Gladheidsbestrijdingsplan 2025-2028

Geldend van 04-11-2025 t/m heden

Intitulé

Gladheidsbestrijdingsplan 2025-2028

BESLUIT:

  • 1.

    Het Gladheidsbestrijdingsplan 2025-2028 vast te stellen.

  • 2.

    Het Gladheidsbestrijdingsplan 2022-2026 in te trekken.

1. Inleiding

In de winterperiode kan de verharding onder bepaalde weersomstandigheden glad worden. Gladheid treedt op als de temperatuur van het wegdek onder het vriespunt is én er vocht aanwezig is op het wegdek. Er zijn verschillende typen gladheid:

  • Bevriezing van natte weggedeelten

  • Condensatie en/of aanvriezende mist

  • Neerslag in de vorm van sneeuw

  • Neerslag in de vorm van ijzel

Door deze gladheid neemt de bereikbaarheid van woningen, bedrijven en maatschappelijke voorzieningen af. Tevens wordt de deelname aan het verkeer minder veilig. Door middel van gladheidsbestrijding wordt de bereikbaarheid zo veel mogelijk gehandhaafd of hersteld en worden onveilige situaties zo veel mogelijk voorkomen. Hierbij is het de uitdaging om gladheid geen kans te geven, bijvoorbeeld door te strooien voordat de gladheid optreedt.

De gemeente heeft als wegbeheerder een risicoaansprakelijkheid. De wegen moeten in veilige staat verkeren, bijvoorbeeld door tijdig onderhoud te plegen. Wat betreft gladheidsbestrijding heeft de gemeente alleen een inspanningsverplichting. In het gladheidsbestrijdingsplan wordt beschreven hoe aan deze inspanningsplicht wordt voldaan. Daarbij komen de volgende onderwerpen aan bod:

  • Methodiek: twee manieren van gladheidsbestrijding

  • Prioritering: waar wordt wel of niet gestrooid?

  • Organisatie van de uitvoering

  • Communicatie

Voor de periode 2025-2028 is een gladheidsbestrijdingsplan opgesteld.

Dit omvat de strooiseizoenen 2025-2026, 2026-2027 en 2027-2028. Elke drie jaar wordt het plan geactualiseerd.

2. Methodiek: twee manieren van gladheidsbestrijding

2.1 Preventieve gladheidsbestrijding

Het bestrijden van gladheid gebeurt zo veel mogelijk preventief, zodat de verkeershinder door gladheid of de bestrijding hiervan zo min mogelijk is. Preventieve gladheidsbestrijding houdt in dat er al gestrooid wordt voordat het wegdek glad wordt. Dit op basis van o.a. weersverwachtingen (zie hoofdstuk 4).

Er wordt gestrooid met ‘nat zout’ in Ridderkerk. De strooivoertuigen hebben een tank met pekeloplossing, waarmee het droge zout wordt vermengd voordat het wordt uitgestrooid.

Dit natte zout zorgt voor een goede hechting aan het wegoppervlak. Bovendien treedt er bijna geen verwaaiing op, zodat al kan worden gestrooid voordat de vorst inzet of voordat de ochtendspits begint. Bij ‘nat strooien’ is 20% minder zout nodig ten opzichte van strooien met alleen droog zout. Minder zoutgebruik komt het milieu ten goede. Groenvoorzieningen kunnen namelijk schade ondervinden als gevolg van strooizout.

De bediening van de opzetstrooiers aan de voertuigen en de fietspadstrooier is voorzien van geavanceerde besturingssoftware. Deze software bepaalt nauwkeurig de zoutdosering, de strooibreedte en de gelijkmatige verdeling van het zout over de weg. Hierdoor wordt de milieubelasting door zout tot een minimum beperkt, terwijl de verkeersveiligheid zo veel mogelijk blijft gewaarborgd. De besturingssoftware is gekoppeld aan een gps-systeem, zodat de chauffeur makkelijk kan navigeren. Hierdoor kan de chauffeur zich beter op de weg concentreren, hij is immers ook een verkeersdeelnemer. Daarnaast is het gps-systeem een prettig hulpmiddel bij het inwerken van een nieuwe chauffeur of bij de inzet van een medewerker op een andere route. Na de rit worden de gegevens opgeslagen in de computer, zodat het o.a. mogelijk is aan te tonen op welke momenten op welke plaatsen is gestrooid.

2.2 Curatieve gladheidsbestrijding

Curatieve gladheidsbestrijding is het bestrijden van gladheid nadat die is opgetreden. Deze methode heeft niet de voorkeur, maar is soms niet te voorkomen. Denk aan aanhoudende sneeuwval of onverwachte ijzel. Bij voorspelde ijzel of sneeuwval wordt altijd eerst preventief gestrooid.

Als de sneeuwval aanhoudt is alleen preventief strooien niet voldoende en wordt een curatieve actie ingezet. Sneeuw wordt aan de kant geschoven met sneeuwschuivers die aan de voertuigen zijn gemonteerd. Daarbij wordt altijd droog zout gebruikt als aanvullend middel. Dit verlaagt het vriespunt van water en zorgt dat sneeuw en ijs sneller smelten. De besturingssoftware van de strooiers wordt in dergelijke situaties niet gebruikt. Deze curatieve gladheidsbestrijding gaat langzamer dan een preventieve strooiactie. Bij ernstige sneeuwval kunnen niet alle routes worden gedaan. Daarom is het belangrijk om de juiste prioriteiten te stellen (zie hoofdstuk 3). Bij aanhoudende gladheid wordt de actie herhaald.

In uitzonderlijke gevallen kan er onverwachte ijzel voorkomen. IJzel is moeilijk te bestrijden omdat het een dunne, onzichtbare en zeer gladde laag ijs vormt. Het duurt langer om een strooiroute te rijden en het duurt langer voordat de zoutoplossing zijn werk doet. De aanpak in dergelijke situaties vereist altijd maatwerk.

3. Prioritering: waar wordt wel of niet gestrooid?

3.1 Niet overal kan worden gestrooid

Gladheidsbestrijding vindt niet plaats op álle verhardingen die in beheer zijn van de gemeente Ridderkerk. De kosten die dit met zich mee zou brengen, zijn zodanig dat het geen reële optie is. Daarnaast is het praktisch niet uitvoerbaar.

Het beleidsuitgangspunt dat al jaren wordt gehanteerd in Ridderkerk is dat zo mogelijk binnen 250 meter vanaf elke woning er een gestrooide route beschikbaar is.

Trottoirs worden niet gestrooid. Hiervoor wordt een beroep gedaan op de verantwoordelijkheid van de bewoners zelf. Inwoners van Ridderkerk hebben de mogelijkheid om aan begin van het strooiseizoen een gratis zakje zout op te halen. De distributie is uitbesteed aan Zand- en grindhandel De Jong in de Haven.

Scholen, verzorgingstehuizen, gezondheidscentra, huisartsenpraktijken etc. strooien hun eigen entrees. Ook voor hen is gratis zout beschikbaar. Zij kunnen contact opnemen met de gemeente om zout op te halen bij de zoutloods. In geval van hevige sneeuwval en aanhoudende vorst kan de gemeente bijspringen (zie 3.4).

3.2 Strooiroutes bij een volledige preventieve strooiactie

De negen strooiroutes van de gemeente Ridderkerk bevatten hoofdwegen, doorgaande wegen en doorgaande fietspaden. De wegen naar middelbare scholen en verzorgingstehuizen liggen binnen deze strooiroutes en worden dus meegenomen.

Als gevolg van nieuwbouw of andere veranderingen in de openbare ruimte kunnen de strooiroutes worden aangepast.

De actuele strooiroutes staan op www.ridderkerk.nl/gladheid. Bij wegwerkzaamheden of wegafsluitingen kan worden afgeweken van de strooiroutes.

De handstrooiploeg strooit fietsdoorsteken, bromfietsdoorsteken die op de rijbaan uitkomen, het ponton bij de Waterbus, tunneltjes, rondom het gemeentehuis en belangrijke locaties waar geen ruimte is voor een voertuig.

3.3 Strooiroute bij een gedeeltelijke preventieve strooiactie

Viaducten en wegvakken waarvan de verwachting is dat deze door bevriezing van condensatie sneller glad kunnen worden, worden afzonderlijk gestrooid wanneer de overige wegen niet glad zijn en volgens de vooruitzichten niet glad zullen worden. Deze locaties zijn opgenomen in bijlage 1. Als gevolg van steeds zachtere winters is de verwachting dat deze situatie zich vaker zal voordoen.

Op deze manier wordt er alleen gestrooid waar dat nodig is en wordt het milieu niet onnodig veel met zout belast. Bij twijfel wordt altijd gekozen om de volledige preventieve strooiroutes te rijden. Veiligheid staat namelijk voorop.

3.4 Prioritering bij een curatieve actie

Bij zware sneeuwval of ijzel is het niet mogelijk om de gladheid op alle routes in kort tijdbestek te bestrijden. Er moeten dan prioriteiten worden gesteld en keuzes worden gemaakt:

  • Eerste prioriteit gaat uit naar hoofdroutes en fietspaden;

  • Vervolgens worden de doorgaande wegen gedaan. Het is niet altijd mogelijk om dit in één actie schoon te maken.

De mate van sneeuwval of ijzel kan per keer en lokaal verschillen. Afhankelijk van de situatie en het tijdstip van de neerslag wordt een specifieke curatieve actie uitgezet (maatwerk). Valt de sneeuw bijvoorbeeld tijdens de spitsperiode, dan is dit moeilijk te bestrijden omdat de sneeuw wordt vastgereden.

Bij aanhoudende vorst wordt sneeuw verwijderd door de wijkploegen op de volgende locaties: verzorgingstehuizen, bushaltes, dijktrappen, invalideparkeerplaatsen bij winkelcentra, dokterspraktijken, fietsenstallingen, rondom scholen en winkelcentra inclusief parkeerautomaten. Zij doen wat mogelijk is en werken voor de voet op.

4. Organisatie van de uitvoering

4.1 De beslissing om te gaan strooien

De beslissing om te gaan strooien ligt bij de coördinatoren gladheidsbestrijding. De coördinatoren hebben beurtelings dienst en leiden de strooiactie in Ridderkerk. De beslissing is gebaseerd op:

  • Gegevens uit het gladheidsmeldsysteem waaraan het meetpunt aan de Benedenrijweg ter hoogte van het Huys ten Donck is gekoppeld. De sensoren op de weg meten de temperatuur van het wegdek en de toestand van het wegdek (droog, nat, zoutgehalte). In het weerkastje worden de luchttemperatuur en de luchtvochtigheid gemeten, waarmee het dauwpunt kan worden berekend. Met behulp van deze gegevens voorspelt het systeem de gladheid op het wegdek.

  • Het advies van de meteoroloog die het meetpunt dag en nacht bewaakt. Bij te verwachten gladheid neemt de meteoroloog telefonisch contact op met de dienstdoende coördinator en geeft specifieke uitleg over de te verwachten gladheid en weersomstandigheden.

  • Praktijkervaring en waarneming buiten.

  • De dagelijkse weersvoorspellingen van Infoplaza.

Doorgaans kan de strooiactie ½ à ¾ uur na de beslissing van de coördinator starten, afhankelijk van de weersomstandigheden waarin de medewerkers zich naar de zoutloods moeten begeven. Bij preventief strooien zijn de routes binnen 3 uur na de start gestrooid. Sneeuwschuiven (curatieve gladheidsbestrijding) kost meer tijd. Bij twijfel of een preventieve strooiactie nodig is, wordt gekozen om wél te gaan strooien. Veiligheid staat namelijk voorop.

4.2 Afstemming met andere wegbeheerders

Het Waterschap Hollandse Delta (WSHD) beheert ook diverse wegen in de gemeente Ridderkerk. Deze wegen zijn gelegen buiten de bebouwde kom. WSHD krijgt informatie over dreigende gladheid via een centraal punt van de dienstkring Dordrecht van Rijkswaterstaat. De gemeentes Barendrecht, Albrandswaard, Ridderkerk, Rotterdam, Hendrik-Ido-Ambacht en WSHD houden elkaar op de hoogte wanneer er besloten wordt om te strooien.

De beslissing om te gaan strooien ligt bij de afzonderlijke organisaties. In de meeste gevallen zullen zij ongeveer gelijktijdig gaan strooien, zodat de gestrooide routes aansluiten op het omliggende wegennet.

Een andere partij is GR Nieuw Reijerwaard. Zij voert het tijdelijke beheer van het bedrijventerrein uit tot aan het einde van de grondexploitatie. De dienstdoende coördinator van de gemeente licht de GR in wanneer er wordt gestrooid. Vervolgens zet de GR de strooiactie in gang via de door de GR gecontracteerde aannemer.

Voor het strooiseizoen is er regionaal overleg waarin naast Ridderkerk ook de gemeentes Barendrecht, Albrandswaard, Zwijndrecht, Hendrik-Ido-Ambacht en Rotterdam en WSHD aanwezig zijn. Er wordt dan o.a. gekeken of alle routes nog goed op elkaar aansluiten.

4.3 Materieel en personeel

Het materieel waar de gemeente over beschikt bestaat uit strooiers en sneeuwschuiven. Deze kunnen op of aan (vracht)auto’s en tractors worden gemonteerd. Het materieel wordt overkapt opgeslagen bij de zoutloods aan de Kolenbranderstraat.

De strooiploeg bestaat uit 22 medewerkers (2025) die om de week dag en nacht oproepbaar zijn. Het strooiseizoen/ de consignatiedienst loopt van begin november t/m begin april. Als de temperatuur eerder of later in het seizoen onder de 4 ºC komt, kunnen de medewerkers incidenteel worden opgeroepen.

De consignatieregeling uit de Arbeidstijdenwet biedt ruime mogelijkheden voor nachtelijke arbeid. Bij een langdurige strooiactie (bijvoorbeeld bij zware sneeuwval of ijzel) kan het nodig zijn de ploeg af te lossen.

De inzet per strooiactie bestaat uit 11 personen (8 medewerkers voor de routes, 2 voor de handstrooilocaties en een coördinator). Daarnaast is er een aantal medewerkers van de wijkploeg die kunnen worden ingezet tijdens sneeuwval (onder normale werktijden of indien nodig in het weekend).

Het gladheidrooster is op dit moment (2025) ingevuld met eigen medewerkers en inhuur personeel. Nieuwe medewerkers worden enthousiast gemaakt om mee te draaien in het gladheidsrooster. Zij doorlopen een inwerkprogramma voor aanvang van het strooiseizoen.

Mochten er onverhoopt zieken zijn, dan kan de dienst worden overgenomen door medewerkers die de andere week dienst zouden hebben.

Als er veel uitval is bijvoorbeeld als gevolg van een (griep)epidemie, zullen prioriteiten moeten worden gesteld. Mocht dit onverhoopt aan de orde zijn, dan wordt hierover duidelijk gecommuniceerd.

Strooiroutes kunnen langer worden door uitbreidingen van woonwijken, bedrijventerreinen of het fietspadennet. Of door beheeroverdracht vanuit het waterschap. Om de routes binnen 3 uur te kunnen blijven strooien, mogen de routes niet te lang worden. Dan moeten extra routes worden toegevoegd, waarvoor extra strooiers en sneeuwschuivers moeten worden aangeschaft en extra personeel moet worden ingezet. Bij de overdracht van Nieuw Reijerwaard aan het einde van de grondexploitatie en de mogelijke overdracht van waterschapswegen wordt hiermee rekening gehouden.

5. Communicatie

Om duidelijkheid te geven over de verantwoordelijkheden van de gemeente én van de weggebruikers, is het belangrijk om te communiceren met inwoners en ondernemers. Op de gemeentelijke website wordt informatie gegeven over het strooibeleid. Er is aangegeven wanneer er wordt gestrooid, waar wel en waar niet. Er is ook een kaart opgenomen met de wegen die gestrooid worden.

Het gladheidsbestrijdingsplan wordt na vaststelling gepubliceerd op officielebekendmakingen.nl.

Als er langdurige gladheid wordt verwacht, wordt er ook gecommuniceerd via een publicatie in De Blauwkai.

In de communicatie wordt benadrukt dat de weggebruiker altijd zelf de verantwoordelijkheid behoudt door het weggedrag aan te passen aan de (plaatselijke) omstandigheden. Aangezien het voor de gemeente ondoenlijk is alle trottoirs in de gemeente sneeuwvrij te houden, worden bewoners gestimuleerd dit zelf te doen.

Hiervoor kunnen inwoners van Ridderkerk aan het begin van het strooiseizoen een gratis zakje strooizout ophalen. Distributie vindt plaats via Zand- en grindhandel De Jong in de Haven.

Hierover wordt gecommuniceerd via De Blauwkai, website en social media.

Voor scholen en zorginstellingen is er ook gratis zout beschikbaar. Zij kunnen contact opnemen met de gladheidscoördinatoren om langs te komen op de zoutloods.

Ondertekening

Aldus besloten in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders Ridderkerk van 30 september 2025.

Bijlage 1 Locaties gedeeltelijke preventieve strooiroute

De gedeeltelijke route bevat in ieder geval de volgende viaducten:

  • Viaduct Geerlaan, inclusief fietspaden

  • Viaduct Lagendijk

  • Viaduct Havenstraat

  • Viaduct Ringdijk Slikkerveer

De route bevat in ieder geval de volgende wegvakken:

  • Oosterparkweg: gedeelte tussen de Kerkweg en de Rotterdamseweg

  • Oprit Ringdijk ter hoogte van de Boelewerf

  • Fietspad Benedenrijweg: gedeelte tussen de Rijnsingel en de Randweg

  • Oprit Dokwerkerstraat richting Haven

  • Kievitsweg, Rijnsingel, Randweg

  • Pruimendijk gedeelte tussen de Tarwestraat en het viaduct A16

  • Vlasstraat

Indien nodig kan de route worden aangepast.