Beleidsregels standplaatsen gemeente Meierijstad

Geldend van 24-11-2025 t/m heden

Intitulé

Beleidsregels standplaatsen gemeente Meierijstad

Het college van burgemeesters en wethouders van de gemeente Meierijstad

gelet op hoofdstuk 4, titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb);

gelet op het bepaalde in artikel 9:18 en 13.3 lid 5 van de Verordening fysieke leefomgeving (hierna te noemen: “VFL”)

besluit:

vast te stellen de

Beleidsregels standplaatsen gemeente Meierijstad

1 Inleiding

1.1 Aanleiding

In 2018 heeft een harmonisatie van het standplaatsenbeleid plaatsgevonden voor de nieuwe fusiegemeente Meierijstad. In 2019, 2022 en 2025 is het standplaatsenbeleid geactualiseerd om beter aan te sluiten bij de praktijk en regelgeving. Voorliggend beleidsstuk voorziet in de benodigde kaders voor vergunningverlening.

1.2 Definitie

Onder het begrip standplaats zoals opgenomen in artikel 9.17 van de VFL wordt verstaan het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. Deze beleidsregels richten zich enkel tot de verschillende soorten standplaatsen buiten de weekmarkt.

Soorten standplaatsen

Standplaatsen kunnen regulier, incidenteel of seizoensgebonden (zoals oliebollen) van aard zijn. Het verschil heeft te maken met het type product en/of dienst en het tijdstip waarop een product en/of dienst wordt aangeboden. Hieronder een overzicht van de verschillende typen standplaatsen en de belangrijkste definities uit dit beleidsdocument.

Reguliere standplaatsen

Standplaatsen op gemeentegrond (buiten de weekmarkt), waar ondernemers hun goederen aan het publiek trachten te verkopen. Deze standplaatsen zijn het hele jaar beschikbaar op een vaste, aangewezen locatie. De locaties zijn als bijlage opgenomen.

Incidentele standplaats

Een incidentele standplaats is een standplaats voor maximaal 5 aaneengeschakelde vastgestelde dagen. Gezien het niet-structurele karakter worden de incidentele standplaatsen niet afhankelijk gesteld van aangewezen standplaatslocaties. De locatie wordt per aanvraag op reguliere wijze beoordeeld en getoetst.

Seizoenstandplaats oliebollen

Een seizoenstandplaats is een standplaats waar vergunninghouders gedurende het verkoopseizoen oliebollen mogen verkopen. Het verkoopseizoen van oliebollen is maximaal 4 maanden, te weten 1 oktober tot 1 februari. Seizoenstandplaatsen worden niet afhankelijk gesteld van aangewezen locaties. Buiten en niet direct aan het verkoopseizoen kan een incidentele standplaatsvergunning voor de verkoop van oliebollen worden verstrekt. Daarnaast kan een oliebollenkraam onderdeel uitmaken van een evenementenvergunning. Tot slot is een seizoenstandplaats niet bedoeld als een verlengstuk van de eigen/huidige detailhandelsfunctie.

1.3 Doelstelling

De centrale doelstelling van het standplaatsenbeleid is een helder toetsingskader creëren op basis waarvan aanvragen voor standplaatsen kunnen worden beoordeeld.

De belangrijkste deelvragen die in dit document beantwoord worden, zijn:

  • Hoe ziet de huidige verdeling van het aanbod van standplaatsen eruit?

  • Wat zijn de beleidskaders?

1.4 Juridisch kader

Op standplaatsen is de Dienstenwet van toepassing. In artikel 33 van de Dienstenwet staan de richtlijnen voor het afgeven van vergunningen bij diensten omschreven. Hierin wordt onder andere omschreven dat een vergunning alleen voor een bepaalde duur kan worden verleend als het aantal beschikbare vergunningen beperkt is door een dwingende reden van algemeen belang en de gebruiksmogelijkheden op basis van het omgevingsplan, zoals bij standplaatsen het geval is. Een standplaatsvergunning kan bij meerdere geïnteresseerden namelijk een schaarse vergunning zijn. Het is dus juridisch gezien alleen mogelijk om vergunningen voor een bepaalde tijd te verlenen. De vergunningen zullen na afloop van de vergunningsperiode worden herverdeeld volgens een objectieve, transparante wijze, die vooraf bekendgemaakt dient te worden zoals opgenomen in artikel 9.6 VFL. Vrijgekomen plaatsen die ontstaan door het opzeggen van een vergunning zullen ook via een procedure als hiervoor bedoeld worden herverdeeld. V.w.b. de vergunningstermijn hanteert gemeente Meierijstad een termijn van 12 jaar.

De basis voor een standplaatsvergunning is artikel 9:18 VFL. Hierin staat dat het verboden is om zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen. Een vergunning wordt geweigerd als deze in strijd is met een geldend bestemmingsplan of het omgevingsplan. In aanvulling op de algemeen geldende weigeringsgronden zoals opgenomen in artikel 3.5 VFL bevat artikel 9:18 VFL aanvullende weigeringsgronden specifiek voor standplaatsvergunningen.

In artikel 3.5 van de VFL staan de algemeen geldende weigeringsgronden voor vergunningen vermeld.

Naast het feit dat een standplaatshouder moet beschikken over een vergunning om een standplaats in te nemen, dient deze zich te houden aan een aantal, in met name de volgende wetten en verordeningen, gestelde eisen:

  • De Winkeltijdenwet;

  • De Warenwet;

  • De Omgevingswet en het Besluit activiteiten leefomgeving;

  • Overige artikelen Algemene Plaatselijke Verordening Meierijstad;

  • Relevante artikelen uit de Verordening fysieke leefomgeving.

2. Situatieschets

Om een strategische koers over standplaatsen te bepalen, is het allereerst van belang om te bekijken hoe de kernen momenteel functioneren. In onderstaande tabel gaan we daarom in op de situatie per kern.

Locatie 

Standplaatsen 

Kern 

Locatie 

Maximaal te vergeven per week 

Aanvullende regels 

Boerdonk 

Kapelstraat 

 

Boskant 

Ritaplein 

 

Eerde 

St. Antoniusplein 

 

Erp 

Hertog Janplein 

Vrijdagmiddag weekmarkt 

Keldonk 

Antoniusstraat 

 

Mariaheide 

Dobbelsteenplein 

 

Nijnsel 

De Beckart 

 

Olland 

Geen mogelijkheden* 

 

Schijndel 

Steeg 

Niet op zaterdag  

Boschweg 

 

Sint-Oedenrode 

Pieter Christiaanstraat 

 

Markt 

Niet op donderdag en vrijdag-ochtend  

Veghel 

Hoofdstraat 

Niet op woensdag en donderdag-ochtend 

Leo van der Weijdenstraat 

 

De Bunders 

8 (incl. 5 op zaterdag) 

 

De Boekt 

 

Wijbosch 

Shared Space plein 

 

Zijtaart 

Pastoor Clercxstraat  

 

*In Olland zijn er geen mogelijkheden voor een standplaats op gemeentelijke grond. Wel zijn er op dinsdagochtend twee standplaatsen uitgegeven op particuliere grond, voor de Loop’r (eigendom van Woonmeij).

3. Het belang van standplaatsen in Meierijstad

Standplaatsen zijn van belang voor de gemeente. Standplaatsen kunnen namelijk een positieve bijdrage aan de (detailhandels)structuur van de gemeente leveren. Allereerst kan het uitgeven van standplaatsen de leefbaarheid in (met name kleine) kernen verhogen. In een aantal kernen waar geen of nauwelijks aanbod is aan reguliere detailhandel (zoals bijvoorbeeld Wijbosch, Boerdonk en Boskant) kan uitgifte van een standplaats bijdragen aan een vergrote leefbaarheid. Daarnaast kan het uitgeven van een standplaats de bestaande detailhandelsstructuur versterken, door het aanbieden van goederen die niet of beperkt aangeboden worden door de bestaande winkels in een kern. Vaak is in kleinere buurten of dorpen, waar onvoldoende draagvlak is voor een (bepaald type) winkel, een standplaats wel haalbaar. Tot slot kunnen standplaatsen een aantrekkende werking hebben, wat resulteert in een levendiger straatbeeld. Hier kan de bestaande detailhandelsstructuur van profiteren.

Tegelijkertijd kan een overaanbod aan standplaatsen ook negatieve gevolgen hebben voor een kern. Zo kan een standplaats concurreren met bestaande detailhandel of de weekmarkt, waardoor deze hun hoofd niet boven water kunnen houden. Van groot belang is echter dat de Dienstenrichtlijn het beschermen van een redelijk voorzieningenniveau in een kern niet toestaat. Dit omdat dat wordt beschouwd als een economische, niet toegestane, belemmering voor het vrij verkeer van diensten (artikel 14, punt 5 van de Dienstenrichtlijn). Hierop wordt door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) slechts één uitzondering toegestaan, namelijk wanneer het voorzieningenniveau voor de consument in een deel van de gemeente in gevaar komt. Van duurzame ontwrichting van het voorzieningenniveau zal in de praktijk niet snel sprake zijn. Voor de vraag of een duurzame ontwrichting van het voorzieningenniveau zal ontstaan, komt geen doorslaggevende betekenis toe aan de vraag of voor een overaanbod in het verzorgingsgebied en mogelijke sluiting van bestaande voorzieningen moet worden gevreesd, maar het doorslaggevende criterium is of inwoners van een bepaald gebied niet langer op een aanvaardbare afstand van hun woning kunnen voorzien in hun eerste levensbehoeften. Bijvoorbeeld ABRvS 13-01-2016, ECLI:NL:RVS:2016:49.

Daarom is het van belang om goed na te denken over een gedegen standplaatsenbeleid, waarbij aandacht is voor de leefbaarheid van de kernen, zonder in strijd te komen met de Dienstenrichtlijn. Met name in de kleinste kernen dient ook rekening gehouden te worden met reguliere ondernemers. In die zin dat inwoners van een bepaald gebied op een aanvaardbare afstand van hun woning moeten kunnen voorzien in hun eerste levensbehoeften. Tegelijkertijd is het vanuit ruimtelijk-economisch perspectief belangrijk om de juiste locaties te kiezen om standplaatsen mogelijk te maken. Allereerst is het van belang dat de locatie voldoende kansen biedt voor ondernemers om te functioneren en te investeren. Over het algemeen komt dit neer op een centrale ontmoetingsplaats in een kern. Daarnaast moet een locatie geen conflicten opleveren met het bestemmingsplan (Omgevingsplan), het verkeer en bewoners.

Vanuit leefbaarheid van de kernen is het wenselijk dat in iedere kern de mogelijkheid bestaat om minstens 2 standplaatsen per week in te kunnen nemen. In grotere kernen kan dit aantal worden uitgebreid. Ook is het van belang dat er in de kleine kernen per week maximaal één standplaats uit dezelfde branche plek in neemt en op de locaties waar maximaal 8 keer per week standplaatsen ingenomen mogen worden er per week maximaal twee standplaatsen uit dezelfde branche plaats mogen nemen.

Ook wanneer een standplaats wordt ingenomen op particulier terrein is, als dat terrein voor publiek openbaar is, een vergunning van het college nodig (thans geregeld in artikel 9.19 van de VFL). Het innemen van een standplaats tijdens een evenement wordt geregeld in de evenementenvergunning conform het evenementenbeleid. Een standplaats op een evenemententerrein dient zich aan de gegeven eisen/richtlijnen te houden, zoals opgenomen in de evenementenvergunning.

Handhaving

Op het moment dat iemand zonder vergunning een standplaats inneemt, dan zal hiertegen opgetreden worden. Dit geldt tevens voor de eigenaar van de grond die het innemen van een standplaats zonder vergunning toestaat.

4. Beleidskader

De volgende uitgangspunten zijn van toepassing bij het verlenen van een standplaatsvergunning. Als eerste zal ingegaan worden op algemene uitgangspunten die gelden voor alle standplaatsvergunningen. Verder zal er onderscheid worden gemaakt tussen reguliere standplaatsen, incidentele standplaatsen, niet-commerciële standplaatsen, de seizoenstandplaatsen oliebollen en de standplaatsen die deel uitmaken van een evenementenvergunning. Ook wordt er aandacht gegeven aan het afgeven en vrijkomen van vergunningen, alsook de randvoorwaarden waaraan voldaan moet worden bij het ontvangen van een standplaatsvergunning.

4.1. Algemene uitgangspunten (geldend voor alle standplaatsvergunningen)

  • Ook voor standplaatsen op voor publiek toegankelijk particulier terrein moet een vergunning worden aangevraagd. Indien de aanvrager van de standplaatsvergunning geen eigenaar is van het particulier terrein, moet de vergunningsaanvraag worden vergezeld van een instemmingsverklaring van de eigenaar van het particulier terrein.

  • In principe draagt de vergunninghouder zelf zorg voor de benodigde elektriciteit en water. Bij gebruik van gemeentelijke elektriciteits- of watervoorzieningen, mits aanwezig, vraagt de gemeente een marktconforme vergoeding. De actuele tarieven zijn te vinden op www.meierijstad.nl onder ‘standplaats aanvragen’.

  • Bij aanwezigheid van een stroomvoorziening wordt geen toestemming verleend voor een aggregaat.

  • Wilt u gebruikmaken van een stroomvoorziening, dan dient u dit aan te geven op uw inschrijfformulier. Of u dient hiertoe een verzoek in via info@meierijstad.nl.

  • De vergunninghouder is verplicht de standplaats persoonlijk in te nemen, dan wel in te laten nemen door degene die als zodanig in deze vergunning wordt vermeld. Door of namens het college kan van deze verplichting in bijzondere gevallen ontheffing worden verleend.

  • Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen (tijdelijk) een andere standplaats aanwijzen. Dit kan o.a. het geval zijn ten tijde van een evenement of (tijdelijke) wegwerkzaamheden.

  • Vergunningsaanvragen worden beoordeeld op de weigeringsgronden in artikel 3.5 en 9:18 van de VFL.

  • Om in aanmerking te komen voor een vergunning dient de aanvrager handelingsbekwaam te zijn en te voldoen aan alle wettelijke verplichtingen op het gebied van bedrijfsuitoefening.

  • Het college kan op grond van artikel 4.84 van de Awb afwijken van het bepaalde in deze beleidsregels als een strikte toepassing ervan voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.

4.2. Uitgangspunten reguliere standplaatsen

Naast de onder 4.1. genoemde uitgangspunten gelden voor reguliere standplaatsen de volgende uitgangspunten:

  • Een reguliere standplaats mag worden ingenomen van 1 januari tot en met 31 december van het betreffende jaar, met uitzondering van kermis in de betreffende kern en carnaval.

  • Een standplaats kan worden ingenomen van zondag tot en met zaterdag en er mogen per week ten hoogste 2 vergunningen uit eenzelfde branche worden afgegeven, bij een maximum van 8 standplaatsen per week.

  • Voor reguliere standplaatsen op de locaties in Erp, Schijndel, Sint-Oedenrode (locatie de Markt), Veghel en Wijbosch worden maximaal 2 vergunningen per branche afgegeven, voor de overige locaties maximaal 1 vergunning per branche.

  • Een dagdeel is van 8:00 uur tot 13:00 uur en vanaf 13:00 uur tot 18:00 uur. De plek mag vanaf 8:00 uur worden opgebouwd en moet om 13:00 uur leeg zijn. In de middag mag de plek vanaf 13:00 uur worden opgebouwd en moet de plek om 18:00 uur leeg zijn.

  • Per locatie wordt maximaal 1 reguliere vergunning per dagdeel afgegeven, met uitzondering van de aanvullende aanwezigheid van standplaatsen met een seizoenstandplaatsvergunning en met uitzondering van de zaterdag op De Bunders in verband met de minimarkt (maximaal 5 vergunningen) en de shared space locatie in Wijbosch (maximaal 3 vergunningen).

  • Er kunnen vergunningen afgegeven worden voor een hele dag op het moment dat hier volgens onze beschikbaarheid ruimte voor is. Op dat moment ontvangt de aanvrager 1 verleningsbrief voor 2 dagdelen. Dit kan echter alleen op die locaties waar 2 vergunningen per branche toegestaan zijn en er niet al 1 vergunning voor de desbetreffende branche is afgegeven. Een vergunning voor een hele dag telt als twee vergunningen voor een branche.

  • Een standplaatsvergunning wordt voor de duur van maximaal 12 jaar verstrekt. Hiervoor geldt het bepaalde zoals beschreven bij het vrijkomen en afgeven van een vergunning.

  • Reguliere standplaatsvergunningen worden uitsluitend uitgegeven op de locaties genoemd in de bijlage (zie pagina 11). Incidentele en seizoenstandplaatsvergunningen kunnen ook op overige locaties worden uitgegeven, ter beoordeling van het college.

  • Zodra een standplaatshouder langer dan een maand aaneengesloten niet op de plek heeft gestaan, kan de vergunning worden ingetrokken.

  • Op locaties binnen 200 meter van de locatie waarop de weekmarkt of het evenemententerrein (met uitzondering van volksfeesten*) plaatsneemt, is het daags voor of tijdens de dag van de weekmarkt niet mogelijk om een standplaats in te nemen. Bestaande rechten worden gerespecteerd.

  • Tussentijdse opzegging van de standplaats is alleen schriftelijk mogelijk. Hiervoor geldt een opzegtermijn van 1 maand.

*Volksfeesten: traditioneel feest dat door het (gehele) volk wordt gevierd, zoals kermissen, carnavalsoptochten, Sinterklaasintocht, vieringen en herdenkingen (Koningsdag, 4 en 5 mei, lokale Bevrijdingsdagen, dodenherdenking).

4.3. Uitgangspunten incidentele standplaatsvergunningen

Naast de onder 4.1. genoemde uitgangspunten gelden de volgende uitgangspunten:

  • Een incidentele standplaatsvergunning mag maximaal 3 keer per kalenderjaar, voor maximaal 5 aaneengesloten dagen per aanvraag en per aanbieder worden aangevraagd. Ongeacht het wel of niet vergeven maximale aantal dagen van 15. Incidentele vergunningen mogen seizoenstandplaatsvergunning niet direct opvolgen.

  • Anders dan bij een reguliere standplaats kunnen incidentele standplaatsen ook op overige locaties uitgegeven worden, ter beoordeling van het college.

  • Bij volksfeesten* moeten incidentele standplaatsen wijken.

*Volksfeesten: traditioneel feest dat door het (gehele) volk wordt gevierd zoals kermissen, carnavalsoptochten, Sinterklaasintocht, vieringen en herdenkingen (Koningsdag, 4 en 5 mei, lokale Bevrijdingsdagen, dodenherdenking).

4.4. Uitgangspunten seizoenstandplaats oliebollen

Naast de onder 4.1. genoemde uitgangspunten gelden de volgende uitgangspunten:

  • Voor de verkoop van oliebollen is een verkoopseizoen vastgesteld dat loopt van 1 oktober tot en met 1 februari

  • Een seizoenstandplaatsvergunning wordt na het volgen van een openbare procedure voor de duur van 12 jaar verstrekt.

  • Anders dan bij een reguliere standplaats kan een seizoenstandplaats ook op overige locaties uitgegeven worden, ter beoordeling van het college.

4.5. Uitgangspunten standplaatsen onderdeel uitmakend van een evenement(envergunning)

Als een standplaats op basis van een al eerder afgegeven evenementenvergunning wordt ingenomen, hoeft er geen standplaatsenvergunning separaat te worden aangevraagd. Dit verloopt via de evenementenvergunning. Een standplaats op evenemententerrein dient zich aan de voorschriften te houden zoals opgenomen in de evenementenvergunning. Oliebollenkramen kunnen onderdeel uitmaken van een evenementenvergunning.

4.6. Verlenen, vrijkomen, looptijd, verlenging en overschrijving van vergunningen

Verleende vergunningen blijven van kracht tot de vergunning afloopt. Vergunningen die voor onbepaalde tijd zijn verleend, blijven gelden tot de vergunning wordt ingetrokken of op het moment dat de vergunninghouder schriftelijk kenbaar maakt dat hij geen gebruik meer wenst te maken van de vergunning en deze wil overschrijven of stopzetten, zoals beschreven in hoofdstuk 9, artikel 9.8 VFL

Nieuwe aanvragen krijgen een vergunning met een looptijd van 12 jaar. Voor deze vergunningen geldt dat de looptijd kan worden bekort als blijkt dat dit noodzakelijk is in verband met hogere regelgeving (Europees of landelijk) dan wel rechterlijke uitspraken.

Bij het vrijkomen van een vergunning publiceert de gemeente dit via de gemeentekanalen (Gemeenteblad Meierijstad en Website gemeente Meierijstad). Voor de toekenning van reguliere én seizoenstandplaatsen op gemeentegrond geldt het uitgifteproces zoals beschreven in hoofdstuk 9, artikel 9.6. VFL.

Bij het beschikbaar komen van een vaste-standplaatsvergunning vanwege het einde van de vergunningsduur kunnen burgemeester en wethouders de procedure van verlenging na afroep toepassen, als voldoende aannemelijk is dat er naast de betreffende vergunninghouder geen andere gegadigden voor deze vergunning zijn. Hiervoor geldt hetzelfde als beschreven in artikel 9.7. uit de VFL.

Als de vergunninghouder niet langer zelf van de vaste-standplaatsvergunning wil gebruikmaken, overleden is of onder curatele gesteld is, kunnen burgemeester en wethouders op aanvraag van de vergunninghouder, zijn erven of curator de vergunning overschrijven op naam van zijn echtgenoot, geregistreerde partner of andere persoon met wie hij duurzaam samenwoont of samenwoonde, of zijn kind. Indien men hiervoor in aanmerking wil komen, geldt hetzelfde als bepaald in artikel 9.8. van de VFL.

4.7. Voorschriften in de vergunning

Aan een standplaatsvergunning worden voorschriften verbonden (plichten en verboden). Deze voorschriften in algemene zin staan hieronder beschreven. Nadere voorschriften kunnen aan een vergunning worden verbonden als dat bij het afgeven van de vergunning noodzakelijk wordt geacht.

Algemeen

  • 1.

    Het college van burgemeester en wethouders behoudt zich te allen tijde het recht voor om op grond van artikel 3:5 VFL deze vergunning in te trekken, te wijzigen, of er aanvullende voorschriften aan te verbinden.

  • 2.

    U dient met het innemen van een standplaats te voldoen aan de bepalingen zoals opgenomen in hoofdstuk 9 weekmarkten en standplaatsen van onze Verordening Fysieke Leefomgeving.

  • 3.

    Gedurende het gebruik van deze standplaatsvergunning moet een voor naleving van de vergunningsvoorschriften verantwoordelijk persoon aanwezig zijn.

  • 4.

    Na afloop van de standplaatsactiviteiten dient de directe omgeving door vergunninghouder schoon te worden opgeleverd. Indien dit niet gebeurt, zal de gemeente dit doen op kosten van de vergunninghouder. Dit betekent dat er geen afvalresten meer mogen liggen. Ook mag het afvalwater niet tegen de beplanting worden gegoten om stankoverlast te voorkomen.

  • 5.

    Schade aan gemeente-eigendommen die aan u kan worden toegerekend, wordt op kosten van u, de vergunninghouder, hersteld.

  • 6.

    De vergunninghouder dient de verkoopinrichting in overeenstemming te houden zoals deze tijdens de inschrijving is ingediend en verleend.

  • 7.

    De vergunninghouder dient de verkoopinrichting in overeenstemming te brengen met eventuele nadere eisen die door of namens het college van burgemeester en wethouders worden gesteld met betrekking tot de omvang, constructie en het uiterlijk.

  • 8.

    De vergunninghouder is verplicht er zorg voor te dragen dat de verkoopinrichting en onmiddellijke omgeving daarvan schoon wordt gehouden. Indien etenswaren worden verkocht die ook ter plaatse kunnen worden genuttigd, dient vergunninghouder bij de verkoopinrichting ten minste één afvalemmer te plaatsen en gebruiksklaar te houden. De afvalemmer mag niet in een openbare afvalbak worden geleegd om hiermee stankoverlast te voorkomen. U dient zelf uw afval mee te nemen.

  • 9.

    Vergunninghouder is verplicht de standplaats persoonlijk in te nemen, dan wel in te laten nemen door degene die als zodanig in deze vergunning wordt vermeld. Door of namens het college kan van deze verplichting in bijzondere gevallen ontheffing worden verleend.

Het is de vergunninghouder niet toegestaan:

  • 1.

    Buiten de standplaats goederen aanwezig te hebben of diensten aan te bieden;

  • 2.

    Op de standplaats buiten een gesloten en niet voor publiek toegankelijke inrichting etenswaren te frituren, of anderszins activiteiten te verrichten die gevaar op kunnen leveren voor persoon of goed;

  • 3.

    De standplaats te exploiteren in strijd met belangen van het handhaven van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en de verkeersvrijheid of -veiligheid;

  • 4.

    De standplaats onder te verhuren of op andere wijze geheel of gedeeltelijk aan derden in gebruik te geven;

  • 5.

    In de verkoopinrichting en/of op de standplaats aan publiek goederen, producten en/of diensten aan te bieden, te verkopen, te verstrekken of te verhuren, anders dan in deze vergunning wordt vermeld;

  • 6.

    Zonder een door of namens het college van burgemeester en wethouders verleende schriftelijke toestemming gebruik te maken van een stroomaggregaat ten behoeve van het verkrijgen van elektriciteit;

  • 7.

    Zonder een door of namens het college van burgemeester en wethouders verleende schriftelijke toestemming veranderingen in de standplaats aan te brengen, waaronder in ieder geval begrepen het slaan van palen en pennen;

  • 8.

    De standplaats te exploiteren als de gemeente over de standplaats dient te beschikken, voor werken van openbaar nut, of als de standplaats voor vergunde evenementen- of andere activiteiten dient te worden gebruikt. De vergunninghouder zal hierover tijdig vooraf worden geïnformeerd. Het college kan dan besluiten tot aanwijzing van een andere, tijdelijke, standplaats. Indien aanwijzing van een vervangende standplaats niet mogelijk is en gebruiker als gevolg van genoemde omstandigheden gedurende een periode langer dan een week geen gebruik van het gehuurde kan maken, wordt hiermee bij de berekening van de marktgelden rekening gehouden.

Openbare orde, veiligheid, toezicht en handhaving

  • 1.

    De vergunninghouder is verplicht deze vergunning op eerste verzoek van een toezichthoudend ambtenaar, zoals de Buitengewoon Opsporingsambtenaren van de gemeente Meierijstad, belast met de zorg voor de naleving van de voorschriften, ter inzage af te geven. Het is dan ook verplicht om een afschrift van deze vergunning voorhanden te hebben.

  • 2.

    De politie of toezichthoudend ambtenaar heeft de bevoegdheid om de standplaatsactiviteiten te beëindigen als de voorschriften niet worden nageleefd.

  • 3.

    De activiteiten mogen geen gevaar opleveren voor omwonenden en het verkeer.

  • 4.

    Eventuele nadere aanwijzingen van de politie of toezichthoudend ambtenaar, gegeven in het belang van de openbare orde of ten behoeve van het (voetgangers)verkeer, en/of van andere betrokken gemeentelijke instanties vanuit hun taaksector, dienen stipt en onmiddellijk te worden opgevolgd.

Wetgeving en aansprakelijkheid

  • 1.

    Vergunninghouder verklaart ermee bekend te zijn dat overige wet- en regelgeving, zoals o.a. de Alcoholwet, Activiteitenbesluit milieubeheer, Verordening Fysieke Leefomgeving en het omgevingsplan onverminderd van kracht blijven. Gebruiker kan aan deze overeenkomst geen rechten ontlenen met betrekking tot het verkrijgen van eventueel vereiste vergunningen of ontheffingen.

  • 2.

    De activiteiten mogen geen overlast veroorzaken voor omwonenden en het verkeer. Denk met name aan geur-, geluid- en parkeeroverlast. Eventuele sancties volgen uit de landelijke handhavingsstrategie.

  • 3.

    Door het aanvaarden van deze vergunning vrijwaart de vergunninghouder de gemeente van iedere aansprakelijkheid jegens derden, wegens aan hen toegebracht letsel of schade.

5. Financiële consequenties

Voor het behandelen van aanvragen om een standplaatsvergunning zijn legeskosten verschuldigd. Het tarief is te vinden in de tarieventabel die behoort tot de meest recente legesverordening van de gemeente. Daarnaast is de standplaatshouder die een standplaats inneemt op gemeentegrond een vergoeding verschuldigd aan de gemeente voor het gebruik van haar grond. Dit wordt geregeld via de jaarlijks vast te stellen ‘Verordening Marktgelden Meierijstad’.

Er is op een aantal locaties een stroomvoorziening aanwezig waar standplaatshouders gebruik van kunnen maken. Op deze locaties betaalt de gebruiker een vast bedrag voor het gebruik van ofwel reguliere stroom of krachtstroom. Ook deze tarieven zijn terug te vinden in de ‘Verordening Marktgelden Meierijstad’. Deze kosten worden tegelijk met het marktgeld in rekening gebracht.

6. Duurzaamheid

In het collegewerkprogramma 2023-2026 ‘Thuis in Meierijstad’, is duurzaamheid een van de leidende thema’s voor alle beleidsterreinen. Zowel lokaal, regionaal, nationaal als mondiaal wordt de druk tot verduurzaming gevoeld.

Door in dit beleid ook aandacht aan duurzaamheid te geven, wil de gemeente standplaatshouders inspireren om met ons aan de slag te gaan voor een duurzaam Meierijstad. Dat doen we om nu en in de toekomst prettig te kunnen blijven wonen, leven en werken. Via onderstaande tips/aandachtspunten kan de standplaatshouder een bijdrage leveren aan een duurzaam Meierijstad:

  • Voorkom enige vorm van zwerfafval rondom uw standplaats tot bijvoorbeeld 25 meter;

  • Maak geen gebruik van ballonnen bij uw standplaats;

  • Voorkom wegwerpplastic en kies voor duurzame en veilige producten.

7. Toegankelijkheid

Meierijstad is voor iedereen, iedereen doet mee. We streven naar een toegankelijke/inclusieve samenleving waar iedereen, zowel met als zonder beperking, mee kan doen. Maar alleen samen kunnen we dat bereiken. Daarom is het van belang aandacht te geven aan dit onderwerp in onze beleidsstukken. Bewustwording van de toegankelijkheid van standplaatsen is een eerste stap. Hierom vragen wij standplaatshouders waar mogelijk zo veel mogelijk rekening te houden en samen aan een toegankelijke/inclusieve samenleving te werken.

Het advies vanuit de Stichting Toegankelijk Meierijstad aan standplaatshouders is rekening te houden met de volgende punten:

  • Een zodanige hoogte en presentatie van de uitgestalde goederen, zodat deze goed zichtbaar zijn voor alle bezoekers, inclusief mensen in een rolstoel of van kleinere lengte.

  • Toegankelijkheid van de standplaats, het goed bereikbaar zijn voor mensen met een rollator, scootmobiel, rolstoel etc.

  • Prijzen van producten duidelijk weergeven, met goed leesbare cijfers en voldoende contrast ten opzichte van de achtergrond.

  • De afrekenplek moet bereikbaar en bruikbaar zijn voor mensen in een rolstoel. Indien dit niet mogelijk is, wordt actieve assistentie van het personeel verwacht.

  • Zorg dat een stoep niet wordt afgesloten voor voetgangers/rolstoelers. Een mobiele kraam mag de doorgang niet blokkeren.

  • Zorg dat luifels niet te laag zijn voor lange mensen.

  • Bij veel drukte is het een idee om een stoel te plaatsen.

  • Bij standplaatsen waar ter plaatse voedsel wordt geconsumeerd (zoals vis- of snackkramen), aandacht voor zitmogelijkheid met tafel op aangepaste hoogte voor mensen die geen gebruik van statafels kunnen maken.

  • De kabels moeten goed zijn afgeschermd en afgeschuind voor rolstoelen, zodat er veilig overheen gereden kan worden.

Ondertekening

Aldus vastgesteld op 4 november 2025

Het college voornoemd,

De secretaris,

M. Meertens

De burgemeester,

ir. C.H.C. van Rooij

Bijlagen

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling