De ‘U&H-strategie milieu Drenthe 2026-2029 – gemeente Tynaarlo

Geldend van 01-01-2026 t/m heden

Intitulé

De ‘U&H-strategie milieu Drenthe 2026-2029 – gemeente Tynaarlo

De colleges van B&W van de Drentse gemeenten en Gedeputeerde Staten van de provincie Drenthe worden gevraagd de U&H strategie milieu Drenthe 2026-2029 vast te stellen. Het document is technisch en gedetailleerd. De kern is samengevat in zes vragen.

1.Waar gaat de strategie wel en niet over?

Deze uitvoerings- en handhavingsstrategie (U&H-strategie) voor milieu in Drenthe beschrijft de wijze van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) van milieutaken voor de periode 2026-2029. Deze taken worden uitgevoerd door Omgevingsdienst Drenthe.

In de strategie wordt beschreven hoe diepgaand Omgevingsdienst Drenthe adviesverzoeken van gemeenten of provincie behandelt en meldingen en vergunningaanvragen beoordeelt. Ook wordt bepaald hoe met klachten en handhavingsverzoeken wordt omgegaan, waar toezicht plaatsvindt en hoe grondig de controles zijn.

Milieu-ambities van gemeenten en provincie, zoals normen en regels voor verbetering luchtkwaliteit en beperking geur- of geluidoverlast, staan niet in deze strategie. Bij iedere gemeente en de provincie is dit vastgelegd in eigen milieubeleid en/of hun Omgevingsvisie, omgevingsplan of omgevings-verordening. Deze bestuurlijke en maatschappelijke prioriteiten zijn bij het maken van deze strategie geïnventariseerd.

De (regionale) U&H-strategie milieu is voor de gemeenten en provincie een aanvulling op het eigen VTH-beleid voor taken die zij zelf uitvoeren, zoals de vergunningverlening en het toezicht op bouw-activiteiten.

2.Wat is de doelgroep van de strategie

De strategie is opgesteld door de 12 Drentse gemeenten en de provincie Drenthe. Omgevingsdienst Drenthe voert de milieutaken uit namens de gemeenten en provincie. Met de strategie geven de gemeenten en provincie aan welke doelen zij willen dat de omgevingsdienst realiseert én op welke wijze de gemeenten, de provincie én de omgevingsdienst deze taken behoren uit te voeren. Het is dus een uitwerking van de opdracht die zij hebben gegeven aan de omgevingsdienst.

Deze regionale strategie zorgt voor eenduidigheid in de uitvoering van milieutaken. De uitvoering van de strategie versterkt de samenwerking tussen gemeenten, provincie en Omgevingsdienst Drenthe. Het doel is een effectieve en uniforme uitvoering van de milieutaken, gericht op het beschermen van de fysieke leefomgeving en het milieu in de regio. Hier komen ook de belangen van de inwoners en de bedrijven in beeld: een schoon en veilig Drenthe.

3.Wat zijn de thema’s van beleid

In de strategie zijn vier thema’s beschreven, te weten locaties met milieuactiviteiten, zeer zorgwekkende stoffen, bodem en energie. Van elk thema worden in de strategie de taakomschrijving, de grootste risico’s en de doelstellingen benoemd. Hieronder lopen we kort de thema’s door.

Een groot deel van de inzet van de omgevingsdienst is gericht op bedrijfsmatige activiteiten, de zogenaamde locaties met belastende milieuactiviteiten. (voorheen inrichtingen). Drenthe telt circa 12.600 locaties met milieubelastende activiteiten, verdeeld over afval & industrie, agrarisch en MKB/gebouwen. Risico’s ontstaan door illegale activiteiten en worden vergroot door onvolledig toezicht en niet actuele vergunningen. Omgevingsdienst Drenthe hanteert een risicogericht toezichtmodel waarbij bedrijfsbranches worden gescoord op milieueffecten, ondermijning en maat-schappelijke impact. De doelstellingen zijn gericht op verbetering van de naleving (minder overtredingen) van de 10 branches die het slechtst scoren en op het verbeteren van het gedrag van de vergunning-houders.

Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) vormen grote risi-co’s voor gezondheid en milieu. Asbest wordt intensief gereguleerd met meldingsplicht en risicoklassen. De omgevingsdienst beoordeelt sloopmeldingen en voert toezicht uit, met speciale aandacht voor illegale saneringen. Doelstellingen zijn onder andere gericht op het gedrag bij specifieke risicoklasse saneringen en het verminderen van saneringen die onterecht zonder melding plaatsvinden. Voor actuele onderwerpen als gewasbestrijdingsmiddelen en Pfas-houdende stoffen worden de landelijke ontwikkelingen nauw gevolgd en taken opgepakt waar al mogelijk.

Bodemactiviteiten omvatten onder meer bodem-energiesystemen, saneringen en grondverzet. Risico’s komen onder meer door onvolledige meldingen, illegale werkzaamheden en het ontbreken van bodem-onderzoek bij bouwactiviteiten. De omgevingsdienst beoordeelt meldingen risicogericht en voert toezicht uit, inclusief vrije veld controles. Doelstellingen zijn onder meer gericht op gedrag bij overtredingen en dat bodemonderzoeken beoordeeld worden vóór vergunningverlening.

De energietransitie vereist energiebesparing en duur-zame opwekking. Bedrijven met groot energieverbruik moeten voldoen aan informatie-, onderzoeks- en auditplichten. De omgevingsdienst voert risicogericht toezicht uit op naleving van deze plichten en energiebesparingsmaatregelen. Doel is onder meer dat alle bedrijven met zeer groot energieverbruik in 2027 voldoen aan de onderhoudsplicht.

Naast de VTH-doelen voor bovengenoemde thema’s zijn doelstellingen ten aanzien uitvoeringskwaliteit, dienstverlening en financiën opgenomen.

4.Wat wordt het verschil met de huidige wijze van werken?

In de strategie wordt een aantal uitgangspunten voor de wijze van werken nader omarmd: risicogericht werken, preventief werken en informatiegestuurd werken.

Bij risicogericht werken gaat het niet alleen om het toezicht dat plaatsvindt op locaties waar de risico’s het hoogst zijn, maar ook de beoordeling van meldingen en aanvragen is risicogericht. Er wordt ingezet op het reduceren van de grootste risico’s. Een groot deel van de risico’s betreft situaties die niet gemeld of vergund zijn; dit betekent ook dat meer aandacht wordt besteed aan opsporing en ‘vrije-veld’ toezicht om illegale situaties op te sporen.

Bij preventief werken voorkomen we waar mogelijk onveilige situaties en hinder voor de omgeving met meer aandacht voor voorlichting en gedrags-beïnvloeding.

Door beter gebruik van de informatie die binnen én buiten Omgevingsdienst Drenthe verzameld wordt, komen risico’s boven tafel. Ketentoezicht versterken en aanpak van ondermijning hoort hier bij.

Bedrijven en inwoners van Drenthe gaan dus met name merken dat de omgevingsdienst zich vooral richt op de risicovolle activiteiten. Ga je met activiteiten aan de slag die een grote impact hebben op de veiligheid, luchtkwaliteit, geluid, gezondheid of andere milieuaspecten? Dan zal het contact intensiever zijn. Bij minder risicovolle activiteiten zal je de omgevingsdienst minder zien. Burgers en bedrijven die bewust risicovolle activiteiten niet melden, merken dat de omgevingsdienst door slim gebruik van data beter gaat opsporen en illegale situaties sneller in beeld heeft en doorpakt. Ook vindt meer vrije veld toezicht (surveillance) plaats en door gebruik van data zoals luchtfoto’s kan ook gerichter toezicht worden gehouden.

De wijze van werken en de inzet van instrumenten is in de strategie in detail terug te lezen, onder meer in de bijlage met de preventie-, vergunning-, toezicht-, sanctie- en gedoogstrategie.

5.Gaat de strategie meer tijd en geld kosten?

In de U&H strategie is een tabel opgenomen waarin onderwerpen worden benoemd waarvan een extra inzet én onderwerpen waarvan een afname van inzet wordt verwacht. Er vindt daarmee een verschuiving plaats van taken en dus van inzet ten opzichte van de vorige strategie. Het uitgangspunt bij het opstellen van de U&H strategie was immers dat deze geen meerkosten voor de regio als geheel met zich meebrengt (budget-neutraal).

De ‘budgetneutrale U&H-strategie’ betekent niet dat kosten per individuele deelnemer perse gelijk blijven. Er kan sprake zijn van een (relatief geringe) verschuiving in de deelnemersbijdrage onderling. De effecten worden zichtbaar in het jaarprogramma 2026 en de Begroting 2027.

6.Hoe wordt bewaakt dat er ook gewerkt wordt volgens de strategie?

In de U&H-strategie zijn VTH-doelen opgenomen en voor ieder doel ook één of meerdere indicatoren. Over de realisatie van de VTH-doelen legt Omgevingsdienst Drenthe de komende jaren verantwoording af in haar jaarverslag.

Omgevingsdienst Drenthe rapporteert ook over de effecten voor de organisatie. Door te monitoren ont-staat inzicht in de efficiency van de aanpak door de omgevingsdienst; op basis van monitoring kunnen andere instrumenten worden ingezet.

Het jaarverslag wordt, net als de U&H strategie, vastgesteld door de colleges en ter kennisname aangeboden aan de gemeenteraden en Provinciale Staten.

Ondertekening