Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR745606
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR745606/1
Beleidsregels bijtincidenten honden gemeente Beverwijk 2025
Geldend van 17-10-2025 t/m heden
Intitulé
Beleidsregels bijtincidenten honden gemeente Beverwijk 2025De burgemeester van de gemeente Beverwijk;
Overwegende dat;
- -
De burgemeester een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod kan opleggen aan de eigenaar of de houder van een hond, indien hij de hond vanwege zijn gedrag, hinderlijk of gevaarlijk acht,
- -
De burgemeester discretionair bevoegd is om, ter handhaving van een aanlijn- of muilkorfgebod, een last onder bestuursdwang of last onder dwangsom op te leggen,
- -
Het ter bevordering van de rechtszekerheid en de rechtsgelijkheid wenselijk is om beleidsregels vast te stellen omtrent de toepassing van de discretionaire bevoegdheden tot het hinderlijk of gevaarlijk achten van een hond, het opleggen van een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod, en het opleggen van een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom,
Gelet op:
- -
Artikel 1:3, vierde lid, 4:81 eerste lid, 4:83 en titel 5:32 van de Algemene wet bestuursrecht;
[De aanhef bevat een kennelijke verschrijving. Hier wordt bedoeld: artikel 5:32 Algemene wet bestuursrecht in plaats van titel 5:32 Awb.]
- -
Artikel 125, eerste en derde lid en artikel 172 derde lid Gemeentewet;
- -
Artikel 2:59 van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Beverwijk 2024.
Besluit:
Vast te stellen de
Beleidsregels bijtincidenten honden gemeente Beverwijk 2025
Artikel 1 Begripsbepalingen
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
- a.
bijtincident: de situatie waarin een hond door te bijten schade heeft aangericht;
- b.
gevaarlijke hond: de hond als bedoeld in artikel 3
- c.
gedragstest: een onderzoek waarbij de hond op verschillende onderdelen wordt getest op risicovol gedrag en waarbij een inschatting wordt gemaakt van het risico op recidive. De gedragstest dient te worden afgenomen door een gediplomeerde en geaccrediteerde gedragstherapeut met daarbij een individueel, therapeutisch trainingsadvies. De opdracht tot de gedragstest wordt door de eigenaar of houder op eigen kosten gegeven. Uit de gedragstest zal moeten blijken dat de door de burgemeester voorgenomen maatregel niet noodzakelijk is.
- d.
hinderlijke hond: de hond als bedoeld in artikel 3
- e.
risico-assessment: onderzoek uitgevoerd door een gediplomeerde en geaccrediteerde hondengedragstherapeut naar het gedrag van de hond waarbij een inschatting wordt gemaakt van de risico’s die de hond geeft voor de maatschappij waaronder in ieder geval het risico op herhaling van een incident. Het afnemen van een risico-assessment geschiedt gedurende de in bewaringneming van de hond.
Artikel 2 Beoordeling bijtincident
-
1. Indien er sprake is van letselschade of schade aan een ander dier die het directe gevolg is van een bijtincident, wordt aan de hand van het vierde lid beoordeeld of er sprake is van ernstige schade of geringe schade.
-
2. Al dan niet in afwijking van het eerste lid is letselschade of schade aan een dier met de dood of invaliditeit tot gevolg altijd ernstige schade.
-
3. Schade die het gevolg is van een bijtincident, niet zijnde letselschade of schade aan een ander dier, wordt niet tot ernstige schade gerekend.
-
4.
- a.
Van ernstige schade is sprake, als één van de volgende omschrijvingen van die schade van toepassing is:
- 1.
De dood of invaliditeit van een ander dier;
- 2.
Diepe verwonding met spierschade, weefselverlies, schade aan de bloedvaten, zenuwen en botten;
- 3.
Diepe verwonding met spierschade, weefselverlies, schade aan bloedvaten en zenuwen;
- 4.
Diepe verwonding met spierschade;
- 5.
Beet met tandafdrukken door de huid heen.
- 1.
- b.
Van geringe schade is sprake, als één van de volgende omschrijvingen van die schade van toepassing is:
- 1.
oppervlakkige verwonding zonder spierschade;
- 2.
beet met tandafdrukken;
- 3.
beet waarvan een afdruk of blauwe plek zichtbaar is;
- 4.
Materiële schade.
- 1.
- a.
Artikel 3 Gevaarlijk of hinderlijk
-
1. Een hond wordt gevaarlijk geacht indien deze heeft gebeten met ernstige schade, als bedoeld in het vorige artikel, tot gevolg.
-
2. Een hond die bij meerdere bijtincidenten, binnen twee jaar, letselschade of schade aan een dier heeft veroorzaakt, wordt eveneens gevaarlijk geacht, ongeacht de omvang van de schade
-
3. Een hond wordt hinderlijk geacht indien deze heeft gebeten met geringe schade tot direct gevolg danwel binnen twee jaar meerdere bijtincidenten met materiële schade tot gevolg heeft veroorzaakt.
Artikel 4 Aanvang onderzoek
Een onderzoek start zo snel mogelijk nadat een melding of aangifte van een bijtincident is ontvangen.
Artikel 5 Horen
-
1. De melder wordt door een toezichthouder benaderd voor een huisbezoek.
-
2. Tijdens het huisbezoek wordt aan de melder de gelegenheid gegeven om aan de toezichthouder een feitelijk verslag te doen van het bijtincident. De melder wordt door de toezichthouder verzocht om, indien beschikbaar, beeldmateriaal van de schade die het directe gevolg is van het bijtincident over te dragen. Als voor de behandeling van de schade medische hulp nodig was, vraagt de toezichthouder aan de melder om hiervan bewijs aan te leveren.
-
3. Van het huisbezoek wordt door de toezichthouder een bestuurlijke rapportage opgemaakt, waarin ten minste wordt opgenomen:
- a.
Het feitelijk verslag van het gesprek met de melder,
- b.
Een omschrijving van de aard en omvang van de schade,
- c.
De naam en het adres van de melder,
- d.
Indien van toepassing: het ras en de naam van de hond die gebeten is,
- e.
Het overige dat de melder ter onderbouwing wil toevoegen.
- a.
Artikel 6 Horen getuigen
Getuigen worden gehoord als dat naar mening van de toezichthouder of behandelend ambtenaar nodig is.
Artikel 7 Wederhoor
-
1. De eigenaar of houder van de hond die gebeten heeft, wordt door de toezichthouder benaderd voor een huisbezoek.
-
2. Tijdens het huisbezoek wordt aan de eigenaar of de houder van de hond die een bijtincident heeft veroorzaakt de gelegenheid gegeven om aan de toezichthouder een feitelijk verslag te doen over het incident.
-
3. Van het huisbezoek wordt door de toezichthouder een bestuurlijke rapportage opgemaakt, waarin ten minste wordt opgenomen:
- a.
Het feitelijk verslag van het gesprek met de eigenaar of houder van de hond die gebeten heeft,
- b.
Het ras, een beschrijving, het (eventuele) chipnummer en de naam van de hond die gebeten heeft,
- c.
Het overige dat de eigenaar of houder van de hond die gebeten heeft wil toevoegen.
- a.
Artikel 8 Geen wederhoor mogelijk
Als wederhoor niet mogelijk is doordat de eigenaar of houder van de hond die gebeten heeft niet bekend is, eindigt het onderzoek. Melder wordt hierover geïnformeerd. De bestuurlijke rapportage uit artikel 5 lid 3 kan als ondersteunend bewijs dienen bij een ander bijtincident als in voldoende mate kan worden vastgesteld dat het dezelfde hond betreft.
Artikel 9 Registratie bijtincidenten
Bij de registratie van bijtincidenten worden (voor zover bekend) de volgende gegevens opgenomen:
- a.
Personalia eigenaar of houder;
- b.
Personalia benadeelde partij;
- c.
Personalia getuige(n);
- d.
Gegevens van de bijtende hond inclusief vermelding van ras, chipnummer, roepnaam hond, eventueel een kopie van paspoort en/of stamboomgegevens
- e.
Indien van toepassing gegevens slachtoffer
- f.
Indien van toepassing gegevens inclusief foto’s van gebeten hond of inclusief vermelding van ras, chipnummer, roepnaam hond, kopie (eventuele) paspoort en/of stamboomgegevens;
- g.
Als de eigenaar/houder meerdere honden heeft van hetzelfde ras dan wel die uiterlijke gelijkenis vertonen, foto’s van de hond die gebeten heeft
- h.
Indien van toepassing gegevens inclusief foto’s van gebeten dier of object;
- i.
Aard en omvang van letsel en schade;
- j.
Omstandigheden en aanleiding waaronder de hond heeft gebeten;
- k.
Of de hond mee naar huis is of in beslag is genomen en op welke grond;
- l.
Of er andere of ‘oudere’ meldingen (tot 2 jaar terug) over de desbetreffende hond in het systeem aanwezig zijn.
Artikel 10 Waarschuwing
-
1. De eigenaar of houder van een hond die alleen materiële schade heeft veroorzaakt als bedoeld in artikel 2 lid 3, krijgt een schriftelijke waarschuwing.
-
2. In afwijking van het eerste lid wordt een hond die bij meerdere bijtincidenten, binnen twee jaar, materiële schade heeft veroorzaakt als bedoeld in artikel 3, derde lid, hinderlijk geacht.
Artikel 11 Maatregel incident
-
1. De eigenaar of houder van een gevaarlijke hond, moet ervoor zorgen dat deze hond aangelijnd en gemuilkorfd is, overeenkomstig met artikel 2:59 van de APV, wanneer deze zich niet op het eigen terrein van de eigenaar of houder bevindt. In het besluit wordt de eigenaar of houder van de hond erop gewezen dat het aanlijn- en muilkorfgebod ook geldt in losloopzones en dat het muilkorf gebod ook op eigen grond geldt als de eigenaar of houder de hond los laat lopen in een onafgesloten tuin of als er ontsnappingsgevaar is vanuit de woning vanwege openstaande doorgangen.
-
2. De eigenaar of houder van een hinderlijke hond moet ervoor zorgen dat deze hond aangelijnd is, overeenkomstig artikel 2:59 van de APV, wanneer deze hond zich niet op eigen terrein van de eigenaar of de houder bevindt. In het besluit wordt de eigenaar of houder erop gewezen dat het aanlijngebod ook geldt in losloopzones en ook op eigen grond geldt als de eigenaar of houder de hond los laat lopen in een onafgesloten tuin.
-
3. Om de maatregel op te kunnen volgen, wordt in het besluit een begunstigingstermijn (de tijd die volgens de burgemeester nodig is om aan het besluit te kunnen voldoen) genoemd. De duur van de begunstigingstermijn wordt bepaald aan de hand van de tijd die redelijkerwijs nodig is om een muilkorf en een korte lijn aan te schaffen, of in ieder geval het middel dat nodig is om het besluit zoals bedoeld in lid 1 of 2 op te kunnen volgen. In principe ligt deze begunstigingstermijn op een week na de ontvangst van het besluit. Als bekend is dat deze middelen al in het bezit zijn van de eigenaar of houder wordt er geen begunstigingstermijn gegeven.
-
4. Als de burgemeester naar aanleiding van een incident meent dat er sprake is van:
- a.
Een hinderlijke hond kan hij een schriftelijke waarschuwing of een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod opleggen als bedoeld in artikel 2:59 van de APV;
- b.
Een gevaarlijke hond legt hij een aanlijngebod of een aanlijn- of muilkorfgebod op als bedoeld in artikel 2:59 APV;
- c.
De burgemeester kan een maatregel opleggen geldend voor het gehele grondgebied van de gemeente Beverwijk;
- d.
Er kan een maatregel worden opgelegd naar aanleiding van een bijtincident dat heeft plaatsgevonden in een buurgemeente van de gemeente Beverwijk;
- e.
De burgemeester kan de hond aanmelden bij het Landelijk Honden Dossier, waarmee de aangesloten gemeenten informatie met elkaar kunnen delen over gevaarlijke honden.
- a.
Artikel 12 Intrekking aanlijn- of muilkorfgebod
-
1. De burgemeester legt het aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod voor onbepaalde tijd op.
-
2. De houder of eigenaar van een hond kan een verzoek indienen om het aanlijngebod of een aanlijn- of muilkorfgebod in te trekken. Daarbij kan de eigenaar of de houder op eigen kosten een risico-assessment laten uitvoeren om aan te tonen dat het gebod niet noodzakelijk meer is.
-
3. Met het oog op het grote belang van beperking van de risico’s is de burgemeester terughoudend met het inwilligen van een verzoek om het gebod in te trekken en doet hij dit alleen als er een gegronde reden is om aan te nemen dat er geen risico op herhaling meer is.
-
4. De burgemeester weegt de uitslag van het (eventuele) risico-assessment mee in zijn beslissing op het verzoek. Verder kan de burgemeester advies inwinnen bij de politie of een andere deskundige instantie en gewicht toekennen aan de volgende factoren:
- a.
de mate waarin de eigenaar zich verantwoordelijk toont en heeft getoond voor het onschadelijk houden van de hond;
- b.
de mate waarin de hond onder appel staat;
- c.
De effecten van het intrekken van het gebod op de leef- en woongebied van de hond;
- d.
de aard en de omvang van het letsel of de schade veroorzaakt door een beet of een reeks van beten;
- e.
de peri-incidentfactoren, dit betreft het gedrag van de hond voor, tijdens en na een incident, situationele factoren zoals provocerende interacties, risicovolle situaties, uitlokkende stimuli, situationele omgevingsfactoren, timing karakteristieken en factoren die het doelwit of het slachtoffer betreffen en het type agressie dat de hond vertoont;
- f.
beoordeling van achtergrondinformatie gerelateerd aan de hond en de omgeving, zoals informatie die ziet op de gezondheid van de hond, de geschiedenis van de hond, de eigenaar, de omgeving of het functioneren van de hond;
- g.
het gegeven of de hond mee naar huis is genomen of in beslag is genomen na het incident dat aanleiding was voor het opleggen van het gebod;
- h.
andere of oudere meldingen in het systeem over de betreffende hond.
- a.
Artikel 13 Reikwijdte
De bepalingen van deze beleidsregels hebben uitsluitend betrekking op de bestuursrechtelijke handhavingsbevoegdheden van de burgemeester en beperken de opsporingsambtenaren niet in hun bevoegdheden die zij ontlenen aan het strafprocesrecht.
Artikel 14 Handhaving aanlijngebod
-
1. Indien een hinderlijke hond zich buiten het eigen terrein bevindt en door de eigenaar of de houder de opgelegde maatregel niet wordt nageleefd, kan een last onder dwangsom worden opgelegd.
-
2. De herstelmaatregel bestaat uit het naleven van het aanlijngebod als de hond zich buiten het eigen terrein bevindt.
-
3. De hoogte van de dwangsom wordt vastgesteld op duizend euro per overtreding, met een maximum van tweeduizend euro. Als uit feiten blijkt dat het voor de overtreder voordeliger is om de herstelmaatregel niet te nemen, wordt de hoogte van de dwangsom zo vaak als nodig verdubbeld, totdat de prikkel om de last op te volgen, bereikt is.
Artikel 15 Handhaving aanlijn- en muilkorfgebod
-
1. Indien een gevaarlijke hond zich buiten het eigen terrein bevindt en door de eigenaar of de houder de opgelegde maatregel niet wordt nageleefd, kan een last onder bestuursdwang worden opgelegd.
-
2. De herstelmaatregel bestaat uit het naleven van het aanlijn- en muilkorfgebod als de hond zich buiten het eigen terrein bevindt.
-
3. In de beschikking kan worden meegedeeld dat, indien het aanlijn- en muilkorfgebod niet wordt nageleefd, de burgemeester de overtreding kan beëindigen door de hond in beslag te nemen. Tevens wordt in de beschikking meegedeeld dat de kosten voor de voorbereiding, het transport, het verblijf, het risico-assessment en de eventuele kosten om de hond te euthanaseren voor rekening zijn van de overtreder.
Artikel 16 Handhaving aanlijn- en muilkorfplicht vanwege directe gevaarzetting
-
1. In geval een aanlijn- of muilkorfgebod niet wordt opgevolgd of dit tevens een direct gevaar voor mensen of andere dieren oplevert of opgeleverd heeft, kan besloten worden dat met spoedeisende bestuursdwang, dus zonder voorafgaande last, de hinderlijke of gevaarlijke hond in beslag wordt genomen.
-
2. Vooraf aan de inbeslagname of, indien dat niet mogelijk was, zo snel mogelijk nadien wordt de beschikking bekendgemaakt.
-
3. In de beschikking wordt meegedeeld dat de kosten voor de voorbereiding, het transport, het verblijf, het risico-assessment en de eventuele kosten om de hond te euthanaseren voor rekening zijn van de overtreder.
Artikel 17 Bestuursdwang: inbeslagname
Een gevaarlijke hond kan in beslag worden genomen indien:
- 1.
Een last onder bestuursdwang is opgelegd, als bedoeld in artikel 11, eerste lid, en die last niet binnen de begunstigingstermijn is opgevolgd of
- 2.
Er geen herstelsanctie is opgelegd, maar er sprake is van een spoedeisende situatie als bedoeld in artikel 16, eerste lid.
Artikel 18 Advisering bij bestuursdwang
-
1. De inbeslaggenomen gevaarlijke hond wordt onderworpen aan een risico-assessment door een professionele hondengedragsdeskundige, waarbij het assessment erop gericht is om duidelijkheid te verschaffen van de risico’s als de hond teruggeplaatst wordt.
-
2. Indien uit het risico-assessment blijkt dat de hond niet zonder onacceptabele risico’s wordt teruggeplaatst kan worden, kan de eigendom van de hond overgedragen worden aan een ander of kan de hond geëuthanaseerd worden.
Artikel 19 Teruggeven, weggeven, euthanaseren
-
1. In beginsel wordt het advies van de hondengedragsdeskundige die het risico-assessment heeft afgenomen opgevolgd.
-
2. Indien opvolging van het advies zou inhouden dat de hond aan de eigenaar of de houder teruggegeven wordt, maar er concrete aanwijzingen zijn waaruit afgeleid kan worden dat dit een onacceptabele onrust veroorzaakt in de directe omgeving van het verblijfadres van de houder of de eigenaar, wordt het advies niet opgevolgd. Als de gevaarlijke hond veelvuldig op een ander adres verblijft dan op het verblijfadres van de eigenaar of de houder, dan geldt het bepaalde in de vorige volzin ook ten aanzien van de directe omgeving van dat andere adres.
-
3. De teruggave van een gevaarlijke hond brengt, in beginsel, geen verandering teweeg in het oordeel dat de hond gevaarlijk is; het aanlijn- of muilkorfgebod blijft dan ook onverkort van kracht. Alleen indien het risico-assessment vermeld, of als op basis daarvan zonder twijfel kan worden geoordeeld, dat de hond zonder muilkorf in de publieke ruimte ongevaarlijk is voor mensen of andere dieren, kan beslist worden dat de hond niet meer gevaarlijk geacht wordt en het aanlijn- of muilkorfgebod worden opgeheven.
-
4. Een gevaarlijke hond wordt uitsluitend herplaatst bij een ander door deze weg te geven:
- a.
als uit het risico-assessment is gebleken dat het gedrag van de hond nog ten goede is bij te stellen,
- b.
en aan een ander die zelf aantoonbaar bekwaam is om de bijstelling in het gedrag te bewerkstelligen of
- c.
aan een ander die naar het oordeel van de professionele hondengedragsdeskundige die het risico-assessment heeft afgenomen, geschikt is om de hond te houden.
- a.
-
5. De ander uit het vierde lid, onder b of c, aan wie de hond wordt weggegeven, krijgt een aanlijn- en muilkorfgebod opgelegd, tenzij het risico-assessment vermeldt, of op basis daarvan zonder twijfel kan worden geoordeeld, dat de hond zonder muilkorf in de publieke ruimte ongevaarlijk is voor mensen of andere dieren.
-
6. Een gevaarlijke hond die niet teruggegeven kan worden, en die niet binnen dertien weken na de inbeslagname als bedoeld in artikel 17 herplaatst kan worden onder de criteria uit het vierde lid, wordt geëuthanaseerd.
Artikel 20 Uitzonderingen op toepassing van deze beleidsregel
-
1. In uitzonderlijke gevallen of bij zeer ernstige situaties kan de burgemeester afwijken van deze beleidsregel. Dit wordt gedaan als er sprake is van verstoring van de openbare orde of ernstige vrees daarvoor. De burgemeester kan dan overgaan tot het toepassen van spoedeisende bestuursdwang op grond van artikel 5:31:1, tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht of op grond van artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet en het bevel geven om direct over te gaan tot in bewaarneming van de hond.
-
2. Op grond van artikel 4:8 Awb zal overeenkomstig deze beleidsregels worden gehandeld. In geval waarbij de toepassing van deze beleidsregels (gelet op het te beschermen belang) leidt tot onevenredige gevolgen voor een of meer belanghebbende(n) kan de burgemeester afwijken van hetgeen in de beleidsregels is bepaald.
Artikel 21 Overgangsbepalingen
-
1. Een beschikking waar waarmee een aanlijn- en/of muilkorfgebod is opgelegd, voordat deze beleidsregels bekendgemaakt werden, blijft onverkort van kracht.
-
2. Een herstelsanctie die is opgelegd, voordat deze beleidsregels bekendgemaakt werden, blijft onverkort van kracht.
-
3. Eerder gegeven waarschuwingen worden beschouwd als waarschuwingen in de zin van artikel 5.
Artikel 22 Citeertitel en inwerkingtreding
-
1. Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel hinderlijke en gevaarlijke honden gemeente Beverwijk 2025.
-
2. Deze beleidsregel treedt in werking op de eerste dag van bekendmaking.
Ondertekening
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl