Reglement van Wetterskip Fryslân

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 13-10-2026 met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2026

Intitulé

Reglement van Wetterskip Fryslân

 GEMEENSCHAPPELIJK BESLUIT

PROVINCIALE STATEN VAN FRYSLÂN EN GRONINGEN

Gelezen het voorstel van gedeputeerde staten van Fryslân van 4 december 2007 en van gedeputeerde staten van Groningen van 4 december 2007;

Gelet op artikel 6 van de Waterschapswet;

BESLUITEN, IEDER VOOR ZOVER HET HUN BEVOEGDHEID BETREFT:

ARTIKEL I

Het Reglement van Wetterskip Fryslân van 1 januari 2004 en het Kiesreglement van Wetterskip Fryslân van 18 juni 2003 in te trekken met ingang van 31 maart 2008;

ARTIKEL II

Het navolgende Reglement van Wetterskip Fryslân vast te stellen.

REGLEMENT VAN “Wetterskip Fryslân”

Hoofdstuk 1 Begripsomschrijvingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Dit reglement verstaat onder:

  • a.

    categorie ingezetenen: de categorie waartoe behoren degenen die hun werkelijke woonplaats in het waterschap hebben als bedoeld in artikel 11, tweede lid, van de wet;.

  • b.

    categorie natuurterreinen: de categorie waartoe behoren degenen die krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot hebben van natuurterreinen als bedoeld in artikel 116, onder c;

  • c.

    categorie ongebouwd: de categorie waartoe behoren degenen die krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot hebben van ongebouwde onroerende zaken, niet zijnde natuurterreinen;

  • d.

    gedeputeerde staten: gedeputeerde staten van Fryslân;

  • e.

     watersysteem: watersysteem als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet;

  • f.

    wet: de Waterschapswet;

  • g.

    beheer: beheer van watersystemen als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet.

  • h.

    [vervallen]

Hoofdstuk 2 Gebied, zetel en taak van het waterschap

Artikel 2 Gebied van het waterschap

  • 1. Er is een waterschap met de naam “Wetterskip Fryslân”, verder aan te duiden als het waterschap.

  • 2. Het gebied van het waterschap omvat de gebieden in de provincies Fryslân en Groningen zoals die zijn aangegeven op de bij dit reglement behorende kaart.

  • 3. De grenzen van de in het tweede lid bedoelde gebied kunnen nader worden aangegeven op door gedeputeerde staten van Fryslân en Groningen vast te stellen detailkaarten.

  • 4. Van elk van de kaarten, bedoeld in het tweede en derde lid, berust een exemplaar bij het waterschap en bij de provincies Fryslân en Groningen.

Artikel 3 Vestigingsplaats van het waterschap

Het waterschap is gevestigd in een door het algemeen bestuur te bepalen gemeente.

Artikel 4 Taak van het waterschap

  • 1. De taak van het waterschap is de waterstaatkundige verzorging van zijn gebied, voor zover deze taak niet aan andere publiekrechtelijke lichamen is opgedragen.

  • 2. De taak, bedoeld in het eerste lid, omvat de zorg voor:

    • a.

      het beheer van watersystemen als bedoeld in artikel 2.17, eerste lid, onder a, onder 1°, van de Omgevingswet; en

    • b.

      de zuivering van stedelijk afvalwater als bedoeld in artikel 2.17, eerste lid, onder a, onder 2° van de Omgevingswet en de zuivering van stedelijk afvalwater dat wordt afgevoerd op een systeem als bedoeld in artikel 2.16, derde lid, van de Omgevingswet dat wordt beheerd door of namens het waterschap.

  • 3. [Vervallen.]

Hoofdstuk 3 De samenstelling en inrichting van het waterschapsbestuur

 

Artikel 5 Benaming bestuursorganen

  • 1. Het bestuur van het waterschap bestaat uit het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.

  • 2. Het algemeen bestuur kan andere benamingen voor deze bestuursorganen vaststellen

§ 1. Het algemeen bestuur

Artikel 6 Omvang en samenstelling algemeen bestuur

Het algemeen bestuur bestaat uit 25 leden.

Artikel 7 Benoeming vertegenwoordigers geborgde zetels

  • 1. Voor de categorie ongebouwd worden 2 vertegenwoordigers benoemd door LTO Noord.

  • 2. Voor de categorie natuurterreinen worden 2 vertegenwoordigers benoemd door de Vereniging Bos- en Natuurterreineigenaren.

Artikel 8 Reglement van orde

  • 1. Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden een reglement van orde vast.

  • 2. In het reglement van orde worden in ieder geval regels gesteld ten aanzien van de wijze van oproeping tot vergadering, de openbaarheid van de vergaderingen, het vergader- en het besluitquorum, de handhaving van de orde tijdens de vergaderingen en de wijze waarop de stemmingen plaatsvinden.

§ 2. Het dagelijks bestuur

Artikel 9 Omvang dagelijks bestuur

Het dagelijks bestuur bestaat naast de voorzitter uit een door het algemeen bestuur te bepalen aantal leden.

Artikel 10 Benoeming leden dagelijks bestuur

  • 1. Gedeputeerde staten kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 41, tweede lid van de wet.

  • 2. De tot lid van het dagelijks bestuur benoemde deelt het algemeen bestuur uiterlijk op de tiende dag na de kennisgeving van zijn benoeming mee of hij de benoeming aanneemt. Indien deze termijn verstrijkt zonder mededeling, wordt de benoemde geacht de benoeming niet aan te nemen.

  • 3. Wanneer de benoeming niet is aangenomen, geschiedt zo spoedig mogelijk een nieuwe benoeming.

  • 4. De benoeming ter vervulling van een plaats die tussentijds openvalt geschiedt zo spoedig mogelijk nadat de opengevallen plaats in het algemeen bestuur is vervuld, tenzij het algemeen bestuur besluit het aantal leden van het dagelijks bestuur te verminderen dan wel indien toepassing wordt gegeven aan het eerste lid.

Artikel 11 Ingang benoeming leden dagelijks bestuur

  • 1. In het geval van artikel 10, eerste lid gaat de benoeming van degene, die de benoeming tot lid van het dagelijks bestuur heeft aangenomen, in op het tijdstip waarop ten minste de helft van het aantal leden van het dagelijks bestuur zijn benoeming heeft aangenomen of, indien de aanneming van de benoeming op een later tijdstip plaatsvindt, op dat tijdstip.

  • 2. Vanaf het tijdstip van aftreden van de leden van het dagelijks bestuur tot het tijdstip waarop ten minste de helft van het aantal leden van het dagelijks bestuur de benoeming heeft aangenomen, treedt de voorzitter in de plaats van het dagelijks bestuur.

Artikel 12 Ontslag op eigen initiatief

  • 1. Een lid van het dagelijks bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Hij doet daarvan schriftelijk mededeling aan het algemeen bestuur.

  • 2. Behoudens het geval dat een lid van het dagelijks bestuur onmiddellijk ontslag neemt, gaat het ontslag in met ingang van de dag, gelegen een maand na de dag waarop hij zijn ontslag heeft genomen of zoveel eerder als zijn opvolger de benoeming heeft aangenomen.

Artikel 13 Vervanging leden dagelijks bestuur

  • 1. Bij langdurige afwezigheid van een lid van het dagelijks bestuur, of indien een lid van het dagelijks bestuur met de waarneming van het ambt van voorzitter is belast, kan hij worden vervangen door een lid van het algemeen bestuur, aan te wijzen door het algemeen bestuur.

  • 2. Degene die gedurende meer dan dertig dagen onafgebroken voor een lid van het dagelijks bestuur heeft waargenomen, geniet een vergoeding ten bedrage van de voor dat lid vastgestelde bezoldiging. De vergoeding wordt verminderd met hetgeen als lid van het algemeen bestuur als vergoeding wordt ontvangen.

Artikel 14 Reglement van orde

  • 1. Het dagelijks bestuur stelt voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden een reglement van orde vast, dat aan het algemeen bestuur wordt toegezonden.

  • 2. In het reglement van orde worden voor de vergaderingen in ieder geval regels gesteld ten aanzien van de wijze van oproeping tot vergadering, het vergaderquorum, het besluitquorum, de handhaving van de orde tijdens de vergaderingen en de wijze waarop de stemmingen plaatsvinden.

§ 3. De voorzitter

Artikel 15 Benoeming voorzitter

  • 1. Alvorens een aanbeveling voor de benoeming van de voorzitter als bedoeld in artikel 46, derde lid, van de wet, wordt opgemaakt, wordt, behalve in het geval van herbenoeming, een open sollicitatieprocedure gevolgd.

  • 2. Indien de aanbeveling uit meer dan één persoon bestaat, wordt over iedere plaats op de aanbeveling afzonderlijk gestemd.

  • 3. Voor de toepassing van artikel 46, derde en vijfde lid, van de wet wordt onder gedeputeerde staten verstaan: gedeputeerde staten van Fryslân.

  • 4. Samen met de aanbeveling voor de benoeming van de voorzitter wordt een uittreksel uit de notulen van de gehouden stemming aan gedeputeerde staten van Fryslân gezonden.

  • 5. De aflegging van de eed (verklaring en belofte), bedoeld in artikel 50 van de wet, vindt plaats in handen van de Commissaris van de Koning in de provincie Fryslân.

Artikel 16 Woonplaats voorzitter

De voorzitter heeft zijn werkelijke woonplaats in het gebied van het waterschap.

Artikel 17 Ontslag voorzitter

  • 1. De voorzitter die zijn ontslag vraagt, blijft zo mogelijk in functie totdat hem ontslag is verleend.

  • 2. Hij dient zijn verzoek om ontslag uiterlijk twee maanden vóór de datum, waarop het ontslag wordt gewenst, bij de Kroon in en geeft daarvan tegelijkertijd kennis aan het algemeen bestuur en aan gedeputeerde staten. 

§ 4. De secretaris

Artikel 18 Aanwijzing secretaris

De secretaris wordt door het algemeen bestuur aangewezen op voordracht van het dagelijks bestuur.

Artikel 19 Taken en bevoegdheden

  • 1. Het algemeen bestuur stelt in een instructie nadere regels over de taak en de bevoegdheden van de secretaris.

  • 2. Artikel 33, eerste en tweede lid van de wet is van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 4 Toezicht

Artikel 20 Toezichtsbevoegdheid

Voor de toepassing van de wettelijke bepalingen met betrekking tot het toezicht op het waterschapsbestuur wordt, al naar gelang een besluit betrekking heeft op het grondgebied van de provincie Fryslân of Groningen, onder gedeputeerde staten verstaan: gedeputeerde staten van de provincie Fryslân of Groningen.

Artikel 21 Goedkeuring

[Vervallen.]

Artikel 22 Meldingen

Het dagelijks bestuur zendt aan Gedeputeerde Staten ter kennisneming besluiten tot:

  • a.

    aanleg of wijziging van waterstaatswerken waarvan in betekenende mate een wijziging van de bestaande waterstaatkundige situatie is te verwachten;

  • b.

    oprichting of deelneming in een rechtspersoon, voorzover hierbij een belangrijk onderdeel van de aan het waterschap opgedragen taak betrokken is;

  • c.

    vaststelling of wijziging van een calamiteitenplan als bedoeld in artikel 19.14 van de Omgevingswet.

Hoofdstuk 5 Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 23 Wijzigingen van beperkte strekking

Provinciale Staten van Fryslân zijn bevoegd tot wijziging van dit reglement, tenzij het desbetreffende besluit een regeling bevat van de in artikel 5, tweede lid van de wet genoemde onderwerpen.

Artikel 24 Overgangsrecht

[vervallen]

Artikel 25 Inwerkingtreding

Dit reglement treedt in werking op 31 maart 2008.

Artikel 26 Citeertitel

Dit reglement wordt aangehaald als “Reglement van Wetterskip Fryslân”.  

Ondertekening

Leeuwarden, 13 februari 2008
voorzitter drs. E.H.T.M. Nijpels
griffier O. Bijlsma
 

Bijlage kaart beheergebied Wetterskip Fryslân behorende bij Reglement van Wetterskip Fryslân

afbeelding binnen de regeling

Toelichting bij het Reglement van Wetterskip Fryslân

Algemene toelichting

Sinds de totstandkoming van de Waterschapswet in 1991 hebben zich belangrijke ontwikkelingen in het waterbeheer voorgedaan. Het waterbeheer richt zich meer en meer op alle aspecten van watersystemen in hun onderlinge samenhang en de invloed van de omgeving daarop. Dit heeft gevolgen gehad voor de waterschapsorganisatie. Ten tijde van het ontstaan van de Waterschapswet waren er nog ruim 200 waterschappen. Deze waren divers van omvang en ook de taken varieerden. Inmiddels heeft een forse stroomlijning en opschaling plaatsgevonden. Sinds 1 augustus 2018 telt Nederland nog 21 waterschappen. De taken die aan waterschappen zijn of worden opgedragen betreffen het beheer van watersystemen en de zuivering van stedelijk afvalwater op de voet van artikel 2.17 van de Omgevingswet. Daarnaast kan de zorg voor een of meer andere waterstaatsaangelegenheden zijn of worden opgedragen.

De wettelijke bevoegdheid waterschappen in te stellen en te reglementeren ligt bij Provinciale Staten. Artikel 2 van de Waterschapswet bepaalt dat de bevoegdheid tot het opheffen en het instellen van waterschappen, tot regeling van hun taken en inrichting en van de samenstelling van hun besturen en tot de verdere reglementering van waterschappen aan Provinciale Staten behoort en dat de uitoefening van deze bevoegdheid geschiedt bij provinciale verordening. Omdat Wetterskip Fryslân een interprovinciaal waterschap is worden de bevoegdheden op grond van artikel 6 van de Waterschapswet gemeenschappelijk door Provinciale Staten van Fryslân en Groningen uitgeoefend.

Op 17 december 2022 is de Wet tot wijziging van de Waterschapswet in verband met het schrappen van geborgde zetels voor de categorie bedrijven, het schrappen van de eis dat ten minste één lid van het dagelijks bestuur houders is van een geborgde zetel en het introduceren van een vaste verdeling van de resterende geborde zetels in werking getreden (hierna: de wijziging van de Waterschapswet). Het Reglement wordt gewijzigd om te voldoen aan bovengenoemde wijzigingswet van de Waterschapswet.

In het reglement wordt verwezen naar de Waterwet. Vanwege de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2024 worden de verwijzingen aangepast.

Het onderhavige reglement schept in aansluiting op de Waterschapswet het kader voor het waterschap. Het beperkt zich tot de essentiële aspecten over de inrichting en het functioneren van het waterschap. De belangrijkste onderwerpen die worden geregeld zijn het gebied, de taak, het bestuur, de verdeling van de geborgde zetels over de specifieke belangencategorieën, het aanwijzen van de organisaties die de vertegenwoordigers voor de categorie ongebouwd mogen benoemen en het toezicht. De kostentoedeling wordt geregeld in de Waterschapswet en de daarbij behorende Algemene maatregel van bestuur. Het kiesrecht is geregeld in de Kieswet.

Artikelsgewijze toelichting

Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen

Op grond van artikel 1, tweede lid van de Waterschapswet kunnen als “hoofdtaken” aan de waterschappen de zorg voor het watersysteem en de zorg voor het zuiveren van het afvalwater worden opgedragen. In dit reglement is het begrip watersysteem nader gedefinieerd en is aansluiting gezocht bij de terminologie van de Omgevingswet. Het zuiveren van het afvalwater is niet nader gedefinieerd omdat deze definitie afdoende is geregeld in de Waterschapswet en de Omgevingswet.

Hoofdstuk 2 Gebied, zetel en taak van het waterschap

Artikel 2 Gebied van het waterschap

Bij het bepalen van het gebied van het waterschap is acht geslagen op het uitgangspunt voor de bestuurlijke organisatie van de waterstaatszorg, dat bij de vorming van waterschappen zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de waterstaatkundige eenheden. Een waterstaatkundige eenheid bestaat uit een samenhangend stelsel van oppervlaktewateren en gronden (inclusief mensen en gebouwen), die belang hebben bij de instandhouding van dat stelsel. Het gebied van het waterschap is niet gewijzigd.

Het gebied van het waterschap wordt aangegeven op een kaart die deel uitmaakt van het reglement. Op de kaart zijn de grenzen van het waterschapsgebied zo eenduidig mogelijk vastgelegd. Er kunnen gebiedsspecifieke situaties zijn waarbij het noodzakelijk is de grens van het waterschapsgebied nauwkeuriger vast te stellen (bijvoorbeeld daar waar de grens door bebouwd gebied loopt). In het reglement is de mogelijkheid opgenomen voor de precieze aanduiding van de grenzen van het waterschapsgebied detailkaarten vast te stellen. Het vaststellen van de detailkaarten is opgedragen aan gedeputeerde staten.

Artikel 4 Taak van het waterschap

In artikel 1, eerste lid, van de Waterschapswet is het functionele karakter van de waterschappen vastgelegd: hun taak is de waterstaatkundige verzorging van een bepaald gebied. Deze taak is in het tweede lid nader gespecificeerd en omvat de zorg voor het watersysteem en de zorg voor het zuiveren van afvalwater.

De omschrijving van de taak van het waterschap sluit aan bij artikel 1, tweede lid, van de Waterschapswet zoals dat luidt sinds de inwerkingtreding van de Wet tot wijziging van de Waterschapswet, de Waterwet en de Algemene wet bestuursrecht (Stb. 2025, 63). Met deze wetswijziging is de taakomschrijving van de waterschappen verduidelijkt en aangepast. De zorg voor het zuiveren van afvalwater omvat sindsdien uitsluitend het zuiveren van stedelijk afvalwater dat via een zuiveringstechnisch werk of via een individuele behandeling van afvalwater (IBA) in beheer van het waterschap wordt behandeld. Het zuiveren van afvalwater dat niet via een openbaar vuilwaterriool in een zuiveringstechnisch werk van het waterschap wordt aangeleverd, behoort niet langer tot de taak van het waterschap.

In artikel 4 van het reglement is aangesloten bij deze wettelijke taakomschrijving en de bestaande uitvoeringspraktijk door aan het waterschap zowel de zorg voor het watersysteem als de zorg voor het zuiveren van afvalwater op te dragen, binnen de grenzen zoals deze uit de Waterschapswet voortvloeien. De zorg voor het watersysteem omvat de zorg voor de waterkering en de zorg voor de waterhuishouding, waaronder mede de zorg voor de waterkwaliteit. Tot de zorg voor de waterhuishouding wordt tevens gerekend het reguleren van grondwaterstanden via het peilbeheer van het oppervlaktewater.

Het gebruik van de term “zorg voor het watersysteem” benadrukt dat de afzonderlijke onderdelen van deze taak in nauwe samenhang moeten worden bezien en als één integrale taak worden uitgevoerd. De toekenning van deze zorg aan het waterschap impliceert niet dat alle verantwoordelijkheden met betrekking tot het watersysteem binnen het waterschapsgebied uitsluitend bij het waterschap berusten. Ook andere overheden vervullen taken op dit terrein. Daarom is in het eerste lid van artikel 4 bepaald dat het waterschap verantwoordelijk is voor de waterstaatkundige verzorging van zijn gebied, voor zover deze taak niet bij andere publiekrechtelijke lichamen is gelegd.

Artikel 4, eerste lid, vertoont een duidelijke samenhang met artikel 3:4, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Dit artikel schrijft voor dat een bestuursorgaan bij de uitoefening van zijn bevoegdheden de rechtstreeks bij een besluit betrokken belangen afweegt, voor zover niet uit een wettelijk voorschrift of uit de aard van de bevoegdheid een beperking voortvloeit. Voor bestuursorganen van het waterschap betekent dit dat zij bij besluiten en handelingen alle relevante belangen in aanmerking nemen, waarbij de waterstaatkundige en waterhuishoudkundige belangen leidend zijn. Deze belangen behoren bij de besluitvorming in beginsel doorslaggevend te zijn.

In artikel 4, tweede lid, is de zorg voor de zuivering van afvalwater aan het waterschap opgedragen, conform de gewijzigde wettelijke taakomschrijving. De zorgplicht voor de zuivering van stedelijk afvalwater berust reeds sinds 2002 wettelijk bij het waterschap en is met de wetswijziging nader afgebakend. Daarmee is sprake van een inhoudelijke aanpassing van de taken van het Wetterskip Fryslân, die met dit reglement expliciet en bestendig is vastgelegd.

Hoofdstuk 3 De samenstelling en inrichting van het waterschapsbestuur

Dit hoofdstuk geeft een aanvulling op de bepalingen in de Waterschapswet en het Waterschapsbesluit. De wet regelt onder meer de vereisten voor het lidmaatschap van het bestuur, de verkiezingen, nevenfuncties, onverenigbare betrekkingen en het afleggen van de eed (dan wel verklaring en belofte). Voorts bevat de wet bepalingen over de vergaderingen van het algemeen en dagelijks bestuur.

Paragraaf 1 Het algemeen bestuur

Artikel 6 Omvang en samenstelling algemeen bestuur

In artikel 6 is de omvang van het algemeen bestuur geregeld. In de Waterschapswet is uit oogpunt van uniformering maar ook vanwege doelmatigheid en slagvaardigheid de minimale en maximale omvang van het algemeen bestuur vastgelegd. Het waterschapsbestuur kan bestaan uit minimaal achttien en maximaal dertig leden. Wetterskip Fryslân is het grootste waterschap van Nederland. Ingedachte de trend om de besturen van overheidslichamen zoveel mogelijk te verkleinen is ervoor gekozen om niet op het wettelijk maximum te gaan zitten en is besloten te kiezen voor 25 bestuursleden.

Om te garanderen dat daadwerkelijk alle belangencategorieën vertegenwoordigd zijn dient niet alleen de omvang van het bestuur te worden vastgesteld maar ook het aantal zetels dat daarbinnen toegekend wordt aan ieder van de specifieke categorieën.

Al sinds mensenheugenis zitten in de algemene besturen van de waterschappen zogeheten geborgde zetels. Dat zijn gegarandeerde zetels. De regeling rond de geborgde zetels is veranderd. Door de wetswijziging (zie Stb. 2022, 517) heeft de agrarische sector nog twee gegarandeerde zetels, hebben de natuurbeheerders er twee en zijn de bedrijven hun twee geborgde zetels kwijt. De verplichting dat er sowieso een geborgde zetel in het dagelijks bestuur moet zitten is uit de wet verdwenen.

De wet biedt de mogelijkheid om kiesdistricten in te stellen voor de verkiezingen. Vanwege het streven naar zo open en transparant mogelijke verkiezingen en het ontbreken van specifieke motieven om kiesdistricten in te stellen is ervoor gekozen geen afzonderlijke kiesdistricten in te stellen. Het gehele waterschapsgebied vormt daarom 1 kiesdistrict.

Artikel 7 Benoemen vertegenwoordigers geborgde zetels

De aanwijzing van de organisaties die de vertegenwoordigers van de categorie ongebouwd leveren wordt aan de provincies overgelaten. Vandaar dat in artikel 7 is bepaald dat de Vereniging Bos- en Natuurterreineigenaren en LTO Noord ieder 2 vertegenwoordigers benoemen. De wijziging van de Waterschapswet (zie Stb. 2022, 517) brengt met zich dat er geen geborgde zetels meer zijn voor de categorie bedrijven in het waterschapsbestuur.

De selectie van de vertegenwoordigers is een verantwoordelijkheid van de benoemende organisaties. De Waterschapswet geeft aan dat de organisaties die de vertegenwoordigers mogen benoemen de procedure die zij hanteren voor de selectie en benoeming tijdig moeten vastleggen. Het waterschap zorgt vervolgens voor publicatie zodat het voor de leden van de belangengroeperingen (maar ook voor andere betrokkenen) duidelijk is op welke wijze de benoeming tot stand komt. Ook kunnen eventuele kandidaten hun interesse op dat moment kenbaar maken. De benoeming is bindend, dat wil zeggen de status van de benoemde kandidaten is gelijk aan die van gekozen kandidaten. Slechts de toetsing door het algemeen bestuur op grond van artikel 24 van de Waterschapswet kan toelating tot het algemeen bestuur verhinderen.

Artikel 8 Reglement van orde

De Waterschapswet geeft in de artikelen 35 tot en met 39 een aantal bepalingen over openbare en besloten vergaderingen en over geheimhouding. Het algemeen bestuur stelt een reglement van orde voor haar vergaderingen vast. Voor de invulling van dat reglement verdient het aanbeveling zoveel mogelijk aan te sluiten bij de regelingen, die de Gemeentewet en de Provinciewet kennen omtrent onderwerpen van vergaderorde. Met name wordt hierbij gedacht aan het vergaderquorum, het besluitquorum, de wijze van uitschrijven van een nieuwe vergadering en het opstellen van de agenda, stemrecht van de leden, stemprocedures en het bepalen van de stemuitslag.

Paragraaf 2. Het dagelijks bestuur

Artikel 9 Omvang dagelijks bestuur

Ten aanzien van de omvang van het dagelijks bestuur kan het reglement een minimum en maximum aantal leden vastleggen. Bij het bepalen van het meest optimale aantal dient te worden gekeken naar de omvang van het algemeen bestuur, de afspiegeling van het algemeen bestuur, het risico op versnippering, doelmatigheid en voldoende slagvaardigheid. Omdat deze afweging het beste kan worden gemaakt op het moment dat de samenstelling van het algemeen bestuur bekend is en om het waterschap hierin voldoende ruimte te geven wordt geen minimum en maximum aantal vastgelegd.

Artikel 10 Benoeming leden dagelijks bestuur

Lid 1 vervalt.

De benoeming van de leden van het dagelijks bestuur, met uitzondering van de voorzitter, vindt plaats in de eerste vergadering van het algemeen bestuur in nieuwe samenstelling.

In de praktijk lukt het niet om in de eerste vergadering de nieuwe leden van het dagelijks bestuur te benoemen. Dat gebeurt nu veelal na ca. 3 maanden. Dit lid dateert uit de tijd van de oprichting van het waterschap. In de vergadering van het algemeen bestuur vindt de benoeming plaats van de leden van het dagelijks bestuur niet zijnde de voorzitter. De tot lid van het dagelijks bestuur benoemde wordt geacht zijn benoeming niet aan te nemen, als hij op de tiende dag nadat hij in kennis is gesteld van zijn benoeming zijn benoeming niet heeft aanvaard. Aanvaarding van de benoeming dient te geschieden door middel van een aangetekende brief. Hiermee wordt aangesloten bij het stelsel van fictieve weigering zoals ook opgenomen in de Provinciewet en de Gemeentewet.

In artikel 41, tweede lid van de Waterschapswet is bepaald dat de benoeming van de leden van het dagelijks bestuur plaatsvindt uit het algemeen bestuur. Gedeputeerde staten kunnen hiervan ontheffing verlenen als het reglement die mogelijkheid biedt. In het tweede lid is deze mogelijkheid aan gedeputeerde staten gegeven. Dit maakt het mogelijk om geschikte kandidaten voor het dagelijks bestuur te vinden buiten de kring van het algemeen bestuur.

Leden van het dagelijks bestuur die op deze wijze zijn benoemd maken daarmee overigens nog geen deel uit van het algemeen bestuur. Dat zou immers leiden tot een wijziging van het aantal zetels van het algemeen bestuur. De omvang van het algemeen bestuur blijft steeds 25. Indien de leden van het dagelijks bestuur uit het algemeen bestuur komen vervullen zij een dubbelrol en zijn zij zowel algemeen bestuurslid als dagelijks bestuurslid. Voor de leden van het dagelijks bestuur die niet tot het algemeen bestuur behoren gelden op grond van artikel 45 Waterschapswet wel de eisen die aan de verkiesbaarheid van leden van het algemeen bestuur worden gesteld alsmede de incompabiliteiten voor het lidmaatschap van het algemeen bestuur. Ook de verplichting tot het afleggen van de eed of de belofte is op deze leden van het dagelijks bestuur van toepassing. Wel moet worden geregeld dat deze leden van het dagelijks bestuur gelijktijdig met de andere leden af treden. Het derde lid voorziet hierin door van overeenkomstige toepassing te verklaren. Daarbij dient expliciet te worden opgemerkt dat de leden van het dagelijks bestuur die via de ontheffing van artikel 41, tweede lid van de wet in het dagelijks bestuur zijn terecht gekomen alleen lid zijn van het dagelijks bestuur. Zij mogen dus alleen de bevoegdheden uitoefenen die horen bij het dagelijks bestuur. Ze zijn geen lid van het algemeen bestuur en kunnen dan ook geen bevoegdheden uitoefenen van het algemeen bestuur.

De invulling van een opengevallen plek in het dagelijks bestuur geschiedt zo spoedig mogelijk. Dit kan anders zijn indien het algemeen bestuur besluit het aantal leden van het dagelijks bestuur te verminderen.

Artikel 11 Ingang benoeming leden dagelijks bestuur

In dit artikel wordt het aanvangstijdstip van de benoeming van de leden van het dagelijks bestuur geregeld alsmede de opvolging van het gehele dagelijks bestuur na de verkiezingen.

Artikel 12 Ontslag op eigen initiatief

Dit artikel vormt een aanvulling op artikel 41 van de wet, waarin het ontslag van de leden van het dagelijks bestuur - met uitzondering van de voorzitter - summier wordt geregeld. De leden van het dagelijks bestuur, die hun ontslag nemen, geven hiervan, om bewijsrechtelijke redenen, schriftelijk kennis aan het algemeen bestuur. Deze bepaling komt overeen met de artikelen 42 en 43 van respectievelijk de Provinciewet en de Gemeentewet. De Waterschapswet bevat ter zake geen bepalingen. Uit de aard van de rechtshandeling vloeit voort dat opzegging niet met terugwerkende kracht mogelijk is (vergelijk artikel 43 Gemeentewet en 42 Provinciewet).

Artikel 13 Vervanging leden dagelijks bestuur

Leden van het dagelijks bestuur kunnen worden vervangen door leden van het algemeen bestuur. De vervanging kan door het algemeen bestuur worden geregeld op verzoek van het dagelijks bestuur, het betreffende lid van dat bestuur, of uit eigen beweging. Bepalend is of de vervanging nodig is voor een goede taakuitoefening van het dagelijks bestuur. Algemene regels kunnen hiervoor niet worden gegeven. Het tweede lid regelt de vergoeding bij vervanging van een lid van het dagelijks bestuur.

Artikel 14 Reglement van orde

Het dagelijks bestuur stelt voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden een reglement van orde vast. Een verschil tussen de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur is, dat de vergaderingen van het dagelijks bestuur met gesloten deuren worden gehouden, tenzij dit bestuur anders heeft bepaald. Het reglement van orde voor de vergaderingen kan regels geven over de openbaarheid van de vergaderingen van het dagelijks bestuur (artikel 42 Waterschapswet).

Met de toevoeging van de woorden “en andere werkzaamheden” wordt aangesloten bij wat daaromtrent in de praktijk is gegroeid en hetgeen is bepaald in de Provinciewet en de Gemeentewet. In de reglementen van orde worden meer activiteiten geregeld dan alleen de vergaderingen. Andere werkzaamheden kunnen betrekking hebben op de bekendmaking van besluiten, de schriftelijke afdoening van zaken en de procedurele voorbereiding van de in het dagelijks bestuur te bespreken nota’s.

Paragraaf 3. De voorzitter

Artikel 15 Benoeming voorzitter

Alvorens een aanbeveling voor de benoeming van de voorzitter als bedoeld in artikel 46, derde lid, van de wet, wordt opgemaakt, wordt, behalve in het geval van herbenoeming, een open sollicitatieprocedure gevolgd. Met een open sollicitatie wordt bedoeld een bekendmaking in de daarvoor geëigende kranten en of vakbladen.

Artikel 17 Ontslag voorzitter

Het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers bepaalt onder meer dat aan de voorzitter die de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt, eervol ontslag wordt verleend. In bijzondere omstandigheden kan hiervan, op advies van gedeputeerde staten en het algemeen bestuur van het waterschap gehoord, worden afgeweken. Ook de ongevraagde ontslagverlening is in dit besluit geregeld. Niet geregeld is de situatie waarin de voorzitter zelf om ontslag verzoekt. Artikel 17 regelt dit, naar analogie van de Provinciewet en de Gemeentewet.

Paragraaf 4. De secretaris

Artikelen 18 en 19 Benoeming, taken en bevoegdheden secretaris

De vervanging van de secretaris wordt geregeld door het dagelijks bestuur. De secretaris zelf is geen bestuursorgaan. Hij is eerste adviseur van het algemeen en dagelijks bestuur. In verband met die functie is het verbod tot het verrichten van bepaalde handelingen, dat geldt voor leden van het algemeen bestuur, ook van toepassing verklaard op de secretaris. Het algemeen bestuur stelt nadere regels vast omtrent de taak en de bevoegdheid van de secretaris. Hierbij is aansluiting gezocht bij de Gemeentewet (artikel 103, lid 2) en de Provinciewet (artikel 100, lid 2).

Hoofdstuk 4 Toezicht

Artikel 20 Toezichtsbevoegdheid

In verband met het interprovinciaal karakter van het waterschap moet, ingevolge artikel 164 van de Waterschapswet, in het reglement een regeling over het toezicht worden opgenomen. Het beheersgebied van Wetterskip Fryslân ligt grotendeels in de provincie Fryslân en voor een klein deel in de provincie Groningen. In het reglement is vastgelegd dat beide provincies het toezicht voor het eigen grondgebied uitoefenen. Het toezicht moet hier in ruime zin worden opgevat. Het omvat bijvoorbeeld ook het (in het artikel duidelijkheidshalve vermelde) beroep op gedeputeerde staten tegen besluiten van het waterschapsbestuur en voorts de rol van Gedeputeerde Staten in het kader van taakverwaarlozing, de begroting, de rekening, de waterschapsbelastingen en de benoeming van de dijkgraaf. De Commissaris van de Koning is genoemd in verband met diens bevoegdheid op grond van artikel 107, lid 5, van de wet.

Artikel 21 Goedkeuring

De Waterschapswet geeft limitatief aan in welke gevallen vooraf toezicht kan worden uitgeoefend. Wel blijft het voor Gedeputeerde Staten mogelijk om alle waterschapsbesluiten die met het recht of met het algemeen belang in strijd zijn, achteraf te vernietigen (artikel 156 van de Waterschapswet). Toezicht kan worden onderscheiden in preventief toezicht (bijvoorbeeld goedkeuring en ontheffing) en repressief toezicht (administratief beroep en vernietiging). De Waterschapswet beperkt het aantal besluiten dat aan goedkeuring is onderworpen tot: overige besluiten door de wet aangewezen (artikel 148 van de Waterschapswet). Hiertoe behoren onder meer waterbeheerprogramma’s op grond van de Omgevingswet.

Daarnaast laat de wet de mogelijkheid open om bij reglement goedkeuring te eisen voor: c. besluiten die betrekking hebben op de regeling van de waterbeheersing (onder andere peilbesluiten); d. besluiten tot de aanleg en verbetering van waterstaatswerken.

Beleidsafstemming (tussen functioneel en algemeen belang) is voor deze beide laatstgenoemde soorten besluiten belangrijk. In het kader van de provinciale goedkeuring kan aan dit aspect de nodige aandacht worden besteed. Het is niet nodig álle besluiten uit deze categorieën aan goedkeuring te onderwerpen. Alleen voor belangrijke werken of maatregelen, die van wezenlijke betekenis zijn voor handhaving of wijziging in de waterstaatkundige situatie in het waterschapsgebied, moet dan ook het vereiste van een afzonderlijke goedkeuring gelden.

Artikel 22 Meldingen

Voor besluiten die niet aan preventief toezicht zijn onderworpen geeft de Waterschapswet in artikel 156 de mogelijkheid van schorsing, eventueel gevolgd door vernietiging. Gedeputeerde Staten kunnen hiertoe spontaan overgaan, dan wel een ingediend verzoekschrift honoreren. Het spontane vernietigingsrecht strekt zich uit over alle waterschapsbesluiten. De regels die gelden voor de uitoefening van het schorsings- en vernietigingsrecht zijn in de Waterschapswet beschreven.

Volgens de Waterschapswet moeten in ieder geval aan Gedeputeerde Staten worden toegezonden: a. besluiten tot vaststelling of wijziging van de keur (artikel 80 van de Waterschapswet); b. de begroting en begrotingswijzigingen (artikel 101 van de Waterschapswet); c. de rekening (artikel 107 van de Waterschapswet); d. de verordeningen met betrekking tot de organisatie van de administratie, het beheer en de controle van de vermogenswaarden alsmede de verordening met regels over periodiek onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het gevoerde bestuur (artikel 109b van de Waterschapswet).

Ook op grond van andere wetten bestaan voor de waterschappen verplichtingen tot toezending van besluiten aan Gedeputeerde Staten. Het reglement vult de wettelijke opsomming aan met besluiten tot oprichting of deelneming in een rechtspersoon, voor zover hierbij een belangrijk deel van de waterschapstaak betrokken is (artikel 22).

Hoofdstuk 5 Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 23 Wijzigingen van beperkte strekking

Artikel 6 van de Waterschapswet maakt het mogelijk bij een interprovinciaal waterschap bij reglement te bepalen dat reglementswijzigingen van beperkte strekking kunnen worden opgedragen aan één van de Provinciale Staten. Artikel 23 voorziet hierin. Alleen reglementswijzigingen die aan goedkeuring van de Minister van Verkeer en Waterstaat onderhevig zijn moeten bij gemeenschappelijke besluitvorming plaatsvinden. Daarvan is sprake als de taken of het gebied van het waterschap wordt gewijzigd.