Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR746782
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR746782/1
Geldend van 13-11-2025 t/m heden
Hoofdstuk 1 Inleiding
Paragraaf 1.1 Aanleiding
Op 25 november 2022 stelde de minister voor Natuur en Stikstof het ‘Wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden vanwege aanwezige waarden’ vast (ook wel het ‘Veegbesluit’ genoemd). Het Veegbesluit wijzigt voor 100 Natura 2000-gebieden in Nederland het Aanwijzingsbesluit, omdat ten onrechte habitattypen en/of soorten nog niet aangewezen waren.
In de Aanwijzingsbesluiten van de Natura 2000-gebieden staan de instandhoudingsdoelstellingen voor de in het gebied voorkomende soorten en habitattypen (habitats). Het Rijk is verantwoordelijk voor deze Aanwijzingsbesluiten, waarbij de aanwijzingen in Nederland grofweg plaatsvonden in de periode 2008 – 2015.
Na de aanwijzing van de Natura 2000-gebieden bleek uit betere gegevens over het natuurgebied dat ten tijde van de aanwijzing méér habitats in de gebieden voorkwamen dan wat in het eerdere Aanwijzingsbesluit staat. Deze habitats moeten ook instandhoudingsdoelstellingen krijgen. Het Veegbesluit is genomen om dit te repareren.
In Overijssel gaat het om 14 Natura 2000-gebieden waar het Veegbesluit in totaal voor 54 habitats (veelal habitattypen, soms soorten) instandhoudingsdoelstellingen toevoegt aan de Aanwijzingsbesluiten. In één geval schrapt het Veegbesluit een habitattype.
In dit document worden de wijzigingen aan het Aanwijzigingsbesluit van Natura 2000-gebied Springendal & Dal van de Mosbeek toegelicht.
Het ontwerp van dit document lag van 5 juni 2025 tot en met 16 juli 2025 ter inzage. Gedeputeerde Staten stelden dit document ongewijzigd definitief vast in oktober 2025.
Paragraaf 1.2 Inhoud
In Hoofdstuk 2 Instandhoudingsdoelstellingen introduceren wij de nieuwe instandhoudingsdoelstellingen welke zijn toegevoegd aan het Aanwijzingsbesluit van het Natura 2000-gebied als gevolg van Veegbesluit. De nieuwe instandhoudingsdoelstellingen worden overzichtelijk gepresenteerd in een tabel.
Vervolgens geven wij in Hoofdstuk 3 Analyse en maatregelen per habitat een analyse per habitat met informatie over de ecologische vereisten, oppervlakte, kwaliteit en trend, aangezien deze habitattypen nog niet in het Beheerplan zijn opgenomen. Ook bespreken wij de maatregelen welke nodig zijn om de nieuwe instandhoudingsdoelstellingen te bereiken. Dit geldt als een aanvulling op het bestaande Natura 2000-beheerplan.
Tot slot, hebben wij het huidige Beheerplan van het Natura 2000-gebied toegevoegd als Bijlage II Natura 2000-beheerplan Springendal & Dal van de Mosbeek
Hoofdstuk 2 Instandhoudingsdoelstellingen
Paragraaf 2.1 Inleiding
In dit hoofdstuk presenteren wij een lijst met de nieuwe instandhoudingsdoelstellingen welke zijn toegevoegd aan het Aanwijzingsbesluit van het Natura 2000-gebied als gevolg van het Veegbesluit.
De doelen zijn geformuleerd in termen van “behoud” of “uitbreiding” van de omvang (oppervlakte habitattype of leefgebied soort of populatiegrootte soort) en “behoud” of “verbetering” van de kwaliteit (van het habitattype of het leefgebied van de soort).
Paragraaf 2.2 Instandhoudingsdoelstellingen Veegbesluit
De website www.natura2000.nl vermeldt per Natura 2000-gebied de instandhoudingsdoelstellingen. Het Veegbesluit voegde voor het gebied Springendal & Dal van de Mosbeek de volgende instandhoudingsdoelstellingen toe aan het aanwijzingsbesluit:
|
Habitattype |
Oppervlakte |
Kwaliteit |
|
H9160A Eiken-haagbeukenbossen (hogere zandgronden) |
= |
= |
|
H9190 Oude eikenbossen |
= |
= |
|
H91D0 Hoogveenbossen |
= |
= |
= behoud oppervlakte / kwaliteit; > uitbreiding oppervlakte / verbetering kwaliteit.
Hoofdstuk 3 Analyse en maatregelen per habitat
Paragraaf 3.1 Inleiding
In dit hoofdstuk presenteren wij voor ieder habitattype met nieuwe instandhoudingsdoelstellingen (zie ook Paragraaf 2.2 Instandhoudingsdoelstellingen Veegbesluit) een korte analyse met meer informatie over oppervlakte, kwaliteit en trend. Vervolgens beschrijven wij ook de maatregelen welke nodig zijn om de nieuwe instandhoudingsdoelstellingen te bereiken.
In de volgende paragrafen verwijzen wij in voorkomende gevallen naar ‘M-nummers’, 'K-nummers ' en ‘V-nummers’. Dit zijn verwijzingen naar maatregelen (‘M-nummers’) en knelpunten ('K-nummers') in het geldende Natura 2000-beheerplan (zie Bijlage II Natura 2000-beheerplan Springendal & Dal van de Mosbeek). Bij ‘V-nummers’ gaat het om maatregelen die we treffen voor de nieuwe instandhoudingsdoelstellingen uit het Veegbesluit.
Voor zover we in de volgende paragrafen een oordeel geven over de kwaliteit en/of trend van habitattypen en/of soorten dan is dit oordeel gebaseerd op expert judgement van de provincie of van de terreinbeheerder, tenzij anders vermeld.
In de volgende paragrafen staan ook oppervlaktes van habitattypen. Deze oppervlaktes zijn afkomstig uit de habitattypenkaart van dit gebied. De habitattypenkaarten van de Overijsselse Natura 2000-gebieden kunt u hier vinden: Atlas van Overijssel, Habitattypenkaart.
Voor informatie over de ecologische vereisten per habitattype verwijzen wij u naar de Herstelstrategieën op de website www.natura2000.nl.
Paragraaf 3.2 H9160A Eiken-haagbeukenbossen (hogere zandgronden)
Analyse
Actueel areaal en kwaliteit habitattype
Eiken-haagbeukenbossen (hogere zandgronden) (H9160A) komt op twee kleine locaties voor, te weten in een kleine strook langs de Mosbeek
(bij Bels) en in het Hazelbekke. De oppervlakte is in totaal ongeveer 0,3 hectare.
Het betreft een Eiken-haagbeukenbos, de subassociatie van witte klaverzuring (typische
vorm; kartering 2007). Overige kwaliteitskenmerken zoals het voorkomen van typische
soorten en de bosstructuur zijn niet bekend.
Trends in areaal en kwaliteit habitattype
Er zijn geen gegevens bekend over trends in oppervlakte en kwaliteit van dit habitattype.
Knelpuntenanalyse
Mogelijk ondervindt het Eiken-haagbeukenbos langs de Mosbeek negatief effect van verdroging,
als gevolg van de diepere insnijding van de beekbedding (K1, K2). De KDW van het habitattype
wordt nu en in de toekomst matig overschreden op het voorkomen (K21, K22, K23). Hierdoor
kunnen de typische ondergroei-soorten afnemen in (soorten)aantal en kan de ondergroei
verruigen. Omdat het habitattype alleen langs de Mosbeek en het Hazelbekke op een
kleine oppervlakte (K31) voorkomt, ligt het sterk geïsoleerd van andere voorkomens
in de regio. Versnippering van het huidige voorkomen is daarom ook een knelpunt (K32).
Kennisleemten
Er zijn geen gegevens bekend over trends in oppervlakte en kwaliteit van dit habitattype.
Er is verder weinig bekend over de abiotische toestand in het voorkomen van Eiken-haagbeukenbos.
Maatregelen
Voorkomen verslechtering korte termijn
Op de korte termijn zijn geen maatregelen nodig om verslechtering tegen te gaan.
Realiseren instandhoudingsdoelstelling lange termijn
De maatregelen die worden genomen gericht op vernatting van het dal van de Mosbeek
(M16 t/m 18; M20, M21, M23 t/m M25, zie Bijlage II Natura 2000-beheerplan Springendal & Dal van de Mosbeek) dragen bij aan het behoud van de Eiken-haagbeukenbossen op de lange termijn. Naast
het verbeteren van de vochttoestand op zichzelf leidt de vernatting ook tot een betere
aanrijking van basen en daarmee een betere zuurbuffering, zodat verzuring door stikstofdepositie
wordt afgeremd of teniet gedaan. Aanvullend kan door middel van het inbrengen van
boomsoorten met goed afbreekbaar strooisel (V01, zie ook M102 in Bijlage II Natura 2000-beheerplan Springendal & Dal van de Mosbeek) de tendens van strooiselaccumulatie en bodemverzuring ten dele worden omgebogen.
Kansrijke boomsoorten in dit habitattype zijn winterlinde, gewone esdoorn, es, iep
en hazelaar.
Toelichting maatregelen
-
Hydrologisch herstel is een goede maatregel voor duurzaam herstel van zuurbufferend vermogen van de bodem.
-
Het bevorderen van boomsoorten met goed afbreekbaar strooisel wordt als een kansrijke methode gezien voor het tegengaan van strooiselophoping en het verhogen van de basenrijkdom van het strooisel (V01).
-
De overige maatregelen die in de Herstelstrategie voor dit habitattype worden genoemd (zoals hakhoutbeheer), worden niet geschikt geacht vanwege de beperkte omvang van het gebied en ongewenste neveneffecten.
Paragraaf 3.3 H9190 Oude eikenbossen
Analyse
Actueel areaal en kwaliteit habitattype
Oude eikenbossen (H9190) komen over meerdere kleine oppervlakten (in totaal ongeveer 8,0 ha) voor verspreid
in het Natura 2000-gebied. Rondom de Vasserheide liggen enkele opstanden in beheer
bij Landschap Overijssel, Natuurmonumenten en particulieren. In het Oud-Ootmarsumerveld
liggen nog twee kleine oppervlakten oud berken-zomereikenbos in beheer bij Staatsbosbeheer.
Het gaat om de subassociatie met bochtige smele. De bosopstanden bij de Vasserheide
staan gedeeltelijk onder invloed van een maisakker, van waaruit nutriënten in het
bos terechtkomen. Plaatselijk is hierdoor sprake van boszomen die verruigen met grote
brandnetel (med. M. Zekhuis, Landschap Overijssel). De eikenbossen in het Oud-Ootmarsumerveld
zijn naar verwachting ook tamelijk voedselrijk, gezien het optreden van sterke bramenopslag
(med. M. Horsthuis, Staatsbosbeheer). Ook nabij het Hazelbekke is sprake van vermesting,
getuige bramenopslag, en van een gebrekkige bosstructuur (weinig open plekken en mantel-zoom
overgangen; med. B .de Haan, Natuurmonumenten). De opstanden oud eikenbos in het Natura
2000-gebied verschillen voor wat betreft de actuele kwaliteit en het is aannemelijk
dat de abiotische setting niet overal hetzelfde is. Overige kwaliteitskenmerken zoals
het voorkomen van typische soorten, mossen en korstmossen en de aanwezigheid van dood
hout zijn niet bekend.
Trends in areaal en kwaliteit habitattype
Er zijn geen gegevens bekend over trends in oppervlakte en kwaliteit van dit habitattype.
Knelpuntenanalyse
De KDW van het habitattype wordt matig/sterk overschreden op het voorkomen (K21, K22,
K23). Hierdoor kunnen typische soorten, mycorrhiza, mossen en korstmossen afnemen
in (soorten) aantal. Omdat het habitattype op verspreide locaties aanwezig is in relatief
kleine opstanden, ligt het min of meer geïsoleerd van andere voorkomens in de regio.
Versnippering van de Oude eikenbossen is daarom ook een knelpunt (K32). De opstanden
oud eikenbos in het Natura 2000-gebied verschillen waarschijnlijk voor wat betreft
de abiotische setting en daarmee kunnen knelpunten ook lokaal verschillen.
Kennisleemten
Er zijn geen gegevens bekend over trends in oppervlakte en kwaliteit van dit habitattype.
De abiotische variatie tussen de opstanden oud eikenbos is niet goed bekend. Dit wordt
meegenomen in een onderzoeksopgave (V01).
Maatregelen
Voorkomen verslechtering korte termijn
Op de korte termijn zijn geen maatregelen nodig om verslechtering tegen te gaan. Op
basis van de vegetatiekartering wordt de kwaliteit en eventuele knelpunten bepaald.
Wanneer knelpunten aanwezig zijn dienen maatregelen bepaald te worden. Mogelijke maatregelen
die plaatselijk kunnen worden toegepast:
-
Op kleine schaal de strooisellaag verwijderen (V01). Dit is echter een experimentele maatregel waarvan de effectiviteit met monitoring moet worden gevolgd.
-
Het verwijderen van (bramen)opslag (M103, zie Bijlage II Natura 2000-beheerplan Springendal & Dal van de Mosbeek).
-
Structuurverbetering door het maken van open plekken (kleinschalige kap) of hakhoutbeheer (M101, zie Bijlage II Natura 2000-beheerplan Springendal & Dal van de Mosbeek). Te verwijderen soorten zijn met name beuk en (invasieve) exoten. Deze maatregel heeft echter het risico dat bramen explosief toenemen op nieuwe open plekken; bij uitvoer zou dan intensief nabeheer van de bramen nodig zijn. Ook zijn de jonge uitlopers op hakhoutstoven zeer gevoelig voor vraat door herbivoren.
-
Bevorderen van een mantel-zoomvegetatie langs bosranden (M33, zie Bijlage II Natura 2000-beheerplan Springendal & Dal van de Mosbeek).
-
Bekalken met steenmeel; er is echter nog onvoldoende bekend over de toestand van het zuurbufferend complex in de bosbodems, en welk type (steenmeel)bekalking toegepast zou moeten worden. Deze vraag wordt meegenomen in de onderzoeksopgave (V01).
Realiseren instandhoudingsdoelstelling lange termijn
Gelijk aan de korte termijn; afhankelijk van de uitkomst van het onderzoek worden
de maatregelen hierboven ook op de lange termijn doorgevoerd.
Toelichting maatregelen
De overige maatregelen die in de Herstelstrategie voor dit habitattype worden genoemd,
wordt niet geschikt geacht vanwege gebrek aan inzicht en/of ongewenste neveneffecten.
Paragraaf 3.4 H91D0 Hoogveenbossen
Analyse
Actueel areaal en kwaliteit habitattype
Hoogveenbossen (H91D0) komt voor op ongeveer 0,75 hectare, grenzend aan een natte heide in de Vasserheide.
Het gaat om een oude ijzerwinplaats waar is afgegraven, waar nu het Dophei-berkenbroek
voorkomt, subassociatie met struikhei (goede kwaliteit habitattype volgens het profieldocument).
Veenmos is verspreid aanwezig. Het bos wordt voornamelijk door grondwater beïnvloed,
minder door regenwater, en is ook aan enige verdroging onderhevig (med. M. Zekhuis,
Landschap Overijssel). Overige kwaliteitskenmerken zoals de aanwezigheid van oude
en dode bomen zijn niet bekend.
Trends in areaal en kwaliteit habitattype
Er zijn geen gegevens bekend over trends in oppervlakte en kwaliteit van dit habitattype.
Knelpuntenanalyse
Er is sprake van enige verdroging van het Hoogveenbos, door ontwatering in het stroomgebied
van de Roezebeek (K1). Omdat het habitattype alleen bij de Vasserheide op een kleine
oppervlakte (K31) voorkomt, ligt het sterk geïsoleerd van andere voorkomens in de
regio. Versnippering van het huidige voorkomen is daarom ook een knelpunt (K32).
Kennisleemten
Er zijn geen gegevens bekend over trends in oppervlakte en kwaliteit van dit habitattype.
Maatregelen
Voorkomen verslechtering korte termijn
De vernattingsmaatregelen voor de zuidelijke Vasserheide en het dal van de Roezebeek
(M44 t/m M47, M57, zie Bijlage II Natura 2000-beheerplan Springendal & Dal van de Mosbeek) zijn voor het hoogveenbos gunstig en voldoende voor behoud. Verdere effectgerichte
maatregelen zijn niet nodig.
Er zal een veldbezoek plaatsvinden naar de hoogveenbossen om te inventariseren of er sprake is van concurrentie door schaduw van omliggende naaldbossen (V03).
Realiseren instandhoudingsdoelstelling lange termijn
Gelijk aan de korte termijn.
Toelichting maatregelen
-
Vernatting door maatregelen in de waterhuishouding zijn bewezen maatregelen met een langdurig effect;
-
De overige maatregelen die in de Herstelstrategie voor dit habitattype worden genoemd, wordt niet geschikt geacht vanwege gebrek aan inzicht, de beperkte omvang van het gebied en/of ongewenste neveneffecten.
Bijlage I Overzicht Informatieobjecten
- Regelingsgebied
-
/join/id/regdata/pv23/2025/RG51gioe8107133-08d4-4eb9-97d3-73e0b9815809/nld@2025‑11‑11;13
- Natura-2000-Beheerplan-Springendal-Dal-van-de-Mosbeek
-
/join/id/regdata/pv23/2025/pdf_41815a55-240d-4203-8f51-ec9363d30aca/nld@2025‑11‑11;143
- eiken-haagbeukenbossen (hogere zandgronden) (h9160a)
-
/join/id/regdata/pv23/2025/51gioa40f939c-b887-4274-b7be-628a771f7f00/nld@2025‑11‑11;132
- hoogveenbossen (h91d0)
-
/join/id/regdata/pv23/2025/51giod820839a-3d1e-4b24-b70d-c5fa3e38bd72/nld@2025‑11‑11;136
- oude eikenbossen (h9190)
-
/join/id/regdata/pv23/2025/51gio073efbd5-d1bf-43ea-aa78-b61002c4e8a8/nld@2025‑11‑11;134
- springendal & dal van de mosbeek
-
/join/id/regdata/pv23/2025/51gio81600249-9dbf-482d-89b6-5da6be03dcfb/nld@2025‑11‑11;48
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl