Regeling vervallen per 16-01-2026

Standplaatsenbeleid 2025

Geldend van 31-10-2025 t/m 15-01-2026

Intitulé

Standplaatsenbeleid 2025

Inleiding

De gemeente Vught streeft naar een levendige en aantrekkelijke openbare ruimte waar inwoners, ondernemers en bezoekers zich thuis voelen. Standplaatsen spelen hierbij een belangrijke rol. Ze dragen bij aan de economische vitaliteit, de sociale cohesie en de kwaliteit van de leefomgeving. Tegelijkertijd is het van belang dat deze standplaatsen goed ingepast worden in de openbare ruimte, zodat ze geen overlast veroorzaken en de veiligheid en bereikbaarheid gewaarborgd blijven.

Met dit standplaatsenbeleid geeft de gemeente Vught richting aan de wijze waarop standplaatsen worden toegewezen, ingericht en beheerd. Het beleid heeft als doel een helder kader te bieden voor zowel standplaatshouders als de gemeente zelf, waarbij een balans wordt gezocht tussen de belangen van ondernemers, inwoners en bezoekers. Hierbij staan kwaliteit en een eerlijke verdeling van de openbare ruimte centraal.

Hoofdstuk 1 Definities

Artikel 1 Definities

In de nadere regels wordt onder de volgende begrippen verstaan:

  • a.

    Aanvrager: degene die een vergunning aanvraagt

  • b.

    College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vught.

  • c.

    APV: de geldende Algemene plaatselijke verordening gemeente Vught

  • d.

    Markt: markt zoals aangewezen in de marktverordening gemeente Vught.

  • e.

    Standplaats: een openbare plaats in de openlucht vanaf waar verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten plaatsvindt, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel, zoals bedoeld in artikel 5:17 lid 1 APV. Onder een standplaats wordt niet verstaan een vaste plaats op een jaar- of weekmarkt of tijdens een evenement (op een evenemententerrein) als bedoeld in artikelen 2:24 en 2:25 APV en artikel 160, eerste lid 1, aanhef en onder h, van de gemeentewet.

  • f.

    Vaste Standplaats: een standplaats als bedoeld in artikel 5:17 lid 1 APV op een door het college aangewezen locatie die gedurende het hele jaar één of meerdere dagen per week wordt ingenomen.

  • g.

    Seizoensgebonden standplaats: een standplaats die jaarlijks voor een bepaalde periode wordt ingenomen, gekoppeld aan een seizoen of feestperiode (bijvoorbeeld oliebollen, ijs, kerstbomen. De maximale periode hiervan is drie maanden per jaar.

  • h.

    Tijdelijke standplaats: Een tijdelijke standplaats wordt bezet voor een periode van maximaal 3 dagen achtereen. Onder een tijdelijke standplaats verstaan we zowel een incidentele standplaats als een ideële standplaats.

  • h1.

    Incidentele standplaats: Het gaat hier om verkoop of promotie van commerciële producten/diensten.

  • h2.

    Ideële standplaats: Een ideële standplaats is een standplaats die wordt ingenomen voor een niet-commercieel doel, vaak met een maatschappelijk, liefdadig of informatief karakter.

  • i.

    Standplaatslocaties: een specifiek aangewezen locatie waar een standplaats ingenomen kan worden.

  • j.

    Standplaatsvergunning: de vergunning tot het innemen van een standplaats als bedoeld in artikel 5:17 APV.

  • k.

    Vergunningsduur: De periode waarvoor een standplaatsvergunning wordt verleend.

  • l.

    Weigering: het besluit van het college om een aanvraag voor een standplaatsvergunning niet toe te kennen.

  • m.

    Evenement: voor het publiek toegankelijke verrichting van vermaak, zoals bedoeld in artikel 2:24 APV.

  • n.

    Maximumstelsel: Het maximum aantal standplaatsen dat op een locatie is toegestaan.

  • o.

    Bijzondere periode: Hieronder wordt verstaan: carnaval, Koningsdag, Eerst en Tweede Kerstdag, oudejaarsdag en Nieuwjaar.

  • p.

    Complementair aanbod: Het assortiment of de dienstverlening van een standplaatshouder dat niet of in beperkte mate beschikbaar is binnen het bestaande aanbod van vaste winkels in het betreffende winkelgebied, en dat daarmee een meerwaarde vormt voor het totale voorzieningenniveau en de aantrekkelijkheid van het gebied.

Hoofdstuk 2 Locaties

Artikel 2.1 Algemeen

Een standplaats mag uitsluitend worden ingenomen op een locatie die veilig is voor zowel de standplaatshouder als bezoekers en omwonenden. De standplaatsinrichting en –uitvoering mogen geen gevaar opleveren voor de openbare orde en (verkeers-) veiligheid.

De locaties van de vaste standplaatsen gelegen in de gemeente Vught zijn in bijlage 1 opgenomen. Bij de beoordeling van een locatie wordt getoetst aan de weigeringsgronden conform artikel 5:18 van de APV.

Artikel 2.2 Ruimtelijke ordening

Standplaatsen dienen zodanig te worden ingericht en gebruikt dat zij voldoen aan de vigerende regels van het omgevingsplan.

Artikel 2.3 Brandveiligheid

Bij standplaatsen waar hittenbronnen worden gebruikt, moet rekening worden gehouden met mogelijke veiligheidsrisico’s voor zowel gebruikers als omwonenden. Om brandveiligheid te waarborgen, dienen de bepalingen uit het meest actuele Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening te worden nageleefd.

Artikel 2.4 Ondergrond voor andere doeleinden nodig

Het kan voorkomen dat de gemeente Vught de ondergrond van een standplaats of de directe omgeving daarvan nodig heeft voor andere doeleinden, zoals evenementen of wegwerkzaamheden. Tijdens de periode waarin een evenement plaatsvindt, inclusief de op- en afbouw, heeft het evenement voorrang op het gebruik van de standplaats.

Indien een standplaats tijdelijk niet kan worden ingenomen vanwege een evenement of werkzaamheden aan de weg (het onderhoud, de reconstructie of het tijdelijk afsluiten van wegen die van invloed kunnen zijn op de toegankelijkheid van standplaatsen), zoekt de gemeente in overleg met de standplaatshouder naar een alternatieve locatie.

Een standplaatshouder mag zijn vaste standplaats tijdens een evenement uitsluitend innemen als de evenementenorganisator hier expliciet schriftelijk toestemming voor heeft gegeven en de standplaats is opgenomen in de vergunningsaanvraag voor een evenementenvergunning. In dat geval maakt een standplaats gedurende het evenement integraal onderdeel uit van het evenement.

Hoofdstuk 3 Standplaatsvergunning

Artikel 3.1 Algemeen

De vergunning is ingevolge artikel 1:5 APV een persoonsgebonden vergunning en mag derhalve niet aan een ander worden overgedragen/afgestaan of in gebruik worden gegeven.

Artikel 3.2 Indieningsvereisten

Voor het verkrijgen van een standplaatsvergunning komt uitsluitend een rechtspersoon of natuurlijk persoon in aanmerking die een aanvraag via het daarvoor beschikbare online aanvraagformulier bij het college heeft ingediend. Een natuurlijk persoon dient de leeftijd van 18 jaar te hebben bereikt.

  • 1.

    De aanvraag voor een standplaatsvergunning bevat in elk geval de volgende gegevens en documenten:

    • a.

      naam, adres, woonplaats, telefoonnummer en e-mailadres aanvrager;

    • b.

      voor rechtspersonen een bewijs van inschrijving in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel, niet ouder dan zes maanden;

    • c.

      gewenste locatie;

    • d.

      gewenste dag/dagen en tijden waarop de standplaats wordt ingenomen;

    • e.

      eventuele opbouw- en voorbereidingstijd van de standplaats;

    • f.

      een opsomming van de te verhandelen goederen, diensten of het doel waarvoor de standplaats wordt ingenomen;

    • g.

      vermelding van het gebruik van gemeentelijke stroomvoorziening en hoeveel ampère;

    • h.

      vermelding van het gebruik van watervoorziening;

    • i.

      een foto van de verkoopinrichting;

    • j.

      een opgave van de afmetingen van de verkoopinrichting;

    • k.

      Indien de standplaats op particulier terrein is: schriftelijke toestemming van de eigenaar;

    • l.

      een kopie van een geldig identiteitsbewijs van de aanvrager;

    • m.

      plattegrond met de ingetekende inrichting van de standplaatslocatie.

Artikel 3.3 voorwaarden standplaatsvergunning

Een standplaatsvergunning wordt verleend indien:

  • a.

    de aanvraag voor een standplaatsvergunning niet in strijd is met het omgevingsplan;

  • b.

    de aanvraag passend is met de standplaatslocaties en maximumstelsel uit bijlage 1 ‘Locaties en maximumstelsel’;

  • c.

    er geen belemmering is voor de verkeersveiligheid;

  • d.

    de vrije doorgang voor het verkeer en hulpdiensten niet wordt belemmerd;

  • e.

    de toegang tot gebouwen en bereikbaarheid van brandkranen niet wordt belemmerd;

  • f.

    de standplaats mag geen onaanvaardbare overlast veroorzaken voor omwonenden of gebruikers van nabijgelegen panden. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar het uitzicht, maar ook naar:

    • -

      geur- en rookontwikkeling,

    • -

      geluidsoverlast,

    • -

      afvalproductie en hygiëne,

    • -

      brandveiligheid en afstand tot ramen of deuren,

    • -

      aantasting van de leefbaarheid van de directe omgeving.

  • Om deze overwegingen te borgen, geldt als richtlijn dat een standplaats minimaal 4 meter verwijderd moet zijn van gevels van woningen en andere gevoelige gebouwen. In specifieke gevallen kan de gemeente gemotiveerd afwijken van deze afstand, als de standplaats geen nadelige effecten veroorzaakt voor de omgeving.

  • g.

    Aanvragen moeten complementair aanbod hebben op het winkelgebied, zoals geduid in Artikel 1.p. De beoordeling of sprake is van aanvullend aanbod wordt gedaan door de medewerkers van vergunningverlening en economische zaken van de gemeente Vught. Zij wegen daarbij de mate van overlap met het bestaande winkelassortiment.

  • h.

    Aan de vergunningsaanvraag voor een standplaats moet een door de aanvrager volledig ingevulde en ondertekende huurovereenkomst zijn toegevoegd (bijlage 2). Deze huurovereenkomst wordt na vergunningverlening door de gemeente ondertekend en aangevuld met de exacte vergunningsgegevens. De vergunning is pas volledig geldig na ondertekening van beide partijen.

Artikel 3.4 Geldigheidsduur

Op basis van de meest recente jurisprudentie worden vaste standplaatsvergunningen beschouwd als schaarse vergunningen en vallen ze onder de Europese Dienstenrichtlijn. Dit houdt in dat de vaste standplaatsvergunningen niet voor onbepaalde tijd mogen worden verleend.

In de gemeente Vught wordt een standplaatsvergunning voor de duur van maximaal één jaar verleend. Een vergunning loopt in beginsel van 1 januari tot en met 31 december.

Voorschriften terugkerende vergunningen:

Voor terugkerende aanvragen voor dezelfde locatie en periode geldt een vereenvoudigde procedure, mits de omstandigheden en gegevens ongewijzigd zijn gebleven:

  • a.

    De aanvrager moet eerder een geldige standplaatsvergunning hebben gehad voor dezelfde locatie;

  • b.

    Er mag geen sprake zijn van eerder ingetrokken of geweigerde vergunningen wegens overtredingen;

  • c.

    De branchering van verkoopwaar moet gelijk zijn aan de vorige vergunning;

  • d.

    Het verkoopconcept zoals productassortiment, bereidingswijze, directe verkoop mag niet wezenlijk afwijken;

  • e.

    Aanpassingen bijvoorbeeld uitbreiding assortiment moeten gemeld en goedgekeurd worden;

  • f.

    Bij meerdere gelijkwaardige aanvragen geldt voorrang voor historische gebruikers;

  • g.

    Het formulier voor een terugkerende aanvraag standplaats moet via de website van de gemeente Vught ingediend worden bij het college.

De terugkerende vergunningen worden ieder jaar getoetst aan de voorwaarden uit Artikel 3.3.

Artikel 3.5 Toewijzingsprocedure

De toewijzing van vaste standplaatsen vindt op een transparante en eerlijke manier plaats, waarbij alle aanvragers gelijk worden behandeld. De beoordeling van aanvragen vindt plaats op basis van de criteria zoals genoemd in paragraaf 3.3 van dit beleid.

Loting bij gelijke geschiktheid

  • a.

    Indien voor eenzelfde locatie meerdere aanvragen voor een standplaatsvergunning zijn ingediend die gelijktijdig zijn ontvangen en die aan alle gestelde voorwaarden voldoen, vindt een loting plaats.

  • b.

    Bij de loting worden op naam gestelde lootjes van de gelijkwaardige aanvragers in een pot gedaan. Het lootje dat getrokken wordt, bepaalt aan wie de standplaatsvergunning wordt gegund. De overige aanvragers ontvangen daarvan schriftelijk bericht.

  • c.

    Op de afhandeling van de aanvraag is de beslisstermijn van acht weken uit de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.

Artikel 3.6 Individuele ontheffingen

  • a.

    aanvraag voor een ontheffing voor een tijdelijke of incidentele standplaats wordt beoordeeld op basis van criteria zoals het algemeen belang, de leefbaarheid van de omgeving en mogelijke overlast voor de omgeving.

  • b.

    Uitzonderingen

    Standplaatsen waar uitsluitend diensten worden aangeboden, vallen niet onder de reikwijdte van de Winkeltijdenwet en de Verordening Winkeltijden Vught 2021.

  • c.

    Een standplaats voor etenswaren die geschikt zijn voor directe consumptie mag bij bijzondere periode tot uiterlijk 23:00 uur zijn geopend.

Artikel 3.7 Inhoud vergunning

Aan de standplaatsvergunning kunnen nadere voorschriften en beperkingen worden verbonden. In de vergunning wordt ten minste vermeld:

  • -

    Een omschrijving van de toegewezen standplaats, met vermelding van de locatie.

  • -

    De producten of artikelen die de vergunninghouder verkopen op de toegewezen standplaats conform de vergunningsaanvraag.

  • -

    De dag en de tijden dat de standplaats gebruikt mag worden gemaakt.

Artikel 3.8 Overdraagbaarheid vergunning

De vergunninghouder, zijnde een natuurlijk persoon of een rechtspersoon, is verplicht de vergunning daadwerkelijk te benutten door zelf, dan wel via een gemachtigde vertegenwoordiger, de standplaats in te nemen. De vergunning is niet overdraagbaar. IHet college heeft de discretionaire bevoegdheid op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder of van een erfgenaam en na overlegging van bewijsmateriaal, toestemming te geven voor tijdelijke vervanging van de vergunninghouder door een andere persoon. Bijzondere gevallen omvatten ziekte, ongeval of overlijden.

Het college bepaalt, afhankelijk van de situatie, de duur van de tijdelijke vervangingsperiode. Na afloop van de tijdelijke vervangingsperiode dient een aanvraag voor een standplaatsvergunning te worden ingediend door de vergunninghouder, zijnde een natuurlijk persoon of een rechtspersoon. Zowel een natuurlijk persoon als een rechtspersoon kan zich hierbij laten vertegenwoordigen door een gemachtigde.

Artikel 3.9 Verzuim

Als de vergunninghouder gedurende vier aaneengesloten weken op vergunde dagen geen gebruik maakt van de vaste standplaats, kan het college vaststellen dat de standplaats niet langer wordt ingenomen. Dit kan een reden zijn om de vergunning in te trekken. Tenzij de vergunninghouder tijdig meldt bij het college dat hij/zij gedurende een aaneengesloten periode van vier weken geen gebruik zal maken van de standplaats.

Standplaatsvergunningen kunnen tussentijds worden ingetrokken op grond van artikel 1:6 Apv.

Hoofdstuk 4 Handhaving

Het college is verantwoordelijk voor het toezicht op het naleven van de voorwaarden van standplaatsenvergunningen. Wanneer een standplaats zonder vergunning of in strijd met de vergunningsvoorschriften wordt ingenomen, kunnen bestuursrechtelijke maatregelen worden getroffen.

Ondertekening

Bijlage 1. Locaties en maximumstelsel

Typen standplaats

Maximumstelsel

Locaties

Vaste standplaats

Maximaal 1 per dag, en 2 dagen per week door verschillende vergunninghouders

1. Vught: Marktveld

2. Vught: Moleneindplein

3. Cromvoirt: Sint Lambertuskerk

4. Helvoirt: Vincent van Goghplein

Seizoengebonden standplaats

Geen maximumstelsel

1. Vught: Marktveld

2. Vught: Moleneindplein

3. Cromvoirt: Sint Lambertuskerk

4. Helvoirt: Vincent van Goghplein

Tijdelijke standplaats

Incidentele standplaats

Dag- of meerdagen vergunning

 

Ideële standplaatsen

Geen maximumstelsel

 

Locatie

Type standplaats

Maximumstelstel

Vught Centrum: nabij Marktveld

Vaste standplaats

Maximaal 1 per dag, en 2 dagen per week door verschillende vergunninghouders

Vught Centrum: nabij Marktveld

Vught Centrum: Baron van Hövellplein

indien ruimtelijk passend

Seizoengebonden standplaats

Maximaal 1 per dag per locatie

Vught: Moleneindplein

Vaste standplaats

Maximaal 1 per dag, en 2 dagen per week door verschillende vergunninghouders

Seizoengebonden standplaats

Maximaal 1 per dag

Cromvoirt: Pleintje voor St. Lambertuskerk

Vaste standplaats

Maximaal 1 per dag, en 2 dagen per week door verschillende vergunninghouders

Seizoengebonden standplaats

Maximaal 1 per dag

Helvoirt: Vincent van Goghplein

Vaste standplaats

Maximaal 1 per dag, en 2 dagen per week door verschillende vergunninghouders

Seizoengebonden standplaats

Maximaal 1 per dag

Andere locaties: Die getoetst moeten worden op de eisen uit dit beleid

Vaste standplaats

Maximaal 1 per dag per locatie

Seizoengebonden standplaats

Geen maximumstelsel

Tijdelijke standplaats

Incidentele standplaats

Geen maximumstelsel

Ideële standplaatsen

Geen maximumstelsel

afbeelding binnen de regeling

1 Marktveld Vught

afbeelding binnen de regeling

2 Baron van Hövellplein Vught

afbeelding binnen de regeling

3 Moleneindplein Vugh `

afbeelding binnen de regeling

4 Sint Lambertusstraat Cromvoirt

afbeelding binnen de regeling

5 Vincent van Goghplein Helvoirt

Bijlage 2. Model huurovereenkomst en algemene voorwaarden

HUUROVEREENKOMST STANDPLAATS AMBULANTE HANDEL

ONDERGETEKENDEN:

de Gemeente Vught, ten deze vertegenwoordigd door de teammanager Grondzaken, ________________(naam), hiertoe aangewezen krachtens het " Regeling mandaten en volmachten gemeente Vught 2024", mede gelet op het bepaalde in artikel 160 en 171 van de Gemeentewet en titel 10.1 van de Algemene Wet Bestuursrecht, op grond waarvan de door de gemeente aan het slot van deze overeenkomst vermelde datum als datum van het besluit van het college van burgemeester en wethouders geldt,

hierna te noemen "gemeente/verhuurder",

EN

"naam huurder of rechtspersoon", gevestigd "adres huurder", "postcode huurder" te "plaats huurder", ingeschreven in het handelsregister te "KvK-vestiging" onder nummer "KvK-nummer", vertegenwoordigd door "naam vertegenwoordiger huurder", geboren te "geboorteplaats" op "geboortedatum", ten deze handelend in zijn hoedanigheid van "functie vertegenwoordiger huurder",

hierna te noemen "huurder",

IN OVERWEGING NEMENDE DAT:

  • aan huurder onder zaaknummer Z-nr. _________ voor de periode van vergunningsperiode vergunning is verleend op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente een standplaats in te nemen op de openbare weg;

  • voor het gebruik van de grond, het binnen de gemeente gebruikelijk is de grond ten behoeve van de standplaats ambulante handel te verhuren;

  • partijen deze huurovereenkomst wensen aan te gaan onder de voorwaarden zoals in deze overeenkomst opgenomen.

ZIJN OVEREENGEKOMEN

Artikel 1 – De standplaats

  • 1.

    De gemeente verhuurt aan de huurder een plek op de openbare weg aan [adres] ____________________________ in [plaats] ___________________________.

    De huurder mag daar op verkoopdagen tussen [tijdstip] ________ en ________ een [verkoopwagen/kraam] van _____ m² plaatsen.

  • 2.

    De standplaats mag alleen worden gebruikt voor de verkoop van [soort producten].

  • 3.

    De precieze plek wordt aangewezen door een medewerker van de gemeente.

  • 4.

    De huurder is bekend met de plek en accepteert deze zoals deze erbij ligt.

  • 5.

    De vergunning en deze overeenkomst horen bij elkaar en vormen samen de voorwaarden voor gebruik.

Artikel 2 – Geldende regels

  • 1.

    De huurder houdt zich aan de wet- en regelgeving over verhuur en het gebruik van de openbare ruimte, zoals vastgelegd in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), het gemeentelijk standplaatsenbeleid en de geldende vergunning.

  • 2.

    De algemene bepalingen bij deze overeenkomst gelden, behalve als hier iets anders is afgesproken of als ze niet passen bij deze situatie.

Artikel 3 – Looptijd en opzegging

  • 1.

    Deze overeenkomst geldt vanaf [ingangsdatum] _________ tot en met [einddatum] _________.

  • 2.

    Beide partijen mogen tussentijds opzeggen, met een opzegtermijn van 3 maanden.

  • 3.

    De overeenkomst stopt automatisch als:

    • de standplaatsvergunning wordt ingetrokken;

    • de standplaats 4 weken achter elkaar niet is gebruikt.

Artikel 4 – Huurprijs en betaling

4.1 Huurprijs

  • De huurprijs voor een vaste standplaats is € 600,- per jaar.

  • De huurprijs voor een seizoensgebonden standplaats is €12,- per dag, uitgerekend: [aantal dagen] ____________ maal [huurprijs per dag] €12,- = [totaal] ___________

De huurprijs voor deze standplaats is

4.2 Btw

  • De gemeente brengt wel btw in rekening over deze huurprijs.

  • Als de huurprijs met btw wordt belast, verklaart de huurder dat hij de plek gebruikt voor activiteiten waarvoor hij de btw mag terugvragen. Hiervoor is geen aparte aanvraag bij de Belastingdienst nodig. Deze afspraak geldt ook voor een eventuele nieuwe eigenaar van de standplaats.

4.3 Betaling

  • De huurder betaalt de huur bij vooruitbetaling. Deze moet uiterlijk op [datum] _________ betaald zijn voor de vergunde periode.

Betaling gebeurt via bankoverschrijving naar het rekeningnummer van de gemeente Vught onder vermelding van de locatie en periode.

Artikel 5 – Bijzondere afspraken

Eventuele aanvullende afspraken tussen de gemeente en huurder worden hieronder vastgelegd:

  • ...........................................................................................................

  • ...........................................................................................................

Indien er geen aanvullende afspraken zijn, blijft dit artikel blanco.

Plaats …, datum "datum"

plaats "plaats", datum "datum"

De burgemeester van Vught,

namens hem/haar,

 

...........................................................................................

(handtekening verhuurder)

Teammanager Grondzaken

............................................................................................

(handtekening huurder)

"naam huurder of rechtspersoon"

"naam vertegenwoordiger huurder"

Bijlagen:

  • vergunning(en) van de gehuurde standplaats ambulante handel

  • kopie uittreksel/legitimatiebewijs huurder

  • ondertekende Algemene bepalingen huurovereenkomst standplaats ambulante handel

Algemene bepalingen huurovereenkomst standplaats ambulante handel

1.Omvang gehuurde

Onder het gehuurde zijn mede begrepen de in het gehuurde aanwezige voorzieningen, voor zover die in deze huurovereenkomst niet zijn uitgezonderd.

2.Staat

Verhuurder en huurder verklaren dat zij geheel bekend zijn met het gehuurde en daarvan geen nadere beschrijving of aanwijzing verlangen. Het gehuurde is/wordt bij aanvang van de huur opgeleverd en door huurder aanvaard in de staat waarin het zich bij het innemen van de standplaats bevindt.

3.Gebrek

Er is sprake van een gebrek van het gehuurde als het gezien de staat of gezien een eigenschap of een andere niet aan huurder toe te rekenen omstandigheid niet aan huurder het genot kan verschaffen dat huurder daarvan bij het aangaan van de huurovereenkomst mag verwachten.

4.Gebruik

  • 4.1

Huurder zal het gehuurde - gedurende de gehele duur van de overeenkomst - daadwerkelijk, geheel, behoorlijk en zelf gebruiken uitsluitend overeenkomstig de in de huurovereenkomst aangegeven bestemming. Huurder zal hierbij de van overheidswege gestelde of nog te stellen eisen in acht nemen.

  • 4.2

Huurder mag bij het gebruik van het gehuurde geen hinder of overlast veroorzaken. Huurder zal er voor zorgdragen dat vanwege hem aanwezige derden dit evenmin doen.

  • 4.3

Huurder heeft het recht en de plicht tot het gebruik van de gemeenschappelijke voorzieningen en diensten welke in het belang van het goed functioneren van het terrein, waartoe het gehuurde behoort, ter beschikking zijn of zullen zijn.

  • 4.4

Verhuurder kan huurder de inname van de standplaats weigeren indien huurder op het moment dat deze het gehuurde in gebruik wenst te nemen, (nog) niet aan zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst heeft voldaan. Dit heeft geen gevolgen voor de huuringangsdatum en de uit de huurovereenkomst voortvloeiende verplichtingen van huurder.

Voorschriften en vergunningen

  • 4.5.1

Huurder is verantwoordelijk voor en zorgt zelf voor de vereiste ontheffingen en/of vergunningen, waaronder gebruiksvergunningen in verband met de uitoefening van het beroep of bedrijf, waarvoor het gehuurde wordt gebruikt en/of is bestemd. De daaraan verbonden kosten zijn voor rekening van huurder.

  • 4.5.2

Indien aan de verkoopwagen/-stal/-kraam op het gehuurde in verband met het daarop uitgeoefende bedrijf wijzigingen of voorzieningen noodzakelijk zijn, is huurder onverminderd het in 4.6 en 4.8.1 tot en met 4.8.8 bepaalde ervoor aansprakelijk dat bij de uitvoering van de werkzaamheden voldaan wordt aan ter zake door de overheid of andere daartoe bevoegde instanties gestelde of te stellen eisen. Huurder is ervoor aansprakelijk dat blijvend aan de vereisten van/in de afgegeven of af te geven vergunningen wordt voldaan. Verhuurder vrijwaart huurder derhalve niet tegen (overheids)bevelen tot nader onderzoek of tot het treffen van maatregelen.

Milieu

  • 4.6

Huurder is verplicht maatregelen te treffen die naar het oordeel van de Milieudienst nodig zijn om milieuverontreiniging als bedoeld in 4.8.1.b. te voorkomen of ongedaan te maken. Bij de niet nakoming of niet volledige nakoming van deze verplichting is huurder aansprakelijk voor de daaruit voortvloeiende financiële, strafrechtelijke en mogelijk andere consequenties.

Afval

  • 4.7

Huurder zal richtlijnen, voorschriften of aanwijzingen van de overheid of andere bevoegde instanties ten aanzien van het (gescheiden) aanbieden of verwijderen van afval nauwgezet naleven. Bij de niet of niet volledige nakoming van deze verplichting is huurder aansprakelijk voor de daaruit voortvloeiende financiële, strafrechtelijke en mogelijk andere consequenties.

Verbodsbepalingen en voorschriften van orde

  • 4.8.1

Het is huurder niet toegestaan:

  • a.

in, op, aan of in de directe omgeving van het gehuurde milieugevaarlijke zaken te hebben, waaronder stankverspreidende, brandgevaarlijke of ontplofbare, tenzij behorend tot de normale beroeps- of bedrijfsvoering;

  • b.

het gehuurde zodanig te gebruiken dat door dit gebruik bodem- of andere milieuverontreiniging optreedt, schade aan het gehuurde kan ontstaan of het aanzien van het gehuurde kan worden geschaad;

  • c.

nabij de standplaats stroomaggregaten te plaatsen c.q. te gebruiken;

  • d.

autogas (LPG) voor kook- en stookdoeleinden te gebruiken;

  • e.

op de standplaats opstallen op te richten, waarvoor een omgevingsvergunning vereist is;

  • f.

voorzieningen aan te brengen op het gehuurde die in strijd zijn met voorschriften van de overheid of die voor andere huurders tot overlast leiden dan wel deze hinderen in hun gebruik.

  • 4.8.2

Het aanbrengen van reclame, naamborden en opschriften alsmede het wijzigen hiervan aan of op de verkoopwagen/-stal/-kraam voor zover dit van buitenaf zichtbaar is, mag slechts gebeuren met toestemming van de gemeente.

  • 4.8.3

Huurder is gehouden tot de naleving van voorschriften van daartoe bevoegde instanties met betrekking tot door huurder aangebrachte voorzieningen. Alle voorzieningen die in strijd met voorschriften door huurder zijn aangebracht, moeten op eerste aanzegging van verhuurder ongedaan worden gemaakt.

  • 4.8.4

Voor zover partijen niet schriftelijk anders zijn overeengekomen, moeten door of namens huurder aangebrachte voorzieningen voor het einde van de huur door huurder zijn verwijderd. Bovendien zal huurder de door de verwijdering van zaken toegebrachte schade aan het gehuurde herstellen en het gehuurde onvervuild, leeg en behoorlijk (zonder gaten in de standplaats) achterlaten.

  • 4.8.5

Het is huurder zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van verhuurder niet toegestaan vervoermiddelen te stallen op andere dan de daartoe bestemde plaatsen.

  • 4.8.6

Met betrekking tot de tijden waarbinnen en de wijze waarop laden en lossen plaatsvindt zal huurder zich gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen van verhuurder.

  • 4.8.7

Met betrekking tot de door huurder aangebrachte voorzieningen op het gehuurde is verhuurder op geen enkele wijze aansprakelijk.

5.Onderhuur

Huurder verbindt zich de standplaats zelf in te nemen en deze zelf te exploiteren. Het is hem niet toegestaan de standplaats geheel dan wel gedeeltelijk aan derde(n) te verpachten of anderszins in gebruik af te staan, dan wel de standplaats als ruilobject te gebruiken of de aard of bestemming daarvan te wijzigen. Bij ziekte of vakantie van huurder mag deze zich doen vervangen.

6.Boetebepaling

Indien huurder zich, na door verhuurder behoorlijk in gebreke te zijn gesteld, niet houdt aan de in de huurovereenkomst en de in deze algemene bepalingen opgenomen voorschriften, verbeurt huurder aan verhuurder, voor zover geen specifieke boete is overeengekomen, een direct opeisbare boete van € 100,00 per dag voor elke dag dat huurder in verzuim is. Het vorenstaande laat onverlet het recht van verhuurder op volledige schadevergoeding, voor zover de geleden schade de verbeurde boete overtreft.

7.Huurprijs

  • 7.1

Naast het hebben van een geldige vergunning vraagt de gemeente voor het gebruik van de grond een huurbedrag. De financiële vergoeding aan de gemeente wordt, zoals tot op heden gebruikelijk is, geregeld middels een private afspraak, vastgelegd in een huurcontract. De huurprijs wordt vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders.

  • 7.3

De huurprijs wordt niet gewijzigd indien een huurprijsindexering leidt tot een lagere huurprijs dan de laatst geldende. In dat geval blijft die laatst geldende huurprijs ongewijzigd, totdat bij een volgende indexering het indexcijfer van het jaar voorafgaande aan het jaar waarin de huurprijs wordt aangepast, hoger is dan het indexcijfer van het jaar waarin de laatste huurprijsaanpassing heeft plaatsgevonden. Alsdan worden bij die huurprijswijziging de indexcijfers van de in de vorige zin bedoelde jaren gehanteerd.

  • 7.4

Voor de geldigheid van een nieuwe geïndexeerde huurprijs is het niet nodig dat van een door te voeren of doorgevoerde indexering tevoren een afzonderlijke mededeling aan huurder is gedaan.`

8.Einde huurovereenkomst of gebruik

  • 8.1

De huurovereenkomst eindigt in ieder geval van rechtswege indien en op het moment dat één van de partijen de huur van de grond heeft beëindigd en/of huurder het gehuurde niet langer overeenkomstig het in de huurovereenkomst vastgelegde doel gebruikt.

  • 8.2

De huurovereenkomst eindigt eveneens van rechtswege bij en op het moment van faillissement van huurder. Voor beëindiging van de huurovereenkomst is geen nadere opzegging vereist.

  • 8.3

Tenzij schriftelijk anders is overeengekomen, zal huurder het gehuurde bij het einde van de huurovereenkomst of bij het einde van het gebruik van het gehuurde, aan verhuurder opleveren in dezelfde staat als die bij aanvang van de huur is aanvaard.

  • 8.4

Bij discussie over de staat van het gehuurde bij aanvang van de huur, wordt huurder verondersteld het gehuurde in goede staat en zonder gebreken te hebben ontvangen.

  • 8.5

Alle zaken waarvan huurder kennelijk afstand heeft gedaan door deze in/op het gehuurde achter te laten bij het daadwerkelijk verlaten van het gehuurde, kunnen door verhuurder, naar verhuurders inzicht, zonder enige aansprakelijkheid zijnerzijds, op kosten van huurder worden verwijderd. Verhuurder heeft het recht om deze zaken naar eigen goeddunken terstond op kosten van huurder te laten vernietigen dan wel zich deze zaken toe te eigenen en indien gewenst te verkopen en de opbrengst daarvan te behouden.

9.Schade en aansprakelijkheid

  • 9.1

Huurder neemt tijdig passende maatregelen ter voorkoming en beperking van schade aan het gehuurde, waaronder begrepen schade aan leidingen, kabels, buizen, afvoeren, rioleringen, voorzieningen en apparatuur, zoals schade als gevolg van kortsluiting of instroming van vloeistoffen. Huurder moet verhuurder terstond op de hoogte stellen indien zich dergelijke schade of een gebeurtenis als bedoeld in 9.5 voordoet of dreigt voor te doen. Bovendien is huurder verplicht onverwijld passende maatregelen te nemen ter voorkoming en beperking van (verdere) schade op of aan het gehuurde.

  • 9.2

Indien huurder hiertoe de mogelijkheid heeft, geldt het bovenstaande eveneens ten aanzien van het terrein waarvan het gehuurde deel uitmaakt.

  • 9.3

Huurder is jegens verhuurder aansprakelijk voor alle schaden aan het gehuurde, tenzij huurder bewijst dat hem, de personen die huurder tot het gehuurde heeft toegelaten, zijn personeel en de personen waarvoor huurder aansprakelijk is, daaromtrent geen schuld treft of dat hem dienaangaande geen nalatigheid is te verwijten.

  • 9.4

Huurder vrijwaart verhuurder tegen boetes die verhuurder worden opgelegd door gedragingen of nalatigheden van huurder.

  • 9.5

Verhuurder is niet aansprakelijk voor schade toegebracht aan de persoon of goederen van huurder en huurder heeft geen recht op huurprijsvermindering, geen recht op verrekening of opschorting van enige betalingsverplichting en geen recht op ontbinding van de huurovereenkomst in geval van vermindering van huurgenot ten gevolge van weersomstandigheden, stagnatie in de bereikbaarheid van het gehuurde, stagnatie in de voorziening van water, elektriciteit, storm, vorst, ernstige sneeuwval, overstromingen, stijging of daling van het grondwaterpeil, natuurrampen, atoomreacties, gewapende conflicten, burgeroorlogen, opstanden, onlusten, molest en andere calamiteiten.

  • Eveneens is verhuurder niet aansprakelijk voor schade aan de persoon of goederen van derden die op het gehuurde aanwezig zijn en huurder vrijwaart verhuurder voor aanspraken van die derden ter zake.

  • 9.6

Huurder is aansprakelijk voor schade die het gevolg is van door of namens hem aangebrachte voorzieningen. Huurder vrijwaart verhuurder voor aanspraken van derden voor schade veroorzaakt door huurder aangebrachte voorzieningen.

  • 9.7.

Verhuurder is niet aansprakelijk voor bedrijfsschade van huurder of voor schade als gevolg van de activiteiten van andere huurders of van belemmeringen in het gebruik van het gehuurde die derden veroorzaken.

  • 9.8

Het gestelde in 9.5 en 9.7 ten aanzien van de bedrijfsschade geldt niet bij schade als gevolg van grove schuld of ernstige nalatigheid van verhuurder ten aanzien van de staat van het gehuurde of van het terrein waarvan het gehuurde deel uitmaakt.

10.Onderhoud, herstel en vernieuwingen

  • 10.1

Voor rekening van verhuurder zijn de kosten van onderhoud, herstel en vernieuwing van het gehuurde en vervanging van onderdelen en vernieuwing van tot het gehuurde behorende voorzieningen. Indien het gehuurde deel uitmaakt van een terrein, geldt het bovenstaande eveneens voor de kosten van de bedoelde werkzaamheden ten behoeve van het terrein waarvan het gehuurde deel uitmaakt, zoals werkzaamheden aan gemeenschappelijke voorzieningen.

  • De genoemde werkzaamheden zijn voor rekening van verhuurder, tenzij het werkzaamheden betreft aan zaken die niet door of vanwege verhuurder, in, op of aan het gehuurde zijn aangebracht.

  • 10.2

Voor rekening van huurder zijn de kosten van onderhoud, herstel en vernieuwing van voorzieningen en zaken die door of vanwege huurder zijn of worden aangebracht.

  • 10.3

Bij door verhuurder uit te voeren onderhouds-, herstel- of vernieuwingswerkzaamheden zal verhuurder tevoren met huurder overleggen op welke wijze daarbij zoveel mogelijk met diens belangen rekening kan worden gehouden.

  • 10.4

Huurder is aansprakelijk voor het goed en vakkundig gebruik van de voorzieningen in/op het gehuurde.

  • 10.5

Huurder is verplicht alle kosten door nalatigheid van huurder veroorzaakt aan verhuurder terug te betalen.

  • 10.6

Huurder zal verhuurder onverwijld schriftelijk in kennis stellen van gebreken aan het gehuurde. Huurder geeft verhuurder in dat bericht een redelijke termijn, die behoudens in geval van calamiteiten, tenminste zes weken bedraagt om een aanvang te maken met het verhelpen van een voor rekening van verhuurder komend gebrek.

11.Aanpassingen door of vanwege verhuurder

  • 11.1

Het is verhuurder toegestaan om op, aan of in het gehuurde of het terrein waarvan het gehuurde deel uitmaakt of aan belendingen werkzaamheden en onderzoek te (doen) verrichten in het kader van onderhoud, herstel en vernieuwing. Daarin zijn begrepen het aanbrengen van extra voorzieningen en wijzigingen of werkzaamheden die nodig zijn in verband met (milieu-)eisen of maatregelen van de overheid of nutsbedrijven of andere daartoe bevoegde instanties.

  • 11.2

Onder renovatie wordt verstaan (gedeeltelijke) sloop, vervangingen, toevoegingen en veranderingen van het gehuurde of van het terrein waarvan het gehuurde deel uitmaakt.

  • 11.3

Het gestelde in artikel 7:220 lid 1, 2 en 3 Burgerlijk Wetboek is niet van toepassing. Renovatie en onderhoudswerkzaamheden van het gehuurde of van het terrein waarvan het gehuurde deel uitmaakt leveren voor huurder geen gebreken op.

  • 11.4

Ten aanzien van die gedeelten van het gehuurde waartoe huurder geen exclusief gebruiksrecht heeft, zoals gemeenschappelijke voorzieningen, is het verhuurder toegestaan de gedaante en de inrichting daarvan aan te passen en deze gedeelten van het gehuurde te verplaatsen of te laten vervallen.

12.Kosten van leveringen en diensten

  • 12.1

Boven de huurprijs zijn voor rekening van huurder de kosten van levering, transport, de meting en het verbruik van water en energie ten behoeve van het gehuurde, waaronder begrepen de kosten van het aangaan van de betreffende overeenkomsten en de meterhuur, alsmede eventuele andere kosten en boetes die door de nutsbedrijven in rekening worden gebracht. Huurder dient zelf de overeenkomsten tot levering met de betrokken instanties af te sluiten, tenzij verhuurder als onderdeel van de overeengekomen leveringen en diensten hiervoor zorgdraagt.

  • 12.2

Indien tussen partijen geen bijkomende leveringen en diensten zijn overeengekomen, draagt huurder daar voor eigen rekening en risico zorg voor.

  • 12.3

Indien partijen zijn overeengekomen dat door of vanwege verhuurder bijkomende leveringen en diensten worden verzorgd, is de door huurder daarvoor verschuldigde vergoeding inbegrepen in de bij de huurder in rekening gebrachte huurprijs.

  • 12.4

Verhuurder heeft het recht de leveringen en diensten, na overleg met huurder, naar soort en omvang te wijzigen of te laten vervallen.

  • 12.5

Verhuurder is, behoudens in geval van ernstige nalatigheid of grove schuld, niet aansprakelijk voor enige schade die het gevolg is van het niet functioneren dan wel de niet behoorlijke leverantie van de hiervoor bedoelde voorzieningen en diensten. Evenmin zal huurder in dergelijke gevallen aanspraak kunnen maken op huurprijsvermindering en/of verrekening met enige betalingsverplichting.

13.Kosten, verzuim

  • 13.1

In alle gevallen waarin verhuurder een sommatie, een ingebrekestelling of een exploot aan huurder doet uitbrengen, of in geval van procedures tegen huurder om deze tot nakoming van de huurovereenkomst te dwingen, is huurder verplicht alle daarvoor gemaakte kosten, zowel in als buiten rechte - met uitzondering van de ingevolge een definitieve rechterlijke beslissing door verhuurder te betalen proceskosten - aan verhuurder te voldoen.

  • De gemaakte kosten worden tussen partijen bij voorbaat vastgesteld op een bedrag dat niet lager is dan het gebruikelijke tarief dat door gerechtsdeurwaarders wordt gehanteerd.

  • 13.2

Huurder is in verzuim door het enkele verloop van een bepaalde termijn.

14.Betalingen

De betaling van de huurprijs en van al hetgeen verder krachtens deze huurovereenkomst is verschuldigd, zal uiterlijk op de vervaldata in wettig Nederlands betaalmiddel - zonder opschorting, korting, aftrek of verrekening met een vordering welke huurder op verhuurder heeft of meent te hebben - geschieden door storting dan wel overschrijving op een door verhuurder op te geven rekening. Het staat verhuurder vrij door middel van schriftelijke opgave aan huurder wijziging aan te brengen in de plaats of wijze van betaling. Verhuurder is gerechtigd te bepalen op welke openstaande vordering uit de huurovereenkomst een door hem van huurder ontvangen betaling in mindering komt, tenzij huurder bij de betaling uitdrukkelijk anders aangeeft. In het laatste geval is het gestelde in artikel 6:50 Burgerlijk Wetboek niet van toepassing.

15.Belastingen, lasten, heffingen, premies

Omzetbelasting

  • 15.1

Indien is overeengekomen dat over de huurprijs omzetbelasting in rekening wordt gebracht, verklaren huurder en verhuurder uitdrukkelijk dat bij het vaststellen van de huurprijs uitgangspunt is geweest dat huurder het gehuurde voor tenminste het bij wet vastgestelde of nader vast te stellen minimum percentage blijvend zal gebruiken of laten gebruiken voor prestaties die recht geven op aftrek van omzetbelasting, zodanig dat kan worden geopteerd voor een met omzetbelasting belaste (ver)huur.

  • 15.2.a

Indien huurder het gehuurde niet (meer) gebruikt of laat gebruiken voor prestaties die recht geven op aftrek van omzetbelasting en daardoor de uitzondering op de vrijstelling van afdracht van omzetbelasting over de huur wordt beëindigd, is huurder niet langer omzetbelasting over de huurprijs aan verhuurder c.q. diens rechtsopvolger(s) verschuldigd, doch dan is huurder met ingang van de datum waarop die beëindiging van kracht wordt, naast de huurprijs in plaats van omzetbelasting een zodanige afzonderlijke vergoeding aan verhuurder c.q. diens rechtsopvolger(s) verschuldigd dat deze volledig wordt gecompenseerd voor:

  • I.

De als gevolg van het beëindigen van de optie voor verhuurder c.q. diens rechtsopvolger(s) niet (langer) aftrekbare omzetbelasting op de exploitatiekosten van het gehuurde of investeringen daarin.

  • II.

Alle overige schade die verhuurder c.q. diens rechtsopvolger(s) door het beëindigen van de optie lijdt.

  • 15.2.b

Het door verhuurder c.q. diens rechtsopvolger(s), door het beëindigen van de optie te lijden financiële nadeel wordt door huurder aan verhuurder c.q. diens rechtsopvolger(s) voldaan steeds gelijktijdig met de periodieke huurprijsbetalingen en wordt, met uitzondering van de schade als bedoeld in 15.2.a, sub l, zo mogelijk door middel van een annuïteit, gelijkelijk verdeeld over de resterende duur van de lopende huurperiode, doch is terstond, volledig en ineens van huurder opeisbaar als de huurovereenkomst om welke reden dan ook tussentijds wordt beëindigd.

  • 15.3

Wanneer zich een situatie als bedoeld in 15.2.a voordoet zal verhuurder c.q. diens rechtsopvolger(s) aan huurder berichten welke bedragen door verhuurder c.q. diens rechtsopvolger(s) aan de fiscus moeten worden betaald en inzicht geven in de overige schade als bedoeld in 15.2.a, sub ll. Verhuurder c.q. diens rechtsopvolger(s) zal zijn medewerking verlenen indien huurder de opgave van verhuurder c.q. diens rechtsopvolger(s) wil laten controleren door een onafhankelijke registeraccountant. De kosten hiervan zijn voor rekening van huurder.

  • 15.4

Het boekjaar van huurder loopt van 1 januari tot en met 31 december.

  • 15.5

Ingeval in enig boekjaar niet is voldaan aan het gebruik of laten gebruiken van het gehuurde voor doeleinden als weergegeven in 15.1, stelt huurder de verhuurder c.q. diens rechtsopvolger(s) binnen vier weken na afloop van het desbetreffende boekjaar door middel van een door hem (huurder) ondertekende verklaring hiervan in kennis. Binnen dezelfde termijn zendt huurder een afschrift van die verklaring aan de inspecteur der Omzetbelasting.

  • 15.6

Indien huurder niet voldoet aan de informatieverplichting als bedoeld in 15.5 of achteraf blijkt dat huurder van een onjuist uitgangspunt is uitgegaan en verhuurder c.q. diens rechtsopvolger(s) daardoor naar achteraf blijkt ten onrechte omzetbelasting over de huurprijs in rekening heeft gebracht, is huurder in verzuim en is verhuurder c.q. diens rechtsopvolger gerechtigd het daardoor ontstane financiële nadeel op huurder te verhalen. Dit nadeel betreft de volledige ter zake door verhuurder c.q. diens rechtsopvolger(s) alsnog aan de fiscus verschuldigde omzetbelasting vermeerderd met rente, eventuele verhogingen, alsmede verdere kosten en schade. Het in dit lid gestelde voorziet in een schadevergoedingsregeling voor het geval de optie met terugwerkende kracht mocht worden beëindigd, zulks naast de in 15.2.a weergegeven regeling. De extra schade die voor verhuurder c.q. diens rechtsopvolger(s) uit die terugwerkende kracht voortvloeit, is terstond, volledig en ineens van "huurder" opeisbaar. Verhuurder c.q. diens rechtsopvolger(s) zal zijn medewerking verlenen indien huurder de opgave van deze extra schade van verhuurder c.q. diens rechtsopvolger(s) wil laten controleren door een onafhankelijke registeraccountant. De kosten hiervan zijn voor rekening van huurder.

  • 15.7

Het in 15.2.a, 15.2.b, 15.3 en 15.6 gestelde is eveneens van toepassing indien verhuurder c.q. diens rechtsopvolger(s) eerst na, al dan niet tussentijdse, beëindiging van de huurovereenkomst wordt geconfronteerd met schade door de beëindiging van de voor partijen geldende optie, welke schade alsdan terstond, volledig en ineens door verhuurder, respectievelijk diens rechtsopvolger(s), opeisbaar is.

16.Overige belastingen, lasten, heffingen, premie. e.d.

  • 16.1

Voor rekening van huurder komen, ook als verhuurder daarvoor wordt aangeslagen, alle belastingen en heffingen ter zake van het feitelijk gebruik van het gehuurde en/of die voortvloeien uit de activiteiten van de huurder.

  • 16.2

Indien de voor rekening van huurder komende lasten, rechten of belastingen bij verhuurder worden geïnd, moeten deze door huurder op eerste verzoek van verhuurder aan laatstgenoemde worden voldaan.

17.Hoofdelijkheid

  • 17.1

Indien verscheidene (natuurlijke of rechts)personen zich als huurder hebben verbonden, zijn deze steeds hoofdelijk en ieder voor het geheel jegens verhuurder aansprakelijk voor alle uit de huurovereenkomst voortvloeiende verbintenissen. Uitstel van betaling of kwijtschelding door verhuurder aan één der huurders of een aanbod daartoe, betreft alleen die huurder.

  • 17.2

De verbintenissen uit de huurovereenkomst zijn, ook wat erfgenamen en rechtverkrijgenden van huurder betreft, hoofdelijk.

18.Niet tijdige beschikbaarheid

  • 18.1

Bij het niet beschikbaar zijn van het gehuurde op de overeengekomen ingangsdatum van de huur, doordat het gehuurde niet tijdig gereed is gekomen, is huurder tot de datum waarop het gehuurde hem ter beschikking staat geen huurprijs verschuldigd en schuiven ook zijn overige verplichtingen dienovereenkomstig op. De huurprijsindexeringsdatum blijft ongewijzigd.

  • 18.2

Verhuurder is niet aansprakelijk voor de uit de vertraging voortvloeiende schade voor huurder, tenzij hem ter zake ernstige nalatigheid of grove schuld kan worden verweten.

  • 18.3

Huurder kan geen ontbinding vorderen, tenzij de te late oplevering veroorzaakt is door ernstige nalatigheid of grove schuld van verhuurder en een dusdanige vertraging tot gevolg heeft, dat van huurder in redelijkheid niet verlangd kan worden dat de huurovereenkomst ongewijzigd in stand blijft.

19.Domicilie

  • 19.1

Vanaf de ingangsdatum van de huur worden alle mededelingen van verhuurder aan huurder in verband met de uitvoering van deze huurovereenkomst, gericht aan het adres van de huurder, zijnde het werkelijke vestigings-/ woonadres van huurder.

  • 19.2

Huurder verplicht zich in geval zijn adres geen vaste vestigings-/woonplaats meer van huurder is, verhuurder daarvan terstond schriftelijk in kennis te stellen onder opgave van een nieuw domicilie.

  • 19.3

Voor het geval huurder zijn vestigings-/woonadres voorgoed verlaat zonder opgave van een nieuw domicilie aan verhuurder, geldt het adres van het gehuurde als domicilie van huurder.

20.Klachten

Huurder zal klachten en wensen schriftelijk indienen. In dringende gevallen zal dit mondeling kunnen geschieden. In dergelijke gevallen zal huurder de klacht of wens zo spoedig mogelijk schriftelijk bevestigen.

21.Beheerder

Indien door verhuurder een beheerder is of wordt aangesteld, zal huurder zich wat betreft de inhoud en alle verdere aangelegenheden betreffende deze huurovereenkomst met de beheerder verstaan, tenzij schriftelijk anders overeengekomen.

22.Slotbepaling

Indien een deel van de huurovereenkomst of van deze algemene bepalingen nietig of vernietigbaar is, dan laat dit de geldigheid van het overige deel van de huurovereenkomst en deze algemene bepalingen onverlet.

In plaats van het vernietigde of nietige deel geldt alsdan, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3:42 Burgerlijk Wetboek, als overeengekomen, hetgeen partijen overeengekomen zouden zijn, indien zij de nietigheid of vernietigbaarheid gekend zouden hebben.