Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Heusden 2025

Geldend van 10-11-2025 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2025

Intitulé

Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Heusden 2025

De raad van de gemeente Heusden;

gelet op de artikelen 95, eerste en tweede lid, 96, eerste en tweede lid en 97, 98, 99 van de Gemeentewet, en de artikelen 3.1.3, eerste lid en 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale ambtsdragers;

gezien het voorstel van het presidium d.d. 21 oktober 2025;

besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Heusden 2025.

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

a. commissie: commissie ingesteld op grond van de artikelen 82, 83 en 84 van de Gemeentewet;

b. commissielid/fractieondersteuner: lid van een commissie, bedoeld in de artikelen 82, 83 en 84 van de Gemeentewet, dat niet tevens raadslid is of ambtenaar die als zodanig tot lid van een commissie is benoemd;

c. griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet;

d. raadslid: lid van de gemeenteraad.

Artikel 2. Reiskosten voor reizen binnen de gemeente

1. Een raadslid krijgt een vergoeding van kosten voor reizen in het kader van zijn/haar raadslidmaatschap binnen de gemeente. Aan raadsleden wordt een forfaitair bedrag uitgekeerd van € 7,42 per maand.

2. Een commissielid/fractieondersteuner krijgt een vergoeding voor de werkelijke gemaakte kosten voor reizen binnen de gemeente gemaakt vanwege zijn fractieondersteunerschap. Declaraties voor deze kosten, eventueel voorzien van bewijzen, dienen te worden goedgekeurd door de fractievoorzitter en vervolgens ingediend bij de griffie. Data voor indiening van declaraties zijn: 30 juni en 31 december.

Artikel 3. Reis- en verblijfkosten raads- en commissieleden voor reizen buiten de gemeente

1. Voor reizen als bedoeld in artikel 3.1 van de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers en artikel 3.1.7 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers worden aan een raads- of commissielid vergoed:

a. de kosten voor het gebruik van het openbaar vervoer;

b. Bij gebruik van een eigen vervoersmiddel het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt alsmede de parkeer- of stallingskosten, veerkosten en tolkosten;

2. Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed.

3. Als een raadslid of commissielid een functionele beperking heeft, kan incidenteel een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking worden gesteld.

4. De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raadslid of commissielid maakt in verband met reizen, gemaakt voor de uitoefening van de functie, worden ten laste van de gemeente vergoed.

Artikel 4. Scholing

1. Een raads- of commissielid dat wil deelnemen aan niet-partij politiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van zijn functie als bedoeld in artikel 3.3.3. Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers dient daartoe vooraf en tijdig een gemotiveerde aanvraag in bij de griffier. Uitsluitend scholing die niet door of namens de gemeente is dan wel wordt aangeboden of verzorgd, komt voor vergoeding in aanmerking.

2. De aanvraag bedoeld in het eerste lid gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie.

3. Aanvragen die niet overeenkomstig de bepalingen in deze verordening worden ingediend, komen niet voor vergoeding in aanmerking.

4. De griffier toetst de aanvraag. In voorkomende gevallen beslist het presidium.

5. Achteraf overlegt het raads- of commissielid een bewijs van deelname.

Artikel 5. Informatie- en communicatievoorzieningen raads- en commissieleden

1. Een raads- of commissielid tekent een bruikleenovereenkomst wanneer hem ten laste van de gemeente voor de duur van de uitoefening van zijn functie informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking worden gesteld bedoeld in artikel 3.3.2

Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.

2. Een raads- of commissielid levert na beëindiging van zijn functie de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de gemeente.

Artikel 6. Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel.

1. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikel 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

2. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in deze verordening, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoel in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964.

Artikel 7. Betaling vaste vergoedingen

Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van de vergoeding van commissieleden, bedoeld in artikel 3.4.1 het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers halfjaarlijks plaats met inachtneming van een vergoeding per bijgewoonde vergadering.

Artikel 8. Betaling en declaratie van onkosten

1. Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politiek ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van kosten die op grond van deze verordening voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen plaats door:

a. betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur,

b. betaling vooruit uit eigen middelen.

2. Een aanvraag om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en bewijsstukken. Het vereiste om bewijsstukken te overleggen geldt niet wanneer de vergoeding een forfaitair bedrag betreft.

3. Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden binnen 2 maanden na factuurdatum of betaling door raads- of commissieleden ingediend bij de griffier.

Artikel 9. Toelage vaste voorzitter commissie als bedoeld in artikel 82 Gemeentewet

Een raadslid welke optreedt als vaste voorzitter van een informatievergadering zoals bedoeld in het Reglement van orde voor de vergaderingen van de gemeenteraad en de informatievergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van de gemeente Heusden 2025 wordt eenmaal per jaar in de maand december een toelage van € 100,00 per maand toegekend voor de maanden waarin hij een informatievergadering heeft voorgezeten.

Artikel 10. Verzekering raadsleden voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden

Een raadslid dat nog niet de pensioengerechtigde leeftijd als bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet heeft bereikt, ontvangt wordt conform artikel 3.1.9. van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers eenmaal per jaar in de maand december een bedrag toegekend ter hoogte van het bedrag van de vergoeding voor de werkzaamheden voor één maand, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, waarmee het raadslid voorzieningen kan treffen ter zake van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden.

Artikel 11. Intrekking oude verordening

De Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Heusden 2019 wordt ingetrokken.

Artikel 12. Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de datum van publicatie in het Gemeenteblad en werkt terug tot en met 1 januari 2025.

Artikel 13. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Heusden 2025.

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad, gehouden op 28 oktober 2025

de griffier,

N.M.H.C. Pot-Broos

de voorzitter,

drs. W. van Hees

Ondertekening