Vaststelling Verordening bedrijveninvesteringszone Winkelcentrum Loosduinen Den Haag 2026

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 01-01-2026

Intitulé

Vaststelling Verordening bedrijveninvesteringszone Winkelcentrum Loosduinen Den Haag 2026

De raad van de gemeente Den Haag,

gezien het voorstel van het college van 9 september 2025,

gelet op:

- artikel 1, eerste en tweede lid van de Wet op de bedrijveninvesteringszones, en

- de tussen de gemeente Den Haag en de vereniging BIZ Winkelcentrum Loosduinen gesloten Uitvoeringsovereenkomst 2026-2030,

besluit vast te stellen de Verordening bedrijveninvesteringszone Winkelcentrum Loosduinen Den Haag 2026:

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

- bedrijveninvesteringszone Winkelcentrum Loosduinen:

het bij deze verordening aangewezen gebied in de gemeente waarbinnen de BIZ-bijdrage wordt geheven. Het gebied omvat de volgende straten of delen van straten: Arnold Spoelplein 98 en 101, Arnold Spoelstraat 96 tot en met 120 (even nummers), Arnold Spoelstraat 127 tot en met 157 (oneven nummers), Loosduinse Hoofdplein 183 tot en met 260 (even en oneven nummers), Loosduinse Hoofdstraat 66 tot en met 532 (even nummers), Loosduinse Hoofdstraat 257 tot en met 601 (oneven nummers), Ouverturestraat 12 en Tramstraat 2 tot en met 26 (even nummers) en de in dit gebied gelegen kiosken;

- college:

college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag;

- perceptiekosten:

kosten die de gemeente moet maken voor de heffing en invordering van de BIZ-bijdrage;

- uitvoeringsovereenkomst:

tussen de gemeente Den Haag en de vereniging BIZ Winkelcentrum Loosduinen gesloten overeenkomst als bedoeld in artikel 7, derde lid, van de wet;

- vereniging:

vereniging BIZ Winkelcentrum Loosduinen;

- wet:

Wet op de bedrijveninvesteringszones;

- WOZ:

Wet waardering onroerende zaken.

Hoofdstuk 2 Belastingbepalingen

Artikel 2 Aard van de belasting

Onder de naam BIZ-bijdrage wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die zijn verbonden aan activiteiten in de openbare ruimte en op het internet, die zijn gericht op het bevorderen van leefbaarheid of veiligheid in een bedrijveninvesteringszone of de ruimtelijke kwaliteit of de economische ontwikkeling van een bedrijveninvesteringszone.

Artikel 3 Belastbaar feit en belastingplicht

  • 1. De BIZ-bijdrage wordt gedurende een periode van vijf jaren jaarlijks geheven ter zake van binnen de bedrijveninvesteringszone Winkelcentrum Loosduinen gelegen onroerende zaken, die niet in hoofdzaak tot woning dienen en niet in gebruik zijn als transformatorstation of geldopnamepunt.

  • 2. De BIZ-bijdrage wordt geheven van degenen die op 1 januari van het kalenderjaar in de bedrijveninvesteringszone Winkelcentrum Loosduinen gelegen onroerende zaken al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht, gebruiken.

  • 3. Voor de toepassing van het tweede lid wordt:

    • a.

      gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven. Degene die het deel in gebruik heeft gegeven, is bevoegd de BIZ-bijdrage als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven;

    • b.

      het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld. Degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de BIZ-bijdrage als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter beschikking is gesteld.

  • 4. Indien een onroerende zaak op 1 januari van het kalenderjaar niet in gebruik is, wordt de BIZ-bijdrage geheven van degene die van die zaak het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht heeft. Als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht wordt aangemerkt degene die op 1 januari van het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.

Artikel 4 Belastingobject

  • 1. Voorwerp van de belasting is een onroerende zaak.

  • 2. Als een onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de WOZ, die niet in hoofdzaak tot woning dient.

  • 3. Een onroerende zaak dient niet in hoofdzaak tot woning indien de waarde die op grond van hoofdstuk IV van de WOZ is vastgesteld voor die onroerende zaak niet in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden.

  • 4. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid worden twee of meerdere onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen en die kenbaar naar buiten als één geheel door dezelfde gebruiker worden gebruikt, als één onroerende zaak aangemerkt.

Artikel 5 Maatstaf van heffing

  • 1. De BIZ-bijdrage wordt geheven naar de WOZ-waarde, de op de voet van hoofdstuk IV van de WOZ voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voor het belastingjaar 2025 waarbij de waardepeildatum 1 januari 2024 is.

  • 2. Bij de bepaling van de heffingsmaatstaf wordt buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden.

  • 3. De heffingsmaatstaf als bedoeld in het eerste lid geldt voor de gehele in artikel 3, eerste lid genoemde periode.

  • 4. Indien met betrekking tot het belastingobject geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de WOZ wordt de heffingsmaatstaf van dat belastingobject bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de WOZ, met dien verstande dat de waardepeildatum 1 januari 2024 is.

  • 5. In afwijking van het eerste en het derde lid wordt de BIZ-bijdrage verschuldigd voor een onroerende zaak, die binnen de bedrijveninvesteringszone Winkelcentrum Loosduinen gedurende de in artikel 3, eerste lid, genoemde periode nieuw tot stand is gekomen, geheven naar de op de voet van hoofdstuk IV van de WOZ voor de onroerende zaak vastgestelde waarde vanaf het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de onroerende zaak in gebruik is genomen overeenkomstig zijn beoogde bestemming.

Artikel 6 Belastingtarief

De BIZ-bijdrage bedraagt per onroerende zaak per kalenderjaar 0,25% van de WOZ-waarde.

Artikel 7 Wijze van heffing

De BIZ-bijdrage wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 8 Termijnen van betaling

  • 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 worden de aanslagen betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.

  • 2. In afwijking van het eerste lid geldt zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen worden betaald in twaalf gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.

Artikel 9 Nadere regels door het college

Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de heffing en de invordering van de BIZ-bijdrage.

Hoofdstuk 3 Subsidiebepalingen

Artikel 10 Algemeen

  • 1. De vereniging wordt aangewezen als vereniging als bedoeld in artikel 7 van de wet, waarmee een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht is gesloten, waarin is bepaald dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt verplicht moeten worden verricht.

  • 2. Op de subsidie op grond van deze verordening is de Algemene subsidieverordening Den Haag 2020 niet van toepassing.

Artikel 11 Subsidieverlening

  • 1. Het college verleent jaarlijks subsidie aan de vereniging voor de uitvoering van de activiteiten, die zijn opgenomen in de met deze vereniging gesloten uitvoeringsovereenkomst. De subsidie wordt verleend op een daartoe gedane aanvraag, die vergezeld gaat van de in de uitvoeringsovereenkomst genoemde stukken.

  • 2. De subsidie bedraagt maximaal het bedrag van de jaarlijks te ontvangen BIZ-bijdragen, verminderd met de daarmee samenhangende perceptiekosten. Deze perceptiekosten bedragen 2,1% van de (begrote) opbrengst.

Artikel 12 Voorschot

Het college verstrekt de vereniging jaarlijks een voorschot op de subsidie. Het voorschot bedraagt 90% van het te verlenen subsidiebedrag.

Artikel 13 Subsidievaststelling

  • 1. De vereniging is verplicht om uiterlijk op 1 mei na afloop van het hieraan voorafgaande subsidiejaar, de in de uitvoeringsovereenkomst genoemde stukken te overleggen.

  • 2. Het college stelt de subsidie jaarlijks vast, uiterlijk 12 weken na ontvangst van de in de uitvoeringsovereenkomst genoemde stukken.

Artikel 14 Melding van relevante wijzigingen

  • 1. De vereniging stelt het college zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte van meer dan ondergeschikte wijzigingen in haar financiële situatie.

  • 2. De vereniging stelt het college zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte van een wijziging van de statuten, dan wel van wijziging of beëindiging van de activiteiten.

Hoofdstuk 4 Slotbepalingen

Artikel 15 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1. De Verordening bedrijveninvesteringszone Winkelcentrum Loosduinen Den Haag 2021 wordt ingetrokken, met dien verstande dat de bepalingen van die verordening van kracht blijven voor de tijdvakken waarvoor zij hebben gegolden.

  • 2. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026, nadat van voldoende steun, als bedoeld in artikel 4 van de wet, is gebleken.

  • 3. De datum van ingang van de heffing op grond van deze verordening is 1 januari 2026.

  • 4. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening bedrijveninvesteringszone Winkelcentrum Loosduinen Den Haag 2026.

Ondertekening

Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 9 oktober 2025.

De griffier, Lilianne Blankwaard-Rombouts en de voorzitter, Jan van Zanen