Regionaal Beleidskader van afval naar grondstof 2026-2030

Geldend van 23-10-2025 t/m heden

Intitulé

Regionaal Beleidskader van afval naar grondstof 2026-2030

De Gemeenten Beek, Echt-Susteren, Sittard-Geleen en Stein werken samen met RWM aan het zo goed mogelijk inzamelen en verwerken van afval- en grondstoffen van inwoners. Met dit regionaal beleidskader laten we zien hoe we hiermee omgaan en welke doelen we daarbij stellen.

1. Inleiding & Aanleiding

In 2021 is door de raden van Beek, Sittard-Geleen en Stein het regionaal beleidskader Van Afval Naar Grondstof 2021-2025 vastgesteld. Een jaar later is in 2022 het regionaal uitvoeringsplan Van Afval Naar Grondstof 2022-2025 vastgesteld. In 2024 is de gemeente Echt-Susteren definitief toegetreden tot RWM en sluit sindsdien waar mogelijk aan bij de maatregelen uit het uitvoeringsplan. De gemeenten leren van elkaar en het toetreden van Echt-Susteren geeft nieuwe inzichten. RWM is het bedrijf dat afval inzamelt en zorgt voor reiniging in deze gemeenten.

Het is tijd voor een vernieuwd beleidskader Van Afval Naar Grondstof (VANG). Het geldende beleidskader en het uitvoeringsplan dat erbij hoort, lopen in 2025 af. En de doelstellingen voor afval en grondstoffen zijn landelijk aangepast. Met dit regionaal beleidskader VANG 2026-2030 laten we de visie en doelen voor afval en grondstoffenbeheer zien. Samen met RWM werken de gemeenten Beek, Echt-Susteren, Sittard-Geleen en Stein met dit plan aan het verminderen van afval door de aandacht te richten op het inzamelen van grondstoffen. We houden daarbij rekening met de vernieuwde landelijke doelen. We pakken ook door op de al ingeslagen koers uit het aflopende regionaal beleidskader en uitvoeringsplan.

Op hoofdlijnen veranderen de visie en uitgangspunten uit het geldende beleid niet. Op een paar onderdelen zoeken we wel verdere diepgang. De gemeenten streven nog steeds naar een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving die economisch en sociaal op zijn best is.

Door afval goed te scheiden en recyclen worden steeds meer producten en grondstoffen hergebruikt en daalt de CO₂-uitstoot. Hiermee geven we ook invulling aan de wereldwijde klimaatdoelen, de GlobalGoals ‘Duurzame Steden en Gemeenschappen’, ‘Verantwoorde Consumptie’ en ‘Klimaatactie’. Door goede afvalscheiding komen weer veel herbruikbare grondstoffen vrij. Het uitgangspunt is om zo veel mogelijk van deze grondstoffen minimaal te recyclen waarbij we eerst kijken naar opties bovenaan de r-ladder – een rangorde van strategieën voor afvalbeheer, waarbij voorkomen, hergebruik en reparatie duurzamer zijn dan recyclen of verbranden. Met de niet of slecht recyclebare afvalstromen wordt ‘Duurzame Energie’ opgewekt. Ook zijn sommige afvalstromen weer grondstoffen voor de chemische industrieën in de regio. Hierdoor worden extra ‘Goede Banen en Economische Groei’ gemaakt.

De landelijke doelen voor inzameling en verwerking van afval worden iets aangescherpt. Doordat de afgelopen jaren in veel gemeenten de aandacht lag op het verminderen van kilogrammen restafval is de vervuiling van ingezamelde grondstoffen in Nederland toegenomen. Het landelijke VANG programma, van het ministerie van I&M, heeft daarom de richting aangepast zodat ook de kwaliteit van de grondstoffen en het vervolgens recyclen ervan belangrijker wordt. Het VANG programma heeft om die reden in 2024 de doelstelling aangepast van kilogrammen restafval naar een percentage recycling. Daarbij streven we nog steeds naar het inzamelen van grondstoffen van hoge kwaliteit, maatschappelijke meerwaarde en blijven we inzetten op kostenbeheersing.

2. Het beleid samengevat in doelen en speerpunten

Dit hoofdstuk vat de kern van dit beleidskader kort samen in de 4 doelen en 10 speerpunten. In de volgende hoofdstukken worden de doelen verder uitgelegd, een aantal belangrijkste ontwikkelingen beschreven en de 10 belangrijke beleidspunten verder toegelicht.

De 4 doelen van de gemeenten Beek, Echt-Susteren, Sittard-Geleen en Stein voor 2030 zijn:

  • 1.

    Minimaal 60% van al het huishoudelijk afval wordt gerecycled

  • 2.

    Ingezamelde grondstoffen zijn van goede kwaliteit

  • 3.

    Kosten blijven beheersbaar

  • 4.

    Inwoners waarderen de inzameling gemiddeld met ten minste een cijfer 7

De 10 speerpunten waarmee we deze doelen gaan halen zijn:

  • 1.

    Inzetten op het voorkomen van afval

  • 2.

    Communicatie, educatie en bewustwording

  • 3.

    Datagestuurd naar meer grondstoffen en minder restafval

  • 4.

    Circulair ambachtsnetwerk realiseren

  • 5.

    Servicegericht omgaan met demografische en stedelijke ontwikkeling

  • 6.

    Slim inspelen op uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) en nieuwe regels

  • 7.

    Luiers en incontinentiemateriaal

  • 8.

    Groente-, fruit- en etensresten (GFE) bij hoogbouw

  • 9.

    Zwerfafval, bijplaatsingen & dumpingen

  • 10.

    Hoogwaardige verwerking

3. De 4 beleidsdoelen voor 2030

3.1. Minimaal 60% van al het huishoudelijk afval wordt gerecycled

Het landelijke doel was om in 2025 nog maximaal 30 kilogram restafval per inwoner te laten ontstaan. Voor bijna alle gemeenten bleek dit onhaalbaar. Veel gemeenten kozen daarom de doelstelling van maximaal 100 kilogram per inwoner in 2025, zo ook Beek, Echt-Susteren, Sittard-Geleen en Stein. Er zijn de afgelopen jaren grote stappen gezet richting de 100 kilogram. Echt-Susteren heeft deze doelstelling zelfs al gehaald. Beek, Sittard-Geleen en Stein zijn er nog niet helemaal. Beek heeft nog ongeveer 20 kilogram te verminderen, Sittard-Geleen ongeveer 40 kilogram en Stein ongeveer 27 kilogram.

Het nieuwe landelijke doel van het VANG programma is om in 2030 minimaal 60% van het ingezamelde afval te recyclen. Hiermee wordt een belangrijke stap gezet in het keten-denken. Tot nu toe werden de prestaties gemeten op het moment van inzamelen. Nu wordt naar de gehele keten gekeken en telt het percentage recycling. Hoe de ingezamelde grondstoffen verwerkt worden maakt dus echt uit. De gemeenten nemen de nieuwe doelstelling over en zetten hiermee een belangrijke stap in het keten denken.

Naast het recycledoel stimuleert het VANG programma gemeenten ook om in te zetten op het voorkomen van afval en het scheiden van afval. Hier zijn geen kwantificeerbare doelen aan gekoppeld. Vooral omdat deze moeilijk meetbaar zijn.

Waar staan de gemeenten nu ten opzichte van de nieuwe VANG doelen?

De Westelijke Mijnstreek gemeenten en Echt-Susteren zijn al op weg om de nieuwe VANG doelen voor 2030 te halen. Uit de landelijke monitor - de recycletool - blijkt zelfs dat Beek, Echt-Susteren en Stein het recycledoel al gehaald hebben in 2023. Als Sittard-Geleen het percentage met slechts 1% verbetert is ook daar het doel gehaald. Toch geven de eigen berekeningen van RWM een iets minder positief beeld. Deze berekeningen zijn gebaseerd op eigen contracten en inzichten. Daaruit blijkt dat het recyclepercentage van Beek, Sittard-Geleen, en Stein met nog ongeveer 8% moet stijgen om het recycledoel te bereiken. Wel kunnen we stellen dat de gemeenten goed op weg lijken om het recycledoel voor 2030 te halen. De gemeente Echt-Susteren heeft ook deze doelstelling behaald.

Gemeente

Recycle-percentage o.b.v. indicatie RWM (peiljaar 2024 en eigen verwerkingscontracten en grondstofketenanalyse)

Recycle-percentage o.b.v. recycletool VANG (peiljaar 2023 en landelijke gemiddelden)

Beek

53%

61%

Echt-Susteren

60%

70%

Sittard-Geleen

51%

59%

Stein

52%

61%

Tabel 1: recycle percentages per gemeente

Wij vinden het door RWM berekende recyclepercentage realistischer. Dit is gebaseerd op de eigen contracten. De recycletool maakt ook gebruik van gemiddelden en aannames. De lagere percentages kunnen voor een deel verklaard worden door de laagwaardige verwerking van ingezameld tuinafval en hout. Een groot deel hiervan wordt nog verbrand voor het terugwinnen van warmte en energie, bijvoorbeeld door de Biomassa Energiecentrale Sittard (BES). Dit wordt in het landelijke afvalbeheerplan niet als ‘recycling’ gezien.

Het recyclepercentage kan verder verhoogd worden door in te zetten op het verminderen van de afvalstromen met een laag recyclepercentage. Dat komt neer op het beter scheiden van fijn en grof restafval in kwalitatief goede grondstofstromen. Kwalitatief goede grondstoffen zijn zo min mogelijk vervuild en kunnen goed gerecycled worden. Daarnaast kan RWM hogere eisen stellen aan verwerkers. Hoogwaardigere verwerking van specifieke ingezamelde materialen leidt dan tot een hoger recycleresultaat. Dat kan bijvoorbeeld door hout en grof tuinafval te recyclen/composteren in plaats van verbranden. Wel hebben Beek, Sittard-Geleen en Stein contracten die de gemeenten verplichten om tuinafval tot 2047 aan de BES te leveren.

3.2. Ingezamelde grondstoffen zijn van goede kwaliteit

De afgelopen jaren lag de nadruk vooral op het verminderen van de hoeveelheid restafval. De kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen heeft daarbij soms minder aandacht gekregen. In veel gemeenten in Nederland is de kwaliteit van ingezamelde grondstoffen door meer vervuiling helaas verslechterd. Gelukkig zien we dat dit in onze regio nog niet het geval is. Er is geen stijging van afgekeurde grondstoffen. Afgekeurde grondstoffen zijn grondstoffen die te vervuild zijn om goed verwerkt te worden. Omdat verwerkers in de toekomst strenger gaan controleren, willen we voorkomen dat grondstoffen worden afgekeurd. Afkeur leidt namelijk tot hogere kosten en minder milieuvriendelijke verwerking. Daarom zetten we in op de grondstoffen zo schoon mogelijk in te zamelen. Zo dragen we bij aan een beter milieu én houden we de kosten beheersbaar.

3.3. Kosten blijven beheersbaar

We vinden het belangrijk dat het afvalbeleid betaalbaar blijft voor iedereen. Daarom streven we ernaar om de kosten voor afvalinzameling en verwerking onder controle te houden. In tijden met flinke stijgende kosten is dit een uitdaging. We willen voorkomen dat kosten onnodig stijgen. Met name voor restafval is de verwachting dat de kosten gaan stijgen. Daarom is het belangrijk om waar mogelijk in te zetten op meer recycling. Zo betalen inwoners niet meer dan nodig is. Tegelijkertijd zorgen we ervoor dat de kwaliteit van de dienstverlening goed blijft en dat het beleid blijft aansluiten bij wat inwoners belangrijk vinden. Zo houden we het afvalbeleid duurzaam én betaalbaar.

3.4. Inwoners waarderen de inzameling gemiddeld met minimaal een cijfer 7

Het is belangrijk dat inwoners waardering hebben voor hoe we omgaan met afval en grondstoffen. Natuurlijk willen we graag bijdragen aan een beter milieu en zorgen dat de kosten niet te hoog worden. Maar we vinden het minstens zo belangrijk dat het beleid past bij wat mensen prettig vinden. We luisteren daarom goed naar wat inwoners belangrijk vinden en proberen dat mee te nemen in onze keuzes. We streven ernaar dat inwoners de inzameling ten minste met het cijfer 7 beoordelen. Zo zorgen we samen voor een schone en fijne omgeving, waarin het ontdoen van afval en grondstoffen goed wordt geregeld en de meeste mensen tevreden over zijn.

4. Ontwikkelingen die de richting voor het beleid bepalen

Welke ontwikkelingen zien we, die van belang zijn om de doelen op een goede manier te kunnen halen? Hiervoor kijken we eerst terug naar hoe goed het aflopende beleid en de uitvoering daarvan heeft gewerkt. Daarna gaan we dieper in op de grondstoffenketens om te zien op welke plekken we nog meer kunnen recyclen. Vervolgens kijken we naar wat de inwoners vinden van de uitgangspunten van het beleid en wat hun wensen zijn voor de toekomst. Als laatste bespreken we belangrijke ontwikkelingen in de markt, nieuwe regelgeving en de toekomstvisie van de sector. Met deze ontwikkelingen geven we een beeld van waar we rekening mee moeten houden voor het behalen van de doelen. Het laat zien waar kansen en obstakels liggen en hoe we daar rekening mee houden.

4.1. Evaluatie van beleid en uitvoering: de beleidsuitgangspunten werken

Het huidige beleid heeft twee belangrijke uitgangspunten, ‘milieu door service’ en ‘de vervuiler betaalt’. Deze uitgangspunten vormen de basis van het afval- en grondstoffenbeleid.

Milieu door service’ komt neer op het helpen van inwoners om grondstoffen zo veel mogelijk gescheiden aan te bieden. De bronscheiding en de inzameling van de grondstoffen vindt zoveel mogelijk plaats in en aan huis. Nascheiding is het scheiden van grondstoffen na de inzameling. Dit wordt alleen ingezet waar bronscheiding niet mogelijk is. Daarnaast worden grondstoffen vaak ingezameld terwijl restafval minder vaak ingezameld wordt. Milieuparken en wijkbrengvoorzieningen zoals containers in de openbare ruimte zijn in verhouding dichtbij. Die bieden extra gelegenheid voor het aanbieden van grondstoffen. Daarnaast worden inwoners geholpen bij het scheiden en aanbieden van grondstofstromen. Bijvoorbeeld door het gratis verstrekken van zakken voor plastic, metaal en drankkartons (PMD).

Soort grondstof/afval

Frequentie van inzamelen aan huis

Restafval

4 wekelijks

GFT

2 wekelijks (in Echt-Susteren in de zomer wekelijks)

PMD

2 wekelijks

Oud papier

4 wekelijks

Grof tuinafval

2 keer per jaar (in Echt-Susteren 5 keer per jaar)

Tabel 2: frequentie van inzamelen aan huis

De vervuiler betaalt’ blijkt uit diftar op basis van gewicht in combinatie met het aantal keren aanbieden. In Echt-Susteren is dit niet op basis van gewicht van de container, maar op het aanbieden van de container. Diftar is een afkorting van ‘gedifferentieerde tarieven’ en is een systeem waarbij de hoogte van de afvalstoffenheffing voor huishoudens voor een deel gebaseerd wordt op de hoeveelheid restafval die wordt aangeboden. Huishoudens betalen een hoog tarief, per kilo, voor het aanbieden van vervuilende stromen zoals restafval. Ze betalen een laag (of nul-) tarief voor het aanbieden van grondstoffen, zoals Papier en Karton en PMD. Uit landelijke gegevens van het CBS en de benchmark van de Nederlandse Vereniging voor afval- en reinigingsdiensten (NVRD) blijkt een inzamelsysteem met diftar het meest nuttige systeem voor zowel de beheerkosten en de resultaten voor het milieu. Met andere woorden, de manier die in de regel leidt tot de laagste kosten en beste prestaties voor het milieu.

In 2023 is een verder verschil van tarieven en service ingevoerd in Beek, Sittard-Geleen en Stein. Het tarief voor restafval is toen verhoogd van € 0,26 naar € 0,40 per kilo, terwijl het tarief voor groente-, fruit en tuinafval (GFT) verlaagd is van € 0,10 naar € 0,05 per kilo. Ook wordt vanaf 2023 PMD vaker (elke twee weken ) en restafval minder vaak (elke vier weken ) ingezameld. Dit zorgde opnieuw voor betere milieuprestaties, zoals een afname van bijna 20 kg restafval per persoon per jaar.

Per kilo

Per keer container buiten zetten

Per container inworp 30 liter

Per container inworp 60 liter

Gele zak (per stuk)

Restafval

€ 0,40

€ 1,00

€ 1,15

€ 2,30

€ 1,90

GFT

€ 0,05

gratis

PMD

gratis

Glas

gratis

Textiel

gratis

Oud papier

gratis

Tabel 3: Tarieven voor aanbieden afval en grondstoffen in Beek, Sittard-Geleen en Stein

In de gemeente Echt-Susteren geldt diftar op frequentie, oftewel het aantal keer dat de restafval wordt aangeboden. Het aanbieden van gft is altijd gratis.

Per kilo

Per keer container buiten zetten

Per container inworp 30 liter

Per container inworp 60 liter

Restafval

n.v.t.

240 liter: € 12,00

40 liter: € 2,00

€ 1,50

€ 3,00

GFT

n.v.t.

240/40: € 0,00

PMD

gratis

Glas

gratis

Textiel

gratis

Oud papier

gratis

Tabel 4: Tarieven voor aanbieden afval en grondstoffen in Echt-Susteren

Er wordt onderzocht of het overgaan naar de diftarvorm frequentie in combinatie met gewicht voor Echt-Susteren geschikt zou kunnen zijn.

Om te voorkomen dat de tarief- en serviceverschillen leiden tot ‘oneerlijke’ gevolgen worden huishoudens met medisch afval, evenals de minima, tegemoetgekomen. Deze huishoudens hebben recht op korting en/of kwijtschelding op afvalkosten.

Het beleid op basis van ‘milieu door service’ en ‘de vervuiler betaalt’ zorgt ook in de Westelijke Mijnstreek en Echt-Susteren voor in verhouding goede milieuprestaties. Vergeleken met gemeenten met een vergelijkbare bevolking en ligging presteren de gemeenten in het RWM werkgebied bovengemiddeld (zie onderstaande tabel). In de landelijke Benchmark valt de Gemeente Stein met 18% hoogbouw net in hoogbouwklasse D (0 - 19% hoogbouw). Wanneer gemeente Stein vergeleken wordt met hoogbouwklasse C, zien we ook voor de gemeente Stein een positief cijfer (-33,7 kg). Omdat de NVRD-benchmark uitgaat van fijn restafval, vergelijken we dit cijfer. Dit is dus zonder het grof restafval met de gemiddelden van gemeenten met vergelijkbare stedelijkheidsklassen.

2024

gem. benchmark stedelijkheidsklasse 2023

verschil

Beek

95,8 kg

133,0 kg

-37,2 kg

Echt-Susteren

86,0 kg

97,0 kg

-11,0 kg

Sittard-Geleen

112,4 kg

146,0 kg

-33,6 kg

Stein

99,3 kg

97,0 kg

2,3 kg

Tabel 5: Fijn restafval in kg per inwoner per jaar t.o.v. vergelijkbare gemeenten

De ingezette maatregelen uit het uitvoeringsplan hebben effect op de hoeveelheid restafval. Door restafval minder vaak op te halen en de inzameling van PMD juist vaker te doen, is in 2023 in Beek, Sittard-Geleen en Stein een duidelijke daling van het restafval gehaald ten opzichte van het jaar daarvoor. Hoewel in 2024 op sommige plekken weer een lichte stijging te zien is, blijft het aantal kilo’s restafval in alle gemeenten lager dan in 2022. Dit laat zien dat het beleid in de juiste richting werkt. Tegelijk onderstreept het dat blijvende inzet en verfijning van de maatregelen nodig zijn.

2022

2023

2024

Beek

140,1 kg

119,9 kg

125,9 kg

Echt-Susteren

98,9 kg

97,2 kg

99,5 kg

Sittard-Geleen

161,3 kg

140,2 kg

144,8 kg

Stein

147,8 kg

127,4 kg

130,0 kg

Tabel 6: Totaal restafval (fijn en grof) in kg per inwoner per jaar

Het vergelijken van kosten van afvalbeheer tussen gemeenten (benchmarken) is niet altijd eenvoudig. Elke gemeente berekent kosten op een andere manier. Hierdoor is het lastig om precies te zeggen hoe we het doen ten opzichte van andere gemeenten. Toch geeft de landelijke NVRD-benchmark wel een duidelijk beeld. Gemeenten die werken met diftar in combinatie met verschillende serviceopties voor inwoners slagen er vaak in om het afvalbeheer kosteneffectiever te organiseren. Dat betekent dat ze met minder kosten betere resultaten behalen.

4.2. Waar kunnen we verbeteren? Inzichten uit sorteer- en ketenanalyses

Om goed en slim te werken aan de doelstelling van 60% recycling is het nodig om te weten welke verbeteringen mogelijk zijn. Sorteeranalyses van de ingezamelde materialen én de inzichtelijk gemaakte grondstofketens laten zien waar de meeste winsten te behalen zijn. De belangrijkste inzichten hieruit zijn:

Nog gemiddeld tot veel GFT in het restafval

Nog ongeveer 41 gewichtsprocent van het restafval bij laagbouw woningen bestaat uit GFT. Dit is meer dan het landelijke gemiddelde (ca. 30%). Dat blijkt uit sorteeranalyses. Er is nog grote milieuwinst te behalen door GFT beter te scheiden van restafval. Bij hoogbouw woningen wordt in de regel nog geen apart GFE ingezameld.

Textiel in ondergrondse verzamelcontainers is sterk vervuild

In Beek, Sittard-Geleen en Stein wordt textiel meestal ingezameld met ondergrondse containers. Uit de sorteeranalyses, net zoals uit landelijke onderzoeken, blijkt dat textiel inzamelen met ondergrondse containers vaak gepaard gaat met veel vervuiling en ongewenst vocht. Het systeem dat in Echt-Susteren toegepast wordt werkt beter en laat minder vervuiling zien. Daar worden bovengrondse containers gebruikt waarvan verenigingen ambassadeur zijn.

Veel vervuiling in PMD verzamelcontainers

Met name in Sittard-Geleen en in mindere mate in Beek wordt PMD ook met verzamelcontainers ingezameld. Vaak is dit PMD van lage kwaliteit. Het vervuilde PMD wordt nagescheiden. Nascheiding werkt minder goed dan bronscheiding. Om een hoger recyclepercentage te halen, zou gekeken kunnen worden naar andere manieren van inzamelen. Inzameling met zakken aan huis, of op verzamellocaties levert kwalitatief goede grondstoffen op. PMD containers met toegangscontrole werken weliswaar beter, maar voldoen vaak ook niet aan de norm. De verwachting is dat de vergoeding voor producenten voor inzameling met verzamelcontainers ter discussie komt te staan.

Tuinafval en A/B-hout worden voor een groot deel verbrand

Momenteel wordt nog veel tuinafval en A/B-hout verbrand via de biomassacentrale (voor warmte en energie). Volgens lopende contracten hebben de verwerkers geen plicht om dit materiaal te recyclen. Er zijn wel hoogwaardigere verwerkingsmethoden mogelijk. De lopende contracten zullen tegen het licht gehouden moeten worden om recycling te stimuleren.

Het aandeel grof restafval is relatief hoog

Grof restafval wordt veelal op de milieuparken ingeleverd. Wij denken dat het grof restafval beter gescheiden kan worden door meer monostromen in te nemen op milieuparken. Ook kan het aandeel grof restafval afnemen door een controle op de toegang van de milieuparken in te voeren. Zonder toegangscontrole is afvaltoerisme niet te controleren. Afvaltoerisme houdt in dat bedrijven en inwoners van buiten de gemeente onrechtmatig gebruik maken van de milieuparken in het RWM gebied. Om meer monostromen in te zamelen is meer ruimte nodig op de milieuparken. Voortkomend uit het uitvoeringsplan 2022-2025 wordt momenteel onderzoek gedaan naar de toekomstbestendigheid van de milieuparken.

4.3. Wat vinden de inwoners? Huidige koers aanhouden!

Uit het door bijna 3500 inwoners ingevulde klanttevredenheidsonderzoek in 2024 blijkt dat inwoners tevreden zijn over de inzameling van afval- en grondstoffen. Gemiddeld geven inwoners de dienstverlening van RWM een rapportcijfer 7,7. Onderstaande tabel laat de scores voor verschillende onderdelen zien.

Beek

Echt-Susteren

Sittard-Geleen

Stein

Gemiddeld

Huis-aan-huis inzameling

8,2

8,3

8,0

8,1

8,1

Containers in de wijk

7,6

7,6

7,2

7,7

7,5

Milieuparken

7,9

8,0

8,0

7,8

7,9

Straatbeeld

7,3

7,3

6,8

7,2

7,1

Klantenservice

7,9

8,0

7,4

7,7

7,7

Gemiddeld

7,8

7,8

7,5

7,7

Tabel 7: Beoordeling van de tevredenheid over de geleverde diensten in 2024

In het onderzoek zijn ook vragen gesteld aan inwoners over het beleid. De inzichten uit dit onderzoek nemen we mee in de ontwikkeling van het beleid. De belangrijkste uitkomsten over de uitgangspunten in het beleid zijn dat:

  • -

    de meerderheid niet bereid is meer te betalen voor een hogere service,

  • -

    meer inwoners zijn niet bereid een extra vast bedrag te betalen voor gratis gebruik van de milieuparken,

  • -

    de meeste inwoners hun afval en grondstoffen gescheiden willen aanbieden.

  • -

    de meerderheid vindt dat mensen met meer afval meer moeten betalen,

  • -

    de meeste inwoners vinden dat mensen die hun grondstoffen niet goed scheiden daarop aangesproken moeten worden,

  • -

    de meerderheid wil dat er meer handhaving komt om ervoor te zorgen dat mensen beter scheiden.

De hierboven genoemde uitkomsten sluiten over het algemeen goed aan bij het al geldende beleid. Dit laat zien dat inwoners het voor het grootste deel eens zijn met het beleid zoals het nu wordt gevoerd. Ook zijn de inwoners gevraagd naar hun wensen voor de toekomst. De belangrijkste uitkomsten daaruit zijn dat:

  • -

    de meerderheid meer mogelijkheden wil om spullen te lenen, delen, repareren of een nieuwe functie te geven,

  • -

    de meerderheid graag aparte inzameling wil voor luiers en incontinentiemateriaal.

  • -

    veel mensen minder reclamefolders willen ontvangen om zo te zorgen voor minder oud papier en karton,

  • -

    de meeste mensen neutraal zijn tegenover meer mogelijkheden, informatie en/of subsidies voor het gebruik van wasbare luiers,

  • -

    de grootste groep is neutraal over meer mogelijkheden, informatie en/of subsidies voor het thuis composteren van GFT.

Een onderdeel van het aflopende regionaal uitvoeringsplan is het verbeteren van de milieuparken. Hier hebben we in 2024 een enquête over gehouden onder inwoners. De resultaten tonen aan dat inwoners vooral waarde hechten aan lage kosten en een korte reisafstand naar een milieupark. Inwoners die regelmatig gebruik maken van een milieupark willen de korte reisafstand het liefst behouden. Een verhuizing naar een locatie die verder weg ligt, zou gevoelig liggen bij deze groep. Verder concluderen we uit de enquête dat:

  • -

    inwoners veel waarde hechten aan recycling,

  • -

    inwoners de mogelijkheid willen om kringloopwaardige goederen in te leveren,

  • -

    er minder belangstelling is voor nieuwe circulaire activiteiten op de locatie van de milieuparken,

  • -

    inwoners het belangrijk vinden dat op dezelfde manier wordt afgerekend op milieuparken,

  • -

    de communicatie over de route naar de milieuparken (zoals via de website) beter ingericht moet worden om hergebruik, reparatie en hoogwaardige recycling te ondersteunen,

  • -

    speciale inzamelacties, zoals voor tuinafval in het voor- en najaar kunnen rekenen op veel steun van inwoners. Ook de BEST-tas (of een variant hierop) wordt gezien als mogelijke voorziening.

4.4. Ontwikkelingen: Recycling onder druk en meer UPV’s

Wie het nieuws gevolgd heeft weet dat eind 2024 en begin 2025 een aantal recyclebedrijven failliet zijn gegaan. Recycling staat onder druk en daar zijn een aantal redenen voor. Nieuwe grondstoffen gebruiken is vaak goedkoper dat het gebruiken van gerecyclede materialen waardoor recyclebedrijven moeite hebben met het verkopen van hun producten. Daarnaast verdwijnen oorspronkelijke afzetmarkten, bijvoorbeeld door oorlogen. Dit geldt met name voor textiel. Daar staat tegenover dat vanuit de EU en/of het Rijk steeds meer UPV’s worden ingevoerd of voorbereid. Een UPV staat voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. Het is een combinatie van regels die ervoor zorgen dat bedrijven die producten maken ook vooral financieel verantwoordelijk gehouden worden voor het inzamelen en recyclen/hergebruiken van (het afval van) die producten. Het beleid op gemeenteniveau moet inspelen en reageren op de marktontwikkelingen en pas ingevoerde en aankomende UPV’s. Hieronder delen we de belangrijkste ontwikkelingen waar het beleid van de gemeenten rekening mee moet houden:

Textiel: opkomst van (ultra) fast -fashion en wegvallen van tweedehands markt

De markt voor tweedehands textiel is verslechterd door de verdere opkomst van (ultra-)fast-fashion. De kwaliteit van op de markt gebracht textiel wordt steeds slechter en de mogelijkheden voor tweedehands gebruik en recycling nemen af. Ook ontwikkelen de oorspronkelijke afzetgebieden van tweedehands textiel een eigen, op virgin textiel gerichte, markt. of zijn deze gebieden onbereikbaar geworden vanwege oorlogen. Daar staat tegenover dat de UPV voor textiel steeds meer vorm krijgt. Deze moet een (financiële) impuls gaan geven aan de markt van sorteerders en verwerkers. Daarnaast wordt kwalitatief goede kleding steeds vaker door inwoners zelf verkocht, zonder dat deze materialen in de gemeentelijke inzameling terecht komen.

Plastics: recycling in zwaar weer en nieuwe UPV afspraken in het verschiet

Door goedkope virgin plastics kan recyclaat van recyclebedrijven niet goed concurreren. Een verplichting vanuit Europa om gerecyclede kunststoffen in nieuwe producten te gebruiken is uitgesteld. Het gevolg is dat recyclebedrijven failliet gaan en dat de innovatie beperkt is. Over de UPV op plastic verpakkingen (PMD) wordt momenteel onderhandeld. De hoogte en methode van de vergoedingen die producenten aan de gemeente moeten betalen staan nog ter discussie. Ook de wijze van inzameling wordt mogelijk onderdeel van de nieuwe overeenkomst. Zoals het er nu uitziet worden PMD containers in de openbare ruimte in fasen afgebouwd en gestopt. Tenzij een goede kwaliteit aangetoond kan worden. Over het algemeen voldoen de ingezamelde materialen in openbare containers niet aan de kwaliteitseisen.

Luiers en incontinentiemateriaal; UPV wordt voorbereid

In 2026 verwachten we de invoering van een UPV op luiers en incontinentiemateriaal. Momenteel is de minimale ruimte of vermogen voor verwerking al jaren vol. De verwachting is dat na het invoeren van de UPV ruimte op de markt wordt uitgebreid. , Recyclebedrijven zijn dan min of meer zeker van klanten. Pas in 2028/2029 verwachten we dat nieuwe recyclefabrieken in werking zijn. Ook verwachten we dat de nieuwe fabrieken de materialen beter kunnen recyclen.

LAP3 naar CMP; Het landelijk afvalbeheerplan gaat over in het circulair materialenplan

Het Circulair Materialen Plan (CMP) is de verwachtte opvolger van het Landelijk Afvalbeheerplan 3 (LAP3). In het CMP worden strengere eisen gesteld voor duurzamere afvalinzameling en verwerking. Dit is het Nederlandse beleidsplan waarin de landelijke doelen en maatregelen voor duurzaam afvalbeheer en grondstoffenbeleid voor de komende jaren zijn vastgelegd. Naar verwachting worden voor GFE inzameling de regels aangescherpt. Hierdoor moet er bij hoogbouw ook apart GFT/E ingezameld worden.

Stijgende kosten voor restafval

De kosten voor het verwerken van restafval blijven stijgen. Vooral door oplopende belasting voor verbranding en CO₂-heffingen. Dit maakt het steeds duurder om restafval te verbranden/verwerken. Omdat we willen voorkomen dat deze kosten te hoog worden en doorberekend worden aan inwoners, blijven we inzetten op het verminderen van restafval.

4.5. Toekomstvisie van de sector

De brancheorganisatie heeft de toekomstvisie 2035 ‘routekaart naar meer waarde creëren’ gepubliceerd. Hierin worden demografische, economische, sociaal-culturele, technologische, ecologische en politiek-juridische ontwikkelingen voor de afval en grondstoffensector beschreven en samengebracht in zes veranderthema’s. Op basis van deze ontwikkelingen en veranderthema’s komen we tot de volgende stellingen voor de Westelijke Mijnstreek:

Regionale samenwerking is belangrijk

De wereld van afval- en grondstoffenbeheer wordt steeds complexer. De tijd waarin afval- en grondstoffeninzameling alleen een logistieke opgave was ligt ver achter ons. Denken vanuit complexe grondstoffenketens is belangrijk en nodig in de overgang naar duurzaamheid en circulariteit. In die overgang worden de ketens ook steeds ingewikkelder. Bijvoorbeeld door vanuit Europa en het rijk ingevoerde doelen, richtlijnen, UPV’s, CO₂-heffingen. De gemeenten en RWM werken nauw met elkaar samen om op deze ontwikkelingen in te spelen. Zowel in beleid als uitvoering. Op Limburgse schaal maken de gemeenten ook deel uit van de vereniging Afval Samenwerking Limburg (ASL) en op landelijke schaal van de NVRD. De gemeenten en RWM zijn vertegenwoordigd in verschillende werkgroepen van deze verenigingen om samen te werken en kennis te delen.

Investeren in de toekomst: zet in op educatie voor en bewustwording van jongeren

De jeugd heeft de toekomst. Door middel van bewustwording en educatie zetten we hoog in op de ladder van circulariteit. We stimuleren duurzame consumptiepatronen (voorkomen van afval), reparatie en hergebruik. Consumptiepatronen zijn manieren waarop mensen goederen en diensten kopen en hier mee omgaan. Hierbij betrekken we lokale en/of regionale scholen.

Servicegericht rekening houden met vergrijzing en inclusiviteit

Ouderen en minder validen kunnen door lichamelijke beperkingen of andere gezondheidsproblemen tegen bepaalde uitdagingen aanlopen bij het scheiden en wegbrengen van afval en grondstoffen. Het is daarom belangrijk dat het beleid rekening houdt met deze kwetsbare groep. Zo kunnen zij actief en zelfstandig blijven bijdragen aan het afval- en grondstoffenbeheer, zonder dat hun gezondheid of welzijn in gevaar komt.

Omarm innovatie en technologie:

De toepassingen van data-gedreven werken en kunstmatige intelligentie (AI) bieden mogelijkheden voor het verbeteren van de inzameling in gemeenten. AI kan niet alleen de resultaten in de uitvoering verbeteren, maar ook bijdragen aan een goed en slim en afval- en grondstoffenbeheer en een betere service voor de inwoners.

Regelgeving voor betere milieuprestaties wordt strenger en verbranden van afval duurder

Vanuit de EU en het Rijk wordt gestuurd op betere prestaties voor het milieu en het uitbreiden van gescheiden inzamelen van afval- en grondstoffen. Vooral de strengere regels voor GFE inzameling bij hoogbouw kunnen de RWM-gemeenten raken. Daarnaast worden de verwerkingskosten bij verbranden van restafval flink duurder door CO₂-heffingen.

Kostenstijgingen

Ondanks goed en slim afval- en grondstoffenbeheer stijgen de kosten. Hogere logistieke kosten, financiële maatregelen zoals CO₂-heffingen en belasting voor verbranding en mogelijke meerkosten van verbeterde milieuparken en huisvesting van RWM verhogen de druk op de afvalstoffenheffing.

4.6. Conclusies

Uit de verschillende analyses en onderzoeken blijkt dat de Westelijke Mijnstreek en Echt-Susteren op een positieve koers zijn om haar doelstellingen op het gebied van afval- en grondstoffenbeheer te bereiken. De gemeenten scoren vrij goed op het gebied van het verminderen van afval en het stimuleren van recycling en liggen op schema om de nieuwe landelijke VANG-doelen voor 2030 te halen. Wel zijn er nog mogelijkheden om de kwaliteit van ingezamelde grondstoffen en de verwerking daarvan verder te verbeteren. Er is een verschuiving in de beleidsdoelen van ingezameld gewicht restafval naar een per percentage recycling. Deze verschuiving vraagt om enkele aanpassingen, maar zet vooral de al ingeslagen koers door.

De veranderende marktomstandigheden zoals de dalende prijs van virgin plastics, de druk op recyclingbedrijven, veel UPV’s en steeds strenger wordende Europese en landelijke wet en regelgeving benadrukken het belang van vooruitkijken en inspelen. Zo kunnen de juiste keuzes gericht op de toekomst gemaakt worden. Bijvoorbeeld als het gaat om de inzamelsystematiek van PMD en textiel.

Het klanttevredenheidsonderzoek en de enquête milieuparken laten zien dat inwoners tevreden zijn met het huidige beleid en de uitvoering daarvan. Wel hebben inwoners enkele wensen voor verdere verbeteringen. Zoals meer mogelijkheden voor het voorkomen van afval en circulaire toepassingen, aparte inzameling van luiers en incontinentiematerialen en een grotere rol voor handhaving.

Al met al biedt de huidige situatie in de regio een stevige basis voor verdere ontwikkelingen. Tegelijk grijpen we mogelijkheden aan om te verbeteren en beter in te spelen op de aangepaste doelen. Door slim in te spelen op de trends en ontwikkelingen kan de Westelijke Mijnstreek en Echt-Susteren haar goede positie in duurzaam afval- en grondstoffenbeheer verder versterken. Dat doen we aan de hand van 10 speerpunten. Het volgende hoofdstuk gaat daar op in.

5. We zetten in op 10 speerpunten om bij te dragen aan de doelen

Dit beleidskader stelt de nieuwe doelen voor 2030. De doelen zijn dat in 2030 minimaal 60% van de huishoudelijke afval en grondstoffen worden gerecycled, er minimale afkeur is van ingezamelde grondstoffen, inwoners de inzameling waarderen met ten minste het cijfer 7 en de beheerkosten onder controle blijven. Deze doelen gaan we bereiken door in te zetten op 10 belangrijke speerpunten. In deze speerpunten komen de elementen uit de doelen en ontwikkelingen samen. Ze laten zien waar de kansen liggen en welke verplichtingen er zijn. Doordat we ons richten op deze speerpunten halen we de gestelde doelen makkelijker. De speerpunten vormen de basis voor de uitvoeringsmaatregelen. De uitvoeringsmaatregelen worden later bepaald. Hiervoor wordt nog een uitvoeringsplan opgesteld.

5.1. Inzetten op het voorkomen van afval

Het voorkomen van afval is van groot belang voor het verminderen van het gebruik van grondstoffen en het bevorderen van duurzaamheid. Het staat bovenaan de ladder van circulariteit als de beste manier om de druk op het milieu te verlichten. Het voorkomen van afval is niet alleen het vermijden van afval, maar gaat ook over het verlengen van de levensduur van producten door reparatie, hergebruik en het stimuleren van delen en lenen van goederen. Dit sluit aan bij de circulaire economie, waarin producten en grondstoffen zo lang mogelijk in omloop blijven. Het voorkomen van afval draagt bij aan kostenbesparing voor huishoudens. Het zorgt voor minder uitgaven voor het kopen van nieuwe producten en het verminderen van kosten voor restafval. Minder afval betekent ook minder opslag en transport van afval. Dit kan leiden tot algemene kostenbeheersing. Het voorkomen van afval kan positief bijdragen aan het recycle percentage. Vooral het voorkomen van niet of slecht recyclebare materialen draagt daaraan bij. Het voorkomen van goed recyclebare producten zoals reclamedrukwerk van papier kan het recyclepercentage laten dalen. Bijkomend voordeel is dat het voorkomen van afval kan bijdragen aan sociale doelen. Bijvoorbeeld door het versterken van sociale samenhang en het zorgen voor nieuwe werk- en leerplekken via reparatiecafés, ruilinitiatieven en lokale deelplatforms. Bij de inzet op het voorkomen van afval is goede communicatie van groot belang. Inwoners bewust maken en actief betrekken zorgt ervoor dat zij beter geïnformeerd zijn en mee willen doen. Het voorkomen van afval is ook een belangrijk onderdeel van het Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE). Het heeft als doel een beter gebruik van grondstoffen en het verkleinen van de gevolgen voor het milieu en de omgeving.

5.2. Communicatie, educatie en bewustwording

Communicatie, educatie en bewustwording zijn nodig voor het behalen van de gestelde doelen. Goede communicatie kan gedragsverandering bij inwoners stimuleren. Het bevordert het besef dat weg te gooien materialen als grondstoffen worden gezien in plaats van afval. Ook helpt het inwoners meer en op de goede manier te scheiden. Hierdoor worden meer grondstoffen van goede kwaliteit ingezameld. Zo kan meer gerecycled worden. Het geven van de juiste informatie op het juiste moment kan ook zorgen voor meer tevredenheid bij inwoners. Doordat zij beter op de hoogte zijn van de mogelijkheden om te scheiden helpt het hen om kosten te besparen. Als huishoudens goed scheiden, houden ze minder restafval over en betalen ze minder. Als minder restafval wordt ingezameld, dalen ook de kosten voor het verwerken. We zetten bewust in op verschillende doelgroepen in de samenleving, omdat iedereen op een andere manier bereikt en betrokken moet worden. Daarbij vinden we ook het persoonlijke gesprek belangrijk, omdat direct contact en maatwerk helpen om mensen écht te bereiken en te motiveren. Educatie speelt hierbij een belangrijke rol. Met name op scholen, waar jongeren van jongs af aan het belang van duurzaam gedrag leren en mee naar huis nemen. Door scholen te blijven ondersteunen met lessen, materialen en methoden die scheiden bevorderen en dit opnemen in het onderwijs, kunnen we de nieuwe generatie bewustmaken. Het is belangrijk om jongeren actief te blijven betrekken bij bewustwordingscampagnes. Hen te stimuleren als ambassadeurs voor duurzaamheid, zodat zij de boodschap verder verspreiden binnen hun gemeenschappen.

5.3. Datagestuurd naar meer grondstoffen en minder restafval

Datagestuurd werken, ondersteund door slimme technologieën, biedt kansen om het grondstoffenbeheer niet alleen beter, maar ook inwonersvriendelijker te maken. Door bijvoorbeeld AI-gestuurde camera’s in te zetten kan tijdens de inzameling de kwaliteit van aangeboden grondstoffen beter worden bewaakt. Zo worden inwoners ook geholpen om kosten te besparen door meer te scheiden. Zo kan vervuiling in GFT worden opgespoord, of worden herkend welke grondstoffen nog onterecht in het restafval belanden. Deze inzichten maken het mogelijk om gerichter te communiceren en bewoners actief te ondersteunen bij het beter scheiden van afval en grondstoffen. Waar nodig kunnen we ook optreden tegen misbruik. Op deze manier zorgen we samen voor meer herbruikbare grondstoffen, minder restafval én een betere inzet van middelen, waarbij we de dienstverlening aan inwoners blijven verbeteren.

5.4. Circulair ambachtsnetwerk realiseren

Een circulair ambachtsnetwerk is gebaseerd op het concept van een circulair ambachtscentrum. Dit is een netwerk van organisaties die samenwerken aan het verminderen van afval en het inzetten meer circulaire toepassingen. In plaats van een centrale locatie kiezen we bewust voor een netwerkbenadering. Door verspreid over de regio samen te werken met bestaande partners en initiatieven, kunnen circulaire activiteiten plaatsvinden op logische en bereikbare plekken. Dit biedt inwoners van de Westelijke Mijnstreek en Echt-Susteren meer mogelijkheden om gebruik te maken van voorzieningen zoals reparatiepunten, hergebruik, educatie en initiatieven rond het voorkomen van afval. Daarmee wordt het gemakkelijker om grondstoffen te besparen, kosten te verlagen en duurzame keuzes te maken in het dagelijks leven.

Door bestaande initiatieven in de regio te bundelen en te versterken vergroten we niet alleen het resultaat, maar ook het gebruiksgemak voor inwoners. Denk hierbij aan bestaande initiatieven zoals milieuparken, kringloopwinkels, sociaal werkgeverschap via bijvoorbeeld Vidar of lokaal mensontwikkelbedrijf, onderwijsinstellingen, repair cafés en andere lokale initiatieven. Zo ontstaat een netwerk dat repareren, hergebruiken en leren dichtbij huis mogelijk maakt. Ook aanvullende partijen zoals Stadslabs, het duurzaamheidshuis en lokale ondernemers worden betrokken om het netwerk te verrijken. Samen met Afval Samenwerking Limburg wordt verkend of er kansen liggen voor uitbreiding op Limburgse schaal. Door deze verbindingen ontstaat een breed gedragen samenwerking die bijdraagt aan een circulaire regio én een praktische meerwaarde biedt voor de inwoners.

5.5. Servicegericht omgaan met demografische en stedelijke ontwikkeling

We spelen in op de demografische en stedelijke ontwikkelingen door servicegericht te werken. Er is oog voor de veranderende behoeften van de inwoners. Daarin stellen we het belang van de inwoners zoveel als mogelijk voorop. Het is belangrijk dat zij tevreden blijven over de dienstverlening. Vergrijzing van de bevolking met steeds meer ouderen vraagt om aanpassingen in de dienstverlening. Bijvoorbeeld het inzamelen van bepaalde grondstoffen aan huis, en/of het apart inzamelen van groter wordende afvalstromen zoals incontinentiemateriaal. Kleinere huishoudens, die vaak in stedelijke gebieden wonen, hebben meer behoefte aan flexibele inzamelopties die aansluiten bij kleinere woningen. Dit kan bijvoorbeeld door middel van brengvoorzieningen waar op elk moment materialen kunnen worden afgedankt en het (waar nodig en mogelijk) uitfaseren van de gele betaalzakken.

Bij een verandering die de service voor inwoners verlaagt, zorgen we ervoor dat er een goed alternatief wordt geboden. Zo komen zij niet met minder gemak te zitten. Daarnaast speelt de krapte op de arbeidsmarkt een rol in het beter inrichten van de inzameling. Innovaties, zoals automatisering en digitalisering van processen, kunnen helpen om de druk op het personeel te verlichten en tegelijkertijd een hoge servicekwaliteit te behouden. Door maatwerk houden we rekening met de diverse demografische en geografische kenmerken van wijken in het werkgebied.

Ook de milieuparken spelen een belangrijke rol in het inzamelen van afval- en grondstoffen. Momenteel zijn er verschillende milieuparken op meerdere locaties. De milieuparken zijn over het algemeen verouderd en moeten op de toekomst worden ingericht. Daarbij worden de inrichtingen, de benodigde oppervlakten en het aantal locaties opnieuw overwogen. Om een goede service te bieden, wordt rekening gehouden met een maximale auto-reistijd van 15 minuten voor alle in te leveren afval- en grondstofstromen, waarbij slechts in uitzonderlijke gevallen hiervan wordt afgeweken. Ook wordt toegangscontrole ingevoerd om afvaltoerisme tegen te gaan en wordt in de nieuwe situatie op alle locaties op dezelfde manier afgerekend.

Om de leefbaarheid en de aantrekkelijkheid van de centra te verbeteren, onderzoeken we of in de centra efficiënter ingezameld kan worden. Met reinigingsrechten, of een variant daarop kunnen MKB-ondernemers met afval dat lijkt op huishoudelijk afval gebruik maken van de huishoudelijke inzameling. Hierdoor neemt het aantal (rol)containers en de hoeveelheid vervoersbewegingen af.

5.6. Slim inspelen op UPV’s en nieuwe regels

Dankzij Europese wetgeving worden UPV’s voor steeds meer materialen en producten ingevoerd. Hierdoor worden producenten financieel en/of organisatorisch verantwoordelijk voor het beste gebruik van grondstoffen tijdens de hele levenscyclus van producten. Dus van de verschillende fasen van een product, van begin tot het einde. In de praktijk houdt dit in dat producenten bijdragen aan de inzameling en verwerking van hun eigen producten. Het op de markt brengen van producten gaat dan meer hand in hand met verantwoordelijkheid voor de afvalfase. De gemeenten moeten samen met RWM actief inspelen op de invoering van UPV’s op verschillende grondstofstromen. De daaruit komende afspraken hebben steeds meer invloed hebben op het afval- en grondstoffenbeheer. Ook op de manier van inzamelen. Sowieso is het goed om grondstoffen zo schoon mogelijk in te zamelen. Vanuit de UPV’s zien we steeds vaker dat de manier van inzamelen en de kwaliteit van de grondstoffen bepalen hoeveel financiële vergoedingen de gemeente krijgt. Hoe hoger de vergoeding vanuit de producenten, hoe minder de inwoners financieel belast worden. De invoering van UPV’s voor textiel, luiers en incontinentiematerialen, de voorbereiding van een UPV op meubilair en de aanpassing van de UPV voor PMD laten gemeenten hun systemen voor inzameling tegen het licht houden. Voor textiel betekent dit mogelijk het in fasen afbouwen van ondergrondse verzamelcontainers en/of het voorsorteren van het ingezamelde materiaal. Door de invoering van de UPV voor luiers en incontinentiemateriaal verwachten we dat de capaciteit bij verwerkers op termijn uitgebreid wordt. Dan zouden deze materialen ook apart ingezameld en verwerkt kunnen worden. Voor textielinzameling wordt de inzamelsystematiek heroverwogen, waarbij de gemeenten gebruik maken van elkaars kennis en ervaring. In Echt-Susteren wordt bijvoorbeeld schoner textiel ingezameld. Voor PMD inzameling wordt vanuit de UPV het inzamelen met verzamelcontainers ter discussie gesteld, omdat deze in de regel sterk vervuild zijn. De kans is vrij groot dat de gemeenten hierop moeten inspelen. Bijvoorbeeld door inzameling met zakken, om de vergoeding vanuit de producenten te behouden. Tot slot vraagt de overgang van het LAP3 naar het Circulair Materialenplan (CMP1) dat gemeenten zich voorbereiden op strengere inzamelregels, met name voor GFT/E in hoogbouwwijken. Gemeenten moeten in hun keuzes rekening houden om voorbereid zijn en om goed in te spelen op deze ontwikkelingen.

5.7. Luiers en incontinentiemateriaal

Een aanzienlijk deel (ongeveer 8%) van het restafval bestaat uit luiers en incontinentiematerialen. Hoewel het apart inzamelen hiervan in eerdere plannen is opgenomen als mogelijke maatregel, is dit op dit moment nog niet ingevoerd vanwege beperkte mogelijkheden om te recyclen. Met de verwachte invoering van producentenverantwoordelijkheid voor luiers verwachten we dat de capaciteit om deze materialen te recyclen in de toekomst zal toenemen. Apart inzamelen en recyclen van deze materialen biedt voordelen op het gebied van milieu en op sociaal-economisch gebied. Materialen kunnen worden gerecycled en gezinnen met deze materialen hebben minder kosten voor hun restafval. Door het recyclen stijgt het recyclepercentage. Ook draagt het apart inzamelen bij aan de wensen van de inwoner en aan de geboden service. De totale kosten van afval- en grondstoffenbeheer zullen naar verwachting niet direct dalen. De aparte inzameling en verwerking zijn namelijk relatief kostbaar zijn en de producentenverantwoordelijkheid dekt mogelijk niet alle kosten.

5.8. GFE inzameling bij hoogbouwwijken

In het komende Circulair Materialenplan worden strengere richtlijnen verwacht voor de gescheiden inzameling van afvalstromen, waaronder GFE. Om hieraan te voldoen, is het nodig om ook in hoogbouwcomplexen GFE apart in te zamelen. Het apart inzamelen van GFE draagt bij aan het verminderen van restafval en helpt daarmee om de landelijke recycledoelstellingen te behalen. Een testproject wordt ingezet om een goed invoeringsplan te maken voor GFE-inzameling bij hoogbouw, gericht op het verminderen van restafval. Hiermee zorgt het beleid ervoor dat we op tijd voldoen aan de nieuwe landelijke eisen en bijdragen aan een betere verwerking van afval- en grondstoffen.

5.9. Zwerfafval, bijplaatsingen & dumpingen

Zwerfafval, bijplaatsingen en dumpingen vormen een terugkerend probleem. Vooral rond verzamelcontainers is de overlast vaak groot. We zoeken naar oplossingen om de overlast beheersbaar te houden. Zo dragen we bij aan de tevredenheid van de inwoners. Daarbij ligt de aandacht vooral op het bewust maken van inwoners over de mogelijkheden om afval en grondstoffen op een juiste manier aan te bieden of op te laten halen. We gaan in principe uit van een positieve benadering, waarbij informatie en maatwerk centraal staan. Mogelijk wordt ook gekeken naar alternatieve of extra inzet van handhaving.

In lijn met speerpunt 6, waarbij we inspelen op UPV’s en nieuwe wetgeving, wordt ook gekeken naar het in fasen afbouwen van verzamelcontainers. Mogelijk draagt het verminderen van containers in de openbare ruimte bij aan het terugdringen van bijplaatsingen. Daarnaast is het belangrijk om met gerichte communicatie en wijkgerichte aanpakken maatwerk te leveren, zodat we de problematiek daar aanpakken waar het speelt.

5.10. Hoogwaardige verwerking

Om het recycledoel te behalen is het belangrijk om ingezamelde materialen van hoge kwaliteit terug te laten teren in de productieketens. Een voorwaarde daarvoor is dat schone grondstoffen worden aangeleverd. Zo kunnen zij het beste verwerkt worden. Daarnaast kunnen wij eisen stellen aan verwerkers om de kwaliteit en duurzaamheid van de verwerking te verzekeren. Het beter laten verwerken van grondstoffen zorgt ervoor dat meer ingezamelde materialen op een duurzame manier worden hergebruikt en dus niet meer verbrand worden. Met name voor hout en grof tuinafval liggen er kansen om deze stromen beter te verwerken. Ook kijken we samen met bedrijven in de regio naar de mogelijkheden voor innovaties voor verwerking met een hogere kwaliteit. Waar mogelijk worden testprojecten voor lokale circulaire toepassingen opgezet om circulaire initiatieven in de regio te stimuleren. Zo worden de schakels in de keten met elkaar verbonden, om deze meer circulair te maken. Meer recycling en een hogere kwaliteit van recycling betekent dat materialen langer en vaker kunnen worden (her)gebruikt.

6. Financiële gevolgen en kosten

Ondanks het sturen op goed en slim afval- en grondstoffenbeheer, hebben we ook te maken met kostenstijgingen waar we geen invloed op hebben. Deze zetten het budget onder druk. Steeds hogere logistieke kosten, zoals brandstofprijzen en tolheffingen, zorgen voor extra uitgaven. Daarnaast kunnen de eventuele meerkosten van nieuwe of aangepaste milieuparken en de huisvesting van RWM bijdragen aan de stijgende kosten. Ook spelen nieuwe financiële maatregelen een rol, zoals CO₂-heffingen en verbrandingsbelasting. Deze belastingen zijn bedoeld om het gebruik van fossiele brandstoffen en het verbranden van afval te ontmoedigen, maar leiden tegelijkertijd tot hogere verwerkingskosten. Een deel van deze kosten komt uiteindelijk bij de inwoner terecht.

Met het dit afval- en grondstoffen beleid dragen we er aan bij dat de kosten minder snel stijgen, in plaats van dat er sprake is van kostendalingen. Dit betekent dat we met slimme en duurzame keuzes proberen de groei van kosten te beperken en zo de betaalbaarheid voor inwoners zoveel mogelijk te verzekeren.

Ondertekening