Beleidsregel voertuigen op strand, duin en dijk gemeente Vlissingen 2025

Geldend van 13-11-2025 t/m heden

Intitulé

Beleidsregel voertuigen op strand, duin en dijk gemeente Vlissingen 2025

Burgemeester en wethouders van Vlissingen;

gelet op het bepaalde in artikel 5.29, lid 1, van de Algemene plaatselijke verordening voor Vlissingen 2013 (APV) en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

overwegende dat het verboden is zich op het strand te begeven of te bevinden met een voertuig;

- dat het verboden is binnen de centrale gedeelten van een waterkering, buiten openbare wegen als bedoeld in artikel 4 van de Wegenwet, met voertuigen te rijden;

- dat van deze verboden ontheffing kan worden verleend;

- dat het gewenst is een vaste gedragslijn te formuleren omtrent het rijden op het strand en de duinovergang met een voertuig en het parkeren op de waterkering;

- dat met ingang van 1 januari 2005 burgemeester en wethouders voor het rijden op strand, duin en dijk in de gemeente Vlissingen ontheffing kunnen verlenen, voor de uitvoering waarvan het dagelijks bestuur van het Waterschap Scheldestromen mandaat heeft verleend aan de teamleider van afdeling VTH der gemeente Vlissingen;

- dat belanghebbenden door samenwerking tussen gemeente en waterschap nog slechts met één loket hebben te maken en dat een helder en eenduidig beleid wordt gevoerd;

b e s l u i t e n :

vast te stellen de volgende ‘Beleidsregel voertuigen op strand, duin en dijk gemeente Vlissingen 2025.

Artikel 1 Begripsbepalingen

  • a.

    het college: burgemeester en wethouders van Vlissingen;

  • b.

    het waterschap: het waterschap Scheldestromen;

  • c.

    bedrog: het opzettelijk verstrekken van onjuiste of misleidende informatie met het oog op het verkrijgen of behouden van de ontheffing;

  • d.

    blauwe vlag – criteria: internationaal milieukeurmerk voor stranden en jachthavens die voldoen aan strenge eisen op het gebied van waterkwaliteit, veiligheid, milieubeheer en educatie;

  • e.

    voertuig: alle voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder a en onder a ‘L’, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kruiwagens, kinderwagens en dergelijke kleine voertuigen;

  • f.

    strand: het strand dat ligt in de gemeente Vlissingen;

  • g.

    waterkering: kunstmatige hoogten en die (gedeelten) van natuurlijke hoogten of hooggelegen gronden, met inbegrip van daarin of daaraan aangebrachte werken, die een waterkerende of mede waterkerende functie hebben;

  • h.

    duin: een op natuurlijke of kunstmatige wijze ontstane zandhoogte die, al dan niet in combinatie met andere waterkeringen, door zijn vorm en afmeting een gesloten stelsel vormt ter beveiliging van het achterland tegen overstroming.

  • i.

    badseizoen de periode van 1 mei tot 15 september.

  • j.

    wangedrag: verbaal of fysiek agressief gedrag jegens toezichthouders of andere personen op het terrein.

Artikel 2. Voorwaarden ontheffing

Om voor een ontheffing voor het rijden op van het strand of waterkering in aanmerking te komen dient de aanvrager te voldoen aan één van de volgende voorwaarden:

  • a.

    Eigenaar of exploitant zijn van één of meer dagcabines of slaaphuisjes op het strand.

  • b.

    Huurder zijn van een dagcabine of slaaphuisje op het strand en zich als gevolg van lichamelijke beperkingen niet zonder voertuig over het strand kunnen begeven.

  • c.

    Eigenaar of huurder zijn van een strandpaviljoen op het strand.

  • d.

    Beroepsmatig zich op het strand moeten bevinden met een voertuig in verband met:

    • distributie, leveringen en dienstverlening ten behoeve van strandpaviljoens;

    • het ophalen van (bedrijfs-)afval;

    • haal- en brengservice voor slaaphuisjes en strandcabines; of

    • andere kustgebonden, bedrijfsmatige activiteiten met toestemming van overheidswege.

  • e.

    Organisator zijn van een evenement op het strand. Tot de organisator worden ook gerekend de aan hem gelieerde bedrijven en de leveranciers die in opdracht van of ten behoeve van de eigenaar werkzaamheden verrichten of diensten leveren.

Artikel 3. Weigeringsgronden

  • 1.

    Een ontheffing wordt geweigerd indien:

    • a.

      niet wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 2.

    • b.

      Op redelijke gronden kan worden aangenomen dat de feitelijke situatie zal afwijken van de in de aanvraag vermelde gegevens.

  • 2.

    De ontheffing kan worden geweigerd in het belang van:

    • a.

      het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat;

    • b.

      het voorkomen of beperken van overlast;

    • c.

      de veiligheid van personen of goederen;

    • d.

      de kust- en strandrecreatie;

    • e.

      de waterstaat.

Artikel 4. Intrekkingsgronden

  • 1.

    De ontheffing wordt ingetrokken indien:

    • a.

      de bij de verkrijging verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn, dat de aanvraag anders zou zijn beoordeeld als de juiste en volledige informatie bekend was geweest;

    • b.

      niet langer wordt voldaan aan de ingevolge artikel 2 gestelde criteria;

    • c.

      is gehandeld in strijd met de daaraan verbonden voorschriften of beperkingen;

    • d.

      ten gevolge van gewijzigde feiten of omstandigheden het van kracht blijven van de ontheffing strijdig is met het belang als bedoeld in artikel 3, tweede lid.

    • e.

      de houder daarom verzoekt.

  • 2.

    De ontheffing kan in elk geval worden ingetrokken:

    • als de ontheffinghouder de bij of krachtens deze beleidsregel bepaalde regels overtreedt;

    • als de ontheffinghouder zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog;

    • bij misbruik of niet-nakoming van de voorschriften van de ontheffing;

    • in het belang van de natuur- of milieuwaarden;

    • in het belang van de veiligheid van strandrecreanten;

    • in het geval van overlast.

  • 3.

    De ontheffinghouder die in strijd handelt met de ontheffing of zich aan wangedrag of bedrog schuldig maakt, de toezichthouder in de uitoefening van zijn taak belemmert, dan wel direct of indirect de orde verstoort of de veiligheid van strandrecreanten in gevaar brengt, kan door de politie, beheerder terrein of toezichthouder mondeling worden gelast zijn ontheffing in te leveren.

  • Na intrekking van de ontheffing wordt er in datzelfde kalenderjaar geen ontheffing meer verleend op grond van dit beleid, aan de betreffende persoon of het bedrijf.

Artikel 5. Voorschriften parkeren voertuig

  • 1.

    Een voertuig dient op dusdanige wijze te worden geparkeerd dat dit geen hinder of gevaar oplevert voor strandbezoekers en functies als bedoeld in artikel 9.

  • 2.

    Voor het parkeren van een voertuig op de waterkering wordt:

    • a.

      Bij of naast een strandpaviljoen alleen aan een strandpaviljoenhouder voor maximaal één voertuig ontheffing verleend.

    • b.

      Voor het opbouwen en afbreken, de wekelijkse controle en de verschoning en reparatiewerkzaamheden, e.d. van/ aan een dagcabine of slaaphuisje alleen aan een eigenaar van één of meerdere huisjes voor maximaal één voertuig ontheffing verleend.

    • c.

      Bij of naast een dagcabine of slaaphuisje wordt alleen aan een eigenaar/huurder van een huisje voor maximaal één voertuig ontheffing verleend indien sprake is van een lichamelijke beperking en de noodzaak blijkt uit een bij de aanvraag gevoegde doktersverklaring/invalidenparkeerkaart.

    • d.

      Op de glooiing wordt alleen ontheffing verleend voor het beroepsmatig uitvoeren van werkzaamheden.

    • e.

      Bij een evenement, wedstrijd of feest, na advies van de evenementencoördinator, wordt voor één of meerdere voertuigen ontheffing verleend.

Artikel 6. Voorschriften rijden op het strand en waterkering

  • 1.

    In het algemeen belang van kust- en strandrecreatie gelden de volgende voorschriften:

    • a.

      Aanwijzingen gegeven door toezichthouders, nood en hulpdiensten of door het college ingeschakelde particuliere beveiligingsdiensten dienen stipt en terstond te worden opgevolgd.

    • b.

      De ontheffing moet op een goed zichtbare plaats in het voertuig zijn aangebracht en volledig leesbaar zijn vanaf buiten het voertuig.

    • c.

      Van de ontheffing mag alleen gebruik worden gemaakt ten behoeve van het exploiteren van strandhuisjes en een strandpaviljoen of het opbouwen en afbreken van dagcabines en slaaphuisjes.

    • d.

      Het voertuig mag geen hinder en/of gevaar opleveren voor strandbezoekers.

    • e.

      De bestuurder moet met aangepaste snelheid, dit wil zeggen stapvoets, rijden.

    • f.

      Het voertuig mag nimmer de doorgangen tussen paalhoofden en naar duinovergangen blokkeren.

    • g.

      In het badseizoen is het rijden met voertuigen verboden tussen 12.00 en 18.00 uur.

  • 2.

    De ontheffing is alleen van kracht voor het strand behorend tot de gemeente Vlissingen.

  • 3.

    In het belang van de waterstaat gelden de volgende voorschriften:

    • a.

      De ontheffing is alleen van kracht voor een duinovergang.

    • b.

      Op een duinovergang mag niet worden geparkeerd.

    • c.

      De slagboom dient telkenmale na het passeren direct te worden gesloten.

Artikel 7. De ontheffing

In de ontheffing worden vermeld:

  • a.

    De natuurlijke of rechtspersoon aan wie de ontheffing is verleend.

  • b.

    Merk, type en kenteken van het voertuig waarvoor de ontheffing is verleend.

  • c.

    De periode waarvoor de ontheffing wordt verleend (maximaal tot het einde van het kalenderjaar).

  • d.

    De handelsnaam van de exploitant van de strandhuisjes of van het strandpaviljoen, aanduiding van de dagcabine of het slaaphuisje van de ontheffinghouder.

  • e.

    Voorwaarden die voor de ontheffing gelden zoals voorschriften over veiligheid, tijden en overige bepalingen.

Artikel 8. Aantal voertuigen

In verband met de veiligheid van personen of goederen en het voorkomen of beperken van overlast dienen zo weinig mogelijk voertuigen over het strand te rijden of zich daarop te bevinden. Daarvoor geldt het onderstaande schema.

Ontheffinghouder

Noodzaak

Maximaal aantal voertuigen

Ondernemingen

Uitoefening beroep

2 (per ondernemer)

Eigenaar dagcabine of slaaphuisje

Opbouwen en afbreken, wekelijkse controle en onderhoud, e.d.

2 (per eigenaar)

Strandpaviljoenhouder

Bereikbaarheid / bevoorraden

2 (per paviljoen)

Huurder dagcabine of slaaphuisje

Lichamelijke handicap (noodzaak dient te worden onderbouwd)

1 (voor een persoon met een handicap of diegene die de auto bestuurt)

Organisator

Evenement

Afhankelijk van evenement in overleg met evenementencoördinator

Artikel 9. Vrijstelling

Voertuigen ten dienste van de volgende functies zijn ambtshalve vrijgesteld van het verbod zich op het strand te begeven of te bevinden:

  • a.

    onderhoud van strand en waterkering;

  • b.

    nood, reddings- en hulpdiensten;

  • c.

    opvang van gestrande zeezoogdieren.

Artikel 10. Sleutel duinovergang

Voor het rijden over een duinovergang en het strand dient de houder van de ontheffing in het bezit te zijn van een sleutel van de slagboom. De sleutel kan worden verkregen op het districtskantoor van waterschap Scheldestromen, Baaynenhovenseweg 4, 4364 RH Grijpskerke.

Artikel 11. Ontheffingskaart

Om de ontheffing in een voertuig op duidelijk zichtbare wijze aanwezig te laten zijn, verstrekt het college een geplastificeerde kaart bij de ontheffing. Op deze kaart zijn het soort ontheffing, de geldigheidsduur, de voorschriften, de merknaam en het kenteken van het voertuig vermeld.

Artikel 12 Maatwerk

Voor aanvragen die niet passen binnen de indieningsvereisten of een aanvraag waarin wordt verzocht om af te wijken van de standaardvoorschriften, kan een maatwerkverzoek worden ingediend. Met dit maatwerk kan worden afgeweken van alle in het beleid gestelde voorwaarden, indieningsvereisten en voorschriften. Dit geldt ook in situaties waarin iemand disproportioneel wordt benadeeld of wanneer de beleidsregel een onbeoogd effect heeft, bijvoorbeeld wanneer iemand hierdoor wordt uitgesloten. In alle gevallen beslist het college van burgemeester en wethouders over het al dan niet toestaan van maatwerk. Een maatwerkverzoek wordt altijd getoetst aan de Blauwe-Vlag criteria.

Artikel 13 Intrekking en overgangsbepaling

De beleidsregel voertuigen op strand en duinovergangen en parkeren op waterkering Vlissingen 2004 wordt ingetrokken.

Artikel 14. Slotbepaling

  • 1.

    Deze beleidsregel kan worden aangehaald als ‘Beleidsregel rijden op strand, duin en dijk Vlissingen 2025

  • 2.

    Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na publicatie.

Ondertekening

Vlissingen, 4 november 2025

Burgemeester en wethouders van Vlissingen,

de secretaris,

drs. R.D.A. Wiskerke

de burgemeester,

drs. A.R.B. van den Tillaar