsinstallatie voor de verdere verwerking van de vergiste mest tot een hoogwaardige meststof zoals compost, korrels, vloeibare stikstofhoudende kunstmeststoffen.

  • Installaties voor het drogen, opschonen en comprimeren van het gas uit eigen installatie

  • Installaties voor het opslaan van gecomprimeerd biogas uit eigen installatie in flessen/containers voor mobiel transport, ten bate van eigen gebruik.

Niet subsidiabel

  • Een aansluiting op een mestscheidingsinstallatie.

Opmerkingen

  • Aanvragers komen slechts in aanmerking voor subsidie voor indien er niet ook een verleningsbeschikking is ontvangen voor de SDE++ regeling.

4

Mestscheidingsinstallaties

Subsidiabel

Aanschaf en aanleg van:

  • Mechanische mestscheidingsapparatuur zodat de ruwe (drijf)mest door de mechanische bewerking wordt gescheiden in een dikke fractie en een dunne fractie.

  • Stikstofkrakers

5a

Voorzieningen voor weidegang voor graasdieren

Subsidiabel

Aanschaf en aanleg van:

  • Een oversteekplaats zoals een koetunnel, dam of brug

  • Veeroosters

  • Mobiele melkrobot en mobiele melksystemen

  • Schuilmogelijkheden

  • Voorzieningen ter voorkoming van hittestress

  • Drinkwatervoorzieningen

Niet subsidiabel

  • Kavel- en koepaden

5b

Wolfwerende voorzieningen

Subsidiabel

Aanschaf en aanleg van:

  • Voorzieningen voor het beschermen van vee tegen wolven

6

Stalklimaat

Subsidiabel

Aanschaf en aanlegvan:

  • Koelsystemen voor dieren; water mistvernevelsystemen, PET-koeling en airco

  • Automatisch gecontroleerde natuurlijke ventilatie (ACNV)

  • Voor kraamstal zeug en biggen: Directe warmtebron, infrarood paneel, vloerverwarming en/of (vloer)koeling voor zeugen

  • Voor pluimvee: Infraroodpanelen en/of vloerverwarming voor het verwarmen van jonge kuikens

  • Voor pluimvee en varkens: Daglichtvoorzieningen die minstens 2% van het vloeroppervlak beslaan met lichtdoorlatende wand-of dakplaten

Niet subsidiabel:

  • Elektrische stalverlichting

7

Brongerichte maatregelen en emissiearme stalsystemen varkenshouderij

Subsidiabel

Aanschaf en aanleg van:

  • Dagontmestingsystemen (dagelijkse verwijdering van mest) met een mestband/mestschuif onder de roosters of die spoelen met mest of ammoniakarme vloeistof

  • Mestpan met mestkanaal met koelsysteem en waterkanaal onder het kraamhok

Niet subsidiabel:

  • Sloopkosten bestaande systemen

  • Systemen zonder emissie factor

Opmerking

Alleen subsidiabel zijn systemen die aan de maximale emissiewaarden voldoen per 1/1/2020 en voor IPCC bedrijven:

  • Gespeende biggen – 0,21 kg NH3 per dierplaats per jaar (HD1.11)

  • Kraamzeugen – 2,5 kg NH3 per dierplaats per jaar (HD2.13)

  • Guste en drachtige zeugen – 1,3 kg NH3 per dierplaats per jaar (HD3.10)

  • Vleesvarkens, opfokberen van circa 25 kg tot 7 maanden, opfokzeugen van circa 25 kg tot eerste dekking ( HD5.14)

8

Gedeeltelijk dichte vloer in hokken voor biggenopfok

Subsidiabel

Aanschaf en aanleg van:

  • Minimaal 40% van de totale vloeroppervlakte met een dichte vloer voor biggenopfok

9

Technieken die uitkomst van eieren in vleeskuikenstallen mogelijk maken

Subsidiabel

Aanschaf en aanleg van:

  • Systemen voor uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens met aparte vervolghuisvesting welke voldoen aan specificaties van Or-code HE 5

Niet subsidiabel

  • Bouw en verbouw van overige stalonderdelen.

10

Vrijloopkraamhokken zeugen

Subsidiabel

Aanschaf en aanleg van:

  • Vrijloopkraamhokken voor zeugen in plaats van gangbare huisvesting van kraamboxen.

11

Emissiearme systemen voor stallen melkveehouderij

Subsidiabel

Aanschaf en aanleg van:

Vloerdelen en bijbehorende technieken van emissiearme stalsystemen (Or-code HA 1.38)

  • Koetoilet (Or-code HA 1.35)

Niet subsidiabel

  • Fundering waarop vloer ligt

  • Mestkelder

  • Muren en dak stal

  • Mestkanaal

  • Sloopkosten oude vloer

12

Gekartelde schoftboom en roterende borstel

Subsidiabel

Aanschaf en aanleg van:

  • Gekartelde schoftboom inclusief bevestigingsmateriaal zoals beugelklemmen e.d.

  • Roterende borstel voor koeien, geiten of zeugen.

Niet subsidiabel

  • Overige kosten voor onderdelen van ligboxafscheidingen, zoals de ligboxen zelf

  • Niet roterende koeborstel, bijvoorbeeld met een spiraalveer

13

Mechanische vliegenval voor rundvee

Subsidiabel

  • Mechanische vliegenval

Niet subsidiabel

  • Chemische vliegenbestrijding

14

Monitoringssystemen diergezondheid

Subsidiabel

  • Monitoringssystemen die gezondheidskenmerken monitoren waaronder activiteit, herkauw en temperatuur

15

Uitloopvoorzieningen voor varkens en pluimvee

Subsidiabel

Aanschaf en aanleg van:

  • Schuilplaatsen voor pluimvee

  • Schuilplaatsen voor varkens

Precisielandbouw

Categorie

Investering

Wel/niet subsidiabel

2

Precisiebemesting

Subsidiabel

Aanschaf en aanleg van:

  • Systemen om vloeibare meststoffen via druppelslangen in de juiste dosering en op het juiste moment toe te dienen aan het gewas

  • (fertigatie)

  • Systemen voor het meten van het stikstofgehalte van de toegediende mest met NIRS indien dit meteen wordt doorvertaald in het doseren van de meststoffen

  • Systemen voor het digitaal meten van opbrengsten voor opbrengstkaarten ten behoeve van plaats specifieke teeltoptimalisatie

  • GPS/GIS apparatuur, inclusief bodemkaart voor bovenstaande systemen (alleen in combinatie met aanschaf van bovenstaande

  • systemen)

Niet subsidiabel

  • Zodenbemester

  • Systemen voor rijenbemesting met dierlijke mest

  • Systemen die plaatsspecifiek vloeibare stikstofhoudende (kunst)meststoffen in de bodem kunnen toepassen

3a

Precisiegewasbescherming met reducerende technieken

Subsidiabel

Aanschaf van:

  • Spuitmachine bestemd voor het toedienen van gewasbeschermingsmiddelen aan gewassen in de akkerbouw, bloembollen-, boom-, fruit- of vollegrondsteelt, of bedekte teelt waarbij het ontstaan van restvloeistof in de spuittank wordt voorkomen of met ten minste 50% wordt gereduceerd

  • Spuitmachine met driftreducerende technieken, zoals driftarme doppen, elektrische kantdoppen, luchtondersteuning, luchtvloeistofmengsystemen sleepdoektechniek waardoor minimaal 95% driftreductie wordt bereikt.

  • Spuitmachine met volumereducerende technieken

  • Een spuitmachine met volledig gescheiden vloeistofsystemen voor schoon water en spuitvloeistof

  • Driftreducerende technieken, zoals driftarme doppen, elektrische kantdoppen, luchtondersteuning, luchtvloeistofmengsystemen voor een bestaande spuitmachine die zorgen voor minimaal 95% driftreductie.

  • Een spuitmachine waarbij de gewasbeschermingsmiddelen op het laatste moment voor het spuiten op het gewas in de spuitleiding vermengd worden door een selectieve doseringseenheid

Niet subsidiabel

  • Kosten voor gebruik van drift reducerende additieven

Opmerkingen

  • Het percentage restvloeistofreductie of driftreductie moet worden vermeld op de offerte.

3b

Plaatsspecifieke precisiegewasbescherming

Subsidiabel

Aanschaf van:

  • Machine bestemd voor plaatsspecifieke bestrijding van ziekten, plagen of onkruiden in de akkerbouw, bloembollen-, boom-, fruit-, vollegrondsteelt of bedekte teelt zonder gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen

  • Camerabesturing voor bestaande schoffelwerktuigen

  • Systemen die op basis een taakkaart kunnen spuiten, eventueel in combinatie met PWM doppen (pulse width modulation)

  • Spotspray toepassingen: herkenning van onkruid met behulp van camera’s waarna alleen het onkruid bespoten wordt (sterke middelreductie)

4

Precisiezaai

Aanschaf van:  

Machine bestemd voor precisiezaai 

Bijlage B Investeringslijst 2025 Niet-productieve investeringen op landbouwbedrijven Verordening Europese landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Limburg

In onderstaande investeringslijst worden de investeringen onderverdeeld in verschillende categorieën:

  • A1: Investeringen voor het verbeteren van de waterkwantiteit en -kwaliteit die voornamelijk effect hebben in hellend gebied om erosieproblematieken te verminderen en de afstroming van water te verbeteren. Deze investeringen vinden niet plaats in het watersysteem.

  • A2: Investeringen voor het verbeteren van de waterkwantiteit en -kwaliteit die voornamelijk effect hebben in hellend gebied om erosieproblematieken te verminderen en de waterkwantiteit te verbeteren. Deze investeringen vinden plaats in het watersysteem.

  • B1: Investeringen voor het verbeteren van de waterkwantiteit en -kwaliteit die in heel Limburg effect hebben en niet direct in het watersysteem uitgevoerd worden.

  • B2: Investeringen voor het verbeteren van de waterkwantiteit en -kwaliteit die in heel Limburg effect hebben en direct in het watersysteem uitgevoerd worden.

  • C1: Investeringen die de biodiversiteit verbeteren in het landelijk gebied en die niet in het watersysteem uitgevoerd worden.

  • C2: Investeringen die de biodiversiteit verbeteren in het landelijke gebied en die in het watersysteem uitgevoerd worden.

Categorie

Investering

Inhoud

A1.1

Houthakseldam

Een houthakseldam bestaat uit houten palen en sterke gaasdraad, gevuld met verhakseld (wortel)hout. De bovenkant van de dam dient minimaal 50cm boven maaiveld uit te komen. De dammen dienen dwars op de afstroomrichting van het water geplaatst te worden. In de aanvraag moet minimaal een ingetekende locatie van de dam op het perceel meegeleverd worden.

A1.2

Wilgentenendam

Dam bestaande uit bundels wilgentenen, tussen een dubbele rij houten palen en samengedrukt met ijzerdraad of ander materiaal. De bovenkant van de dam dient minimaal 50cm boven maaiveld uit te komen. De dammen dienen dwars op de afstroomrichting van het water geplaatst te worden. In de aanvraag moet minimaal een ingetekende locatie van de dam op het perceel meegeleverd worden.

A1.3

Houtdam/palen rij

Een houtdam bestaat uit houten palen die direct tegen elkaar gezet worden of uit stevige onbehandelde planken die bevestigd worden. De bovenkant van de dam dient minimaal 50cm boven maaiveld uit te komen. De dammen dienen dwars op de afstroomrichting van het water geplaatst te worden.

In de aanvraag moet minimaal een ingetekende locatie van de dam op het perceel meegeleverd worden.

A1.4

Graften

Aanleg van een graft. Een graft is een knik of mini-terras op een helling, begroeid met struweel of bomen. In de aanvraag moet duidelijk zijn dat de graft dwars op de afstroomrichting geplaatst wordt. In de aanvraag moet minimaal een ingetekende locatie van de graft op het perceel meegeleverd worden.

Voor de plantensoorten die gebruikt worden voor de graft worden soorten uit de volgende lijst uitgesloten:

Unielijst invasieve exoten

A2.1

Buffergracht

Aanleg van een buffergracht. Een buffergracht is een gracht waarin op regelmatige afstanden stuwconstructies worden geplaatst zodat er een cascade ontstaat. Deze constructies zijn bij voorkeur voorzien van een overloop en een uitlaat/knijpconstructie.

B1.1

Water infiltrerende erfverharding

Vervanging van verharding door open verharding: grastegels, grasbetontegels, kunststofgrastegels, grind of houtsnippers. Verder worden tegels met een duidelijk aan te geven waterinfiltratie karakter meegenomen in deze categorie. Hieronder vallen o.a. waterpasseerbare tegels.

Onder erfverharding wordt verstaan het grondgebied direct rondom een landbouwbedrijf. Onverhard terrein omvormen naar open verharding is niet subsidiabel. Bij de aanvraag moet een foto meegestuurd worden van het te vervangen verharde oppervlak.

B1.2

Bovenwettelijke wateropvang verhard terrein

Aanleg van voorzieningen voor het opvangen van afstromend regenwater vanaf gebouwen, daken en erfverharding, mits dit niet door de gemeente reeds verplicht is. Bijdrage geldt alleen voor het aandeel dat meer dan verplicht is. Bij de aanvraag dient aangeleverd te worden welke voorwaarden door de gemeente opgenomen zijn voor het opvangen van water dat afstroomt van het verharde terrein ((hemel)waterverordening of documenten met gelijke waarde).

B2.1

Bovengrondse waterberging (boerenbuffer)

Werkzaamheden voor aanleg van bovengrondse waterberging inclusief installaties die nodig zijn voor het transport van water als die installaties dienen ter vervanging van grondwateronttrekkingen. Het tijdelijk opslaan van water op eigen terrein in de vorm van een buffer om water op te vangen en om meer water te laten infiltreren in de bodem. Hierbij kan gedacht worden aan boerenbuffers, wadi’s e.d.

B2.2

Infiltratiegreppels

Werkzaamheden voor aanleg van infiltratiegreppel(s) op perceel. Deze dienen parallel aan de sloot aangelegd te worden. Bij een infiltratiegreppel parallel aan de sloot stroomt het water eerst over de kopakker of bufferstrook waar het al de tijd krijgt om te infiltreren.

B2.3

Helofytenfilters of houtsnipperfilters

Filter dat met behulp van helofyten (moerasplanten) of houtsnippers drainage- of afstromend water van een perceel zuivert tot een betere waterkwaliteit

C1.1

Aanschaf fysieke maatregelen fauna

Aanschaf van maatregelen ten behoeve van fauna. Hieronder vallen bijenhotels, nestkasten voor vogels huiszwaluwtillen, ooievaarspalen, slaapmuisnestkasten.

C1.2

Hagen, heggen en houtkanten

Aanleg van hagen, heggen en houtkanten. Hagen, heggen en houtkanten zijn lijnvormige aanplantingen van houtige gewassen die door regelmatig onderhoud in vorm gehouden worden.

Onder hagen en heggen worden de volgende soorten onderscheiden: Liguster, laurierkers, beuk, haagbeuk en coniferen.

C1.3

Kruidenrijk grasland

Aanschaf en aanleg van kruidenrijk grasland. Kruidenrijk grasland is een landschapstype met grasland met meerdere verschillende plantensoorten verspreid over het perceel. Er worden minimaal 5 kruidensoorten gebruikt, waarbij minimaal drie van de volgende soorten worden toegepast: Klaver, Karwei, Smalle weegbree, duizendblad of cichorei. Per hectare wordt minimaal 2,5 kilogram kruidenmengsel ingezaaid.

C1.4

Kruidenrijke akkerranden

Aanschaf en aanleg van kruidenrijk mengsel. Kruidenrijk mengsel met grasland met minimaal 5 verschillende plantensoorten aangelegd op de perceelranden van akkers. De strook die ingezaaid wordt, dient minimaal 3 meter breed te zijn.

C1.5

Aanplanten van bomen

Aanplanten van bomen (die niet gebruikt worden voor productie) op het landbouwperceel. Voor het aanplanten van bomen aan/op de perceelsgrens dient aangeleverd te worden dat er toestemming is van aangrenzende eigenaren indien van toepassing.

Aanvullend worden bomen uit de volgende lijst uitgesloten:

Unielijst invasieve exoten

Bij bomen met een productief karakter (noten- en fruitbomen) geldt dat per bedrijf maximaal 5 individuele bomen aangevraagd mogen worden.

C2.1

Natuurvriendelijke oever

Een aangelegde en aaneengesloten oever langs een bestaand oppervlaktewaterlichaam. De oever heeft een plas- of drasberm of schuine slootkanten (minimaal 1:3). Er groeien inheemse planten en/of plantensoorten van natte ruigte en graslanden. Natuurvriendelijke oevers zijn minimaal 3 meter breed en minimaal 25 meter lang.

Bijlage C Selectiecriteria 2025 Samenwerking integrale gebiedsontwikkeling uitvoering Verordening Europese landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Limburg

Wegingsfactoren

Na sluiting van de indieningstermijn worden alle tijdig ontvangen aanvragen door een onafhankelijke adviescommissie beoordeeld als bedoeld in artikel 1.13 van de Verordening Europese landbouwsubsidies 2023-2027. Op basis van de in artikel 2.6.10, tweede lid, van de Verordening bedoelde selectiecriteria worden deze in rangorde op een lijst geplaatst. Het puntentotaal per project wordt samengesteld uit de te behalen punten op basis van deze methodiek. Het toekennen van punten vindt per selectiecriterium als volgt plaats:

  • 0 punten worden toegekend indien de score op de bij het selectiecriterium genoemde aspecten in samenhang bezien, zeer gering is;

  • 1 punt wordt toegekend indien de score op de bij het selectiecriterium genoemde aspecten in samenhang bezien, gering is;

  • 2 punten worden toegekend indien de score op de bij het selectiecriterium genoemde aspecten in samenhang bezien, matig is;

  • 3 punten worden toegekend indien de score op de bij het selectiecriterium genoemde aspecten in samenhang bezien, voldoende is;

  • 4 punten worden toegekend indien de score op de bij het selectiecriterium genoemde aspecten in samenhang bezien, goed is;

  • 5 punten worden toegekend indien de score op de bij het selectiecriterium genoemde aspecten in samenhang bezien, zeer goed is.

De behaalde punten per selectiecriterium worden vervolgens gewogen:

Categorie

Selectiecriterium

Wegings-factor

Te behalen punten

Maximum per criterium

a

Ambitie van het plan ten aanzien van de te realiseren gebiedsdoelen

3

0-5

15

b

Diversiteit van de partijen en aantal samenwerkende partijen

1

0-5

5

c

Draagvlak voor het gebiedsplan

3

0-5

15

d

Effectiviteit van de activiteit

3

0-5

15

e

Efficiëntie van uitvoering van de activiteit

1

0-5

5

f

Haalbaarheid van de activiteit

2

0-5

10

g

Mate van urgentie van de activiteit

2

0-5

10

Maximumaantal te behalen punten

75

Het maximumaantal punten dat behaald kan worden is 75. Het project met het meest aantal punten krijgt de hoogste ranking. Toetsing vindt plaats door een onafhankelijk adviescommissie die Gedeputeerde Staten adviseert. Er worden maximaal 5 punten toegekend per criterium. Aan elk selectiecriterium is een wegingsfactor toegekend. Een project dient op elk selectiecriterium minimaal 1 punt te scoren.

In totaal zijn maximaal 75 punten te behalen. De plaats in de rangorde wordt bepaald door het aantal punten dat de adviescommissie aan het project toekent. Voor elk project geldt dat een minimumaantal punten dient te worden behaald om voor subsidie in aanmerking te kunnen komen (60% van 75 punten = minimaal 45 punten). Indien een aanvraag minder dan 45 punten behaalt, wordt de aanvraag niet gehonoreerd. Het doel van deze systematiek is om alle projecten onderling te vergelijken en de beste projecten uit het totaalaanbod te kunnen selecteren.

Aanvragen worden op volgorde van de rangschikking gehonoreerd. Als twee of meer aanvragen een gelijk aantal punten hebben gekregen en de som van de aangevraagde bedragen dusdanig is dat het subsidieplafond wordt overschreden, dan vindt tussen hen een prioritering plaats op de afzonderlijke scores in de volgorde: 1. Categorie a, 2. Categorie c, 3. Categorie d, 4. Categorie f, 5 Categorie g, 6 Categorie b, 7 Categorie e. Indien de aanvragen een gelijk aantal punten hebben behaald, wordt de rangschikking van de aanvragen bepaald door loting. Het toekennen van de scores en de rangschikking vindt plaats door een adviescommissie zoals bedoeld in artikel 1.13 van de Verordening.

Voor het bepalen van de rangschikking van projecten zijn vier selectiecriteria benoemd in artikel 2.6.10 van de Verordening. Het bepalen van de scores van de selectiecriteria vindt als volgt plaats. Per selectiecriterium zijn diverse aspecten benoemd op basis waarvan een project wordt beoordeeld:

    • a.

      Ambitie van het plan ten aanzien van de te realiseren gebiedsdoelen (maximaal 5 punten, de weging is 3, totaal te behalen punten is 15),

De ambitie wordt bepaald door in samenhang te ijken naar de volgende aspecten:

  • 1.

    Is het passend binnen provinciale en gemeentelijke omgevingsvisies, -plannen en (beleids)programma’s en die van waterschappen; denk aan bossenstrategie, provinciale stikstofaanpak. En wat is de ambitie van het gebiedsplan om hieraan bij te dragen?

  • 2.

    Blijkt uit de ambitie van het gebiedsplan een gebiedsgerichte, integrale aanpak? Hoe is de gebiedsopgave beschreven: in hoeverre zijn gezamenlijk gevoelde problemen en uitdagingen in een afgebakend gebied omschreven waarbij de ambitie is geformuleerd om gezamenlijk tot oplossingen te komen voor deze uitdagingen? In hoeverre spelen landbouwers en de landbouw hierin een rol?

  • 3.

    Zijn de ambities onderbouwd? Bijvoorbeeld door data of het gebruik van indicatoren?

  • 4.

    Wat zijn de ambities van de betrokken landbouwers? Het gebiedsplan moet de continuïteit en duurzaamheid van de landbouw borgen. Uit individuele bedrijfspannen van landbouwers moet bijvoorbeeld blijken dat voor het bedrijf een toekomstperspectief wordt gezien.

    • b.

      Diversiteit van de partijen en aantal samenwerkende partijen (maximaal 5 punten, de weging is 1, totaal te behalen punten is 5),

De diversiteit van het samenwerkingsverband: welke partijen investeren samen in oplossingen voor de gebiedsopgave die is opgenomen in het gebiedsplan. Dit wordt beoordeeld aan de hand van de volgende aspecten:

  • 1.

    Nemen, naast landbouwers, voor de beschreven gebiedsopgave relevante gebiedspartijen deel zoals overheden, collega-ondernemers, terrein beherende organisaties, natuur- en landschapsorganisaties, kennispartijen, grondeigenaren? Of anderzijds betrokken partijen, zoals boerenorganisaties, landgoedeigenaren, ketenpartners, adviseurs of burgers?

  • 2.

    Hoe divers is de samenstelling van de samenwerking? Wat is de toegevoegde waarde van iedere afzonderlijke partner en hoe vullen zij elkaar aan in de samenwerking? Waarom zijn dit de juiste partners voor de gezamenlijke uitvoering van het gebiedsplan?

  • 3.

    In hoeverre dragen alle partners de kosten en investeringen voor het plan, welke financiële bijdragen leveren alle partners zelf?

    • c.

      Draagvlak voor het gebiedsplan (maximaal 5 punten, de weging is 3, totaal te behalen punten is 15),

Het draagvlak voor de uitvoering van het gebiedsplan wordt beoordeeld door te kijken naar of de uitvoering van het gebiedsplan obstakelvrij is. In samenhang met de volgende aspecten wordt het draagvlak voor het gebiedsplan als volgt beoordeeld:

  • 1.

    Op welke steun, bijvoorbeeld van lokale overheden of lokale gevestigde andere ondernemers en partijen, kan de uitvoering van het gebiedsplan van de partners in het samenwerkingsverband rekenen en hoe is dit onderbouwd? Hoe divers is de opsomming van betrokken belanghebbende gebiedspartijen die draagvlak hebben getoond voor de uitvoering van het gebiedsplan?

  • 2.

    Hoe heeft afstemming plaats gevonden met deze in het gebied aanwezige andere belanghebbende partijen die niet mee participeren in de uitvoering van het gebiedsplan, maar wel een belang hebben bij de uitvoering van het gebiedsplan?

    • d.

      Effectiviteit van de activiteit (maximaal 5 punten, de weging is 3, totaal te behalen punten is 15),

De mate van effectiviteit wordt beoordeeld aan de hand van de volgende aspecten:

  • 1.

    In hoeverre draagt het gebiedsplan bij aan de doelen van de openstelling: klimaat, milieu (bodem, water en lucht) en biodiversiteit; en aan de doelen van het beleidskader: Perspectief voor het Landelijk gebied. Een gebiedsplan dat bijdraagt aan zowel klimaat, milieu als biodiversiteit, zal hoger scoren dan een gebiedsplan dat enkel bijdraagt aan één van deze doelen. Is ook een nulmeting over deze doelen opgenomen om te kunnen sturen op streefbeelden en beoogde resultaten?

  • 2.

    Zijn de doelen van het gebiedsplan op een logische wijze uitgewerkt naar activiteiten zoals investeringen, kennisoverdracht en bewustwording en samenwerking voor innovatie?

  • 3.

    In hoeverre worden nieuwe kennis, concepten en innovaties in het project meegenomen om een grotere effectiviteit te realiseren in bijvoorbeeld de landbouw?

    • e.

      Efficiëntie van uitvoering van de activiteit (maximaal 5 punten, de weging is 1, totaal te behalen punten is 5),

Ten aanzien van efficiëntie wordt gekeken naar op welke wijze input (geld, kennis, kunde, overige middelen) wordt ingezet in het gebiedsplan om een beoogde output te kunnen realiseren.

Beoordeeld wordt of bijvoorbeeld de partners in het samenwerkingsverband voldoende expertise hebben voor de uitvoering van het gebiedsplan en of de kosten in de juiste verhouding staan tot de beoogde opbrengsten (verhouding investeringskosten tegenover proceskosten)..

    • f.

      Haalbaarheid van de activiteit (maximaal 5 punten, de weging is 2, totaal te behalen punten is 10),

Bij haalbaarheid wordt gelet op de kans van slagen van de uitvoering van het gebiedsplan, gedurende de uitvoering maar ook in de tijd na ‘oplevering’ van het gebiedsplan. Belangrijk element hierin is in hoeverre de toekomst van de landbouw geborgd is. De mate van haalbaarheid wordt beoordeeld door in samenhang te kijken naar:

  • 1.

    Staan de voorgenomen investeringen in verhouding tot de toekomst voor de voortzetting van de bedrijven? Zijn de investeringen logisch haalbare gekozen investeringen? In hoeverre zullen de investeringen leiden tot het genereren van een bestendig inkomen voor de boerenbedrijven? Bevat het gebiedsplan een beschrijving van de structurele inbedding van de resultaten na afloop (waaronder beheer- en exploitatiekosten)?

  • 2.

    Is voorzien in de nodige flexibiliteit voor aanpassingen in de plannen, wat, waar, wie, hoeveel, wanneer? In hoeverre zijn mogelijke risico’s geïdentificeerd en hoe is risicomanagement beschreven in het gebiedsplan?

    • g.

      Mate van urgentie van de activiteit van de activiteit (maximaal 5 punten, de weging is 2, totaal te behalen punten is 10),

Urgentie is gebiedsgebonden en kan per doel waar de activiteiten uit het gebiedsplan bij aansluiten, benoemd worden. Bij de mate van urgentie wordt gelet op in hoeverre de voorgenomen activiteiten in het gebiedsplan onderdeel zijn van een in de regio noodzakelijke opgave. Bepalend is de mate van overbrugging van de huidige situatie naar de gewenste situatie ten aanzien de Europese doelen voor klimaat, waterkwaliteit en natuur, provinciale doelen uit het beleidskader ‘Perspectief voor het landelijk gebied’ of vanuit beleid van gemeenten.

Toelichting Openstellingsbesluit 2025 Paragraaf 6 Samenwerking integrale gebiedsontwikkeling uitvoering Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Limburg

LEESWIJZER

Voorliggend openstellingsbesluit moet in samenhang gelezen worden met de Verordening Europese landbouwsubsidies 2023-2027 van de provincie Limburg (de Verordening).

Met dit openstellingsbesluit wordt paragraaf 6 uit hoofdstuk 2 van de Verordening – de maatregel Samenwerking voor integrale gebiedsontwikkeling – opengesteld. De artikelen 2.6.1 tot en met 2.6.12 van de Verordening moeten tezamen gelezen worden met de artikelen in dit openstellingsbesluit. Daarnaast zijn de algemene en slotbepalingen uit de Verordening ook van toepassing op een aanvraag.

Samenwerking voor integrale gebiedsontwikkeling

De bedoeling is dat agrariërs en andere gebiedspartners middels deze maatregel worden uitgenodigd en gefaciliteerd om met elkaar een gebiedsanalyse te doen en een plan van aanpak op te stellen ter versterking van de doelen op het gebied van klimaat, water en biodiversiteit. De verwachting is dat door de partners in het gebied zelf aan het roer te zetten in de versterking van hun gebied op de doelen klimaat, water en biodiversiteit, sneller verbetering in het gebied wordt gerealiseerd dan wanneer individuele gebiedspartners afzonderlijk acties aanvragen en uitvoeren, of wanneer van bovenaf door overheden regels worden opgelegd. Door deze aanpak worden agrarisch ondernemers en andere gebiedspartijen uitgedaagd om de kansen in hun gebied echt in kaart te brengen en vervolgens gezamenlijk acties te bedenken en uit te voeren om het te versterken.

Deze interventie dient om in te kunnen spelen op de behoefte aan maatwerk voor de eigen context van gebieden en waar naar verwachting een meerjarige programmatische aanpak meerwaarde biedt. Het uitgangspunt is dat met elkaar samenhangende en afgestemde activiteiten met een actieve rol van een samenwerkingsverband effectiever zijn aan te pakken dan als losstaande projecten. Een programmatische aanpak verlaagt ook de afhankelijkheid van andere projectgerichte GLB-steunmogelijkheden via openstellingen, die vaak maar eens per jaar plaatsvinden en lange doorlooptijden kennen, waardoor tijd- en momentumverlies wordt voorkomen.

Elk project zal duidelijk moeten maken hoe het project bijdraagt aan de doelen klimaat, water of biodiversiteit, maar hoe ook het project bijdraagt aan de opgaven zoals nitraat en stikstof.

Algemeen: het beleidskader Perspectief voor het landelijk gebied

In dit beleidskader worden de doelen en ambities voor het landelijk gebied geconcretiseerd en uitgewerkt naar actielijnen en inzet van middelen voor de coalitieperiode 2023-2027. Het landelijk gebied staat voor grote opgaven. In de provincie Limburg werken we aan het versterken van de kwaliteit van het Limburgse landschap en daarmee ook de leefbaarheid van het landelijk gebied, zowel voor de mens als voor de natuur.

Vanzelfsprekend is de landbouw een cruciale factor in de transitie van het landelijk gebied. Perspectief voor de landbouw en het in goede staat brengen van de natuur en het water moeten in goede balans tot uitvoering komen en vormen daarmee de basis voor een leefbaar landelijk gebied. In het kader Perspectief voor het landelijk gebied heeft de landbouw een centrale plek in de transitie van het landelijk gebied en geven wij aan hoe wij landbouwbedrijven concreet willen ondersteunen bij het vinden van hun richting in relatie tot de eisen die vanuit de omgeving gesteld worden.

Via het instrument van subsidiëring, stimuleren we partijen om de doelen van ons beleid met betrekking tot het landelijke gebied te realiseren. In het beleidskader Perspectief voor het landelijk gebied 2023-2027 hebben we aangegeven het subsidie instrument Gemeenschappelijk LandbouwBeleid (GLB) in te zetten ter verbetering van het landelijk gebied en de transitie naar meer natuurinclusieve landbouw.

Deze openstelling GLB-NSP richt zich dan ook op het landelijke gebied, op het uitvoeren van een uitvoeringsagenda door een samenwerkingsverband in het landelijk gebied om met behulp van de GLB-NSP openstelling “Samenwerking integrale gebiedsontwikkeling uitvoering” activiteiten uit een gebiedsplan uit te voeren die betrekking hebben op het verbeteren het water- en bodemsysteem voor landbouw-, water – en klimaatdoelen en die bijdragen aan de doelen binnen het beleidskader Perspectief voor het landelijk gebied.

Het beleidskader Perspectief voor het landelijk gebied is beschikbaar op de internetpagina van de Provincie Limburg onder het coalitieakkoord 2023-2027:Coalitieakkoord 2023-2027 - Provincie Limburg.

Het Limburgs Offensief Stikstof

Limburg staat voor flinke uitdagingen, ook in het landelijk gebied. De vergunningverlening zit op slot en de kwaliteit van natuur en water staat onder druk. Om te zorgen dat we nu en in de toekomst kunnen wonen, werken en ondernemen én om natuur en water te versterken, móet er beweging ontstaan. Daarom komt het College van Gedeputeerde Staten met dit ‘Limburgs Offensief Stikstof (LOS)’.

Het LOS staat voor een langjarig programma dat werk maakt van stikstofreductie en natuurherstel en weer zorgt voor perspectief op vergunningverlening voor economische en maatschappelijke ontwikkelingen in Limburg. We nemen zelf verantwoordelijkheid en wachten niet langer op de uitwerkingen van het Rijk. We willen snel aan de slag met realistische plannen. Aan de slag omdat de opgaven groot zijn en we als gezamenlijke overheden nu eindelijk moeten doorpakken. Met realistische plannen die aansluiten bij wat in gebieden en op het boerenerf haalbaar is en bij wat we met de nu beschikbare middelen al kunnen doen.

Voor deze openstelling is gekozen voor een buffer van ca. 1500m rondom de focusgebieden. Deze buffer is gekozen, omdat uit ervaring is gebleken dat maatregelen die op deze afstand van het natuurgebied genomen worden, nog invloed hebben op het gebied.

Ambitie

Gedeputeerde Staten heeft met het LOS de ambitie om concrete resultaten te bereiken voor reductie van de stikstofdeposities, natuurherstel en perspectief op vergunningverlening voor economische en maatschappelijke ontwikkelingen. Dat moet de basis vormen voor een leefbaar landelijk gebied, nu en in de toekomst. Daarvoor willen we de beschikbare financiële middelen en instrumenten in samenhang inzetten en beginnen met wat nu al mogelijk is. In de uitvoering willen we nauw samenwerken met initiatiefnemers en gebiedspartners die resultaten willen halen. De ontwikkelingen en maatregelen worden van onderop, in regionale en lokale samenhang, aangepakt. Op deze wijze maken we ontwikkelingen weer mogelijk, waarbij we tegelijkertijd natuur en water beschermen en herstellen.

Openstelling GLB-NSP

De Verordening betreft een Europees kader voor plattelandsontwikkeling. Deze Verordening is gebaseerd op het zogenoemde Gemeenschappelijk LandbouwBeleid (GLB) en het Nationaal Strategisch Plan (NSP).

Om tot subsidiëring van projecten over te kunnen gaan maakt de Provincie gebruik van openstellingsbesluiten. Het openstellingsbesluit ”Paragraaf 6 Samenwerking integrale gebiedsontwikkeling uitvoering” is één van de openstellingsbesluiten, op basis waarvan GLB-NSP-middelen kunnen worden aangevraagd. De Verordening is te vinden op: Verordening Europese landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Limburg - Provincie Limburg.

Subsidieplafond

Het subsidieplafond voor aanvragen die betrekking hebben op de focusgebieden uit het Limburgs Offensief Stikstof, bedraagt € 3.924.200,00. Dit bedrag bestaat voor € 1.687.406,00 uit Europese middelen (= 43%) en uit € 2.236.794,00 aan provinciale middelen (= 57%). Het subsidieplafond voor aanvragen die betrekking hebben op overige gebieden in Limburg bedraagt € 2.345.394,68. Dit bedrag bestaat uit middelen vanuit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO).

Toepassingsgebied

De openstelling is gericht op activiteiten van samenwerkingsverbanden die betrekking hebben op het verbeteren van het water- en bodemsysteem voor landbouw-, water – en klimaatdoelen, zoals vastgelegd in genoemd provinciaal beleid. Activiteiten dienen plaats te vinden in de Nederlandse provincie Limburg.

Artikel 2 Subsidiabele activiteit

Subsidie is beschikbaar voor de uitvoering van het gebiedsplan. Een gebiedsplan is primair gericht op de volgende drie Europese doelen:

  • SO4: Bijdragen aan de beperking van en aanpassing aan de klimaatverandering, ondernemer door de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, de koolstofvastlegging te verbeteren of duurzame energie te bevorderen;

  • SO5: Bevorderen van de duurzame ontwikkeling of het efficiënte beheer van natuurlijke hulpbronnen zoals water, bodem en lucht, onder meer door de afhankelijkheid van chemische middelen te verkleinen;)

  • SO6: Bijdragen aan het tot stand brengen en ombuigen van biodiversiteitsverlies, tot versterking van ecosysteemdiensten en de instandhouding van habitats en landschappen.

Een gebiedsplan kan vrij worden ingevuld binnen de kaders van dit openstellingsbesluit. Elk gebied kan een eigen plan op maat maken. Deze regeling uitvoering van samenwerking voor integrale gebiedsontwikkeling biedt gebieden de mogelijkheid van een budget waar allerlei verschillende activiteiten uit betaald kunnen worden. Het subsidieaandeel voor het proces (management voor de uitvoering van het gebiedsplan) mag niet meer zijn dan 25% van de totaal verstrekte subsidie voor de uitvoering van het gebiedsplan. De Europese Commissie stelt dat tenminste 75% van de subsidie naar investeringen moet gaan.

Voorop staat dat in gebiedsplannen de gebiedskoers zich integraal richt op de Europese doelen voor klimaat, milieu en biodiversiteit en verduurzaming van de landbouw én aansluit bij het beleid van provincie, waterschap en gemeenten, zoals het beleidskader ‘Perspectief voor het landelijk gebied’ van de provincie Limburg.

Daarom zullen desbetreffende overheden direct betrokken zijn bij de gebiedskoers, de doelen van het gebiedsplan en mogelijk zelf partner zijn in het samenwerkingsverband in het specifieke gebied. Dit Openstellingsbesluit GLB uitvoering van samenwerking voor integrale gebiedsontwikkeling is een breed samenbindend instrument met subsidie voor investeringen en open van opzet. Het gebiedsplan kan allesomvattend zijn maar dat hoeft ook niet. Tegelijk gaat het om focus en wat realistisch haalbaar is met het oog op de beschikbare subsidiabele investeringsmogelijkheden bij uitvoering van het gebiedsplan.

De uitvoering van het gebiedsplan kan bestaan uit de volgende subsidiabele activiteiten:

Investeringen voor de uitvoering van het gebiedsplan waaronder:

Management voor de uitvoering van het gebiedsplan, waaronder:

  • a.

    productieve investeringen groen- blauw of dierenwelzijn met 40% steunpercentage zoals bedoeld in artikel 2.2.2 van de Verordening.

  • b.

    niet-productieve investeringen op landbouwbedrijven met 100% steunpercentage, t.b.v. het watersysteem geldt 70% steunpercentage zoals bedoeld in artikel 2.3.1 van de Verordening.

  • c.

    niet-productieve investeringen op niet-landbouwbedrijven met 100% steunpercentage, t.b.v. waterkwantiteit geldt 70% steunpercentage zoals bedoeld in artikel 2.4.1 van de Verordening.

  • d.

    bijeenkomsten voor kennisoverdracht met 80% steunpercentage zoals bedoeld in artikel 2.10.1, eerste lid onder a van de Verordening.

  • e.

    voorbereiding en uitvoering van ruilverkaveling met 100% steunpercentage.

  • f.

    ontwikkelen of beproeven van innovaties met 100% steunpercentage zoals bedoeld in artikel 2.5.2 van de Verordening.

  • g.

    draagvlakontwikkeling of samenwerkingsactiviteiten met 100% steunpercentage.

Voor productieve en niet-productieve investeringen kan uitsluitend gebruik gemaakt worden van investeringen uit bijlage A en B van dit openstellingsbesluit.

Binnen de voorbereiding en uitvoering van een ruilverkaveling worden uitsluitend de kosten die rechtstreeks samenhangen met de werkzaamheden van het Kadaster subsidiabel gesteld. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om:

  • de juridische en kadastrale werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor het opstellen van de ruilakte en de kadastrale registratie;

  • het uitvoeren van metingen, inmetingen en grenscorrecties die voortvloeien uit de ruilverkaveling;

  • administratieve handelingen die nodig zijn voor de officiële vastlegging en inschrijving bij het Kadaster.

Artikel 3 Aanvrager

De subsidie voor het in samenwerking uitvoeren van een integraal gebiedsplan kan worden aangevraagd door de penvoerder van het samenwerkingsverband dat het gebiedsplan gaat uitvoeren. De penvoerder moet gemachtigd zijn door alle deelnemers om het plan uit te voeren. Alle partners in het samenwerkingsverband maken op basis van hun eigen deelbegroting in het gebiedsplan kosten en zijn daarmee medebegunstigden van de subsidie die ze voor deze kosten aanvragen.

Artikel 4 Samenwerkingsverband

Een samenwerkingsverband moet bestaan uit minimaal vier landbouwbedrijven. Daarbij geldt dat onder andere ook eventueel een of meerdere van de volgende partijen betrokken kunnen zijn in het samenwerkingsverband:

  • grondeigenaren,

  • grondgebruikers,

  • landbouworganisaties,

  • natuur- en landschapsorganisaties,

  • provincies,

  • waterschappen,

  • gemeenten, en

  • overige natuurlijke- of rechtspersonen.

Als sprake is van een kennisoverdracht als onderdeel van de activiteiten in het gebiedsplan, moet in het samenwerkingsverband ook een kennisaanbieder als projectpartner vertegenwoordigd zijn.

In gebieden kunnen processen lopen die niet altijd het kenmerk van gezamenlijk eigenaarschap dragen. Soms zijn niet alle overheden aan boord, soms ontbreekt het aan een groep boeren die zich betrokken voelt. Plannen van natuur- en landschapsorganisaties en burgerinitiatieven zijn af en toe in uitvoering zonder betrokkenheid van boeren of overheid.

Overheidspartijen kunnen deelnemer zijn van het samenwerkingsverband. Het is goed voorstelbaar dat een gemeente of waterschap de penvoerdersrol neemt. Het staat een gebied vrij om voor een andere penvoerder te kiezen.

Artikel 6 Weigeringsronden

Een aanvraag om subsidie kan alleen worden ingediend door een nieuw samenwerkingsverband. Reeds bestaande samenwerkingsverbanden kunnen ook een aanvraag indienen, mits de activiteiten waarvoor dan subsidie wordt aangevraagd, nieuw zijn voor dit bestaande samenwerkingsverband.

Artikel 7 Niet subsidiabele kosten

Niet subsidiabel zijn kosten die gemaakt worden voor werkzaamheden van derden, zoals advies- en begeleidingskosten van externe adviseurs, procesbegeleiders of andere private partijen. Ook overige indirecte kosten, zoals interne uren van betrokken partijen of communicatietrajecten, vallen buiten de subsidiabele activiteiten.

Kosten van investeringen van € 2.000.000 of meer voor grootschalige ingrepen in de infrastructuur komen niet voor subsidie in aanmerking tenzij deze kosten betrekking hebben op investeringen in het watersysteem met als doel de waterkwaliteit te verbeteren.

Artikel 9 Hoogte subsidie en deelplafonds

Voor de uitvoering van gebiedsplannen kan per opgenomen activiteit een ander subsidiepercentage van toepassing zijn. De subsidie voor de uitvoering van het gebiedsplan kan bestaan uit:

  • productieve investeringen waarvoor 40% subsidie geldt, en

  • niet productieve investeringen waarvoor 100% subsidie geldt. Als niet productieve investeringen betrekking hebben op het watersysteem en gedaan worden door landbouwers geldt 70% subsidie. Wanneer deze investeringen alleen betrekking hebben op waterkwantiteit en gedaan worden door niet landbouwbedrijven, geldt ook 70% subsidie;

  • kennisoverdrachtactiviteiten waarvoor 80% subsidie geldt en

  • 100% subsidie voor het uitwerken en testen van innovatieve concepten.

Bovenvermelde onderdelen maken tezamen minimaal 75% van de subsidie uit.

Verder kan een gebiedsplan bestaan uit:

  • 100% subsidie voor voorbereiding en uitvoering van ruilverkaveling en

  • 100% subsidie voor draagvlakontwikkeling en het proces van samenwerking.

Bovenvermelde onderdelen maken tezamen maximaal 25% van de subsidie uit.

In het tweede lid is bepaald dat de subsidie minimaal €125.000,00 en maximaal €2.500.000,00 bedraagt. En in het derde lid is zijn twee deelplafonds opgenomen:

  • a)

    een plafond ter hoogte van € 3.924.200,00, waarvoor aanvragenprojecten ingediend kunnen worden die betrekking hebben op de focusgebieden uit het LOS

  • b)

    een plafond ter hoogte van € 2.345.394,68 voor aanvragen voor alle overige gebieden in Limburg

Artikel 11 Verplichting

De uitvoering van het gebiedsplan moet uiterlijk 30 juni 2028 afgerond zijn. Dat betekent dat alle activiteiten uitgevoerd moeten zijn en dat de kosten ervan gemaakt zijn op deze datum. Indien dit niet mogelijk is kan de aanvrager middels een wijzigingsverzoek de einddatum verlengen tot uiterlijk 31 december 2028. Met deze einddatum wordt binnen de huidige GLB-periode maximaal ruimte gegeven voor de uitvoering van gebiedsplannen.

Aansluiting op het Nationale (Netwerk platteland) en Europese EIP netwerk draagt ertoe bij dat samenwerkingsverbanden gedurende het gehele project gebruik kunnen maken van beschikbare kennis en ervaring voor een hogere effectiviteit. Het doel hiervan is dat het delen van de kennis die opgedaan wordt tijdens de projecten, door anderen gebruikt kan worden en daardoor bijdraagt effectievere en innovatieve gebiedsplannen in Nederland en in Europa. Daarnaast kunnen via de netwerken ook interacties ontstaan tussen de verschillende samenwerkingsverbanden zodat deze elkaar kunnen versterken door een community te vormen.

De subsidieontvanger is verplicht om de resultaten van het project te delen via de hiertoe geëigende netwerken. Onder geëigende netwerken wordt in ieder geval begrepen:

  • -

    Groen Kennisnet*

  • -

    EIP-netwerk** als bedoeld in artikel 127 VO (EU) nr 2021/2115.

*Met Groen Kennisnet, het kennisplatform van de groene sector in Nederland, is een speciale samenwerking aangegaan. Groen Kennisnet maakt voor elk Nederlands project een pagina aan om de plannen en eindresultaten te delen. Ook tijdens uw project kunt u resultaten delen via Groen Kennisnet. Groen Kennisnet neemt hierover contact met u op.

** Het Europees Innovatienetwerk voor de Landbouw (EIP-AGRI) werkt aan de bevordering van concurrerende en duurzame land- en bosbouw in Europa. Het EIP-AGRI-netwerk is onderdeel van het CAP Network van de EU. Elk project wordt gemeld aan dit Europese EIP netwerk.