Regeling vervalt per 01-04-2029

Beleidsregels Tijdelijke Regeling Alleenverdienersproblematiek gemeente Pijnacker-Nootdorp 2025

Geldend van 31-10-2025 t/m 31-03-2029 met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2025

Intitulé

Beleidsregels Tijdelijke Regeling Alleenverdienersproblematiek gemeente Pijnacker-Nootdorp 2025

Het college van burgemeester en wethouders van Pijnacker-Nootdorp;

gezien het advies van het domein samenleving d.d. 4 juni 2025;

gezien het advies van de Adviesraad Sociaal Domein 14 juni 2025

gelet op artikel 78gg van de Participatiewet;

besluit:

  • 1.

    Vast te stellen de volgende Beleidsregels Tijdelijke Regeling Alleenverdienersproblematiek gemeente Pijnacker-Nootdorp 2025

Artikel 1. Begripsbepalingen

  • 1. In deze beleidsregel staan enkele begrippen. Hieronder staat een uitleg wat deze betekenen:

    • a.

      Alleenverdiener: het huishouden dat:

      • i.

        een inkomen heeft uit een uitkering, niet zijnde een uitkering op grond van de Participatiewet, eventueel aangevuld met een uitkering op grond van de Participatiewet en;

      • ii.

        vergeleken met een vergelijkbaar huishouden, waarvoor het inkomen uit enkel een uitkering op grond van artikel 19 Participatiewet bestaat, een lager bedrag aan tegemoetkomingen met toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen ontvangt, als gevolg van de verschillende afbouwpaden van de dubbele algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 37, tweede lid, Participatiewet en in artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001, en;

      • iii.

        een netto-inkomen en tegemoetkomingen met toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen ontvangt dat in totaal lager ligt dan bij een vergelijkbaar huishouden waarvoor het inkomen uit een uitkering enkel bestaat uit een uitkering op grond van artikel 19 Participatiewet, vanwege hetgeen genoemd is in onderdeel ii.

    • b.

      Huishouden: twee personen die fiscaal partner en toeslagpartner van elkaar zijn voor het jaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft;

    • c.

      Meestverdienende partner: persoon van het huishouden die het grootste deel of het geheel van het huishoudinkomen verzorgt;

    • d.

      Vaste tegemoetkoming: het bedrag dat over de kalenderjaren 2025, 2026 en 2027 per jaar wordt vastgesteld bij ministeriële regeling in het kader van artikel 78gg, Participatiewet.

TOEGANG

Artikel 2 Ambtshalve toekenning

  • 1. Het college kent aan het huishouden waarvan voor het betreffende kalenderjaar het Burgerservicenummer van de meestverdienende partner is verstrekt aan het college op grond van artikel 78gg, vijfde lid, Participatiewet, ambtshalve de vaste tegemoetkoming voor dat kalenderjaar toe.

Artikel 3 Besluit op aanvraag

  • 1. De alleenverdiener kan een aanvraag om een vaste tegemoetkoming indienen bij het college.

  • 2. Het college beoordeelt of de alleenverdiener op de datum van aanvraag inwoner van de gemeente Pijnacker-Nootdorp is en het huishouden voor het betreffende jaar nog geen vaste tegemoetkoming heeft ontvangen.

  • 3. Bij de vaststelling van het inkomen om te bepalen of het huishouden tot de doelgroep van alleenverdieners behoort, telt het inkomen van het huishouden mee.

  • 4. Als er sprake is van een vast maandinkomen, toetst het college het inkomen van de meest recente volledige kalendermaand voorafgaand aan de datum van aanvraag. Het college rekent dit maandinkomen om naar een verwacht jaarinkomen.

  • 5. Als er sprake is van een variabel maandinkomen, toetst het college het inkomen van de drie meest recente volledige achtereenvolgende kalendermaanden voorafgaand aan de datum van aanvraag. Het college rekent deze maandinkomens om naar een verwacht jaarinkomen.

  • 6. Van lid 5 en 6 kan worden afgeweken indien het college van oordeel is dat er in het specifieke geval aanleiding toe is.

  • 7. Als de definitieve aanslag inkomstenbelasting of definitieve beschikking voor toeslagen over het kalenderjaar waarover de vaste tegemoetkoming wordt aangevraagd al bekend is, dan gebruikt het college, in afwijking van de leden 5 en 6, het belastbaar jaarinkomen waar deze aanslag of beschikking op is gebaseerd.

  • 8. Bij de vaststelling van het vermogen hanteert het college de vermogensgrens van de zorgtoeslag zoals die geldt voor het kalenderjaar waarover de vaste tegemoetkoming wordt aangevraagd.

  • 9. Het peilmoment van het vermogen is 1 januari 00:00 van het kalenderjaar waarover de vaste tegemoetkoming wordt aangevraagd.

TOEKENNING EN VERSTREKKING

Artikel 4 Toekenning

  • 1. Het college kent de vaste tegemoetkoming eenmaal voor het betreffende kalenderjaar toe en voor het gehele bedrag.

Artikel 5 Verstrekking

  • 1. Het college verstrekt de vaste tegemoetkoming in één keer.

  • 2. Als het huishouden verhuist in het kalenderjaar waarin de tegemoetkoming is verstrekt, heeft dat geen gevolgen voor de verstrekte tegemoetkoming over het betreffende kalenderjaar.

SLOTBEPALINGEN

Artikel 6 Inwerkingtreding

  • 1. Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na publicatie in het elektronisch gemeenteblad en werkt terug tot en met 1 januari 2025.

  • 2. Deze beleidsregel geldt tot en met 1 april 2029, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op de op grond van deze beleidsregel verstrekte tegemoetkomingen.

Artikel 7 Citeertitel

  • 1. Deze beleidsregels worden aangehaald als Beleidsregels Tijdelijke Regeling Alleenverdieners-problematiek gemeente Pijnacker-Nootdorp.

Ondertekening

Vastgesteld in de vergadering van 23 september 2025.

het college van Pijnacker-Nootdorp,

Annelies Kroeskamp

secretaris

Björn Lugthart

burgemeester

Toelichting

Algemeen

Alleenverdienersproblematiek

Alle mensen in Nederland moeten een inkomen hebben waarmee ze kunnen rondkomen. Mensen met lage inkomens krijgen extra steun door middel van toeslagen. Door een ongunstige samenloop van regelingen valt het besteedbaar inkomen voor sommige huishoudens te laag uit. Het betreft een groep huishoudens voor wie de uitkering van één van beide partners, bijvoorbeeld een werkloosheids- of arbeidsongeschiktheidsuitkering, de enige of de belangrijkste bron van inkomen van het (echt)paar is. Deze huishoudens houden hierdoor een netto-inkomen over dat lager is dan een bijstandsuitkering. Deze problematiek wordt de ‘alleenverdienersproblematiek’ genoemd.

Deze problematiek ontstond in 2009 toen de overdraagbaarheid van de Algemene Heffingskorting gefaseerd werd afgebouwd (volledige afbouw in 2023), en daarbij een andere afbouw volgde dan de bijstandsuitkering (volledige afbouw in 2039). Het wegnemen van deze ongewenste situatie wordt in 3 fasen gecorrigeerd.

  • Fase I: voor de jaren 2023 en 2024 wordt gewerkt met een tegemoetkoming op basis van de bijzondere bijstand.

  • Fase II: voor de jaren 2025, 2026 en 2027 wordt gewerkt met een tijdelijke regeling. (De Beleidsregels hebben betrekking op deze fase)

  • Fase III: vanaf 2028 wordt het probleem opgelost via de fiscaliteit (inkomstenbelasting)

In deze beleidsregel stelt het college vast hoe de toegang tot de regeling eruitziet (ambtshalve of op aanvraag) en op welke wijze en onder welke voorwaarden de tegemoetkoming wordt toegekend en verstrekt.

Artikelsgewijs

Artikel 1

Hier wordt beschreven wanneer een huishouden als ‘alleenverdiener’ kan worden gezien. Alleen wanneer het huishouden onder dit begrip valt komt het in aanmerking voor een tegemoetkoming op grond van deze beleidsregels.

Artikel 2

Jaarlijks ontvangt het college een BSN lijst van het Inlichtingenbureau. Deze huishoudens vallen in ieder geval onder de ‘alleenverdienersproblematiek’ en kunnen de tegemoetkoming dus ambtshalve ontvangen.

Ook huishoudens die niet via de lijst van het Inlichtingenbureau zijn aangemeld bij het college kunnen onder de ‘alleenverdienersproblematiek’ vallen. Hiervoor is wel van belang dat zich tussentijds geen relevante wijzigingen hebben voorgedaan in de situatie van het huishouden of de achterliggende wetten. Dit zal het college moeten controleren.

Artikel 3

Huishoudens die de tegemoetkoming niet ambtshalve hebben ontvangen, kunnen een aanvraag voor de tegemoetkoming indienen. Het college zal dan toetsen of iemand als alleenverdiener op grond van artikel 1 lid 1 van de beleidsregel kan worden aangemerkt. Als dit het geval is, kan ook aan dit huishouden een tegemoetkoming worden toegekend.

Om te beoordelen of een aanvrager als alleenverdiener kan worden aangemerkt, moet het college het jaarinkomen berekenen. Wanneer het jaarinkomen voor het kalenderjaar waarover de aanvraag wordt ingediend nog niet bekend is, zal het inkomen moeten worden berekend aan de hand van het bekende maandinkomen. Wanneer er sprake is van een vast maandinkomen, kan de berekening worden gemaakt aan de hand van één maandinkomen.

Wanneer er sprake is van wisselende inkomsten, wordt het jaarinkomen berekend aan de hand van de inkomstengegevens van de afgelopen 3 maanden. Van deze berekeningen kan op grond van artikel 4:84 algemene wet bestuursrecht worden afgeweken indien het college van oordeel is dat dit in het specifieke geval is aangewezen. Dit kan bijvoorbeeld aan de orde zijn als uit Suwinet blijkt dat er meer dan 3 maanden voorafgaand aan de aanvraag in hetzelfde kalenderjaar een aanzienlijke wijziging in het inkomen is geweest.

Als er al een definitieve aangifte inkomstenbelasting is over een of meer kalenderjaren waarover de tegemoetkoming wordt aangevraagd, wordt het inkomen aan de hand daarvan vastgesteld en hoeft het niet apart te worden berekend.

De Wet tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek is een separate regeling binnen de Participatie - wet. In de Participatiewet worden veel lagere inkomens- en vermogensgrenzen gehanteerd dan bij de toekenning van toeslagen. Hoewel het een doelgroep betreft met een netto-inkomen rond het bestaansminimum wordt bij toeslagen ruimer omgegaan met vermogen. Zo kan een alleenverdienershuishouden wel beschikken over een eigen woning en recht hebben op toeslagen, maar in dat geval geen recht hebben toegang tot de Participatiewet. Daarom is ervoor gekozen om voor deze doelgroep de vermogensgrens voor de zorgtoeslag te hanteren (2025: € 179.429). Ook bij het opstellen van de BSN lijsten wordt deze vermogensgrens gehanteerd.

Artikel 4

Gemeenten krijgen met dit wetsvoorstel de bevoegdheid om voor de jaren 2025, 2026 en 2027 een vaste tegemoetkoming te verstrekken aan de alleenverdienende huishoudens. De Participatiewet wordt hiervoor gewijzigd. Een structurele oplossing wordt in 2028 verwacht.

Artikel 5

De tegemoetkoming wordt in één keer aan de inwoner uitbetaald en dus niet per maand. Op die manier hoeft de inwoner dus niet elke maand het bedrag af te wachten, maar beschikt hij in een keer over het hele bedrag voor het betreffende kalenderjaar. Wanneer iemand gedurende het kalenderjaar verhuist, heeft dit geen gevolgen voor de toegekende tegemoetkoming over dat kalenderjaar. De tegemoetkoming kan niet worden teruggevorderd. Dit volgt uit artikel 78gg lid 6 van de Participatiewet.