Verordening Grondwateronttrekkingsheffing Noord- Holland 2026

Geldend van 01-01-2026 t/m heden

Intitulé

Verordening Grondwateronttrekkingsheffing Noord- Holland 2026

Provinciale Staten van Noord-Holland

gelezen de voordracht van gedeputeerde staten van 9 september 2025;

gelet op artikel 13.4 letter b van de Omgevingswet, artikel 220 van de Provinciewet en artikelen 8.3 en 8.4 van het Omgevingsbesluit;

Besluiten vast te stellen het volgende besluit:

Verordening Grondwateronttrekkingsheffing Noord- Holland 2026

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    Belastingjaar: kalenderjaar;

  • b.

    Een maand: kalendermaand;

  • c.

    Een dag: etmaal;

  • d.

    Belastingtijdvak: het tijdvak waarbinnen de feiten of omstandigheden zich voordoen die aanleiding geven tot het heffen van belasting; tenzij anders bepaald is dit een kalenderjaar.

  • e.

    Gedeputeerde staten: gedeputeerde staten van Noord-Holland;

  • f.

    Grondwaterregister: grondwaterregister, als bedoeld in artikel 13.4b, onder c, van de Omgevingswet en artikel 11.3 van de Omgevingsverordening NH2022;

  • g.

    Infiltreren van water: water in een bodem brengen, ter aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van ditzelfde grondwater;

  • h.

    Onttrekken van grondwater: onttrekken van grondwater door middel van een daarvoor bestemde voorziening, als bedoeld in artikel 13.4b van de Omgevingswet.

  • i.

    Infiltreren van water: terugbrengen van onttrokken grondwater in hetzelfde bodempakket als waaruit het water is onttrokken, ter voorkoming van negatieve gevolgen van het onttrekken van grondwater, voor zover het bevoegd gezag dit voorschrijft.

Artikel 2 Belastbaar feit

  • 1. Onder de naam “grondwateronttrekkingsheffing” wordt een directe belasting geheven wegens het onttrekken van grondwater als bedoeld in artikel 13.4b van de Omgevingswet.

  • 2. De heffing wordt opgelegd naar de onttrokken hoeveelheid grondwater, gemeten in kubieke meters, per kalenderjaar.

  • 3. Indien op grond van de vergunningvoorschriften water wordt geïnfiltreerd, wordt voor de vaststelling van de hoogte van de heffing, de helft van het aantal kubieke meters geïnfiltreerd water in mindering gebracht op de onttrokken hoeveelheid grondwater, bedoeld in het tweede lid.

Artikel 3 Belastingplichtige

Grondwateronttrekkingsheffing wordt geheven van:

  • a.

    de houder van een omgevingsvergunning voor een wateronttrekkingsactiviteit als bedoeld in artikel 5.1 tweede lid, aanhef en onder d, van de Omgevingswet als het gaat om het onttrekken van grondwater door een daarvoor bestemde voorziening, of van een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 5.3 of 5.4 van de Omgevingswet, als het gaat om het onttrekken van grondwater door een daarvoor bestemde voorziening;

  • b.

    degene die voor de onttrekking van grondwater op de grond van de Omgevingswet voorgeschreven melding heeft gedaan’;

  • c.

    in andere gevallen dan bedoeld onder a of b: degene voor wie onttrekking van grondwater plaatsvindt.

Artikel 4 Belastingtijdvak

  • 1. Het belastingtijdvak heeft de tijdsduur van een belastingjaar.

  • 2. In andere dan de in het eerste lid bedoelde geval is het belastingtijdvak de periode gedurende welke het belastbaar feit zich voordoet of heeft voorgedaan.

Artikel 5 Maatstaf van de heffing en tarief

Het tarief van de grondwateronttrekkingsheffing bedraagt € 0,0085 per kubieke meter onttrokken grondwater zoals vastgesteld overeenkomstig artikel 2, tweede en derde lid, met in achtneming van de vrijstellingen als bedoeld in artikel 8.

Artikel 6 Wijze van heffing

De Grondwateronttrekkingsheffing wordt geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke of digitale kennisgeving aan de belastingplichtige.

Artikel 7 kwijtschelding

Bij de invordering van de grondwateronttrekkingsheffing wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 8 Vrijstellingen

Van de grondwateronttrekkingsheffing zijn vrijgesteld:

  • a.

    onttrekkingen als bedoeld in artikel 8.3 van het Omgevingsbesluit;

  • b.

    onttrekkingen die een hoeveelheid hebben van minder dan 25.000 kubieke meter per jaar.

Artikel 9 Termijnen van betaling

  • 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de belastingen worden betaald op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 30 dagen na de dagtekening van de schriftelijke of digitale kennisgeving.

  • 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn.

Artikel 10 Voorlopige aanslag

  • 1. Na aanvang van het belastingjaar kan de ambtenaar belast met de heffing, een voorlopige aanslag opleggen tot ten hoogste het bedrag, waarop de aanslag over dat jaar vermoedelijk zal worden vastgesteld.

  • 2. Een voorlopige aanslag kan met inachtneming van het in het eerste lid bepaalde, door een of meer voorlopige aanslagen worden aangevuld.

  • 3. De betaling van een voorlopige aanslag geschiedt overeenkomstig artikel 9.

  • 4. De voorlopige aanslagen worden met de definitieve aanslag verrekend.

Artikel 11 Nadere regels door het college van gedeputeerde staten

Gedeputeerde staten kunnen nadere regels stellen met betrekking tot de heffing en invordering van de grondwateronttrekkingsheffing.

Artikel 12 Overgangsrecht

De Verordening grondwateronttrekkingsheffing Noord-Holland 2024, laatstelijk gewijzigd bij besluit van Provinciale Staten van 11 december 2023, wordt ingetrokken op 1 januari 2026, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 13 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026.

Artikel 14 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als:

“Verordening Grondwateronttrekkingsheffing Noord-Holland 2026”

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van Provinciale Staten van 3 november 2025.

, voorzitter

, griffier