Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR746261
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR746261/1
Nadere regels jeugdhulp gemeente Goirle 2025
Geldend van 05-11-2025 t/m heden
Intitulé
Nadere regels jeugdhulp gemeente Goirle 2025Het college van burgemeester en wethouders;
gelet op artikel 156 lid 3 van de Gemeentewet en de Verordening Jeugdhulp gemeente Goirle 2025 en latere versies;
overwegende dat het noodzakelijk is nadere regels te stellen op basis van artikel 8.3 de Verordening Jeugdhulp gemeente Goirle 2025.
Hoofdstuk 1 Begripsbepaling
Artikel 1.1 Begripsbepaling
Naast de begripsbepalingen in de verordening, die onverminderd gelden in deze nadere regels, wordt in deze nadere regels verstaan onder:
- 1.
college: college van burgemeester en wethouders gemeente Goirle;
- 2.
verordening: verordening Jeugdhulp gemeente Goirle;
- 3.
budgethouder: de persoon aan wie het budget is toegekend. In de regel wordt de regie op het budget gevoerd door de aanvrager/ gezaghebbende ouder, ook wel belanghebbende genoemd;
- 4.
besluit: besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Goirle;
- 5.
overige voorzieningen: voorziening die vrij toegankelijk is voor iedereen;
- 6.
voorliggende voorziening: een voorziening op grond van een andere wet dan de Jeugdwet die voorrang heeft op de voorzieningen van de Jeugdwet;
- 7.
wet: Jeugdwet;
- 8.
toegang Dyslexie: deskundige die bij een melding van een hulpvraag in verband met Ernstige Dyslexie (ED) beoordeelt of het ondersteuningstraject op school afdoende is uitgevoerd en voldaan is aan de toegangscriteria volgens het landelijk protocol Dyslexie Diagnose en behandeling 3.0. Het akkoord van de toegang dyslexie is noodzakelijk voordat een onderzoek naar ED wordt ingezet.
Hoofdstuk 2 Vormen van Jeugdhulp
Artikel 2.1 Voorzieningen jeugdhulp
-
1. In overeenstemming met de verordening en de wet kan het college individuele voorzieningen op grond van de Jeugdwet inzetten met of zonder verblijf.
-
2. De voorzieningen die beschikbaar zijn in de gemeente Goirle worden regionaal of op landelijk niveau ingekocht.
-
3. Wanneer de individuele voorzieningen zoals opgenomen in de verordening en nadere regels onvoldoende aansluiten op de hulpvraag en het te behalen resultaat dan zet het college een andere voorziening (maatwerk) in. Het aanbod hiertoe, dat niet onder algemene of individuele voorzieningen valt, wordt beschouwd als jeugdhulp.
Artikel 2.2 Individuele voorzieningen
-
1. De inzet van een individuele voorziening wordt bepaald middels het doorlopen van het ‘’stappenplan jeugdhulp” om te komen tot passende ondersteuning (zie de website www.zorginregiohartvanbrabant.nl voor de meest actuele versie van het stappenplan).
-
2. Het college kan zorg inzetten binnen 5 segmenten (zie bijlage 1 voor een volledige beschrijving)
- 1.
Hoog specialistische zorg: intensieve jeugdhulp gericht op complexe (multi)problematiek
- 2.
Wonen: pleegzorg, gezinshuizen, woonvormen richting zelfstandigheid, kleinschalige woon-leefgroepen
- 3.
Dagbegeleiding en respijtzorg: jeugdhulp in een groepssetting waar gewerkt wordt aan individuele doelen en vaardigheden (dagbegeleiding), jeugdhulp in groepssetting om overbelasting van ouders/gezin te voorkomen
- 4.
Veel voorkomende jeugdhulpverlening: jeugdhulp binnen de geestelijke gezondheidszorg (GGZ), jeugd en opvoedhulp (JOH) en gehandicaptenzorg (GHZ)
- 5.
Crisis: jeugdhulp in crisissituaties
- 1.
Artikel 2.3 Andere producten
-
1. Het college kan in plaats van of naast de voorzieningen binnen de segmenten genoemd in artikel 2.2 ook andere producten inzetten. Deze producten worden apart benoemd in verband met specifieke inzet en/of afspraken. De producten waar het om gaat zijn:
- a.
ADHD+
- b.
Ernstige Dyslexie (ED)
- c.
Vervoer
- d.
Beschermd Wonen 16-18 (BW)
- a.
-
Een uitgebreide beschrijving van de producten is te vinden op de website www.zorginregiohartvanbrabant.nl.
Artikel 2.3.1 Ernstige dyslexie zorg (ED)
-
1. Voor de inzet van ernstige dyslexie (ED) zorg geldt een toelatingsprocedure die is afgestemd met het onderwijs en de zorgaanbieders. De toelatingsprocedure is toegelicht op: www.zorginregiohartvanbrabant.nl
-
2. ED-zorg is alleen mogelijk, indien de jeugdige aan de volgende eisen voldoet:
- a.
de jeugdige volgt primair onderwijs, en;
- b.
de jeugdige is 7 jaar of ouder, en;
- c.
de behandeling is voor de 13e verjaardag gestart, en;
- d.
er is voldaan aan de toegangscriteria. Dit houdt in dat de school een leerling dossier heeft opgesteld waaruit blijkt dat het dyslexieprotocol is doorlopen en dat er een toestemmingsverklaring is van de ouder om dit dossier door te geleiden naar de Toegang dyslexie.
- a.
-
3. De Toegang Dyslexie beoordeelt of aan bovenstaande eisen is voldaan. Indien het leerling dossier niet voldoet aan de eisen van het landelijk protocol Dyslexie Prognose en behandeling 3.0 dan maakt de Toegang Dyslexie hiervan melding aan de school van de jeugdige en ouders.
-
4. De gemeente stuurt een beschikking naar de ouder(s) met een afwijzing voor de inzet van ED-zorg, als er niet aan de gestelde eisen in lid 2 wordt voldaan. In de brief is een bezwaarclausule opgenomen, zodat de ouders bezwaar kunnen aantekenen.
Artikel 2.3.2 Vervoer
-
1. Het college beoordeelt of een vervoersvoorziening voor een jeugdige noodzakelijk is en zo ja, welke vervoersvoorziening passend en toereikend is. Bij de beoordeling wordt de eigen kracht van de ouder(s) en het netwerk onderzocht.
-
2. De vervoersbehoefte wordt beoordeeld met behulp van een afwegingskader.
-
3. Als de inzet van vervoer noodzakelijk is, dan is de inzet van vervoer opgenomen in het plan van aanpak als onderdeel van de manier waarop het beoogde resultaat behaald wordt.
-
4. Vervoersvoorzieningen kunnen middels een pgb, in zorg in natura of middels een onkostenvergoeding beschikbaar worden gesteld.
Artikel 2.3.3 Beschermd wonen
-
1. Jeugdigen in de leeftijdscategorie 16-18 jaar kunnen gebruik maken van de voorziening beschermd wonen. Bij het gesprek over beschermd wonen dienen de jeugdige en de ouder met gezag aanwezig te zijn.
-
2. Bij de beoordeling of de voorziening beschermd wonen aan de orde is voor een jeugdige toetst de toegang Goirle of deze voorziening passend en noodzakelijk is en verwijst daarna naar de Combinatie Hart van Brabant Beschermd Wonen die de inzet bepaalt.
Artikel 2.3.4 Zak- en kleedgeld
-
1. De gemeente kan aan de jongere met een kinderbeschermingsmaatregel zak- en kleedgeld toekennen onder de volgende voorwaarden:
- a.
De onderhoudsplichtige kan niet worden aangesproken op de onderhoudsplicht door de voogd of jeugdhulpinstelling. Hiervan is in ieder geval sprake in de volgende gevallen:
- o
de ouders van de jongere zijn vertrokken onbekend waarheen, of
- o
dat het voor de opvang en hulpverlening aan de jeugdige van wezenlijk belang is om het contact over de zak- en kleedgeldbijdrage met de ouders te vermijden.
- o
- b.
De onderhoudsplichtige voldoet niet aan de onderhoudsplicht, en:
- o
er is door de voogd ten minste 1 schriftelijke aanschrijving voor de onderhoudsplicht aan de ouders gedaan, waarop door de ouders gedurende minimaal 3 maanden geen bijdragen zijn voldaan, of
- o
door de voogd is vastgesteld dat de ouders niet binnen 3 maanden kunnen voldoen aan de onderhoudsplicht en dit blijkt uit verkregen gegevens omtrent hun inkomens en vermogenssituatie.
- o
- a.
-
2. De hoogte van het zak- en kleedgeld is gelijk aan maximaal de geldende wettelijke kinderbijslag volgens de Algemene kinderbijslagwet. De tarieven zijn te raadplegen op de website van de SVB.
-
3. Het zak- en kleedgeld wordt uitbetaald aan de voogd van de jongere of de instelling waar de jongere verblijft.
Hoofdstuk 3 Criteria voor de inzet van een individuele voorziening jeugdhulp
Artikel 3.1 Verwijzers jeugdhulp
De zorgaanbieder komt voor financiering van de individuele voorzieningen in aanmerking indien deze is gecontracteerd en de hulpvraag is verwezen door:
- 1.
de gemeentelijke toegang;
- 2.
het medisch domein: huisarts, medisch specialist of jeugdarts;
- 3.
Gecertificeerde Instelling (GI);
- 4.
Crisis Interventie Team Hart van Brabant;
- 5.
doorverwijzing van de rechter (in het kader van het Jeugdstrafrecht/ reclassering).
Artikel 3.2 Bepaling jeugdhulp
-
1. In het geval van een verwijzing door de Gecertificeerde Instelling(GI) wordt dit vastgelegd in een bepaling jeugdhulp, afgegeven door de GI.
-
2. De inzet van de voorziening jeugdhulp wordt afgestemd met de gemeente conform het samenwerkingsprotocol gemeenten en GI regio Hart van Brabant.
-
3. De gegevens van de bepaling GI worden via de zorgaanbieder middels een Verzoek om Toewijzing (VOT) bij de gemeente ingediend en door de gemeente overgenomen.
Artikel 3.3 Woonplaatsbeginsel
Voor jeugdigen geldt conform de Jeugdwet het woonplaatsbeginsel. Dit houdt in dat voor het onderzoek plaatsvindt moet worden gekeken welke gemeente (financieel) verantwoordelijk is.
Artikel 3.4 Overige voorzieningen
-
1. Wanneer blijkt dat belanghebbende niet op eigen kracht of met hulp van het sociaal netwerk tot een oplossing kan komen, beoordeelt het college of er zogenaamde overige voorzieningen (conform artikel 2.1 van de verordening) zijn die de problemen die de jeugdige ervaart (gedeeltelijk) kunnen oplossen. Het betreft voorzieningen waar iedereen, zonder indicatie of andere vorm van toegang, gebruik van kan maken. Overige voorzieningen zijn diensten, zoals (opvoed)advies, voorlichting, cursussen en trainingen, het schoolmaatschappelijk werk en het consultatiebureau van de GGD Hart voor Brabant.
-
2. Ook kent Goirle de volgende, meer specifieke, overige voorzieningen:
- a)
Zorg in Onderwijs (ZIO)
- b)
BSO+
- a)
Artikel 3.4.1 Zorg in Onderwijs (ZIO)
-
1. Het college treft een overige voorziening voor zorg in onderwijs, zoals bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub f en g van de verordening.
-
2. Een deel van de jeugdigen, die tevens scholier zijn op de scholen Onderwijscentrum Leijpark in Tilburg of De Bodde in Tilburg, kunnen voor zorg in onderwijs gebruik maken van een, binnen de school georganiseerde, overige voorziening. Omdat door een jeugdige gebruik gemaakt kan worden van deze overige voorziening, vervalt de aanspraak op een individuele voorziening jeugdhulp voor zorg in onderwijs op één van de twee genoemde scholen.
Artikel 3.5 Voorliggende voorzieningen op grond van andere wet- of regelgeving
-
1. Voorliggend op de Jeugdwet is een indicatie op grond van een andere wettelijke regeling, zoals de Wet langdurige zorg (Wlz), de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) of de Zorgverzekeringswet (Zvw). Als dit het geval is, en deze kan worden ingezet voor de benodigde ondersteuning, zal er op grond van de Jeugdwet geen voorziening worden verstrekt.
-
2. Begeleiding van kinderen die problemen hebben in het volgen van onderwijs is de verantwoordelijkheid van school, eventueel met toepassing van de mogelijkheden vanuit de Wet passend onderwijs. Alleen in situaties waarbij het gaat om de begeleiding van problemen die niet direct gerelateerd zijn aan het volgen van onderwijs, kan een individuele voorziening op basis van de Jeugdwet aan de orde zijn.
Artikel 3.6 Overgang van 18-/18 +
-
1. Jeugdhulp eindigt bij het bereiken van de leeftijd van 18 jaar.
-
2. Om een goede overgang van jeugdhulp naar een voorziening in het volwassen domein te realiseren, zijn aanbieders van jeugdhulp verplicht om contact op te nemen met de gemeentelijk toegang wanneer hun cliënten 17 jaar oud worden en het de verwachting is dat zij na hun 18de nog steeds ondersteuning nodig hebben.
-
3. Pleegzorg en verblijf in een gezinshuis loopt door tot 21 jaar. Hierbij blijft artikel 2 echter ook van toepassing.
-
4. Het college kan besluiten om de jeugdhulp door te laten lopen na het 18de jaar tot maximaal 23 jaar, wanneer:
- a.
het jeugdhulp betreft zoals beschreven in de 1e categorie van de definitie van jeugdhulp in art. 1.1. van de Jeugdwet; en
- b.
indien er na het 18de levensjaar aantoonbaar geen opvolgende financiering beschikbaar is vanuit bijvoorbeeld de Wet langdurige Zorg, de Wmo, de Zorgverzekeringswet of vanuit justitie; en
- c.
voldaan wordt aan een van de volgende voorwaarden:
- i.
de jeugdige kreeg al voor zijn 18de levensjaar hulp en de gemeente vindt dat voortzetting nodig is;
- ii.
er is voor het bereiken van de 18de leeftijd bepaald dat jeugdhulp nodig is;
- iii.
na beëindiging van de jeugdhulp (die was begonnen voor het 18de levensjaar) stelt de gemeente binnen een termijn van half jaar vast dat hervatting van de jeugdhulp noodzakelijk is.
- i.
- a.
-
5. Wanneer de jongere jeugdhulp ontvangt in het kader van straffen en maatregelen, of van reclasseringstoezicht is voortzetting tot het 23ste levensjaar op aanwijzen van justitie verplicht.
Artikel 3.7 Perspectiefplan 18+
Indien naar verwachting ook na het 18e jaar nog hulp nodig is wordt nagedacht op welke wijze en via welke financieringsstroom dit vorm krijgt (WMO, zorgverzekering, Wlz, verlengde Jeugdhulp). Input voor het Plan van Aanpak wordt mede geleverd door jeugdhulpaanbieders en/of gecertificeerde instellingen via het Perspectiefplan 18+. Uiterlijk bij de leeftijd van 17 en een half jaar moet duidelijk zijn of en welke ondersteuning er nodig is vanaf het 18e levensjaar en hoe dit geregeld gaat worden c.q. binnen welk wettelijk kader deze ondersteuning dient te vallen. Hiervoor is gekozen om, indien noodzakelijk, een warme overdracht naar zorg en ondersteuning voor volwassenen te garanderen.
Artikel 3.8 Goedkoopst adequate individuele voorziening
-
1. De verstrekking van de ondersteuning is altijd gebaseerd op de goedkoopst adequate voorziening. Er zijn vaak meerdere geschikte oplossingen (ondersteuningsvormen) maar er wordt gekozen voor de oplossing die naar objectieve maatstaven de goedkoopste is om het beoogde resultaat/doel te bereiken.
-
2. Indien belanghebbende een duurdere voorziening wil (die eveneens adequaat is) komen de meerkosten voor rekening van belanghebbende. In dergelijke situaties zal de verstrekking plaatsvinden in de vorm van een PGB gebaseerd op de goedkoopst compenserende voorziening.
Artikel 3.9 Acute problematiek
Is er sprake van een acute problematiek, dan zorgt de gemeente - voor zover dit hoort bij haar taak en bevoegdheden en mogelijkheden - onmiddellijk voor adequate hulp.
Artikel 3.10 De inhoud en geldigheidsduur van het besluit
-
1. In aanvulling op artikel 4.6 van de verordening staat in de beschikking in ieder geval: de aanvraagdatum, de beslissing, de motivering van de beslissing en informatie over de uitvoering van het besluit.
-
2. In de beschikking is tevens in ieder geval vastgelegd:
- a.
de frequentie van de activiteiten die worden ingezet tijdens de jeugdhulp;
- b.
de ingangsdatum en de duur van de beschikte voorziening.
- a.
-
3. De beschikking staat op naam van de jeugdige. Totdat een jeugdige 16 jaar is, ontvangt de ouder of gemachtigde (ook) de beschikking. Vanaf 16 jaar kiest de jeugdige zelf of de beschikking ook naar de ouder of gemachtigde wordt verstuurd.
-
4. Bij aanvragen via het medische domein sturen we de beschikking alleen aan de jeugdige als de jeugdige 16 jaar of ouder is.
-
5. In geval van een besluit hoog specialistische jeugdhulp wordt de aard en omvang van de in te zetten hulp beschreven in het ondertekende plan van aanpak dat door het samenwerkingsverband hoog specialistische jeugdhulp samen met de jeugdige en zijn ouders is opgesteld.
Hoofdstuk 4 Persoonsgebonden budget (PGB)
Artikel 4.1 Aanvraag PGB
-
1. De aanvraag van een PGB geschiedt door de gezaghebbende ouder of wettelijke vertegenwoordiger van de jeugdige.
-
2. Voor de aanvraag is toestemming nodig conform de leeftijdscategorieën die zijn benoemd in de Jeugdwet: beide gezaghebbende ouders bij jeugdigen tot 12 jaar; van 12 tot 16 jaar de jeugdige zelf en de gezaghebbende ouder(s); en in de leeftijd van 16-18 jaar de jeugdige zelf met of zonder gezaghebbende ouder behalve wanneer het gaat om residentiele hulp. Dan is ook toestemming van gezaghebbende ouders noodzakelijk.
Artikel 4.2 De inhoud en geldigheidsduur van het besluit over een pgb
-
1. Indien aanvrager kiest voor verstrekking van een individuele voorziening in de vorm van een pgb, dan neemt het college in de beschikking op:
- a.
het maximale budget waarmee de voorziening kan worden ingekocht;
- b.
de periode waarvoor de toekenning van het pgb geldt;
- c.
informatie over de dienstverlening van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) en de taken van de budgethouder richting de SVB.
- a.
Artikel 4.3 Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering van het pgb
Aanvullend op artikel 5.1 van de verordening kan de beschikking over een individuele voorziening in de vorm van een pgb worden ingetrokken of aangepast, indien:
- 1.
de budgethouder geen of onvoldoende verantwoording aflegt aan SVB of college;
- 2.
de budgethouder verzoekt om omzetting van het pgb in een individuele voorziening in natura.
Artikel 4.4 Voorwaarden om in aanmerking te komen voor een pgb
-
1. Het college verstrekt een individuele voorziening uitsluitend in de vorm van een pgb, als aanvrager het verzoek om een pgb heeft onderbouwd met een gemotiveerd budgetplan.
-
2. Het budgetplan dient tijdig aangeleverd te worden door de aanvrager.
-
3. Het college verstrekt een individuele voorziening uitsluitend in de vorm van een pgb, indien de beoogd budgethouder een zorgovereenkomst afsluit met de zorgverlener. De budgethouder is verplicht de modelzorgovereenkomsten van de SVB te gebruiken.
-
4. Onverminderd artikel 4.7 lid 2 van de verordening beoordeelt het college of de aanvrager van een pgb voldoende in staat is de pgb-taken uit te voeren. Het college kan besluiten dat de aanvrager van een pgb niet in staat is om de pgb-taken uit te voeren, in geval dat:
- a.
de aanvrager handelingsonbekwaam is en onvoldoende hulp krijgt vanuit zijn sociale netwerk en/of een curator;
- b.
de aanvrager onvoldoende inzicht heeft in de eigen situatie, bijvoorbeeld als gevolg van een verstandelijke beperking of psychische problemen;
- c.
de aanvrager de Nederlandse taal in woord en geschrift onvoldoende machtig is;
- d.
er sprake is van ernstige verslavingsproblematiek;
- e.
er sprake is van problematische schulden;
- f.
aan de jeugdige en/of ouder in de afgelopen drie jaren voorafgaand aan de datum van het gesprek een pgb is verleend, waarbij de jeugdige en/of ouder niet heeft voldaan aan de voorwaarden van dit pgb.
- a.
-
5. Als de jeugdige een vertegenwoordiger heeft of heeft gemachtigd om zijn belangen ten aanzien van het pgb te behartigen en deze is wel in staat om de pgb-taken uit te voeren, dan kan er worden afgeweken van lid 4.
-
6. Het college geeft in de beschikking een feitelijke onderbouwing van de weigering om een pgb te verstrekken op grond van overwegende bezwaren. Deze onderbouwing kan bijvoorbeeld een medische onderbouwing zijn, het aantonen van schulden of eerder misbruik.
-
7. Het college verstrekt geen pgb voor de voorziening dyslexiezorg, pleegzorg en crisiszorg omdat voor deze jeugdhulpvoorzieningen andere toeleidingscriteria gelden.
-
8. Als de jeugdige een vertegenwoordiger heeft of heeft gemachtigd om zijn belangen ten aanzien van het pgb te behartigen en de aan het pgb verbonden taken uit te voeren, dan mag om belangenverstrengeling te voorkomen in het geval van formele jeugdhulp, deze vertegenwoordiger niet de uitvoerder zijn van de jeugdhulp die met het pgb wordt ingekocht.
-
9. Bij informele jeugdhulp kan de vertegenwoordiger en de uitvoerder van de jeugdhulp, als bedoeld in lid 8, wel dezelfde persoon zijn.
Artikel 4.5 Informeel pgb
-
1. De budgethouder kan alleen als het persoonlijke verzorging en/of begeleiding betreft de individuele voorziening betrekken van een informeel zorgverlener.
Artikel 4.6 Voorwaarden inzet sociaal netwerk uit pgb
-
1. Voor de inzet van iemand uit het sociaal netwerk vanuit een pgb zijn de volgende voorwaarden van toepassing:
- a.
er is sprake van een langdurige, omvangrijke en frequente ondersteuningsvraag en in alle redelijkheid en billijkheid kan niet verwacht worden dat dit binnen de eigen mogelijkheden wordt opgelost;
- b.
de beloning van het sociale netwerk blijft in elk geval beperkt tot die gevallen waarin de zorg aantoonbaar tot betere en effectievere ondersteuning leidt en aantoonbaar doelmatiger is dan zorg in natura;
- c.
het moet duidelijk zijn dat de kwaliteit van de hulp die het sociaal netwerk biedt toereikend is gelet op de problematiek en ontwikkelingsdoelen van de jeugdige. Er moet beoordeeld worden of de situatie van de jeugdige professionele hulp noodzakelijk maakt. Als alleen professionele hulp een doeltreffende oplossing is kan deze hulp niet door het sociaal netwerk geboden worden.
- d.
de persoon die behoort tot het sociale netwerk heeft aangegeven dat het bieden van de ondersteuning voor hem niet tot overbelasting leidt.
- a.
Artikel 4.7 Formeel pgb
Indien de jeugdige en/of ouder een pgb besteedt bij een zorginstelling of een zzp'er, dan dient deze in het budgetplan te verklaren te voldoen aan de onderstaande (kwaliteits)eisen.
- 1.
De professionele zorgverlener draagt zorgt voor kwalitatief goed en voldoende personeel dat verantwoorde hulp biedt (norm verantwoorde werktoedeling). Er worden vakbekwame medewerkers/zorgverleners ingezet die beschikken over werkervaring, kwalificaties en/of opleidingen die passend zijn bij de aard van de hulpverlening. Er is sprake van verantwoorde hulp geboden als:
- A.
medewerkers/zorgverleners worden ingezet met een BIG of SKJ registratie;
- B.
medewerkers/zorgverleners worden ingezet met een registratie bij het Registerplein (register GGZ agogen, register Kinderwerkers & Jongerenwerkers, register Maatschappelijk werkers, register Psychodiagnostisch werkenden en register Sociaal werkers);
- C.
medewerkers/zorgverleners worden ingezet met een registratie in het SRVB voor vaktherapeuten of het kwaliteitsregister voor Hoogbegaafdheid;
- D.
medewerkers/zorgverleners beschikken over een door Crebo erkent diploma van een relevante MBO opleiding niveau 3 of 4;
- E.
een SKJ of BIG geregistreerde gedragsdeskundige eindverantwoordelijk is voor de behandeling van jeugdhulp- en opvoedhulp;
- F.
een BIG geregistreerde hoofdbehandelaar eindverantwoordelijk is voor een GGZ behandeling. De rol van de hoofdbehandelaar is beschreven in een kwaliteitsstatuut, dat is geregistreerd bij het Zorginstituut Nederland;
- G.
vrijwilligers, ervaringsdeskundigen, stagiaires of niet geregistreerde medewerker worden ingezet, zijn zij een aanvulling en worden begeleid en werken onder de verantwoordelijkheid van het gekwalificeerd personeelsbestand.
- A.
- 2.
Er wordt gewerkt met een familiegroepsplan of plan van aanpak.
- 3.
Er wordt gewerkt met een systematische kwaliteitsbewaking op verzoek aantoonbaar door de professionele zorgverlener.
- 4.
De professionele zorgverlener beschikt voor elk van zijn vrijwilligers en medewerkers over een geldige Verklaring Omtrent Gedrag (VOG). Desgevraagd overlegt de zorgverlener de VOG aan budgethouder en/of gemeente.
- 5.
De professionele zorgverlener beschikt voor elk van zijn vrijwilligers en medewerkers over een geldige Verklaring Omtrent Gedrag (VOG). Desgevraagd overlegt de zorgverlener de VOG aan budgethouder en/of gemeente.
- 6.
Er wordt voldaan aan de meldplicht bij een calamiteit.
- 7.
Er wordt voldaan aan de meldplicht geweld bij de verlening van jeugdhulp.
- 8.
Een zorginstelling beschikt over een klachtencommissie, of in geval van een zzp'er een duidelijke klachtenprocedure ten behoeve van de jeugdige en ouder en maakt deze kenbaar aan de jeugdige en ouder.
- 9.
Een zorginstelling met meer dan 10 personeelsleden beschikt over een cliëntenraad.
- 10.
De zorginstelling stelt een vertrouwenspersoon in de gelegenheid zijn/haar taak uit te oefenen.
- 11.
De professionele zorgverlener is aangesloten bij of volgt een voor de bedrijfstak relevante landelijke CAO en kan dat desgevraagd aantoonbaar maken. Dit geldt voor alle professionals in loondienst (en ook bij onderaannemers).
- 12.
De professionele zorgverlener is bij de gemeente niet bekend vanwege ondeskundige jeugdhulp, het handelen in strijd met relevante wetgeving of beleidsregels, misleiding of fraude.
- 13.
De professionele zorgverlener meldt aan budgethouder (en eventuele vertegenwoordiger van de budgethouder) en aan de gemeente indien hij onderwerp van onderzoek wordt, is of is geweest door autoriteiten (b.v. IGJ, NZA, zorgverzekeraar of andere gemeente).
- 14.
De professionele zorgverlener hanteert de Governance Code Zorg 2022. Als cliënt of gemeente hierom vraagt, licht de zorgverlener toe hoe de Governance Code wordt toegepast in de organisatie.
- 15.
De professionele zorgverlener voert een deugdelijke administratie, waarbij voor de gemeente in ieder geval inkomsten, uitgaven, verplichtingen, cliëntdossiers en verantwoording te herleiden zijn naar bron en bestemming.
- 16.
Professionele zorgverleners die nieuw toetreden tot de markt van jeugdhulp melden zich zelf aan bij het Inspectieloket Sociaal domein en Jeugd.
- 17.
Indien het college een controle uitvoert is de professionele zorgverlener verplicht om kosteloos medewerking te verlenen. De controles richten zich onder meer op de inhoudelijke kwaliteit, feitelijke levering, doel- en rechtmatigheid van de gedeclareerde jeugdhulp. De zorgverlener levert alle gevraagde gegevens en is verplicht inzage te geven in bijvoorbeeld de personele en financiële administratie. De controles en evaluaties mogen de continuïteit van de dienstverlening niet verstoren, een en ander ter beoordeling van de gemeente.
- 18.
De professionele zorgverlener geeft de jeugdige en/of ouder, of gemachtigde en de gemeente te allen tijde inzage in de bewijsstukken van bovenstaande kwaliteitseisen.
Artikel 4.8 De hoogte van een pgb
-
1. Het college bepaalt de hoogte van het pgb op basis van het specifieke product inclusief benodigd volume (bijvoorbeeld uren of dagdelen), dat toegekend zou zijn, indien aanvrager om een individuele voorziening in natura had verzocht.
-
2. Van lid 1 kan worden afgeweken als in het individuele geval blijkt dat de hoogte van het PGB-tarief niet voldoet aan het gestelde in artikel 4.7 lid 4 sub b van de Verordening. De hoogte van het PGB moet toereikend zijn om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede jeugdhulp in te kopen.
-
3. Voor het pgb gelden de bedragen zoals opgenomen in Bijlage 2. In de beschikking is aangegeven welk aantal uren, dagdelen, etc. van het product noodzakelijk is. Het maximale pgb wordt bepaald als p x q (product x benodigd volume). In de beschikking is de maximale hoogte van het pgb gedurende de geldigheidsduur van de beschikking genoemd.
-
4. Formele jeugdhulpaanbieders, inclusief professioneel gekwalificeerde zzp'ers, ontvangen het formele pgb-tarief zoals opgenomen in artikel 4.7 lid 6 van de Verordening.
-
5. Informele jeugdhulpaanbieders uit het eigen sociale netwerk van de budgethouder en overige niet-gekwalificeerde jeugdhulpaanbieders ontvangen het informele tarief zoals opgenomen in artikel 4.7 lid 7 van de Verordening.
-
6. Als het maximaal aangevraagde bedrag in het budgetplan van aanvrager lager is dan het maximaal te verstrekken bedrag als bedoeld lid 1, dan is het budgetplan leidend.
Artikel 4.9 Samenloop pgb en zorg in natura
-
1. Een voorziening middels een informeel pgb kan tegelijkertijd naast zorg in natura worden toegekend.
-
2. Een voorziening middels een formeel pgb kan tegelijkertijd naast een voorziening in zorg in natura worden toegekend.
Artikel 4.10 Overige bepalingen pgb voor diensten
-
1. Het is niet toegestaan om een vrij besteedbaar bedrag te (laten) uitbetalen uit het pgb.
-
2. Een eenmalige uitkering kan worden uitgekeerd aan professionele dan wel informele zorgverlener die werknemer of opdrachtnemer is van de budgethouder en die plotseling zonder werk komt door de beëindiging van een contract met budgethouder. Er moet een geldig contract tussen budgethouder en zorgverlener zijn afgesloten. Dit kan een arbeidsovereenkomst zijn, of een overeenkomst van opdracht met een zzp'er of een informele zorgverlener. De eenmalige uitkering is niet bedoeld voor zorginstellingen en mag daarvoor niet worden ingezet.
-
3. Een feestdagenuitkering bedraagt maximaal € 272,- en kan alleen worden verstrekt aan zorgverleners (professioneel en informeel) die werknemer of opdrachtnemer zijn van de budgethouder. Een feestdagenuitkering kan niet worden uitbetaald aan zorginstellingen.
Hoofdstuk 5 Inwerkingtreding
Artikel 5.1 Inwerkingtreding
-
1. Deze Nadere regels treden de dag na bekendmaking in werking.
-
2. Met de inwerkingtreding van deze Nadere regels worden de Beleidsregels jeugdhulp gemeente Goirle 2024 ingetrokken.
Artikel 5.2 Citeertitel
Deze Nadere regels worden aangehaald als Nadere regels jeugdhulp gemeente Goirle 2025.
Ondertekening
Aldus besloten door het college van burgemeester en wethouders op 1 juli 2025.
De secretaris,
De burgemeester,
Bijlage 1 Beschrijving segmenten
In deze bijlage worden de 5 segmenten van zorg nader beschreven. Meer informatie over deze segmenten, de jeugdhulpaanbieders binnen deze segmenten en productcodes staan beschreven op de website www.zorginregiohartvanbrabant.nl.
Segment 1: Hoog specialistische jeugdhulp
Het gaat in dit segment om jeugdigen en de gezinnen waarvan zij deel uitmaken, met een ernstige meervoudige complexe problematiek, waarvoor intensieve jeugdhulp nodig is en waarvoor veelal coördinatie over leefdomeinen heen aan de orde is.
Wat houdt hoog specialistische Jeugdhulp in?
We rekenen onder segment 1 de volgende vormen van Jeugdhulp:
- •
Behandelverblijf (open, gesloten of forensische setting);
- •
Intensieve ambulante Jeugdhulp gericht op behandeling van complexe tot zeer Meervoudige problematiek met ontwikkelperspectief (bijvoorbeeld (dag)behandeling i.c.m. begeleiding, en/of dagbegeleiding);
- •
Landelijke Transitie Arrangement (LTA) en transforensische zorg.
Wat houdt LTA, JeugdzorgPlus en Transforensische zorg in?
Landelijk Transitiearrangement (LTA)
LTA is een set aan afspraken die door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) landelijk wordt gemaakt, met een beperkt aantal Jeugdhulpaanbieders. Hieraan liggen een aantal criteria ten grondslag, namelijk:
- •
Het aan Jeugdigen dat hiervan gebruikmaakt per Jeugdhulpregio is dermate klein dat het voor gemeenten moeilijk is om daarvoor goed aanbod te contracteren;
- •
Het aanbod is dermate gespreid over het land en klein in omvang dat de, door de Jeugdhulpaanbieder landelijk te contracteren, de transactiekosten en administratieve lasten worden beperkt;
- •
Het aanbod is dermate specialistisch dat het organiseren van een substituut op lokaal niveau moeilijk zal zijn.
Door deze hulpverlening landelijk te contracteren, wordt het doel bereikt om goede, passende hulp te bieden aan de meest kwetsbare jongeren en om de continuïteit van het zorglandschap te garanderen.
JeugdzorgPlus
JeugdzorgPlus is een vorm van gesloten Jeugdhulp. Deze wordt geboden aan Jeugdigen die niet bereikbaar zijn voor lichtere vormen van Jeugdhulp. Zonder behandeling vormen zij een risico voor zichzelf en/of voor hun omgeving. De kinderrechter beslist of een jongere JeugdzorgPlus nodig heeft. Als dat zo is, legt de rechter een civiele maatregel op en spreekt de ‘machtiging gesloten Jeugdhulp’ uit. Een kinderrechter kan ook een ‘voorwaardelijke machtiging gesloten Jeugdhulp’ verlenen waarin voorwaarden staan. Als de jongere zich aan de voorwaarden houdt, hoeft hij of zij niet (terug) naar de JeugdzorgPlus instelling.
JeugdzorgPlus heeft als doel een dusdanige gedragsverandering te realiseren dat de Jeugdige weer kan participeren in de maatschappij. De Jeugdige kan na behandeling in de JeugdzorgPlus instelling verder behandeld worden in een open setting of thuis. JeugdzorgPlus wordt zo kort als nodig, maar zo lang als noodzakelijk opgelegd.
Transforensische zorg
Dit betreft Jeugdhulp (in een strafrechtelijk kader) gericht op gedragsinterventies voor Jeugdigen die een delict hebben gepleegd.
Samenwerkingverband
De jeugdhulp binnen segment 1 wordt verzorgd door een samenwerkingsverband van jeugdzorgaanbieders.
Segment 2: Wonen
Wanneer de thuissituatie geen veilige of passende woonomgeving voor een jeugdige vormt, moet er een alternatieve woonvorm gevonden worden die zo lang als nodig als thuis fungeert. Het gaat dan om pleegzorg, gezinshuizen, kleinschalige woonleefgroepen en zelfstandig bevorderende woonvormen.
Segment 2 betreft de woonvoorzieningen voor Jeugdigen die niet meer thuis kunnen wonen. Dit segment bestaat uit vier diensten, te weten:
- 1.
Pleegzorg
- 2.
Gezinshuizen
- 3.
Kleinschalige woonleefgroepen
- 4.
Zelfstandigheid bevorderende woonvormen
Pleegzorg en gezinshuizen zijn gezinsgerichte vormen van Jeugdhulp, omdat de Jeugdigen in een respectievelijk vrijwillige of ‘professionele’ gezinssetting worden opgevangen. Deze genieten – ook wettelijk – de voorkeur boven residentiële plaatsing. De kleinschalige woonleefgroep is een niet-gezinsgerichte woonvorm voor Jeugdigen die die zich thuis onvoldoende veilig kunnen ontwikkelen en/of gezond kunnen opgroeien en voor wie een pleeggezin of gezinshuis vanwege hun (hechtings)problematiek niet passend is. De zelfstandigheid bevorderende woonvorm, is gericht op het toewerken richting zelfstandigheid, bedoeld voor Jeugdigen vanaf 16 jaar die deze steun niet in het eigen gezin (kunnen) ontvangen.
In dit segment verblijven jeugdigen in een zo thuis mogelijke omgeving. Wel kan het zijn dat de aard van de doelgroep een (continue) mate van begeleiding noodzakelijk maakt. Deze is dan bij de woonvoorziening inbegrepen. Als een Jeugdige daarnaast een specifieke, individuele behandel-/begeleidingsvraag heeft, valt deze dienstverlening onder segment 4. Voor dagbegeleiding ten behoeve van de ontwikkeling van een Jeugdige wordt een beroep gedaan op segment 3.
Coördinatiepunt Wonen
Het regionaal coördinatiepunt wonen wordt bemand door een onafhankelijke professional. Zij nemen aanmeldingen aan leiden toe naar een woonaanbieder.
Het coördinatiepunt doet geen matching. Daar is de Jeugdhulpaanbieder zelf verantwoordelijk voor. Het coördinatiepunt voert geen coördinatie binnen het domein Jeugd of over het Integraal plan van aanpak
Verwijzers hebben de verplichting om aanvragen voor gezinshuizen en kleinschalige woonvoorzieningen via het coördinatiepunt te organiseren. Enkel als een Jeugdhulpaanbieder zelf een Jeugdige in een behandelgroep heeft zitten en in overleg met de Verwijzer rechtstreeks op een eigen woonvoorziening kan worden geplaatst, geldt die verplichting niet. Uiteraard moet de plaatsing wel worden gemeld bij het coördinatiepunt.
Segment 3: Dagbegeleiding en respijtzorg
Dagbegeleiding ziet toe op het stimuleren en aanleren van sociale en praktische vaardigheden gedurende een of enkele dagdelen per week.
Bij respijtzorg gaat het om het bieden van periodieke tijdelijke ontlasting aan ouders en/of het gezin i.v.m. (dreigende) overbelasting van het gezinssysteem. Beide vormen van jeugdhulp zijn tijdelijk van aard en worden in groepsverband op locatie van de jeugdhulpaanbieder geboden.
Dagbegeleiding
Binnen de categorie dagbegeleiding kennen we twee varianten: dagbegeleiding A en dagbegeleiding B. Hieronder leest u in de tabel per variant de bijbehorende kenmerken en kan een inschatting worden gemaakt welke variant passend is en aansluit bij de behoefte van de Jeugdige.
|
Dagbegeleiding A |
Dagbegeleiding B |
|
|
Groepsgrootte |
1 medewerker op maximaal 5-6 Jeugdigen. |
1 medewerker op maximaal 4 Jeugdigen. |
|
Problematiek |
Er is sprake van Enkelvoudige problematiek. Bij meervoudige problematiek kan Dagbegeleiding A soms tevens passend zijn, mits de Jeugdige zelfstandig genoeg blijkt. |
Er is sprake van meervoudige problematiek. |
|
Zelfredzaamheid |
De Jeugdige is in enige mate beperkt in zijn ontwikkeling en mate van Zelfredzaamheid door kindgebonden problematiek. |
De Jeugdige is in hoge mate beperkt in zijn ontwikkeling en mate van Zelfredzaamheid door kindgebonden problematiek. Indicaties hiervoor zijn dat, in het geval dat de aansturing uitblijft minstens een van de volgende zaken optreedt:
|
|
Voorspelbaarheid gedrag |
Het gedrag van de Jeugdige is redelijk voorspelbaar en risico`s als gevolg van de problematiek zijn goed in te schatten. |
Het gedrag van de Jeugdige is matig tot slecht voorspelbaar en risico`s als gevolg van de problematiek zijn niet altijd even goed in te schatten. |
|
Zelfstandigheid |
De Jeugdige is voldoende zelfstandig (waarbij rekening gehouden wordt met het intellectueel functioneren en de ontwikkelleeftijd) en de mate van zelfstandigheid is passend voor zorg binnen deze categorie van dagbegeleiding. |
De Jeugdige is matig tot niet zelfstandig. |
Respijtzorg
Binnen de categorie respijtzorg kennen we twee varianten, genoemd respijtzorg A en respijtzorg B. Hieronder leest u per varianten de bijbehorende kenmerken. Deze tabel biedt de mogelijkheid om o.b.v. de behoefte van de Jeugdige een inschatting te maken welke variant passend is.
|
Respijtzorg A |
Respijtzorg B |
|
|
Groepsgrootte |
1 medewerker op maximaal 5-6 Jeugdigen. |
1 medewerker op maximaal 4 Jeugdigen. |
|
Problematiek |
Er is sprake van Enkelvoudige problematiek. Bij meervoudige problematiek kan Respijtzorg A soms tevens passend zijn, mits de Jeugdige zelfstandig genoeg blijkt. |
Er is sprake van meervoudige problematiek. |
|
Zelfredzaamheid |
De Jeugdige is niet of in enige mate beperkt in zijn ontwikkeling en mate van Zelfredzaamheid door kind eigen problematiek. |
De Jeugdige is in hoge mate beperkt in zijn ontwikkeling en in de mate van Zelfredzaamheid door kindgebonden problematiek. Indicaties hiervoor zijn dat, in het geval dat de aansturing uitblijft minstens een van de volgende zaken optreedt:
|
|
Voorspelbaarheid gedrag |
Het gedrag van de Jeugdige is redelijk voorspelbaar en risico`s als gevolg van de problematiek zijn goed in te schatten. |
Het gedrag van de Jeugdige is matig tot slecht voorspelbaar en risico`s als gevolg van de problematiek zijn niet altijd even goed in te schatten. |
|
Zelfstandigheid |
De Jeugdige is voldoende zelfstandig (waarbij rekening gehouden wordt met het intellectueel functioneren en de ontwikkelleeftijd) en de mate van zelfstandigheid is passend voor zorg binnen deze categorie van respijtzorg. |
De Jeugdige is matig tot niet zelfstandig. |
Segment 4: Veelvoorkomende jeugdhulp
Het gaat hier om specialistische jeugdhulp voor jeugdigen met enkelvoudige problematiek. Het betreft ambulante en/of poliklinische hulp die minder intensief en/of minder langdurig is dan de hoog specialistische jeugdhulp in segment 1. Vaak ligt de focus op psychische problemen.
Binnen dit segment hebben wij het over alle ambulante of poliklinische jeugdhulp (begeleiding, behandeling, ambulante GGZ, vaktherapie, combinaties hiervan) die niet onder segment 1 valt.
Het betreft ambulante hulp gericht op:
- -
het bieden van hulp in het kader van GGZ-vragen. Dit zijn vragen waarbij er is sprake van een (vermoeden van) DSM-geclassificeerde stoornis, ontwikkelingsproblemen, psychische en/of psychiatrische problemen, al dan niet gepaard gaande met systeemproblemen;
- -
het verbeteren en/of oplossen van problematische opvoedingssituaties;
- -
het verbeteren en/of oplossen van problemen van Jeugdigen met een (licht verstandelijke, zintuiglijke en/of lichamelijke) beperking;
- -
het bieden van hulp middels vaktherapie.
De volgende soorten hulp vallen onder segment 4:
|
Domein |
Product |
|
Geestelijke gezondheidszorg (GGZ) |
GGZ Hoog specialistisch |
|
GGZ Specialistisch |
|
|
GGZ Begeleiding |
|
|
Medicatiecontrole |
|
|
Jeugd en Opvoedhulp (JOH) |
JOH Behandeling |
|
JOH Begeleiding |
|
|
Gehandicaptenzorg (GHZ) |
GHZ Behandeling |
|
GHZ Begeleiding |
|
|
Verzorging / |
|
|
Basisondersteuning |
|
|
Vaktherapie |
* Vaktherapie kan domeinoverstijgend in worden gezet.
Segment 5: Crisis
Het gaat hier om jeugdigen en gezinnen waarvoor acute hulpverlening noodzakelijk is vanwege veiligheid en/of de aard van de hulpvraag.
Er is sprake van crisis bij een plotselinge, ernstige ontregeling (in de fysieke, sociale en psychische gesteldheid van de Jeugdige of van de omgeving) met als gevolg het ontstaan van een acuut onhoudbare situatie in het thuismilieu of de woonsituatie van de jeugdige.
De regio rekent onder segment 5 de volgende vormen van integrale crisiszorg:
- •
De ambulante crisishulp aan huis bij de Jeugdige. Deze wordt na de melding van de crisis zo spoedig mogelijk geboden, maar in ieder geval binnen acht uur op werkdagen.
- •
Verblijfzorg: Plaatsing in een residentiele instelling of een crisispleeggezin, als dit noodzakelijk is in verband met de veiligheid van de Jeugdige, en dient per direct beschikbaar te zijn.
- •
Het samen met de Verwijzer, Ouder en Jeugdige regelen van een zo spoedig mogelijke doorstroom naar huis en/of vervolghulp. Uitgangspunt is om binnen twee weken te voorzien in een passend uitstroomplan.
Samenwerkingverband
De jeugdhulp binnen segment 5 wordt verzorgd door een samenwerkingsverband van jeugdzorgaanbieders.
Bijlage 2. PGB-tarieven regionale jeugdhulp vanaf 1 januari 2025
De gemeente Goirle heeft jeugdhulp ingekocht. Zie de link Home - Zorg in Regio Hart van Brabant voor informatie welke gecontracteerde organisaties ondersteuning bieden, de tarieven en een inhoudelijke toelichting op het aanbod. Tarief PGB formeel is 85% van ZIN tarief. Tarief informeel is gebaseerd op CAO VVT.
|
Tarieven PGB Formeel |
|||
|
Omschrijving prestatie |
Grondslag tarief |
Tarief ZIN prijspeil 2025 |
Tarief pgb formeel 2025 |
|
Segment 2 |
|||
|
Pleegzorg |
Per Etmaal |
€ 56,18 |
€ 47,75 |
|
Gezinshuis |
Per Etmaal |
€ 197,63 |
€ 167,99 |
|
Kleinschalige woonleefgroep basis |
Per Etmaal |
€ 276,96 |
€ 235,35 |
|
Kleinschalige woonleefgroep plus |
Per Etmaal |
€ 405,65 |
€ 344,80 |
|
Kamertraining |
Per Etmaal |
€ 121,05 |
€ 102,89 |
|
Fasehuis |
Per Etmaal |
€ 195,01 |
€ 165,76 |
|
Segment 3 |
|||
|
Dagbegeleiding A |
Per dagdeel |
€ 62,73 |
€ 53,32 |
|
Dagbegeleiding B |
Per dagdeel |
€ 92,89 |
€ 78,96 |
|
Dagbegeleiding A toeslag zaterdagmiddag |
Per dagdeel |
€ 17,44 |
€ 14,82 |
|
Dagbegeleiding B zaterdagmiddag |
Per dagdeel |
€ 27,40 |
€ 23,29 |
|
Lopend vervoer |
Per dagdeel |
€ 9,49 |
€ 8,07 |
|
Rolstoel vervoer |
Per dagdeel |
€ 12,10 |
€ 10,29 |
|
Individueel vervoer |
Per dagdeel |
€ 12,10 |
€ 10,29 |
|
Respijtzorg A dagdeel |
Per dagdeel |
€ 52,90 |
€ 44,97 |
|
Respijtzorg B dagdeel |
Per dagdeel |
€ 77,47 |
€ 65,85 |
|
Respijtzorg A dagdeel zaterdag |
Per dagdeel |
€ 61,99 |
€ 52,69 |
|
Respijtzorg B dagdeel zaterdag |
Per dagdeel |
€ 91,72 |
€ 77,96 |
|
Respijtzorg A etmaal doordeweeks |
Per Etmaal |
€ 225,11 |
€ 191,34 |
|
Respijtzorg B etmaal doordeweeks |
Per Etmaal |
€ 312,94 |
€ 266,00 |
|
Weekend vrijdag 17:00 – zaterdag 17:00 A |
Per Etmaal |
€ 243,19 |
€ 206,71 |
|
Weekend vrijdag 17:00 – zaterdag 17:00 B |
Per Etmaal |
€ 341,91 |
€ 290,62 |
|
Weekend vrijdag 17:00 – zondag 17:00 A |
Per Stuks (outputgericht) |
€ 476,21 |
€ 404,78 |
|
Weekend vrijdag 17:00 – zondag 17:00 B |
Per Stuks (outputgericht) |
€ 672,50 |
€ 571,63 |
|
Segment 4 |
|||
|
GGZ Hoog specialistisch |
Per Uur |
€ 140,17 |
€ 119,14 |
|
GGZ specialistisch |
Per Uur |
€ 124,17 |
€ 105,54 |
|
GGZ Begeleiding |
Per Uur |
€ 89,27 |
€ 75,88 |
|
Medicatiecontrole |
Per Uur |
€ 184,22 |
€ 156,59 |
|
JOH Behandeling |
Per Uur |
€ 99,17 |
€ 84,29 |
|
JOH Begeleiding |
Per Uur |
€ 86,10 |
€ 73,19 |
|
GHZ Behandeling |
Per Uur |
€ 95,34 |
€ 81,04 |
|
GHZ Begeleiding |
Per Uur |
€ 78,89 |
€ 67,06 |
|
Verzorging / Basisondersteuning |
Per Uur |
€ 63,12 |
€ 53,65 |
|
Vaktherapie |
Per Uur |
€ 85,72 |
€ 72,86 |
|
Tarieven PGB Informeel |
||||
|
Omschrijving prestatie |
Grondslag tarief |
Tarief 2025 |
Tarief per 01-07-2025 |
Tarief per 01-07-2026 |
|
Pgb begeleiding individueel per uur |
Per Uur |
€ 24,42 |
€ 26,02 |
€ 26,94 |
|
Pgb persoonlijke verzorging individueel |
Per Uur |
€ 24,42 |
€ 26,02 |
€ 26,94 |
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl