Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR746339
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR746339/1
Besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 28 oktober 2025, PZH-2025-878890232, tot vaststelling van de Beleidsregel voor omgevingsvergunningen voor ligplaatsen en werken in de provinciale vaarwegen van Zuid-Holland 2025 (Beleidsregel omgevingsvergunningen ligplaatsen en werken provinciale vaarwegen Zuid-Holland 2025)
Geldend van 06-11-2025 t/m heden
Intitulé
Besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 28 oktober 2025, PZH-2025-878890232, tot vaststelling van de Beleidsregel voor omgevingsvergunningen voor ligplaatsen en werken in de provinciale vaarwegen van Zuid-Holland 2025 (Beleidsregel omgevingsvergunningen ligplaatsen en werken provinciale vaarwegen Zuid-Holland 2025)Gedeputeerde staten van Zuid-Holland;
Gelet op artikelen 1:3, vierde lid, 4:81, eerste lid, en 4:83 van de Algemene wet bestuursrecht en artikelen 3.165, 3.166, 3.169 en 7.95, eerste lid van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening;
Overwegende dat het wenselijk is de Beleidsregel vergunningen ligplaatsen en werken provinciale vaarwegen Zuid-Holland in te trekken in verband met diverse actualisaties;
Besluiten vast te stellen het volgende besluit:
Beleidsregel omgevingsvergunningen ligplaatsen en werken provinciale vaarwegen Zuid-Holland 2025
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Begripsbepalingen
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
- -
calamiteitentrap: een trapconstructie aan een particulier perceel, bestemd als redvoorziening voor te water geraakte personen;
- -
drijvend voorwerp: drijvend bouwsel dat geschikt is gemaakt om te water te worden verplaatst en dat geen vaartuig of drijvende inrichting is;
- -
drijvende inrichting: drijvend bouwsel dat vanwege zijn bestemming in de regel niet wordt verplaatst;
- -
inkassing: een haven waarin parallel aan de vaarweg kan worden aangemeerd buiten de oorspronkelijke oeverlijn. Een inkassing maakt geen onderdeel uit van de vaarweg;
- -
insteekhaven: een haven waarin dwars op de vaarweg kan worden aangemeerd buiten de oorspronkelijke oeverlijn. Een insteekhaven maakt geen onderdeel uit van de vaarweg;
- -
ligplaats: plaats in of boven een provinciale vaarweg als bedoeld in artikel 2.4, eerste en tweede lid, van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, waar met een vaartuig, drijvend voorwerp of drijvende inrichting gedurende meer dan vijftien minuten wordt verbleven;
- -
maatgevend schip: schip met afmetingen die zijn opgenomen in bijlage 1;
- -
particuliere oever: grond die niet openbaar toegankelijk is en in eigendom toebehoort aan een eigenaar anders dan een overheidsinstantie;
- -
vaarstrook: dat deel van de vaarweg dat uitsluitend bestemd is voor varend verkeer, waarvan de vaarstrookbreedtes voor de provinciale vaarwegen zijn opgenomen in bijlage 2 en de locaties zijn aangewezen in artikel 2.4, derde lid, van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening;
- -
vaartuig: naast het begrip in de gebruikelijke zin van het woord, een vaartuig zonder waterverplaatsing, gebruikt of geschikt om te worden gebruikt als middel van vervoer over water;
- -
vaarweggebonden activiteit: een activiteit die ter uitoefening van een beroep of bedrijf op of aan het water plaatsvindt, alsook activiteiten met een maatschappelijk belang die door een vereniging of stichting worden uitgeoefend ten behoeve van recreatievaartuigen;
- -
veiligheidsstrook: waterstrook parallel aan de vaarstrook aan beide zijden richting de oever die als buffer dient tussen varende en liggende schepen en werken, waarvan de veiligheidsstrookbreedtes voor de provinciale vaarwegen zijn opgenomen in bijlage 2 en de locaties zijn aangewezen in artikel 2.4, derde lid, van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening;
- -
veiligheidszone: een gedeelte van de vaarweg met een relatief hoog ongevalsrisico, zoals is beschreven in bijlage 1, waarvan de lengtes van de veiligheidszones voor de provinciale vaarwegen zijn opgenomen in bijlage 1 en de locaties zijn aangewezen in artikel 2.4, derde lid, van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening;
- -
werk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal die op de plaats van de bestemming, hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren;
- -
woonboot: vaartuig, drijvend voorwerp of drijvende inrichting dat hoofdzakelijk wordt gebruikt als of is bestemd tot woonverblijf, niet zijnde een object dat valt onder de Woningwet.
Hoofdstuk 2 Activiteiten in de provinciale vaarwegen
Artikel 2 Omgevingsvergunning voor een ligplaats ten behoeve van vaarweggebonden activiteiten
Gedeputeerde staten verlenen een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.169, eerste lid, van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, voor het innemen van een ligplaats ten behoeve van een vaarweggebonden activiteit, alleen indien:
- a.
de ligplaats is gelegen buiten een vaarstrook, veiligheidsstrook of veiligheidszone;
- b.
de ligplaats is gelegen buiten een vaarstrook of veiligheidszone en in een veiligheidsstrook en er geen nautische bezwaren bestaan tegen het innemen van de ligplaats; of
- c.
de ligplaats is gelegen in een vaarstrook, veiligheidsstrook of veiligheidszone, er geen nautische bezwaren bestaan tegen het innemen van de ligplaats en de ligplaats tijdelijk wordt ingenomen ten behoeve van het uitvoeren van werkzaamheden; en
- d.
ligplaats innemen noodzakelijk is voor de vaarweggebonden activiteit en de aanvrager van de omgevingsvergunning de rechthebbende van de oever is of schriftelijke toestemming van de rechthebbende van de oever heeft verkregen.
Artikel 3 Omgevingsvergunning voor een ligplaats ten behoeve van vaartuigen, drijvende voorwerpen en drijvende inrichtingen
Gedeputeerde staten verlenen een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.169, eerste lid, van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, voor het innemen van een ligplaats ten behoeve van een vaartuig, drijvend voorwerp of drijvende inrichting anders dan bedoeld in artikel 2 en artikel 4, alleen indien:
- a.
de ligplaats is gelegen buiten een vaarstrook, veiligheidsstrook of veiligheidszone; en
- b.
het een ligplaats aan een particuliere oever betreft en de aanvrager van de omgevingsvergunning de rechthebbende van die oever is of schriftelijke toestemming van de rechthebbende van die oever heeft verkregen; of
- c.
het een ligplaats aan een openbare oever aan de vaarwegtrajecten 2a, 2b, 3, 7, 8a of 8b betreft en de aanvrager een watersportvereniging is die een maatschappelijk doel dient en voor eenieder toegankelijk is.
Artikel 4 Omgevingsvergunning voor een ligplaats ten behoeve van woonboten
-
1. Gedeputeerde staten verlenen een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.169, eerste lid, van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, voor het innemen van een ligplaats ten behoeve van een woonboot, alleen indien:
- a.
de ligplaats is gelegen buiten een vaarstrook of veiligheidszone;
- b.
ten behoeve van de ligplaats op de dag voorafgaande aan de inwerkingtreding van deze beleidsregel reeds een ontheffing, (omgevings-)vergunning of toestemming voor een woonboot is verleend, danwel feitelijk ligplaats wordt ingenomen met een woonboot, met toestemming van de provincie; en
- c.
er geen nautische bezwaren bestaan tegen het innemen van een ligplaats met de woonboot.
- a.
-
2. De omgevingsvergunning is persoonsgebonden en wordt verleend aan de eigenaar van een woonboot ten behoeve van een in de omgevingsvergunning beschreven ligplaats.
Artikel 5 Omgevingsvergunning voor werken
-
1. Gedeputeerde staten verlenen een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.166, eerste lid, onder b, van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, voor het maken, behouden of veranderen van een niet-openbaar werk, op aanvraag van de rechthebbende van de oever, alleen indien het werk is gelegen buiten een vaarstrook, veiligheidsstrook of veiligheidszone.
-
2. Gedeputeerde staten verlenen een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.166, eerste lid, onder b, van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, voor het maken, behouden of veranderen van een werk van openbaar nut, alleen indien er geen nautische en technische bezwaren bestaan tegen de aanleg en aanwezigheid van het werk.
-
3. Gedeputeerde Staten weigeren aan omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.166, eerste lid, onder b, van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, voor het maken, behouden of veranderen van een werk, indien:
- a.
het werk verder dan noodzakelijk de vaarweg insteekt; of
- b.
het werk een gevaar voor de doorgaande scheepvaart vormt.
- a.
-
4. Het eerste lid is niet van toepassing op calamiteitentrappen.
Artikel 6 Omgevingsvergunning voor de aanleg van insteekhavens en inkassingen
Gedeputeerde staten verlenen een omgevingsvergunning als bedoeld in 3.166, eerste lid, onder a, van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, voor het doorbreken van de oever voor het aanleggen van een insteekhaven of inkassing, alleen indien:
- a.
er geen nautische bezwaren bestaan tegen de uitmonding van de insteekhaven of inkassing in de provinciale vaarweg; en
- b.
er geen technische bezwaren bestaan tegen de aanleg van de insteekhaven of inkassing.
Hoofdstuk 3 Slotbepalingen
Artikel 7 Intrekking Beleidsregel vergunningen ligplaatsen en werken provinciale vaarwegen Zuid-Holland
De Beleidsregel vergunningen ligplaatsen en werken provinciale vaarwegen Zuid-Holland wordt ingetrokken.
Artikel 8 Inwerkingtreding
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin dit besluit wordt geplaatst.
Artikel 9 Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Beleidsregel omgevingsvergunningen ligplaatsen en werken provinciale vaarwegen Zuid-Holland 2025.
Ondertekening
Den Haag, 28 oktober 2025
Gedeputeerde staten van Zuid-Holland
drs. M.J.A. van Bijnen MBA, secretaris
mr. A.W. Kolff, voorzitter
Bijlage 1 behorende bij artikel 1 van de Beleidsregel omgevingsvergunningen ligplaatsen en werken provinciale vaarwegen Zuid-Holland 2025
Veiligheidszones provinciale vaarwegen Zuid-Holland
Veiligheidszones zijn het gedeelte van de vaarweg met een relatief hoog ongevalsrisico. Deze liggen om en in bruggen, sluizen, bochten, kruispunten, zwaaiplaatsen, waterkerende constructies en hoogspanningslijnen. Veiligheidszones bestrijken de volledige breedte van de vaarweg en hebben in de basis een lengte van 1,5 maal de lengte van het maatgevend schip. Bij de toegang tot de Rijnhavenbrug in Alphen aan den Rijn en alle bruggen en sluizen op trajecten 2a, 2b, 3, 7, 8a en 8b geldt een veiligheidszone van 5 meter, omdat hier sprake is van zeer geringe beroepsvaart. De veiligheidszone bij hoogspanningslijnen en waterkerende constructies is 20 meter, conform de Richtlijn vaarwegen 2020 van Rijkswaterstaat.
Veiligheidszones bij bochten, kruispunten en zwaaiplaatsen
|
Traject |
Vaarverbinding |
CEMT-klasse |
Lengte maatgevend schip in meters |
Veiligheidszone in meters |
|
Traject 1a |
Delftse Schie |
III M4 |
73 |
109,5 |
|
Traject 1b |
Rijn-Schiekanaal Delft - Den Haag |
III M3 |
70 |
105 |
|
Traject 1c |
Haagse Trekvliet |
III M3 |
70 |
105 |
|
Traject 2a |
Rijn-Schiekanaal Den Haag - Leidschendam |
II M2 |
55 |
82,5 |
|
Traject 2b |
Rijn-Schiekanaal sluis Leidschendam – Voorschoten |
II M2 |
55 |
82,5 |
|
Traject 3 |
Voorschoten – Katwijk |
III M5 |
85 |
127,5 |
|
Traject 4a |
Rijn-Schiekanaal Voorschoten – Leiden |
III M5 |
85 |
127,5 |
|
Traject 4b |
Oude Rijn Leiden – Koudekerk aan den Rijn |
III M5 |
85 |
127,5 |
|
Traject 4c |
Oude Rijn Koudekerk aan den Rijn – Alphen aan den Rijn |
IV M6 |
85 |
127,5 |
|
Traject 4d |
Leidse Trekvliet |
III M5 |
85 |
127,5 |
|
Traject 5a |
Zijl |
III M4 |
73 |
109,5 |
|
Traject 5b |
Vaargeul door Kagerplassen |
III M4 |
73 |
109,5 |
|
Traject 5c |
’s Gravenwater vaargeul Kagerplassen - Ringvaart |
III M4 |
73 |
109,5 |
|
Traject 6a |
Oude Rijn Alphen aan den Rijn |
IV M6 |
85 |
127,5 |
|
Traject 6b |
Heimanswetering Woudwetering Paddegat |
IV M6 |
85 |
127,5 |
|
Traject 6c |
Vaargeul Braassemermeer |
IV M6 |
85 |
127,5 |
|
Traject 6d |
Oude Wetering |
IV M6 |
85 |
127,5 |
|
Traject 7 |
Aarkanaal |
III M3 |
70 |
105 |
|
Traject 8a |
Oude Rijn Alphen aan den Rijn – Zwammerdam |
III M5 |
85 |
127,5 |
|
Traject 8b |
Oude Rijn Zwammerdam – grens Utrecht |
I M1 |
38,5 |
57,75 |
|
Traject 9a |
Voorhaven Julianasluis |
IV M6 |
85 |
127,5 |
|
Traject 9b |
Gouwe |
IV M6 |
85 |
127,5 |
|
Traject 10a |
Merwedekanaal Vianen – Arkel |
IV M7 |
105 |
157,5 |
|
Traject 10b |
Merwedekanaal Arkel - Gorinchem |
IV M7 |
105 |
157,5 |
|
Traject 10c |
Verbindingskanaal Merwedekanaal - Linge |
II M2 |
55 |
82,5 |
Veiligheidszones bij bruggen en sluizen
|
Traject |
Vaarverbinding |
CEMT-klasse |
Lengte maatgevend schip in meters |
Veiligheidszone in meters |
|
Traject 1a |
Delftse Schie |
III M4 |
73 |
109,5 |
|
Traject 1b |
Rijn-Schiekanaal Delft - Den Haag |
III M3 |
70 |
105 |
|
Traject 1c |
Haagse Trekvliet |
III M3 |
70 |
105 |
|
Traject 2a |
Rijn-Schiekanaal Den Haag - Leidschendam |
II M2 |
55 |
5 |
|
Traject 2b |
Rijn-Schiekanaal sluis Leidschendam – Voorschoten |
II M2 |
55 |
5 |
|
Traject 3 |
Voorschoten – Katwijk |
III M5 |
85 |
5 |
|
Traject 4a |
Rijn-Schiekanaal Voorschoten – Leiden |
III M5 |
85 |
127,5 |
|
Traject 4b |
Oude Rijn Leiden – Koudekerk aan den Rijn |
III M5 |
85 |
127,5 |
|
Traject 4c |
Oude Rijn Koudekerk aan den Rijn – Alphen aan den Rijn |
IV M6 |
85 |
127,5 |
|
Traject 4d |
Leidse Trekvliet |
III M5 |
85 |
127,5 |
|
Traject 5a |
Zijl |
III M4 |
73 |
109,5 |
|
Traject 5b |
Vaargeul door Kagerplassen |
III M4 |
73 |
109,5 |
|
Traject 5c |
’s Gravenwater vaargeul Kagerplassen - Ringvaart |
III M4 |
73 |
109,5 |
|
Traject 6a |
Oude Rijn Alphen aan den Rijn |
IV M6 |
85 |
127,5 |
|
Traject 6b |
Heimanswetering Woudwetering Paddegat |
IV M6 |
85 |
127,5 |
|
Traject 6c |
Vaargeul Braassemermeer |
IV M6 |
85 |
127,5 |
|
Traject 6d |
Oude Wetering |
IV M6 |
85 |
127,5 |
|
Traject 7 |
Aarkanaal |
III M3 |
70 |
5 |
|
Traject 8a |
Oude Rijn Alphen aan den Rijn – Zwammerdam |
III M5 |
85 |
5 |
|
Traject 8b |
Oude Rijn Zwammerdam – grens Utrecht |
I M1 |
38,5 |
5 |
|
Traject 9a |
Voorhaven Julianasluis |
IV M6 |
85 |
127,5 |
|
Traject 9b |
Gouwe |
IV M6 |
85 |
127,5 |
|
Traject 10a |
Merwedekanaal Vianen – Arkel |
IV M7 |
105 |
157,5 |
|
Traject 10b |
Merwedekanaal Arkel - Gorinchem |
IV M7 |
105 |
157,5 |
|
Traject 10c |
Verbindingskanaal Merwedekanaal - Linge |
II M2 |
55 |
82,5 |
Bijlage 2 behorende bij artikel 1 van de Beleidsregel omgevingsvergunningen ligplaatsen en werken provinciale vaarwegen Zuid-Holland 2025
Breedte vaarstrook en veiligheidsstrook provinciale vaarwegen Zuid-Holland
|
Traject |
Vaarverbinding |
Vaarstrook in meters |
Veiligheidsstrook in meters |
|
Traject 1a |
Delftse Schie |
34,6 *) |
4 |
|
Traject 1b |
Rijn-Schiekanaal Delft - Den Haag |
26,6 |
4 |
|
Traject 1c |
Haagse Trekvliet |
26,6 |
4 |
|
Traject 2a |
Rijn-Schiekanaal Den Haag - Leidschendam |
19,8 |
3,5 |
|
Traject 2b |
Rijn-Schiekanaal sluis Leidschendam – Voorschoten |
25,0 |
3,5 |
|
Traject 3 |
Voorschoten – Katwijk |
34,6 **) |
4 |
|
Traject 4a |
Rijn-Schiekanaal Voorschoten – Leiden |
24,6 |
4 |
|
Traject 4b |
Oude Rijn Leiden – Koudekerk aan den Rijn |
34,6 |
4 |
|
Traject 4c |
Oude Rijn Koudekerk aan den Rijn – Alphen aan den Rijn |
38,5 |
5 |
|
Traject 4d |
Leidse Trekvliet |
24,6 |
- |
|
Traject 5a |
Zijl |
34,6 |
4 |
|
Traject 5b |
Vaargeul door Kagerplassen |
59,6 |
- |
|
Traject 5c |
’s Gravenwater vaargeul Kagerplassen - Ringvaart |
34,6 |
4 |
|
Traject 6a |
Oude Rijn Alphen aan den Rijn |
39,5 |
5 |
|
Traject 6b |
Heimanswetering Woudwetering Paddegat |
39,5 |
4 |
|
Traject 6c |
Vaargeul Braassemermeer |
94,5 |
- |
|
Traject 6d |
Oude Wetering |
39,5 |
4 |
|
Traject 7 |
Aarkanaal |
25,0 |
4 |
|
Traject 8a |
Oude Rijn Alphen aan den Rijn – Zwammerdam |
29,6 |
4 |
|
Traject 8b |
Oude Rijn Zwammerdam – grens Utrecht |
17,0 ***) |
4 |
|
Traject 9a |
Voorhaven Julianasluis |
39,5 |
5 |
|
Traject 9b |
Gouwe |
39,5 |
5 |
|
Traject 10a |
Merwedekanaal Vianen – Arkel |
35,5 |
5 |
|
Traject 10b |
Merwedekanaal Arkel - Gorinchem |
35,5 |
5 |
|
Traject 10c |
Verbindingskanaal Merwedekanaal - Linge |
26,8 |
3 |
*) tussen hectometerpaal 34,65 – 34,75 geldt een vaarstrookbreedte van 29,6 meter
**) tussen hectometerpaal 2,65 – 4,20 en 6,20 – 8,40 geldt een vaarstrookbreedte van 16,4 meter
***) tussen hectometerpaal 21,1 – grens provincie Utrecht geldt een vaarstrookbreedte van 11 meter
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl