Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR746780
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR746780/1
Geldend van 13-11-2025 t/m heden
Hoofdstuk 1 Inleiding
Paragraaf 1.1 Aanleiding
Op 25 november 2022 stelde de minister voor Natuur en Stikstof het ‘Wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden vanwege aanwezige waarden’ vast (ook wel het ‘Veegbesluit’ genoemd). Het Veegbesluit wijzigt voor 100 Natura 2000-gebieden in Nederland het Aanwijzingsbesluit, omdat ten onrechte habitattypen en/of soorten nog niet aangewezen waren.
In de Aanwijzingsbesluiten van de Natura 2000-gebieden staan de instandhoudingsdoelstellingen voor de in het gebied voorkomende soorten en habitattypen (habitats). Het Rijk is verantwoordelijk voor deze Aanwijzingsbesluiten, waarbij de aanwijzingen in Nederland grofweg plaatsvonden in de periode 2008 – 2015.
Na de aanwijzing van de Natura 2000-gebieden bleek uit betere gegevens over het natuurgebied dat ten tijde van de aanwijzing méér habitats in de gebieden voorkwamen dan wat in het eerdere Aanwijzingsbesluit staat. Deze habitats moeten ook instandhoudingsdoelstellingen krijgen. Het Veegbesluit is genomen om dit te repareren.
In Overijssel gaat het om 14 Natura 2000-gebieden waar het Veegbesluit in totaal voor 54 habitats (veelal habitattypen, soms soorten) instandhoudingsdoelstellingen toevoegt aan de Aanwijzingsbesluiten. In één geval schrapt het Veegbesluit een habitattype.
In dit document worden de wijzigingen aan het Aanwijzigingsbesluit van Natura 2000-gebied Buurserzand & Haaksbergerveen toegelicht.
Het ontwerp van dit document lag van 5 juni 2025 tot en met 16 juli 2025 ter inzage. Gedeputeerde Staten stelden dit document ongewijzigd definitief vast in oktober 2025.
Paragraaf 1.2 Inhoud
In Hoofdstuk 2 Instandhoudingsdoelstellingen introduceren wij de nieuwe instandhoudingsdoelstellingen welke zijn toegevoegd aan het Aanwijzingsbesluit van het Natura 2000-gebied als gevolg van het Veegbesluit. De nieuwe instandhoudingsdoelstellingen worden overzichtelijk gepresenteerd in een tabel.
Vervolgens geven wij in Hoofdstuk 3 Analyse en maatregelen per habitat een analyse per habitat met informatie over de ecologische vereisten, oppervlakte, kwaliteit en trend, aangezien deze habitattypen nog niet in het Beheerplan zijn opgenomen. Ook bespreken wij de maatregelen welke nodig zijn om de nieuwe instandhoudingsdoelstellingen te bereiken. Dit geldt als een aanvulling op het bestaande Natura 2000-beheerplan.
Tot slot, hebben wij het huidige Beheerplan van het Natura 2000-gebied toegevoegd als Bijlage II Natura 2000-beheerplan Buurserzand & Haaksbergerveen.
Hoofdstuk 2 Instandhoudingsdoelstellingen
Paragraaf 2.1 Inleiding
In dit hoofdstuk presenteren wij een lijst met de nieuwe instandhoudingsdoelstellingen welke zijn toegevoegd aan het Aanwijzingsbesluit van het Natura 2000-gebied als gevolg van het Veegbesluit.
De doelen zijn geformuleerd in termen van “behoud” of “uitbreiding” van de omvang (oppervlakte habitattype of leefgebied soort of populatiegrootte soort) en “behoud” of “verbetering” van de kwaliteit (van het habitattype of het leefgebied van de soort).
Paragraaf 2.2 Instandhoudingsdoelstellingen Veegbesluit
De website www.natura2000.nl vermeldt per Natura 2000-gebied de instandhoudingsdoelstellingen. Het Veegbesluit voegde voor het gebied Buurserzand & Haaksbergerveen de volgende instandhoudingsdoelstellingen toe aan het Aanwijzingsbesluit:
|
Habitattype
|
Oppervlakte
|
Kwaliteit
|
|
H2330 Zandverstuivingen |
= |
= |
|
H3160 Zure vennen |
= |
> |
|
H6230 Heischrale graslanden |
= |
= |
|
H6410 Blauwgraslanden |
= |
> |
|
H7150 Pioniervegetaties met snavelbiezen |
= |
= |
|
H9190 Oude eikenbossen |
= |
= |
= behoud oppervlakte / kwaliteit / populatie; > uitbreiding oppervlakte / verbetering kwaliteit / toename populatie.
Hoofdstuk 3 Analyse en maatregelen per habitat
Paragraaf 3.1 Inleiding
In dit hoofdstuk presenteren wij voor ieder habitattype met nieuwe instandhoudingsdoelstellingen (zie ook Paragraaf 2.2 Instandhoudingsdoelstellingen Veegbesluit) een korte analyse met meer informatie over oppervlakte, kwaliteit en trend. Vervolgens beschrijven wij ook de maatregelen welke nodig zijn om de nieuwe instandhoudingsdoelstellingen te bereiken.
In de volgende paragrafen verwijzen wij in voorkomende gevallen naar ‘M-nummers’, 'K-nummers ' en ‘V-nummers’. Dit zijn verwijzingen naar maatregelen (‘M-nummers’) en knelpunten ('K-nummers') in het geldende Natura 2000-beheerplan (zie Bijlage II Natura 2000-beheerplan Buurserzand & Haaksbergerveen). Bij ‘V-nummers’ gaat het om maatregelen die we treffen voor de nieuwe instandhoudingsdoelstellingen uit het Veegbesluit.
Voor zover we in de volgende paragrafen een oordeel geven over de kwaliteit en/of trend van habitattypen en/of soorten dan is dit oordeel gebaseerd op expert judgement van de provincie of van de terreinbeheerder, tenzij anders vermeld.
In de volgende paragrafen staan ook oppervlaktes van habitattypen. Deze oppervlaktes zijn afkomstig uit de habitattypenkaart van dit gebied. De habitattypenkaarten van de Overijsselse Natura 2000-gebieden kunt u hier vinden: Atlas van Overijssel, Habitattypenkaart.

Voor informatie over de ecologische vereisten per habitattype verwijzen wij u naar de Herstelstrategieën op de website http://www.natura2000.nl/.
Paragraaf 3.2 H2330 Zandverstuivingen
Analyse
Actueel areaal en kwaliteit habitattype
0,88 ha van habitattype Zandverstuivingen (H2330) ligt in het centrale deel van het Buurserzand en wordt deels gedomineerd door grijs
kronkelsteeltje en deels betreft het rompgemeenschappen met zandstruisgras, ruig haarmos,
buntgras, gewoon struisgras. Overwegend matige kwaliteit.
Trends in areaal en kwaliteit habitattype
Habitattype is arm aan typische soorten. Kwaliteit is matig. Trend is stabiel.
Knelpuntenanalyse
-
K11: Geringe oppervlak is knelpunt voor behoud van de kwaliteit (o.a. voor de typische soorten).
-
K12, 13: Hoge stikstofdepositie.
Maatregelen
Voorkomen verslechtering korte termijn
Het habitattype wordt deels gedomineerd door grijs kronkelsteeltje en deels betreft
het rompgemeenschappen met zandstruisgras, ruig haarmos, buntgras en gewoon struisgras.
Overwegend matige kwaliteit. De trend is onbekend. Om verslechtering op korte termijn
te voorkomen, is voortzetting van effectgerichte maatregelen die de effecten van stikstofdepositie
verlichten nodig, vergelijkbaar met H2310 Stuifzandheiden met struikhei. Dergelijke
maatregelen zijn:
-
Kleinschalig plaggen (V04) en opslag verwijderen (V03). Deze maatregelen worden al uitgevoerd als onderdeel van het Inrichtingsplan.
-
Voor behoud van de kwaliteit is tevens uitbreiding van de kleine oppervlaktes zandverstuiving nodig. Onderzoek is nodig waar en op welke wijze deze uitbreiding kan plaatsvinden (V05).
Realiseren instandhoudingsdoelstellingen lange termijn
De maatregelen die nodig zijn voor instandhouding op de lange termijn sluiten aan
bij de maatregelen die nodig zijn voor H2310 Stuifzandheiden met struikhei, M19 verstuiving
stimuleren.
Paragraaf 3.3 H3160 Zure vennen
Analyse
Actueel areaal en kwaliteit habitattype
4,67 ha van habitattype Zure vennen (H3160) ligt verspreid over verschillende vennen in de noordelijke rand van het Buurserzand.
Grotendeels gaat het om rompgemeenschappen met knolrus en veenmos, matige kwaliteit.
Trends in areaal en kwaliteit habitattype
Habitattype is arm aan typische soorten. Kwaliteit is matig. Trend in areaal en kwaliteit
is stabiel.
Knelpuntenanalyse
Maatregelen
Voorkomen verslechtering korte termijn
De actuele kwaliteit van de zure vennen is matig. De trend is onbekend. De belangijkste
knelpunten komen overeen met die van de zwakgebufferde vennen: verdroging en stikstofdepositie.
Herstel van de waterhuishouding is daarom ook voor dit habitattype noodzakelijk, evenals
maatregelen die de effecten van stikstofdepositie beperken. Zie hiervoor de maatregelen
bij H3130 Zwak gebufferde vennen in Bijlage II Natura 2000-beheerplan Buurserzand & Haaksbergerveen.
Realiseren instandhoudingsdoelstellingen lange termijn
Het doel voor dit habitattype is behoud van oppervlak en verbetering van de kwaliteit.
Op basis van de herstelstrategieën wordt ervanuit gegaan dat het pakket aan hydrologische
herstelmaatregelen in combinatie met de volgende beheermaatregelen voor deze doelen
voldoende zijn:
De hydrologische herstelmaatregelen en beheermaatregelen zijn de afgelopen jaren (2022-2023) uitgevoerd.
Paragraaf 3.4 H6230 Heischrale graslanden
Analyse
Actueel areaal en kwaliteit habitattype
0,02 ha van habitattype Heischrale graslanden (H6230) ligt in het Buurserzand en betreft de associatie met klokjesgentiaan en borstelgras
(vochtige variant van de heischrale graslanden). De kwaliteit is matig.
Trends in areaal en kwaliteit habitattype
Het habitattype komt in een klein oppervlak voor langs het Meujenboersven op een locatie
waar keileem dagzoomt. Het is arm aan typische soorten en het geringe oppervlak maakt
het habitattype erg kwetsbaar. De kwaliteit is matig, de trend stabiel.
Knelpuntenanalyse
-
K11 Geringe oppervlak is knelpunt voor behoud van de kwaliteit (o.a. voor de typische soorten).
-
K12, 13 Hoge stikstofdepositie.
Maatregelen
Voorkomen verslechtering korte termijn
Het vochtige heischrale grasland komt over een zeer klein oppervlak goed ontwikkeld
voor met de associatie van klokjesgentiaan en borstelgras. De belangijkste knelpunten
komen overeen met die van de andere vochtige habitattypen: verdroging en stikstofdepositie.
Herstel van de waterhuishouding is daarom ook voor dit habitattype noodzakelijk, evenals
maatregelen die de effecten van stikstofdepositie beperken. Zie hiervoor de maatregelen
bij H4010A Vochtige heiden in Bijlage II Natura 2000-beheerplan Buurserzand & Haaksbergerveen. De betreffende hydrologische herstelmaatregelen die de afgelopen jaren (2022-2023)
zijn uitgevoerd hebben ook een positief effect op de kwaliteit van de heischrale graslanden.
Voor behoud van de kwaliteit is tevens uitbreiding van de kleine oppervlaktes heischrale
graslanden nodig. Onderzoek is nodig waar en op welke wijze deze uitbreiding kan plaatsvinden (V05).
Realiseren instandhoudingsdoelstellingen lange termijn
Gezien de voorspelde daling van de stikstofdepositie in 2030 is de verwachting dat
op termijn de frequentie van de effectgerichte maatregelen omlaag kan. Tot die tijd
is voortzetting van deze maatregelen echter nog nodig.
Paragraaf 3.5 H6410 Blauwgraslanden
Analyse
Actueel areaal en kwaliteit habitattype
1,25 ha van habitattype Blauwgraslanden (H6410) ligt volgens de kaart verspreid op locaties in het Buurserzand en Haaksbergerveen.
De locatie in het Haaksbergerveen bestaat echter uit een Rompgemeenschap met pitrus
en voldoet daarmee niet aan de eisen voor dit habitattype. In het Buurserzand gaat
het voornamelijk uit de rompgemeenschap blauwe knoop-blauwe zegge (matige kwaliteit),
plaatselijk veldrus-associatie (goede kwaliteit).
Trends in areaal en kwaliteit habitattype
Het habitattype komt in een klein oppervlak voor in het Meujenboersven. Het kenmerkt
zich zwak op basis van de vegetatiekartering (G). Maar het is arm aan typische soorten
en het geringe oppervlak maakt het habitattype erg kwetsbaar. De kwaliteit is matig,
de trend is stabiel.
Knelpuntenanalyse
-
K1: Ontwatering van landbouwgronden buiten Natura 2000-gebied (Nederland en Duitsland).
-
K2: Ontwatering van landbouwgronden binnen Natura 2000-gebied.
-
K11: Geringe oppervlak is knelpunt voor behoud van de kwaliteit (o.a. voor de typische soorten).
-
K12, 13: Hoge stikstofdepositie.
Maatregelen
Voorkomen verslechtering korte termijn
Het blauwgrasland komt plaatselijk goed ontwikkeld voor met veldrus-associatie en
rompgemeenschap met blauwe knoop-blauwe zegge (matige kwaliteit). De belangijkste
knelpunten komen overeen met die van de andere vochtige habitattypen: verdroging en
stikstofdepositie. Herstel van de waterhuishouding is daarom ook voor dit habitattype
noodzakelijk, evenals maatregelen die de effecten van stikstofdepositie beperken.
Voor behoud van de kwaliteit is tevens uitbreiding van de kleine oppervlaktes blauwgrasland
nodig. Onderzoek is nodig waar en op welke wijze deze uitbreiding kan plaatsvinden (V05). De hydrologische
herstelmaatregelen zijn de afgelopen jaren (2022-2023) uitgevoerd.
Realiseren instandhoudingsdoelstellingen lange termijn
Gezien de voorspelde daling van de stikstofdepositie in 2030 is de verwachting dat
op termijn de frequentie van de effectgerichte maatregelen omlaag kan. Tot die tijd
is voortzetting van deze maatregelen echter nog nodig.
Paragraaf 3.6 H7150 Pioniervegetaties met snavelbies
Maatregelen
Actueel areaal en kwaliteit habitattype
8,93 ha van habitattype Pioniervegetaties met snavelbies (H7150) ligt volgens de kaart verspreid op locaties in het Buurserzand. De vegetatie bestaat
voornamelijk uit de associatie met moeraswolfsklauw en snavelbies (goede kwaliteit),
plaatselijk afgewisseld met dophei/pijpenstrootje vegetatie.
Trends in areaal en kwaliteit habitattype
Het habitattype komt verspreid voor met in totaal een behoorlijk groot oppervlakte.
Deels is het voorkomen natuurlijk (venoever), deels komt het habitattype voor als
gevolg van plaggen. Alle typische soorten komen verspreid voor. De kwaliteit is goed.
De trend is positief.
Knelpuntenanalyse
-
K1: Ontwatering van landbouwgronden buiten Natura 2000-gebied (Nederland en Duitsland).
-
K2: Ontwatering van landbouwgronden binnen Natura 2000-gebied.
-
K12, 13: Hoge stikstofdepositie.
Maatregelen
Voorkomen verslechtering korte termijn
Dit habitattype komt met name afwisselend voor met habitattype H4010A Vochtige heide.
De maatregelen die nodig zijn voor de korte termijn sluiten dan ook aan bij de maatregelen
die nodig zijn voor dit habitattype (zie Bijlage II Natura 2000-beheerplan Buurserzand & Haaksbergerveen). H7150 Pioniervegetaties met snavelbiezen zal eveneens profiteren van de hydrologische
herstelmaatregelen die recent zijn uitgevoerd. Gezien de overschrijding van de KDW
is voortzetting van effectgerichte maatregelen nog wel nodig. Dit zijn:
-
Kleinschalig plaggen (V04): Kleinschalig plaggen en eventueel bekalken bij verzuring wordt momenteel al als beheermaatregel uitgevoerd. Om negatieve effecten op de aanwezige fauna te voorkomen dient te worden voldaan aan de randvoorwaarden voor plaggen zoals vermeld in de Herstelstrategie. Zo moet o.a. gefaseerd worden geplagd en restpopulaties van doelsoorten worden gespaard. Verhogen van de plagfrequentie wordt vanwege de negatieve effecten van het plaggen niet aangeraden.
-
Begrazen (M12, zie Bijlage II Natura 2000-beheerplan Buurserzand & Haaksbergerveen): extensieve begrazing wordt in beide deelgebieden toegepast;
-
Opslag verwijderen (V03): wordt reeds toegepast.
Voorkomen verslechtering lange termijn
Gezien de voorspelde daling van de stikstofdepositie in 2030 is de verwachting dat
op termijn de frequentie van de effectgerichte maatregelen omlaag kan. Tot die tijd
is voortzetting van deze maatregelen echter nog nodig.
Paragraaf 3.7 H9190 Oude eikenbossen
.Analyse
Actueel areaal en kwaliteit habitattype
3,69 ha van habitattype Oude eikenbossen (H9190) ligt volgens de kaart verspreid op locaties in het Buurserzand en Haaksbergerveen.
Trends in areaal en kwaliteit habitattype
Er zijn twee locaties zijn waar dit habitattype voorkomt. De locaties zijn arm aan
typische soorten. De kwaliteit is matig, de trend is stabiel.
Knelpuntenanalyse
-
K1: Ontwatering van landbouwgronden buiten Natura 2000-gebied (Nederland en Duitsland).
-
K2: Ontwatering van landbouwgronden binnen Natura 2000-gebied
-
K12, 13: Hoge stikstofdepositie.
Maatregelen
Voorkomen verslechtering korte termijn
Het is onduidelijk wat de trend in oppervlakte en kwaliteit van dit habitattype is.
Hier moet in de volgende beheerplanperiode duidelijkheid over komen. Gezien de hydrologische
herstelmaatregelen die recent zijn uitgevoerd wordt achteruitgang van de kwaliteit
op korte termijn voorkomen.
Realiseren instandhoudingsdoelen lange termijn
Voor dit habitattype gelden behoudsdoelstellingen. Zoals hierboven beschreven is wordt
achteruitgang van de kwaliteit voorkomen, maar is er wel onderzoek naar het (actueel)
voorkomen, de kwaliteit en de trend nodig. Dit onderzoek gebeurt in het kader van
de herziening van het Natura 2000-beheerplan, onder meer op basis van een nieuwe vegetatiekartering
en een nieuwe habitattypenkaart. We herzien de komende jaren voor alle Natura 2000-gebieden
het beheerplan. Het beheerplan voor Buurserzand en Haaksbergerveen wordt uiterlijk
voor 8‑8‑2029 herzien. Indien uit de resultaten van dit onderzoek blijkt dat de behoudsdoelstelling
toch niet gegarandeerd kan worden, zijn er beheermaatregelen mogelijk die de negatieve
effecten van stikstofdepositie kunnen mitigeren. De herstelstrategie vermeldt hiervoor:
begrazing, verwijderen van strooisel, hakhout- of middenbosbeheer en bestrijden van
invasieve soorten. Welke maatregel in dit Natura 2000-gebied het meest effectief is,
zal dan ook moeten worden onderzocht.
Paragraaf 3.8 H1042 Gevlekte witsnuitlibel
Analyse
Actueel voorkomen en omvang en kwaliteit leefgebied habitatsoort
Het leefgebied van de Gevlekte witsnuitlibel (H1042) wordt in hoofdzaak gevormd door de zwak gebufferde vennen (H3130) en het leefgebied geïsoleerde meander en petgat (LG02). De zwakgebufferde vennen komen uitsluitend voor in het noorden van het Natura 2000-gebied, het Buurserzand. De veenputten die als LG02 bestempeld zijn, zijn te vinden in het Haaksbergerveen. Waarnemingen van de soort zijn niet alleen in de stikstofgevoelige leefgebieden LG02 en H3130 gedaan, maar ook daarbuiten.
Trend in voorkomen en omvang en kwaliteit leefgebied habitatsoort
Trends in voorkomen en omvang en kwaliteit leefgebied is onbekend.
Knelpuntenanalyse
De knelpunten voor deze soort zijn niet goed bekend, maar de soort is afhankelijk
van H3130 Zwakgebufferde vennen. Zie Bijlage II Natura 2000-beheerplan Buurserzand & Haaksbergerveen voor de knelpunten van H3130 Zwakgebufferde vennen. Het is aannemelijk dat stikstofdepositie
een knelpunt vormt.
Kennisleemten
De soort wordt al enkele decennia waargenomen, maar het voorkomen is alleen in het
noordoosten van het gebied stabiel. De soort lijkt zich daar voort te planten. De
populatie is erg klein en zeer kwetsbaar (al is de soort erg mobiel en kan terugkeren
ook als hij verdwenen is). De kwaliteit is matig. De trend lijkt stabiel.
Maatregelen
Het leefgebied van de gevlekte witsnuitlibel wordt in hoofdzaak gevormd door de Zwak gebufferde vennen (H3130) en Veenputten (LG02). De zwakgebufferde vennen komen uitsluitend voor in het noorden van het Natura 2000-gebied, het Buurserzand. De petgaten zijn te vinden in het Haaksbergerveen. Waarnemingen van de soort zijn niet alleen in de stikstofgevoelige leefgebieden LG02 en H3130 gedaan, maar ook daarbuiten. De soort profiteert naar verwachting ook van de herstelmaatregelen in het Buurserzand en Haaksbergerveen. Uit monitoring moet blijken of er in toekomst nog extra maatregelen nodig zijn voor deze soort.
Bijlage I Overzicht Informatieobjecten
- Regelingsgebied
-
/join/id/regdata/pv23/2025/RG54gio077bc855-b43f-4de8-b0fd-66bf3bfdcec4/nld@2025‑11‑11;7
- Natura-2000-Beheerplan-Buurserzand-en-Haaksbergerveen
-
/join/id/regdata/pv23/2025/pdf_34225340-23e2-4f0e-a080-6c4574eb4cde/nld@2025‑11‑11;139
- Natura_2000_beheerplan_Buurserzand_en_Haaksbergerveen-aanvulling_2022
-
/join/id/regdata/pv23/2025/pdf_da03cdbf-46aa-4e21-b52a-738785a81e7a/nld@2025‑11‑11;139
- blauwgraslanden (h6410)
-
/join/id/regdata/pv23/2025/54gio480bdd84-4bc8-407a-a4aa-4e6492ad28ac/nld@2025‑11‑11;184
- buurserzand & haaksbergerveen
-
/join/id/regdata/pv23/2025/54gio30771d5a-40b3-4b51-8ba1-fa8dc19585b8/nld@2025‑11‑11;42
- heischrale graslanden (h6230)
-
/join/id/regdata/pv23/2025/54gioaa42991a-5d6f-4ffe-9be3-2602796c9433/nld@2025‑11‑11;114
- oude eikenbossen (h9190)
-
/join/id/regdata/pv23/2025/54gio1377e05b-aa53-464e-888f-3498df334921/nld@2025‑11‑11;116
- pioniervegetaties met snavelbies (h7150)
-
/join/id/regdata/pv23/2025/54giod1e4850d-6739-4c8d-89f8-bfab682cd9b6/nld@2025‑11‑11;186
- zandverstuivingen (h2330)
-
/join/id/regdata/pv23/2025/54gio8137cfb9-529a-4749-aa25-601746c041ad/nld@2025‑11‑11;180
- zure vennen (h3160)
-
/join/id/regdata/pv23/2025/54giod7633c34-8f9f-49c8-b2f1-e3a2d1f93606/nld@2025‑11‑11;182
Bijlage II Geldend Natura 2000-beheerplan
Bijlage III Addendum Buurserzand & Haaksbergerveen
Bijlage III Addendum Natura 2000-beheerplan Buurserzand & Haaksbergerveen
Natura_2000_beheerplan_Buurserzand_en_Haaksbergerveen-aanvulling_2022.pdf
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl