Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR745938
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR745938/1
Opbreekregels Breda 2025
Geldend van 29-10-2025 t/m heden
Intitulé
Opbreekregels Breda 2025Besluit van burgemeester en wethouders en de burgemeester van Breda tot vaststelling van de Opbreekregels Breda 2025
Burgemeester en wethouders en de burgemeester van Breda, ieder voor zover het hun eigen bevoegdheid betreft;
Gelet op artikel 25 van de EnWaTel-verordening Breda 2009;
Besluiten de volgende nadere regels vast te stellen:
Opbreekregels Breda 2025
1. Algemene eisen aan bekwaamheid vergunninghouder
- 1.1
Vergunninghouder moet beschikken over een verklaring dat het straatwerk wordt uitgevoerd door gekwalificeerde stratenmakers met een bewijs van erkenning door de SEB (Stichting Erkenning voor het Bestratingsbedrijf).
- 1.2
Beschikken over een door de aannemer gedateerde en gewaarmerkte kopie van het kwaliteitssysteemcertificaat op basis van de norm ISO 9001 of ISO 9002 overleggen, dat betrekking heeft op de aard van het werk. Dit certificaat moet zijn afgegeven door een certificatie-instelling (goedgekeurd door de Raad voor Accreditatie).
- 1.3
Verklaren dat de grondroerder werkt volgens de richtlijnen van het CROW in de publicatie 96-b.
- 1.4
De graaf- en grondwerkzaamheden moeten worden uitgevoerd conform de eisen uit de meest recente CROW richtlijnen (o.a. CROW publicaties 500 en 400). ‘‘
- 1.5
Beschikken over een door de aannemer gedateerde en gewaarmerkte kopie van het VCA**(liefst)-certificaat of (minimaal) het VCA*-certificaat of, in het geval van een combinatie van inschrijvers, een gewaarmerkte kopie VCA** of VCA* certificaat van de combinatie of van alle deelnemers afzonderlijk.
- 1.6
Zich houden aan de vigerende Standaard R.A.W.- Bepalingen, uitgegeven door de stichting C.R.O.W. en de eventueel daarin genoemde bepalingen van de UAV.
- 1.7
Voor aanvang van de werkzaamheden een KLIC-melding doen.
2. Werktijden uitvoeren van de werkzaamheden.
Binnen de gemeente Breda gelden voor het uitvoeren van de werkzaamheden de volgende tijden:
- 2.1
Binnen het beheersgebied van de gemeente Breda zijn de wegen gecategoriseerd als categorie 1, 2 of overige (woonstraat).
Uitvoering van werkzaamheden op categorie 1, 2 of overige wegen waarbij tijdelijke verkeersmaatregelen met berm-, trottoir-, of fietspadafzetting worden toegepast is toegestaan
Ma t/m vr 07:00 – 19:00 uur
Za en zo in overeenstemming met toezichthouder gemeente Breda
Uitvoering van werkzaamheden op categorie 1 of 2 wegen waarbij tijdelijke verkeersmaatregelen met gedeeltelijk rijbaanafzetting worden toegepast, is alleen toegestaan buiten spitstijden.
Ma t/m vr ochtendspits 07:00 – 09:30 uur
Ma t/m vr avondspits 15:30 – 19:00 uur
Za en zo in overeenstemming met toezichthouder gemeente Breda
Uitvoering van werkzaamheden op wegen met categorie overige (woonstraat) waarbij tijdelijke verkeersmaatregelen met gedeeltelijk rijbaanafzetting worden toegepast, is alleen toegestaan
Ma t/m vr 07:00 – 19:00 uur
Za en zo in overeenstemming met toezichthouder gemeente Breda
Uitvoering van werkzaamheden op categorie 1, 2 of overige wegen waarbij tijdelijke verkeersmaatregelen met volledige rijbaanafzetting worden toegepast, is alleen toegestaan
Ma t/m vr in overeenstemming met toezichthouder
Za en zo in overeenstemming met toezichthouder
- 1.
Voor overige gebieden in de gemeente Breda is het niet toegestaan om op werkdagen voor 07.00 uur en na 18.00 uur opbreek-, graaf-, kabel-aanvulling-, verdichting-, en/of bestratingswerkzaamheden uit hoofde van regulier werk in de openbare ruimte te verrichten.
- 2.
Op zaterdagen worden alleen werkzaamheden uitgevoerd na overleg met de toezichthouder van het werken waarbij een tijd geldt van 08.00 uur tot 16.00 uur.
- 3.
Van 15 december tot en met de eerste maandag van het daaropvolgend jaar heerst er in het gehele stadshart graafrust. In deze periode kunnen er geen werkzaamheden worden uitgevoerd.
-
Wijk: Breda Centrum
-
(binnen de singels)
-
Buurt: City
-
overige buurten in Wijk Breda centrum:
- -
Chasse,
- -
Fellenoord,
- -
Schorsmolen,
- -
Stationskwartier,
- -
Valkenberg
- -
- 4.
De grote evenementen (zie de evenementenkalander van de gemeente Breda) en speeldata van NAC 1 ( www.nac.nl ) buiten het weekeinde worden voor aanvang van de uit te voeren werkzaamheden opgevraagd door vergunninghouder. In overleg met de toezichthouder van het werken worden de werkzaamheden nader afgestemd.
-
In winkelstraten en evenementenpleinen mogen geen opbrekingen zijn of worden uitgevoerd gedurende namens Burgemeester en Wethouders vergunde evenementen, dit geldt vanaf de opbouw- tot afbreekperiode).
- 5.
De dag voorafgaande aan een zaterdag of nationale feestdag moet om uiterlijk 12.00 uur het graven van geulen en het leggen/trekken van kabels ect. worden gestaakt en moet onverwijld worden overgegaan tot het aanvullen en verdichten van hoofdgeulen, het aanbrengen van de verhardingen en het opruimen van de werkomgeving. Uiterlijk 16.00 uur moeten alle werkzaamheden gereed zijn.
- 6.
Alle verhardingen dienen tijdens weekenden en feestdagen gesloten te zijn. Er mag in weekenden en tijdens feestdagen geen puin en/of afval op het werk aanwezig zijn.
- 7.
Wanneer er onverhoopt, uitgezonderd storingen en calamiteiten, door de vergunninghouder werkzaamheden uitgevoerd worden buiten genoemde tijden zal dit altijd in overleg gebeuren met de toezichthouder van het werken.
- 8.
Zon- en feestdagen gelden als een collectieve sluiting perioden waarop zonder overleg met de toezichthouder van het werken geen werkzaamheden uitgevoerd mogen worden. Uitzondering hierop vormen storingen en calamiteiten.
- 9.
Er worden geen opbrekingen of bestratingswerkzaamheden in de openbare ruimte uitgevoerd wanneer er vorst in de grond zit of (open) bestratingen er zonder breuk niet uit te halen zijn. De te bewerken/verwerken grond moet vorst- en sneeuwvrij zijn, conform de vigerende RAW-bepalingen. Uitzondering hierop vormen storingen en calamiteiten.
- 1.
3. Communicatie naar burgers
De vergunninghouder is zelf verantwoordelijk om naar de belanghebbenden (nabij het werk wonende bewoners, gevestigde bedrijven en instellingen en passerende verkeersdeelnemers) te communiceren over de uit te voeren werkzaamheden. De communicatie moet ten minste een week voor aanvang van de werkzaamheden plaatsvinden en tenminste bestaan uit:
- •
Vermelding soort werkzaamheden,
- •
Projectduur,
- •
Werktijden van de werkzaamheden,
- •
De vorm en mate van overlast voor burgers en bedrijven,
- •
Door de aannemer te treffen voorzieningen i.h.k.v. de bereikbaarheid,
- •
Door de burger of het bedrijf te treffen maatregelen i.h.k.v. vuilophaaldienst,
- •
Contactpersoon van de uitvoerende aannemer,
- •
Een informatie- of klachtennummer van de aannemer.
4. Uitvoering werkzaamheden
4.0 Rolverdeling
In de praktijk kan er een rolverdeling bestaan tussen vergunninghouder – netbeheerder – opdrachtgever en grondroerder. Ook kan het zijn dat deze rollen door één en dezelfde partij worden vervuld. Voor de gemeente is echter alleen de vergunninghouder zowel financieel, operationeel als juridisch altijd aansprakelijk en verantwoordelijk voor het (doen) opvolgen van de bepalingen in het handboek. Dit ongeacht hoe de relatie is tussen vergunninghouder enerzijds en een eventuele netbeheerder en grondroerder anderzijds. De gemeente behoudt zich echter het recht voor om in dringende gevallen handhavingsmaatregelen rechtstreeks met grondroerder af te handelen en de vergunninghouder pas later daarvan in kennis te stellen.
4.1 Start werkzaamheden
De uitvoering van de werkzaamheden moet minimaal 10 werkdagen vóór aanvang hiervan middels een bij de vergunning/instemming gevoegd formulier gemeld worden in het daarvoor beschikbare gestelde systeem bij de gemeentelijke afdeling die de uitvoering begeleidt. Bij de melding moet ook de planning overlegd worden met hierin aangegeven het moment van oplevering.
Ten behoeve van aansluitingen, afsluitingen en storingen mag de vergunninghouder zelf dichtstraten in combinatie met meldingsplicht vooraf, en als dit niet mogelijk is zo spoedig mogelijk na afloop van de werkzaamheden.
4.2 Vooropname
Voor aanvang van het vergunning houdende werk wordt met een toegewezen toezichthouder van het werken het tracé nagelopen en een opname gemaakt van de bestaande situatie. De hierbij aanvullende voorwaarden worden vastgelegd in een digitaal document in het daarvoor beschikbare gestelde systeem, liefst vergezeld van gedagtekende foto’s en/of gedagtekende filmopnamen.
4.3 Algemene voorwaarden
Tijdens en ter plaatse van de uitvoering van de werkzaamheden dienen de volgende zaken aanwezig te zijn:
- •
Kopie beschikking / instemmingsbesluit;
- •
De door de gemeente goedgekeurde werk- en verkeersplan;
- •
Afschrift van het elektronisch formulier ‘’Start aanvang werkzaamheden’’.
In geval van meldingen (kleine graafwerkzaamheden):
- •
Afschrift van de elektronische melding kleine graafmeldingen.
Op verzoek van een toezichthouder van het werken worden deze documenten getoond. Wanneer de vergunninghouder of zijn rechtsgeldig gemandateerde grondroerder niet aan bovenstaande voldoet kan de toezichthouder verbieden het werk te continueren.
Voor herstel van de openbare ruimte na het graafwerk geldt het B&W besluit ‘’nadere regels herstraten en herstraatvergoeding Breda’’.
Bij het leggen van de kabels-, leidingen-, buizen moet rekening worden gehouden met een minimale gronddekking zoals aangegeven in het Synfra-profiel zoals opgenomen in de Beleidsregel gewenste locatie kabels en leidingen Breda 2025.
Als hiervan afgeweken moet worden mag dit alleen na toestemming van de gemeente.
Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden kan de toezichthouder van het werken ter plaatste nadere aanwijzingen geven met betrekking tot de uitvoering.
Tijdens de uitvoering van het werk kan de toezichthouder aanvullende maatregelen eisen indien de verkeerssituatie is gewijzigd of als het gedrag van verkeersdeelnemers op de verkeersmaatregelen anders is dan vooraf in het verkeersplan is opgenomen; Bijvoorbeeld inzet verkeersregelaars.
Zonodig moeten in overleg met de toezichthouder en overige kabel- en leidingbeheerders ter bepaling van de juiste ligging van de nabij liggende leidingen ter plaatste proefgaten van voldoende omvang en diepte worden gegraven.
Als plaatselijke toestand niet strookt met het normprofiel zullen de juiste plaats en de diepte van kabels-, leidingen,- buizen in overleg met de toezichthouder door middel van proefgaten en proefsleuven in het werk moeten worden onderzocht en op basis van die bevindingen wordt in overleg met vergunningsverleners een nieuwe ligging van het tracé bepaald.
Bij de voorbereiding en uitvoering van werkzaamheden zal de vergunninghouder, althans zijn rechtsgeldig gemandateerde grondroerder, maatregelen treffen die ongewenste opwarming van het drinkwaternet door nabijheid warmtenet te allen tijde voorkomen. Onder voorbereiding van werkzaamheden wordt mede het ontwerp van de werkzaamheden en de bepaling van ligging en diepte begrepen.
Kabels/leidingen/buizen van vergunninghouder die blijvend buiten bedrijf zijn gesteld moeten bij het openliggen van de sleuf worden verwijderd, tenzij anders wordt overeengekomen. Wanneer kabels/leidingen/buizen van vergunninghouder die in de openbare grond zijn gelegen hun functie verliezen, moet u de gemeente hiervan onverwijld in kennis stellen.
4.4 Achterlaten werken
In weekenden, op feestdagen, in winkelgebieden op koopavonden en op eventueel nader door de gemeente aan te wijzen tijdstippen moeten sleuven in de verharding aangevuld en dicht gestraat zijn. De sleuven door de bermen en groenstroken moeten dan tot de oorspronkelijke hoogte aangevuld zijn. De aanvulling moet worden uitgevoerd in lagen van maximaal 0.30m. waarbij elke laag mechanisch moet worden verdicht.
Vergunninghouder kan overeenkomen met de gemeente om een werk ‘open te laten liggen’. Hiervoor kan de gemeente aanvullende eisen stellen ten aanzien van de afzetting en bescherming van de gebruikers.
4.5 Grondwerk
Bij het door of namens vergunninghouder uit te voeren grondwerk moeten de vigerende Standaard RAW-bepalingen in acht worden genomen.
Uitkomende overtollige grond moet door en voor rekening van vergunninghouder worden afgevoerd/gestort naar een door de gemeente aan te wijzen, binnen de gemeentegrens gelegen, locatie. Overige niet bruikbare materialen moeten na beëindiging van de werkzaamheden zijn verwijderd op kosten van vergunninghouder.
Uitkomende grond die op last van de gemeente niet mag worden teruggebracht moet door en voor rekening van vergunninghouder worden afgevoerd/gestort naar een door de gemeente aan te wijzen, binnen de gemeentegrens gelegen, locatie. De hierdoor tekortkomende grond wordt door en voor rekening van de gemeente op het werk ter beschikking gesteld.
4.6 Open- en Gesloten verhardingen
De vergunninghouder is verplicht de ondergrond en de verharding na afloop van de werkzaamheden minimaal weer terug te brengen in de hoedanigheid zoals deze zich bestond voor het aanvangen van de werkzaamheden.
4.6.1 Open verhardingen:
Bij het door of namens vergunninghouder uit te voeren straatwerk moeten de vigerende Standaard RAW-bepalingen in acht worden genomen.
Het opbreken van verharding moet zorgvuldig geschieden, zodat geen bestratingsmateriaal onnodig wordt beschadigd en verloren gaat. Het materiaal moet binnen handbereik worden opgeslagen. Verlies, diefstal of beschadiging van bestratingsmateriaal is voor rekening van vergunninghouder tot het tijdstip waarop het herstel heeft plaatsgevonden.
Het namens de gemeente te vervangen (vooraf reeds beschadigd) bestratingsmateriaal wordt op kosten van en door de gemeente op het werk ter beschikking gesteld dan wel verrekend.
Ten behoeve van aansluitingen, afsluitingen en storingen mag de vergunninghouder zelf tijdelijke dichtstraten in combinatie met meldingsplicht vooraf en als dit niet mogelijk is zo spoedig mogelijk achteraf.
Op diverse plaatsen binnen de gemeente Breda komen hoogwaardige verhardingsconstructies of sierbestratingen voor. Deze worden na overleg met de toezichthouder van het werken door de gemeentelijke aannemer eruit gehaald en opnieuw aanbracht. Evenals de constructieopbouw. De kosten van alle hiermee verband houdende, door de gemeente te verrichten werkzaamheden komen voor rekening van vergunninghouder.
4.6.2 Gesloten verhardingen:
Als regel mag gesloten verharding niet worden opengebroken.
Indien een asfaltconstructie wordt verwijderd moeten de zijkanten tot de gewenste diepte op steenmaat worden ingezaagd. Het ondergraven van de asfaltverharding is niet toegestaan.
De vrijgekomen materialen dienen te worden onderscheiden:
- a.
Teer houdend; teer houdende vrijgekomen materialen dienen voor rekening van vergunninghouder te worden afgevoerd naar een erkend verwerkingsbedrijf. Er dient door de vergunninghouder zelf voor de benodigde afvalstroomnummer te worden gezorgd. De acceptatie- en verwerkingskosten komen in alle gevallen voor rekening van vergunninghouder.
- b.
Niet teer houdend; niet teer houdende materialen dienen voor rekening van vergunninghouder te worden afgevoerd naar een erkend verwerkingsbedrijf. De acceptatie- en verwerkingskosten komen in alle gevallen voor rekening van vergunninghouder.
Bij wegkruisingen onder gesloten verharding moeten de kabels-, leidingen-, buizen in een mantelbuis worden aangebracht, zodanig dat geen schade kan ontstaan aan het wegdek (zetting, oppersing en dergelijke), de naastgelegen bermen, trottoirs en fietspaden, alsmede aan de ondergrondse infrastructuur.
De mantelbuis moet een minimale dekking hebben van 0,75m en de buiseinden moeten als regel 0,75m buiten de kant van de verharding uitsteken.
Indien in uitzonderingsgevallen en onder nader te bepalen voorwaarden door de gemeente het openbreken van de gesloten verharding wordt toegestaan moeten door vergunninghouder tijdelijke voorzieningen worden getroffen. De sleuf dient door vergunninghouder te worden dicht gestraat met noodbestrating van betonstenen in blokverband in een ligging die geen gevaar oplevert. De bovenzijde van de stenen moeten gelijkliggen met het ingezaagde van het asfalt. Deze betonstenen moeten door de vergunninghouder voor diens rekening worden geleverd. Garantie is op sleuf en noodbestrating van toepassing tot aan definitief herstel.
Het definitief herstellen van de gesloten verharding wordt voor zover dat in de ‘’nadere regels herstraten en herstraat-vergoeding Breda’’ is geregeld door de gemeente verricht. De reparatieconstructie wordt van geval tot geval op maat bepaald door de gemeente. De kosten van alle hiermee verband houdende, door de gemeente te verrichten werkzaamheden komen voor rekening van vergunninghouder.
4.7 Kunstwerken
Het leggen van kabels-, leidingen-, buizen in of door kunstwerken (bruggen, tunnels, ect.) is slechts mogelijk als hiermee tijdens de bouw van het kunstwerk rekening is gehouden door middel van speciaal daarvoor bestemde en aangebracht mantelbuizen of holle ruimten. Vergunninghouder moet vooraf in overleg met de gemeente en de overige kabel- en leidingbeheerders nagaan via de bouwtekeningen of door middel van het openbreken van de verharding van de fiets- en voetpaden van de kunstwerken of deze mantelbuizen of holle ruimten reeds bezet of bestemd zijn. Voor het openbreken van de verharding van de kunstwerken is toestemming van de gemeente verreist.
4.8 Groenvoorzieningen
Algemeen:
Lasgaten en sleuven in gazons en beplantingen worden bij hoge uitzondering toegestaan.
Eerst na overleg en onderzoek van alle alternatieven zal hiertoe pas worden overgegaan. Hierbij zal een beoordeling plaatsvinden of het op basis van de kwaliteit van de beplantingen/bomen en het jaargetijde toelaatbaar is dat deze werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd. Gemeente en de vergunninghouder komen overeen welke maatregelen worden genomen om schade aan te handhaven beplanting/bomen te voorkomen en welke te handhaven beplanting als bijzonder wordt beschouw.
Indien de sleuf of het montagegat in het plantsoen, berm of gazon is gelegen, worden de aanwezige teelaarde en zand gescheiden ontgraven.
Bij aanvulling dienen de grondsoorten weer in de oorspronkelijke lagen te worden aangebracht. De dikten van de teelaarde- en zandlagen zijn gelijk aan de oorspronkelijke laagdikten.
4.8.1 Gazons:
Vinden er hierin werkzaamheden plaats, dan moeten de verwijdere zoden door en op kosten van de vergunninghouder worden afgevoerd. Na de werkzaamheden wordt door de vergunninghouder het tracé puinvrij gemaakt. In de eerstkomende groeiperiode van april tot en met oktober zal de sleuf door de gemeente worden ingezaaid met gras van overeenkomstig ras. De sleuf moet wel worden aangevuld tot dezelfde hoogte als het omliggende gazon.
De kosten van alle hiermee verband houdende, door de gemeente te verrichten werkzaamheden komen volgens de ‘’nadere regels herstraten en herstraat-vergoeding Breda’’ voor rekening van vergunninghouder.
4.8.2 Bermen:
Gras in bermen en overig landschappelijk gras moet gefreesd worden. Na het aanvullen van de sleuf zal door de gemeente opnieuw gras van zoveel mogelijk overeenkomstige rassen ingezaaid worden. De kosten van alle hiermee verband houdende, door de gemeente te verrichten werkzaamheden komen volgens de ‘’nadere regels herstraten en herstraat-vergoeding Breda’’ voor rekening van vergunninghouder.
4.8.3 Beplanting:
Beplanting mag niet worden opgenomen of verwijderd dan na instemming van de gemeente.
De verwijderde beplanting zal zo spoedig mogelijk weer door de gemeente worden teruggezet.
De kosten van alle hiermee verband houdende, door de gemeente te verrichten werkzaamheden komen volgens de ‘’nadere regels herstraten en herstraatvergoeding Breda’’ voor rekening van vergunninghouder.
4.8.4. Bomen:
Onder de kroonprojectie mag nooit machinaal gegraven worden. Indien een tracé buiten de wortelzone niet mogelijk is, moet in beginsel gebruik gemaakt worden van sleufloze technieken voor het aanbrengen van mantelbuizen. Deze mantelbuizen worden geplaatst op een diepte buiten de wortelzone.
Wortels met doorsnede van 5 cm of meer mogen nooit worden beschadigd of doorgesneden.
Wortels met een doorsnede van 2 cm tot 5 cm mogen alleen na goedkeuring van de gemeente worden beschadigd of doorgesneden. Na verkregen goedkeuring moeten wortels recht worden doorgezaagd.
Indien er binnen de wortelzone van bomen wordt gewerkt dient, indien de gemeente hierom verzoekt, een boom effectanalyse (BEA) te worden uitgevoerd. De BEA geeft inzicht in de te treffen maatregelen om de bomen duurzaam in de stad te houden. Een BEA dient uitgevoerd te worden door een onafhankelijk gespecialiseerd bureau. De kosten van de BEA zijn voor de vergunninghouder. De maatregelen en aanwijzingen zijn aangegeven volgens www.normeninstituutbomen.nl
Bij bomen dient en/of gemeente hierom verzoekt, een bomenwacht aangesteld te worden door de vergunninghouder. De kosten van de bomenwacht zijn voor de vergunninghouder.
Als regel mag er géén boom gerooid en/of beschadigd worden.
Indien in uitzonderingsgevallen en onder bepalen voorwaarden door de gemeente het rooien van bomen wordt toegestaan moeten door vergunninghouder tijdelijke voorzieningen worden getroffen. De kosten van alle hiermee verband houdende, door de gemeente te verrichten werkzaamheden komen volgens de ‘’nadere regels herstraten en herstraatvergoeding Breda’’ voor rekening van vergunninghouder.
Voor elke ten onrechte gerooide en/of beschadigde boom, zal aan vergunninghouder een schadevergoeding per boom worden opgelegd, afhankelijk van de waarde van de betreffende boom, berekend volgens de vigerende Richtlijnen NVTB (Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen). De kosten van alle hiermee verband houdende werkzaamheden komen voor rekening van vergunninghouder.
4.9 Verontreinigde grond
- 4.9.1.
Voorafgaand aan de werkzaamheden moet nagegaan worden of er sprake is van bodemverontreiniging op de locatie van de geplande werkzaamheden. Hiervoor kan gekeken worden op www.breda.nl, zoeken op ‘bodeminformatiekaart’. Bodemrapporten kunnen daarnaast digitaal worden opgevraagd. Zie hiervoor ‘bodemdossier inzien’’. De gemeente berekent geen kosten voor het verstrekken van bodeminformatie.
-
Als er sprake is van bodemverontreiniging moet dat digitaal gemeld worden op de website van het omgevingsloket omgevingswet.overheid.nl
-
De kosten die voortvloeien uit eventuele onderzoeken zijn voor rekening van de vergunninghouder.
- 4.9.2
De werkzaamheden moeten conform het Besluit activiteiten leefomgeving alsmede het omgevingsplan (inclusief de bruidsschatregels), het Besluit bodemkwaliteit, de bodembeheernota en de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Breda uitgevoerd worden. Voor nadere informatie hierover wordt verwezen naar de site van Informatiepunt Leefomgeving: Https://iplo.nl/thema/bodem/regelgeving/hergebruik-bouwstoffen-grond-baggerspecie/
-
Komt de vergunninghouder of zijn rechtsgeldig gemandateerde grondroerder vervuilde grond tegen dan moet men dit direct melden. Daarna kunnen er passende maatregelen worden genomen in samenspraak met de gemeente. Extra kosten (o.a. stilstand/oponthoud, aanpassen tracé) welke hiermee gemoeid zijn komen voor rekening van de vergunninghouder.
4.10 Bronnering
- •
Gemeente Breda:
-
De werkzaamheden moeten zo mogelijk worden uitgevoerd in een droge sleuf.
Wanneer dit niet mogelijk is en het plaatsen van bronnering noodzakelijk is, moet vóór aanvang van de werkzaamheden melding gemaakt worden bij het waterschap; omgevingswet.overheid.nl
Als het bronneringswater op het gemeentelijk rioolstelsel geloosd moet worden, moet vóór aanvang van de werkzaamheden schriftelijk toestemming worden verkregen via omgevingswet.overheid.nl
Hierbij dient rekening te worden gehouden dat voor het lozen van door middel van bronnering opgepompt grondwater op het gemeenteriool conform vigerende Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing Breda belasting verschuldigd is.
- •
Waterschap:
-
Bij een bronnering dient rekening gehouden te worden met de regels voor het lozen- en het onttrekken van: www.brabantsedelta.nl
Melden:
Bronneringen met lozing in oppervlaktewater moeten conform de regelgeving vooraf gemeld worden bij het waterschap, in de meeste gevallen is dit 4 weken voor start van de bronnering.
Bronneringen met lozing in de riolering moeten ook vooraf gemeld worden bij het waterschap, maar hiervoor is de termijn van 4 weken niet van toepassing. Dan moet er wel een vergunning bij de gemeente Breda worden aangevraagd via https://omgevingswet.overheid.nl
Er moet altijd een check gedaan worden op grondwaterbeschermingszones (Waterwingebied, 25-jaarszone, 50-jaarszone en boringvrije zone).
Het waterschap is hier geen bevoegd gezag voor, dat is de provincie, maar wij willen jullie hier nog wel op wijzen.
Binnen Breda ligt de waterwinning Ginneken en de beschermingszones van de winningen Prinsenboch en Oosterhout en een klein stukje van de boringsvrije zone van winning Dorst.
4.11 Archeologische vondsten
Op grond van de aangepaste Erfgoedwet heeft de gemeente Breda een beleidskaart archeologie opgesteld. De beleidskaart archeologie heeft de gemeente in zones opgedeeld.
Zones met:
- 1.
Archeologische waarde: Bij graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm is archeologisch onderzoek noodzakelijk,
- 2.
Hoge archeologische verwachting: Bij graafwerkzaamheden groter dan 100 m2 en dieper dan 30 cm is archeologische onderzoek noodzakelijk,
- 3.
Middelhoge verwachting: Bij graafwerkzaamheden groter dan 100 m2 en dieper dan 30 cm is archeologisch onderzoek noodzakelijk,
- 4.
Lage verwachting: Bij graafwerkzaamheden groter dan 5 hectare en dieper dan 30 cm, of MER-plichtige projecten is archeologisch onderzoek noodzakelijk.
De kosten van archeologisch onderzoek komen voor rekening van de aanvrager van het bodem verstorend archeologisch onderzoek.
Het gaat om nieuw te verstoren gebieden. Werkzaamheden binnen bestaande kabel- of leidingtracé hoeven niet vooraf te worden onderzocht.
Vergunninghouder moet voorafgaand aan de werkzaamheden medewerkers van het Team Erfgoed raadplegen erfgoed@breda.nl of archeologisch onderzoek bij geplande werkzaamheden noodzakelijk is. Als de melding tijdig wordt gedaan, kan archeologisch onderzoek voorafgaand aan de werkzaamheden worden uitgevoerd, of bij de werkzaamheden worden ingepland.
Daarnaast geldt:
- -
Elke partij die graaft en wat tegenkomt, heeft meldplicht,
- -
Elke melding wordt onderzocht. Als onderzoek noodzakelijk is, kunnen werkzaamheden worden stilgelegd( dit geeft het belang van onderzoek vooraf aan: Hoe meer vooraf bekend is, hoe kleiner de kans op stilleggen).
4.12 Explosieven
Mocht er tijdens de realisatie van de werkzaamheden gestuit worden op een mogelijk explosief dan wordt direct de politie ingelicht en de werkzaamheden worden gestaakt. Hierna zal zo nodig de EOD worden ingeschakeld. Oponthoud en gerelateerde kosten zijn niet verhaalbaar bij de gemeente Breda.
4.13 Verkeersmaatregelen
De toezichthouder van het werken dient goedkeuring te ontvangen vanuit Planning en Bereikbaarheid en het verkeersplan dient goedgekeurd te zijn vanuit team Verkeer.
Verkeersmaatregelen moeten voldoen aan de richtlijnen CROW publicatie 96-b aangevuld met de volgende bepalingen.
4.13.1 Algemeen
Het op- en afrijden van de voor de uitvoering bestemde terrein(en) en wegen moet plaatsvinden via, door de gemeente vooraf goed te keuren dan wel door haar aan te wijzen, locatie(s) en wegen of opgenomen in het verkeersplan.
De gemeente is bevoegd, als de verkeersveiligheid en/of afwikkeling van het verkeer dit verreist, de werkzaamheden niet te laten aanvangen of te doen onderbreken of uit te stellen.
Ontsluiting van het werk mag alleen via categorie 1 of 2 wegen plaatsvinden.
Het verkeer binnen de werkgrenzen moet tijdens de werkzaamheden kunnen doorgaan. Hiervoor moeten tijdelijke verkeersmaatregelen worden toegepast conform CROW-publicatie 96-b.
In het geval de vergunninghouder de ter zake van het reinigen van wegdekken, zowel binnen als buiten het werkterrein, gegeven opdrachten van de gemeente niet nakomt en de gegeven voorschriften niet naleeft, zullen door de gemeente per geval maatregelen worden genomen om de verkeersveiligheid te waarborgen. De kosten van deze maatregelen zullen in rekening worden gebracht bij de vergunninghouder.
Openliggende sleuven en gaten moeten in bouwhekken worden afgezet na goedkeuring gemeente.
4.13.2 Verkeersmaatregelen
Afzetting van het werk, het plaatsen van inleidende bebording, alsmede het instellen van omleidingsroutes moeten door de vergunninghouder worden verzorgd. Onderhoud van de tijdelijke verkeersmaatregelen geschiedt door de vergunninghouder. De kosten voor het plaatsen en onderhouden van de verkeersmaatregelen komen voor rekening vergunninghouder.
Omleidingsroutes worden geplaatst als er continue werkzaamheden worden uitgevoerd of als de verkeerssituatie daarom vraagt.
Permanente RVV-bebording, welke conflicterend zijn met de tijdelijke bebording, moet de vergunninghouder terstond verwijderen/afdraaien c.q. afdekken.
Na het uit werking of in depot plaatsen van de tijdelijke verkeersmaatregelen moet de vergunninghouder de permanente RVV-bebording herplaatsen/terugdraaien c.q. de afdekking verwijderen.
4.13.3 Onderhoud verkeersmaatregelen
De vergunninghouder zorgt voor een dagelijkse en voldoende controle op de instandhouding van tijdelijke verkeersmaatregelen ook buiten de normale werktijden. Deze verplichting geldt ook voor in opdracht van de gemeente geplaatste verkeersvoorzieningen.
Geconstateerde gebreken binnen het werkgebied en aan de afzetting die buiten werktijd bij de storingsdienst van de gemeente worden gemeld, worden aan de vergunninghouder doorgegeven en indien noodzakelijk moeten deze binnen twee uur worden hersteld. Vindt herstel niet plaats binnen de gestelde tijd, dan worden de gebreken in opdracht van bovengenoemde dienst onmiddellijk hersteld. De kosten van alle hiermee verband houdende, door de gemeente te verrichten werkzaamheden komen voor rekening van vergunninghouder.
4.13.4 Bereikbaarheid
In het kader van de bereikbaarheid zijn de wegen van de gemeente Breda onderverdeeld per categorie en gelden verschillende voorwaarden voor de wegwerkzaamheden en omleidingsroutes.
Ten behoeve van de nood- en hulpdiensten gelden de volgende aanvullende voorwaarden:
- 1.
De minimale doorrijbreedte voor hulpvoertuigen bedraagt minimaal 3,50 meter en moet altijd gewaarborgd zijn,
- 2.
De minimale doorrijhoogte bedraagt 4.20 meter,
- 3.
Brandkranen moeten minimaal met 1 meter worden vrijgehouden en worden opgenomen in voetpaden;
- 4.
Brandkranen moeten zichtbaar blijven,
- 5.
Aansluitingen voor droge blusleidingen moeten worden vrijgehouden,
- 6.
Toegangen tot belendende percelen mogen niet worden geblokkeerd,
- 7.
Gewone uitgangen en nooduitgangen van o.a. bioscopen, ziekenhuizen, cafés ect. moeten worden vrijgehouden; de vrije doorgang dient te allen tijde te zijn gegarandeerd over de volle breedte van de uitgangen en nooduitgangen (minimaal 2 meter afstand),
- 8.
De tijdsduur van de werken/afzettingen moeten worden aangegeven,
- 9.
Ten behoeve van de bevoorrading van bedrijven dienen afdoende maatregelen getroffen te worden om dit te garanderen.
Tijdens de uitvoering van de werken mag het verkeer niet worden gestremd en zo weinig mogelijk worden gehinderd, een en andere ter beoordeling van de gemeente.
Bereikbaarheid voor de hulpverleningsinstanties (voorschriften brandweer, politie en GHOR).
In verband met de bereikbaarheid voor hulpverleningsvoertuigen gelden de volgende eisen:
- 1.
Direct na gereedkomen van het grondwerk moet een zodanige verhardingslaag aangebracht worden dat de weg bereden kan worden door hulpverleningsvoertuigen,
- 2.
De maximale afstand van een mogelijke opstelplaats voor redvoertuigen tot elke plaats in de gevel van een gebouw mag ten hoogste 18 meter bedragen. Deze opstelplaats moet te allen tijde bereikbaar zijn voor redvoertuigen,
- 3.
De opstelplaats moet een obstakel-vrije ruimte omvatten van 5,5 bij 10 meter en een stempeldruk van 1MN/m2 te kunnen weerstaan.
De kosten van alle hiermee verband houdende, door de gemeente te verrichten werkzaamheden komen voor rekening van vergunninghouder.
De vergunninghouder draagt zorg voor de bereikbaarheid van woningen, winkels, openbare gebouwen en dergelijke voor (mindervalide) voetgangers. In overleg met de betrokkenen kan de mate van bereikbaarheid nader inhoud worden gegeven. De vergunninghouder houdt het gemotoriseerde bestemmingsverkeer naar woningen, winkels, bedrijven, bouwwerken, landerijen enzovoorts in overleg met de betrokkenen zoveel mogelijk in stand. Indien met de betrokkenen geen overeenstemming kan worden bereikt over de beperking van de bereikbaarheid, treedt de vergunninghouder tijdig in overleg met de gemeente. Verder draagt vergunninghouder zorg voor een doorgang voor het fietsverkeer en de voetgangers.
Vergunninghouder moet inzake tijdelijke verkeersmaatregelen, volledige afsluiting van wegen- en verkeersomleidingen als regel tenminste drie weken voor het begin van het werk de gemeente en de lokale nood- en hulpdiensten van dit voornemen in kennis stellen, ook bij werkzaamheden met een spoedeisend karakter moet de gemeente op de hoogte zijn van alle verkeersafzettingen.
Gedurende de tijd, liggende tussen een half uur na zonsondergang en een half uur vóór zonsopgang, moeten de opgebroken gedeelten bestratingen en dergelijke en andere in verband met de uit te voeren werken aanwezige, voor het verkeer gevaarlijke obstakels, op duidelijke wijze zijn aangegeven. De verlichting moet zijn volgens de desbetreffende voorschriften.
4.14 Gereedmelding
Wanneer de werkzaamheden van de vergunninghouder en/of zijn rechtsgeldige gemandateerde grondroerder gereed zijn meldt men dit binnen 10 werkdagen in het daarvoor beschikbare gestelde systeem, waarna een eindinspectie plaats kan vinden. Wanneer de vergunninghouder nalaat de werkzaamheden binnen 10 werkdagen, na beëindiging, gereed te melden zullen de werkzaamheden als gereed gemeld beschouwd worden.
4.15 Oplevering
Na gereed melding voert de toezichthouder van het werken binnen 20 werkdagen een eindinspectie uit. Bij de oplevering moeten alle betrokken partijen vertegenwoordigd zijn. Oplevering vindt plaats onder leiding van de gemeente Breda en betreft alle voorwaarden betrekking hebbend op de aanvraag. Bij afkeuring wordt punt 4.14 nog een keer doorlopen.
4.16 Garantie
De vergunninghouder biedt voorzover dat is bepaald in de ‘’nadere regels herstraten en herstraatvergoeding Breda’’ de garantie van één jaar. Garantie is gericht op zo deugdelijk herstel verdichten (eventueel herstraten) dat in de wegbedekking geen schades (zoals verzakkingen) ontstaan. Als er toch schade ontstaat wordt deze op kosten van de vergunninghouder hersteld.
5. Werkterrein
Wanneer er sprake is van opslag van materialen niet direct op het werk of naast de sleuf dan gelden de volgende regels:
- 5.1
Voor het plaatsen van maximaal 4 bouwobjecten voor maximaal 4 weken moet een melding gedaan worden bij de gemeente Breda via https://www.breda.nl/melden-plaatsen-bouwobject
-
Hiervoor is precario voor verschuldigd.
- 5.2
Als de vergunninghouder een openbare plaats langer dan 4 weken als werkterrein wil inrichten moet hiervoor een omgevingsvergunning worden aangevraagd via omgevingswet.overheid.nl Men vraag aan de activiteit opslag van roerende zaken. Hierover zijn leges en precario voor verschuldigd.
6. Schade en Aansprakelijkheid
6.1 Schade
Vergunninghouder moet alle redelijkerwijs mogelijke maatregelen nemen om te voorkomen dat de gemeente dan wel derden ten gevolge van het werk schade lijden.
Schade aan gemeentelijke- of eigendommen van derden moet worden vermeden.
Mochten toch beschadigingen optreden ten gevolge van het aanleggen-, wijzigen-, gebruiken-, onderhouden-, aanwezig zijn dan moet de vergunninghouder deze direct melden aan de toezichthouder van het werken en aan de beheerder van het beschadigde eigendom. Hierna geeft de vergunninghouder zo spoedig mogelijk, doch in elk geval binnen 24 uur nadat hem daarvan is gebleken, schriftelijk kennis aan de gemeente Breda tot haar genoegen binnen de daarbij gestelde termijn hersteld. Het herstel van de schade vindt plaats in overleg en voor rekening van de vergunninghouder.
Verplaatsingen en aanduidingen in leidingstroken mogen slechts geschieden in aanwezigheid en/of na verkregen toestemming van de betrokken beheerder. Verplaatsingen van KAD-stenen en RG-palen mag slechts plaatsvinden in tegenwoordigheid van de betrokken ambtenaar van respectievelijk het Kadaster c.q. Rijkswaterstaat.
6.2 Aansprakelijkheid
De gemeente Breda is niet aansprakelijk voor schade die de vergunninghouder of zijn rechtsgeldig gemandateerde grondroerder of derden lijden.
7. Handhaving
De gemeente Breda houdt toezicht op de voorschriften waaronder vergunningen verstrekt zijn en de werkzaamheden uitgevoerd dienen te worden.
Bij het niet conform deze voorwaarden uitvoeren van werken kan de gemeente de vergunninghouder verzoeken het werk te herstellen. In dien niet wordt voldaan aan de voorschriften van de vergunning is de gemeente gerechtigd om via bestuursdwang alle benodigde maatregelen te treffen.
8. Hardheidsclausule en onvoorziene omstandigheden
- 8.1
Burgemeester en wethouders respectievelijk de burgemeester, elk voor zover het hun eigen bevoegdheid betreft, kunnen in bijzondere gevallen een of meerdere artikelen van deze nadere regels buiten toepassing laten of daarvan afwijken als toepassing gelet op het belang van de belanghebbende leidt tot een billijkheid van overwegende aard.
- 8.2
Ingevallen waarin deze nadere regel niet en/of niet volledig voorzien, beslissen burgemeester en wethouders respectievelijk de burgemeester, elke voor zover het hun eigen bevoegdheid betreft.
9. Intrekking
De Opbreekregels Breda 2011 worden ingetrokken.
10. Inwerkingtreding
Deze nadere regels treden in werking op de dag na bekendmaking.
11. Citeertitel
Deze nadere regels worden aangehaald als: Opbreekregels Breda 2025.
Ondertekening
Aldus vastgesteld op 23 september 2025
, burgemeester
, gemeentesecretaris
Aldus vastgesteld op 17 oktober 2025
De burgemeester van Breda,
P.F.G. Depla
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl