Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR745697
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR745697/1
Algemene subsidieverordening Almere 2025
Geldend van 24-10-2025 t/m heden
Intitulé
Algemene subsidieverordening Almere 2025De raad van de gemeente Almere;
gelezen het voorstel van het college;
gelet op artikelen 147 en 149 van de Gemeentewet en titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht;
besluit
vast te stellen de Algemene subsidieverordening Almere 2025:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Definities
In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a.
Awb: Algemene wet bestuursrecht;
- b.
begrotingssubsidie: subsidie op basis van artikel 4:23, derde lid, onder c, van de Awb;
- c.
college: college van burgemeester en wethouders van Almere;
- d.
controleverklaring: accountantsverklaring als bedoeld in Boek 2, artikel 393, eerste lid van het Burgerlijk Wetboek;
- e.
egalisatiereserve: reserve als bedoeld in artikel 4:72 van de Awb, bedoeld om toekomstige schommelingen in de kosten op te kunnen vangen;
- f.
Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid, 107, 108 of 109 van het Verdrag heeft vastgesteld;
- g.
incidentele subsidie: subsidie op basis van artikel 4:23, derde lid, onder d, van de Awb;
- h.
jaarlijkse subsidie: subsidie die wordt verstrekt voor activiteiten met een duur van een jaar;
- i.
meerjarige subsidie: subsidie die wordt verstrekt voor activiteiten met de duur van meer dan een jaar;
- j.
onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent;
- k.
projectsubsidie: subsidie die wordt verstrekt voor activiteiten met een duur korter dan een jaar, al dan niet boekjaar overschrijdend;
- l.
politieke activiteiten: een activiteit die (mede) is georganiseerd door een politieke partij en/of die gericht is op het beïnvloeden van politieke besluitvorming of politieke meningsvorming;
- m.
religieuze activiteiten: een activiteit die (deels) gericht is op gemeenschappelijke (gods)verering of een gemeenschappelijke levensbeschouwelijke opvatting.
- n.
SROI: Social Return On Investment, de maatschappelijke meerwaarde die met het verstrekken van de subsidie wordt bereikt door het leveren van een bijdrage aan het gemeentelijke beleid ten aanzien van het bevorderen van werkgelegenheid voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt;
- o.
verdrag: Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (PbEU C 326/47).
Artikel 2. Reikwijdte verordening
-
1. Het college kan subsidie verstrekken voor activiteiten op de volgende beleidsterreinen:
- a.
algemeen bestuur;
- b.
openbare orde en veiligheid;
- c.
verkeer, vervoer en waterstaat;
- d.
economische zaken;
- e.
onderwijs;
- f.
kunst, cultuur en recreatie;
- g.
sociale voorzieningen en maatschappelijke dienstverlening;
- h.
volksgezondheid, natuur, dierenwelzijn, milieu en duurzame energie;
- i.
ruimtelijke ordening en volkshuisvesting;
- j.
sport;
- k.
internationale betrekkingen;
- l.
media;
- m.
personeel;
- n.
zorg.
- a.
-
2. De bepalingen van deze verordening zijn niet van toepassing voor zover het betreft het verlenen, vaststellen en betalen van een subsidie die ten laste van gelden die van een andere overheid zijn verkregen en waaromtrent van deze verordening afwijkende bepalingen van toepassing zijn.
Artikel 3. Bevoegdheid college
-
1. Het college is bevoegd te besluiten over het verstrekken van subsidies met in achtneming van de in de gemeentebegroting opgenomen financiële middelen en - als de begroting nog niet is vastgesteld of goedgekeurd - onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.
-
2. Naast het nemen van besluiten over het verstrekken van subsidies, waaronder het verlenen en vaststellen, is het college bevoegd tot het nemen van besluiten over betaling, wijziging en intrekking van subsidies alsmede het opleggen van voorwaarden of verplichtingen aan de subsidieontvanger en het terugvorderen van onverschuldigd betaalde subsidiebedragen of voorschotten.
-
3. Het college is bevoegd bij afzonderlijk besluit of in de verleningsbeschikking te bepalen dat afdeling 4.2.8 van de Awb geheel of voor nader aangeduide onderdelen van toepassing is.
-
4. Het college kan met betrekking tot de in artikel 2 vermelde beleidsterreinen subsidieregelingen vaststellen waarin het volgende kan worden geregeld:
- a.
de activiteiten waarvoor subsidie kan worden verstrekt en de rechtspersonen of personen die daarvoor in aanmerking komen;
- b.
de criteria om voor verstrekking van subsidie in aanmerking te komen;
- c.
de weigeringsgronden;
- d.
een hardheidsclausule;
- e.
de kosten die wel of niet voor subsidie in aanmerking komen;
- f.
het te verstrekken bedrag aan subsidie of de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald;
- g.
de aanvraag van een subsidie en de besluitvorming daarover;
- h.
de voorwaarden waaronder de subsidie wordt verleend;
- i.
de verplichtingen, al dan niet doelgebonden, van de subsidieontvanger;
- j.
de vaststelling van de subsidie;
- k.
de betaling van de subsidie en het verlenen van voorschotten;
- l.
de aanvraagtermijnen en beslistermijnen;
- m.
de mogelijkheid van meerjarige subsidieverlening;
- a.
-
5. Het college kan aan een vereniging met beperkte rechtsbevoegdheid of een natuurlijk persoon enkel subsidie verstrekken als daartoe is voorzien in een subsidieregeling.
Artikel 4. Staatssteunregels
-
1. Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees steunkader noodzakelijk is, kan het college bij subsidieregeling afwijken van deze verordening en deze aanvullen.
-
2. Bij subsidieregelingen waarbij is bepaald dat toepassing kan worden gegeven aan een Europees steunkader, verwijst de subsidieregeling naar het desbetreffende steunkader.
-
3. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, verwijst de verleningsbeschikking naar de toepasselijke bepalingen van het steunkader.
-
4. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten voor vergoeding in aanmerking die voldoen aan de eisen van het desbetreffende steunkader.
-
5. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen ondernemingen alleen in aanmerking voor zover de subsidieverstrekking voldoet aan de voorwaarden van het desbetreffende steunkader.
Hoofdstuk 2. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud
Artikel 5. Subsidieplafond, verdeelsleutel en begrotingsvoorbehoud
-
1. Het college kan subsidieplafonds vaststellen.
-
2. Bij de vaststelling van een subsidieplafond wordt aangegeven op welke wijze het beschikbare bedrag wordt verdeeld.
-
3. Als de wijze van verdeling niet is opgenomen in een subsidieregeling, dan geldt de verdeelsleutel: Wie het eerst komt, die het eerst maalt, uitgaande van een volledig ingediende subsidieaanvraag.
-
4. Het college kan een subsidieplafond verlagen als:
- a.
het plafond wordt vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd; en
- b.
de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd.
- a.
-
5. Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen.
-
6. Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen.
Hoofdstuk 3. Aanvraag van de subsidie
Artikel 6. Aanvraag
-
1. Een subsidieaanvraag wordt schriftelijk ingediend bij het college door middel van een door het college vastgesteld aanvraagformulier.
-
2. Bij de subsidieaanvraag levert de aanvrager in ieder geval de volgende gegevens aan:
- a.
een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;
- b.
de doelen en resultaten die met die activiteiten worden nagestreefd, en hoe de activiteiten daaraan bijdragen. In bijzonder ook in welke mate de activiteiten gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen en op door de gemeente vastgestelde doelen of beleidsterreinen;
- c.
een begroting van en een dekkingsplan voor de kosten van deze activiteiten. Het dekkingsplan bevat ook een opgave van kosten die uit andere bronnen dan door gemeentelijke subsidies en/ of bijdragen wordt gefinancierd, onder vermelding van de stand van zaken daarvan;
- d.
als de aanvrager een onderneming is:
- i.
een opgave van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die al zijn of zullen worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;
- ii.
een verklaring als bedoeld in de verordening met betrekking tot de-minimissteun (de-minimisverklaring);
- i.
- e.
als het een jaarlijkse subsidie betreft, de stand van de egalisatiereserve op het moment van de aanvraag;
- f.
de meest recente versie van het jaarverslag, de jaarrekening en de balans, met dien verstande dat bij een aanvraag om een jaarlijkse subsidie deze stukken enkel bij de eerste subsidieaanvraag behoeven te worden overgelegd.
- a.
-
3. Het college is bevoegd ook andere dan, of slechts enkele van, de in het tweede lid genoemde gegevens te verlangen, als die voor het nemen van een beslissing op de aanvraag noodzakelijk, respectievelijk voldoende, zijn.
Artikel 7. Aanvraagtermijn
-
1. Een aanvraag om een projectsubsidie wordt uiterlijk 13 weken voor de start van de activiteiten ingediend.
-
2. Een aanvraag om een jaarlijkse subsidie, wordt ingediend uiterlijk op 30 september voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft.
-
3. Een aanvraag om een meerjarige subsidie, wordt uiterlijk 13 weken voor de start van de activiteiten ingediend.
-
4. Het college kan toestemming geven voor het later indienen van een aanvraag dan in dit artikel is bepaald.
Artikel 8. Beslistermijn
-
1. Het college beslist op een aanvraag om een projectsubsidie binnen 13 weken nadat de volledige subsidieaanvraag is ingediend.
-
2. Het college beslist op een aanvraag om een jaarlijkse subsidie uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend. Voorwaarde hiervoor is dat de aanvrager een volledige subsidieaanvraag heeft ingediend, uiterlijk op 30 september van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de subsidie betrekking heeft.
-
3. Het college beslist op een aanvraag om een meerjarige subsidie binnen 13 weken nadat de volledige subsidieaanvraag is ingediend.
-
4. In geval het college toestemming heeft verleend voor het later indienen van een aanvraag als bedoeld in artikel 7, vierde lid, beslist het college binnen 3 maanden na ontvangst van de volledige aanvraag.
-
5. Bij aanvragen om een subsidie die overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het verdrag worden aangemeld bij de Europese Commissie wordt de termijn verdaagd totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen.
Hoofdstuk 4. Weigering van de subsidie
Artikel 9. Weigeringsgronden
-
1. Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Awb weigert het college de subsidieaanvraag in ieder geval:
- a.
als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt, of
- b.
als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun van Nederland onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard.
- a.
-
2. Onverminderd het vorige lid weigert het college de aanvraag om subsidieverlening in ieder geval als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een Europees steunkader omdat:
- a.
subsidie verstrekt zou worden aan een aanvrager die een onderneming drijft die in moeilijkheden verkeert als bedoeld in het desbetreffende steunkader, of
- b.
de subsidie geen stimulerend effect heeft als bedoeld in het desbetreffende steunkader.
- a.
-
3. De aanvraag om subsidieverlening kan naast de in het eerste en tweede lid genoemde gevallen worden geweigerd als:
- a.
de activiteiten van de aanvrager niet of niet in overwegende mate gericht zullen zijn op de gemeente of onvoldoende ten goede komen aan de ingezetenen van de gemeente;
- b.
niet wordt voldaan aan het bepaalde in deze verordening of aan de in een subsidieregeling vastgestelde criteria om voor subsidie in aanmerking te komen;
- c.
verstrekking van subsidie niet past binnen door het gemeentebestuur vastgesteld beleid;
- d.
de activiteiten niet of niet voldoende bijdragen aan de gemeentelijke doelstellingen;
- e.
gegronde redenen bestaan aan te nemen dat de gelden niet of in onvoldoende mate zullen worden besteed voor het doel waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld;
- f.
gegronde redenen bestaan aan te nemen dat de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde, of als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met wet- en regelgeving;
- g.
niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd;
- h.
subsidiëring tot ongeoorloofde staatssteun of oneerlijke concurrentie leidt, of als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt;
- i.
de subsidie is bestemd voor religieuze of politieke activiteiten;
- j.
de aanvrager niet over voldoende kwaliteit en organisatiekracht beschikt om de voorgenomen activiteiten te organiseren;
- k.
voor de activiteiten geen gelden op de begroting zijn gereserveerd;
- l.
soortgelijke activiteiten al worden uitgevoerd door een andere gesubsidieerde partij;
- m.
voor de uitvoering van de activiteiten met andere gesubsidieerde partijen kan worden samengewerkt.
- a.
Hoofdstuk 5. Verlening van de subsidie
Artikel 10. Verlening subsidie
-
1. Bij verleningsbeschikking geeft het college aan op welke wijze de verantwoording van de te ontvangen subsidie plaatsvindt.
-
2. Het college is bevoegd om verplichtingen aan de verleningsbeschikking te verbinden met betrekking tot het beheer en gebruik van de subsidie.
Artikel 11. Betaling en bevoorschotting
-
1. Als een vaststellingsbeschikking als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel a, wordt gegeven, vindt de betaling van de gehele subsidie in één bedrag plaats.
-
2. Als een verleningsbeschikking als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel b, wordt gegeven, wordt 100% bevoorschot.
-
3. Als besloten wordt tot bevoorschotting van de subsidie, worden de hoogte en de termijnen van de voorschotten bepaald in de verleningsbeschikking.
Hoofdstuk 6. Verplichtingen van de subsidieontvanger
Artikel 12. Tussentijdse rapportage
Bij subsidies vanaf 50.000 euro, kan het college de verplichting opleggen tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten.
Artikel 13. Algemene verplichtingen van subsidieontvanger
-
1. Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan, meldt de subsidieontvanger dat onverwijld schriftelijk aan het college.
-
2. Als blijkt dat niet is voldaan aan de meldingsplicht, kan het college de subsidie lager vaststellen of intrekken.
-
3. Het college kan de subsidieontvanger verplichten mee te werken aan een controle ten aanzien van de gesubsidieerde activiteiten en de besteding van de subsidiegelden. De subsidieontvanger dient desgevraagd bewijsstukken te overleggen.
-
4. De subsidieontvanger verricht de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend.
-
5. De subsidieontvanger informeert het college onverwijld schriftelijk over:
- a.
beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon;
- b.
relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden;
- c.
ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat de subsidieontvanger de aan de subsidie verbonden verplichtingen niet, niet tijdig of niet geheel zal kunnen nakomen;
- d.
wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de bestuurder of bestuurders, en het doel van de rechtspersoon.
- a.
-
6. De subsidieontvanger behoeft de toestemming van het college voor handelingen als vermeld in artikel 4:71 van de Awb.
Hoofdstuk 7. Verantwoording en vaststelling van de subsidie
Artikel 14. Egalisatiereserve
-
1. In geval al de activiteiten waarvoor een jaarlijkse subsidie is verleend overeenkomstig de verleningsbeschikking zijn uitgevoerd én de werkelijke kosten van die activiteiten lager zijn dan het bedrag waarvoor subsidie is verleend, is het toegestaan een toevoeging te doen aan de egalisatiereserve. Artikel 4:72 van de Awb is van overeenkomstige toepassing.
-
2. Een uitgave ten laste van een egalisatiereserve kan enkel worden aangewend om schommelingen op te vangen in de inkomsten en uitgaven betreffende van gemeentewege gesubsidieerde activiteiten in volgende jaren.
-
3. Aanwending van bedragen vanuit de egalisatiereserve voor andere doeleinden dan bepaald in het vorige lid, is enkel toegestaan na vooraf verkregen toestemming van het college.
-
4. De maximale toevoeging aan de egalisatiereserve is niet meer dan 5% per deelactiviteit en is gemaximeerd tot ten hoogste 2% van het totale subsidiebedrag van het jaar waarop de subsidievaststelling betrekking heeft.
-
5. De stand van de egalisatiereserve Almere mag in enig jaar niet hoger zijn dan 10% van het verleende subsidiebedrag van het jaar waarop de subsidievaststelling betrekking heeft.
-
6. De besteding van de egalisatiereserve wordt jaarlijks verantwoord met het activiteitenverslag en het financieel verslag van het jaar waarop de subsidievaststelling betrekking heeft. De egalisatiereserve wordt als een aparte reserve in de boekhouding van de instelling opgenomen en beheerd.
-
7. Als niet aan de in dit artikel genoemde voorwaarden wordt voldaan, wordt de subsidie lager vastgesteld en teruggevorderd.
Artikel 15. Verantwoording subsidies tot 10.000 euro
-
1. Subsidies tot 10.000 euro worden door het college:
- a.
direct vastgesteld of;
- b.
ambtshalve vastgesteld binnen 13 weken, na de datum waarop de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht.
- a.
-
2. Bij een ambtshalve vaststelling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, kan het college de aanvrager verplichten om op de door het college aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten, waarvoor de subsidie wordt verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.
Artikel 16. Verantwoording subsidies vanaf 10.000 tot 50.000 euro
-
1. Bij een subsidieverlening van 10.000 euro of meer, maar minder dan 50.000 euro, dient de subsidieontvanger uiterlijk 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten een aanvraag tot vaststelling in bij het college.
-
2. De aanvraag tot vaststelling bevat een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht.
-
3. Het college kan bepalen dat ook andere dan de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd.
Artikel 17. Verantwoording subsidies vanaf 50.000 euro
-
1. Bij een subsidieverlening van 50.000 euro of meer, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college:
- a.
bij een projectsubsidie, uiterlijk 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten;
- b.
bij een jaarlijkse subsidie, uiterlijk op 30 juni in het jaar na afloop van het kalenderjaar, respectievelijk 6 maanden na het subsidietijdvak, waarvoor de subsidie is verleend;
- c.
Bij een meerjarige subsidie, uiterlijk 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten.
- a.
-
2. De aanvraag tot vaststelling bevat:
- a.
een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht;
- b.
een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening);
- c.
een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop in geval van een jaarlijkse of meerjarige subsidie;
- d.
een door een accountant opgestelde controleverklaring over de gesubsidieerde activiteiten in geval de subsidieverlening meer bedraagt dan 125.000 euro.
- a.
-
3. Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd.
Artikel 18. Subsidievaststelling
-
1. Het college stelt binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling de subsidie vast, tenzij bij subsidieregeling anders is bepaald.
-
2. Als uit de aard van de subsidie, of de verantwoording daarvan, volgt dat voor de beslissing op de vaststelling van de subsidie een langere termijn nodig is dan de in het eerste lid genoemde termijn, dan bericht het college de subsidieontvanger daarvan zo spoedig mogelijk na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling.
-
3. Het college kan categorieën van subsidies of subsidieontvangers aanwijzen, waarvoor of voor wie de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat de subsidieontvanger een aanvraag voor subsidievaststelling hoeft in te dienen.
-
4. Als de aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het in het eerste lid genoemd tijdstip is ontvangen, gaat het college na een geboden hersteltermijn over tot ambtshalve vaststelling.
Artikel 19. Vergoeding vermogensvorming
-
1. In de gevallen, bedoeld in artikel 4:41 van de Awb is de subsidieontvanger, voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor een vergoeding verschuldigd aan de gemeente.
-
2. De vergoeding is minimaal nihil en maximaal niet hoger dan het totale bedrag dat het college aan de subsidieontvanger heeft verstrekt.
-
3. Als de subsidieontvanger zijn inkomsten geheel of in overwegende mate ontleent aan de subsidie, is deze de maximale vergoeding aan de gemeente verschuldigd.
-
4. Als het derde lid niet van toepassing is, wordt de hoogte van de vergoeding bepaald naar evenredigheid van de hoogte van het subsidiebedrag op het totaal van de inkomsten.
-
5. Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de waarde van de vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande dat in geval van ontvangst van schadevergoeding wordt uitgegaan van het bedrag dat als schadevergoeding door de subsidieontvanger wordt ontvangen.
-
6. Als het onroerende zaken betreft, geschiedt de waardebepaling door een onafhankelijke deskundige.
Hoofdstuk 8. Overige bepalingen
Artikel 20. Indexering
-
1. Het college past bij de indexering van de subsidies of categorieën van subsidies, ten hoogste het voorgeschreven indexeringspercentage toe dat de gemeenteraad jaarlijks via de budgetcyclus vaststelt.
-
2. Voor de wijze waarop de uitvoering van deze indexering plaatsvindt, kan het college beleidsregels vaststellen.
Artikel 21. Subsidieverslag
Tenzij bij besluit van het college anders is bepaald, is artikel 4:24 van de Awb niet van toepassing.
Artikel 22. Berekening van uurtarieven, uniforme kostenbegrippen
-
1. Als bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruik wordt gemaakt van uurtarieven, kan het college bepalen dat deze tarieven door de subsidieaanvrager worden berekend met gebruikmaking van een door het college voor te schrijven berekeningswijze.
-
2. Bij het hanteren van kostenbegrippen bij de berekening van uurtarieven wordt uitgegaan van door het college voorgeschreven definities.
-
3. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen die tarieven en kostenbegrippen in aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader.
Artikel 23. Hardheidsclausule
Het college kan, in bijzondere gevallen, een artikel of artikelen van deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken, met uitzondering van de artikelen 1, 2, 3, eerste, tweede en derde lid, en artikel 9, voor zover toepassing gelet op het belang van de aanvrager of subsidieontvanger leidt tot onbillijkheid van overwegende aard. Het van toepassing verklaren van dit artikel wordt gemotiveerd in het besluit.
Artikel 24. Intrekking
De Algemene subsidieverordening Almere 2020 wordt ingetrokken.
Artikel 25. Overgangsbepalingen
-
1. Verwijzingen in een subsidieregeling naar de artikelen van de Algemene subsidieverordening Almere 2020 worden geacht te verwijzen naar artikelen van deze verordening waarin hetzelfde onderwerp wordt geregeld.
-
2. Aanvragen om subsidie die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van deze verordening en waarop nog niet is beslist, worden afgehandeld volgens de bepalingen van deze verordening.
Artikel 26. Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de dag nadat deze is bekendgemaakt.
Artikel 27. Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene subsidieverordening Almere 2025.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de gemeenteraad, gehouden op 9 oktober 2025.
De raad voornoemd,
de griffier,
G.J. Broer
de voorzitter,
W.H.J.M. van der Loo
Artikelsgewijze toelichting Algemene subsidieverordening Almere 2025
Besluit van de gemeenteraad van Almere
De gemeenteraad van Almere heeft deze regels vastgesteld. Deze regels gaan over het verlenen van subsidie aan mensen en organisaties.
Hoofdstuk 1 – Algemene bepalingen
Artikel 1 – Definities
In artikel 1 worden belangrijke woorden uitgelegd die in de verordening worden gebruikt. Deze woorden gelden niet alleen voor deze verordening, maar ook voor de hierop te baseren subsidieregelingen. Deze woorden zullen dus niet nogmaals in de verschillende subsidieregelingen opgenomen hoeven te worden.
Artikel 2 – Reikwijdte verordening
In het eerste lid van artikel 2 staat dat het college subsidie kan verstrekken voor activiteiten voor verschillende onderwerpen. Subsidie verstrekken betekent het hele subsidieproces van het verleningsbesluit (besluit op de subsidieaanvraag) tot en met het vaststellingsbesluit (besluit nadat de activiteit waarvoor subsidie is aangevraagd is afgelopen).
In het tweede lid van artikel 2 staat dat de regels in deze verordening misschien niet gelden voor subsidies die betaald worden met geld van andere overheden. In die situatie kan het zijn dat er andere regels gelden. Als er andere regels gelden, dan zijn sommige regels uit de ASV niet van toepassing. Als dat zo is, dan staat dat in het besluit op de subsidieaanvraag.
Artikel 3 – Bevoegdheid college
In het eerste lid van artikel 3 staat dat het college mag beslissen over het geven van subsidies, binnen het budget van de gemeente. Als het beschikbare budget nog niet duidelijk is, dan mag het college in het besluit op de subsidieaanvraag de voorwaarde opnemen dat de subsidie wordt verstrekt als het geld ook beschikbaar komt.
In het tweede en derde lid van artikel 3 staat waarover het college nog meer voorwaarden mag stellen.
In het vierde en vijfde lid van artikel 3 staat dat het college subsidieregelingen mag maken en wat daarin kan worden geregeld.
Artikel 4 - Staatsteun
In artikel 4 staat dat het college kan afwijken van deze verordening als dat nodig is, om te voldoen aan Europese regels over staatssteun. Het kan dan nodig zijn om in een subsidieregeling af te wijken van de ASV, of aanvullingen te op te nemen. Subsidies die onder zo’n Europees steunkader vallen, moeten voldoen aan de regels van dat steunkader. Ook mogen bedrijven alleen subsidie krijgen als ze aan deze Europese voorwaarden voldoen.
Deze staatssteunregels zorgen ervoor dat subsidies eerlijk worden verdeeld en dat er geen oneerlijke voordelen zijn. Dat betekent in de praktijk bijvoorbeeld dat:
- •
Alleen activiteiten die passen binnen de Europese regels kunnen subsidie krijgen.
- •
Subsidies worden alleen gegeven als ze aan deze regels voldoen.
- •
Bedrijven moeten aangeven welke steun ze al hebben gekregen en of ze voldoen aan deze regels.
Hoofdstuk 2 – Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud
Artikel 5 – Subsidieplafond, verdeling en begrotingsvoorbehoud
In artikel 5 staat dat het college mag bepalen hoeveel geld er maximaal aan subsidies kan worden uitgegeven (het subsidieplafond). Er wordt ook uitgelegd hoe dat geld wordt verdeeld onder de aanvragers. Als het subsidieplafond is bereikt, dan wordt de subsidieaanvraag geweigerd of voor een gedeelte geweigerd.
Hoofdstuk 3 – Aanvraag van de subsidie
Artikel 6 - Aanvraag
In artikel 6 staat dat je een subsidie schriftelijk moet aanvragen met een formulier van het college. Met het woord “schriftelijk” is meer bedoeld dan alleen “op papier geschreven”. Zo kan een aanvraag ook digitaal worden gedaan. Je moet daarbij informatie geven over bijvoorbeeld wat je precies gaat doen, welke doelen je hebt en hoe je de kosten betaalt. Als je een bedrijf bent, moet je ook aangeven welke andere subsidies je krijgt of hebt gekregen en moet je een speciale verklaring over staatssteun toevoegen.
Organisaties die voor de eerste keer subsidie aanvragen moeten ook hun oprichtingsakte en jaarstukken meesturen. Het college kan vragen om alle of een deel van deze gegevens, afhankelijk van wat nodig is om een beslissing te nemen.
Bij de subsidieaanvraag moet ook een begroting en dekkingsplan worden aangeleverd. In het dekkingsplan moet een overzicht staan van welk geld de activiteiten worden betaald en ook of er geld voor die activiteiten bij anderen vandaan komt, bijvoorbeeld van de gemeente uit een andere subsidieaanvraag, van bedrijven of van andere overheden.
Artikel 7 – Aanvraagtermijn
In artikel 7 staat wanneer je een subsidieaanvraag ingediend moet zijn. Als een aanvraag te laat is, dan moet het college de aanvraag in principe afwijzen. Het is daarom belangrijk om de aanvraagtermijn goed in de gaten te houden. Het college kan een uitzondering maken en als daar een goede reden voor is toestemming geven dat een aanvraag later wordt ingediend.
Artikel 8 – Beslistermijn
In artikel 8 staat wanneer het college beslist op een subsidieaanvraag.
Hoofdstuk 4 – Weigering van de subsidie
Artikel 9 – Weigeringsgronden
In artikel 9 staan de redenen waarom het college een subsidieaanvraag kan weigeren. Deze weigeringsgronden zijn een aanvulling op artikel 4:25, lid 2, en artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht. Een subsidieaanvraag wordt zeker geweigerd als de subsidie niet mag volgens de Europese subsidieregels. Dit is bijvoorbeeld het geval als de aanvrager een onderneming heeft die in financiële problemen zit volgens het steunkader of als de subsidie geen extra stimulans geeft volgens de Europese regels.
Daarnaast staat in het derde lid in welke andere situaties een aanvraag kan worden geweigerd. Bijvoorbeeld als er al een andere organisatie is die geld geeft voor bijna hetzelfde werk, dan kan het zijn dat je geen subsidie krijgt. Of als je ook samen kunt werken met een andere organisatie die al subsidie krijgt. De gemeente wil dat organisaties samenwerken in plaats van allemaal apart geld vragen.
Hoofdstuk 5 – Verlening van de subsidie
Artikel 10 – Verlening subsidie
In artikel 10 staat dat het college in het besluit waarmee de subsidie wordt verleend zal worden opgeschreven hoe je moet verantwoorden waar het geld voor is gebruikt. Ook mag het college regels stellen over het gebruik en beheer van de subsidie.
Artikel 11 – Betaling en bevoorschotting
In artikel 11 staat dat op welke manier de subsidie wordt betaald. Dat hangt af van de hoogte van de subsidie. Er kan een voorschot worden uitbetaald of de subsidie kan in één keer worden uitbetaald. Als er een voorschot wordt betaald, dan staat in het verleningsbesluit welk bedrag en wanneer er wordt betaald.
Hoofdstuk 6 – Verplichtingen van de subsidieontvanger
Artikel 12 – Tussentijdse rapportage
In artikel 12 staat dat het college bij subsidies van 50.000 euro of hoger aan de aanvrager kan vragen om een tussentijds verslag aan te leveren. Hierin staat wat er in de tussentijd met het geld is gedaan en welke activiteiten er zijn uitgevoerd. Zo kunnen we bij problemen samen met de subsidieontvanger kijken naar een oplossing of bijsturen als dat nodig is.
Artikel 13 – Algemene regels voor subsidieontvangers
In artikel 13 staat wat de algemene verplichtingen zijn voor subsidieontvangers:
- 1.
Als het niet lukt om (een deel van) de activiteiten uit te voeren of verplichtingen na te komen, moet dit direct schriftelijk worden gemeld aan het college.
- 2.
Doet de subsidieontvanger geen melding, dan kan het college de subsidie verlagen of intrekken.
- 3.
Het college mag controleren wat er met het geld is gebeurd; de ontvanger moet daaraan meewerken en bewijs geven.
- 4.
De subsidieontvanger moet de afgesproken activiteiten daadwerkelijk uitvoeren.
- 5.
Belangrijke veranderingen, zoals stoppen met activiteiten, financiële of organisatorische wijzigingen, of het veranderen van statuten, moeten meteen schriftelijk gemeld worden.
- 6.
Voor bepaalde handelingen is toestemming van het college nodig. Deze zijn opgenomen in artikel 4:71 van de Algemene wet bestuursrecht.
Als je twijfelt of er iets gemeld moet worden, neem dan contact op met de gemeente of het Subsidiebureau via subsidiebureau@almere.nl.
Hoofdstuk 7 – Verantwoording en vaststelling van subsidie
Artikel 14 – Egalisatiereserve
Artikel 14 gaat over de egalisatiereserve. Dat is een reserve voor organisaties die een jaarlijkse subsidie krijgen. Als aan alle voorwaarden is voldaan, alle activiteiten zijn uitgevoerd en er geld overblijft, dan mag een deel van dat geld in deze reserve worden gezet (lid 1). Het geld in de egalisatiereserve mag alleen worden gebruikt om schommelingen in kosten in de volgende jaren op te vangen en die te maken hebben met activiteiten waarvoor de gemeente subsidie geeft (lid 2). Voor ander gebruik van het geld in de egalisatiereserve is toestemming nodig (lid 3). Voor de berekening zijn regels opgenomen (lid 4 en 5). Elk jaar moet de organisatie laten zien hoeveel er in de egalisatiereserve zit en wat ermee gebeurt, in het activiteiten- en financieel verslag (lid 6). Als de regels in artikel 14 niet worden gevolgd, dan kan de subsidie worden verlaagd en teruggevorderd (lid 7).
Het vormen van een egalisatiereserve geldt alleen voor organisaties die een jaarlijkse subsidie ontvangen, dus niet bij een projectsubsidie of een subsidie die één keer wordt verleend. Daarnaast moet de subsidie gefinancierd zijn uit het gemeentefonds en niet uit specifieke rijksuitkeringen, omdat het rijk andere regels gebruikt en de gemeente de subsidie zelf ook jaarlijks moet verantwoorden aan het rijk.
Voor organisaties die een subsidiebedrag ontvangen dat uit verschillende deelsubsidies is opgebouwd, mag de deelsubsidie voor de berekening van de storting aan de egalisatiereserve als een afzonderlijke subsidie/activiteit worden beschouwd. Deze deelsubsidies zijn vaak als deelactiviteiten omschreven in aparte bijlagen bij het verleningsbesluit.
Het kan zijn dat er in een subsidieregeling andere regels zijn opgenomen over het vormen van een egalisatiereserve. Dit wordt dan in het verleningsbesluit opgeschreven.
Voorbeeld 1:
Organisatie X ontvangt in 2025 een jaarlijkse subsidie van € 100.000.
Aan het eind van het jaar zijn alle geplande activiteiten uitgevoerd, maar de stichting heeft maar € 95.000 uitgegeven. Er blijft dus € 5.000 over.
Omdat de activiteiten zijn uitgevoerd conform de genoemde voorwaarden in de subsidieverlening en de kosten lager uitvallen, mag de stichting maximaal € 2.000 (2% van € 100.000) toevoegen aan de egalisatiereserve als de maximale omvang van de egalisatiereserve niet wordt overschreden. De maximale omvang bedraagt 10% van € 100.000 = € 10.000.
Voorbeeld 2:
Organisatie Y ontvangt in 2025 een jaarlijkse subsidie van € 1.500.000. De subsidie bestaat uit deelsubsidies A, B en C voor respectievelijk € 750.000, € 250.000 en € 500.000.
Deelsubsidie A € 750.000
De activiteiten zijn uitgevoerd conform de genoemde voorwaarden in de subsidieverlening maar de werkelijke kosten zijn € 38.000 lager. De maximale toegestane storting aan de egalisatiereserve bedraagt 5% van € 750.000 = € 37.500. Het bedrag van € 37.500 mag worden toegevoegd aan de egalisatiereserve mits de maximale storting van 2% van de totaalsubsidie en de maximaal toegestane omvang van 10% van de totaalsubsidie niet worden overschreden.
Maximale storting is 2% van € 1.500.000 = € 30.000. Maximale omvang is 10% van € 1.500.000 = € 150.000.
Deelsubsidie B € 250.000
De activiteiten zijn uitgevoerd conform de genoemde voorwaarden in de subsidieverlening maar de werkelijke kosten zijn € 5.000 hoger. De organisatie vangt dit tekort zelf op of mag dit, na toestemming van het college, onttrekken uit de egalisatiereserve.
Deelsubsidie C € 500.000
De activiteiten zijn niet uitgevoerd conform de genoemde voorwaarden in de subsidieverlening en de werkelijke kosten zijn € 40.000 lager. In dit geval mag er niets worden gestort in de egalisatiereserve en zal de subsidie lager worden vastgesteld op € 460.000 en wordt een bedrag van € 40.000 teruggevorderd.
In tabelvorm:
Stap 1: beoordeling per deelsubsidie
|
Totaalsubsidie |
|
Deelsubsidie |
Werkelijke kosten |
Resultaat |
Conform subsidieverlening uitgevoerd? |
Max. toevoeging per deelactiviteit (5%) |
Egalisatiereserve storting |
Egalisatiereserve onttrekking |
|
€ 1.500.000 |
A |
€ 750.000 |
€ 712.000 |
€ 38.000 |
Ja |
€ 37.500 |
€ 37.500 |
NVT |
|
|
B |
€ 250.000 |
€ 255.000 |
€ -5.000 |
Ja |
NVT |
NVT |
organisatie moet akkoord aan gemeente vragen of € 5.000 onttrokken mag worden |
|
|
C |
€ 500.000 |
€ 460.000 |
€ 40.000 |
Nee |
NVT |
NVT |
NVT |
|
Totaal |
|
€ 1.500.000 |
€ 1.427.000 |
€ 73.000 |
|
|
|
|
Stap 2: berekening maximaal toegestane storting aan egalisatiereserve
|
Toelichting |
Norm |
Totaal subsidie |
Max. toegestane storting |
Werkelijke storting |
Akkoord |
Max. toevoeging |
|
Storting egalisatiereserve |
Max. 2% |
€ 1.500.000 |
€ 30.000 |
€ 37.500 |
Nee |
€ 30.000 |
Stap 3: berekening maximaal toegestane omvang egalisatiereserve
|
Toelichting |
Norm |
Totaal subsidie |
Max. omvang egalisatiereserve |
Beginstand egalisatiereserve |
Eindstand egalisatiereserve na toevoeging |
Akkoord |
|
Stand egalisatiereserve |
Max. 10% |
€ 1.500.000 |
€ 150.000 |
€ 100.000 |
€ 130.000 |
JA |
Conclusie vaststelling deelsubsidies:
- A.
lager vastgesteld op € 742.000 (€ 750.000 - € 38.000 + € 30.00)
- B.
conform verlening vastgesteld op € 250.000
- C.
lager vastgesteld op € 460.000
De totale subsidie wordt vastgesteld op € 1.452.000
Totaal verleende subsidie € 1.500.000
Deelsubsidie A - € 30.000 mag worden toegevoegd aan de egalisatiereserve mits de maximale storting van 2% van de totaalsubsidie en de maximaal toegestane omvang van 10% van de totaalsubsidie niet worden overschreden.
Deelsubsidie B – conform vaststelling
Deelsubsidie C – lagere vaststelling en € 40.000 teruggevorderd
De subsidie wordt vastgesteld op € 1.460.000 en van dit bedrag zal € 30.000 worden toegevoegd aan de egalisatiereserve.
NB: voor beide voorbeelden wordt uitgegaan dat de subsidies gefinancierd zijn uit algemene middelen (gemeentefonds) of middelen van andere overheden waarbij het is toegestaan om een egalisatiereserve te vormen.
Artikel 15 – Verantwoording subsidie tot 10:000 euro
In artikel 15 staat dat subsidies tot 10.000 euro door het college op twee manieren kunnen worden vastgesteld:
- a)
direct na aanvraag, er komt dan niet eerst een verleningsbeschikking en de subsidie wordt dan in één keer uitbetaald, of
- b)
ambtshalve binnen 13 weken nadat de activiteiten klaar hadden moeten zijn.
Als het college de subsidie ambtshalve vaststelt, kan het de aanvrager verplichten om te bewijzen dat de activiteiten zijn uitgevoerd en dat aan de subsidievoorwaarden is voldaan.
Als een subsidie direct wordt vastgesteld kan de gemeente achteraf nog controleren of het geld op de juiste manier is gebruikt, die noemen we een steekproef. Er worden dan een aantal direct vastgestelde subsidies uitgekozen die alsnog stukken moeten aanleveren voor een controle.
Artikel 16 – Verantwoording subsidies vanaf € 10.000 tot € 50.000
In artikel 16 staat dat als je een subsidie ontvangt tussen de 10.000 en 50.000 euro je een aanvraag moet indienen om de subsidie vast te stellen. Dit moet binnen 13 weken nadat de activiteiten klaar zijn. Hierbij moet je een verslag meesturen waarin staat dat de activiteiten zijn uitgevoerd. Het college kan ook vragen om andere informatie als dat nodig is. De informatie die je moet aanleveren staat in het verleningsbesluit.
Artikel 17 – Verantwoording subsidies vanaf €50.000
In artikel 17 staat in lid 1 dat bij een subsidie van 50.000 euro of meer de ontvanger binnen een bepaalde tijd een aanvraag tot vaststelling moet indienen bij het college. Dit verschilt per soort subsidie.
De aanvraag moet bevatten (lid 2):
- a.
Een inhoudelijk verslag dat aantoont dat de activiteiten zijn uitgevoerd en de doelstellingen zijn behaald. Het verslag moet door het bestuur worden vastgesteld.
- b.
Een financieel verslag of jaarrekening met inkomsten en uitgaven. Het verslag moet een overzicht geven van de activiteiten en gemaakte kosten. De vormgeving van het overzicht moet vergelijkbaar zijn met de aangeleverde begroting. Het verslag moet door het bestuur worden vastgesteld.
- c.
Een balans met toelichting als het gaat om een jaarlijkse of meerjarige subsidie.
- d.
Een accountantsverklaring over de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt als het bedrag van de subsidie meer is dan 125.000 euro.
Het college kan ook vragen om andere documenten als dat nodig is (lid 3). In het verleningsbesluit staat dan wat je moet aanleveren.
Artikel 18 – Vaststellen van de subsidie
In artikel 18 staat dat het college binnen 13 weken nadat de verantwoordingsinformatie is aangeleverd beslist over het vaststellen van de subsidie. Er kan ook een andere beslisperiode gelden als dat is geregeld in een subsidieregeling (lid 1). Als meer tijd nodig is, informeert het college de subsidieontvanger hierover zo snel mogelijk. (lid 2) Het college kan ook bepaalde subsidies of ontvangers aanwijzen waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat een aanvraag voor vaststelling nodig is. (lid 3) Als de aanvraag voor de vaststelling niet op tijd binnenkomt, dan stuurt het college een herinnering. Als er dan de aanvraag voor de vaststelling na de herinnering niet is toegestuurd, dan beslist het college zonder die informatie. Dit kan betekenen dat de subsidie terugbetaald moet worden.
Artikel 19 – Vergoeding vermogensvorming
In artikel 19 staat dat als een subsidie ervoor zorgt dat een organisatie meer vermogen krijgt (bijvoorbeeld door iets te kopen), de organisatie een vergoeding moet betalen aan de gemeente. Die vergoeding hangt af van hoeveel de subsidie bijdraagt aan de inkomsten van de organisatie. Bij onroerend goed wordt de waarde door een expert bepaald. Zo krijgt de gemeente een deel terug van de waarde die door de subsidie is opgebouwd.
Hoofdstuk 8 – Overige bepalingen
Artikel 20 – Indexering
In artikel 20 staat dat het college subsidies mag indexeren, maar slechts tot het maximumpercentage dat de gemeenteraad elk jaar vaststelt in de programmabegroting. Dit zorgt voor duidelijke financiële kaders. Daarnaast biedt het artikel ruimte voor het college om beleidsregels op te stellen over de praktische uitvoering van die indexering.
Artikel 21 – Subsidieverslag
In artikel 21 staat dat artikel 4:24 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet geldt, tenzij het college anders beslist.
Artikel 22 – Berekening van uurtarieven, uniforme kostenbegrippen
In artikel 22 staat dat als de kosten die met de subsidie betaald mogen worden bestaan uit uurtarieven, dat het college dan kan bepalen op welke manier de berekening van die uurtarieven moet zijn (lid 1). Als er voor die berekening bepaalde woorden worden gebruikt (kostenbegrippen) dan gaan we uit van de betekenis die het college bepaalt (lid 2). Je moet uurtarieven en kosten op een eerlijke en vaste manier berekenen, zoals de gemeente dat voorschrijft. Zo voorkomt de gemeente dat er te veel of te weinig wordt gesubsidieerd.
Bij subsidies die onder een Europees steunkader vallen, gelden alleen tarieven en kostenbegrippen die aan dat steunkader voldoen (lid 3).
Artikel 22 – Hardheidsclausule
In hele bijzondere situaties mag de gemeente afwijken van sommige subsidieregels, maar alleen als het écht oneerlijk zou zijn om die regels strikt toe te passen. Het gaat dan om situaties die je vooraf echt niet kunt weten, en waarvoor echt geen oplossing gevonden kan worden. Niet alle regels mogen worden genegeerd. Zo mag het college niet afwijken van de artikelen 1, 2, 3, eerste, tweede en derde lid, en artikel 9. Als de gemeente afwijkt van een van de regels, dan zal dit in een besluit onderbouwd worden.
Artikel 23 – Intrekking
In dit artikel staat dat de Algemene subsidieverordening Almere 2020 wordt ingetrokken. Dat betekent dat die oude regeling niet meer geldt zodra de nieuwe verordening in werking treedt.
De gemeente stopt dan met het gebruiken van de oude subsidieverordening uit 2020.
Artikel 24 – Overgangsbepalingen
In artikel 24 staan de overgangsregels bij het invoeren van de nieuwe subsidieverordening. Dit betekent dat als in een bestaande subsidieregeling nog verwezen wordt naar een artikel uit de oude subsidieverordening van 2020, dan geldt die verwijzing automatisch naar een artikel in de nieuwe verordening van 2025 waarin hetzelfde onderwerp is geregeld. Zo blijft alles goed aansluiten (lid 1).
Lopende aanvragen vallen onder de nieuwe regels. Subsidieaanvragen die zijn ingediend vóórdat de nieuwe verordening is ingegaan, maar waar nog geen besluit over is genomen, worden beoordeeld op basis van de nieuwe verordening.
Artikel 25 – Inwerkingtreding
In artikel 25 staat dat de nieuwe subsidieverordening in werking treedt op de dag na de bekendmaking. Dat betekent: zodra de gemeente officieel laat weten dat de verordening is vastgesteld (via het gemeenteblad), dan geldt deze verordening vanaf de volgende dag.
Artikel 26 – Citeertitel
Algemene subsidieverordening Almere 2025 is de officiële naam van deze verordening. Dit wordt ook zo opgeschreven in documenten, aanvragen of communicatie.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl