Beleidsregels voor het verlenen van ontheffingen ingevolge artikel 87 RVV voor de geslotenverklaringen Prinsenbeek (spits maatregelen)

Geldend van 07-11-2025 t/m heden

Intitulé

Beleidsregels voor het verlenen van ontheffingen ingevolge artikel 87 RVV voor de geslotenverklaringen Prinsenbeek (spits maatregelen)

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda;

Gelet op artikel 149 van de Wegenverkeerswet, artikel 87 van het Reglement Verkeersregels en verkeerstekens 1990, de Algemene wet bestuursrecht en de Gemeentewet;

Besluit de volgende beleidsregels vast te stellen:

Beleidsregels voor het verlenen van ontheffingen ingevolge artikel 87 RVV voor de geslotenverklaringen Prinsenbeek (spits maatregelen)

Hoofdstuk 1 Algemeen

Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

  • a.

    Bedrijf: onderneming als bedoeld in artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007.

  • b.

    Bewoner: natuurlijk persoon, die in een betreffende woning woonachtig is blijkens inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP) en die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt.

  • c.

    College: het college van burgemeester en wethouders van Breda.

  • d.

    Dagontheffing: een ontheffing van de geslotenverklaring voor de duur van maximaal één kalenderdag (van 0.00 uur tot 24.00 uur).

  • e.

    Geslotenverklaring: het door de plaatsing van verkeersbord C6 geldende verbod dat inhoudt dat bepaalde wegen gesloten zijn voor motorvoertuigen op meer dan 2 wielen.

  • f.

    Handelsregister: het register als bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007.

  • g.

    Instelling: een voor het publiek toegankelijke voorziening of organisatie, niet zijnde een woning, waarin of van waaruit activiteiten van maatschappelijke, culturele of recreatieve aard plaatsvinden, waaronder mede worden begrepen sport- en onderwijsvoorzieningen, zorg- en welzijnsinstellingen, en overige voor het publiek toegankelijke voorzieningen of organisaties.

  • h.

    Kind: persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt en die blijkens de Basisregistratie Personen op hetzelfde adres woont als een van de ouders.

  • i.

    Langdurige ontheffing: ontheffing van de geslotenverklaring verleend voor een periode van 3 jaar.

  • j.

    Lijnbus: motorvoertuig, gebezigd voor het verrichten van openbaar vervoer in de zin van de Wet personenvervoer 2000.

  • k.

    Medewerker: natuurlijk persoon die op basis van een arbeidsovereenkomst of uitzendovereenkomst dan wel in een vorm van een detachering onder verantwoordelijkheid van een bedrijf of instelling werkzaamheden verricht ten behoeve van dat bedrijf of die instelling.

  • l.

    Motorvoertuig: alle gemotoriseerde voertuigen behalve bromfietsen, fietsen met trapondersteuning en gehandicaptenvoertuigen.

  • m.

    Ontheffing: een besluit van het college waarmee, al dan niet onder voorwaarden en in de gevallen zoals geregeld in deze beleidsregels, ontheffing wordt verleend van de geslotenverklaring.

  • n.

    Ontheffinghouder: degene aan wie een ontheffing als bedoeld in deze beleidsregels is verleend.

  • o.

    Ouder: gezaghebbende ouder, adoptiefouder, stiefouder of een ander die een kind als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt, waaronder begrepen een pleegouder.

  • p.

    RVV: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.

  • q.

    School: school voor primair onderwijs.

  • r.

    Taxi: auto bestemd voor personenvervoer tegen betaling, niet zijnde openbaar vervoer, welke auto is voorzien van een daartoe bestemde kentekenplaat (blauw) en als taxi is geregistreerd in het door de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) bijgehouden kentekenregister.

  • s.

    Voorziening voor kinderopvang: een voorziening waar bedrijfsmatig of anders dan om niet kinderen worden verzorgd, opgevoed en een bijdrage wordt geleverd aan hun ontwikkeling tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint.

  • t.

    Wegen: alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot de wegen behorende paden en bermen of zijkanten.

  • u.

    Landbouwvoertuigen: Onder landbouwvoertuigen vallen zowel land- en bosbouwtrekkers (tractoren) als zelfrijdend werkmaterieel dat wordt gebruikt voor de landbouw, de bouw, de grond-, weg- en waterbouw en het groenonderhoud en als zodanig is geregistreerd in het door de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) bijgehouden kentekenregister.

  • v.

    Bezoeker: een persoon die een inwoner van het aangewezen gebied bezoekt, daarbij gebruik maakt van de afgesloten wegen, en om die reden een ontheffing dient te verkrijgen voor het betreden van het gebied via genoemde wegen

Artikel 1.2 Reikwijdte

  • 1. Deze beleidsregels hebben betrekking op de bevoegdheid van het college om ontheffing te verlenen van de geslotenverklaring (C12) spitssluiting Prinsenbeek.

  • 2. Deze beleidsregel beschrijft de wijze waarop, de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder het college in beginsel bereid is om een ontheffing te verlenen van de geslotenverklaring.

  • 3. Een ontheffing wordt, met inachtneming van het overigens in deze beleidsregels bepaalde, in beginsel uitsluitend verleend aan:

    • a.

      Bewoners woonachtig in het in bijlage 2 bij deze beleidsregels aangewezen gebied.

    • b.

      Personen die eigenaar of houder zijn van een recreatiewoning of campingstandplaats die is gelegen in het in bijlage 2 bij deze beleidsregels aangewezen gebied.

    • c.

      Bedrijven of instellingen gevestigd in het in bijlage 2 bij deze beleidsregels aangewezen gebied.

    • d.

      Medewerkers van onder sub c bedoeld bedrijven of instellingen.

    • e.

      Bezoekers van woningen, bedrijven en instellingen gevestigd in het in bijlage 2 bij deze beleidsregels aangewezen gebied en

    • f.

      Natuurlijke personen, rechtspersonen en personenvennootschappen waarvoor het uit hoofde van hun functie of taak noodzakelijk is dat een ontheffing wordt verleend van de geslotenverklaring.

  • 4. Deze beleidsregels zijn niet van toepassing in de volgende gevallen waarin de geslotenverklaring niet geldt:

    • a.

      Nood- en hulpdiensten en bedrijven die beschikken over een vrijstelling van een of meerdere bepalingen van het RVV;

    • b.

      Lijnbussen en aan de lijnbusdienst ondersteunende motorvoertuigen (bijvoorbeeld voor technische ondersteuning), mits deze laatste motorvoertuigen voorafgaand bij het college zijn geregistreerd.

    • c.

      Taxi’s.

    • d.

      Landbouwvoertuigen.

Hoofdstuk 2 Aanvraagprocedure

Artikel 2.1 Bij de aanvraag te voegen gegevens

  • 1. Een aanvraag moet, op grond van het bepaalde in artikel 4:2, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht, zijn gedagtekend en door of namens de aanvrager zijn ondertekend en bevat tenminste de volgende gegevens:

    • a.

      de naam van de aanvrager;

    • b.

      het adres van de aanvrager;

    • c.

      Een aanduiding of er een ontheffing voor bewoners, eigenaren of houders van een campingstandplaats of recreatiewoning, ouders met schoolgaande kinderen, bedrijven en instellingen, een dagontheffing of een functionele ontheffing wordt aangevraagd.

  • 2. Een aanvrager is, op grond van het bepaalde in artikel 4:2, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, daarnaast verplicht om de gegevens en bescheiden te verstrekken die voor een beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. Het college vindt het in ieder geval noodzakelijk dat bij de aanvraag het kenteken wordt vermeld van het motorvoertuig of van de motorvoertuigen waarvoor de aangevraagde ontheffing in ieder geval gebruikt gaat worden. In lid 3 tot en met 7 van dit artikel wordt per soort ontheffing verduidelijkt welke gegevens het college verder in elk geval nodig acht om een beslissing op een aanvraag voor een dergelijke ontheffing te kunnen nemen.

  • 3. Een aanvraag voor een ontheffing voor bewoners gaat in het geval de aanvrager geen eigenaar is van het motorvoertuig vergezeld van een kopie van een document waaruit blijkt dat de aanvrager de houder van het motorvoertuig is, zoals een leaseverklaring, bedrijfsverklaring of verklaring van de vereniging voor gedeeld autogebruik (ingeval van het gebruik van een deelauto).

  • 4. Een aanvraag voor een ontheffing ten behoeve van een campingstandplaats of recreatiewoning gaat vergezeld van een kopie van een document waaruit blijkt dat de aanvrager eigenaar of houder is van de betreffende campingstandplaats of recreatiewoning, zoals een koop- of huurovereenkomst. Deze aanvraag gaat in het geval de aanvrager geen eigenaar is het motorvoertuig daarnaast vergezeld van een document waaruit blijkt dat de aanvrager de houder van het motorvoertuig is, zoals een leaseverklaring, bedrijfsverklaring of verklaring van de vereniging voor gedeeld autogebruik (ingeval van het gebruik van een deelauto).

  • 5. Een aanvraag voor een ontheffing als bedoeld in artikel 3.2 lid 4 of 8 gaat in het geval de persoon ten behoeve waarvan de ontheffing gaat worden gebruikt geen eigenaar is van het motorvoertuig vergezeld van een kopie van een document waaruit blijkt dat deze persoon de houder van het motorvoertuig is, zoals een leaseverklaring, bedrijfsverklaring of verklaring van de vereniging voor gedeeld autogebruik (ingeval van het gebruik van een deelauto).

  • 6. Een aanvraag voor een ontheffing ten behoeve van ouders met schoolgaande kinderen en/of kinderen die naar een voorziening voor kinderopvang gaat vergezeld van een kopie van een document waaruit blijkt dat het kind of de kinderen ten behoeve waarvan een ontheffing wordt aangevraagd ingeschreven staat of staan op een school en/of een voorziening voor kinderopvang of voorschoolse opvang binnen het gebied als bedoeld in bijlage 2.

  • 7. Een aanvraag voor een functionele ontheffing gaat vergezeld van een toelichting waarbij de aanvrager vermeldt waarom de ontheffing noodzakelijk is.

Artikel 2.2 Wijze van indienen van de aanvraag

  • 1. Voor het aanvragen van een ontheffing dient gebruik te worden gemaakt van het formulier dat wordt aangeboden op de website van de gemeente Breda (www.Breda.nl). Het formulier kan elektronisch, na inlog via DigID of eHerkenning, via de gemeentelijke website worden ingediend of schriftelijk worden ingediend. Met dit artikellid stelt het college tevens nadere indieningsvereisten als bedoeld in artikel 2:15, eerste lid, van de Awb en een formulier voor het indienen van een aanvraag als bedoeld artikel 4:4 van de Awb vast.

  • 2. De aanvraag voor een ontheffing kan tevens aan de balie van het stadskantoor worden ingediend. De aanvrager maakt daartoe via de website van de gemeente Breda (www.Breda.nl) voorafgaand een afspraak.

  • 3. Een langdurige ontheffing wordt, indien aan alle voorwaarden daarvoor is voldaan, in beginsel voorafgaand aan de gewenste in ingangsdatum verleend, mits de aanvraag ten minste 10 werkdagen vóór de gewenste ingangsdatum is ingediend en daarbij gebruik is gemaakt van het vastgestelde formulier en de aanvraag alle gegevens bevat die noodzakelijk zijn voor het kunnen beoordelen van de aanvraag (zie artikel 2.1 van deze beleidsregels).

  • 4. Een aanvraag voor een dagontheffing voor het bezoek aan een bedrijf of instelling kan ook worden gedaan door gebruikmaking van de daartoe door het college aan een bedrijf of instelling uitgereikte codes.

Hoofdstuk 3 Criteria voor ontheffing

Artikel 3.1 Weigeringsgronden ontheffing

  • 1. Het college weigert in beginsel een ontheffing, indien naar het oordeel van het college:

    • a.

      de aanvraag onjuistheden ten opzichte van de feitelijke situatie bevat;

    • b.

      de aanvraag niet voldoet aan de criteria zoals genoemd in hoofdstuk 3 van de beleidsregels en

    • c.

      aannemelijk is dat aanvrager niet voldoet aan (overige) wettelijke bepalingen.

  • 2. Het college kan eveneens weigeren een ontheffing te verlenen vanwege redenen van openbaar belang, het belang van een goede doorstroming van het verkeer of de verkeersveiligheid.

Artikel 3.2 Ontheffing bewoners

  • 1. Een langdurige ontheffing van de geslotenverklaring kan worden verleend aan een bewoner van het gebied zoals aangeduid in bijlage 2 die eigenaar of houder is van een of meer motorvoertuigen. Een aanvrager kan in elk geval door middel van een leaseverklaring, bedrijfsverklaring of verklaring van de vereniging voor gedeeld autogebruik (bij het gebruik van een deelauto) aantonen houder van een motorvoertuig te zijn.

  • 2. De ontheffing als bedoeld in lid 1 wordt verleend ten behoeve van maximaal vier motorvoertuigen waarvan de ontheffinghouder of een persoon die blijkens de Basisregistratie Personen hetzelfde adres heeft als de ontheffinghouder de eigenaar of houder is. Aan de ontheffing wordt het voorschrift verbonden voor de ontheffinghouder om alle kentekens van de motorvoertuigen waarvoor gebruik wordt gemaakt van de ontheffing te registreren bij het college.

  • 3. In de ontheffing als bedoeld in lid 1 wordt bepaald dat deze uitsluitend mag worden gebruikt door de ontheffinghouder en door personen die blijkens de Basisregistratie Personen op hetzelfde adres wonen als de ontheffinghouder.

  • 4. Per woonadres kan, op aanvraag van een bewoner, een langdurige ontheffing worden verleend voor een motorvoertuig waarvan de eigenaar of houder blijkens de Basisregistratie Personen niet op hetzelfde adres als de aanvrager woont.

  • 5. Aan een natuurlijke persoon die aantoonbaar eigenaar of houder is van een recreatiewoning of een campingstandplaats binnen het gebied zoals aangeduid in bijlage 2 kan een langdurige ontheffing worden verleend. Het zijn van eigenaar van een recreatiewoning of campingstandplaats kan in elk geval worden aangetoond door middel van een koopovereenkomst. Het zijn van houder van een recreatiewoning of campingstandplaats kan in elk geval worden aangetoond door middel van een huurovereenkomst. Voor zover een ontheffing wordt aangevraagd door een houder van een campingstandplaats of recreatiewoning, geldt dat deze in beginsel uitsluitend wordt verleend als wordt aangetoond dat deze houder gedurende minimaal twee maanden per jaar kan beschikken over de recreatiewoning of campingstandplaats.

  • 6. De ontheffing als bedoeld in lid 5 wordt verleend voor maximaal vier motorvoertuigen waarvan de ontheffinghouder of een persoon die blijkens de Basisregistratie Personen op hetzelfde adres woont als de ontheffinghouder de eigenaar of houder is. Aan de ontheffing wordt het voorschrift verbonden voor de ontheffinghouder om alle kentekens van de motorvoertuigen waarvoor gebruik wordt gemaakt van de ontheffing te registreren bij het college.

  • 7. In de ontheffing als bedoeld in lid 5 wordt bepaald dat deze uitsluitend mag worden gebruikt door de ontheffinghouder en door personen die blijkens de Basisregistratie Personen op hetzelfde adres wonen als de ontheffinghouder.

  • 8. Per recreatiewoning of campingstandplaats kan, op aanvraag van de eigenaar of houder daarvan, een langdurige ontheffing worden verleend voor één motorvoertuig waarvan de eigenaar of houder blijkens de Basisregistratie Personen niet op hetzelfde adres als de aanvrager woont.

Artikel 3.3 Ontheffing voor ouders met schoolgaande kinderen en kinderen die naar een voorziening voor kinderopvang of voorschoolse opvang gaan

  • 1. Aan een ouder van kinderen die staan ingeschreven op een school en/of een voorziening voor kinderopvang in het in bijlage 2 aangeduide gebied, maar welke ouder blijkens de Basisregistratie Personen niet woont in dat gebied, kan een ontheffing worden verleend voor een motorvoertuig waarvan de ouder eigenaar of houder is.

  • 2. Een ontheffing wordt in beginsel uitsluitend verleend indien de ouder kan aantonen dat het kind ingeschreven staat op een school en/of een voorziening voor kinderopvang gelegen binnen het gebied als bedoeld in bijlage 2. Een ouder kan dit aantonen door een bewijs van inschrijving bij de aanvraag te voegen of een ander document waaruit blijkt dat het kind ingeschreven staat op de school en/of een voorziening voor kinderopvang.

  • 3. Een ontheffing wordt in beginsel uitsluitend verleend indien deze noodzakelijk is om een of meer kinderen naar school en/of een voorziening voor kinderopvang of te brengen.

  • 4. De ontheffing wordt verleend ten behoeve van maximaal 3 motorvoertuigen waarvan de ontheffinghouder de eigenaar of houder is. In de ontheffing zal worden bepaald dat deze ook gebruikt mag worden voor motorvoertuigen waarvan een persoon die blijkens de Basisregistratie Personen op hetzelfde adres woont als de ontheffinghouder of een andere natuurlijke persoon die aantoonbaar zorgt voor het vervoer van het kind of de kinderen naar school en/of een voorziening voor kinderopvang de eigenaar is. Aan de ontheffing wordt de verplichting verbonden voor de ontheffinghouder om alle kentekens van de motorvoertuigen waarvoor gebruik wordt gemaakt van de ontheffing te registreren bij het college.

  • 5. Een ontheffing wordt in beginsel verleend voor de duur van maximaal 1 schooljaar (van augustus tot augustus).

Artikel 3.4 Ontheffing voor bedrijven en instellingen

  • 1. Een langdurige ontheffing van de geslotenverklaring kan worden verleend aan een bedrijf dat of een instelling die blijkens de inschrijving in het handelsregister (KvK) is gevestigd in het gebied als bedoeld in bijlage 2.

  • 2. Een ontheffing als bedoeld in dit artikel wordt verleend voor motorvoertuigen waarvan medewerkers van het betreffende bedrijf of instelling de eigenaar of houder zijn. Een ontheffing als bedoeld in dit artikel is uitsluitend bedoeld voor vervoer van en naar het bedrijf of de instelling.

  • 3. In de ontheffing wordt bepaald dat deze voor maximaal 100 motorvoertuigen als bedoeld in lid 2 mag worden gebruikt. Aan de ontheffing wordt de verplichting voor de ontheffinghouder verbonden om de kentekens van de motorvoertuigen waarvoor de ontheffing wordt gebruikt te registeren bij het college.

Artikel 3.5 Dagontheffing

  • 1. Een dagontheffing heeft een maximale geldigheidsduur van één kalenderdag (van 0.00 uur tot 24.00 uur).

  • 2. Een dagontheffing kan worden verleend aan de eigenaar of houder van een motorvoertuig ten behoeve van dat motorvoertuig. Een dagontheffing kan worden verleend aan natuurlijke personen, bedrijven of instellingen voor een bezoek aan een woning, campingstandplaats of recreatiewoning die is gelegen binnen het gebied als bedoeld in bijlage 2. Een dagontheffing kan uitsluitend aan een bedrijf of instelling worden verleend voor zover deze noodzakelijk is voor de levering van goederen of diensten aan het adres van de betreffende woning. Een noodzaak als bedoeld in de vorige volzin is niet aanwezig als het goed of de dienst redelijkerwijs ook geleverd kan worden buiten de tijdstippen waarvoor de geslotenverklaring geldt of de woning redelijkerwijs ook bereikt kan worden via een alternatieve route.

  • 3. Aan een bezoeker van een bedrijf of een instelling waaraan een ontheffing als bedoeld in artikel 3.4 is verleend, kan een dagontheffing worden verleend voor een bezoek aan dat bedrijf of die instelling. Aan het bedrijf of de instelling worden door het college wekelijks codes ter beschikking gesteld. Deze codes kan het bedrijf of de instelling uitreiken aan bezoekers om daarmee een aanvraag voor een dagontheffing te doen.

Artikel 3.6 Functionele ontheffing

  • 1. Een functionele ontheffing van de geslotenverklaring kan worden verleend aan de eigenaar of houder van een motorvoertuig, voor zover een ontheffing noodzakelijk is voor de uitvoering van overheidstaken, handhaving en toezicht.

  • 2. Een functionele ontheffing wordt in beginsel verleend voor onbepaalde tijd.

Hoofdstuk 4 Voorschriften en beperkingen, gegevens ontheffing, het verwerken van gegevens, kosten voor de ontheffing en intrekken, wijzigen en vervallen van een ontheffing

Artikel 4.1 Voorschriften en beperkingen

  • 1. Het college is bevoegd om voorschriften en beperkingen aan een ontheffing te verbinden en om deze voorschriften en beperkingen te wijzigen.

  • 2. De volgende voorschriften worden in elk geval aan de ontheffing verbonden:

    • a.

      De ontheffinghouder is verplicht om de kentekens van de motorvoertuigen waarmee gebruik wordt gemaakt van de ontheffing te registeren bij het college.

    • b.

      De ontheffinghouder is verplicht om de gegevens die van hem of haar in de database als bedoeld in artikel 4.3 lid 2 van de beleidsregels zijn opgenomen in voorkomend geval onverwijld te actualiseren.

    • c.

      De ontheffing mag slechts gebruikt worden ten behoeve van het doel waarvoor de ontheffing is verleend.

    • d.

      De ontheffinghouder mag de ontheffing niet gebruiken of laten gebruiken voor meer dan het aantal motorvoertuigen dat op grond van de verleende ontheffing maximaal is toegestaan.

    • e.

      De ontheffing is persoonsgebonden en niet overdraagbaar.

    • f.

      Van de ontheffing mogen geen kopieën of andere afdrukken worden gemaakt.

  • 3. Het college kan aan een ontheffing voorts nadere voorschriften en beperkingen verbinden die strekken tot:

    • a.

      het beschermen van de verkeersveiligheid;

    • b.

      het beschermen van weggebruikers en passagiers;

    • c.

      het verbeteren van de leefbaarheid en bereikbaarheid of

    • d.

      de handhaving van de Wegenverkeerswet 1994 en de daarop gebaseerde besluiten.

Artikel 4.2 Gegevens ontheffing en bewijs

  • 1. Op een ontheffing staan in ieder geval de volgende gegevens:

    • a.

      de naam van de ontheffinghouder;

    • b.

      de woon- of vestigingsplaats van de ontheffinghouder;

    • c.

      de duur waarvoor de ontheffing is verleend;

    • d.

      in voorkomend geval de tijdstippen op een dag waarvoor de ontheffing geldt;

    • e.

      in voorkomend geval het adres of de locatie waarvoor de ontheffing wordt verleend en

    • f.

      de aan de ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen.

Artikel 4.3 Verwerken van gegevens

  • 1. Het college bewaart de voor de het verlenen van ontheffingen en het uitoefenen van het toezicht op het gebruik van verleende ontheffingen noodzakelijke gegevens van de aanvrager respectievelijk ontheffinghouder in een database.

  • 2. In deze database wordt per ontheffing de volgende gegevens opgenomen:

    • a.

      de kentekens van de motorvoertuigen waarvoor de ontheffing wordt gebruikt;

    • b.

      het e-mailadres van de aanvrager en ontheffinghouder;

    • c.

      naam, adres en woon- dan wel vestigingsplaats van de ontheffinghouder, voor zover het een andere dan een dagontheffing betreft en

    • d.

      de periode waarvoor de ontheffing geldt.

Artikel 4.4 Kosten ontheffing

De hoogte van de verschuldigde leges voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot ontheffing of het wijzigen van een ontheffing nadat deze is verleend, is opgenomen in de tarieventabel van de Legesverordening van de gemeente Breda.

Artikel 4.5 Intrekken, wijzigen of vervallen van de ontheffing

  • 1. De ontheffing zal in ieder geval worden ingetrokken of gewijzigd indien:

    • a.

      de ontheffinghouder daartoe verzoekt, waarbij de intrekking in beginsel plaatsvindt binnen 2 weken na ontvangst van het verzoek;

    • b.

      ter verkrijging van de ontheffing onjuiste gegevens zijn verstrekt;

    • c.

      wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de omstandigheden die relevant zijn voor het verlenen van de ontheffing;

    • d.

      de aan de ontheffing verbonden voorschriften of beperkingen niet worden nagekomen;

    • e.

      wanneer de ontheffinghouder niet, niet volledig of niet tijdig aan zijn; betalingsverplichtingen voor zijn ontheffing heeft voldaan;

    • f.

      de persoon waaraan de ontheffing is verleend niet langer geldt als eigenaar of houder van het motorvoertuig of de motorvoertuigen ten behoeve waarvan de ontheffing wordt gebruikt. De ontheffing wordt echter niet ingetrokken als deze voor meerdere motorvoertuigen wordt gebruikt en de ontheffinghouder nog van ten minste een van die motorvoertuigen eigenaar of houder is;

    • g.

      sprake is van misbruik of een ander gebruik van de ontheffing dan waarvoor deze is bedoeld;

    • h.

      de ontheffing valselijk is opgemaakt of vervalst is met het oogmerk om deze echt en onvervalst te (laten) gebruiken;

    • i.

      ter handhaving van de Wegenverkeerswet 1994 en de daarop gebaseerde besluiten en

    • j.

      om andere redenen van openbaar belang.

    Bij intrekking van de ontheffing is geen restitutie mogelijk.

  • 2. De ontheffing wordt verleend onder de voorwaarde dat deze vervalt:

    • a.

      bij het overlijden van de ontheffinghouder;

    • b.

      bij verhuizing van de ontheffinghouder naar een adres buiten het als bijlage 2 aangeduide gebied en

    • c.

      wanneer de verkeersmaatregel, waarvoor de ontheffing is verleend, wordt ingetrokken.

  • 3. Een ontheffing wordt in beginsel ingetrokken per de datum waarop de bezwaartermijn tegen een besluit tot intrekking ongebruikt is verstreken of als er binnen die termijn een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend per de datum waarop er op dat verzoek is beslist.

  • 4. Indien de ontheffing wordt ingetrokken wegens misbruik of oneigenlijk gebruik van de ontheffing als bedoeld in lid 1 onder g of omdat de ontheffing valselijk is opgemaakt of vervalst als bedoeld in lid 1 onder h, wordt er gedurende de oorspronkelijke looptijd van de ontheffing in beginsel geen nieuwe ontheffing verleend.

Hoofdstuk 5 Overige bepalingen

Artikel 5.1 Hardheidsclausule

Het college handelt overeenkomstig deze beleidsregels, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen doelen.

Artikel 5.2 Citeerregel

De beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels ontheffingen geslotenverklaring Prinsenbeek (spits maatregel)”

Artikel 5.3 Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden in werking één dag na de bekendmaking in het Gemeenteblad.

Ondertekening

Aldus besloten in Breda, d.d. 21 oktober 2025,

Burgemeester en wethouders,

, burgemeester,

, gemeentesecretaris.

Bijlage 1 Overzichtskaart locaties geslotenverklaring

afbeelding binnen de regeling

Bijlage 2 Overzichtskaart met adressen van bewoners/ondernemers die in aanmerking komen voor ontheffing zoals genoemd in artikel 4.1 en 4.3

afbeelding binnen de regeling