Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR745740
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR745740/1
Gemeenschappelijke regeling Regio Holland Rijnland
Geldend van 30-10-2025 t/m heden
Intitulé
Gemeenschappelijke regeling Regio Holland RijnlandDe gemeenteraden en de colleges van Burgemeester en Wethouders van de gemeenten Alphen aan den Rijn, Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude, ieder voor zover het de eigen bevoegdheden betreft
OVERWEGENDE DAT
- -
Genoemde gemeenten met elkaar samenwerken op een aantal beleidsterreinen die bepalend zijn voor een evenwichtige en voorspoedige ontwikkeling van de regio Holland Rijnland;
- -
Genoemde gemeenten daartoe gezamenlijk uitvoering willen geven met behulp van de organisatie Regio Holland Rijnland;
- -
Holland Rijnland de samenwerking tussen dertien gemeenten in de regio Holland Rijnland stimuleert en faciliteert;
Gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen,
BESLUITEN
de Gemeenschappelijke regeling Holland Rijnland per 30 oktober 2025 inhoudelijk en in naam te wijzigen en opnieuw vast te stellen, c.q. per 30 oktober 2025 deel te nemen aan de aldus inhoudelijk en in naam te wijzigen en opnieuw vast te stellen regeling overeenkomstig onderstaande tekst,
Hiermee komt de gemeenschappelijke regeling als volgt te luiden:
Gemeenschappelijke regeling Regio Holland Rijnland
HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1 Begripsbepalingen
-
1. In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:
- a.
Regeling: deze gemeenschappelijke regeling;
- b.
Deelnemende gemeenten: de gemeenten Alphen aan den Rijn, Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude;
- c.
Holland Rijnland: het rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam Regio Holland Rijnland, als bedoeld in artikel 2 van deze Regeling;
- d.
College/Colleges: het/de deelnemende College van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten bedoeld onder b;
- e.
Raad/Raden: de deelnemende gemeenteraad/gemeenteraden van de deelnemende gemeenten bedoeld onder b;
- f.
Gedeputeerde Staten: Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland;
- g.
Bestuur: het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur en de Voorzitter tezamen;
- h.
Wgr: de Wet gemeenschappelijke Regelingen;
- a.
-
2. Waar in de Regeling artikelen van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing worden verklaard, komen in die artikelen in de plaats van gemeente, de Raad, burgemeester en wethouders en de burgemeester, onderscheidenlijk Holland Rijnland, het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur en de Voorzitter.
HOOFDSTUK 2 OPENBAAR LICHAAM
Artikel 2 Openbaar lichaam
-
1. Er is een openbaar lichaam genaamd: “Regio Holland Rijnland”, gevestigd te Leiden.
-
2. Het Algemeen Bestuur kan onverminderd het eerste lid een uitzondering maken wat betreft de werkelijke vestigingsplaats.
-
3. Het rechtsgebied van Holland Rijnland omvat het grondgebied van de Deelnemende gemeenten.
Artikel 3 Doel en belang
-
1. Holland Rijnland heeft tot doel vanuit de gedachte van verlengd lokaal bestuur om, met inachtneming van wat verder in de Regeling is bepaald, de gemeenschappelijke belangen van de Deelnemende gemeenten te behartigen en de samenwerking tussen de Deelnemende gemeenten in Holland Rijnland te stimuleren en te faciliteren door:
- a.
Het regionaal organiseren van afstemming, besluitvorming over- en het gezamenlijk uitvoeren van regionale strategische vraagstukken;
- b.
Het opzetten en uitvoeren van projecten en beleid;
- c.
Een efficiënte en effectieve uitvoering van de Leerplichtwet, doorstroompuntwetgeving, de Huisvestingswet en het Collectief Vraagafhankelijk Vervoer (‘CVV’).
- a.
-
2. De in het eerste lid genoemde belangenbehartiging omvat, met erkenning van de eigen bevoegdheden van de besturen van de Deelnemende gemeenten, het gevraagd of ongevraagd adviseren over aangelegenheden op het gebied van ruimtelijke en economische aangelegenheden en waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen, dat zij voor de intergemeentelijke verhoudingen en regionale ontwikkelingen van wezenlijk belang zijn. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in:
- a.
Richtinggevende advisering: waarin op regionaal niveau door het Algemeen Bestuur een eenduidige beleidslijn, visie of verordening wordt vastgesteld voor taken zoals genoemd in artikel 5.
- b.
Bestuurlijk platform: het bieden van een Bestuurlijk platform binnen de taakomschrijving als bedoeld in artikel 5, voor onderlinge afstemming tussen de Colleges.
- c.
Efficiency: indien aannemelijk, is dat door de gezamenlijke uitvoering van een aan de afzonderlijke Deelnemende gemeenten opgedragen taak een goedkoper en/of beter product kan worden geleverd.
- a.
HOOFDSTUK 3 TAKEN EN BEVOEGDHEDEN
Artikel 4 Taken
-
1. Holland Rijnland verricht de in artikel 5 genoemde taken voor de Deelnemende gemeenten.
-
2. De Deelnemende gemeenten dragen, onverminderd het bepaalde in artikel 32 over de verdeling van die kosten, alle kosten voor de taken.
-
3. Holland Rijnland kan, binnen het belang en het doel van de Regeling als bedoeld in artikel 3, ook taken verrichten voor andere dan de Deelnemende gemeenten, met dien verstande dat de omvang van deze taken niet meer mag bedragen dan toelaatbaar is op basis van de criteria volgens het geldende aanbestedingsregime.
-
4. Holland Rijnland kan voor de uitvoering van haar taken, binnen het belang en doel van de Regeling als bedoeld in artikel 3, diensten afnemen van een Deelnemende gemeente of gemeenten, dit tegen door het Dagelijks Bestuur nader overeen te komen voorwaarden.
Artikel 5 Bevoegdheden uit te voeren taken
Ter behartiging van de in artikel 3 genoemde belangen dragen de Raden en Colleges de bevoegdheden ten aanzien van de hieronder genoemde taken over aan het Algemeen Bestuur van de Regeling, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft:
- 1.
Uitgezonderd de gemeenten Alphen aan den Rijn en Nieuwkoop, de instandhouding van een Regionaal Bureau Leerrecht Holland Rijnland (RBL Holland Rijnland) dat belast is met:
- a.
de uitvoering van de Leerplichtwet 1969, zoals deze van tijd tot tijd luidt;
- b.
de uitvoering van de doorstroompuntwetgeving, zoals deze nu luidt of gaat luiden in de toekomst, bij de bestrijding van voortijdig schoolverlaten en het volgen van jongeren in een kwetsbare positie, door middel van uitoefening van de taken en bevoegdheden als bedoeld in:
- i.
Wet educatie en beroepsonderwijs, artikelen 8.03, 8.1.8, 8.3.2, 8.3.3, 8.3.4, derde en vijfde lid, en 2.5.5 e;
- ii.
Wet op Expertisecentra, artikelen 42B, 47A, 147, 148, 149, derde en vijfde lid en 162;
- iii.
Wet voortgezet onderwijs 2020, artikelen 8.18, 8.20, 8.21 eerste lid, 8.22 eerste en derde lid, 8.23 tweede en derde lid, 8.24 derde lid, 8.25 tweede lid, 8.26 eerste lid, 8.27 derde en vijfde lid, 8.31 eerste lid en artikel 11.97.
- i.
- a.
- 2.
Vaststellen van de Huisvestingsverordening op grond van de Huisvestingswet, zoals deze van tijd tot tijd luidt, waarin regels worden opgesteld over:
- a.
Huisvestingsvergunningplicht (koopwoningen uitgezonderd);
- b.
Indeling in urgentiecategorieën;
- c.
Wijze van bekendmaken van het aanbod van de aangewezen categorieën woonruimte die bestemd zijn voor verhuur;
- d.
Bestuursrechtelijke handhaving en toezicht alleen voor de bevoegdheden die in deze Regeling zijn overgedragen en die in de Huisvestingsverordening zijn bepaald.
- a.
- 3.
Op grond van de Huisvestingswet verlenen, weigeren en intrekken van een huisvestingsvergunning.
- 4.
Op grond van de Huisvestingswet beslissen over de indeling van woningzoekenden in de urgentiecategorieën.
- 5.
De inkoop en aanbesteding van een Collectief Vraagafhankelijk Vervoerssysteem (CVV), alsmede het contractbeheer met de gecontracteerde aanbieder.
- 6.
Het in co-creatie met Deelnemende gemeenten opstellen, periodiek actualiseren van een Regionale Investeringsagenda Holland Rijnland (RIA) alsmede het realiseren van de RIA met inachtneming van de beheersverordening RIA.
- 7.
Ten behoeve van de thema’s mobiliteit, economie, duurzaamheid, energie, groen, wonen en ruimte voert Holland Rijnland de volgende taken uit:
- a.
Uitvoeren van strategische toekomstverkenningen en projecten, het ontwikkelen van regionaal beleid en het monitoren van gemaakte afspraken.
- b.
Opstellen, vaststellen, periodiek actualiseren, coördineren van- en het (laten) uitvoeren van visies, beleidsplannen en programma’s ten behoeve van regionale ontwikkeling.
- c.
Opstellen en periodiek actualiseren van een bedrijventerreinenstrategie, kantorenstrategie en kantorenmonitor.
- d.
Opstellen, vaststellen en periodiek actualiseren van een regionale woonagenda en een contingent Regeling voor bijzondere doelgroepen.
- e.
Opstellen en periodiek actualiseren van een regionaal woningbouwprogramma.
- f.
Procesbegeleiding, actualiseren en, op verzoek van de deelnemende gemeente(n), uitvoeren van programma’s en projecten.
- a.
- 8.
Het opstellen en vaststellen van een Algemene subsidieverordening met in achtneming van het bepaalde in titel 4.2 van de Algemene wet Bestuursrecht.
- 9.
Het beheren van fondsen en subsidies, namelijk:
- a.
het instellen en beheren van een Regionaal Investeringsfonds ‘RIF’;
- b.
het met inachtneming van hetgeen is bepaald in de Beheersverordening regionale investeringsagenda Holland Rijnland 2025 instellen en beheren van een fonds ten behoeve van de RIA;
- c.
het aanvragen, verlenen en ontvangen van subsidies, waaronder begrepen het coördineren van subsidieaanvragen voor zover deze subsidies betrekking hebben op de taken en bevoegdheden zoals deze in dit artikel zijn opgenomen;
- d.
door het Algemeen Bestuur in de toekomst in te stellen fondsen en subsidies.
- a.
Artikel 6 Aanvullende taken
-
1. Holland Rijnland kan, ter behartiging van de in artikel 3 genoemde belangen, naast de in artikel 5 genoemde taken, aanvullende taken verrichten voor één of meer Deelnemende gemeenten, als deze daarom verzoeken.
-
2. De Deelnemende gemeente(n) waarvoor Holland Rijnland een aanvullende taak verricht draagt of dragen alle kosten voor de aanvullende taak.
-
3. Het Dagelijks Bestuur legt een verzoek tot het verrichten van een aanvullende taak voor instemming voor aan het Algemeen Bestuur wanneer dit leidt tot een voorstel tot een wijziging van de begroting.
-
4. Het Dagelijks Bestuur stemt slechts in met het verrichten van een aanvullende taak, als vooraf verzekerd is dat tussen Holland Rijnland en de Deelnemende gemeente(n) waarvoor de aanvullende taak zal worden verricht, in een te sluiten dienstverleningsovereenkomst worden vastgelegd:
- a.
op welke wijze de kosten van de aanvullende taak worden verdeeld tussen de deelnemende gemeenten waarvoor de aanvullende taak zal worden verricht;
- b.
dat de kosten die optreden als gevolg van de uitvoering en de beëindiging van een aanvullende taak volledig ten laste komen van de Deelnemende gemeenten waarvoor de aanvullende taak zal worden verricht.
- a.
Artikel 7 Bijzondere besluitvormingsprocedure
-
1. Het Algemeen Bestuur neemt geen besluiten als bedoeld in het tweede lid, dan nadat de Raden van de Deelnemende gemeenten vooraf hun zienswijzen te kennen hebben gegeven.
-
2. Tot die besluiten als bedoeld in het eerste lid worden in ieder geval gerekend:
- a.
Verordeningen, besluiten, beleidsbeslissingen en overige maatregelen die ingrijpende gevolgen kunnen hebben voor Holland Rijnland dan wel voor de Deelnemende gemeenten;
- b.
Het liquidatieplan bij opheffing als bedoeld in artikel 44, derde lid.
- a.
-
3. Het Algemeen Bestuur kan bepalen dat naast de in deze Regeling genoemde besluiten ook andere besluiten worden onderworpen aan de zienswijzenprocedure als bedoeld in het eerste lid.
-
4. Om de Raden van de Deelnemende gemeenten in staat te stellen tijdig hun zienswijzen over belangrijke besluiten te geven worden de concepten daarvan aangeboden tenminste twaalf weken voordat over deze besluiten in het Algemeen Bestuur wordt besloten. De vertegenwoordigende organen kunnen bij het Dagelijks Bestuur een zienswijze indienen. Het Dagelijks Bestuur zendt de zienswijzen aan het Algemeen Bestuur, waarbij het Dagelijks Bestuur een advies over de zienswijzen kan toevoegen.
-
5. Het Dagelijks Bestuur stelt de Raden van de Deelnemende gemeenten voorafgaande aan definitieve besluitvorming door het Algemeen Bestuur schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze.
HOOFDSTUK 4 BESTUUR
Artikel 8 Bestuursorganen van Holland Rijnland
Het Bestuur bestaat uit:
- a.
Het Algemeen Bestuur;
- b.
Het Dagelijks Bestuur;
- c.
De Voorzitter.
HET ALGEMEEN BESTUUR
Artikel 9 Samenstelling Algemeen Bestuur
-
1. Het Algemeen Bestuur staat aan het hoofd van Holland Rijnland.
-
2. De Raden wijzen ieder drie leden aan als lid van het Algemeen Bestuur waarvan tenminste één lid ook Collegelid is. De Raden kunnen voor ieder lid ook één plaatsvervangend lid aanwijzen, dat het lid bij verhindering of ontstentenis vervangt. Hetgeen in deze Regeling is bepaald ten aanzien van een lid van het Algemeen Bestuur is van overeenkomstige toepassing op het plaatsvervangend lid.
-
3. De aanwijzing van de leden van het Algemeen Bestuur vindt plaats in de eerste vergadering van de Raden van de Deelnemende gemeenten in de nieuwe samenstelling. Wanneer een Raad hieraan niet voldoet, blijft het lid uit de desbetreffende Raad of College zijn lidmaatschap van het Algemeen Bestuur vervullen totdat de opvolger is aangewezen. Een uitzondering hierop is de situatie dat de betreffende leden geen deel meer uitmaken van het gemeentebestuur. In dat geval ontstaat een vacature die tijdelijk niet door de betreffende Deelnemende gemeente wordt opgevuld.
-
4. De leden, de Voorzitter inbegrepen, en de plaatsvervangende leden worden aangewezen voor een tijdvak van vier jaar. Ongeacht het tijdstip van benoeming treden zij af op de dag waarop de zittingsperiode van de Raden en Colleges eindigt. Aftredende leden kunnen opnieuw als lid worden aangewezen.
-
5. De Raad van een Deelnemende gemeente kan een lid of plaatsvervangend lid, door hem aangewezen, als dit het vertrouwen van de Raad niet meer bezit, te allen tijde ontslaan. De Voorzitter van de betreffende Raad doet daarvan onmiddellijk mededeling aan de Voorzitter van het Algemeen Bestuur.
-
6. Een lid dat ophoudt lid of voorzitter te zijn van de raad uit wiens midden men is aangewezen dan wel ophoudt wethouder van de desbetreffende deelnemende gemeente te zijn, houdt ook op lid te zijn van het Algemeen Bestuur behoudens het gestelde in het zevende lid.
-
7. Een lid van het Algemeen Bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Het lid deelt dit mede aan de Raad dat hem heeft aangewezen en aan het Algemeen Bestuur. Het lid blijft de functie waarnemen totdat een opvolger is aangewezen en deze de aanwijzing heeft aanvaard.
-
8. In tussentijdse vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. De betreffende Raad wijst in haar eerstvolgende vergadering, of als dit niet mogelijk is, zo spoedig mogelijk een nieuw lid en/of plaatsvervangend lid aan.
-
9. Van elke aanwijzing tot lid of plaatsvervangend lid van het Algemeen Bestuur geeft de Voorzitter van de betreffende Raad binnen twee weken na aanwijzing hiervan kennis aan de Voorzitter van het Algemeen Bestuur.
-
10. Het lidmaatschap van het Algemeen Bestuur is onverenigbaar met de dienstbetrekking van ambtenaar zoals bedoeld in artikel 1 van de Ambtenarenwet 2017, en overige medewerkers werkzaam bij de Deelnemende gemeenten en bij Holland Rijnland.
-
11. De leden van het Algemeen Bestuur, die in strijd handelen met het bepaalde in artikel 20 van de Wgr kunnen door het Algemeen Bestuur worden geschorst.
-
12. Het Algemeen Bestuur kan op uitnodiging adviseurs aan zijn vergaderingen laten deelnemen. Deze adviseurs hebben geen stemrecht.
Artikel 10 Werkwijze van het Algemeen Bestuur
-
1. Het Algemeen Bestuur vergadert tenminste tweemaal per jaar en verder zo dikwijls de Voorzitter dit nodig oordeelt. Voorts vergadert het Algemeen Bestuur schriftelijk als ten minste een vijfde van het aantal AB-leden daarom schriftelijk, met opgave van redenen, verzoeken.
-
2. De Voorzitter belegt de vergaderingen en bepaalt de plaats en het tijdstip van de vergadering.
-
3. Uiterlijk 14 dagen vóór een vergadering van het Algemeen Bestuur worden, plaats en agenda en bijbehorende voorstellen bekend gemaakt door publicatie op de website van Holland Rijnland. De agenda en bijbehorende voorstellen, behalve die waarop geheimhouding rust, worden tegelijkertijd ter inzage gelegd bij Holland Rijnland.
-
4. De leden en adviseurs worden, spoedeisende gevallen uitgezonderd, tenminste 14 dagen tevoren, met gelijktijdige toezending van de agenda, schriftelijk ter vergadering opgeroepen.
-
5. De vergadering van het Algemeen Bestuur wordt niet geopend voordat meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is. Als dit niet het geval is, belegt de Voorzitter een nieuwe vergadering tegen een tijdstip dat tenminste 24 uur na het bezorgen van de oproeping is gelegen. In de nieuwe vergadering is een aanwezigheid van meer dan de helft van de leden niet van toepassing.
-
6. Bij verhindering of ontstentenis van de Voorzitter of de secretaris in het Algemeen of Dagelijks Bestuur worden deze vervangen door de vicevoorzitter, respectievelijk de plaatsvervangend secretaris. Bij verhindering of ontstentenis van de Voorzitter, de (plaatsvervangend) secretaris en de vicevoorzitter wijst het Algemeen Bestuur één van zijn leden aan die de Voorzitter vervangt.
-
7. Elk lid van het Algemeen Bestuur krijgt stemmen afhankelijk van het inwonertal van de Deelnemende gemeente die het lid heeft aangewezen, hetgeen per 10.000 inwoners bepaald wordt:
- a.
elk lid dat afkomstig is uit een Deelnemende gemeente met een inwonertal tot 10.000 inwoners heeft één stem;
- b.
elk lid dat afkomstig is uit een Deelnemende gemeente met een inwonertal van 10.000 tot 20.000 heeft twee stemmen;
- c.
elk lid dat afkomstig is uit een Deelnemende gemeente met een inwonertal van 20.000 tot 30.000 heeft drie stemmen;
- d.
elk lid dat afkomstig is uit een Deelnemende gemeente met een inwonertal van 30.000 tot 40.000 heeft vier stemmen;
- e.
elk lid dat afkomstig is uit een Deelnemende gemeente met een inwonertal van 40.000 tot 50.000 heeft vijf stemmen;
- f.
elk lid dat afkomstig is uit een Deelnemende gemeente met een inwonertal van 50.000 tot 60.000 heeft zes stemmen;
- g.
elk lid dat afkomstig is uit een Deelnemende gemeente met een inwonertal van 60.000 tot 70.000 heeft zeven stemmen;
- h.
elk lid dat afkomstig is uit een Deelnemende gemeente met een inwonertal van 70.000 tot 80.000 heeft acht stemmen;
- i.
elk lid dat afkomstig is uit een Deelnemende gemeente met een inwonertal van 80.000 tot 90.000 heeft negen stemmen;
- j.
elk lid dat afkomstig is uit een Deelnemende gemeente met een inwonertal van 90.000 tot 100.000 heeft tien stemmen;
- k.
elk lid dat afkomstig is uit een Deelnemende gemeente met een inwonertal van 100.000 tot 110.000 heeft elf stemmen;
- l.
elk lid dat afkomstig is uit een Deelnemende gemeente met een inwonertal van 110.000 tot 120.000 heeft twaalf stemmen;
- m.
elk lid dat afkomstig is uit een Deelnemende gemeente met een inwonertal van 120.000 tot 130.000 heeft dertien stemmen.
- n.
Etc.
- a.
-
8. Onder het inwonertal van een Deelnemende gemeente wordt verstaan de door het Centraal Bureau voor de Statistiek per 1 januari van het lopende jaar openbaar gemaakte bevolkingscijfers. Als de leden van een Deelnemende gemeente door wijziging van het inwoneraantal een groter dan wel een kleiner stemgewicht krijgen, wordt daaraan bij het eerstvolgende kalenderjaar toepassing gegeven.
-
9. Voor zover bij of krachtens deze Regeling niet anders is bepaald, worden besluiten van het Algemeen Bestuur genomen bij meerderheid van het aantal stemmen in het Algemeen Bestuur.
-
10. Wanneer ten aanzien van zaken geen der leden stemming vraagt, wordt aangenomen dat in overeenstemming met het voorstel is besloten.
-
11. Bij het doen van keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen dient steeds tot stemming te worden overgegaan, tenzij het Algemeen Bestuur unaniem besluit van stemming af te zien. Alsdan wordt, evenals ten aanzien van zaken, aangenomen dat in overeenstemming met het voorstel is besloten.
-
12. Als tot stemming wordt overgegaan, worden alle zaken mondeling en bij hoofdelijke oproeping gestemd, doch bij het doen van keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen, bij gesloten en ondertekende briefjes.
-
13. Bij staking van stemmen over zaken wordt het nemen van een besluit tot de volgende vergadering uitgesteld. In deze vergadering wordt bij staking van stemmen het voorstel geacht niet te zijn aangenomen. Bij staking van stemmen over personen wordt een herstemming gehouden, als de stemmen bij herstemming staken, beslist terstond het lot.
Artikel 11 Taken en bevoegdheden van het Algemeen Bestuur
-
1. Voor zover in deze Regeling niet anders is bepaald, behoren aan het Algemeen Bestuur de volgende taken en bevoegdheden:
- a.
het vaststellen, wijzigen of intrekken van verordeningen en reglementen;
- b.
het vaststellen van de begroting en de begrotingswijzigingen en het vaststellen van de jaarrekening, zulks met inachtneming van het bepaalde in de onderdelen "begroting" en "rekening en verantwoording" van deze Regeling;
- c.
het vaststellen van de jaarlijks door de Deelnemende gemeenten en de niet aan deze Regeling Deelnemende gemeenten, zoals geregeld in artikel 31, te betalen bijdragen;
- d.
het besluiten tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen;
- a.
Artikel 12 Openbaarheid vergaderingen Algemeen Bestuur
-
1. Het Algemeen Bestuur vergadert in het openbaar. De vergaderingen worden, zo mogelijk op een zodanig tijdstip en plaats gehouden dat belangstellenden deze kunnen bijwonen.
-
2. De deuren worden gesloten wanneer tenminste één vijfde gedeelte van de aanwezige leden daarom verzoekt of als de Voorzitter dat nodig oordeelt. Het Algemeen Bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd. Over de geheimhouding is het bepaalde in artikel 23 Wgr van toepassing. Alleen de leden van het Algemeen Bestuur zijn gerechtigd een besloten vergadering bij te wonen, tenzij door het Algemeen Bestuur in besloten vergadering anders wordt beslist. Van een besloten vergadering worden afzonderlijke notulen opgesteld.
-
3. In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd of besloten over:
- a.
de toelating van nieuw benoemde leden;
- b.
de vaststelling van de kadernota, vaststelling en wijziging van de begroting en de vaststelling van de jaarrekening;
- c.
de benoeming en het ontslag van AB-leden;
- d.
wijziging en opheffing van de Regeling.
- a.
Artikel 13 Reglement van Orde Algemeen Bestuur
Het Algemeen Bestuur stelt een Reglement van Orde vast voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden. Het reglement en eventuele besluiten ter zake daarin aan te brengen wijzigingen, brengt het Algemeen Bestuur zo spoedig mogelijk ter kennis van de gemeentebesturen.
Artikel 14 Vergoedingen Algemeen Bestuur
Het Algemeen Bestuur kan een tegemoetkoming in de kosten en/of een vergoeding voor de werkzaamheden van leden van het Algemeen Bestuur vaststellen. Artikel 21 Wgr is hierop van toepassing.
HET DAGELIJKS BESTUUR
Artikel 15 Samenstelling Dagelijks Bestuur
-
1. Het Dagelijks Bestuur bestaat uit vijf tot acht leden, te weten de Voorzitter en vier tot zeven andere leden. Deze vier tot zeven andere leden worden door en uit het Algemeen Bestuur aangewezen en dienen voort te komen uit de Colleges van burgemeester en wethouders van de Deelnemende gemeenten.
-
2. De leden van het Dagelijks Bestuur mogen nimmer de meerderheid van het Algemeen Bestuur uitmaken.
-
3. Het Algemeen Bestuur wijst in de eerste vergadering van elke zittingsperiode de leden van het Dagelijks Bestuur aan.
-
4. In de eerste vergadering van elke zittingsperiode en de eerste vergadering na een wijziging in de samenstelling van het Dagelijks Bestuur, maken de leden van het Dagelijks Bestuur onderling afspraken over de portefeuilleverdeling en over de onderlinge plaatsvervanging. Deze afspraken worden medegedeeld aan het Algemeen Bestuur en aan de Deelnemende gemeenten
-
5. Alle in het eerste lid genoemde leden hebben in het Dagelijks Bestuur één stem.
-
6. Een lid van het Dagelijks Bestuur kan, in geval van tijdelijke afwezigheid, worden vervangen door een ander lid van het Dagelijks Bestuur of, als dit niet mogelijk is, door een door het Algemeen Bestuur uit zijn midden aan te wijzen lid. Deze tijdelijke vervanging kan ook plaatshebben als een lid van het Dagelijks Bestuur het Voorzitterschap waarneemt.
-
7. De leden van het Dagelijks Bestuur treden als lid van dat Bestuur af met ingang van de dag, waarop de zittingsperiode van het Algemeen Bestuur afloopt. Zij blijven hun functie evenwel waarnemen tot het tijdstip waarop het Algemeen Bestuur een nieuw Dagelijks Bestuur heeft aangewezen. Een uitzondering hierop is de situatie dat de betreffende leden, uitgezonderd de Voorzitter, geen deel meer uitmaken van het College van burgemeester en wethouders.
-
8. Een lid van het Dagelijks Bestuur kan te allen tijde ontslag nemen.
-
9. Het lid, dat ophoudt lid te zijn van het Algemeen Bestuur, houdt ook op lid te zijn van het Dagelijks Bestuur.
-
10. Als tussentijds een plaats in het Dagelijks Bestuur vacant komt, wijst het Algemeen Bestuur, zo spoedig mogelijk een nieuw lid aan.
Artikel 16 Werkwijze Dagelijks Bestuur
-
1. Het Dagelijks Bestuur vergadert zo dikwijls naar gelang de Voorzitter of tenminste twee andere leden dit nodig achten.
-
2. De agenda en de daarbij behorende vergaderstukken worden, spoedeisende gevallen uitgezonderd, ten minste tien dagen voor het houden van de vergadering, aan de leden van het Dagelijks Bestuur, alsmede de Deelnemende gemeenten die niet in het Dagelijks Bestuur vertegenwoordigd zijn, toegezonden.
-
3. De vergaderingen van het Dagelijks Bestuur zijn besloten. Het Dagelijks Bestuur kan besluiten een openbare vergadering te houden.
-
4. In het Dagelijks Bestuur kan worden beraadslaagd of besloten als ten minste de helft van het aantal leden aanwezig is. Als dit niet het geval is, belegt de Voorzitter een nieuwe vergadering.
-
5. Op de vergadering, bedoeld in het vierde lid, is het eerste lid niet van toepassing. Het Dagelijks Bestuur kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de eerdere vergadering was belegd alleen beraadslagen of besluiten, indien ten minste de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is
Artikel 17 Taken en bevoegdheden van het Dagelijks Bestuur
-
1. Voor zover in deze Regeling niet anders is bepaald, behoren aan het Dagelijks Bestuur de volgende taken en bevoegdheden:
- a.
het voeren van het Dagelijks Bestuur van Holland Rijnland;
- b.
het voorbereiden, voor zover zulks niet aan anderen is opgedragen, van al hetgeen in het Algemeen Bestuur ter beraadslaging en ter beslissing moet worden gebracht;
- c.
het uitvoeren van de besluiten van het Algemeen Bestuur;
- d.
hetzij op verzoek, hetzij uit eigen beweging, advies uitbrengen aan het Algemeen Bestuur, aan de Colleges en aan de Raden over zaken betreffende Holland Rijnland;
- e.
het vaststellen van regels over de organisatie van Holland Rijnland;
- f.
besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen, waaronder:
- i.
besluiten over het aangaan van geldleningen en het uitlenen van gelden;
- ii.
besluiten tot het aangaan van rekening‐courant overeenkomsten, op grond van bij afzonderlijk besluit vastgestelde maximum kredietbedragen;
- iii.
besluiten tot de aan‐ en verkoop van onroerende zaken.
- i.
- g.
het beheren van de inkomsten en de uitgaven van Holland Rijnland, voor zover dit niet bij of krachtens deze Regeling aan anderen is opgedragen;
- h.
de zorg, voor zover niet aan anderen opgedragen, voor de controle op het geldelijk beheer en de administratie;
- i.
Het houden van toezicht op alles wat het functioneren van de interne organisatie Holland Rijnland aangaat;
- j.
het benoemen, schorsen en ontslaan van personeel;
- k.
te besluiten namens Holland Rijnland, het Dagelijks Bestuur of het Algemeen Bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het Algemeen Bestuur, voor zover het Algemeen Bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist.
- l.
het nemen van conservatoire maatregelen, zowel in als buiten rechte en het doen wat nodig is ter voorkoming van verlies of verjaring van recht of bezit;
- a.
Artikel 18 Reglement van Orde Dagelijks Bestuur
Het Dagelijks Bestuur stelt een Reglement van Orde vast voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden. Het reglement en eventueel daarin aan te brengen wijzigingen, brengt het Dagelijks Bestuur zo spoedig mogelijk ter kennis van het Algemeen Bestuur en van de gemeentebesturen. Het reglement van orde voor de vergaderingen kan regels geven omtrent de openbaarheid van de vergaderingen van het Dagelijks Bestuur.
Artikel 19 Vergoedingen Dagelijks Bestuur
Het Algemeen Bestuur kan een tegemoetkoming in de kosten van leden van het Dagelijks Bestuur vaststellen. Artikel 21 Wgr is hierop van toepassing.
Artikel 20 Verantwoording en informatieplicht
Relatie Dagelijks Bestuur – Algemeen Bestuur
-
1. De leden van het Dagelijks Bestuur zijn tezamen en ieder afzonderlijk aan het Algemeen Bestuur verantwoording schuldig voor het door het Dagelijks Bestuur gevoerde bestuur.
-
2. Het Dagelijks Bestuur geeft aan het Algemeen Bestuur alle informatie en inlichtingen die het Algemeen Bestuur voor de uitoefening van zijn taak, waaronder een juiste beoordeling van het door het Dagelijks Bestuur te voeren en gevoerde bestuur nodig heeft
-
3. Het reglement van orde van het Algemeen Bestuur houdt bepalingen in over de wijze waarop het Dagelijks Bestuur en elk van zijn leden de hier bedoelde inlichtingen verstrekken en verantwoording afleggen.
-
4. Een verzoek om inlichtingen te verschaffen en/of verantwoording af te leggen kan uitsluitend worden geweigerd als het openbaar belang zich er tegen verzet.
-
5. Het Algemeen Bestuur kan besluiten een lid van het Dagelijks Bestuur ontslag te verlenen, als dit lid het vertrouwen van het Algemeen Bestuur niet meer bezit.
Relatie Algemeen Bestuur-Colleges en Raden
-
6. Een lid van het Algemeen Bestuur verstrekt aan de Raad die hem heeft aangewezen respectievelijk zijn Raad alle inlichtingen die door de Raad, of één of meer leden daarvan worden verlangd. Inlichtingen kunnen zowel mondeling als schriftelijk worden verstrekt.
-
7. Een lid van het Algemeen Bestuur is aan de Raad die hem heeft aangewezen respectievelijk zijn Raad verantwoording verschuldigd voor het door hem in het Algemeen Bestuur gevoerde beleid.
-
8. De Raden bezitten de bevoegdheid om het door hen aangewezen lid of plaatsvervangend lid van het Algemeen Bestuur ontslag te verlenen als de Raad het vertrouwen in dat lid niet meer bezit.
-
9. De Raden bepalen de wijze waarop het verstrekken van inlichtingen als bedoeld in het zesde lid en het ter verantwoording roepen als bedoeld in het zevende lid plaatsvindt.
-
10. Een lid van het Algemeen Bestuur geeft geen inlichtingen en legt geen verantwoording af over zaken waaromtrent krachtens artikel 23 Wgr geheimhouding is opgelegd, behoudens na opheffing van de geheimhouding door het Algemeen Bestuur.
-
11. Het Bestuur verstrekt aan de Raden van de Deelnemende gemeenten gevraagd en ongevraagd alle inlichtingen die de Raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. Inlichtingen kunnen zowel mondeling als schriftelijk worden verstrekt.
DE VOORZITTER
Artikel 21 Algemene bepalingen
-
1. De Voorzitter is Voorzitter van zowel het Algemeen Bestuur, als het Dagelijks Bestuur en wordt door het Algemeen Bestuur uit zijn midden aangewezen voor de duur van hun zittingsperiode. Hij blijft zijn functie waarnemen totdat in zijn opvolging is voorzien. De Voorzitter dient voort te komen uit het College van burgemeester en wethouders van een van de Deelnemende gemeenten.
-
2. Uit de overige leden van het Dagelijks Bestuur, zoals bedoeld in artikel 15, eerste lid, wordt een plaatsvervangend voorzitter aangewezen.
-
3. De aanwijzing van de Voorzitter vindt plaats in de eerste vergadering van het Algemeen Bestuur in de nieuwe samenstelling.
Artikel 22 Taken en bevoegdheden van de Voorzitter
-
1. De Voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het Algemeen Bestuur en van het Dagelijks Bestuur. Bij afwezigheid wordt hij vervangen door de vicevoorzitter.
-
2. De Voorzitter vertegenwoordigt Holland Rijnland in en buiten rechte. Als de Voorzitter behoort tot het Bestuur van een Deelnemende gemeente die partij is in een geding waarbij Holland Rijnland betrokken is, oefent een ander door en uit het Dagelijks Bestuur aan te wijzen lid deze bevoegdheid uit. Degene die bevoegd is Holland Rijnland in en buiten rechte te vertegenwoordigen, kan deze vertegenwoordiging opdragen aan een door hem/haar aan te wijzen gemachtigde.
-
3. Alle stukken die van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur uitgaan worden door de Voorzitter ondertekend.
HOOFDSTUK 5 COMMISSIES
Artikel 23 Commissies
-
1. Het Algemeen Bestuur kan commissies van advies instellen als bedoeld in artikel 24 Wgr, alsmede commissies ter behartiging van bepaalde belangen als bedoeld in artikel 25 Wgr. Het Algemeen Bestuur bepaalt daarbij welke bevoegdheden aan de commissies worden toegekend en op welke wijze deze worden samengesteld.
-
2. Het Algemeen Bestuur regelt de samenstelling van de commissie en wijst een lid van het Dagelijks Bestuur aan dat Voorzitter is van een commissie als bedoeld in dit artikellid.
-
3. Het Algemeen Bestuur gaat niet over tot het instellen van een commissie met het oog op de behartiging van bepaalde belangen, dan nadat de Raden van de gemeenten van dit voornemen op de hoogte zijn gesteld en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het Algemeen Bestuur te brengen.
-
4. De instelling van vaste commissies van advies aan het Dagelijks Bestuur of aan de Voorzitter en de Regeling van haar bevoegdheden en samentelling geschieden door het Algemeen Bestuur op voorstel van het Dagelijks Bestuur onderscheidenlijk van de Voorzitter.
-
5. Commissies van advies aan het Dagelijks Bestuur of de Voorzitter, niet zijnde vaste commissies als bedoeld in artikel 24, vierde lid Wgr worden door het Dagelijks Bestuur onderscheidenlijk de Voorzitter ingesteld.
-
6. Als een advies van de vaste adviescommissie een aangelegenheid betreft die ter beslissing aan het Algemeen Bestuur wordt voorgelegd, brengt het Dagelijks Bestuur het advies bij zijn voorstel ter kennis aan het Algemeen Bestuur.
-
7. De leden van commissies kunnen een vergoeding ontvangen voor het bijwonen van een vergadering van de commissie voor zover zij niet de functie van burgemeester, wethouder of secretaris vervullen.
-
8. De vaststelling van de hoogte van de in het vorige lid bedoelde vergoeding vindt plaats door het Algemeen Bestuur en in overeenstemming met artikel 21 van de Wgr.
Artikel 24 Ambtelijke adviescommissie
-
1. Het Algemeen Bestuur kan een ambtelijke adviescommissie als bedoeld in artikel 24 Wgr instellen. De ambtelijke adviescommissie adviseert het Algemeen Bestuur en Dagelijks Bestuur over de voorstellen die aan het Algemeen- en Dagelijks Bestuur worden voorgelegd.
-
2. Leden van de ambtelijke adviescommissie worden door de Deelnemende Colleges aangedragen.
-
3. Taak, werkwijze en samenstelling van de ambtelijke adviescommissie worden geregeld in een nader door het Algemeen Bestuur te nemen besluit.
HOOFDSTUK 6 BETREKKEN VAN RADEN, INGEZETENEN EN BELANGHEBBENDEN
Artikel 25 Gemeenschappelijke adviescommissie van Raadsleden
-
1. Op voorstel van de Raden van de Deelnemende gemeenten gezamenlijk stelt het Algemeen Bestuur een gemeenschappelijke Raadsadviescommissie, zoals bedoeld in artikel 24a Wgr, in die het Algemeen Bestuur van advies kan voorzien, de besluitvorming van de Raden van de Deelnemende gemeenten met betrekking tot de Regeling kan voorbereiden of de Raden van advies kan voorzien.
-
2. Het Algemeen Bestuur regelt de bevoegdheden, de taken en werkwijze van de commissie nadat het de Raden van de Deelnemende gemeenten in de gelegenheid heeft gesteld hun wensen en bedenkingen hieromtrent ter kennis van het Algemeen Bestuur te brengen.
-
3. De commissie bestaat uit leden die per Deelnemende gemeente door de Raad uit zijn midden worden aangewezen. Een Raad kan besluiten geen lid aan te wijzen.
-
4. Het lidmaatschap van de gemeenschappelijke adviescommissie eindigt van rechtswege op het moment dat men ophoudt lid te zijn van de Raad uit wiens midden men aangewezen is.
-
5. Artikel 22 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing op de commissie.
-
6. De leden van de gemeenschappelijke adviescommissie kunnen een vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen van de commissie ontvangen. De hoogte van de vergoeding staat in redelijke verhouding tot de aan het lidmaatschap van de gemeenschappelijke adviescommissie verbonden werkzaamheden, mede rekening houdende met de vergoeding voor werkzaamheden welke het lid ontvangt uit hoofde van zijn lidmaatschap van de Raad. De artikelen 96, tweede en derde lid, tweede zin, 98 en 99 van de Gemeentewet, alsmede de op grond daarvan gestelde nadere regels, zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 26 Participatie
-
1. Het Algemeen Bestuur kan nadere regels stellen over de wijze waarop de ingezetenen van de gemeenten en de belanghebbenden bij de totstandkoming en uitvoering van het beleid door Holland Rijnland en bij de evaluatie daarvan worden betrokken.
-
2. Het Dagelijks Bestuur betrekt, ter voorbereiding van de besluitvorming in het Algemeen Bestuur, met betrekking tot de uitvoering van de Huisvestingswet als bedoeld in artikel 5, derde lid en het collectief vraagafhankelijk vervoer (‘CVV’) als bedoeld in artikel 5 vijfde lid, ingezetenen van de Deelnemende gemeenten en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid, overeenkomstig de door het Algemeen Bestuur op grond van het eerste lid gestelde regels.
HOOFDSTUK 7 HET AMBTELIJK APPARAAT
Artikel 27 De secretaris en de controller
-
1. De secretaris
- a.
Holland Rijnland heeft een ambtelijke organisatie, met aan het hoofd een secretaris.
- b.
Het Dagelijks Bestuur beslist over de benoeming, de schorsing en het ontslag van de secretaris.
- c.
Het Dagelijks Bestuur stelt voor de secretaris een instructie vast.
- d.
De secretaris is secretaris van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur en staat het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur en de Voorzitter terzijde bij de uitoefening van hun taken.
- e.
Alle stukken die van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur uitgaan worden door de secretaris medeondertekend. Het Dagelijks Bestuur regelt bij verhindering of ontstentenis van de secretaris zijn vervanging.
- a.
-
2. De controller
- a.
In Holland Rijnland is een controller die rechtstreeks rapporteert aan het Dagelijks Bestuur.
- b.
De benoeming van de controller geschiedt door het Dagelijks Bestuur.
- c.
De instructie van de controller wordt vastgesteld door het Dagelijks Bestuur.
- a.
Artikel 28 Organisatiestatuut
Het Dagelijks Bestuur stelt een statuut vast voor de ambtelijke organisatie van Holland Rijnland.
Artikel 29 Personeel
Het Dagelijks Bestuur regelt de bezoldiging van de secretaris en het overige personeel van Holland Rijnland. Op personeel van Holland Rijnland is de CAO SGO van toepassing.
HOOFSTUK 8 FINANCIËLE BEPALINGEN
Artikel 30 Algemeen
-
1. Het Algemeen Bestuur stelt regels vast met betrekking tot de organisatie van de financiële administratie en van het kasbeheer van Holland Rijnland.
-
2. Ten aanzien van de controle op het geldelijke beheer en de boekhouding zijn de artikelen 212 tot en met 215 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.
-
3. Het Dagelijks Bestuur verricht periodiek onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het door hem gevoerde Bestuur. Het Algemeen Bestuur stelt hierover regels vast.
-
4. Het Algemeen Bestuur is bevoegd tot het heffen van rechten als bedoeld in artikel 229 van de Gemeentewet.
Artikel 31 De kadernota, begroting, wijziging en meerjarenramingen
-
1. Het Dagelijks Bestuur van Holland Rijnland, zendt vóór 1 januari van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de kadernota aan de Raden van de Deelnemende gemeenten.
-
2. Het Dagelijks Bestuur zendt, vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de Raden van de gemeenten.
-
3. Het Dagelijks Bestuur stelt jaarlijks een ontwerpbegroting met toelichting voor het volgende kalenderjaar, een meerjarenraming en een meerjarenactiviteitenplan op voor de drie op het begrotingsjaar volgende jaren.
-
4. Het Dagelijks Bestuur zendt de ontwerpbegroting en de toelichting daarop voor 30 april en tenminste 12 weken voor vaststelling door het Algemeen Bestuur toe aan de Raden van de gemeenten.
-
5. De Raden van de gemeenten kunnen binnen twaalf weken na ontvangst van de ontwerpbegroting hun zienswijze over die begroting bij het Dagelijks Bestuur naar voren brengen. Het Dagelijks Bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze zijn vervat, bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het Algemeen Bestuur wordt aangeboden. Het Dagelijks Bestuur stelt de Raden van de Deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting door het Algemeen Bestuur schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze.
-
6. Het Dagelijks Bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling door het Algemeen Bestuur, doch in ieder geval voor 15 september van het jaar voorafgaand aan dat waarvoor de begroting dient, aan de Colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten en aan gedeputeerde staten van Zuid-Holland.
-
7. Het bepaalde in dit artikel is mede van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting met uitzondering van de in het vierde lid genoemde datum voor inzending, en met dien verstande dat de zienswijzenprocedure bedoeld in het vijfde lid niet van toepassing is op een besluit tot wijziging van de begroting waarbij de bijdragen van de gemeenten niet veranderen.
-
8. Het Algemeen Bestuur stuurt aan de Raden eenmaal per jaar een tussenrapportage, gebaseerd op de begroting met een toelichting op de voortgang van de realisatie van de doelstellingen en een toelichting op de afwijkingen.
Artikel 32 Verschuldigde bijdrage
-
1. In de begroting wordt aangegeven de naar raming door elke Deelnemende gemeente voor dat jaar, waarop de begroting betrekking heeft, verschuldigde bijdrage in de kosten, voortvloeiende uit de gemeenschappelijke Regeling. Deze bijdrage wordt voor alle Deelnemende gemeenten bepaald naar het aantal inwoners of volgens een door het Algemeen Bestuur vastgestelde verdeelsleutel waarbij rekening gehouden wordt met eventuele verschillen in deelname van de Deelnemende gemeenten aan de aan Holland Rijnland op- en overgedragen taken zoals bedoeld in artikel 5.
-
2. Voor de berekening van de in het vorige lid bedoelde bijdrage naar inwoneraantal wordt uitgegaan van het inwoneraantal op 1 januari van het jaar voorafgaande aan dat, waarvoor de bijdrage verschuldigd is. Voor de vaststelling van het inwoneraantal wordt aangehouden de door het Centraal Bureau voor de Statistiek per 1 januari van het lopende jaar openbaar gemaakte bevolkingscijfers.
-
3. De Deelnemende gemeenten nemen de in de begroting geraamde bijdragen voor hun gemeente op in de gemeentebegroting.
-
4. De Deelnemende gemeenten betalen bij wijze van voorschot jaarlijks vóór 16 januari en vóór 16 juli de helft van de in artikel 32 lid 1 bedoelde bijdrage.
-
5. Bij niet tijdige betaling, zoals bepaald in artikel 32 lid 4, wordt rente in rekening gebracht. Daarbij wordt gehanteerd de debetrente rekening-courant BNG.
Artikel 33 Garantstelling
-
1. De Deelnemende gemeenten zullen er steeds zorg voor dragen dat Holland Rijnland te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen tegenover derden te kunnen voldoen.
-
2. Als het Algemeen Bestuur blijkt dat een deelnemer weigert deze uitgaven op de begroting te zetten, doet het Dagelijks Bestuur onverwijld aan Gedeputeerde Staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 van de Gemeentewet.
Artikel 34 Vaststelling jaarrekening
-
1. Het Dagelijks Bestuur legt jaarlijks een ontwerp-jaarrekening met bijbehorend verslag over het voorafgaande jaar, ter vaststelling voor aan het Algemeen Bestuur.
-
2. Het Dagelijks Bestuur zendt vóór 30 april de voorlopige jaarrekening aan de Raden van de Deelnemende gemeenten.
-
3. Het Algemeen Bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft.
-
4. Het Dagelijks Bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval voor 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan de Raden van de Deelnemende gemeenten en aan Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland.
Artikel 35 Verrekening
-
1. In de jaarrekening worden de door elk der Deelnemende gemeenten over het desbetreffende jaar werkelijk verschuldigde bedragen opgenomen.
-
2. De kosten worden, rekening houdende met andere inkomsten, over de Deelnemende gemeenten verdeeld naar het inwoneraantal op 1 januari van het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, of naar andere verdeelsleutels waarbij wordt rekening gehouden met eventuele verschillen in deelname van de Deelnemende gemeenten aan de aan Holland Rijnland opgedragen taken als bedoeld in artikel 5.
-
3. Voor de vaststelling van het inwoneraantal wordt aangehouden de door het Centraal Bureau voor de Statistiek laatstelijk openbaar gemaakte bevolkingscijfers.
-
4. Verrekening van het verschil tussen het op grond van artikel 32 betaalde en het werkelijk verschuldigde vindt plaats na de in het artikel 32, eerste lid bedoelde vaststelling van de jaarrekening.
Artikel 36 Rekenkamer(commissie)
De rekenkamer(commissie)s van de Deelnemende gemeenten, afzonderlijk en in samenwerking met elkaar, worden door het Dagelijks Bestuur in staat gesteld om alle informatie te verkrijgen die voor de wettelijke taakuitoefening nodig is.
HOOFDSTUK 9 TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING EN OPHEFFING
Artikel 37 Toetreding
-
1. Toetreding van een gemeente tot deze Regeling is mogelijk bij besluit van de Bestuursorganen van die gemeente, doch slechts wanneer tenminste twee derde deel van het aantal Colleges en twee derde van het aantal Raden van de Deelnemende gemeenten daarmee instemt. De Colleges gaan pas over tot instemming nadat zij op grond van artikel 1, vierde en vijfde lid Wgr instemming van de Raden hebben ontvangen.
-
2. De aan het onder artikel 37 lid 1 bedoelde besluit voorafgaande instemming is gebonden aan de volgende procedure:
- a.
Het verzoek tot toetreding wordt ingediend bij het Algemeen Bestuur, dat zo spoedig mogelijk dit verzoek behandelt in een vergadering;
- b.
In deze vergadering stelt het Algemeen Bestuur een advies op, gericht aan de Raden van de Deelnemende gemeenten, over de gevraagde toetreding;
- c.
Het verzoek om toetreding wordt, vergezeld van het onder b. bedoelde advies, doorgezonden aan de Raden van de Deelnemende gemeenten, die beslissen over de in artikel 37 lid 1 bedoelde instemming;
- d.
Het Dagelijks Bestuur stelt de verzoekende gemeente in kennis van de genomen besluiten, als bedoeld onder c.
- a.
-
3. De toetreding gaat in op de eerste dag van de maand volgend op die waarin het besluit tot wijziging van de Regeling is bekend gemaakt, tenzij in het betreffende besluit anders is bepaald.
-
4. De toetredende gemeente is de in artikel 32 bedoelde bijdrage voor het eerst verschuldigd met ingang van de door het Algemeen Bestuur vastgestelde datum.
-
5. Van ieder bericht van toetreding door één of meerdere gemeenten wordt onmiddellijk kennisgegeven aan de Raden, Colleges, alsmede aan Gedeputeerde staten.
Artikel 38 Uittreding
-
1. Een Raad en/of een College kan geheel of gedeeltelijk uittreden door toezending van de daartoe strekkende besluiten. Een College dat wenst uit te treden behoeft de toestemming hiervoor van de Raad.
-
2. Onder gedeeltelijk uittreden wordt verstaan het vanaf een bepaalde datum niet langer afnemen van diensten van Holland Rijnland c.q. het niet langer delegeren van tot dan toe gedelegeerde taken en bevoegdheden of het niet langer mandateren van tot dan toe gemandateerde taken en bevoegdheden aan Holland Rijnland.
-
3. Een College en/of Raad zendt het besluit tot uittreding aan het Algemeen Bestuur. De procedure voor uittreding vangt aan de dag nadat het Algemeen Bestuur het besluit heeft ontvangen.
-
4. Tenzij het Algemeen Bestuur een kortere termijn bepaalt, kan de (gedeeltelijke) uittreding niet eerder plaatsvinden dan tegen 31 december van het tweede kalenderjaar volgend op de datum van de in het tweede lid bedoelde ontvangstdatum.
-
5. Het Dagelijks Bestuur zendt een besluit tot (gedeeltelijke) uittreding van een deelnemer aan de Colleges en Raden van de overige Deelnemende gemeenten.
-
6. Het Algemeen Bestuur stelt tenminste drie maanden vóór het tijdstip van uittreding de financiële en andere gevolgen van de uittreding voor de betrokken gemeente vast, waaronder in ieder geval de gevolgen voor het personeel, contracten, huisvesting en investeringen evenals de uittreedsom.
Artikel 39 Uittredingsplan
-
1. Het Algemeen Bestuur stelt een uittredingsplan vast. Het uittredingsplan regelt de gevolgen van de uittreding.
-
2. Onder de gevolgen van de uittreding worden verstaan de financiële -, juridische -, personele - en organisatorische consequenties die het directe gevolg zijn van de uittreding.
-
3. Het uittredingsplan bepaalt de systematiek voor berekening van de financiële gevolgen van de uittreding.
-
4. De voorlopige respectievelijk de definitieve uittreedsom bestaat uitsluitend uit een vergoeding ter compensatie van frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten en de waarde van de formatie die de uittredende gemeente overneemt, als bedoeld in artikel 39, vijfde en zesde lid.
-
5. Onder frictiekosten worden verstaan alle incidentele kosten te maken door het Holland Rijnland die het directe gevolg van de beslissing tot uittreding van een deelnemer zijn.
-
7. Onder desintegratiekosten worden verstaan alle kosten direct dan wel toekomstig, te maken dan wel te dragen door Holland Rijnland die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan als direct gevolg van de uittreding.
-
8. Holland Rijnland brengt alle frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten en de waarde van de formatie die de uittredende gemeente overneemt, als bedoeld in artikel 39, vierde lid, in rekening bij de uittredende deelnemer. De uittredende deelnemer is verplicht tot betaling van de definitieve uittreedsom.
-
9. Kosten die de uittredende deelnemer maakt ter voorbereiding op of als gevolg van de beslissing tot uittreding komen voor rekening van de deelnemer.
-
10. De in het derde lid bedoelde systematiek wordt gebaseerd op:
- a.
Relevante regelgeving;
- b.
Relevante jurisprudentie;
- c.
Feiten en omstandigheden die bekend waren op het moment van de daadwerkelijke uittreding.
- a.
-
Beleidswijzigingen, wijziging van economische omstandigheden en wijziging van inzichten die zich voordoen of opkomen na het moment van de daadwerkelijke uittreding kunnen niet worden betrokken bij de bepaling van de hoogte van de uittreedsom.
-
11. Holland Rijnland alsmede de uittredende deelnemer is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittredingskosten zo laag mogelijk te houden. Het voorgaande behoeft niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen tegenover derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het Algemeen Bestuur van het besluit tot uittreding van de deelnemer.
-
12. Bij de berekening van de kosten voor uittreding zoals bedoeld in het vierde lid wordt een risico-opslag van tien procent toegepast om eventueel onvoorziene toekomstige kosten gerelateerd aan de uittreding te ondervangen.
-
13. Het uittredingsplan bevat een voorlopige berekening van de financiële gevolgen van de uittreding te betalen door de uittredende deelnemer, hierna te noemen de voorlopige uittreedsom.
Artikel 40 Externe deskundige
-
1. Met het oog op het bepalen van de inhoud van het uittredingsplan kan het Algemeen Bestuur een onafhankelijke externe deskundige aanwijzen die in opdracht van het Algemeen Bestuur het concept-uittredingsplan voorbereidt. De onafhankelijke deskundige kan, in overleg met het Algemeen Bestuur, voor specifieke onderdelen van het Uittredingsplan andere deskundigen inschakelen.
-
2. De kosten voor het inschakelen van de onafhankelijke externe deskundige en overige ingeschakelde deskundigen vallen onder de frictiekosten als bedoeld in artikel 39, vijfde lid.
-
3. Het Algemeen Bestuur wijst de onafhankelijke externe deskundige aan op basis van een gezamenlijke voordracht van de uittredende deelnemer en het Dagelijks Bestuur. Als geen overeenstemming kan worden bereikt over een gezamenlijke voordracht, wijst het Algemeen Bestuur de onafhankelijke externe deskundige aan op basis van meerderheid van stemmen in het Algemeen Bestuur.
Artikel 41 Uittreedsom
-
1. Ten minste 12 maanden voorafgaand aan het moment van uittreding stelt het Algemeen Bestuur het uittredingsplan en de voorlopige uittreedsom vast. Het Algemeen Bestuur baseert de berekening van de voorlopige uittreedsom op de systematiek als bedoeld in artikel 39, derde lid en op de jaarrekening van Holland Rijnland over het meest recent verstreken begrotingsjaar.
-
2. Uiterlijk 6 maanden na het moment van uittreding stelt het Algemeen Bestuur de definitieve uittreedsom vast. Het Algemeen Bestuur baseert de berekening van de definitieve uittreedsom op de systematiek als bedoeld in artikel 39, derde lid en op de jaarrekening van het begrotingsjaar direct voorafgaand aan het moment van uittreding.
-
3. Bij de voorbereiding van het concept uittredingsplan biedt het Algemeen Bestuur de uittredende deelnemer de keuze tussen een betaling van de uittreedsom in een aantal termijnen of voor betaling van de uittreedsom in een keer. In het uittredingsplan bepaalt het Algemeen Bestuur in overeenstemming met de voorkeur van de uittredende deelnemer of de uittredende deelnemer de uittreedsom in een daarbij te bepalen aantal termijnen of in een keer dient te betalen. Als de uittredende deelnemer kiest voor betaling in termijnen kan het Algemeen Bestuur een rentevergoeding in rekening brengen.
Artikel 42 Verplichtingen uittreder
-
1. De uittredende deelnemer is gehouden zich in te spannen om de formatie van Holland Rijnland die als gevolg van de uittreding boventallig is geworden met behoud van arbeidsvoorwaarden in dienst te nemen of anderszins in stand te doen houden. De waarde van de formatie die de uittredende deelnemer overneemt van Holland Rijnland wordt gekapitaliseerd en in mindering gebracht op de uittreedsom.
-
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op alle andere verplichtingen van Holland Rijnland die als gevolg van de uittreding overtollig zijn geworden dan wel verminderd of beëindigd dienen te worden.
Artikel 43 Wijziging
-
1. Zowel het Algemeen Bestuur, op voorstel van het Dagelijks Bestuur, als de Colleges en Raden van de Deelnemende gemeenten kunnen voorstellen doen tot wijziging van de Regeling.
-
2. De Regeling kan worden gewijzigd bij daartoe strekkende gelijkluidende besluiten van twee derde van de Colleges en twee derde van de Raden van de Deelnemende gemeenten
-
3. Een wijziging van artikel 5 en artikel 43, derde lid van deze Regeling vereist de instemming van alle Colleges en Raden.
-
4. Een besluit tot wijziging, treedt in werking op de eerste dag van de maand volgend op die waarin het besluit is bekend gemaakt, tenzij in het betreffende besluit anders is bepaald.
Artikel 44 Opheffing
-
1. Tot opheffing van deze Regeling kan slechts worden overgegaan bij daartoe gelijkluidende besluiten van de Colleges en Raden van alle Deelnemende gemeenten.
-
2. Een besluit tot opheffing vermeldt de datum waarop de opheffing ingaat. De opheffing gaat eerst in nadat deze is bekend gemaakt.
-
3. Het Dagelijks Bestuur zal, nadat tot opheffing besloten is, overgaan tot de voorbereiding van de liquidatie van Holland Rijnland en stelt daartoe zo spoedig mogelijk een ontwerp liquidatieplan op. Het liquidatieplan wordt ‐ nadat de Raden van de gemeenten zijn gehoord ‐ vastgesteld door het Algemeen Bestuur. In het liquidatieplan kan van de bepalingen van deze Regeling worden afgeweken.
-
4. Het Dagelijks Bestuur is belast met de liquidatie conform het liquidatieplan.
-
5. Van het besluit tot liquidatie wordt Gedeputeerde Staten in kennis gesteld.
-
6. Het openbaar lichaam Holland Rijnland blijft na zijn ontbinding voortbestaan voor zover dit tot vereffening van zijn vermogen nodig. Zo nodig blijven de Bestuursorganen en commissies van Holland Rijnland ook na het tijdstip van opheffen in functie totdat de liquidatie is beëindigd.
HOOFDSTUK 10 ARCHIEF
Artikel 45 Archiefzorg
Overeenkomstig de door het Algemeen Bestuur vast te stellen verordening, draagt het Dagelijks Bestuur zorg voor de archiefbescheiden van Holland Rijnland, met inachtneming van het bepaalde in de Archiefwet 1995.
Artikel 46 Archiefbeheer
-
1. De secretaris is belast met het beheer van de archiefbescheiden van de organen van Holland Rijnland, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats.
-
2. Het Dagelijks Bestuur stelt voorschriften vast voor het beheer van de archiefbescheiden van de organen van Holland Rijnland, die nog niet naar de archiefbewaarplaats zijn overgebracht.
-
3. Bij opheffing van deze Regeling of uittreding van één van de deelnemers worden afspraken gemaakt over het overdragen van archiefbescheiden of gegevensverzamelingen, onder andere met betrekking tot vernietiging en/of overbrenging naar de archiefbewaarplaats van de deelnemer(s).
Artikel 47 Archiefbewaarplaats
Voor de bewaring van de over te brengen archiefbescheiden van de organen van Holland Rijnland wijst het Dagelijks Bestuur de archiefbewaarplaats van de gemeente Leiden als archiefbewaarplaats van Holland Rijnland aan.
Artikel 48 Toezicht
Met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats, is belast de archivaris van de gemeente Leiden.
Artikel 49 Verantwoording
-
1. De archivaris van brengt tweejaarlijks aan het Dagelijks Bestuur verslag uit over het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de organen van Holland Rijnland, die nog niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats.
-
2. Het Dagelijks Bestuur brengt tweejaarlijks verslag uit aan het Algemeen Bestuur over de uitoefening van de aan hen opgedragen zorg voor de archiefbescheiden en de uitvoering van het archiefbeheer van de organen van Holland Rijnland.
Artikel 50 Terbeschikkingstelling
-
1. De Deelnemende Colleges en Raden aan de Regeling stellen tijdig aan het Dagelijks Bestuur van Holland Rijnland de archiefbescheiden beschikbaar, die nodig zijn voor de uitvoering van de overgedragen taken.
-
2. In een verklaring van terbeschikkingstelling worden de periode van terbeschikkingstelling en het toezicht op het beheer van de ter beschikking gestelde archiefbescheiden vastgelegd.
-
3. In de verklaring kunnen nadere voorwaarden worden gesteld aan de terbeschikkingstelling.
HOOFDSTUK 11 GESCHILLEN
Artikel 51 Geschillen
-
1. In geval van geschillen als bedoeld in artikel 28 Wgr, geldt eerst de in dit artikel beschreven procedure, alvorens het geschil wordt voorgelegd aan gedeputeerde staten.
-
2. Als een geschil ontstaat treden het Bestuur en het College en/of de Raden van de betreffende gemeente(n) terstond met elkaar in overleg om het geschil verder te verkennen en op te lossen.
-
3. Als onderling het geschil niet opgelost kan worden, wijst iedere partij een deskundige aan. Deze deskundigen brengen, als zijnde een geschillencommissie, gezamenlijk een advies uit aan het Bestuur over de mogelijkheden om partijen tot overeenstemming te brengen. Voorafgaand aan het uitbrengen van het advies hoort de commissie de bij het geschil betrokken Bestuursorganen.
-
4. Na ontvangst van het advies treden de in het tweede lid bedoelde partijen nogmaals in overleg om te trachten tot een oplossing van het geschil te komen. Als het overleg niet tot een oplossing leidt, is elk der partijen vrij om het geschil overeenkomstig het gestelde in artikel 28 van de Wgr, voor te leggen aan Gedeputeerde Staten.
-
5. De kosten voor de geschillencommissie worden door Holland Rijnland en de betreffende deelnemer(s) ieder in gelijke delen gedragen.
HOOFDSTUK 12 SLOTBEPALINGEN
Artikel 52 Evaluatie van de Regeling
-
1. Het Dagelijks Bestuur evalueert om de vier jaar het functioneren van de Regeling, te beginnen in 2025.
-
2. Het Algemeen Bestuur bepaalt voorafgaand aan de uitvoering van de evaluatie het doel, de reikwijdte en de wijze van evaluatie.
Artikel 53 Duur en inwerkingtreding
-
1. De Regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.
-
2. Het College van de gemeente Leiden draagt zorg voor publicatie in het Gemeenteblad en voor verzending van de Regeling aan Gedeputeerde Staten.
-
3. De Regeling treedt in werking op 30 oktober 2025.
-
4. De besluiten welke genomen zijn krachtens de regeling Samenwerkingsorgaan Holland Rijnland, Gemeenschappelijke regeling Holland Rijnland, Samenwerkingsorgaan Duin- en Bollenstreek (SDB), het Samenwerkingsorgaan Leidse Regio (SLR), het Samenwerkingsorgaan Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting Leidse Regio (het SROVLR), het Samenwerkingsorgaan Verkeer en Vervoer Leidse Regio (het SVVLR), de Gemeenschappelijke regeling Volwasseneneducatie Leidse Regio (GRVE LR), het Intergemeentelijk Overleg Werk en Inkomen Leidse Regio (W&I LR) en het Samenwerkingsorgaan Rijnstreekberaad, inclusief wijzigingen worden geacht ter uitvoering van deze regeling te zijn genomen. Alle rechten en verplichtingen die berusten op de voornoemde regeling gaan over naar deze nieuwe regeling.
Artikel 54 Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Gemeenschappelijke Regeling Regio Holland Rijnland.
Ondertekening
Aldus vastgesteld en laatstelijk gewijzigd in de openbare vergadering van het Algemeen Bestuur van Regio Holland Rijnland op 18 december 2024.
De Voorzitter,
P.J. Heijkoop
De secretaris,
Marco van de Esschert (waarnemend)
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl