Toepassing Wet markt en overheid

Geldend van 19-06-2014 t/m heden

Intitulé

Toepassing Wet markt en overheid

Aan de gemeenteraad

Voorstel (concept-besluit}

Vaststellen van economische activiteiten in het algemeen belang als bedoeld in artikel 25 h lid 5 en lid 6 Mededingingswet:

  • a.

    evenementen, bijeenkomsten en publiciteit daarover;

  • b.

    preventie-adviezen woninginbraken;

  • c.

    exploitatie van fietsenstallingen;

  • d.

    levering van overtollige zaken;

  • e.

    verstrekking van onderhoudsmateriaal voor openbaar groen in het kader van burgerparticipatie;

  • f.

    exploitatie van parkeergarages, inclusief Parkeerbedrijf Orpheus BV;

  • g.

    schuldhulpverlening;

  • h.

    verhuur/subsidiëring van exploitatie van vastgoed;

  • i.

    verstrekken van geldleningen aan sportclubs.

Toelichting

1.Aanleiding

Op 1 juli 2012 is de Mededingingswet uitgebreid met de Wet markt en overheid (de artikelen 25g t/m 25m Mededingingswet). De bedoeling van de wetgever hiermee is dat in geval van economische activiteiten van overheidsinstellingen er eerlijk wordt geconcurreerd met bedrijven en dat er sprake is van een gelijk speelveld. Volgens de Memorie van toelichting wordt onder een economische activiteit verstaan "het aanbieden van goederen of diensten aan derden op een bepaalde markt".

De wet heeft geen invloed op de uitoefening van wettelijke taken door overheidsinstellingen, bijvoorbeeld vergunningverlening, de verstrekking van documenten als paspoorten en rijbewijzen en het voltrekken van huwelijken, kortom de typische overheidstaken. Er moet sprake zijn van een duidelijke wettelijke taak om van toepassing van de wet uitgezonderd te zijn. In het verlengde daarvan valt ook het uitvoeren van wettelijke taken ten behoeve van andere overheidsinstellingen zoals buurgemeenten niet onder de werking van de Wet markt en overheid.

Op de meeste punten kent de wet voor bestaande economische activiteiten een overgangstermijn van 2 jaar. Overheidsinstellingen moeten dus uiterlijk 1 juli 2014 aan de wet voldoen. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) houdt toezicht op naleving van de wet.

De meest vergaande bevoegdheid van de ACM is het opleggen van een last onder dwangsom, als een overheidsinstelling de wet overtreedt. In een dergelijk geval moet de activiteit op zeer korte termijn worden gestaakt, op straffe van verbeurte van een (meestal hoge) dwangsom. Een andere mogelijkheid is dat een bedrijf zich oneerlijk beconcurreerd acht en naar de rechter stapt om de overheidsactiviteit beëindigd te krijgen en/of een schadevergoeding te verkrijgen.

2.Achtergrond

De Wet markt en overheid schrijft overheidsinstellingen vier gedragsregels voor economische activiteiten voor:

  • integrale kostendoorberekening: niet enkel de salariskosten van betrokken ambtenaren, maar ook kosten van huisvesting, automatisering, energie, onderhoud, schoonmaak, kapitaallasten etc. moeten in de prijs van het te leveren product of dienst worden doorberekend, ook zelfs als die prijs dan hoger zou worden dan de marktprijs.

  • bevoordelingsverbod: overheden mogen hun eigen overheidsbedrijven (bijv. Accres, Luchthaven Teuge) niet bevoordelen ten opzichte van andere bedrijven, tenzij het overheidsbedrijf een publieke taak uitvoert (bijv. Circulus). Deze gedragsregel is verwant aan het Europees staatssteunrecht.

  • gegevensgebruik: het is niet vanzelfsprekend dat overheden gegevens die ze vanuit hun publieke taak verkrijgen mogen gebruiken voor economische activiteiten. Overheden mogen de gegevens waar ze over beschikken alleen hergebruiken voor andere economische activiteiten als andere organisaties of bedrijven (onder dezelfde voorwaarden) over de gegevens kunnen beschikken.

  • functiescheiding: ambtenaren die betrokken zijn bij de uitoefening van een bestuurlijke bevoegdheid (bijv. behandelen van vergunningaanvragen) mogen niet betrokken zijn bij de uitoefening van economische activiteiten (bijv. verkoop van bouwgrond).

De wet kent enkele uitzonderingen, waarin de genoemde gedragsregels niet van toepassing zijn. Eén daarvan betreft de economische activiteiten die worden verricht door een onderneming die belast is met de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening, voor zover op deze activiteiten artikel 5 van die wet van toepassing is.

Een andere uitzondering is dat de gemeenteraad gemotiveerd kan besluiten dat bepaalde economische activiteiten in het algemeen belang plaatsvinden. In de motivering dient een afweging tussen het algemeen belang en belangen van mogelijke derden plaats te vinden. Deze uitzondering in de wet is dan ook de concrete aanleiding uw raad dit voorstel te doen.

Om een zo goed mogelijk beeld van alle gemeentelijke economische activiteiten te krijgen zijn alle eenheden van de organisatie bij de ambtelijke voorbereiding betrokken geweest.

Indien uw raad niet tot besluitvorming overgaat, zijn de hiervoor genoemde activiteiten in strijd met de wet en dienen deze uiterlijk 1 juli 2014 te zijn beëindigd.

3.(Beleids) inhoud voorstel

De Wet markt en overheid vereist een afdoende motivering van het raadsbesluit dat een activiteit in het algemeen belang plaatsvindt om van de wet te mogen afwijken. Daarom gaan wij hierna puntsgewijs in op hiervoor onder a t/m i genoemde activiteiten.

Ingevolge de wet moet worden aangegeven welk onderdeel van de organisatie is belast met uitvoering van de activiteit.

  • a.

    Evenementen, bijeenkomsten en publiciteit daarover (eenheden Publiek, Ondernemen en Wijken + Personeel, Communicatie en Bestuursondersteuning + Shared Service Center)

Evenementen kennen we in zeer verschillende omvang, van een bescheiden buurtfeest tot een internationale sportwedstrijd in Omnisport. Daartoe worden dranghekken geplaatst, vlaggen, posters en spandoeken opgehangen, een internetbericht geplaatst etc. Aan grote evenementen wordt ook in de overige media publiciteit gegeven.

Voorzover er een relatie is met de verkeersveiligheid (bijv. wegafzetting), is sprake van uitoefening van een wettelijke taak en is er geen sprake van een economische activiteit in de zin van de Wet markt en overheid.

Ontbreekt een relatie met een wettelijke taak, zoals in geval van publiciteit, dan is sprake van een economische activiteit, waarvoor ingevolge de wet de integrale kosten moeten worden doorberekend. Daarbij rijst onder meer de vraag aan wie die kosten moeten worden toegerekend. Dit zou de houder van de evenementenvergunning kunnen zijn, maar er ontbreekt doorgaans een juridische basis om die kosten door te berekenen, immers de gemeente levert niet een gevraagd concreet product of dienst aan de vergunninghouder op basis van een gesloten contract, maar heeft ook zelf baat bij publiciteit voor bijvoorbeeld een sportevenement. Evenementen als buurtfeesten bevorderen de sociale samenhang in de betreffende buurt.

Wij achten het dan ook in het algemeen belang in geval van evenementen niet over te gaan tot integrale kostendoorberekening.

Daarnaast zijn er regelmatig diverse bijeenkomsten in een gemeentelijk gebouw, zoals het stadhuis. Wij hebben hier het oog op incidentele bijeenkomsten. Deze moeten worden onderscheiden van voortdurend gebruik van (een deel van) een gemeentelijk gebouw. In het laatste geval is sprake van verhuur (zie verder onder punt h).

Soms ligt een bijeenkomst in het verlengde van de uitvoering van een wettelijke taak, zoals een informatiebijeenkomst over de wijze waarop de gemeente de Wet maatschappelijke ondersteuning toepast. In dat geval is geen sprake van een economische activiteit in de zin van de Wet markt en overheid.

Ontbreekt echter een relatie met een wettelijke taak, zoals bijeenkomsten van maatschappelijke organisaties, dan is sprake van een economische activiteit. Dergelijke organisaties kunnen immers elders tijdelijk ruimte voor een bijeenkomst verkrijgen. Gevolg van de wet is dat integrale kosten moeten worden doorberekend.

Dit staat echter haaks op het gastheerschap van de gemeente, bijvoorbeeld in geval van een bijeenkomst van de VNG, een expositie, de beëdiging van de marechaussee of een door een maatschappelijke organisatie te houden herdenking. Er kan aanleiding zijn van dergelijke organisaties een vergoeding voor gebruik van koffie, thee etc. te vragen, maar doorberekening van integrale kosten acht ons college gewoonlijk niet wenselijk.

Het stadhuis (incl. het voormalige raadhuis) is niet enkel een werkruimte voor bestuurders, raadsleden en ambtenaren, het behoort ook een ontmoetingsruimte voor alle lagen van de bevolking te zijn, met andere woorden: de ruimte in met name het stadhuis heeft een verbindende, sociale functie. Daarom achten wij het in het algemeen belang niet gewenst tot doorberekening van integrale kosten over te gaan in geval van bijeenkomsten in (een deel van) een gemeentelijk gebouw. De eventuele belangen van andere partijen, die ruimte ter beschikking kunnen stellen, wegen hier niet tegen op.

De overige eisen in de Wet markt en overheid zijn niet problematisch.

  • b.

    Preventie-adviezen woninginbraken (eenheid Veiligheid en Recht)

Wij beogen inbraken in woningen zo veel mogelijk tegen te gaan. Vaak is sprake van aanzienlijke materiële schade, maar daarnaast zijn ook de emotionele gevolgen voor de bewoners aanzienlijk, ook wanneer gebruik van geweld tegen bewoners achterwege blijft. Burgers kunnen advies verkrijgen hoe hun woning beter bestand te maken tegen inbraak. Kosten van preventieve maatregelen dragen zij zelf, slechts het advies van de gemeente is gratis.

Naar onze mening hebben de preventie-adviezen van de gemeente een bepaalde meerwaarde boven eventuele adviezen van marktpartijen. Ons advies is niet alleen onafhankelijk en onpartijdig, het is bovendien breder dan dat van marktpartijen, omdat wij ter bevordering van de subjectieve veiligheid van bewoners ook omgevingsfactoren hierbij betrekken. En in geval van nazorg door de gemeente aan slachtoffers van een woninginbraak kan een preventie-advies aan de nazorg worden gekoppeld om het zeker aanwezige risico van een tweede inbraak te beperken.

Uit de Wet markt en overheid vloeit voort dat de integrale kosten van advisering door de gemeente moeten worden doorberekend. In dat geval zou een financiële drempel voor het inwinnen van advies worden opgeworpen en dat achten wij met het oog op preventie onwenselijk.

Ondernemers, die veiligheidsadviezen geven, opereren op dezelfde markt en hebben uit het oogpunt van deze wet belang bij integrale kostendoorberekening door de overheid. Mede gelet op voornoemde meerwaarde achten wij het algemeen belang van inbraakpreventie echter hoger dan de belangen van deze ondernemers.

  • c.

    Exploitatie van fietsenstallingen (eenheid Beheer en Onderhoud)

Bij deze economische activiteit is evenmin sprake van doorberekening van integrale kosten. Het stallen is immers gratis. Uw raad heeft dat onlangs bij de kerntakendiscussie nog een keer herbevestigd. En zelfs indien een bescheiden tarief zou worden ingevoerd, is geen sprake van integrale kostendoorberekening. De voordelen van handhaving van het huidige beleid van gratis stallen zijn:

  • het bevorderen van orde in de openbare ruimte door het tegengaan van slordig

  • geparkeerde fietsen,

  • het bevorderen van lichaamsbeweging van de bevolking waardoor een bijdrage kan worden geleverd aan het voorkomen van ziekten;

  • het verminderen van autoverkeer waardoor een bijdrage wordt geleverd aan een meer

  • duurzame samenleving en

  • het tegengaan van fietsendiefstal.

Daar staat het belang van een mogelijke particuliere exploitant tegenover. Een dergelijke exploitant zal een stalling rendabel willen exploiteren, dus de door hem aan het publiek te berekenen tarieven dienen al zijn kosten te dekken en hem een redelijke marge als middel van bestaan op te leveren. Dit zou echter tot een stallingstarief leiden dat door fietsers onaantrekkelijk wordt geacht, waardoor genoemde vier voordelen niet worden gerealiseerd.

Wij achten de vier aan het huidige beleid verbonden geschetste voordelen zwaarwegender dan het belang van een mogelijke concurrerende stallingexploitant.

De overige drie vereisten van de wet zijn niet problematisch.

  • d.

    Levering van overtollige zaken (eenheden Beheer en Onderhoud + Shared Service Center)

De gemeente levert drie verschillende zaken: niet-opgehaalde "weesfietsen" uit het stations- en uitgaansgebied, afgeschreven kantoormateriaal en gekapt hout (dat geen productiehout is).

Ondanks de gratis fietsenstallingen is het noodzakelijk om regelmatig tot verwijdering over te gaan van foutief geplaatste fietsen in de omgeving van station en Caterplein. Deze bevoegdheid van ons college is publiekrechtelijk van aard (APV) en is daardoor geen economische activiteit in de zin van de Wet markt en overheid.

Om te voorkomen dat er een te grote voorraad fietsen ontstaat, worden de niet-opgehaalde fietsen na verloop van tijd doorgeleverd aan een derde, zonder enige tegenprestatie.

Het ontbreken van een tegenprestatie klopt echter niet met de Wet markt en overheid, daar deze eist dat de integrale kosten worden doorberekend. Aangezien de marktwaarde van deze fietsen gewoonlijk zeer gering is, bevindt deze marktwaarde zich (vrijwel) altijd onder het niveau van de integrale kosten. Met andere woorden: de fietsen zijn met inachtneming van de Wet markt en overheid onverkoopbaar, immers er is geen koper te vinden die meer wil betalen dan de marktwaarde.

Er zijn wel twee alternatieven, zonder wettelijke belemmering, namelijk blijvende opslag van de niet-opgehaalde weesfietsen of vernietiging. In dat geval worden de belangen van fietsenhandelaren niet geschaad. De gevolgen van blijvende opslag van fietsen zijn: steeds groeiende ruimtebehoefte en blijvend stijgende kosten.

Het andere alternatief, vernietiging, is uit een oogpunt van duurzaamheid evenmin maatschappelijk aanvaardbaar, met het uitgangspunt dat iets wat enige waarde heeft, ook al is dat gering, niet moet worden vernietigd.

Wij komen tot de afweging dat de belangen van fietsenhandelaren niet opwegen tegen het algemeen belang van doorlevering van niet-opgehaalde weesfietsen zonder dat de integrale kosten worden doorberekend.

Bij levering van overtollig, afgeschreven kantoormateriaal aan een derde gelden dezelfde overwegingen. Ook hier doen zich twee alternatieven voor integrale kostendoorberekening voor, te weten blijvende opslag en vernietiging. De belangen van leveranciers van kantoormateriaal wegen naar onze mening niet op tegen het algemeen belang van duurzame verwerking van het overtollig materiaal.

Regelmatig vindt er bomenkap plaats in bossen, plantsoenen en in wegbermen. Er kunnen uiteenlopende redenen zijn: ziekte van bomen, dunning om meer licht voor mens, dier en plant te verkrijgen, verkeersveiligheid etc.

Overtollig hout wordt aan burgers verkocht, die dit zelf verder verwerken, gewoonlijk ten behoeve van een open haard. Ook in dit geval worden de integrale kosten niet doorberekend. Als dit wel zou gebeuren, zou de vraag naar dit hout stokken.

Evenals bij de weesfietsen en het kantoormateriaal zijn er twee alternatieven, namelijk blijvende opslag en vernietiging. In geval tot opslag zou worden overgegaan, komt er naast de bij de weesfietsen en het kantoormateriaal genoemde punten, nog het toenemende risico van brand bij. En ook in dit geval is vernietiging van iets wat enige waarde heeft, maatschappelijk niet aanvaardbaar.

Wij achten het algemeen belang van levering van gekapt hout (niet zijnde productiehout) dan ook groter dan de belangen van betrokken detailhandelaren, die houtblokken verkopen. De overige vereisten van de Wet markt en overheid zijn niet problematisch.

  • e.

    Verstrekking van onderhoudsmateriaal voor openbaar groen in het kader van burgerparticipatie (eenheid Beheer en Onderhoud)

Het onderhoud van openbaar groen wordt onderscheiden in niveaus. Voor Hoenderloo en de wijk Woudhuis is vastgesteld dat onderhoud op B-niveau voldoende is, terwijl een aantal inwoners van Hoenderloo en Woudhuis voorstander is van onderhoud op het hogere A-niveau. Met hen is afgesproken dat zij dat hogere onderhoudsniveau zelf ter hand nemen (burgerparticipatie). In dat kader leent de gemeente kosteloos onderhoudsmateriaal aan hen uit. De Wet markt en overheid schrijft echter in geval van uitleen de doorberekening van integrale kosten voor. In geval van vrijwilligerswerk zou dat het einde van deze vorm van burgerparticipatie betekenen. Alternatieven zijn dat de gemeente zelf het onderhoud op A-niveau ter hand neemt of dit aanbesteedt. Beide alternatieven brengen kosten met zich mee.

Wij achten het algemeen belang dat burgers daadwerkelijk en op vrijwillige basis betrokken zijn en blijven bij hun woonomgeving groter dan belangen van bedrijven die onderhoudsmateriaal verhuren.

  • f.

    Exploitatie van parkeergarages, inclusief parkeerbedrijf Orpheus BV (eenheid Ruimtelijke Leefomgeving)

Momenteel is een notitie over het gemeentelijk parkeerbeleid in voorbereiding. Aangezien de overgangstermijn van de Wet markt en overheid op 1 juli 2014 zal verstrijken, stelt ons college uw raad voor ook deze exploitatie in uw besluitvorming in het kader van deze wet te betrekken. De situatie waarin parkeergarage Orpheus zich bevindt, verschilt in juridisch opzicht van de overige, gemeentelijke garages Brinkpark, Koningshaven en Marktplein. Parkeergarage Orpheus wordt niet rechtstreeks door de gemeente geëxploiteerd, maar indirect, namelijk door een BV, en wel om fiscale reden (BTW). Omdat de resultaten van de BV ten gunste of ten laste komen van de gemeenterekening (Reserve Bereikbaarheid) zou hier sprake kunnen zijn van bevoordeling van een overheidsbedrijf.

De gemeentelijke parkeergarages kennen verschillende bezettingsgraden en verschillende opbrengsten. Indien conform de Wet markt en overheid integrale kosten zouden worden doorberekend, zou dit met name voor minder bezette garages tot hogere tarieven gaan leiden, met waarschijnlijk een nog lagere bezetting als gevolg. Daardoor zou het algemeen belang van minder parkeren in de openbare ruimte en spreiding van verkeersdruk over de stad worden doorkruist. Wij achten dit algemeen belang zwaarwegender dan de belangen van particuliere exploitanten.

De overige vereisten van de wet zijn bij de exploitatie van parkeergarages niet problematisch.

  • g.

    Schuldhulpverlening (eenheid Werkplein Activerium)

Ondanks dat er een wettelijke regeling van schuldhulpverlening is, wordt dit toch als economische activiteit aangemerkt. Uit de wet is namelijk niet af te leiden dat dit een exclusieve overheidstaak is, waardoor er ook particuliere schuldhulpverleners actief zijn. De Wet markt en overheid is dan ook op schuldhulpverlening van toepassing.

Integrale kostendoorberekening, die de wet vereist, is in de praktijk van de schuldhulpverlening niet haalbaar. Kosten van beschermingsbewind zijn landelijk vastgesteld door kantonrechters in de vorm van het Landelijk Overleg Vakinhoud Civiel en Kanton (LOVCK).

Voor kosten van budgetbeheer worden door ons college drie tarieven gehanteerd, die afhankelijk zijn van de omvang van het beheer. Deze tarieven zijn wel marktconform, maar integrale kostendoorberekening zou tot hogere tarieven leiden, met als onaanvaardbaar risico dat het budgetbeheer zijn doel voorbijschiet. De schuldenproblematiek laat naar zijn aard geen ruimte voor integrale kostendoorberekening.

Bij schuldhulpverlening wordt gebruik gemaakt van gegevens uit de Basisregistratie Personen (voorheen: GBA-gegevens). Ook al kent de Wet op de schuldhulpverlening een legitimatieplicht, het kan aan te bevelen zijn gegevens te checken. Gegevens uit de BRP mogen gewoonlijk niet aan particuliere schuldhulpverleners worden verstrekt en zouden op grond van de Wet markt en overheid dan ook niet aan een gemeentelijk schuldhulpverlener mogen worden verstrekt.

Ook de wettelijk vereiste functiescheiding verdient hier aandacht. De gemeentelijke schuldhulpverlener verricht een economische activiteit. De Wet markt en overheid vereist dat deze schuldhulpverlener geen publiekrechtelijke bevoegdheid namens ons college uitoefent. In de praktijk komt het voor dat een schuldhulpverlener aanleiding ziet om een aanvraag om schuldhulpverlening te weigeren, bijvoorbeeld omdat de aanvrager steeds in herhaling valt en dus niets heeft geleerd van vorige schuldhulptrajecten. In die situatie oefent de schuldhulpverlener, daartoe gemandateerd door ons college, een publiekrechtelijke bevoegdheid uit. De Wet markt en overheid vereist echter een functionele scheiding tussen de economische activiteit van schuldhulpverlening en het nemen van een publiekrechtelijke weigeringsbeschikking. Gelet op de kennis, ervaring en het beoordelingsvermogen van de schuldhulpverlener met deze materie achten wij het onwenselijk uw raad voor te stellen op dit punt tot functiescheiding over te gaan.

Onze conclusie in het onderwerp schuldhulpverlening is dat het algemeen belang met zich meebrengt dat op de punten integrale kostendoorberekening, gegevensgebruik en functiescheiding wordt afgeweken van de vereisten in de Wet markt en overheid.

  • h.

    Verhuur/subsidiëring van exploitatie van vastgoed (eenheid Vastgoed en Grond + Jeugd, Zorg en Welzijn + Ruimtelijke Leefomgeving)

Verhuur van vastgoed vormt een duidelijk voorbeeld waarom het vereiste van integrale kostendoorberekening in de Wet markt en overheid niet haalbaar is.

De eenheid Vastgoed en Grond streeft naar kostendekkende huurprijzen. Dat is echter niet altijd te realiseren. Meestal is sprake van langlopende huurcontracten, waarin de huurprijs jaarlijks slechts met een inflatiecijfer kan worden verhoogd.

En daarnaast zijn wettelijke huurprijsregelingen van belang. De huurprijs van woningen wordt bepaald door huurprijsbescherming, die leidt tot een huurprijsniveau dat zich onder het niveau van integrale kosten bevindt. De verhuur van bedrijfsruimte, zoals winkels en horeca, kent een stelsel van huurprijsbescherming, dat marktwaarde als uitgangspunt kent en die marktwaarde bevindt zich veelal onder het niveau van integrale kosten.

In geval van leegstand doet zich een kraakrisico voor. Bij tijdelijk in gebruik geven van een leegstaand pand ter voorkoming van kraken worden evenmin integrale kosten doorberekend. Het ontbreken van huurbescherming is op zichzelf al reden om niet de integrale kostprijs door te rekenen in de huur. Bovendien vergemakkelijkt dit de verhuur van deze panden, hetgeen verloedering tegengaat.

Het algemeen belang van de landelijke huurprijswetgeving en van het beperken van risico's van leegstand weegt naar onze mening zwaarder dan het eventuele belang dat partijen op de vastgoedmarkt hebben bij integrale kostendoorberekening door onze gemeente.

Daarnaast speelt bij vastgoed ook het bevoordelingsverbod van overheidsbedrijven een rol. Stichtingen zoals Coda worden in het kader van de Wet markt en overheid niet als overheidsbedrijf aangemerkt, maar vennootschappen zoals Accres Apeldoorn BV en Schouwburg- en Congrescentrum Orpheus NV wel, aangezien de gemeente {de meerderheid van) aandelen in deze vennootschappen heeft. De accommodaties van Accres en het theatergebouw Orpheus zijn in eigendom van de gemeente.

Accres en Orpheus zijn overheidsbedrijven, die maatschappelijk vastgoed exploiteren, hoofdzakelijk ten behoeve van sport-, welzijns- en sociale respectievelijk culturele activiteiten. Enkel voor het gebruik als gymnastieklokaal door scholen is een wettelijke basis aanwezig. Alle overig gebruik vormt een economische activiteit in de zin van de Wet markt en overheid.

Zonder subsidie van de gemeente kunnen Accres en Orpheus ingaande 1 juli 2014 niet op de huidige wijze functioneren en zou een forse verhoging van tarieven en toegangsprijzen noodzakelijk zijn, met aanzienlijke vraaguitval als waarschijnlijk gevolg. Het is naar onze mening van algemeen belang dat burgers {en met name ook kinderen) tegen maatschappelijk aanvaardbare tarieven sport kunnen beoefenen, aan welzijns- en sociale activiteiten kunnen deelnemen en zich cultureel kunnen laten vormen.

Ons voorstel is dan ook de activiteiten van Accres en Orpheus voort te zetten en in het algemeen belang af te wijken van het bevoordelingsverbod in de Wet markt en overheid. Dit algemeen belang weegt zwaarder dan de eventuele belangen van marktpartijen bij beëindiging van subsidiëring.

  • i.

    Verstrekken van geldleningen aan sportclubs. {eenheid Financiën en Control)

Sportclubs kunnen in aanmerking komen voor een gemeentelijke geldlening, indien zij een investering, zoals de aanleg van kunstgrasvelden, willen doen. Over een dergelijke lening wordt geen rente bij de clubs in rekening gebracht, hetgeen afwijkt van de Wet markt en overheid.

De bedoeling is om op deze wijze een relatief bescheiden bijdrage aan sportstimulering te geven door middel van verbetering van de exploitatie van sportterreinen. Eventuele hieraan tegengestelde belangen van derden wegen ons inziens niet op dit algemene belang.

4.Beoogd resultaat

Beoogd wordt de strijdigheid van enkele gemeentelijke activiteiten met de Wet markt en overheid per 1 juli 2014 weg te nemen.

5.Financiële paragraaf

Andere kosten dan die van publicaties ten behoeve van inwerkingtreding doen zich niet voor.

Er wordt feitelijk geen wijziging in de bestaande situatie gebracht. Het gaat om vaststelling van activiteiten die we als gemeente reeds verrichten. Er doet zich geen wijziging van de kring van belanghebbenden voor.

6.Gevolgde en nog te volgen procedure

Het besluit van uw raad zal op de gebruikelijke wijze worden gepubliceerd. Ingevolge de Algemene wet bestuursrecht is het vatbaar voor bezwaar en beroep.

Burgemeester en wethouders van Apeldoorn,

de secretaris,

drs. T. Berben L.S.

de burgemeester

J.C.G.M·. Berends

raad d.d. 05 juni 2014

voorstel van b. en w. zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemmingen aanqenomen

Raadsbesluit

Nr. 60-2014

De raad van de gemeente Apeldoorn;

gelezen het raadsvoorstel d.d. 26 mei 2014, nummer 60-2014, in verband met artikel 25h, vijfde en zesde lid van de Mededingingswet;

besluit:

de volgende economische activiteiten vast te stellen als activiteiten, die plaatsvinden in het algemeen belang, als bedoeld in artikel 25 h, vijfde en zesde lid van de Mededingingswet:

  • a.

    evenementen, bijeenkomsten en publiciteit daarover;

  • b.

    preventie-adviezen woninginbraken;

  • c.

    exploitatie van fietsenstallingen;

  • d.

    levering van overtollige zaken;

  • e.

    verstrekking van onderhoudsmateriaal voor openbaar groen in het kader van burgerparticipatie;

  • f.

    exploitatie van parkeergarages, inclusief Parkeerbedrijf Orpheus BV;

  • g.

    schuldhulpverlening;

  • h.

    verhuur/subsidiëring van exploitatie van vastgoed;

  • i.

    verstrekken van geldleningen aan sportclubs.

Ondertekening

Aldus besloten in de openbare vergadering van 5 juni 2014

De raad voornoemd,

de griffier,

de voorzitter,