Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR745864
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR745864/1
Marktreglement Den Haag 2025
Geldend van 01-01-2026 t/m heden
Intitulé
Marktreglement Den Haag 2025Toelichting
Op grond van artikel 4 van de Marktverordening Den Haag 2016 kan het college in een marktreglement nadere regels stellen betreffende het bepaalde in de verordening. Het college heeft van deze bevoegdheid eerder gebruikgemaakt door het Marktreglement Den Haag 2016 vast te stellen.
Vanwege ontwikkelingen in de wet- en regelgeving en veranderingen in de praktijk is er aanleiding geweest het reglement te herzien en opnieuw vast te stellen. In deze herziening zijn de bestaande bepalingen waar nodig aangepast en verduidelijkt.
Besluitvorming
Het college van burgemeester en wethouders,
gelet op artikel 4 van de Marktverordening Den Haag 2016,
besluit vast te stellen het Marktreglement Den Haag 2025:
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen
In dit reglement wordt verstaan dan wel mede verstaan onder:
|
adviescommissie: |
de Adviescommissie Haagse Markten die het college gevraagd en ongevraagd kan adviseren over het marktbeleid, de branchering en andere algemene marktaangelegenheden; |
|
bedrijfsleider: |
een in het handelsregister van de Kamer van Koophandel ingeschreven gevolmachtigde (met een volledige of beperkte bevoegdheid) van een vergunninghouder met meerdere vestigingen op dezelfde (markt)dag, die namens de vergunninghouder optreedt; |
|
branchebesluit: |
het besluit van het college waarin een lijst met branches en de daarvoor geldende regels zijn vastgelegd; |
|
loyaliteitsregister: |
het register waarin het college vastlegt hoeveel loyaliteitspunten en teldagpunten een dagplaatshouder heeft opgebouwd gedurende de twee jaar voorafgaand aan een marktdag; |
|
loyaliteitspunt: |
een punt dat wordt geregistreerd voor iedere marktdag waarop een dagplaatshouder een dagplaatsvergunning heeft verkregen. Het loyaliteitspunt is twee jaar geldig na registratie; |
|
teldagpunt: |
een punt dat wordt geregistreerd voor iedere marktdag waarop een dagplaatshouder die voor een markt is ingeschreven, niet aanwezig is. Het teldagpunt vervalt twee jaar na registratie; |
|
vaste vergunninghouder: |
de vergunninghouder aan wie een vaste standplaats is toegewezen; |
|
verordening: |
Marktverordening Den Haag 2016; |
|
vervanger: |
de natuurlijke persoon die namens en voor rekening en risico van de vergunninghouder optreedt; |
|
vrije standplaats: |
een standplaats die beschikbaar is voor vergunningverlening. |
Artikel 1:2 Markten
De bij separate besluiten op basis van artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet ingestelde markten worden, behoudens artikel 2, eerste en tweede lid, van de verordening, gehouden op de navolgende dagen, tijden en locaties:
- a.
elke maandag, woensdag, vrijdag en zaterdag van 8:45 uur – 17:00 uur op het marktterrein aan de Herman Costerstraat;
- b.
elke dinsdag van 09:00 uur – 17:00 uur op het marktterrein aan de Leyweg, tussen de Hengelolaan en de Oosterhesselenstraat/Fluitenbergstraat;
- c.
elke donderdag van 09:00 uur – 17:00 uur op het marktterrein in het gedeelte van de Stevinstraat tussen de Badhuisweg en de Gentsestraat;
- d.
elke woensdag van 09:00 uur – 16:30 uur op het marktterrein op het Loosduinse Hoofdplein en de Loosduinse Hoofdstraat;
- e.
elke vrijdag van 09:00 – 16:30 uur op het marktterrein aan de Vuursteen bij het winkelcentrum Ypenburg;
- f.
elke donderdag van 11:00 uur - 19:00 uur op het markterrein op het Prins Hendrikplein in het Zeeheldenkwartier;
- g.
iedere woensdag van 10:00 uur – 18:00 uur, de Boerenmarkt, op het marktterrein aan de Hofplaats;
- h.
op de donderdagen en de zondagen in de periode van mei tot en met september van 10:00 uur – 18:00 uur, de Antiek- en Boekenmarkt, op het marktterrein aan het Lange Voorhout;
- i.
iedere donderdag in de periode van medio september tot en met medio mei van 10:00 uur – 18:00 uur, de Antiek- en Boekenmarkt, op het marktterrein op het Plein.
Hoofdstuk 2 De marktvergunning
Artikel 2:1 Indienen van een aanvraag
- 1.
Het indienen van een aanvraag om een marktvergunning of om een bestaande marktvergunning te wijzigen geschiedt door middel van een daartoe door het college beschikbaar gesteld formulier.
- 2.
In de aanvraag wordt het standplaatsnummer en de branche aangegeven. De standplaats waarop de aanvraag om marktvergunning ziet is beschikbaar, met dien verstande dat het een vrije standplaats betreft of een standplaats die onderwerp is van een branchewijziging.
- 3.
Indien de aanvrager gebruik wenst te maken van vervangers maakt de aanvrager dit kenbaar in de aanvraag. De volgende vereisten gelden voor de vervanger(s):
a. artikel 6, derde lid, onder a tot en met c, en bij de aanvraag dienen de bescheiden van artikel 6, vierde lid, van de verordening te worden overgelegd;
b. een aantoonbare dienstbetrekking tot de (aspirant)vergunninghouder en/of bewijs van huwelijk/geregistreerd partnerschap met de vergunninghouder en/of uittreksel Handelsregister van de vennootschap onder firma of commanditaire vennootschap waarin de vervanger en vergunninghouder deelnemen; en
c. vijf jaar voorafgaand aan de indiening van de aanvraag is de vervanger niet doorgehaald in de zin van artikel 13 van de verordening.
- 4.
Artikel 6, vierde en vijfde lid, van de verordening zijn van overeenkomstige toepassing op de aanvrager van een marktvergunning respectievelijk een aanvraag om marktvergunning van een natuurlijk persoon die nog niet is opgenomen in het marktregister.
Artikel 2:2 Aanvraagprocedure
- 1.
Het college toets de ingediende aanvragen voor een marktvergunning voor een vrije standplaats op de markt als bedoeld in artikel 1:2, onder a, en vergelijkt de ingediende aanvragen indien meer dan één aanvraag is ingediend.
- 2.
Het college kan ten behoeve van de beslissing op een aanvraag om een marktvergunning advies inwinnen bij de adviescommissie of kan tot loting worden overgegaan bij gebleken gelijke geschiktheid.
Artikel 2:3 Afwijzingsgronden
Het college kan een aanvraag om een marktvergunning voor een vaste standplaats in ieder geval afwijzen indien:
-
a. het maximum aantal beschikbare standplaatsen is vergund;
b. de aanvraag in strijd is met het Branchebesluit;
c. voor de markt een vergunningenstop is vastgesteld;
d. de aanvraag ziet op het verkrijgen van een vierde aaneengesloten standplaats;
e. de aanvrager reeds over een marktvergunning beschikt voor de desbetreffende markt en marktdag, tenzij de aanvraag wordt gedaan op grond van artikel 2:4, tweede lid, of 2:5;
f. de aanvraag wordt gedaan binnen vijf jaar nadat de marktvergunning van de aanvrager is ingetrokken dan wel de inschrijving in het marktregister van de aanvrager is doorgehaald;
g. geconstateerd wordt dat de aanvrager binnen de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag voor zijn rekening en risico zonder marktvergunning op een markt in de gemeente Den Haag heeft gestaan.
Artikel 2:4 Ruilen vaste standplaatsen
- 1.
Vaste vergunninghouders kunnen op gezamenlijk verzoek hun standplaats op dezelfde markt en voor een gelijk aantal dagen ruilen. Indien de ruiling verschillende marktdagen betreft mag er geen strijd ontstaan met het Branchebesluit.
- 2.
Een vaste vergunninghouder kan een verzoek indienen om zijn standplaats met een vrije standplaats op dezelfde markt te ruilen. Op dit verzoek is artikel 2:3 van toepassing.
- 3.
Het verzoek als bedoeld in het eerste en tweede lid kan door een vaste vergunninghouder slechts na een periode van twee jaar na ontvangst van de marktvergunning worden ingediend door middel van het daartoe namens het college beschikbaar gestelde formulier.
Artikel 2:5 Overschrijving vaste-standplaatsvergunning
- 1.
De marktvergunning van de vaste vergunninghouder kan zowel bij leven als na overlijden worden overgeschreven op de echtgenoot of geregistreerd partner van de vergunninghouder, op een ander persoon met wie vergunninghouder aantoonbaar duurzaam samenwoont, of op een eerstegraads bloedverwant, mits:
a. de echtgenoot, geregistreerd partner, of een ander persoon met wie vergunninghouder aantoonbaar duurzaam samenwoont dan wel een eerstegraads bloedverwant voldoet aan de vereisten van artikel 6, derde lid van de verordening en bij de aanvraag de bescheiden van artikel 6, vierde lid, van de verordening worden overgelegd;
b. de verschuldigde marktgelden en alle andere vorderingen voortvloeiend uit de verplichtingen ten aanzien van de markt door de vaste vergunninghouder volledig zijn voldaan;
c. er geen sprake is van een kenbaar gemaakt voornemen om de marktvergunning van de vergunninghouder in te trekken;
d. de echtgenoot, geregistreerd partner of een ander persoon met wie vergunninghouder aantoonbaar duurzaam samenwoont dan wel een eerstegraads bloedverwant van de vergunninghouder, indien deze reeds zelf vergunninghouder is op een markt voor de betreffende marktdag, zijn of haar marktvergunning opzegt;
e. ten tijde van de aanvraag tot overschrijving, de vergunninghouder ten minste vijf jaar met de echtgenoot, geregistreerd partner of een ander persoon aantoonbaar een gemeenschappelijke huishouding voert; en
f. de echtgenoot, geregistreerde partner of een ander persoon met wie vergunninghouder aantoonbaar duurzaam samenwoont dan wel een eerstegraad bloedverwant van vergunninghouder ten minste twee jaar na overschrijving in dezelfde branche handelt.
- 2.
Het college kan, als de in het eerste lid bedoelde overschrijving niet kan worden gedaan, de vaste-standplaatsvergunning op aanvraag van de vergunninghouder, zijn erven of curator overschrijven op naam van een medewerker van de vergunninghouder of een medevennoot (met uitzondering van stille vennoot) van diens bedrijf als deze ten minste vijf jaren aantoonbaar in loondienst heeft gewerkt bij de vergunninghouder of ten minste de laatste twee jaren aantoonbaar heeft gefunctioneerd als medevennoot (met uitzondering van stille vennoot) in dezelfde vennootschap onder firma.
- 3.
De overschrijving van de vaste-standplaatsvergunning geldt voor de resterende vergunningsduur. Na het einde van de duur van de vergunning komt deze beschikbaar voor verdeling.
- 4.
In geval van overlijden of ondercuratelestelling van de vergunninghouder wordt de aanvraag tot overschrijving binnen twee maanden na de datum van overlijden of van de ondercuratelestelling ingediend.
- 5.
Het college wijst de aanvraag tot overschrijving af als niet wordt voldaan aan het bepaalde bij of krachtens de Marktverordening Den Haag en/of dit Marktreglement.
- 6.
Het besluit tot overschrijving vervalt van rechtswege indien van de overgeschreven marktvergunning niet binnen zes weken na de bekendmaking van het besluit tot overschrijving gebruik wordt gemaakt.
Artikel 2:6 Uitdeling dagplaatsen
- 1.
Voor het verlenen van een marktvergunning voor een dagplaats op de markt als bedoeld in artikel 1:2, onder a, komen achtereenvolgens in aanmerking:
a. de vergunninghouder met maximaal één aangrenzende vaste standplaats die zich uiterlijk één uur voor aanvang van de markt heeft gemeld. Indien meerdere vergunninghouders voor een marktvergunning in aanmerking komen, geschiedt de verlening aan degene die binnen de branche het minst vertegenwoordigd is op de markt op die marktdag. Indien meerdere vergunninghouders actief zijn in de minst vertegenwoordigde branche, geschiedt de verlening aan één van hen door middel van loting;
b. de ingeschrevene in de zin van artikel 5, eerste lid, onder b, van de verordening die zich op de marktdag waarvoor de inschrijving geldt, uiterlijk één uur voor aanvang van de markt heeft gemeld. Indien meerdere ingeschrevenen voor een marktvergunning in aanmerking komen, geschiedt de verlening aan de ingeschrevene die in de voorafgaande twee jaren het vaakst een dagplaatsvergunning voor de betreffende marktdag heeft toegewezen gekregen op de markt als bedoeld in artikel 1:2, onder a. overeenkomstig het loyaliteitsregister van het college. Bij een gelijke aanwezigheid geschiedt de verlening aan degene die binnen de branche het minst vertegenwoordigd is op de markt. Indien er sprake is van dezelfde bedoelde aanwezigheid of dezelfde branche dan geschiedt de verlening aan één van hen door middel van loting;
c. de vergunninghouder van maximaal drie aangrenzende of de recht tegenover gesitueerde vaste standplaatsen in de branche die binnen de branche het minst vertegenwoordigd is op de markt. Indien meerdere vergunninghouders voor een marktvergunning in aanmerking komen, geschiedt de verlening aan één van hen door middel van loting.
- 2.
Op de markten, niet zijnde de markt als bedoeld in artikel 1:2, onder a., kan ten hoogste 10% van het totaal aantal standplaatsen worden uitgedeeld als dagplaats.
- 3.
Voor het verlenen van een marktvergunning voor een dagplaats op de markt als bedoeld in artikel 1:2, onder h en i, komen achtereenvolgens in aanmerking:
a. de vergunninghouder met maximaal drie aangrenzende standplaatsen met maximaal één dagplaats. Indien meerdere vergunninghouders voor een marktvergunning in aanmerking komen, geschiedt de verlening aan degene in de branche die is ondervertegenwoordigd op de markt. Indien meerdere vergunninghouders actief zijn in een ondervertegenwoordigde branche, geschiedt de verlening aan één van hen door middel van loting;
b. de ingeschrevene in de zin van artikel 5, eerste lid, onder b, van de verordening die zich op de marktdag waarvoor de inschrijving geldt, uiterlijk een half uur voor aanvang van de markt heeft gemeld en handelt in een branche die is ondervertegenwoordigd op de betreffende markt. Indien meerdere ingeschrevenen voor de marktvergunning voor de dagplaats in aanmerking komen, geschiedt de verlening aan één van hen door middel van loting.
- 4.
Voor het verlenen van een marktvergunning voor een dagplaats op de markten, niet zijnde de markt als bedoeld in artikel 1:2, onder a, h of i, komen achtereenvolgens in aanmerking:
a. de vergunninghouder met maximaal drie aangrenzende standplaatsen met maximaal één dagplaats. Indien meerdere vergunninghouders voor een marktvergunning in aanmerking komen, geschiedt de verlening aan degene die binnen de branche het minst vertegenwoordigd is op de markt. Indien meerdere vergunninghouders actief zijn in de minst vertegenwoordigde branche, geschiedt de verlening aan één van hen door middel van loting;
b. de ingeschrevene in de zin van artikel 5, eerste lid, onder b, van de verordening die zich op de marktdag waarvoor de inschrijving geldt, uiterlijk een half uur voor aanvang van de markt heeft gemeld en handelt in een branche die is ondervertegenwoordigd op de betreffende markt. Indien meerdere ingeschrevenen voor de marktvergunning voor de dagplaats in aanmerking komen, geschiedt de verlening aan één van hen door middel van loting.
Artikel 2:7 Voorschriften en beperkingen
- 1.
De ingeschrevene in de zin van artikel 5, eerste lid onder c, van de verordening kan zich op de marktdag, waarvoor de inschrijving geldt, uiterlijk bij aanvang van de markt melden ter verkrijging van een marktvergunning voor een flexplaats. Bij de aanmelding vermeldt de ingeschrevene het product waarmee gaat worden gestandwerkt.
- 2.
De ingeschrevene in de zin van artikel 5, eerste lid onder c van de verordening kan zich door ten hoogste één persoon laten bijstaan, mits deze vooraf is aangemeld en zelf niet deelneemt aan de loting in de hoedanigheid als standwerker.
Hoofdstuk 3 Gebruik standplaatsen
Artikel 3:1 Bijzondere verplichtingen standwerker
Het is de standwerker verboden:
-
a. een ander product aan te bieden dan het product dat de standwerker bij zijn inschrijving in het marktregister heeft opgegeven;
b. gebruik te maken van weegschalen of prijsaanduidingen;
c. de verkoop van goederen op een andere wijze uit te oefenen dan door middel van standwerken.
Artikel 3:2 Verplichting tot innemen standplaats
- 1.
De vaste vergunninghouder of zijn bedrijfsleider is verplicht om zijn standplaats ten minste iedere vergunde marktdag 44 maal per kalenderjaar in te nemen. Bij vergunningverlening lopende het kalenderjaar, geldt de verplichting voor dat jaar naar evenredigheid.
- 2.
Onder het innemen van de standplaats als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan: het ingericht en verkoopklaar hebben van de standplaats.
- 3.
De vaste vergunninghouder of bedrijfsleider neemt zijn standplaats persoonlijk in gedurende de gehele marktdag. Voor maximaal de helft van de in het eerste lid bedoelde aantal, kan de vaste vergunninghouder zich laten vervangen door een vervanger.
- 4.
Als vervanger van de vergunninghouder mag niet optreden een vergunninghouder die dezelfde marktdag op dezelfde markt een standplaats inneemt.
- 5.
Een vaste vergunninghouder die zijn standplaats niet inneemt of niet in laat nemen door zijn vervanger meldt dit uiterlijk om 07:15 uur op de betreffende marktdag bij de dienstdoende toezichthouder(s).
- 6.
Een vaste vergunninghouder die zijn standplaats in laat nemen door zijn vervanger meldt dit uiterlijk om 07:15 uur op de betreffende marktdag bij de dienstdoende marktmeester(s).
- 7.
De vaste vergunninghouder of diens vervanger neemt uiterlijk bij aanvang van de markt de standplaats in.
- 8.
De ingeschrevene als bedoeld in artikel 5, eerste lid onder b en c, van de verordening neemt uiterlijk een half uur na aanvang van de markt de standplaats in.
- 9.
In geval van bijzondere omstandigheden kan door het college worden afgeweken van het eerste lid.
Artikel 3:3 Uitpakken en inpakken van handelswaar
- 1.
De vaste vergunninghouder mag niet eerder dan twee uur voordat die markt begint, starten met het uitpakken van handelswaar en inrichten van de standplaats en niet eerder dan drie uur, indien de vaste vergunninghouder handelt met handelswaren, die aan bederf onderhevig zijn.
- 2.
De vaste vergunninghouder is verplicht ervoor zorg te dragen dat handelswaar op de standplaats uiterlijk een uur na het einde van de desbetreffende markt ingepakt is, hieronder wordt tevens verstaan: vrijgemaakt van ander materiaal dan handelswaar.
- 3.
Het is verboden om eerder dan een uur voor het einde van de markt met het inpakken van handelswaar op de standplaats te beginnen.
- 4.
Het is verboden de standplaats voor het einde van de markt te verlaten en/of de opslagunit op de markt als bedoeld in artikel 1:2, onder a af te sluiten.
- 5.
Het is verboden om gedurende de marktdag de standplaats onbeheerd achter te laten.
- 6.
Het college is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken van dit artikel.
Artikel 3:4 Schoonhouden standplaats
- 1.
Een vergunninghouder is verplicht afval, waaronder verpakkingsmateriaal, GFT-afval en (restanten van) achtergebleven handelswaar dat op zijn standplaats vrijkomt zodanig te bewaren, dat het marktterrein daardoor niet wordt verontreinigd en het afval niet door onbevoegden kan worden verwijderd.
- 2.
De vergunninghouder is verplicht de door hem ingenomen standplaats en de naaste omgeving daarvan na afloop van de markt schoon achter te laten.
- 3.
De vergunninghouder is verplicht eventuele ruimte onder, naast en tussen de opslagunit en/of onder de verkoopwagen af te schermen.
Artikel 3:5 Legitimatie en identiteit
- 1.
De vergunninghouder van een marktvergunning of de ingeschreven vervanger, die namens de vergunninghouder de standplaats op de markt inneemt, toont op eerste vordering van de toezichthouder:
a. een geldig identiteitsbewijs; en
b. de geldige marktpas als bedoeld in artikel 6 lid 8 van de Marktverordening Den Haag 2016.
Hoofdstuk 4 Adviescommissie
Artikel 4:1 Adviescommissie
- 1.
Het college kan een adviescommissie in de zin van artikel 84 van de Gemeentewet instellen.
- 2.
Het college legt de regels ten aanzien van samenstelling en taakstelling vast in een reglement.
Hoofdstuk 5 Overige verbods- en gebodsbepalingen en overgangsrecht
Artikel 5:1 Verboden en geboden
Het is de vergunninghouder verboden:
-
a. zonder ontheffing vervoer- en transportmiddelen of verkoopwagens op het marktterrein te hebben, te laten staan of voorhanden te hebben gedurende de openingstijden van de markt als bedoeld in artikel 1:2, onder a, behoudens ten behoeve van het uit- en inpakken van handelswaar als bedoeld in artikel 3:3;
b. vervoer- en transportmiddelen met uitzondering van vergunde (verkoop)wagens op het marktterrein te hebben, te laten staan of voorhanden te hebben gedurende de openingstijden van de markt als bedoeld in artikel 1:2, onder b tot en met i, behoudens ten behoeve van het uit- en inpakken van handelswaar als bedoeld in artikel 3:3;
c. buiten de afmetingen van zijn standplaats ruimte in te nemen, anders dan welke aan hem is toegewezen;
d. op een standplaats andere handelswaar dan wel een andere branche dan die waarvoor die standplaats is toegewezen en/of marktvergunning is verleend, uit te stallen, aan te bieden, te verkopen, af te leveren of in voorraad te hebben;
e. de zijkanten van een standplaats, verkoopwagen of andere verkoopruimte op niet transparante wijze en/of ondeugdelijk af te schermen vanaf 1.50 meter hoogte vanaf de grond gemeten;
f. van een kraam in de zin van artikel 1 van de verordening de zijkanten van de kramenstijlen boven de tafelbladen op ondeugdelijk en/of op niet transparante wijze af te sluiten;
g. zonder ontheffing op enigerlei wijze aan een standplaats of andere verkoopruimte duurzaam voorwerpen te bevestigen;
h. gebruik te maken van open vuur;
i. het standplaatsnummer op de markt als bedoeld in artikel 1:2, en onder a, af te schermen.
Hoofdstuk 6 Slotbepalingen
Artikel 6.1 Inwerkingtreding
Het reglement treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.
Artikel 6.2 Intrekking
Het Marktreglement Den Haag 2016 wordt ingetrokken met ingang van de dag waarop het Marktreglement 2025 in werking treedt.
Artikel 6.3 Overgangsrecht
De bepalingen die op grond van deze regeling worden gewijzigd, blijven van toepassing op de tijdvakken waarop zij voor de wijziging van kracht waren.
Artikel 6.4 Citeertitel
Dit reglement wordt aangehaald als: Marktreglement Den Haag 2025.
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 1:1 Begripsomschrijving
Een standplaats is beschikbaar voor vergunningverlening indien deze niet wordt bezet door een andere vergunninghouder en niet wordt belast door een juridische (intrekkings)procedure en ten aanzien waarvan via een gemeentelijk medium een kennisgeving is gedaan dat de standplaats vrij is. Een bedrijfsleider mag op de standplaats aanwezig zijn namens de vergunninghouder.
Een bedrijfsleider mag op de standplaats aanwezig zijn namens de vergunninghouder zodat de vergunninghouder met aantoonbaar meerdere vestigingen of standplaatsen op dezelfde marktdag zelf gelijktijdig op een andere markt kan staan. Dit bevordert het ondernemerschap van marktvergunninghouders.
Toepassing loyaliteitspunten, teldagpunten en het loyaliteitsregister
Per kalenderjaar krijgt een dagplaatshouder een tegoed van 8 teldagpunten per markt waarvoor hij zich heeft geregistreerd en waar de daguitdeling plaatsvindt op basis van loyaliteit. Wanneer een dagplaatshouder zich in de loop van een kalenderjaar inschrijft krijgt hij een aantal teldagpunten naar rato.
Per marktdag waarop een dagplaatshouder een vergunning heeft verkregen, wordt aan de dagplaatshouder in het loyaliteitsregister één (1) loyaliteitspunt toegekend. Wanneer een dagplaatshouder op de eerstvolgende marktdag geen vergunning heeft verkregen, wordt aan de dagplaatshouder in het loyaliteitsregister één (1) teldagpunt toegekend. Het tegoed aan teldagpunten voor dat kalenderjaar wordt tegelijkertijd met 1 teldagpunt verminderd. Wanneer het tegoed aan teldagpunten is afgenomen tot 0, kunnen alleen nog loyaliteitspunten worden toegekend wanneer de dagplaatshouder een vergunning heeft verkregen voor een marktdag op die markt.
De positie in het loyaliteitsregister van een markt wordt bepaald door de som van het aantal toegekende loyaliteitspunten en teldagpunten over de twee jaar voorafgaand aan de dag waarop de daguitdeling volgens loyaliteit plaatsvindt.
Artikel 2:2 Aanvraagprocedure
Als een vaste standplaats vrijkomt, volgt eerst een openbare kennisgeving met inschrijvingsprocedure waarop eenieder kan inschrijven. Op basis van ondernemingsplannen wordt een ondernemer geselecteerd die het meeste toegevoegde waarde biedt voor de gehele markt.
Voor het verkrijgen van marktvergunningen voor vrije standplaatsen op de markt aan de Herman Costerstraat bestaat veel interesse. Doorgaans worden er dan ook meerdere aanvragen voor een vrije standplaats ingediend. Bij de kennisgeving die wordt gedaan voor de vrije standplaatsen, wordt daarom aangegeven welke procedure er zal worden gevolgd, waarbij het uitgangspunt is dat er een inschrijfprocedure met een begin- en een einddatum is. Indien binnen die begin- en einddatum opnieuw standplaatsen vrijkomen, gaan die standplaatsen niet mee in de lopende inschrijfprocedure maar met de volgende.
Verder is in dit artikel expliciet opgenomen dat het inwinnen van advies bij een adviescommissie geen verplichting is. Artikel 2:2, tweede lid behelst een discretionaire bevoegdheid en vergunningverlening is dus onderhevig aan beleidsvrijheid.
Artikel 2:3 Afwijzingsgronden
Voor de inhoudelijke toets blijft het afwijzingsartikel een niet limitatieve opsomming omdat het een kan-bepaling oftewel een discretionaire bevoegdheid betreft. Er kunnen derhalve ook andere redenen zijn, dan in dit artikel genoemd, om tot afwijzing van een aanvraag te beslissen.
Daarnaast betekent de discretionaire bevoegdheid dat het college kan weigeren indien sprake is van een (in dit artikel bedoelde) weigeringsgrond, maar dat dit onder een goede motivering niet verplicht is. Het college kan dus beslissen om tóch tot vergunningverlening over te gaan indien daarvoor een goede reden bestaat.
Op grond van artikel 2:2, tweede lid kan over deze beleidstoepassing advies gevraagd worden aan een adviescommissie. Voor de beoordeling van de aanvragen zijn er geen voorrangsregels meer, om ruimte te bieden voor nieuw, goed ondernemerschap. Aanvragen die zien op eenzelfde standplaats worden met elkaar vergeleken en eventueel advisering door een adviescommissie. Op deze wijze wordt een vergunning verstrekt aan ondernemers met de beste ondernemingsplannen.
Onder d. is expliciet opgenomen dat er maximaal drie aaneengesloten standplaatsen per vergunninghouder kunnen worden verleend. Dit om te voorkomen dat het aantal fysieke meters per (oververtegenwoordigde) branche blijft groeien wat de diversiteit op de markt en de aantrekkelijkheid van de markt als geheel voor het winkelend publiek niet ten goede komt. Ook staat het een mogelijke herindeling van de wijkmarkten in de weg. Een vergunning met vier standplaatsen is moeilijker te herplaatsen en biedt minder flexibiliteit. De gemeente is van mening dat 9 meter voldoende ruimte is om op een markt een gezonde bedrijfsvoering te hebben. Overigens is er bij (tijdelijke) leegstand op de markt wel de mogelijkheid voor vaste vergunninghouder om bij de daguitdeling op voor een dag een vierde standplaats erbij te krijgen.
Voorts is onder f en g: Voor deze toevoeging is voor de termijn aansluiting gezocht bij andere gemeentelijke vergunningstelsels zoals bijvoorbeeld de horecawetgeving. De termijn van vijf jaar wordt redelijk geacht voor de betreffende markthandelaar om zijn gedrag te beteren.
Artikel 2:4 Ruilen vaste standplaats
Door het ruilen van een optimale standplaats (alle dagen dezelfde standplaats) naar een niet optimale standplaats (verschillende marktdagen verschillende standplaatsen) te weigeren, wordt voorkomen dat er een niet optimaal ingedeelde markt ontstaat.
Door pas na twee jaar de mogelijkheid om van standplaats te ruilen toe te staan wordt voorkomen dat meteen na vergunningverlening wordt geruild in het kader van handel tussen vergunninghouders.
Als een aanvraag om te ruilen vóór de start van de kwartaalronde voor het aanvragen van nieuwe marktvergunningen is ingediend, gaat de ruil voor op de nieuwe aanvragen voor dezelfde standplaats. Zo niet, dan gaan de nieuwe aanvragen voor, die zonodig met elkaar vergeleken worden.
Onderlinge ruiling voor dezelfde marktdag zal nimmer strijd met het Branchebesluit veroorzaken. Het betreft immers slechts een fysieke verplaatsing die niets verandert aan de materiële vergunningverlening voor die betreffende marktdag. Bij een ruiling voor verschillende dagen, wordt de juridische status quo van verschillende marktdagen geraakt. Dit kan wel strijd met het Branchebesluit veroorzaken.
Strijd met het Branchebesluit is een afwijzingsgrond voor vergunningverlening en dus ook voor onderlinge ruiling.
De inhoud van het tweede lid is nieuw lid is nieuw toegevoegd. Ruilen met een vrije standplaats stond in het oude reglement op een onduidelijke plek en werd geduid als ruilen met de gemeente. Ook waren daaraan geen duidelijke eisen verbonden. Ruilen met de gemeente dan wel ruilen met een vrije standplaats, betreft in feite een aanvraag om een marktvergunning voor een vrije standplaats elders op het marktterrein dan reeds vergund. Wat betreft toetsingskader: dit wordt dan ook gelijkgesteld aan een aanvraag om marktvergunning voor een vaste standplaats.
Artikel 2:5 Overschrijving vaste-standplaatsvergunning
De mogelijkheid een vergunning over te schrijven wordt zo aangepast dat ook overgeschreven kan worden naar een vennoot of vaste werknemer in loondienst. Voorwaarde bij overschrijving is dat de vennoot aan wie de vergunning wordt overgeschreven tenminste twee jaar staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en géén stille vennoot is. De werknemer aan wie de vergunning wordt overgeschreven moet aantoonbaar vijf jaar in dienst zijn. Tot slot is een vereiste dat de branchering tenminste twee jaar hetzelfde blijft.
Om te voorkomen dat er schijnhuwelijken dan wel geregistreerde partnerschappen worden aangegaan ter verkrijging van een vergunning, is opgenomen dat de vergunninghouder ten minste vijf jaar een gemeenschappelijke huishouding moet hebben gevoerd met deze partner.
Een aanvraag om overschrijving moet binnen acht weken na het overlijden van de vergunninghouder worden ingediend. Het besluit tot overschrijving vervalt van rechtswege indien van de overgeschreven marktvergunning niet binnen zes weken na de bekendmaking van het besluit tot overschrijving gebruik wordt gemaakt. In totaal heeft de rechtsopvolger dus 14 weken de tijd de opvolging feitelijk te regelen. Dit is twee weken langer dan eerder werd bepaald in het Marktreglement Den Haag 2013.
Verder geldt dat indien de persoon op wiens naam de vergunning wordt overgeschreven reeds vergunninghouder is op de betreffende markt en marktdag, deze marktvergunning wordt opgezegd, om te voorkomen dat er vergunninghouderschap ontstaat voor verschillende standplaatsen verspreid op de markt. Dit werkt onderhuur in de hand, de vergunninghouder kan namelijk niet op meerdere verspreide standplaatsen tegelijk zijn. Het is bovendien slechts toegestaan ten hoogste drie aaneengesloten standplaatsen te vergunnen.
Artikel 2:6 Uitdeling dagplaatsen
Op de markt aan de Herman Costerstraat gold ten aanzien van de uitdeling van dagplaatsen dat de vergunninghouder van één naastgelegen vaste standplaats als eerste in aanmerking kwam om de dagplaats ‘erbij te pakken’. Bij meerdere gegadigden werd de dagplaats uitgedeeld aan degene met de hoogste anciënniteit. Voorts kwamen ingeschrevenen van een branche die nog niet of beperkt was vertegenwoordigd aan de beurt in de rangorde. Ook daar gold dat bij meerdere gegadigden degene met de hoogste anciënniteit de dagplaats uitgedeeld kreeg.
Ook op basis van dit nieuwe reglement krijgen de vergunninghouders van één naastgelegen standplaats voorrang. Anciënniteit wordt echter afgeschaft om ruimte te bieden aan ondernemers in branches die minder of ondervertegenwoordigd zijn op de markt. Indien meerdere vergunninghouders voor een marktvergunning in aanmerking komen, wordt gekeken naar de branche die procentueel binnen de branche op grond van het Branchebesluit 2017 het minst vertegenwoordigd is op de markt op betreffende marktdag.
Als er bij de uitdeling voor dagplaatshouders meerderde gegadigden zijn, vindt uitdeling plaats op basis van aanwezigheid in de afgelopen twee jaar. Dit wordt dus elke marktdag opnieuw berekend. Zo worden dagplaatshouders die vaak aanwezig zijn geweest op de markt en de markt dus ook aantrekkelijk hebben gehouden, beloond. Dit acht de gemeente meer wenselijk dan een toets op branchering aangezien het om het opvullen van lege plekken op de markt op dagelijkse basis gaat. Indien dit niet leidt tot uitdeling wordt de dagplaats uitgedeeld aan degene met de minst vertegenwoordigde branche. Indien dit niet leidt tot uitdeling, geschiedt uitdeling door loting. Gelet op de grootte van de markt aan de Herman Costerstraat, is bezetting zeer belangrijk. Hierbij is invulling door goede dagplaatshouders belangrijker dan branchering. Dit wordt ook aangegeven door de markthandelaren zelf. Mocht dit ook niet tot uitdeling komen, dan komen de vergunninghouders met van de naastgelegen twee (of meer) standplaatsen in aanmerking.
Op de wijk- en themamarkten worden dagplaatsen opnieuw ingevoerd. Gelet op het aantal kramen op de wijkmarkten, worden alleen dagplaatsen uitgedeeld aan handelaren met producten in branches die zijn ondervertegenwoordigd. Daarbij geldt dat maximaal 10% van het totaal aantal standplaatsen op een wijkmarkt uit te geven is als dagplaats. De uitdeling geschiedt op dezelfde wijze als op de markt aan de Herman Costerstraat. Voor de daguitdeling op de wijk- en themamarkten blijft het wel mogelijk een vierde standplaats erbij te krijgen. Dit betreft de laatste mogelijkheid in hiërarchie bij de uitdeling en gaat om het opvullen van de markt.
Artikel 2:7 Voorschriften en beperkingen
Aan de lotingsbepalingen is inhoudelijk niets gewijzigd, anders dan dat standwerkers op zogenoemde flexplaatsen zullen standwerken.
Artikel 3:2 Verplichting tot innemen standplaats
Dit artikel regelt de verplichting tot het innemen van de vergunde standplaats. Door bedrijfsleider toe te voegen aan de begripsomschrijvingen, wordt het mogelijk om een bedrijfsleider op de standplaats aanwezig te laten zijn namens de vergunninghouder.
Vaste vergunninghouders zijn verplicht de standplaats 44 maal per jaar in te (laten) nemen en daarvan in ieder geval de helft van het aantal keren persoonlijk aanwezig te zijn. De andere helft van de tijd dat de standplaats in wordt genomen, kan de vergunninghouder zich laten vervangen door één van zijn ingeschreven vervangers. Vervangers staan namens en voor rekening en risico van de vergunninghouder.
Artikel 3:3 Uitpakken en inpakken van handelswaar
Artikel 3:3 Aanhef: “Opbouwen en afbouwen” is vervangen door “Uitpakken en inpakken van handelswaar”, omdat dit de gangbare terminologie is dit verband. De term “ontruimen” is uit dit artikel geschrapt. Voor zover het oude artikel 3:3 bepalingen bevatte over het aanwezig zijn, is dit overgeheveld naar het hiervoor toegelichte artikel 3:2.
In het tweede lid is bepaald dat een vergunninghouder de handelswaar op zijn standplaats een uur na het einde van de betreffende markt heeft ingepakt. Hieronder wordt verstaan: vrijgemaakt van ander materiaal dan handel. Dit betekent dat er ook geen tafels en stellages op de standplaats achter mogen blijven.
Aan dit artikel is toegevoegd dat het verboden is de opslagunit op de markt aan de Herman Costerstraat af te sluiten. Herhaaldelijk wordt namelijk geconstateerd dat vergunninghouders eerder stoppen met ‘markten’.
Verder is het verboden om gedurende de marktdag de standplaats onbeheerd achter te laten.
Hiermee wordt de verantwoordelijkheid van de vergunninghouder voor de standplaats waarvoor de marktvergunning is verleend onderstreept.
Op basis van het zesde lid kan bij bijzondere omstandigheden worden besloten dat materiaal zoals een tafel kan blijven staan. Dit geldt alleen voor de markt als bedoeld in artikel 1:2, onder a van het reglement. Bij die omstandigheden zal worden bezien of het onmogelijk is om het materiaal in de opslagunit op te slaan. En of die eventuele onmogelijkheid wordt veroorzaakt door een voorziening die van gemeentewege is getroffen. Verder is van belang dat het materiaal niet brandbaar is en dat moet kunnen worden herleid van wie het materiaal is.
Artikel 4:1 Adviescommissie
Bij besluit van 19 juni 2012 heeft het college een Adviescommissie Haagse Markten ingesteld. Het hierbij behorende Reglement Adviescommissie Haagse Markten 2012 is op 1 juli 2012 in werking getreden. De adviescommissie voor de Haagse Markten adviseert het college gevraagd en ongevraagd over allerhande marktaangelegenheden zoals regelgeving (waaronder de brancheverdeling), beleid, aanvragen en praktische zaken. In de samenstelling van de commissie wordt een representatieve vertegenwoordiging van enerzijds het gemeentebestuur en anderzijds de marktkooplieden nagestreefd.
Artikel 5:1 Verboden en geboden
Artikel 5:1, onder a en b: op de wijkmarkten wordt veel gebruik gemaakt van verkoopwagens. Op de markt aan de Herman Costerstraat is dit niet wenselijk gelet op de beperkte ruimte door de gebouwde marktinstallatie.
Voor het hebben, laten staan of voorhanden hebben van een vervoer- en transportmiddel of verkoopwagen kan toestemming worden gegeven, indien dit noodzakelijk is voor de verkoop van de betreffende handelswaar dan wel de bedrijfsvoering van de ondernemer. Dit wordt zoveel als mogelijk in de marktvergunning opgenomen. De wijze van verkoop wordt derhalve zoveel als mogelijk bij de aanvraag om marktvergunning aangegeven zodat dit kan worden meegenomen in de marktvergunning. Wijzigingen worden terstond aangevraagd. Het wordt derhalve niet meer geregeld bij ontheffing om de marktvergunningen zo compleet mogelijk te maken.
Voor het toestaan van het hebben, laten staan of voorhanden hebben van een vervoer- en transportmiddel of verkoopwagen is het volgende van belang:
- -
op alle markten zijn voertuigen of aanhangwagens achter de standplaats toegestaan, mits aangevraagd en vergund in de marktvergunning. Op de markt aan de Herman Costerstraat komt slechts de markthandelaar hiervoor in aanmerking die vergunning heeft voor een standplaats onder de overkapping langs het hek, zijde Herman Costerstraat. Op de rest van de markt aan de Herman Costerstraat bevinden zich namelijk uitsluitend opslag-/verkoopunits na de herinrichting. Zowel fysiek als privaatrechtelijk bezien, is het plaatsen van vervoer- en transportmiddelen of verkoopwagens bij de opslagunits niet mogelijk. Voorts wordt, om beschadiging van de marktinstallatie te voorkomen, het aantal verkeersbewegingen tot een minimum beperkt om de kans op schade aan de units te minimaliseren. Ook is het voor de veiligheid van bezoekers (denk ook aan de breedte van de looppaden in het kader van brandveiligheid) en het uiterlijk aanzien van de markt belangrijk dat er -anders dan ten behoeve van de op- en afbouw- geen voertuigen of andere transportmiddelen op het marktterrein aanwezig zijn.
- -
verkoopwagens kunnen zonder ontheffing niet worden geplaatst op de markt aan de Herman Costerstraat. De aanvraag om ontheffing voor een verkoopwagen wordt onder meer getoetst op afmetingen, plaatsing, benodigde veiligheidsmaatregelen en uitstraling van de verkoopwagen.
Artikel 5:1, onder c: marktvergunningen worden verleend voor het kunnen innemen van (een) standplaats(en) op een markt in Den Haag. Voor het innemen van een andere (naast de vergunde standplaats gelegen) standplaats wordt een uitbreiding van de marktvergunning aangevraagd.
Dit is niet vereist indien reeds een gedeelde kop is toegewezen bij de wijziging van de verleende marktvergunningen ten behoeve van het innemen van standplaatsen op de vernieuwde Haagse markt. Het wordt niet meer geregeld middels een ontheffing. De betreffende toegewezen standplaats(en) word(t)(en) met gebruik van een standplaatsnummer geduid in de marktvergunning.
Artikel 5:1, onder e: In het oude reglement was geen rekening gehouden met andere verkoopruimtes dan een kraam in de zin van de verordening. Met verkoopwagens en opslagunits werd dus geen rekening gehouden. Onder e wordt met dit besluit aan de feitelijke situatie op de markten aangepast. Het niet transparant afschermen van de zijkanten boven de 1.50 meter dan wel boven de tafelbladen is niet toegestaan omdat dit de doorkijk op en openheid van de markt belemmert. Verder wordt het deugdelijk bevestigd, dus veilig en strak gespannen en is het zodanig bevestigd dat dit niet terzijde, voor, achter, boven of onder de standplaats uitsteekt. Voor het plaatsen van niet transparante zeilen is geen ontheffing mogelijk. Het plaatsen van maximaal drie paspoppen op de zijgrenzen van de standplaats als afscheiding is wel toegestaan, mits binnen de grenzen van de standplaats.
Artikel 5:1, onder g: Voor het plaatsen van een constructie voor het laten hangen van zeilen en het plaatsen van uitvalschermen die vastzitten aan gemeentelijk eigendom, wordt een ontheffing aangevraagd. Ook het verankeren van voorwerpen in gemeentegrond is niet toegestaan. Het plaatsen van een parasol is wel toegestaan, mits binnen de grenzen van de standplaats en deugdelijk en veilig geplaatst. Voor uitvalsschermen (= zonne- en regenschermen) zal worden bezien of het geen schade veroorzaakt aan de opslagunit en er gebruik wordt gemaakt van kleur en materiaal die passend wordt geacht.
Den Haag, 14 oktober 2025
Het college van burgemeester en wethouders,
de secretaris,
Ilma Merx
de locoburgemeester,
Mariëlle Vavier
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl