Ruimtelijk afwegingskader Hoogeveenseweg 38 e.o.

Geldend van 28-10-2025 t/m heden

Intitulé

Ruimtelijk afwegingskader Hoogeveenseweg 38 e.o.

1 Inleiding

1.1 Beleidsregels

In dit document zijn de beleidsregels ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit ter uitvoering van het bestemmingsplan Meppel - Hoogeveenseweg 38 e.o. opgenomen. In het bestemmingsplan wordt de herontwikkeling van de locatie van het voormalig ziekenhuis Meppel mogelijk gemaakt. Een aantal regels ligt vast en is opgenomen in dit bestemmingsplan zelf. Aan deze algemene regels moeten ontwikkelingen in ieder geval voldoen.

Voor de ontwikkeling van het gebied is het de ambitie om een hoge ruimtelijke kwaliteit te realiseren. Deze ambitie is vertaald in de beleidsregels die opgenomen zijn in dit document.

De hoge ambitie geldt zowel voor de locatie op zich, als voor de locatie in relatie tot haar omgeving. Onderdeel van de ambitie is om klimaatadaptief en natuurinclusief te bouwen. Ook hiervoor is een open norm in het bestemmingsplan opgenomen. Er dient klimaatadaptief en natuurinclusief gebouwd te worden. Hoe er aan deze ambities is vormgegeven is uitgewerkt in deze beleidsregel.

Relatie bestemmingsplan en beleidsregels

Met een bestemmingsplan wat globaal is opgezet is er veel ruimte voor initiatiefnemers, maar zijn er echter te weinig middelen om te sturen op kwaliteit. Een bestemmingsplan met zeer uitgebreide regels maakt het mogelijk om vergaand te sturen op de beoogde kwaliteit, deze beperkt echter initiatiefnemers om zelf goede ideeën aan te dragen.

Daarom is gekozen voor het opstellen van beleidsregels die ten uitvoer worden gebracht bij de realisatie van het plan. Hierdoor wordt het mogelijk een goede ruimtelijke kwaliteit te ontwikkelen zonder alles tot in detail op te nemen in het bestemmingsplan. In het plan wordt volstaan met een open norm, de uitwerking vindt plaats via deze beleidsregel.

De beleidsregel is bedoeld als beoordeling van de in de planregels opgenomen ‘open norm’ en dient als beoordelingskader. De beleidsregel maakt daardoor zelf geen deel uit van het bestemmingsplan. Dit maakt dat de beleidsregel gedurende de looptijd van het bestemmingsplan kan worden verbeterd of geactualiseerd op de dan bestaande situatie, zonder dat daarvoor het bestemmingsplan zelf hoeft te worden aangepast. Het vaststellen van het bestemmingsplan is de bevoegdheid van de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders stelt de beleidsregels ten uitvoering van dit plan vast.

afbeelding binnen de regeling

Planlocatie aan de oostzijde van Meppel

1.2 Het plangebied

Het plangebied betreft de gronden van het voormalige ziekenhuis en van enkele omliggende functies op het gebied van zorgwonen. Het ligt aan de zuidoostelijke rand van de kern Meppel, ten zuiden van de woonwijk Oosterboer. Het plangebied is gelegen aan de zuidzijde van de Hoogeveenseweg en de Hoogeveense Vaart. Ten westen van het plangebied is aan de andere zijde van de Reggersweg het nieuwe ziekenhuis gerealiseerd.

Ten zuiden en oosten van het plangebied ligt het natuurgebied Reestdal met de beek de Reest.

Het plangebied wordt ontsloten door de Reggersweg, daarnaast is er nog een secundaire ontsluiting op de parallelweg van de Hoogeveenseweg. De parallelweg komt even verder uit op de rotonde van de Hoogeveenseweg. De Hoogeveenseweg sluit aan op de snelweg A32 en de Ooster-broekenweg. De Hoogeveenseweg is één van de drie hoofdontsluitingswegen van de kern Meppel; de oostelijke stadsentree. De Reggersweg loopt (van noord naar zuid) ten westen van het plangebied en fungeert als de ontsluiting van het ziekenhuisterrein en het zuidelijk gelegen landelijk gebied.

afbeelding binnen de regeling

Plangebied

1.3 Regels en richtlijnen

De beleidsregels die we in hoofdstuk 3.Landschappelijke aansluiting en 4.Ontwikkelclusters beschrijven zijn onderverdeeld in regels en richtlijnen. De regels zijn verplicht om te volgen, deze borgen de basiskwaliteit. De richtlijnen zijn bedoeld om te inspireren en stimuleren. Van de richtlijnen mag - gemotiveerd - worden afgeweken, hier is ruimte voor eigen ideeën die aansluiten bij de beoogde kwaliteit. Voor de meeste onderdelen zijn zowel regels als richtlijnen opgenomen. Enkele onderdelen bevatten alleen regels, andere alleen richtlijnen.

1.4 Leeswijzer

In hoofdstuk 2. Ruimtelijke dragers gaan we op hoofdlijnen in op de structuurdragers van het gebied. In de daaropvolgende hoofdstukken zijn regels en richtlijnen voor de ontwikkeling van het gebied opgenomen. Hierbij hanteren we de volgende indeling:

  • -

    H3 Landschappelijke aansluiting;

  • -

    H2 Centrale ontsluiting en ontmoetingsplek;

  • -

    H5 Ontwikkelclusters.

Hoofdstuk 6 Bijlage bevat een lijst met streekeigen beplanting.

Hoofdstukindeling afwegingskader

afbeelding binnen de regeling

2 Ruimtelijke dragers

2.1 Landschap als inspiratie:

Het plangebied functioneert op dit moment als een hard bebouwd eiland langs de stadsentree met stevige randen naar het landschap van de Reest. Het gebied ligt los van de stad waarbij de forse bebouwing de zelfstandige positie benadrukt. Het is de ambitie het gebied meer onderdeel te laten zijn van het landschap en daarnaast een nieuw gezicht te geven aan de groene stadsentree. Het gebied wordt daarmee een stadsuitleglocatie die een relatie aangaat met zowel het stedelijk weefsel als het landschap. De Om dit te bereiken is de ruimtelijke opzet van het voormalige ziekenhuisterrein is geïnspireerd op de karakteristieke esgehuchten die rond de Reest voorkomen.

Het esgehucht is een toepasselijke metafoor: losse bebouwingsclusters gaan een vanzelfsprekende relatie met het landschap aan. De bebouwingsclusters liggen tussen het groen, hebben een open relatie met het beekdal en vormen met de houtsingels een ritme langs de stadsentree. De bebouwde clusters liggen niet verstopt achter het groen en vormen daarnaast ook geen harde wand naar de stadsentree. Vanuit het landschap en de stadsentree gezien is de bebouwing zichtbaar tussen de bomen door waardoor de groene identiteit van deze entree wordt benadrukt.

De rivier de Reest heeft zijn oorspronkelijke loop behouden en wordt omringd door esgehuchten. Deze esgehuchten bestaan uit een of enkele boerderijen en landhuizen en zijn gesticht op kleine zandopduikingen langs de Reest. Ze zijn een weerspiegeling van het esdorpensysteem in het klein. De es is een hoge gelegen langgerekte akker omzoomd door beplanting. De esgehuchten onderscheiden zich in hun omgeving als eilanden in een wijds en open beekdal.

Kenmerkend voor het essen landschap zijn de grillige blokverkaveling met individuele akkers en weides, de landschappelijke overgangen van hooilanden in het dal naar de hogere bouwlanden en van de bouwlanden naar de bospartijen en landgoederen.

De rivier de Reest kan nog vrij meanderen door het Reestdal. De hoge landschappelijke kwaliteit die hierdoor is ontstaan is voor Nederland zeer uitzonderlijk. Hierdoor is het geomorfologisch gezien een zeer waardevol gebied. Daarnaast kent het Reestdal een hoge flora en fauna waarde doordat er nooit niet is ingegrepen in de waterhuishoudingnatuurlijke loop van de Reest.

afbeelding binnen de regeling

Kaart 1925: Structuur van noord-zuid gerichte watergangen en houtsingels richting het zuidelijk gelegen Reestdal.

2.2 Structuurdragers

De huidige bebouwing staat als een 'muur' in oost-westelijke richting en vormt zo een harde scheidslijn tussen de bebouwing en het Reestdal. De herontwikkeling van het plangebied geeft de kans om deze landschappelijke en daarmee cultuurhistorische relaties te herstellen. Door uit te gaan van een structuur die de 'landschappelijke onderlegger' respecteert kunnen visuele, ecologische en waterhuishoudkundige relaties in en met de omgeving worden hersteld. Met de nieuwe inrichting van het plangebied wordt daarom uitgegaan van een bebouwingsstructuur die een noord-zuid oriëntatie heeft.

De opzet van het plangebied bestaat uit een afwisseling van stroken met bebouwing en ruimtes voor groen, waterberging en ontsluiting in de richting van het oorspronkelijke landschap (noord zuid). Hierdoor ontstaat er een openheid loodrecht op de Hoogeveenseweg en daarmee een visuele relatie tussen het achterliggende Beekdallandschap van de Reest en de Hoogeveenseweg, respectievelijk de wijk Oosterboer. De openheid tussen de bebouwingsstroken brengt visueel de noord-zuid relatie tot stand en maakt zicht op het achterliggende landschap mogelijk.

Hoog en droog:

De belangrijkste structuurdrager in het landschap is de loop van de Reest en het daarbij horende beekdallandschap. De ontwikkelingen vinden plaats op de hoge delen aan de noordzijde van het Reestdal. De ontwikkelingen vormen concentraties van bebouwing onderling gescheiden door groene wiggen en sluiten aan op de landschappelijke kwaliteit van het Reestdal.

AHN hoogte kaart Meppel: goed zichtbaar is het beekdal van de Reest ten zuiden van de ziekenhuislocatie

afbeelding binnen de regeling

Hoogteverloop Meppel oost. Rood is hoog, blauw is laag. Het Reestdal is goed zichtbaar.

Oostelijke stadsentree

De oostelijke stadsentree heeft een afwisselend beeld waarbij het groen en het kanaal het beeld sturen en de gebruiker welkom heten. Ter hoogte van het ziekenhuis is aan de noordzijde de woonwijk Oosterboer tussen de bomen en struiken door zichtbaar. Aan de zuidzijde is er nu de kans het beeld te vergroenen. In deze rand van de Hoogeveenseweg zullen de wiggen die het achterliggende landschap verbinden zichtbaar zijn en worden afgewisseld met een voorterrein van de clusters die zich hiervan onderscheid door een meer open beeld met losse bomen en groepen bomen. Er wordt hier geen laan gemaakt. Bebouwing zal aan de oostzijde van het terrein lager zijn en aan de westzijde richting de stad hoger.

Verbinding met de omgeving

Binnen het plangebied wordt op drie verschillende manieren een connectie tussen het landschap en de stadsentree gemaakt:

  • 1.

    De groene wig

  • 2.

    Stadsentree

  • 3.

    Overgang naar het Reestdal

1. Groene wig

De clusters worden van elkaar gescheiden door groene wiggen die de oude landschappelijke richting volgen. Hier is ruimte voor biodiversiteit, het bufferen van hemelwater, ontsluiting en recreatie.

2. Stadsentree

De Hoogeveenseweg vormt de oostelijke standsentree van Meppel. Het is de ambitie het groene beeld langs deze entree te versterken. De wiggen zijn zichtbaar vanaf de weg en worden afgewisseld met de groene inrichting ten noorden van de ontwikkellocaties.

3. Overgang naar het Reestdal/beekdal

Ten zuiden van het plangebied ligt het beekdal van de rivier de Reest. Hier is ruimte voor een overgang met een hoge natuurwaarde. De overgang vormt de rand tussen de ontwikkelclusters en het landschap van het Reestdal. De overgangszone draagt eraan bij dat de bebouwing niet als een harde rand naar het landschap staat. Het beeld vanaf het landschap wordt verzacht door de overgang. Bebouwing is deels te zien vanaf het landschap en er zijn doorkijkjes richting het landschap vanaf de ontwikkelclusters.

afbeelding binnen de regeling

Structuurdragers:

  • -

    Groene wiggen

  • -

    Stadsentree

  • -

    Landschappelijke overgang naar het Reestdal

De ontwikkelclusters:

Samen met het reeds gerealiseerde nieuwe ziekenhuis zijn er in totaal vier ontwikkelclusters. Ze hebben ieder een eigen identiteit en uitstraling, maar er zijn ook een aantal zaken die ze delen:

  • -

    De clusters zijn onderling verbonden voor auto- en langzaam verkeer;

  • -

    Aan de centrale ontsluiting worden ontmoetingsplekken ontwikkeld;

  • -

    De ontwikkelingen gaan op in het landschap;

  • -

    De ontwikkelingen zijn passend bij de schaal en maat van de stadsentree, overeenkomstig met het nieuwe ziekenhuis. Aan de oostzijde van het gebied is de bebouwing lager, aan de westzijde hoger;

  • -

    De architectuur zoekt aansluiting bij de bestaande bebouwing van het ziekenhuis in vormgeving, materiaal, kleur en massa;

  • -

    Overgangen naar het de landschappelijke overgang en groene wig zijn zorgvuldig vormgegeven.

afbeelding binnen de regeling

De ontwikkelclusters

afbeelding binnen de regeling

Ruimtelijk afwegingskader Hoogeveenseweh 38 e.o.

2.3 Thema’s duurzaamheid Klimaattransitie

De klimaattransitie heeft invloed op hoe wij onze ruimte ordenen. Nieuwe inzichten leiden daarmee ook tot nieuwe ruimtelijke vragen. Hieronder lichten we enkele thema’s toe waarvan we nu weten dat deze invloed hebben op de ruimtelijke kwaliteit en in algemene zin op het ruimtegebruik. De energietransitie valt hierbij onder de bovenstaande kop Klimaattransitie aangezien het energievraagstuk voortkomt uit het gebruik van eindige grondstoffen die het klimaat beïnvloeden.

In het vastgestelde Programma Duurzaamheid zijn de 17 duurzame doelen vanuit de sustaineble development goals verwerkt tot de volgende zes pijlers (ingekort):

Energietransitie

De overgang van fossiele brandstoffen naar duurzame energie wordt ook wel energietransitie genoemd. Het is een mitigerende inspanning. Ze is gericht op het tegengaan van CO2 uitstoot en daarmee het afremmen van klimaatverandering. Dit pakken we lokaal, regionaal en nationaal en internationaal op via verschillende sporen.

1. Warmtetransitie; 2. Lokaal opwekken energie; 3. Verminderen van CO2.

Klimaatadaptatie

Klimaatverandering is al gaande en is deels onomkeerbaar. Het risico op wateroverlast, hittestress, droogte en overstroming neemt daardoor toe. We kunnen die risico’s beperken door de inrichting van Meppel aan te passen. Deze aanpassingen noemen we klimaatadaptatie: aanpassen aan klimaatverandering. Uiterlijk in 2050 moet het stedelijk gebied van Meppel klimaatbestendig zijn.

Grondstoffeninzameling

Door het streven naar een circulaire economie is een omslag in het denken Van Afval Naar Grondstoffen (VANG) gemaakt. De doelstellingen zijn vastgelegd in het programma ‘Nederland circulair in 2050’. Gezamenlijk streven we naar een afvalvrije samenleving. We zetten in op de verbetering van afvalscheiding aan de bron, op preventie van afval en daarmee op een reductie van de hoeveelheid restafval. Dit doen we door in te zetten op service op de grondstoffen. Ook zetten we in op bewustwording, door te communiceren dat afval eigenlijk grondstof is.Het streven is erop gericht dat restafval in 2050 niet meer bestaat. Als gemeente kiezen we voor bronscheiding, waarbij we inzetten op dienstverlening en bewustwording door te communiceren dat afval eigenlijk grondstof is.

Circulaire economie

In de circulaire economie gaan bedrijven anders produceren. Bij de productie wordt al nagedacht over hoe na het gebruik, grondstoffen opnieuw in de keten kunnen worden teruggebracht. De overgang van een lineaire naar een kringloop economie wordt ook wel circulaire economie genoemd. Nederland streeft naar een circulaire economie in 2050.

Biodiversiteit en natuur

Nederland wil het verlies aan biodiversiteit een halt toeroepen. Als gemeente geven we bij het beheer van de openbare ruimte aandacht aan biodiversiteit en we zetten erop in via streekbeheer. Verschillende groepen in Meppel werken aan biodiversiteit, we faciliteren deze waar mogelijk. Het streven is gericht op het benutten van koppelkansen en bevorderen van biodiversiteit.

Gezond leefmilieu

We streven naar een gezond leef- en werkmilieu voor onze inwoners. Als gemeente hebben we wettelijke taken op gebied van milieu. We blijven verantwoordelijk voor milieubeleid en lokale prioriteitsstelling. Een uitgangspunt is dat we plannen niet alleen toetsen, maar bij het maken van plannen anticiperen op een gezond leefmilieu.

Samenhang

Het streven naar duurzame ontwikkeling is veelomvattender dan deze zes pijlers. Duurzaamheid gaat over mensen, milieu en opbrengst: people , planet , profit . Tussen de zes hierboven genoemde opgaven is niet alleen procesmatig, maar ook inhoudelijk samenhang. Omdat duurzaamheid zo breed en dynamisch is, is er ook samenhang in de zin van besluitvorming en identiteit.

3 Regels en richtlijnen landschappelijke aansluiting

3.1 Inleiding deelgebieden

De landschappelijke aansluiting zorgt voor de inpassing en aansluiting van het terrein op de omgeving en is de basis voor een aangenaam leefklimaat.

De structuur bestaat uit de randen van de Hoogeveenseweg (stadsentree), de overgang naar het zuidelijke landschap en de groene zones tussen de bebouwingsclusters, de ‘wiggen’. Deze laatste zorgen voor het herstel van de structuur van het landschap.

De groenstructuur die zo ontstaat geeft, behalve dat zij belangrijk is voor de verschijningsvorm van het terrein en daarmee voor de belevingswaarde, ruimte aan interessante biotopen voor flora en fauna. Net als bij het nieuwe ziekenhuisterrein wordt daarmee tevens de relatie met het Reestdal gezocht. Daarnaast hebben deze zones een belangrijke functie voor de waterhuishouding door het bufferen en het vasthouden van hemelwater.

Ook draagt het groen van het plangebied bij aan de beleving van de Stadsentree. Het groene beeld van de Hoogeveenseweg geeft de gebruikers een aangenaam ‘Welkom in Meppel’ en draagt bij aan de groene identiteit van de stad.

Het groen heeft daarmee voor een aantal verschillende onderdelen een eigen betekenis: het bergen van water, het vergroten van de biodiversiteit, het voorkomen van hittestress, het zorgt voor de landschappelijke en cultuurhistorische koppeling met het landschap en het draagt bij aan een aangename leefomgeving.

afbeelding binnen de regeling

De wiggen zorgen voor de landschappelijke verbinding tussen de Hoogeveenseweg en het Reestdal.

3.2 Algemeen

Hieronder staan de algemene regels en richtlijnen voor de drie deelgebieden die zorgdragen voor de landschappelijke aansluiting. Onder de deelgebieden ‘Wig’, ‘stadsentree’, en ‘Overgang naar het Reestdal’ staan specifieke regels die voor deze locaties boven op de algemene regels en richtlijnen gelden.

Regel

  • -

    Realiseer een landschapsplan voor iedere ontwikkeling

  • -

    Het landschapsplan draagt bij aan realisatie van de wig, de stadsentree en de overgang naar het Reestdal.

  • -

    Schuif de wateropgave niet door naar de laatst te realiseren fase. Realiseer een watersysteem dat ondanks de gefaseerde ontwikkeling op zichzelf functioneert.

  • -

    Realiseer een beheer-arm watersysteem door het gebruik van kunstmatige maatregelen (technische stuwen/keringen/duikers/etc.) te beperken.

  • -

    De drie deelgebieden dragen bij aan het vergroten van natuurwaarde en biodiversiteit.

  • -

    Breng gelaagdheid aan in de streekeigen beplanting (zie H6.1) ten behoeve van de biodiversiteit.

  • -

    Gebruik streekeigen beplanting (zie H6.1) in de deelgebieden.

Richtlijn

  • -

    Hemelwater moet zo dicht mogelijk bij het afvoerend oppervlak worden vastgehouden en geïnfiltreerd.

  • -

    Realiseer een beheer-arm watersysteem door de inzet van natuurlijke maatregelen en eigenschappen van het gebied. Denk hierbij onder andere aan drempels, het gebruik van natuurlijke hoogteverschillen en het gebruik van het maaiveld en ondergrond.

  • -

    Beperk lichtuitstraling tbv. het versterken van de biodiversiteit.

  • -

    Infrastructuur mag de deelgebieden doorkruisen maar geen ruimtelijke barrière vormen.

  • -

    Verhoog de biodiversiteit in de deelgebieden door de inzet van divers palet aan gebiedseigen streekeigen beplanting (zie H6.1), de inzet van insectenhotels en een aangepast beheer waarbij de biodiversiteit voorop staat.

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

Landschapsplan voor iedere ontwikkeling

afbeelding binnen de regeling

Gelaagdheid in streekeigen beplanting

afbeelding binnen de regeling

Hemelwater bergen en vasthouden

afbeelding binnen de regeling

Beperk lichtuitstraling

afbeelding binnen de regeling

Infrastructuur vormt geen barrière voor de wig

3.3 1. Wig

De groene wiggen verdelen het te ontwikkelen gebied in verschillende ontwikkelclusters. De noord-zuid richting sluit aan op de landschappelijke richtingen van het beekdal ter plaatse. De wiggen zorgen voor de cultuurhistorische, landschappelijke en functionele koppeling met de omgeving.

Regel

  • -

    De landschappelijke structuur sluit aan bij de omliggende kavelrichting in het Reesdal. Groene landschapselementen begeleiden de wig in noord-zuid richting.

  • -

    Realiseer waterbuffers en berging in de wig. De oriëntatie en stromingsrichting van de infiltratievoorzieningen moet van noord naar zuid georiënteerd zijn (richting beekdal).

  • -

    De wig heeft naast een groen-blauwe functie ook een recreatieve verbindende- en of verblijfsfunctie.

  • -

    Recreatie binnen de landschappelijke overgang en de wig vindt plaats op de wandelpaden. Er is slechts beperkt ruimte voor verblijf in de wiggen.

Richtlijn

  • -

    De wiggen hebben een gemiddelde breedte van minimaal 30 meter.

  • -

    Een centrale waterberging wordt zo dicht mogelijk bij het beekdal gerealiseerd.

  • -

    Realiseer natuurlijke taluds voor de waterberging ten behoeve van het verhogen van de biodiversiteit

  • -

    Groene landschapselementen in de wig zijn bijvoorbeeld gebiedseigen houtwallen, houtsingels of struweel.

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

Kavels sluiten aan op landschappelijke kavelrichting

afbeelding binnen de regeling

Realiseer waterbuffers in de wig

afbeelding binnen de regeling

De wig heeft een recreatieve functie

afbeelding binnen de regeling

Realiseer waterbuffers in de wig in noord -zuid richting

afbeelding binnen de regeling

Realiseer natuurlijke taluds t.b.v. debiodiversiteit

afbeelding binnen de regeling

Gebruik gebiedseigen landschapselementenzoals houtwallen of struweel

3.4 2. Stadsentree

De Hoogeveenseweg is een provinciale weg die de oostelijke stadsentree vormt. Het is de ambitie hier een groen profiel te realiseren waarmee deze aansluit op de groene ambities voor deze stadsentree.

Regel

  • -

    Draag bij aan een groene stadsentree.

  • -

    De stadsentree kent een afwisseling tussen het zicht op de wiggen en het achterliggende landschap, en de tussen solitaire bomen of boomgroepen door naar de representatieve bebouwing.

  • -

    Langs de Hoogeveenseweg staan streekeigen bomen (zie H6.1) solitair of groepsgewijs.

Richtlijn

  • -

    De groene wiggen zijn zichtbaar vanaf de Hoogeveenseweg. Bijvoorbeeld door een zicht op een houtsingel die tot de weg loopt.

  • -

    Tussen de wiggen is de rand van de stadsentree meer open. Er is zicht op de bebouwing tussen / over de groene inrichting. Bomen worden in deze zone in bijvoorbeeld in kleine groepjes of solitair aangeplant.

  • -

    Ga in het beheerplan specifiek in op de wateropgave(n).

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

Oostelijke stadsentree

3.5 3. Overgang naar het Reestdal

De overgangszone borgt een zorgvuldige overgang tussen het Reestdal en de ontwikkelingen. De zone met onder andere opgaand groen verzacht het aanzicht op de bebouwing.

Regel

  • -

    Behoud of versterk de natuurwaarde van het Reestdal.

  • -

    De bebouwing is tussen de bomen van de overgang door deels zichtbaar.

Richtlijn

  • -

    Realiseer doorzichten van en naar de bebouwing en het Reestdal.

  • -

    Sluit aan met paden op de bestaande recreatieve route aan de zuidzijde.

  • -

    Waar de recreatieve route over of direct langs een ontwikkelveld loopt dient deze in de planvorming te worden meegenomen.

afbeelding binnen de regeling

Bebouwing is tussen de bomen door deelszichtbaar

afbeelding binnen de regeling

Paden sluiten aan op recreatieve routes

4 Regels en richtlijnen centrale ontsluiting en de ontmoetingsplek

4.1 Inleiding deelgebied

Het plangebied wordt via één hoofdontsluitingsweg ontsloten op de Reggersweg. Dit is de primaire ontsluiting van het plangebied voor gemotoriseerd verkeer. Deze centrale ontsluitingsweg loopt van oost naar west door het plangebied. Een oostelijke aansluiting voor gemotoriseerd verkeer op de parallelweg van de Hoogeveenseweg is afwezig of ten minste ondergeschikt aan de aansluiting op de Reggersweg. Voor langzaam verkeer is een aansluiting op de parallelweg gewenst.

De centrale ontsluitingsweg is op efficiënte wijze geprojecteerd, in aansluiting op de bebouwing die gehandhaafd blijft. Door de ligging haaks op de noord-zuid lopende groene elementen met hun daarmee samenvallende zichtlijnen, wordt het landschap ook binnen het terrein optimaal beleefbaar.

Ontsluiting en routes voor fiets- en wandelverkeer krijgen ook hun plek in het plangebied. Enerzijds ter ontsluiting van de functies in het plangebied en anderzijds in aansluiting op bestaande routes in de omgeving. Er loopt vlak buiten het plangebied aan de zuidzijde een informele wandelroute, hier moet op aan gesloten worden.

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

De centrale ontsluiting verbindt het gehele gebied.

4.2 Centrale ontsluiting

Regel

  • -

    Realiseer één centrale hoofdontsluiting voor gemotoriseerd- en langzaamverkeer in oost – west richting.

  • -

    De centrale hoofdontsluiting verbindt alle ontwikkelvelden en sluit aan op de Reggersweg.

  • -

    Sluit de centrale hoofdontsluiting op een verkeersveilige manier aan op de Reggersweg.

  • -

    De hoofdontsluiting wordt begeleidt door streekeigen (zie H6.1) bomen solitair of in groepsverband geplaatst.

  • -

    De centrale ontsluiting is openbaar toegankelijk.

  • -

    Geen parkeerplekken direct langs de centrale ontsluiting.

Richtlijn

  • -

    De centrale ontsluiting mag aan de oostzijde ontsloten worden op de ventweg naast de Hoogeveenseweg. Deze aansluiting is voor langzaam verkeer wenselijk. Deze ontsluiting aansluiting is ondergeschikt aan de aansluiting op de Reggersweg.

  • -

    Sluit de centrale ontsluiting op een veilige manier aan op de Reggersweg door het gebruik van een plateau en creëer een veilige oversteek voor langzaam verkeer.

  • -

    Verschillende modaliteiten maken gebruik van dezelfde weg, geen gescheiden structuren.

  • -

    Een geschikte wegbreedte bedraagt 5.2 à 5.5 meter.

  • -

    Voorkom lange rechtstanden in de centrale ontsluiting ter verlaging van de verkeerssnelheid. Maak rechtstanden niet langer dan 70 meter. Dit kan worden bereikt door bocht of as verspringingen, plateau’s of drempels of bijvoorbeeld wegversmallingen.

  • -

    Gebouwen staan met een representatieve zijde naar de centrale ontsluiting.

  • -

    Gebruik passende bestrating. Gebruik bijvoorbeeld in plaats van , geen asfalt waterdoorlatende bestrating.

  • -

    De centrale ontsluiting vormt geen barrière voor water tenzij deze bijvoorbeeld een onderdeel is van berging. Kans: verlaag ter hoogte van de wiggen de ontsluitingsweg zodat water via de verlaging van noord naar zuid kan stromen.

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

Realiseer één hoofdontsluiting

afbeelding binnen de regeling

De centrale ontsluiting is aangesloten op de Reggersweg

afbeelding binnen de regeling

Langs de centrale ontsluiting staan bomenin groepsverband of solitair

afbeelding binnen de regeling

Geen parkeren langs de centrale ontsluiting

afbeelding binnen de regeling

Gebouwen staan met representatieve zijde naar centrale ontsluiting

4.3 Ontmoetingsplek

Binnen de clusters zal ook ruimte zijn voor ontmoeten en verblijf. Hiervoor wordt een centrale openbare ruimte gerealiseerd waar het aangenaam is te verblijven. Er is op / langs de ontmoetingsruimte plek voor ondersteunende horeca / voorzieningen. Gebouwen staan met hun voordeuren richting de ontmoetingsruimte waardoor er levendigheid ontstaat.

Regel

  • -

    Realiseer een ontmoetingsruimte met groen binnen het ontwikkelcluster.

  • -

    Realiseer entrees / voorkanten naar de ontmoetingsruimte

  • -

    Een gebouw dat op de ontmoetingsruimte staat (paviljoen) is alzijdig vormgegeven.

  • -

    Beperk de invloed van hittestress door het creëren van schaduw en het beperken van verharding

Richtlijn

  • -

    Realiseer openbare zitgelegenheden.

  • -

    De ontmoetingsruimte krijgt een hogere kwaliteit inrichtingselementen en materiaalgebruik dan de standaard in het ontwikkelgebied.

  • -

    Benut de kansen voor het vergroten van de biodiversiteit en waar mogelijk voor waterberging op de ontmoetingsplekken.

  • -

    Creëer schaduw door de aanplant van bomen.

  • -

    Koppel de ontmoetingsruimte aan een groene wig en vergroot daarmee de beleving van het groen.

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

Gebouwen staan met hun voorzijde naar de ontmoetingsruimte

afbeelding binnen de regeling

Beperk hittestress

afbeelding binnen de regeling

Bomen zorgen voor verkoeling.

Koppel de ontmoetsingruimte aan de groene wig

5 Regels en richtlijnen ontwikkelclusters

5.1 Inleiding

De ontwikkelclusters vormen een zichtbare afwisseling door de bebouwde massa met de groene wig, de stadsentree en de landschappelijke overgangszone. Regels voor onder andere de bouwhoogte en de overgangen naar de groene ruimtes zorgen ervoor dat de massa niet het beeld vanaf het Reestdal domineert. De clusters zijn niet identiek aan elkaar maar hebben ieder een eigen identiteit en samenhang per cluster.

We maken een onderscheid tussen openbare ruimte, publiek toegankelijke private ruimte en private ruimte. Het onderscheid tussen de eerste twee is hierbij beperkt tot de eigendomssituatie. Ruimtelijk en functioneel hebben deze dezelfde status en hebben ze gelijkwaardige regels.

De ontwikkelclusters zijn onderling verbonden door de centrale ontsluiting (zie H4). Een centrale ontmoetingsruimte (zie H4) geeft het gebied een ‘Hart’.

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

Ieder ontwikkelcluster heeft een bijzonder architectonisch accent

Kansen vanuit de waterketen:

Water scheiden aan de bron voorkomt veel grondstoffen en energiegebruik in de rioolwaterzuivering van het waterschap. Dit betekent wel dat nieuwbouw uitgerust wordt met riolering voor de toiletten, en een los systeem voor 'grijs water' (douche, keukenwater/wasbakken, wasmachines), wat mogelijk in het gebied zelf via een helofytenfilter in de openbare ruimte (die ook past bij klimaatadaptatie openbare ruimte/minder hittestress, en water vasthouden/zuiveren daar waar het valt).

5.2 Openbare ruimte en semi openbare ruimte

Openbare wegen / straatprofielen / woonontsluiting

De publiek toegankelijke private ruimtes zijn openbaar toegankelijk. Het betreft hier de straten die aansluiten op de centrale ontsluiting.

Regel

  • -

    Inrichting en materiaalgebruik

    • o

      Beperk het gebruik van verharding in verband met het voorkomen van hittestress en de opname van water door de bodem

    • o

      Maak de publiek toegankelijke private ruimte goed toegankelijk voor minder validen

    • o

      Sluit de interne wandel routes aan op de groene wiggen en op de landschappelijke overgang. Dit stimuleert beweging en komt ten goede aan gezondheid.

    • o

      Zorg voor verlichting conform de …… norm. Het positionerenGerichte verlichting door de keuze van verlichting en keuze in armaturen draagt bij aan een beperkte lichthinder voor flora en fauna.

    • o

      In iedere straat en op iedere ontmoetingsruimte staan bomen in goede groeiomstandigheden om oud te worden.

  • -

    Natuurinclusief

    • o

      Het natuurlijke groen in het plangebied is onderling of met ander natuurlijk groen in de omgeving verbonden.

    • o

      Een groot deel van het groen binnen het plangebied is natuurlijk, zoals extensief gras, ruigte, water, natuurvriendelijke oevers en bosplantsoen.

    • o

      Er is aandacht besteed aan een duurzame instandhouding van de natuurwaarde of het door beheer verder uitbouwen hiervan (bv. met een beheer-plan).

  • -

    Water

    • o

      Hou bij de inrichting rekening met een toename van weersextremen, zowel wateroverlast als watertekort.

    • o

      Realiseer de voor ontwikkelingen benodigde watercompensatie voordat gebouwd wordt.

    • o

      Schuif de wateropgave niet door naar de laatst te realiseren fase. Realiseer een watersysteem dat ondanks de gefaseerde ontwikkeling op zichzelf functioneert.

    • o

      Berging van water vindt plaats in de groene wiggen, de stadsentree en of de landschappelijke overgang met zo min mogelijk kunstmatige maatregelen.

    • o

      Realiseer een beheer-arm watersysteem door de inzet van natuurlijke maatregelen en eigenschappen van het gebied. Denk hierbij onder andere aan drempels, het gebruik van natuurlijke hoogteverschillen en het gebruik van het maaiveld en ondergrond.

    • o

      De oriëntatie en stromingsrichting door de infiltratie-voorzieningen is van noord naar zuid georiënteerd, om het beekdal van de Reest zoveel mogelijk via het grondwater van water te voorzien.

    • o

      Oevers worden zo ingericht dat deze bijdragen bij aan de biodiversiteit.

  • -

    Infrastructuur

    • o

      De doorgaande fiets verbindingen lopen aan de noordzijde over de parallelweg van de Hoogeveenseweg en aan de westzijde van het gebied ten westen van de Reggersweg. Onderdeel van de centrale ontsluiting is een veilige fietsroute.

    • o

      In de oost-west richting zijn de ontwikkelvelden voor fietsverkeer onderling goed verbonden.

    • o

      Zowel de ontwikkelvelden als de groene wiggen zijn goed met de grotere wandelstructuur verbonden.

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

Beperk hittestress

afbeelding binnen de regeling

Openbare ruimte is duurzaam en toegankelijk voor iedereen

afbeelding binnen de regeling

Gerichte verlichting voorkomt lichthinder voor flora en fauna

afbeelding binnen de regeling

Bomen in/op iedere straat en de ontmoetingsruimte

afbeelding binnen de regeling

Verbind het groen onderling

afbeelding binnen de regeling

Natuurlijk groen en natuurvriendelijke oevers bevorderen biodiversiteit

afbeelding binnen de regeling

Realiseer waterbuffers in de wig in noord -zuid richting

Richtlijn

  • -

    Inrichting en materiaalgebruik

    • o

      Kies voor een inrichting en materiaalgebruik met een lange levensverwachting of met een goede herbruikbaarheid.

    • o

      Verlicht recreatieve paden niet ten behoeve van de sociale veiligheid. Hierdoor wordt het onaantrekkelijk om na zonsondergang hier te recreëren.

  • -

    Natuurinclusief

    • o

      In het groen is sprake van afwisseling en overgangen in hoogte van beplanting en van maaiveld. Er is bijvoorbeeld sprake van de aanwezigheid van meerdere elementen als water, oever, reliëf, gras, ruigte, heesters of bomen. De elementen zijn streekeigen en hebben een natuurlijk en streekeigen karakter (zie H6.1).

    • o

      In het plan wordt voor typische stadssoorten in Meppel onderdelen van een compleet leefgebied gecreëerd (bijvoorbeeld nestgelegenheid, voedselaanbod, verblijf- en schuilplaatsen).

    • o

      In het plan is sprake van beleefbare natuur en recreatieve meerwaarde is gecreëerd.

    • o

      Overige maatregelen die aantoonbaar (volgens ecologisch deskundigenoordeel) waarde hebben voor een soort in Meppel.

  • -

    Water

    • o

      Hemelwater moet zo dicht mogelijk bij het afvoerend oppervlak worden vastgehouden en geïnfiltreerd.

    • o

      Berging van water mag ook binnen het ontwikkelvlak plaats vinden.

    • o

      Bij realisatie van een centrale waterbergingsvoorziening, wordt deze zo dicht mogelijk tegen het beekdal aan gepositioneerd.

    • o

      Ga in het beheerplan specifiek in op de wateropgave(n).

  • -

    Bomen:

    • o

      Zorg voor voldoende water voor de bomen, ook in droge perioden.

    • o

      Plaats bomen zo dat ze schaduw werpen op verharde oppervlaktes

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

Goed verbonden en veilige fiets- en wandelroutes in het gebied

afbeelding binnen de regeling

Afwisseling hoogtebeplanting en maaiveld

afbeelding binnen de regeling

Vasthouden, infiltreren enbergen van hemelwater

afbeelding binnen de regeling

Bomen geven schaduw opverharde oppervlaktes

5.3 Private ruimte

De private ruimte omvat de kavels inclusief de bebouwing en erfgrenzen.

Kavels

Regel

  • -

    Gevellijn:

    • o

      Gebouwen leggen een relatie met de openbare ruimte. Ontwerp tot de gevellijn.

  • -

    Erfafscheidingen:

    • o

      Realiseer op de erfgrenzen die vanuit de (semi) openbare ruimte zichtbaar zijn groene erfafscheidingen van inheemse streekeigen hagen (zie H6.1).

    • o

      Richting de openbare ruimte zijn de hagen laag. Overige hagen mogen hoog worden uitgevoerd.

  • -

    Opslag:

    • o

      Opslag is niet zichtbaar vanuit de openbare ruimte

  • -

    Inritten:

    • o

      Beperk het aantal inritten tot het echt noodzakelijke.

  • -

    Water en materiaalgebruik

    • o

      Zorg dat regenwater niet verontreinigd raakt bij het afstromen. Maak geen gebruik van materialen zoals koperen of zinken goten en pas geen uitlogende gevelbekleding toe.

afbeelding binnen de regeling

Ontwerp tot de gevellijn

afbeelding binnen de regeling

Realiseer groene erfafscheidingen

afbeelding binnen de regeling

Opslag is niet zichtbaar vanuit de openbareruimte

afbeelding binnen de regeling

Beperk het aantal inritten

Richtlijn

  • -

    Materiaalgebruik:

    • o

      Ingetogen materiaal gebruik in aansluiting op de omgeving.

    • o

      Beperk verharding op eigen terrein.

  • -

    Parkeren:

    • o

      Geparkeerde auto’s domineren niet het straatbeeld. Parkeer aan de zij- en achterkant van de bebouwing, of in of op de bebouwing.

    • o

      Pas waterdoorlatende verharding toe.

  • -

    Inritten:

    • o

      Beperk het aantal inritten tot het noodzakelijke, probeer bijvoorbeeld Combineer met buren gezamenlijk één inrit te combineren.

  • -

    Erfafscheiding:

    • o

      Gebruik streekeigen hagen (zie H6.1).

    • o

      Realiseer tussen kavels onderling ook groene erfafscheidingen met inheemse streekeigen hagen (zie H6.1).

    • o

      Combineer eventueel benodigde hekken met hagen als erfafscheiding.

    • o

      Bij gebruik van hekken dient de onderkant minstens 20 cm vanaf maaiveld vrij te blijven, zodat deze passeerbaar blijft voor fauna.

  • -

    Private verblijfsruimte:

    • o

      Oriënteer verblijfsruimtes richting het groen.

    • o

      Maak een terras aan de groene zijde van een gebouw.

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

Geparkeerde auto’s domineren niet hetstraatbeeld

afbeelding binnen de regeling

Gebruik streekeigen hagen

afbeelding binnen de regeling

Combineer hekken met hagen alserfafscheiding

afbeelding binnen de regeling

Verblijfsruimtes/terras richting het groen

Bebouwing

De centrale ontsluitingsweg deelt het plangebied op in twee zones, noord en zuid. Door de ligging aan het Reestdal en de rand van de stad Meppel is gekozen voor vanaf de Hoogeveenseweg aflopende bouwhoogtes richting het Reestdal. De bebouwing sluit aan op de bijzondere structuur van esgehuchten.

Regel

  • -

    Massa en vorm:

    • o

      Bebouwing binnen een ontwikkelveld vormt een ensemble. Dit is herkenbaar door afstemming van massa, vormgeving en kleur en materiaalgebruik.

    • o

      Ieder ontwikkelveld heeft een bijzonder element op een beeldbepalende plek.

    • o

      Aan de noordzijde van de centrale ontsluitingsweg is de bouwhoogte maximaal 14 meter.

    • o

      Aan de zuidzijde van de centrale ontsluitingsweg is de bouwhoogte maximaal 7 meter.

    • o

      Gebouwen zijn georiënteerd op de openbare ruimte. Hoeken hebben een tweezijdige oriëntatie.

    • o

      De architectuur zoekt aansluiting bij de omgeving

  • -

    Materiaal:

    • o

      Per cluster is er samenhang tussen de gebruikte (gevel)materialen.

    • o

      Ingetogen materiaal gebruik in aansluiting op de omgeving.

  • -

    Energie

    • o

      Bouw circulair en toekomstbestendig. Hierbij moet tenminste voldaan worden aan de maximale grenswaarde van de Milieuprestatie Gebouwen (MPG).

    • o

      Bouw aardgasvrij.

    • o

      Zonnedak: gebouwen worden standaard opgeleverd met een zonnedak, bedoeld voor gebruik gebonden en gebouw gebonden energievraag.

  • -

    Natuurinclusief bouwen:

    • o

      Realiseer gebouwde voorzieningen ten behoeve van de flora en fauna.

  • -

    Bijgebouwen

    • o

      Geen onderscheid maken bij-hoofdgebouw

    • o

      Overkappingen wel / niet toestaan./ uitsluiten

    • o

      Eenduidige opbouw volumes, bijgebouwen zijn niet toegestaan.

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

Bebouwing vormt een ensemble

afbeelding binnen de regeling

Bijzondere elementen op beeldbepalende plekken

afbeelding binnen de regeling

Noordzijde bouwhoogte max 14m, zuidzijde max 7m

afbeelding binnen de regeling

Hoeken hebben een tweezijdige oriëntatie

afbeelding binnen de regeling

Samenhang in materialen die aansluiten op omgeving

afbeelding binnen de regeling

Gebouwen hebben zonnedak om te voldoen aan de energievraag

afbeelding binnen de regeling

Realiseer gebouwde voorzieningen ten behoeve van flora en fauna

Richtlijn

  • -

    Massa:

    • o

      Aan de noordzijde van de centrale ontsluiting mogen enkele stedenbouwkundige accenten van 21 meter hoog worden gerealiseerd, mits goed gemotiveerd.

    • o

      Bij meervoudig ruimtegebruik mag er een één extra bouwlaag worden ontwikkeld. Bijvoorbeeld door onder een gebouw te parkeren mag over een gelijke oppervlakte als het parkeren het gebouw een laag hoger worden.

    • o

      De bebouwing aan de randen van het ontwikkelgebied sluit aan op de omgeving en draagt bij aan de groene uitstraling.

  • -

    Dak:

    • o

      De hellingshoek ligt tussen de nul en vijftien graden.

    • o

      Combineer het groene/bruine dak met zonnepanelen. Zonnepanelen staan minimaal 1m uit de dakrand.

    • o

      Benut daken voor waterberging.

    • o

      Benut regenwater voor toiletdoorspoeling.

    • o

      Maak recreatief gebruik/verblijf op het dak mogelijk.

  • -

    Natuurinclusief bouwen:

    • o

      Realiseer nestgelegenheid voor stadsvogels.

    • o

      Realiseer verblijfsplekken voor vleermuizen aan de zuidwestzijde, bij voorkeur door middel van een open stootvoeg, of plaats vleermuiskasten .

    • o

      Realiseer een groen dak met streekeigen soorten (zie H6.1) of een bruin dak met zand en stenen.

    • o

      Realiseer groene gevels van streekeigen (zie H6.1) soorten

    • o

      Realiseer een insectenvoorziening (50x50) ingebouwd in de gevel aan de zuidwestzijde.

    • o

      Overige maatregelen die aantoonbaar (volgens ecologisch deskundigen oordeel) waarde hebben voor een stadssoort in Meppel of een soort uit het aangrenzende Reestdal.

  • -

    Samenhang bebouwing:

    • o

      Rrespecteer de onderlinge samenhang waarbij het bestaande ziekenhuis en de gebouwen met de woon-zorg functie het referentiekader vormen.

    • o

      De bebouwing is niet massaal, vormt geen barrière, maar borduurt voort op de karakteristieken van het esgehucht.

    • o

      Het gebouw zoekt aansluiting op de omgeving, en haalt de natuur naar binnen via doorzichten, vensters en patio’s. Vanuit het Reestdal gezien is de bebouwing tussen de bomen door zichtbaar.

    • o

      een ontwikkeling gaat een landschappelijke verbinding met het Reestdal aan, respecteert de cultuurhistorische structuur en draagt bij aan de groene uitstraling van het gebied.

    • o

      De architectuur maakt een verbinding met het landschap in vorm en voorkomen.

  • -

    Energie :

    • o

      Gebouwen worden bij voorkeur energieneutraal gebouwd en - indien mogelijk - zelfs energieleverend.

    • o

      Hou met de energiehuishouding van de gebouwen rekening met de oriëntatie en lichtinval.

    • o

      MPG: er wordt gestreefd naar een waarde onder de geldende waarde. Deze wordt naar verwachting de komende jaren stapsgewijs verder aangescherpt, te beginnen in 2021 (0,8) en uitmondend in een halvering uiterlijk in 2030.

    • o

      Installaties voor het klimaathuishouden en of energie (warmtewisselaars, airco’s, zonnepanelen, boilerpanelen, etc) zijn geïntegreerd in de architectuur.

    • o

      Hou rekening in de planvorming met mogelijke geluidsoverlast door installaties voor de omgeving.

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

Ten noorden van de centrale ontsluiting iseen accent van 21m toegestaan

afbeelding binnen de regeling

Groendak met zonnepanelen en waterberging op daken

afbeelding binnen de regeling

Realiseer nestgelegenheid voor vogels en insecten

afbeelding binnen de regeling

Gebouwen hebben onderlinge samenhang

afbeelding binnen de regeling

Energieneutrale gebouwen, installaties zijn geïntegreerd in de architectuur

Parkeren

Omdat de invulling van het plangebied nog onbekend is, kan de parkeerbehoefte van het plangebied nog niet worden bepaald. Om te borgen dat binnen het plangebied wordt voldaan aan de Nota Parkeernormen gemeente Meppel zijn de planregels uit het parapluplan parkeren (vastgesteld op 15 november 2018), overgenomen in dit bestemmingsplan.

Regel

  • -

    Realiseer voldoende parkeerplekken binnen het plangebied conform de Nota parkeernormen gemeente Meppel.

  • -

    Realiseer openbaar toegankelijke bezoekkersplekken.

  • -

    Realiseer mindervalidenplekken conform de CROW normen.

  • -

    Realiseer laadpalen conform de CROW normen.

  • -

    Geparkeerde auto’s domineren niet het straatbeeld.

Richtlijn

  • -

    Verharding: Pas bij parkeerplekken waterdoorlatende halfverharding toe.

  • -

    Wissel parkeerplekken af met bomen zodat laanprofielen ontstaan.

  • -

    Geen parkeerplekken langs de centrale ontsluiting.

  • -

    Cluster niet alle benodigde parkeerplekken aan een zijde van het gebied maar verdeel deze over het gebied.

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

Realiseer parkeren conform CROW normen

afbeelding binnen de regeling

Realiseer mindervalidenplekken en laadpalen

afbeelding binnen de regeling

Geen parkeerplekken langs de centrale ontsluiting

afbeelding binnen de regeling

Gebruik waterdoorlatende halfverharding bij parkeerplekken

Ondertekening

6 Bijlage

6.1Lijst van streekeigen beplanting

Bosplantsoen (80-100 cm)

  • i.

    : belangrijke soorten voor insecten

  • Om.

    : eisen omstandigheden bodem

    • r: voedselrijk;

    • mr: matig voedselrijk;

    • ma: matig voedselarm

    • a: voedselarm

Soort voor vochtige tot natte omstandigheden

i.

Om.

Opmerkingen

Boswilg (Salix caprea)

x

r

Zeer snelle groeier/verdringer

Geoorde Wilg (Salix aurita)

xx

mr

Blijft beperkt in omvang

Grauwe wilg (Salix cinerea)

x

r

Zeer snelle groeier/verdringer

Gewone es (Fraxinus exelsior)

 

r

Snelle groeier/ essentaksterfte

Inlandse vogelkers (Prunus padus)

x

r

Geurend

Sleedoorn (Prunus spinosa)

x

r

Geeft wortelopslag

Gelderse roos (Viburnum opulus)

 

r

In lage aantallen toepassen

Zachte berk (Betula pubescens)

 

mr

hoogveen(ontginnings)gebieden

Zwarte els (Alnus glutinosa)

 

r/ma

Voedselrijke natte omstandigheden

 
 
 

Soort voor matig vochtige tot droge omstandigheden

i.

Om.

Opmerkingen

Egelantier (Rosa rubiginosa)

 

mr

Beperkt toepassen/zeldzaam

Eenstijlige meidoorn (crataegus monogyna)

x

mr

 

Hazelaar (Corylus avellana)

 

mr

 

Hondsroos (Rosa canina)

 

r

Heeft buren als steun nodig

Wilde lijsterbes (Sorbus aucuparia)

 

r

 

Kardinaalsmuts (Euonymus europaeus)

 

mr

Zeldzaam/beperk toepassen

Klimop (Hedera helix)*

xx

r

Hechtwortels aan takken: klimplant

Hulst (Ilex aquifolium)

x

mr

Op rijkere ongestoorde (bos)bodems

Vuilboom (Rhamnus frangula)

xx

 

Geeft bes en bloei gehele groeiseizoen

Wilde appel (Malis sylvestris)

x

r

Zeldzaam/beperkt toepassen

Wilde kamperfoelie (Lonicera peryclimenum)

x

mr

Groeit in bomen en struiken: klimplant

Zoete kers (Prunus avium)

 

r

boomvormer

Zomereik (Quercus robur)

 

mr

Dominante soort op oa houtwallen

 
 
 

Geschikt voor droge omstandigheden

i.

Om.

Opmerkingen

Ruwe berk (Betula pendula)

 

a/mr

Begeleidende soort

Gewone Vlier (Sambucus nigra)

x

r

Maximaal 10% van totale aantal

Wilde Brem (Cytisus scoparius)

 

a

Omgewerkte zandgrond

Haagplantsoen (80-100 cm)

Soort

i.

Om.

Opmerkingen

Liguster (Ligustrum vulgaris)

 
 

Erven uit de jaren 20-40 vorige eeuw.

Gewone beuk (Fagus sylvatica)

 
 

Alleen op erven/beperkt toepassen

Eenstijlige meidoorn (crataegus monogyna)

 
 

Hoge biodiversiteitswaarde! Haag van origine veel toegepast in Drenthe!

  • *.

    De klimop heeft geen negatieve invloed op zijn gastheer. Dus nooit verwijderen van de stam.

Laanbomen (incl. 2 boompalen met band)

Soort

opmerkingen

Zomereik (Quercus robur) met kluit

 

Gewone beuk (Fagus sylvatica) met kluit

Erfboom

Kleinbladige Linde (Tilia cordata) met kluit

Geschikt als knotboom/ erfboom

Koningslinde (Tilia x vulgaris "Palida") met kluit

Geschikt als knotboom/ erfboom

Gewone Es (Fraxinus excelsior) zonder kluit

Gevoelig voor essentaksterfte

Zwarte Els (Alnus glutinosa) zonder kluit

 

Ruwe berk (Betula pendula) met kluit

 

Fruitbomen (incl. 2 boompalen met band)

Soort

Appel (Malus)

Peer (Pyrus)

Pruim (Prunus domestica)

Meikers (Prunus)

Walnoot (Juglans regia)

Het gaat om oude cultuurrassen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan moesappel/handappel, stoofpeer/handpeer, paarse/gele pruim, zoet/zuur, hoogstam/laagstam, ras of bloeitijd.

Bessenstruiken

Soort

Framboos (Rubus idaeus)

Braam (Rubus fruticosus)

Rode bes (Ribes rubrum)

Zwarte bes (Ribes nigrum)

Kruisbes (Ribes uva-crispa)

Kweepeer (Cydonia oblonga)

Mispel (Mespilus germanica)

Bij voorkeur toepassen van oude cultuurrassen.