Beleidsregel beoordeling levensgedrag Delft

Geldend van 17-10-2025 t/m heden

Intitulé

Beleidsregel beoordeling levensgedrag Delft

De burgemeester van Delft,

gezien het voorstel d.d. 6 oktober 2025, met kenmerk 6294723,

gelet op de artikelen 2:64 en 3:5 van de Algemene plaatselijke verordening voor Delft, artikel 8 en artikel 35 van de Alcoholwet, artikel 15 van de Alcoholverordening Delft 2023, artikel 4 van het Speelautomatenbesluit 2000, en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht,

b e s l u i t:

vast te stellen de volgende:

Beleidsregel beoordeling levensgedrag Delft

Hoofdstuk 1 Inleiding

Exploitanten, leidinggevenden en beheerders hebben een belangrijke verantwoordelijkheid voor het woon- en leefklimaat in de omgeving van de onderneming en de openbare orde en veiligheid. Zij dienen verstoring van de openbare orde, zoals overlast, criminaliteit, geweld en middelenmisbruik (alcoholmisbruik en gebruik van andersoortige verdovende middelen) te voorkomen en te beperken. Daarnaast zijn zij verantwoordelijk voor (de veiligheid van) hun personeel, bezoekers en de directe omgeving van de onderneming en voor het signaleren en melden van misstanden, waaronder mensenhandel en uitbuiting.

Voor meerdere vergunningen die de burgemeester op grond van de Algemene plaatselijke verordening voor Delft en de Alcoholwet kan verlenen, geldt daarom dat exploitanten, leidinggevenden en beheerders ‘niet in enig opzicht van slecht levensgedrag’ mogen zijn. Bij de invulling van dit criterium komt de burgemeester beoordelingsruimte toe. Per geval moet hij onderbouwen welke feiten of omstandigheden reden zijn om het levensgedrag tegen te werpen.

Deze beleidsregel geeft een nadere invulling van het begrip ‘slecht levensgedrag’ zoals opgenomen in de Algemene plaatselijke verordening voor Delft (hierna: APV), de Alcoholwet en het Speelautomatenbesluit 2000 (hierna: Speelautomatenbesluit). Zij bevat een uiteenzetting van de gegevensbronnen die de burgemeester raadpleegt en de wijze waarop die informatie wordt betrokken bij de besluitvorming.

De toets van het levensgedrag van een aanvrager of vergunninghouder, is een preventieve toets om risico’s voor de openbare orde en veiligheid of het goede woon- en leefklimaat te beperken. Slecht levensgedrag is een (zelfstandige) grond om de vergunning te weigeren of in te trekken, te weigeren om leidinggevenden of beheerders bij te schrijven op de vergunning of om extra voorwaarden aan de vergunning te verbinden.

Hoofdstuk 2 Algemene bepalingen

Artikel 2:1 Definities

  • -

    APV: Algemene plaatselijke verordening voor Delft;

  • -

    beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent in een seksinrichting of escortbedrijf;

  • -

    belastingdienst: de Rijksbelastingdienst;

  • -

    Bibob-onderzoek: een toets van de burgemeester op grond van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob);

  • -

    exploitant: de natuurlijke persoon of de bestuurders van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico het bedrijf wordt uitgeoefend;

  • -

    IND: de Immigratie- en Naturalisatiedienst;

  • -

    informatiebronnen: bronnen die worden geraadpleegd om levensgedrag te toetsen zoals informatie uit openbare bronnen, van de politie, het Justitieel Documentatiesysteem etc.;

  • -

    Justitieel Documentatie Systeem: het register met daarin misdrijven door en overtredingen van natuurlijke personen en rechtspersonen;

  • -

    leidinggevende: de natuurlijke persoon of de bestuurders van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico het horecabedrijf of het slijtersbedrijf wordt uitgeoefend en/of de natuurlijke persoon, die algemene leiding geeft aan een onderneming, waarin het horecabedrijf of het slijtersbedrijf wordt uitgeoefend in één of meer inrichtingen;

  • -

    Nederlandse Arbeidsinspectie: de toezichthouder van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, wiens toezicht is gericht op de naleving van de wet- en regelgeving over arbeidsomstandigheden, de arbeidsmarkt, arbeidsverhoudingen en het sociale zekerheidsstelsel;

  • -

    ondernemer: de natuurlijke persoon of de wettelijk vertegenwoordiger van een rechtspersoon die een hoogdrempelige inrichting, als bedoeld in artikel 30, onder d en artikel 30c, vierde en vijfde lid, van de Wet op de kansspelen drijft;

  • -

    pleegdatum: datum waarop het feit is gepleegd;

  • -

    RIEC: Regionaal Informatie- en Expertise Centrum;

  • -

    slecht levensgedrag: één of meerdere gedraging(en) van een exploitant, leidinggevende, ondernemer of beheerder van een vergunningplichtige inrichting die aanleiding geeft dan wel geven om een vergunning te weigeren dan wel een vergunning in te trekken.

  • -

    vergunning: de vergunning als bedoeld in de APV, de Wet op de kansspelen, de Alcoholwet en de Alcoholverordening, waaronder mede begrepen het verlof alcoholvrije drank, in de zin van artikel 14, eerste lid, van de Alcoholverordening.

Artikel 2.2 Reikwijdte beleidsregel

Met deze beleidsregel vult de burgemeester in hoe hij uitvoering geeft aan de beoordeling van het levensgedrag, zoals bedoeld in de APV, de Alcoholwet, de Alcoholverordening Delft 2023 (hierna: Alcoholverordening), de Wet op de kansspelen en het Speelautomatenbesluit.

Artikel 2.3 Toepassing beleidsregel

Deze beleidsregel is van toepassing op alle bedrijven en activiteiten, waarvoor ingevolge de in artikel 2.2 genoemde regelingen een vergunningplicht geldt en waarbij de burgemeester de bevoegdheid heeft de vergunning te weigeren of in te trekken, indien de exploitant, de leidinggevende, de ondernemer of de beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is.

Artikel 2.4 Informatiebronnen

  • 1. De burgemeester onderbouwt bij de weigering dan wel intrekking van de vergunning welke feiten of omstandigheden reden zijn om het levensgedrag tegen te werpen.

  • 2. De burgemeester weegt bij de toets van het levensgedrag diverse gegevens in samenhang.

  • 3. De belangrijkste informatiebronnen, die hierbij gebruikt worden zijn:

    • a.

      informatie van de politie;

    • b.

      het Justitieel Documentatie Systeem;

    • c.

      handhavingsgegevens en overige gegevens waarover de gemeente beschikt;

    • d.

      informatie uit een Bibob-onderzoek;

    • e.

      informatie uit openbare bronnen.

  • 4. Indien noodzakelijk kan de burgemeester via het RIEC informatie inwinnen bij de Nederlandse Arbeidsinspectie, de Belastingdienst, de Douane en de IND.

Artikel 2.5 Medewerkingsplicht

Exploitanten, leidinggevenden, ondernemers en beheerders verlenen medewerking aan toezichthouders, delen informatie proactief en zijn eerlijk over de feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan en relevant zijn voor het beoordelen van het levensgedrag.

Artikel 2.6 Beoordeling levensgedrag

  • 1. De burgemeester bepaalt per geval, of er sprake is van slecht levensgedrag dat moet leiden tot het weigeren of intrekken van de vergunning.

  • 2. De toetsing vindt plaats naar aanleiding van de vergunningaanvraag of een bijschrijving van een leidinggevende of beheerder.

  • 3. De burgemeester kan het levensgedrag opnieuw beoordelen indien er gedurende de looptijd van een vergunning sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden, naar aanleiding van signalen over de onderneming of naar aanleiding van signalen over een andere onderneming van dezelfde exploitant of ondernemer. Bij de toetsing weegt de burgemeester alle relevante feiten en omstandigheden in samenhang met en in relatie tot de vergunning.

  • 4. De volgende feiten en gedragingen kunnen in ieder geval worden betrokken bij de beoordeling van het levensgedrag:

    • a.

      feiten en gedragingen die zijn verwoord in processen-verbaal, bestuurlijke rapportages of mutaties van de politie;

    • b.

      feiten en gedragingen die zijn neergelegd in rapportages van toezichthouders;

    • c.

      feiten en gedragingen die blijken uit strafrechtelijke procedures;

    • d.

      strafrechtelijke veroordelingen, transacties en strafbeschikkingen;

    • e.

      zaken waarin het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is verklaard;

    • f.

      zaken die zijn geseponeerd;

    • g.

      het structureel overtreden van wet- en regelgeving waarvoor bestuursrechtelijke maatregelen, zoals boetes of lasten onder dwangsom, kunnen worden opgelegd.

  • 5. In de bijlage bij deze beleidsregel is een niet-limitatief overzicht opgenomen van feiten die meewegen in de toets op levensgedrag. De bijlage wordt met deze beleidsregel vastgesteld.

Hoofdstuk 3 Nadere uitwerking per type bedrijf of activiteit

Artikel 3.1 Regels voor ieder type bedrijf of activiteit

Bij de beoordeling van het levensgedrag van exploitanten, leidinggevenden, ondernemers en beheerders van ieder type bedrijf of activiteit, worden de volgende factoren betrokken:

  • a.

    het type inrichting;

  • b.

    de periode waarin de feiten zijn gepleegd. In beginsel worden alleen feiten die zich hebben voorgedaan in de periode van vijf jaar voorafgaand aan het besluit meegenomen in de beoordeling. Dit geldt niet voor informatie van de Belastingdienst en overige fiscale feiten. Daarbij wordt gekeken naar de aard en de omvang van de informatie en of sprake is van een patroon om te beoordelen of dit relevant is voor de toets op levensgedrag.

    Bij de berekening van de periode van vijf jaar gelden de volgende uitgangspunten:

    • de pleegdatum is leidend;

    • voor de berekening van de laatste vijf jaar telt de periode waarin een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf of voorlopige hechtenis is ondergaan niet mee;

    • de peildatum voor het vaststellen van de periode van vijf jaar is de datum van de aanvraag van de vergunning, de tussentijdse bijschrijving van een exploitant, leidinggevende of beheerder of de datum van het besluit tot intrekking van de vergunning;

    • indien er sprake is van een patroon of een hoge frequentie van (soortgelijke) feiten, kunnen ook gedragingen of veroordelingen die langer dan vijf jaar voorafgaand aan het besluit hebben plaatsgevonden, in de beoordeling worden betrokken;

  • c.

    het type feiten. Er is sprake van gedragingen die naar hun aard en ernst de vrees rechtvaardigen dat de aanwezigheid van de exploitant, leidinggevende, ondernemer of beheerder - als verantwoordelijke voor de exploitatie van het bedrijf of de activiteit - een bedreiging vormt voor de openbare orde, veiligheid of de kwaliteit van het woon- en leefklimaat in de buurt. Ook kan rekening worden gehouden met gedragingen die op zichzelf niet reeds als ernstig in vorenbedoelde zin worden beschouwd, maar die in samenhang met andere gedragingen een bepaald gedragspatroon opleveren dat voormelde vrees rechtvaardigt.

  • d.

    de mate van samenhang van de gedragingen met de activiteit waarvoor de vergunningplicht geldt, evenals gedragingen die een exploitant, ondernemer, beheerder of leidinggevende in de privésfeer heeft begaan;

  • e.

    de omstandigheid of er een sanctie is opgelegd en de zwaarte van deze sanctie. Het is niet vereist dat er een sanctie is opgelegd om een feit mee te kunnen nemen in de beoordeling van het levensgedrag. Bij een sepot vanwege gebrek aan bewijs kan het feitencomplex informatie bevatten over de houding en het gedrag van de exploitant, de leidinggevende, de ondernemer of de beheerder die relevant is voor de toets op het levensgedrag. Het delict zelf zal niet worden meegenomen in de beoordeling, maar relevante informatie over houding en gedrag wel. Een dergelijk feitencomplex zal op zichzelf staand geen weigeringsgrond opleveren;

  • f.

    de leeftijd op de pleegdatum en de huidige leeftijd van de exploitant, leidinggevende, ondernemer of beheerder. Ook feiten gepleegd als minderjarige, kunnen bij de beoordeling worden betrokken;

  • g.

    de omstandigheid of de exploitant, leidinggevende, ondernemer of beheerder verwijtbaar of nalatig betrokken is geweest bij een pand dat op last van de burgemeester op grond van artikel 13b van de Opiumwet, artikel 174a van de Gemeentewet, of artikel 2:29, 2:64, 2:65, 3:7 of 3:16 van de APV is gesloten.

Artikel 3.2 Alcoholschenkend horecabedrijf en slijtersbedrijf

De burgemeester weegt bij de beoordeling van het levensgedrag van exploitanten en leidinggevenden van alcoholschenkende inrichtingen alcoholgerelateerde feiten verzwaard mee.

Artikel 3.3 Seksbedrijven

De burgemeester kijkt bij de beoordeling van het levensgedrag van exploitanten en beheerders van seksbedrijven onder andere naar persoonlijke omstandigheden en de achtergrond van de exploitant en de beheerder om te bepalen of het levensgedrag een risico vormt op het laten werken van (mogelijke) slachtoffers van misstanden in de inrichting.

Artikel 3.4 Bedrijven in een aangewezen gebied, gebouw of bedrijfsmatige activiteiten

In het geval van bedrijven, die op grond van artikel 2:64 van de APV vergunningplichtig zijn, betrekt de burgemeester bij de beoordeling van het levensgedrag ook de reden voor deze vergunningplicht.

Hoofdstuk 4 Overige bepalingen

Artikel 4.1 Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt een dag na de bekendmaking in het elektronische gemeenteblad in werking.

Artikel 4.2 Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel beoordeling levensgedrag Delft.

Ondertekening

Aldus vastgesteld op 6 oktober 2025 te Delft,

Bijlage bij de Beleidsregel beoordeling levensgedrag Delft

Overzicht van de meest relevante feiten en gedragingen

De onderstaande lijst betreft een niet-limitatieve opsomming van feiten en gedragingen die meewegen in de beoordeling van het levensgedrag.

  • 1.

    Geweldsdelicten en vernieling

    Mishandeling

    Moord of doodslag

    Overige misdrijven tegen het leven

    Openlijke geweldpleging tegen goederen of personen

    Vernieling, vandalisme, baldadigheid

    Brandstichting

  • 2.

    Alcoholgerelateerde feiten

    Rijden onder invloed van alcohol

    Aanstalten maken rijden onder invloed van alcohol

    Weigeren ademanalyse

    Openbaar dronkenschap, openlijk of hinderlijk gebruik van alcohol

    Overtreding ge- en verbodsbepalingen Alcoholwet

  • 3.

    Drugsgerelateerde feiten

    Bezit, handel en vervaardigen van hard- en softdrugs, inclusief voorbereidingshandelingen

    Openlijk of hinderlijk gebruik van drugs

    Rijden onder invloed van drugs of medicijnen

    Drugsafval

  • 4.

    Wapens en munitie

    Bezit en handel in wapens of munitie als bedoeld in de Wet Wapens en Munitie

    Schiet- of steekpartijen

  • 5.

    Vermogensdelicten

    Verduistering

    Heling

    Chantage of afpersing

    Witwassen

    Fraude

    Vals/vervalst geld aanmaken of vals/vervalst geld uitgeven

    Oplichting en flessentrekkerij

  • 6.

    Zedendelicten en mensenhandel

    Zedendelicten

    Vervaardigen/bezit/verspreiden van kinderporno

    Gijzeling of ontvoering

    Mensenhandel, arbeidsuitbuiting en mensensmokkel

  • 7.

    Niet meewerken met de politie en toezichthouders en het niet opvolgen van rechtelijke uitspraken

    Wederspannigheid

    Niet voldoen aan bevel of vordering

    Valse aangifte

    Vals ID opgeven

    Weigeren ademanalyse/ bloedproef/ vervangend (urine) onderzoek

    Rijden tijdens rijverbod/ Rijden terwijl rijbewijs is ingevorderd/ Rijden tijdens rijontzegging

    Overtreding huisverbod

    Omkoping ambtenaar in functie

  • 8.

    Verplichtingen inzake Rijksbelastingen

    Niet nakomen van fiscale verplichtingen op grond van Invorderingswet 1990

    Niet nakomen van fiscale verplichtingen op grond van de Algemene wet inzake rijksbelastingen

  • 9.

    Openbare orde en APV

    Hinderlijk gedrag

    Samenscholing, ongeregeldheden en ordeverstoringen

    Afsteken vuurwerken op verboden plaatsen

    Geluidshinder

    Openbare orde sluiting op last van de burgemeester

  • 10.

    Wegenverkeerswet

    Joyriding

    Snelheidsovertreding

    Agressief rijgedrag

    Onveilig rijgedrag

    Verkeersongeval met letsel

    Verlaten plaats na verkeersongeval

    Rijden met vals kenteken

    Onverzekerd rijden

  • 11.

    Overig

    Diefstal/ Overval

    Zakkenrollerij/ Straatroof

    Oplichting/ Heling

    Discriminatie

    Belediging

    Bedreiging/ Intimidatie

    Stalking

    Cybercrime

    Misdrijven Wet op de kansspelen (WOK)

    Huisvredebreuk

    Chantage

    Machtsmisbruik

    Criminele contacten

    Deelname aan een criminele organisatie

    Lidmaatschap verboden rechtspersoon

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 3.1, sub a

Een coffeeshop, lunchroom, shishalounge of fastfoodrestaurant zijn bijvoorbeeld verschillend van karakter en trekken overwegend een ander publiek aan. Ze brengen daarom verschillende risico’s en verantwoordelijkheden voor de exploitant en leidinggevende met zich mee.

Artikel 3.2

Exploitanten en leidinggevenden hebben een voorbeeldfunctie en zijn verantwoordelijk voor hun bezoekers. In het kader van deze verantwoordelijkheid moeten zij bezoekers er bijvoorbeeld van weerhouden bepaalde middelen in te nemen. Alcoholgerelateerde feiten zijn daarom relevant voor de toets op levensgedrag. Bij alcoholschenkende horecabedrijven en slijtersbedrijven wegen overtredingen als rijden onder invloed van alcohol en openbaar dronkenschap zwaar mee in de beoordeling.

Artikel 3.3

Schuldenproblematiek, betrokkenheid bij (huiselijk) geweld, drugshandel, uitbuiting en mensenhandel zijn voorbeelden van omstandigheden die iets kunnen zeggen over het referentiekader van de exploitant of beheerder.