Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR745962
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR745962/1
Regeling vervalt per 31-12-2026
Subsidieregeling Bevorderen preventieve ondersteuning in de buitenschoolse opvang 2026
Geldend van 30-10-2025 t/m 30-12-2026
Intitulé
Subsidieregeling Bevorderen preventieve ondersteuning in de buitenschoolse opvang 2026Burgemeester en Wethouders van Amersfoort;
gelezen de nota de Regiovisie ‘Samen Werken aan de specialistische jeugdhulp’ 2021-2026 d.d. 7 september 2021, het Beleidskader Amersfoort Inclusieve Stad 2021-2026 d.d. 23 maart 2021 en het daarbij horend Uitvoeringsprogramma Jeugd en Onderwijs 2025-2026;
gelet op de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene subsidieverordening Amersfoort;
overwegende dat het gewenst is activiteiten te stimuleren die bijdragen aan preventieve ondersteuning in de buitenschoolse opvang (BSO), door kinderen die extra ondersteuning krijgen in het primair onderwijs deze ondersteuning ook te laten krijgen op de BSO, met als doel de leeftijdsadequate ontwikkeling van kinderen te bevorderen en de inzet van jeugdhulp te voorkomen;
besluit vast te stellen de volgende regeling:
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- a.
Asv: Algemene subsidieverordening Amersfoort;
- b.
Bso: buitenschoolse opvang zoals bedoeld in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang;
- c.
Jeugdhulp: hulp in de zin van artikel 1.1 van de Jeugdwet;
- d.
Kind: kind dat primair onderwijs volgt en dat zonder extra ondersteuning niet binnen de reguliere BSO kan worden opgevangen;
- e.
Kindcentrum: voorziening waar kinderopvang plaatsvindt, anders dan een op zichzelf staande gastouderopvang of op zichzelf staande peuterspeelzaal;
- f.
Onderwijs Specialistische Jeugdhulp (OSJ): vaste specialistische jeugdhulpverlener die in de school voor (speciaal) onderwijs aanwezig is en jeugdhulp biedt zonder dat hiervoor een verwijzing nodig is. De specialistische jeugdhulpverlener is onderdeel van en werkt nauw samen met het onderwijs(zorg)team;
- g.
Pedagogisch coaches: hbo-opgeleide beroepskrachten die het aanspreekpunt zijn voor wijkteam en zorgorganisaties en die meewerken op de groep, een vertrouwd gezicht en aanspreekpunt zijn voor ouders of de taak hebben om pedagogisch medewerkers te begeleiden en coachen bij de omgang met kinderen;
- h.
Pedagogisch medewerkers: beroepskrachten die verantwoordelijk zijn voor de dagelijkse opvang, ontwikkeling en verzorging van een groep kinderen;
- i.
Samenwerkingsverband: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18a van de Wet op het primair onderwijs;
- j.
Wijkteam: team van professionele hulpverleners van stichting Wijkteam Amersfoort (SWA) in Amersfoort;
- k.
Zorgcoördinator: beroepskracht die ondersteuning en coördinatie rondom het kind en gezin verzorgt op de BSO-locaties.
Artikel 2. Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Burgemeester en wethouders verstrekken uitsluitend subsidie voor het inzetten van pedagogisch medewerkers, pedagogisch coaches of zorgcoördinatoren in de buitenschoolse opvang in groepen waar kinderen met een extra ondersteuningsbehoefte zitten bovenop de beroepskracht-kindratio zoals vastgelegd in de Wet kinderopvang. Het trainen van pedagogisch medewerkers, pedagogisch coaches of zorgcoördinatoren in het begeleiden van kinderen met een extra ondersteuningsbehoefte.
Artikel 3. Indieningstermijn aanvraag
Een aanvrager dient de subsidieaanvraag voor de periode 1 juni 2025 tot en met 31 december 2026 in tussen 15 oktober 2025 en 31 oktober 2025.
Artikel 4. Eisen aan de aanvrager
Subsidie kan enkel worden aangevraagd door rechtspersonen die bedrijfsmatig een kindcentrum exploiteren.
Artikel 5. Eisen aan de aanvraag
-
1. Een aanvraag wordt ingediend op het door burgemeester en wethouders vastgesteld aanvraagformulier.
-
2. De aanvraag voldoet aan alle eisen zoals gesteld in artikel 6 Asv. In aanvulling op artikel 6 Asv, wordt de aanvraag enkel in behandeling genomen als uit de aanvraag blijkt:
- a.
hoeveel kinderen er worden bereikt met de activiteit;
- b.
op welke wijze pedagogisch coaches/medewerkers geschoold/gecoacht zijn of gaan worden in de omgang met kinderen;
- c.
op welke wijze de samenwerking met opvoeders, het wijkteam, betrokken basisscholen, een samenwerkingsverband en andere relevante professionals wordt vormgegeven en onderhouden;
- d.
op welke manier dit gemonitord wordt en hoe resultaten worden gemeten;
- e.
hoeveel jaren ervaring de aanvrager heeft met het bieden van preventieve ondersteuning in de bso;
- f.
of sprake is van samenwerking met een OSJ en hoe deze samenwerking wordt vormgegeven;
- g.
op welke wijze de verschillende BSO-locaties zijn gespreid over de wijken in Amersfoort.
- a.
-
3. Aanvragen die niet voldoen, worden niet in behandeling genomen.
Artikel 6. Subsidiabele kosten
-
1. In aanvulling op artikel 10, eerste lid, Asv komen de volgende kosten in aanmerking voor subsidie:
- a.
personeelskosten voor de inzet van een pedagogisch medewerker, pedagogisch coach of zorgcoördinator bovenop de beroepskracht-kindratio zoals vastgelegd in de Wet kinderopvang met een maximaal uurtarief van €60;
- b.
kosten voor trainingen;
- c.
kosten voor materialen.
- a.
-
2. In aanvulling op artikel 10, tweede lid, van de Asv verstrekken burgemeester en wethouders in ieder geval geen subsidie voor:
- a.
kosten om te voldoen aan wettelijke verplichtingen of aan gangbare minimumkwaliteitseisen;
- b.
kosten van reguliere werkzaamheden van de aanvrager;
- c.
kosten gemaakt na beëindiging van activiteiten met uitzondering van accountantskosten;
- d.
kosten van in natura geleverde diensten en goederen;
- e.
kosten van gelieerde rechtspersonen die onderling in rekening worden gebracht;
- f.
kosten betaald aan vrijwilligers, met uitzondering van vergoedingen voor werkelijk gemaakte onkosten.
- g.
kosten van activiteiten die redelijkerwijs kunnen worden gedekt uit de opbrengsten die met de activiteiten verband houden.
- a.
Artikel 7. Hoogte subsidie
De subsidie van de gemeente Amersfoort bedraagt 100% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 85.000,- voor 2025 en € 145.000,- voor 2026 per aanvraag.
Artikel 8. Subsidieplafond
Burgemeester en wethouders stellen het subsidieplafond voor de activiteit zoals bedoeld in artikel 2 voor de periode van 1 juni tot en met 31 december 2025 vast op € 140.000 en voor 2026 vast op € 240.000.
Artikel 9. Weigeringsgronden
Overeenkomstig artikel 14, tweede lid, onder d, van de Asv beslissen burgemeester en wethouders afwijzend op de aanvraag als:
- a.
aan de aanvraag in totaal minder dan 60 punten worden toegekend van de 100 te behalen punten;
- b.
het subsidieplafond is bereikt.
Artikel 10. Wijze van verdeling
-
1. Verstrekking van subsidie vindt plaats in de volgorde van de door burgemeester en wethouders aangebrachte rangschikking, waarbij de aanvragen met de meeste punten bovenaan staan, totdat het vastgestelde subsidieplafond is bereikt.
-
2. Bij de rangschikking van de aanvragen kennen burgemeester en wethouders punten toe aan de hand van de volgende aspecten en tot het daarbij vermelde maximum aantal:
- a.
de wijze waarop pedagogisch coaches/medewerkers geschoold/gecoacht zijn of gaan worden in de omgang met kinderen – 30 punten;
- b.
de mate waarin wordt samengewerkt met opvoeders, het wijkteam, betrokken basisscholen, een samenwerkingsverband en andere relevante professionals – 40 punten;
- c.
de spreiding van de verschillende BSO-locaties over de wijken in Amersfoort – 30 punten.
- a.
-
3. De wijze waarop punten worden verdeeld staan in bijlage 1 van deze subsidieregeling.
-
4. Indien het vastgestelde subsidieplafond zou worden overschreden als gevolg van het verstrekken van subsidie zoals bedoeld in het tweede lid, wordt met de aanvrager waaraan niet het gehele bedrag van de aanvraag kan worden toegekend in overleg gegaan om vast te stellen hoeveel activiteiten hij voor het resterende subsidieplafond kan uitvoeren. Aan deze aanvrager wordt vervolgens het resterende subsidieplafond toegekend.
Artikel 11. Bevoorschotting
-
1. Subsidies van meer dan € 5.000 worden voor maximaal 80% bevoorschot.
-
2. De wijze van bevoorschotting wordt in de verleningsbeschikking opgenomen.
Artikel 12. Verplichtingen
In aanvulling op Hoofdstuk 4 van de Asv is de subsidieontvanger verplicht:
- a.
de verkregen subsidie ook daadwerkelijk in te zetten voor de uitvoering van de activiteit; en
- b.
indien van toepassing aan te sluiten bij de bestaande structuur rondom de OSJ.
Artikel 13. Vaststelling
Bij een subsidie van meer dan € 5.000 blijkt uit de verantwoording van de subsidieontvanger, in aanvulling op artikel 26 en 27 van de Asv, het aantal kinderen dat ondersteuning heeft gekregen en een beschrijving van de aard van de ondersteuningsvragen.
Artikel 14. Slotbepalingen
-
1. Deze subsidieregeling treedt in werking met ingang van de dag na die van bekendmaking.
-
2. Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Bevorderen preventieve ondersteuning in de buitenschoolse opvang 2026.
-
3. Deze subsidieregeling vervalt op 31 december 2026.
-
4. Deze subsidieregeling blijft van toepassing op subsidies die voor de vervaldatum onder deze subsidieregeling zijn verstrekt.
Ondertekening
Vastgesteld in de vergadering van 7 oktober 2025.
De secretaris,
De burgemeester,
Bijlage 1: Rangschikking door puntentoekenning op aspect
Subsidies worden verstrekt op volgorde van een kwalitatieve rangschikking. Dit betekent een ‘tendersysteem’, waarbij het beschikbare budget wordt verdeeld op basis van een onderlinge vergelijking van de volledige, tijdig ingediende aanvragen. De onderlinge vergelijking vindt plaats op basis van de beoordelingsaspecten uit het tweede lid. Voor de toekenning van de punten per beoordelingsaspect is een scoreformulier opgesteld. De beste aanvragen komen voor subsidie in aanmerking. Bij een gelijk aantal punten eindigt de aanvrager met het meeste aantal jaar ervaring met preventieve ondersteuning op de reguliere BSO bovenaan.
|
Rangschikking door puntentoekenning op aspect |
Punten |
|
De wijze waarop pedagogisch coaches/medewerkers geschoold/gecoacht zijn of gaan worden in de omgang met kinderen. |
30 |
|
- Geen extra deskundigheidsbevordering/training. |
0 |
|
- Inzet op deskundigheidsbevordering. |
30 |
|
De mate waarin wordt samengewerkt met opvoeders, het wijkteam, betrokken basisscholen, een samenwerkingsverband en andere relevante professionals. |
40 |
|
- Geen samenwerking met andere partijen. |
0 |
|
- Samenwerking met 1-2 andere partijen. |
10 |
|
- Samenwerking met 3 andere partijen. |
20 |
|
- Samenwerking met 4 andere partijen. |
30 |
|
- Samenwerking met 5 andere partijen. |
40 |
|
Het gaat daarbij om de volgende indeling van partijen:
|
|
|
De spreiding van de verschillende bso-locaties over de wijken in Amersfoort. |
30 |
|
- Locatie(s) gevestigd in 1 wijk in Amersfoort. |
0 |
|
- Locaties gevestigd in 2-4 wijken in Amersfoort. |
10 |
|
- Locaties gevestigd in 5-7 wijken in Amersfoort. |
20 |
|
- Locaties gevestigd in 8-10 wijken in Amersfoort. |
30 |
|
Het gaat hierrbij om de volgende wijkindeling:
|
|
Toelichting subsidieregeling
Inleiding
Deze regeling betreft een subsidieregeling zoals bedoeld in de Asv en is gekoppeld aan het Uitvoeringsprogramma Jeugd en Onderwijs 2025-2026.
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 1 Begripsbepalingen
Dit artikel behoeft geen toelichting.
Artikel 2 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Alleen de activiteit die in dit artikel is benoemd, komt voor subsidiëring in aanmerking. Aanvragen die op andere activiteiten zien, worden afgewezen.
Artikel 3 Indieningstermijn aanvraag
Van 1 oktober 2025 tot en met 31 oktober 2025 kan een aanvraag worden ingediend voor de periode 1 juni 2025 tot en met 31 december 2026. Dat betekent dat subsidie op grond van deze regeling ook kan worden aangevraagd voor activiteiten die (deels) zijn uitgevoerd voorafgaand aan de aanvraag.
Artikel 4 Eisen aan de aanvrager
Dit artikel behoeft geen toelichting.
Artikel 5 Eisen aan de aanvraag
Bij de aanvraag moet een activiteitenplan worden gevoegd, dat inzicht moet geven in alle in het tweede lid opgesomde gegevens. Deze gegevens vormen een aanvulling op de indieningsvereisten uit artikel 6 van de Asv.
Artikel 6 Subsidiabele kosten
Alleen de kosten die in het eerste lid zijn opgesomd, zijn subsidiabel. Kosten die niet in een van deze categorieën vallen, zijn dus niet subsidiabel.
Voor de duidelijkheid staan in het tweede lid van dit artikel enkele kostenposten opgesomd die niet subsidiabel zijn als deze in de kosten zouden worden opgevoerd. Deze kostenposten zijn een aanvulling op de kostenposten uit artikel 10, tweede lid, van de Asv.
Artikel 7 Hoogte subsidie
Dit artikel behoeft geen toelichting.
Artikel 8 Subsidieplafond
Burgemeester en wethouders kunnen een subsidieplafond verlagen als het plafond wordt vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd én de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd.
Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen.
Artikel 9 Weigeringsgronden
Subsidieaanvragen worden afgewezen als zij voldoen aan één van de in dit artikel opgesomde weigeringsgronden. Deze gronden zijn een aanvulling op de weigeringsgronden uit de Asv.
Artikel 10 Wijze van verdeling
Subsidies worden verstrekt op volgorde van een kwalitatieve rangschikking. Dit betekent een ‘tendersysteem’, waarbij het beschikbare budget wordt verdeeld op basis van een onderlinge vergelijking van de volledige, tijdig ingediende aanvragen.
Artikel 11 Bevoorschotting
Subsidies van meer dan € 5.000 worden na verlening voor maximaal 80% bevoorschot. Subsidies van ten hoogste € 5.000 worden direct vastgesteld op grond van artikel 25, eerste lid, Asv.
Artikel 12 Verplichtingen
Subsidieontvangers moeten voldoen aan alle in dit artikel opgesomde verplichtingen. Deze verplichtingen zijn een aanvulling op de verplichtingen uit de artikelen 16 tot en met 19 van de Asv.
Artikel 13 Vaststelling
Bij de aanvraag tot vaststelling van een subsidie van meer dan € 5.000 moet, in aanvulling op de indieningsvereisten uit artikel 26 en artikel 27 van de Asv, inzicht worden gegeven in de in dit artikel opgesomde gegevens.
Artikel 14 Slotbepalingen
In afwijking van artikel 3, derde lid, van de Asv, vervalt deze subsidieregeling al eerder dan na vier jaar. Deze subsidieregeling is namelijk gekoppeld aan het Uitvoeringsprogramma Jeugd en Onderwijs 2025-2026.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl