Beleidsregel gevaarlijke en hinderlijke honden gemeente Staphorst

Geldend van 14-11-2025 t/m heden

Intitulé

Beleidsregel gevaarlijke en hinderlijke honden gemeente Staphorst

De burgemeester van de gemeente Staphorst,

Gelet op artikel 2:59 en 2:59a van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Staphorst (hierna: APV) waarin bepalingen zijn opgenomen aangaande gevaarlijke en hinderlijke honden op een openbare plaats of op het terrein van een ander. Artikel 2:59 APV bepaalt onder meer de mogelijkheid voor de burgemeester tot het opleggen van een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod, en

gelet op:

  • de Algemene wet bestuursrecht (Awb), artikelen 1:3 lid 4, 4:81 lid 1, 4:83, 5:31;

  • de Gemeentewet, artikelen 125 lid 1 en 3 en 172 lid 1 en 2;

Overwegende dat:

  • a.

    in de artikelen 2:59 en 2:59a van de APV van de gemeente Staphorst bepalingen zijn opgenomen aangaande respectievelijk gevaarlijke honden en gevaarlijke honden op eigen terrein;

  • b.

    op grond van deze artikelen bestuursrechtelijke maatregelen kunnen worden genomen door de burgemeester, waaronder het opleggen van een aanlijn- en/of muilkorfgebod;

  • c.

    in de gemeente Staphorst bijtincidenten met honden hebben plaatsgevonden en deze incidenten de leefbaarheid en (het ervaren van) veiligheid in het openbaar gebied kunnen aantasten en kunnen zorgen voor maatschappelijke onrust. Om die reden is het wenselijk om beleid vast te stellen over de uitleg van het wettelijk voorschrift in artikel 2:59 APV. Deze beleidsregel voorziet daarin.

  • d.

    dit beleid onverlet laat dat de burgemeester naast de in deze beleidsregel uitgewerkte bevoegdheden op grond van artikel 172 lid 3 Gemeentewet bevoegd is om bij een verstoring van de openbare orde of bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, bevelen te geven die noodzakelijk te achten zijn voor de handhaving van de openbare orde;

  • e.

    deze beleidsregels expliciet niet zien op voornoemde bevoegdheid;

  • f.

    dit beleid enkel ziet op het bestuursrechtelijke traject en onverlet laat dat er ten aanzien van (incidenten met) hinderlijke en gevaarlijke honden ook civielrechtelijke mogelijkheden op grond van het Burgerlijk Wetboek en strafrechtelijke mogelijkheden op grond van het Wetboek van Strafrecht bestaan.

Besluit:

De ‘beleidsregel gevaarlijke en hinderlijke honden gemeente Staphorst’ vast te stellen.

Artikel 1 – Begripsbepalingen

  • 1. Hinderlijk gedrag: de burgemeester acht een hond hinderlijk in de zin van artikel 2:59 APV als een hond schade veroorzaakt aan roerende of onroerende zaken danwel een persoon bijt waarbij geen sprake is van lichamelijk letsel dan wel een ander dier bijt zonder ernstig letsel.

  • 2. Hinderlijke hond: een hond die een licht bijtincident heeft veroorzaakt.

  • 3. Gevaarlijke hond:

    • a.

      Een hond die een ernstig of zeer ernstig bijtincident heeft veroorzaakt;

    • b.

      Een hond die meer dan één keer binnen een periode van twee jaar een licht bijtincident heeft veroorzaakt.

  • 4. Licht bijtincident: wanneer een hond een persoon, ander dier of voorwerp bijt, maar waarbij geen sprake is van letsel dat medische behandeling behoeft, er geen noemenswaardige schade is veroorzaakt of waarbij geen ernstige gevolgen optreden. Een licht bijtincident wordt bij een tweede melding van een licht bijtincident binnen twee jaren opgeschaald naar een ernstig bijtincident.

  • 5. Ernstig bijtincident:

    • a.

      wanneer een hond letsel toebrengt aan een persoon of ander dier waarna ten gevolge hiervan medische behandeling noodzakelijk is;

    • b.

      wanneer een ander dier overlijdt ten gevolge van het bijtincident;

    • c.

      wanneer meer dan één keer binnen twee jaar een licht bijtincident plaatsvindt zonder ernstig letsel of ernstige gevolgen.

    • d.

      in ieder ander geval dat door de burgemeester als ernstig wordt aangemerkt.

  • 6. Zeer ernstig bijtincident:

    • a.

      wanneer een persoon overlijdt als direct gevolg van het bijtincident;

    • b.

      wanneer een persoon als gevolg van het bijtincident lichamelijk en/of geestelijk letsel heeft en daardoor naar verwachting aantoonbare ernstige, langdurige of blijvende medische gevolgen ervaart;

    • c.

      in ieder ander geval dat door de burgemeester op grond van objectieve informatie van de politie dan wel gemeentelijke handhavers als een zeer ernstig bijtincident wordt aangemerkt.

  • 7. Ernstig letsel: van ernstig letsel is sprake als bij een persoon, hond of ander dier medische behandeling noodzakelijk is als gevolg van het bijtincident. Dit wordt vastgesteld door de betreffende arts.

  • 8. Aanlijngebod: de eigenaar of houder van de hond wordt verplicht om de hond aan te lijnen met een deugdelijke lijn die niet langer is dan 1,5 meter gemeten vanaf de hand tot aan de halsband.

  • 9. Muilkorfgebod: de eigenaar of houder van de hond wordt verplicht om de hond te muilkorven met een muilkorf die is gemaakt van kunststof, leer, van beide stoffen of van metaal. De muilkorf is door middel van een leren riem rond de hals aangebracht op zodanige wijze dat verwijdering zonder tussenkomst van een persoon onmogelijk is. De muilkorf is zodanig ingericht dat de hond geen mens of dier kan bijten. De afgesloten ruimte binnen de korf geeft de hond de mogelijkheid tot een geringe opening van zijn bek en er zijn geen scherpe delen binnen de korf aanwezig.

  • 10. Gedragstest: een test die wordt afgenomen om aan te tonen of de hond hinderlijk of gevaarlijk wordt geacht.

Artikel 2. Hinderlijke hond/hinderlijk gedrag

  • 1. De burgemeester geeft de eigenaar of de houder van de hinderlijke hond een waarschuwing en kan daarbij tevens overgaan tot het opleggen van een aanlijngebod.

  • 2. Het aanlijngebod geldt zolang de hond in leven is, met uitzondering van artikel 4 lid 3.

Artikel 3. Gevaarlijke hond

  • 1. Afhankelijk van de ernst van het incident kan worden overgegaan tot het aan de eigenaar of houder van de gevaarlijke hond opleggen van een aanlijn- en muilkorfgebod voor de hond of kan worden overgegaan tot inbeslagname van de hond.

  • 2. Het aanlijn- en muilkorfgebod geldt zolang de hond in leven is, met uitzondering van artikel 4 lid 3.

Artikel 4. Gedragstest

  • 1. In opdracht van de eigenaar of de houder van de hond kan bij de hond een gedragstest worden afgenomen. Deze test wordt afgenomen om aan te tonen dat de hond niet hinderlijk of gevaarlijk is. Dit risico-assessment dient te worden afgenomen door een door de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland benoemde gedragskeurmeester.

  • 2. De kosten voor het laten uitvoeren van het risico-assessment door de eigenaar of de houder van de hond zijn voor de rekening van de eigenaar of de houder van de hond.

  • 3. Op schriftelijk verzoek van de eigenaar of de houder van de hond kan de burgemeester de opgelegde maatregel, zoals bepaald in de artikelen 2 en 3, opheffen. De eigenaar of houder van de hond dient hiervoor door middel van de in lid 1 genoemde gedragstest aannemelijk te maken dat de hond niet hinderlijk of gevaarlijk is.

Artikel 5. Afstand doen van de hond/inbeslagname van de hond

  • 1. De houder of eigenaar van de hond wordt gevraagd om vrijwillig afstand te doen van zijn hond als deze, op grond van artikel 3, is aangemerkt als gevaarlijk en in strijd handelt met het aanlijnen/of muilkorfgebod en/of de hond opnieuw een bijtincident veroorzaakt.

  • 2. De burgemeester kan besluiten tot inbeslagname van de hond op onvrijwillige basis op grond van artikel 5:31, tweede lid, van de Awb:

    • a.

      als de situatie genoemd in het eerste lid zich heeft voorgedaan en de houder of de eigenaar hierop niet vrijwillig afstand doet van de hond, of;

    • b.

      bij (ernstige vrees voor het ontstaan van) een zeer ernstig bijtincident.

  • 3. Bij een onvrijwillige in beslagname, zoals genoemd in lid 2, geeft de burgemeester de opdracht om de hond te laten onderwerpen aan een gedragstest, zoals genoemd in artikel 4.

  • 4. Blijkt uit de gedragstest dat de hond niet kan worden herplaatst of het risico op bijtincidenten kan worden voorkomen, kan de burgemeester besluiten de hond te laten euthanaseren. Euthanaseren wordt uitsluitend gedaan door een daartoe bevoegde dierenarts.

  • 5. Alle kosten (zoals vervoer, opvang/verblijf, (medische) verzorging, gedragstest etc.) komen volledig voor rekening van de houder of de eigenaar van de hond en worden op hem/haar verhaald.

Artikel 6. Uitzonderingen

  • 1. In uitzonderlijke gevallen of bij zeer ernstige situaties kan de burgemeester afwijken van deze beleidsregel. Dit wordt gedaan indien er vrees is voor verstoring van de openbare orde en de houder of eigenaar van de hond geen vrijwillige afstand doet. De burgemeester kan dan overgaan tot het toepassen van (spoed)bestuursdwang op grond van artikel 5:31, tweede lid, Awb of op grond van artikel 172, derde lid, Gemeentewet, en het bevel geven om direct over te gaan tot onvrijwillige inbeslagname van een hond.

  • 2. In geval waarbij toepassing van deze beleidsregel (gelet op het te beschermen belang) leidt tot onevenredige gevolgen voor belanghebbende(n) kan de burgemeester afwijken van hetgeen in deze beleidsregel is bepaald.

Artikel 7. Slotbepalingen

  • 1. Deze beleidsregel wordt als volgt geciteerd: Beleidsregel gevaarlijke en hinderlijke honden gemeente Staphorst.

  • 2. Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag volgend op die van de openbare bekendmaking.

  • 3. Het hiernavolgende 'Procedure bijtincidenten honden' maakt integraal onderdeel uit van deze Beleidsregel gevaarlijke honden gemeente Staphorst.

Ondertekening

Aldus vastgesteld te Staphorst op 4 november 2025

De burgemeester van de gemeente Staphorst,

J. ten Kate

Procedure bijtincidenten honden

1. Registratie bijtincidenten

Inwoners van de gemeente Staphorst kunnen bij de politie melding of aangifte doen van een bijtincident. De politie registreert de melding of aangifte en brengt de gemeente op de hoogte van het incident. Bij een ernstig bijtincident gaat een hondengeleider van de politie samen met een buitengewone opsporingsambtenaar van de gemeente langs bij de eigenaar of houder van de gevaarlijke hond. Wanneer er een aangifte wordt opgenomen, wordt door de politie gelijk beoordeeld of strafvervolging mogelijk is.

De politie neemt, voor zover bekend, de volgende gegevens op:

  • -

    personalia eigenaar/houder;

  • -

    personalia benadeelde partij;

  • -

    personalia getuige(n);

  • -

    gegevens van bijtende hond inclusief vermelding van ras, chipnummer, roepnaam hond, kopie van paspoort en/of stamboomgegevens;

  • -

    indien van toepassing gegevens slachtoffer;

  • -

    indien van toepassing gegevens van gebeten hond of inclusief vermelding van ras, chipnummer, roepnaam hond, kopie paspoort en/of stamboomgegevens;

  • -

    indien van toepassing gegevens van gebeten dier of object;

  • -

    aard en omvang van letsel en schade;

  • -

    omstandigheden en aanleiding waaronder de hond heeft gebeten;

  • -

    of de hond mee naar huis is of in beslag is genomen en op welke grond (straf- of bestuursrecht);

  • -

    of er andere of ‘oudere’ meldingen (tot 2 jaar terug) over desbetreffende hond in het systeem aanwezig zijn;

  • -

    foto’s van de honden, van het letsel en van de schade;

  • -

    als er sprake is van een huisartsenbezoek of dierenartsbezoek, dan worden hiervan gegevens (facturen, verklaringen, e.d.) toegevoegd.

2. Informatie-uitwisseling politie en gemeente

Wanneer er sprake is van een ernstig bijtincident kan een inwoner van de gemeente hiervan een melding maken of aangifte doen bij de politie. Deze melding wordt geregistreerd en verstrekt aan de burgemeester in het kader van Openbare Orde en Veiligheid (taakuitoefening gezag politie en handhaven openbare orde). Als meldingen bij de gemeente worden gedaan kunnen Buitengewone opsporingsambtenaren door middel van het opstellen van een proces verbaal het bestuursrechtelijke traject volgen. In dit proces is het tevens wenselijk dat er vanuit de gemeente een officiële waarschuwing aan de eigenaar van de hond wordt toegezonden. De gemeente zorgt ervoor dat meldingen van bijtincidenten voor registratie ook worden doorgestuurd naar de politie. Als de gemeente van een burger een verzoek om een kort aanlijngebod en/of een muilkorfgebod krijgt voor een hond van een andere burger, dan vindt er altijd afstemming met de politie plaats.

3. Beoordeling bijtincident

Na het verzamelen van de gegevens wordt het incident door de gemeente beoordeeld en gekwalificeerd. Indien nodig, neemt de gemeente contact op met de eigenaar/houder van de hond en de melder van het incident. Uitgangspunt binnen de gemeente Staphorst is dat iedereen zich vrij in de openbare ruimte moet kunnen bewegen en iedereen zijn werk moet kunnen uitoefenen, zonder gebeten of aangevallen te worden door een hond. Door de gemeente wordt een onderscheid gemaakt tussen verschillende bijtincidenten. Afhankelijk van de kwalificatie wordt er dan opgetreden.

4. Handhaving

4.1 Waarschuwingsbrief

Als er sprake is van een licht bijtincident wordt een waarschuwingsbrief verzonden aan de eigenaar/houder van de hond. Deze waarschuwing wordt in beginsel altijd vanuit de gemeente verstuurd. In de waarschuwingsbrief wordt aangegeven dat de hond als hinderlijk wordt aangemerkt en dat het vanuit het oogpunt van openbare orde en veiligheid onacceptabel is dat een mens of dier gebeten wordt. Voorts wordt van de eigenaar/houder verwacht dat hij/zij alle maatregelen zal treffen om herhaling van een dergelijk incident te voorkomen. De burgemeester kan hierbij ook zelf besluiten om een aanlijngebod op te leggen. Na het tweede bijtincident door dezelfde hond dient de politie een verzoek tot het opleggen van een kort aanlijn- en muilkorfgebod in bij de gemeente. Dit verzoek is gemotiveerd op basis van een bestuurlijke rapportage.

4.2 Voornemen tot bestuursrechtelijk handhaven

Indien er sprake is van een ernstig bijtincident of een herhaling van een licht bijtincident binnen twee jaar is het uitgangspunt dat de burgemeester besluit tot het gevaarlijk verklaren van de hond op grond van artikel 2:59 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Staphorst. Het gevolg hiervan is het opleggen van een aanlijn- en/of muilkorfgebod. De eigenaar/houder van de hond ontvangt een voornemen besluit gevaarlijk verklaren van de hond. In dit voornemen wordt beschreven de aanleiding beschreven en zijn de voorgenomen maatregelen opgenomen.

De eigenaar/houder van de hond heeft in dit traject een aantal mogelijkheden:

  • 1.

    de eigenaar/houder van de hond is het eens met het voornemen. Het voornemen wordt na een zienswijze periode omgezet in een besluit;

  • 2.

    de eigenaar/houder van de hond is het niet eens met het voornemen. De eigenaar/houder heeft de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen bij de burgemeester tegen het besluit;

  • 3.

    de eigenaar/houder van de hond geeft geen reactie op het voornemen. Het voornemen wordt daarmee (na de zienswijzeperiode) omgezet in een besluit.

4.3 Zienswijze

De eigenaar/houder van de hond kan binnen 14 dagen een zienswijze indienen bij de burgemeester tegen het voorgenomen besluit. De termijn van 14 dagen kan worden ingekort als dit gezien de feiten en omstandigheden door de burgemeester noodzakelijk wordt geacht.

4.3.1 Gedragstest/risico-assessment

Wanneer de eigenaar/houder van de hond het niet eens is met het voorgenomen besluit, dan mag hij/zij ervoor kiezen om voor eigen rekening een gedragstest uit te laten voeren door een daartoe bevoegde instantie. Dit om aan te tonen dat de hond niet hinderlijk of gevaarlijk is. Een risico-assessment kan worden uitgevoerd in de vorm van een MAG-test (Maatschappelijk Aanvaardbaar Gedrag), een agressietest (ontwikkeld door de universiteit in Utrecht) of een TOP-test (Toetsing Op Persoonlijkheid). Deze gedragstest wordt afgenomen door een professionele gedragsbeoordelaar. Deze persoon heeft hiervoor de opleiding tot gedragskeurmeester of gedragsbeoordelaar met succes afgerond en beschikt over voldoende praktijkervaring. Dit is in lijn met de manier waarop de Raad van Beheer op kynologisch gebied in Nederland een gedragskeurmeester omschrijft.

Als de gedragstest wordt uitgevoerd, dan dient de houder of eigenaar van de hond de rekening voorafgaand aan de test te voldoen. In overleg met de onderzoeker en de houder of eigenaar wordt een datum, tijdstip en locatie afgesproken waarop de test kan worden afgenomen. Binnen drie weken na afname van de test ontvangt de burgemeester van de onderzoeker een advies over het gedrag van de hond. De burgemeester neemt in beginsel het advies van de onderzoeker over in het definitieve besluit aan de houder/eigenaar.

4.4. Besluit opleggen aanlijn- en/of muilkorfgebod

De burgemeester kan besluiten tot het opleggen van een aanlijngebod, een muilkorfgebod en of een aanlijn- en muilkorfgebod voor onbepaalde tijd. Zodra het besluit is genomen moet de hond vanaf dat moment meteen worden aangelijnd en/of een muilkorf dragen. Dit besluit is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, waartegen bezwaar en beroep openstaat.

4.5 Bezwaar tegen besluit

De eigenaar/houder van de hond kan binnen 6 weken, nadat het besluit aan de eigenaar/houder bekend is gemaakt, bezwaar maken tegen het besluit. De bezwaarprocedure schorst de werking van het besluit echter niet op.

4.6 Sancties

In deze paragraaf komen de mogelijke sancties aan bod.

4.6.1 Boete en last onder bestuursdwang

Indien een hond als gevaarlijk of hinderlijk is aangemerkt op grond van artikel 2:59 van de APV, zal toegezien worden op het naleven van het opgelegde aanlijn- en/of muilkorfgebod. Het overtreden van het aanlijn- en/of muilkorfgebod is strafbaar gesteld in de APV van Staphorst. Dit betekent dat zowel vanuit de politie als door de gemeente een boete kan worden opgelegd. Door het opleggen van een boete kan direct worden gehandhaafd en daarmee bestraft.

4.6.2 Opleggen last onder dwangsom

Onder last onder dwangsom wordt in dit geval verstaan de verplichting tot het kort aanlijnen en/of muilkorven van de hond, waarbij het niet voldoen aan de last leidt tot het betalen van een geldbedrag. Van een overtreding is sprake als er een ondeugdelijke lijn en/of ondeugdelijke muilkorf wordt gebruikt of als in zijn geheel geen lijn en/of muilkorf wordt gebruikt. Van een overtreding is ook sprake wanneer de verplichting is de hond op eigen terrein te muilkorven zo lang het terrein niet voldoende is omheind en niet is voorzien van een waarschuwingsbord niet wordt nageleefd. De hoogte van de dwangsom dient in redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van het geschonden belang en tot de beoogde werking van de dwangsom. Het geschonden belang in deze is de veiligheid van inwoners, hun gasten en hun dieren. Zij moeten zich zonder gebeten te worden vrijelijk in de openbare ruimte kunnen bewegen.

De beoogde werking van de dwangsom is het opvolgen van het opgelegde aanlijn- en/of muilkorfgebod. De hoogte van de dwangsom bij bijtincidenten die zijn voorgekomen na het opleggen van een aanlijn- en/of muilkorfgebod, bedraagt € 1.000,00 per geconstateerde overtreding met een totaal van maximaal € 5.000,00.

4.6.3 Welke consequentie wanneer?

Er kunnen meerdere trajecten worden opgestart. Als een Buitengewoon Opsporingsambtenaar van de gemeente de overtreding constateert, wordt direct een boete opgelegd. Vervolgens wordt ook een last onder dwangsom opgelegd en wordt gewezen op de bevoegdheid van de burgemeester om middels de politie een overtreding te beëindigen. Beide sancties kunnen dus naast elkaar worden opgelegd.

Indien de overtreding van het aanlijn- en/of muilkorfgebod bestaat uit een nieuw bijtincident wordt een ander traject gekozen.

4.7 Last onder bestuursdwang

In de situatie dat het (herhaaldelijk) uitschrijven van een boete niet leidt tot naleven van hetgeen bepaald in artikel 2:59 en/of artikel 2:59a van de APV en de hond dus zonder lijn en/of muilkorf blijft lopen, kan worden gekozen tot het opleggen van een last onder bestuursdwang. Dit is een bestuursrechtelijke mogelijkheid van de burgemeester. Hiertoe kan worden besloten bij zeer ernstige vrees voor het ontstaan van gevaarlijke situaties en een zeer ernstig bijtincident.

Door het opleggen van een last onder bestuursdwang wordt getracht om de normale toestand te herstellen door het ongedaan maken, beëindigen of voorkomen van de overtreding. Indien de last zoals genoemd in het besluit niet wordt uitgevoerd, dient men over te gaan tot feitelijk handelen wat betekent dat de hond in beslag moet worden genomen. Hierdoor wordt de overtreding effectief beëindigd en een nieuwe overtreding voorkomen.

4.8 Inbeslagname hond door de burgemeester (toepassing bestuursdwang)

De burgemeester is op grond van artikel 5:31 lid 2 Awb bevoegd overtredingen van wettelijke voorschriften met spoed te beletten of te beëindigen. De burgemeester besluit tot inbeslagname van de hond als:

  • -

    de eigenaar/houder van een hond die door de burgemeester als gevaarlijke hond is aangewezen in strijd met artikel 2:59 en/of artikel 2:59a APV handelt en vervolgens;

  • -

    de hond een nieuw bijtincident veroorzaakt, waarbij sprake is van ernstig letsel of ernstige gevolgen en hierdoor direct optreden wordt verwacht of als er sprake is van (zeer ernstige vrees voor het ontstaan van) een zeer ernstig bijtincident; en

  • -

    de eigenaar/houder van de hond niet vrijwillig afstand doet van de hond.

De burgemeester geeft het bevel tot inbeslagname en geeft hierbij de locatie van de hond door aan de politie. Bij een dergelijke melding gaat een dienstdoende hondengeleider samen met de plaatselijke politie ter plaatse om over te gaan tot inbeslagname van de hond. De dienstdoende hondengeleider regelt het vervoer naar de aangegeven (geheime) locatie. De inbeslagname kan duren zolang het nodig is om de hond te testen en een besluit te nemen. Op basis van de uitkomsten van de gedragstest is het mogelijk dat de hond onder voorwaarden terug kan naar de eigenaar of elders wordt herplaatst of geëuthanaseerd. De gedragsdeskundige geeft een advies op basis waarvan de burgemeester een besluit neemt.

4.9 Kostenverhaal

Als bestuursdwang wordt toegepast kunnen hier ook kosten mee gepaard gaan. Deze kosten kunnen worden verhaald op de eigenaar/houder van de hond. Hierbij kan worden gedacht aan: kosten transport, opvang, noodzakelijke verzorging en het uitvoeren van (gedrags)testen.

4.10 Inbeslagname door burgemeester bij (vrees voor) verstoring van de openbare orde

De burgemeester is op grond van artikel 172, lid 3, Gemeentewet bevoegd bij verstoring van de openbare orde of bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, bevelen te geven die noodzakelijk worden geacht voor handhaving van de openbare orde.

Tot inbeslagname van de hond kan worden overgegaan als:

  • -

    de eigenaar/houder van de hond, die door de burgemeester als gevaarlijke hond is aangewezen, in strijd handelt met artikel 2:59 en/of artikel 2:59a APV en vervolgens;

  • -

    de hond een nieuw bijtincident veroorzaakt, waarbij sprake is van ernstig letsel of ernstige gevolgen; en

  • -

    er sprake is van een verstoring van de openbare orde of van ernstige vrees daarvoor en de bevelen noodzakelijk zijn voor de handhaving van de openbare orde. In deze situatie draagt de politie zorg voor de inbeslagname. Op grond van artikel 172, lid 3 Gemeentewet mag de procedure maximaal vier weken duren.

Het verschil in deze procedure en de procedure op grond van spoedeisende bestuursdwang door de burgemeester is dat:

  • -

    er sprake moet zijn van een concreet en actueel gevaar voor de openbare orde;

  • -

    er zijn geen andere, minder ingrijpende en vergaande maatregelen inzetbaar;

  • -

    de toepassing moet voortvarend plaatsvinden.

Van een bedreiging of verstoring van de openbare orde kan sprake zijn, indien gevoelens van onrust ontstaan in de omgeving waar de hond normaliter verblijft. Dit zal moeten blijken uit de informatie die voorhanden is, bestuurlijke rapportages en/of processen-verbaal van de politie of de Buitengewoon opsporingsambtenaren. Let wel, ook het gedrag van de eigenaar/houder van de hond kan hiertoe aanleiding geven. In een situatie waarbij de openbare orde wordt bedreigd of verstoord door de dreigende overtreding, zal na inbeslagname nader onderzoek gedaan moeten worden om te komen tot vervolgbesluitvorming. Dit onderzoek moet worden uitgevoerd door een gecertificeerde instelling. Euthanasie dient in overleg met het Openbaar Ministerie plaats te vinden.

De kosten die gepaard gaan met de inbeslagname op grond van artikel 172 Gemeentewet kunnen niet verhaald worden.

5. Incident op eigen (privé) terrein

Voor incidenten begaan op eigen terrein gelden in principe dezelfde regels als voor incidenten begaan in de openbare ruimte. Bij een incident op eigen terrein kijkt de burgemeester naar de feiten en omstandigheden en wordt daarbij een bepaalde mate van verwijtbaarheid meegenomen in de besluitvorming. Zo moet er bijvoorbeeld worden gekeken of het privéterrein is afgeschermd/omheind en of er bijvoorbeeld een bord is geplaatst met de tekst 'pas op voor de hond'?

6. Heroverweging van het gebod

Een aanlijn- en/of muilkorfgebod worden in principe opgelegd voor onbepaalde tijd. De eigenaar of houder van een hond, die een aanlijn- en/of muilkorfgebod opgelegd heeft gekregen, kan handelingen verrichten waardoor de burgemeester het besluit kan heroverwegen. De eigenaar van de hond kan de hond zelf laten onderzoeken door middel van het afnemen van een risico-assessment door een door de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland benoemde gedragskeurmeester. Dit gebeurt op eigen kosten. Indien uit het onderzoek blijkt dat de hond geen gevaar (meer) vormt, of indien de eigenaar en/of hond (een) cursus(sen) heeft/hebben gevolgd, die door de onderzoeker wordt voorgesteld en uit het onderzoek vervolgens blijkt dat de hond geen gevaar (meer) vormt, kan de burgemeester het besluit tot het opleggen van een aanlijn- en of muilkorfgebod van de hond heroverwegen. De eigenaar/houder van de hond dient hiertoe een schriftelijk verzoek in te dienen met het verzoek het besluit te heroverwegen. De eigenaar/houder dient de uitkomsten van het onderzoek/testen toe te voegen aan het verzoek. De burgemeester zal het resultaat van het onderzoek meenemen in de heroverweging van het besluit. Mocht de burgemeester bij de heroverweging afwijken van het advies van de onderzoeker, dan zal dit in de besluitvorming moeten worden gemotiveerd.

7. Afwijken beleid

In dit beleid is vastgelegd hoe de gemeente Staphorst omgaat met bijtincidenten. Hierbij is het van belang dat iedere situatie en ieder bijtincident anders is en daardoor maatwerk moet worden toegepast. De burgemeester heeft de mogelijkheid om af te wijken van het beleid en kan zowel verzwarende als lichtere maatregelen opleggen mocht dit nodig worden geacht. Concreet houdt dit in dat de stappen in het genoemde beleid kunnen worden overgeslagen, dan wel voor een andere vorm kan worden gekozen bij het afhandelen van een melding/incident. Wanneer de burgemeester besluit om af te wijken van het beleid dient dit altijd gemotiveerd te worden.

8. Overige trajecten

Naast het bestuursrechtelijk traject bestaat er ook de mogelijkheid om het strafrechtelijk en/of civielrechtelijk traject aan te wenden.

8.1 Strafrechtelijk traject

Strafrechtelijke inbeslagname

Wanneer er sprake is van het door de eigenaar/houder van de hond aanhitsen tot agressief gedrag of het niet terughouden van een hond, die een mens aanvalt, kan de politie aangifte opnemen en in een heterdaad situatie (al dan niet in overleg met de officier van Justitie van het Openbaar Ministerie) overgaan tot strafrechtelijke inbeslagname van de hond. De politie dient hierbij altijd te vragen of de eigenaar/houder afstand wil doen van de hond.

Strafrechtelijke overtreding van aanlijn- en/of muilkorfgebod

De officier van justitie kan onttrekking van de hond aan het verkeer vorderen bij overtreding van het aanlijn- en/of muilkorfgebod in combinatie met een nieuw bijtincident. In het uitzonderlijke geval dat tot inbeslagname wordt overgegaan, wanneer de inzet van andere maatregelen niet mogelijk is, gaat het Openbaar Ministerie over tot het vervreemden van de hond en zal in het uiterste geval worden overgegaan tot het laten inslapen van de gevaarlijke hond. Het inslapen van de hond gebeurt onder toezicht (direct en op kosten) van de verdachte/betrokkene.

8.2 Civielrechtelijk traject

Het is mogelijk dat slechts sprake is van een civielrechtelijk schade-incident. De politie wijst de dader en het slachtoffer van het bijtincident op rechten en plichten en adviseert partijen om de schade onderling te regelen. Er wordt van het incident door de politie echter wel een registratie opgemaakt, dit in verband met een eventuele herhaling/tweede bijtincident.