Beheerkwaliteitsplan 2026 – 2035 Gemeente Wijk bij Duurstede

Geldend van 14-10-2025 t/m heden

Intitulé

Beheerkwaliteitsplan 2026 – 2035 Gemeente Wijk bij Duurstede

Samenvatting

Inleiding

Deze rapportage betreft het Beheerkwaliteitsplan (BKP) van de gemeente Wijk bij Duurstede, dat een kader biedt voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte van 2026 tot 2035. Het BKP is noodzakelijk vanwege de veranderende maatschappelijke opgaven, zoals klimaatadaptatie en toegankelijkheid en biedt richtlijnen voor de integratie van deze opgaven in het beheer van de openbare ruimte. Het is gebaseerd op wettelijke kaders en gemeentelijke ambities. Het plan benadrukt het belang van een goed onderhouden omgeving voor de leefbaarheid en veiligheid van de inwoners en bezoekers.

Doelstellingen van het BKP

Het BKP heeft verschillende doelstellingen, zoals:

  • Duidelijkheid in beeldkwaliteit en kosten

  • Financieel inzicht en transparantie

  • Integratie van maatschappelijke opgaven

  • Flexibiliteit en toekomstbestendigheid

  • Heldere scheiding van middelen

Kwaliteitsniveau en maatschappelijke opgaven

Voor het grootste deel van de gemeente geldt vanuit het vorige BKP CROWkwaliteitsniveau B. Alleen de verharding in woonwijken, op hoofdwegen en buiten de bebouwde kom krijgt kwaliteitsniveau C.

In het BKP zijn elf beleidsopgaven opgenomen die invloed hebben op de openbare ruimte, zoals klimaatadaptatie, biodiversiteit en toegankelijkheid. De opgaven worden integraal benaderd in het beheer.

Financiële middelen

Het verschil tussen de theoretisch benodigde en de daadwerkelijk beschikbare financiële middelen voor dagelijks en groot onderhoud is aanzienlijk. Het verschil bedraagt ongeveer € 575.000, wat neerkomt op zo’n 15% van het totale benodigde budget. Tussen de diverse beheergroepen zijn de verschillen soms nog groter.

Kortom: de beschikbare middelen schieten tekort om het beheer en onderhoud op het gewenste kwaliteitsniveau B – en deels niveau C – uit te voeren en in stand te houden. Daarnaast is geen rekening gehouden met achterstanden in deze berekening.

Voor vervanging is circa € 1,7 miljoen beschikbaar. De jaarlijkse, theoretisch benodigde vervanging komt uit op ruim € 3,9 miljoen, inclusief VAT.

Scenario’s

Het document beschrijft drie verschillende scenario’s voor het beheer. Ten eerste gaat het in op een 0scenario. Hierbij worden er geen extra middelen gevraagd. Het tweede scenario gaat uit van het maximale benodigde budget dat theoretisch nodig is. Ten slotte komt een pragmatisch scenario aan bod, dat rekening houdt met de huidige financiële situatie. Elk scenario heeft zijn eigen risico’s en gevolgen voor de kwaliteit van de openbare ruimte.

Conclusie

De gemeente kiest voor het Pragmatisch scenario als haalbare en betaalbare aanpak voor de komende tien jaar. Hiermee wordt gewerkt aan maatschappelijke doelen binnen de huidige financiële kaders. Halverwege de looptijd wordt de financiële situatie opnieuw beoordeeld. Als de omstandigheden gunstig zijn, kan alsnog worden overgestapt op het meer ambitieuze ‘Huidige Kwaliteitsscenario’.

Inleiding

Het beheer en onderhoud van de openbare ruimte is een kerntaak van de gemeente Wijk bij Duurstede. De openbare ruimte raakt aan tal van maatschappelijke en publieke belangen. Denk aan leefbaarheid, veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en sociale samenhang. Een aantrekkelijke en goed onderhouden openbare ruimte verhoogt de waardering van de leefomgeving door inwoners en bezoekers. Zij gebruiken de ruimte dagelijks om te wandelen, fietsen, spelen, sporten, parkeren of te recreëren. Tegelijkertijd vervult de openbare ruimte belangrijke functies op het gebied van mobiliteit, klimaatadaptatie en biodiversiteit.

De kwaliteit van de openbare ruimte ontstaat door de samenhang tussen inrichting, gebruik en beheer. Deze drie elementen bepalen hoe mensen de ruimte ervaren en in hoeverre die bijdraagt aan hun welzijn. Een doordachte inrichting vormt de basis. Goed beheer zorgt ervoor dat die inrichting schoon, heel en veilig blijft. Het gebruik door inwoners beïnvloedt die staat continu, bijvoorbeeld door slijtage, vervuiling, graffiti of ongewenst gedrag.

Wanneer de kwaliteit van de openbare ruimte onder druk staat, raakt het evenwicht tussen de drie kernfactoren verstoord. Dat leidt tot extra druk op organisatie, beleid en beschikbare middelen (zoals budget en uren). In figuur 1 wordt dit samenspel weergegeven als een verbindingsdriehoek.

afbeelding binnen de regeling

Figuur 1: Kwaliteit leefomgeving

Aanleiding

Het huidige Beheerkwaliteitsplan (BKP) loopt eind 2025 af. Daarom is het noodzakelijk om een nieuw BKP op te stellen dat aansluit bij de huidige en toekomstige ontwikkelingen. De wereld om ons heen verandert snel en de gemeente staat voor diverse maatschappelijke opgaven, zoals klimaatadaptatie, circulariteit en toegankelijkheid. Het nieuwe BKP biedt een actueel kader voor het beheer van de openbare ruimte, waarbij niet alleen wordt gekeken naar beeldkwaliteit en kosten, maar ook naar de praktische invulling van deze maatschappelijke opgaven. Dit plan zorgt ervoor dat de gemeente flexibel kan inspelen op veranderende omstandigheden en ambities.

Doel

Met dit nieuwe Beheerkwaliteitsplan wordt beoogd:

  • 1.

    Duidelijkheid in beeldkwaliteit en kosten

    Het BKP beschrijft de vastgestelde beeldkwaliteit en de bijbehorende kosten voor zowel dagelijks als groot onderhoud. Daarbij biedt het inzicht in de benodigde financiële middelen voor vervangingsonderhoud, met een prognose van minimaal tien jaar.\

  • 2.

    Integratie van maatschappelijke opgaven

    Het BKP brengt de invloed van maatschappelijke opgaven op de openbare ruimte in kaart en biedt een duidelijke aanpak voor de integratie hiervan in het beheer, inclusief een inschatting van de financiële gevolgen.

  • 3.

    Financieel inzicht en transparantie

    Het BKP geeft helderheid over de benodigde financiering en hoe deze wordt opgenomen in de gemeentelijke begroting. Ook wordt aangegeven hoe om te gaan met over en onderschrijdingen op projecten.

  • 4.

    Flexibiliteit en toekomstbestendigheid

    Het plan biedt de mogelijkheid om flexibel in te spelen op veranderende ambities en kosten door het uitwerken van meerdere scenario’s bij de doorrekening van de benodigde kosten.

  • 5.

    Heldere scheiding van middelen

    Er wordt een duidelijke scheiding aangebracht tussen de middelen die nodig zijn voor het behalen van technische en beeldkwaliteit, en de middelen die nodig zijn voor de uitvoering van maatschappelijke opgaven.

Afbakening

Dit BKP richt zich op de volgende vakdisciplines binnen de openbare ruimte: groen, begraven, spelen, verharding, straat en verkeersmeubilair, civiele kunstwerken, openbare verlichting, water en reiniging. Het onderdeel riolering valt buiten de scope van dit plan en is uitgewerkt in het Water en rioleringsprogramma 20262035. Daarnaast ligt de nadruk op een periode van minimaal tien jaar, waarbij er ruimte is voor tussentijdse evaluatie en bijstelling op basis van nieuwe inzichten en veranderende omstandigheden.

Gebiedstypen

De gemeente Wijk bij Duurstede telde op 22 november 2024 23.945 inwoners. De gemeente bestaat uit de kernen Wijk bij Duurstede, Cothen en Langbroek. De gemeente heeft verschillende gebieden, elk met een eigen karakter en functie. Sommige locaties, zoals het centrum, worden intensief gebruikt en spelen een grote rol in de beleving van de openbare ruimte.

We onderscheiden de volgende functionele gebieden:

  • Parken

  • Hoofdinfrastructuur (hoofdwegen binnen de kernen en wijkingangen)

  • Industrieterrein

  • Begraafplaatsen

  • Centra

  • Woonwijken

  • Sportparken

  • Buitengebied (buiten de bebouwde kom)

Deze indeling helpt bij het bepalen van passend beheer en onderhoud per gebied.

afbeelding binnen de regeling

Figuur 2 –Structuurgebieden

Werkwijze

In de voorbereiding op het BKP is gestart met een inventarisatie van beschikbare documenten, zoals beleidskaders, visies, areaalgegevens en begrotingen. Op basis hiervan zijn de belangrijkste maatschappelijke opgaven en ambities in beeld gebracht. In samenwerking met de beleidsadviseurs zijn prioriteiten vastgesteld en vertaald naar mogelijke maatregelen, die zijn doorgerekend met het sturingsmodel Impact Online©. Aansluitend zijn gesprekken gevoerd met interne en externe stakeholders om aanvullende informatie te verzamelen en draagvlak te creëren. De resultaten van de analyse zijn verwerkt in een doorrekening, die vervolgens is vergeleken met de huidige begroting. Op basis hiervan is inzicht verkregen in financiële verschillen en personele knelpunten. Deze inzichten vormen de basis voor het beheerkwaliteitsplan, inclusief een formatiescan.

Leeswijzer

Dit document beschrijft het proces, uitgangspunten en de (financiële) resultaten van het BKP.

Hoofdstuk

Toelichting

1: Kaders en uitgangspunten

Beschrijving van wet- en regelgeving, gemeentelijke ambities en de werkwijze met Impact Online©

2: Huidige kwaliteit en areaal

Overzicht van het areaal en de huidige beeldkwaliteit

3: Financiën

Inzicht in beschikbare en benodigde middelen voor onderhoud en vervanging

4: Scenario’s

Uiteenzetting van verschillende scenario, inclusief financiële keuzes en risico’s

5: Conclusie, aanbevelingen en uitvoering

Samenvatting van de keuzes, aanbevelingen en voorstellen voor uitvoering

1. Kaders en uitgangspunten

Het beheer en onderhoud van de openbare ruimte is gebaseerd op wettelijke kaders, gemeentelijk beleid en vastgestelde normen. Het BKP vormt hierbij de leidraad. Voor dit BKP hanteert de gemeente de volgende kaders en uitgangspunten:

  • Areaalgegevens: De gemeente beheert en onderhoudt een diverse openbare ruimte, waarvan de omvang en specificaties zijn vastgelegd.

  • Onderhoudskwaliteit: De gemeenteraad heeft normen vastgesteld voor de onderhoudskwaliteit, gebaseerd op de CROWbeeldkwaliteitscatalogus openbare ruimte en aanvullende richtlijnen.

  • Beschikbare middelen: In de begroting voor 2025 zijn financiële middelen gereserveerd voor dagelijks onderhoud, groot onderhoud en herinrichting/vervanging.

  • Kosten voor externe voorbereiding, administratie en toezicht (VAT): Deze kosten zijn voor vervanging meegenomen.

Daarnaast gelden aanvullende wettelijke kaders en regelgeving, die we hieronder kort toelichten.

1.1 Wet en regelgeving

Als eigenaar en beheerder van de openbare ruimte draagt de gemeente de verantwoordelijkheid om deze goed te onderhouden. De beheerder heeft een zorgplicht en moet zorgen voor voldoende onderhoud. Bij eventuele geschillen ligt de bewijslast doorgaans bij een gemeente. Dit betekent dat de gemeente moet aantonen dat het beheer zorgvuldig en volgens de geldende normen is uitgevoerd. Een goed georganiseerd beheer is daarom belangrijk.

Financiële kaders vanuit het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV)

Het BBV verplicht gemeenten om hun financiën voor het beheer van de openbare ruimte goed te organiseren en te onderbouwen welke doelen worden nagestreefd. In zowel de begroting als het jaarverslag moet een aparte paragraaf worden opgenomen over de kapitaalgoederen, zoals wegen, riolering, water, groen en gebouwen.

De afgelopen jaren vragen provincies en andere overheden extra aandacht voor voldoende budget voor onderhoud en vervanging van kapitaalgoederen. Dit is essentieel om de kwaliteit van de openbare ruimte op peil te houden en achterstanden te voorkomen.

Binnen het BBV gelden de volgende richtlijnen voor de begroting van de openbare ruimte:

  • Dagelijks onderhoud wordt opgenomen in de exploitatiebegroting.

  • Groot onderhoud kan worden verwerkt via de exploitatiebegroting of via een voorziening, waarmee de lasten worden geëgaliseerd.

  • Vervangingsinvesteringen moeten worden gekapitaliseerd en afgeschreven.

De Omgevingswet

Sinds 1 januari 2024 geldt de Omgevingswet. Deze wet bevat belangrijke regels voor het beheer van de openbare ruimte. Belangrijke punten uit de Omgevingswet:

  • De gemeente is verantwoordelijk voor het inzamelen en het transport van stedelijk afvalwater, het doelmatig inzamelen en verwerking van afvloeiend hemelwater en het voorkomen van structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstanden binnen de bebouwde kom. De kosten voor het rioleringsbeheer moeten worden vastgelegd in het Water en Rioleringsprogramma (WRP).

  • Er gelden regels voor de bescherming van natuur en diersoorten (voorheen geregeld in de Wet natuurbescherming).

  • Bouwwerken, zoals bruggen en tunnels, mogen geen risico vormen voor de gezondheid en veiligheid.

  • Er zijn voorschriften voor het omgaan met (verontreinigde) grond.

Overige wet en regelgeving

Daarnaast zijn de volgende wetten en richtlijnen van belang:

  • Wegenwet: verplicht de gemeente tot onderhoud van openbare wegen, gladheidsbestrijding en beheer van openbare verlichting, inclusief civieltechnische kunstwerken.

  • Warenwetbesluit attractie en speeltoestellen: stelt eisen aan (de veiligheid van) speeltoestellen.

  • Openbare verlichting: valt onder de Nederlandse Praktijkrichtlijn van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSvV) en het Politiekeurmerk Veilig Wonen.

  • Gemeentewet

  • Algemene Plaatselijke Verordening (APV): Bevat lokale regels over het gebruik van de openbare ruimte. Denk aan vergunningplichten, regels voor evenementen, plaatsing van objecten en gedragsregels. De APV biedt ook de mogelijkheid om op te treden tegen overlast, onveilige situaties en verstoringen van de openbare orde en veiligheid.

  • Richtlijnen en normen (CROW, Rioned, KIWA, NEN)

  • Deze instellingen stellen technische en beleidsmatige standaarden op:

    • CROW: richtlijnen voor wegontwerp, beheer en verkeersveiligheid

    • Rioned: richtlijnen voor stedelijk waterbeheer en riolering

    • KIWA: kwaliteitsnormen voor (drink)waterinfrastructuur en leidingsystemen

    • NEN: algemene technische normen voor ontwerp, uitvoering en veiligheid. Het naleven van deze richtlijnen bevordert uniformiteit, duurzaamheid en veiligheid in de openbare ruimte.

  • Arbowetgeving: Verplicht werkgevers, waaronder gemeenten, tot het waarborgen van veilige en gezonde arbeidsomstandigheden. Dit geldt ook voor uitvoerend personeel in de openbare ruimte.

1.2 Financiële afspraken

Dit BKP geldt voor een aantal jaar (afhankelijk van het gekozen scenario). Bij afloop van het BKP blijft dagelijks en groot onderhoud en reservering voor vervanging nodig. In de meerjarenbegroting worden de budgetten die bij het gekozen scenario horen langjarig opgenomen. De keuze voor een ander scenario en/of het wijzigen van de budgetten vanwege toegekende indexaties zal in de toekomst zorgen voor de noodzaak om deze budgetten aan te passen.

In het verleden is gebleken dat de benodigde indexatie voor het onderhouden en vervangen van het areaal in de openbare ruimte, vaak hoger is dan de indexatie die standaard wordt opgenomen in de meerjarenbegroting (de langjarige CPB index). Dit heeft geleid tot impliciete bezuinigingen. Vanaf dit BKP wordt het eventuele verschil in indexatie jaarlijks meegenomen als voorstel voor de meerjarenbegroting. Dit voorstel is inclusief bezuinigingsvoorstellen voor het geval het verschil in indexatie niet wordt toegekend.

Door het werken met voorbereidingskredieten, ontstaat betere inschatting van risico’s en benodigde werkzaamheden en onderzoeken. De benodigde kredieten kunnen realistischer worden aangevraagd als het project ook daadwerkelijk kan starten. Daarnaast hebben we dan beter inzichtelijk welke kosten we mee moeten nemen voor de uitvoering zoals beschreven staat bij werkwijze maatschappelijke opgaven.

Het budget voor het toepassen van de maatschappelijke opgaven vormt overigens geen onderdeel van dit BKP. Per project zal naar de mogelijkheden worden gekeken.

1.3 Samenhang gemeentelijke kaders en ambities

De openbare ruimte is van ons allemaal. De gemeente zorgt ervoor dat het areaal op tijd wordt onderhouden en waar nodig wordt vervangen. Daarnaast vinden ook andere gemeentelijke beleidsonderwerpen hun uitwerking (deels) in de openbare ruimte. Op hoofdlijnen staat de gemeentelijke visie hierover in de omgevingsvisie.

De openbare ruimte is meer dan alleen functioneel: ze speelt een steeds grotere rol in het realiseren van bredere maatschappelijke doelen. Denk aan klimaatadaptatie, biodiversiteit en gezondheid. Vervanging van verouderd materiaal of herinrichting van een gebied zien we niet langer als een doel op zich, maar als een kans om meerdere beleidsdoelen tegelijk te verwezenlijken. Alleen vervangen wat er ligt is niet meer van deze tijd.

Doelen en ambities

In het kader van de bezuinigingsopgave kon de samenleving zich in het voorjaar van 2025 uitspreken over de vraag; Wat vindt u belangrijk voor Wijk bij Duurstede, nu er minder geld is? Van de zeven thema’s staat bovenaan: De gemeente is aantrekkelijk, vitaal en leefbaar. Op de derde plaats staat het thema: De gemeente is schoon, heel en veilig.

Door de openbare ruimte goed te benutten, dragen we bij aan verschillende overkoepelende opgaven uit de Omgevingsvisie stedelijk gebied, zoals het tegengaan van hittestress en wateroverlast, vernieuwing van verouderde woonbuurten en een gezond leven voor iedereen:

  • Met de vernieuwing van verouderde woonbuurten verminderen we de kans op een rommelige omgeving. Een rommelige omgeving kan ongewenst gedrag aantrekken zoals vandalisme, criminaliteit of andere vormen van verstoring.

  • Bij de aanpak van verouderde woonbuurten wordt ook het groen en de verharding vernieuwd. Dit draagt bij aan het veiligheidsgevoel van mensen.

  • Vernieuwde, aantrekkelijke woonbuurten worden meer gebruikt als ontmoetingsplekken, dit biedt kansen voor sociale interactie en sociale cohesie.

Naast de wat meer overkoepelende doelstellingen zijn er maatschappelijke opgaven met ieder hun eigen doelen.

Elf beleidsopgaven zijn geformuleerd die (deels) hun uitwerking vinden in de openbare ruimte. Sommige beïnvloeden vooral de werkvoorbereiding; andere zijn relevant tijdens de uitvoering.

De elf opgaven zijn:

  • Klimaatadaptatie: aanpak van wateroverlast, hittestress en droogte

  • Biodiversiteit: ruimte voor natuur in (stedelijk) gebied

  • Cultuurhistorie: behoud en zichtbaarheid van erfgoed

  • Circulariteit: een systeem waar materialen en grondstoffen continu hergebruikt en behouden worden, met minimale afvalproductie

  • Energietransitie en netcongestie: ruimte voor infrastructuur en slimme planning

  • Participatie: inwoners en ondernemers betrekken bij plannen en uitvoering

  • Toegankelijkheid: openbare ruimte bruikbaar voor iedereen, inclusief mensen met een beperking

  • Gezondheid, bewegen en spelen: ruimte om actief en gezond te leven

  • Archeologie: beschermen en benutten van archeologische waarden

  • Verkeer en mobiliteit: veilige, duurzame en bereikbare infrastructuur

  • Milieu: schone lucht, minder geluid en gezonde leefomgeving

afbeelding binnen de regeling

Figuur 3 Maatschappelijke opgaven

Voorheen werden opgaven in de openbare ruimte vaak afzonderlijk opgepakt. Tegenwoordig vindt steeds vaker een integrale aanpak plaats.

Werkwijze en afweging

Bij de toepassing van deze opgaven worden inhoudelijke, financiële en organisatorische afwegingen gemaakt of in uitwerking. Voor veel beleidsplannen is in het verleden geen structureel budget vastgesteld. Ook personele capaciteit vormt een beperkende factor. Niet alle beleidsopgaven kunnen daarom standaard in elk project worden meegenomen.

De beleidsopgaven zijn onderverdeeld in twee categorieën:

  • 1.

    Opgaven die standaard in de werkvoorbereiding worden meegenomen.

    Deze onderwerpen zijn deels wettelijk verplicht en worden al langere tijd toegepast. In dit beheerkwaliteitsplan zijn ze explicieter benoemd en zijn aanvullende proces en budgetafspraken gemaakt en in de maak. Het gaat om:

    • Cultuurhistorie

    • Participatie

    • Archeologie

    • Milieu (exclusief schone lucht)

  • 2.

    Opgaven die afhankelijk zijn van aanvullend budget.

    Deze onderwerpen worden alleen meegenomen als er voldoende financiële middelen beschikbaar zijn. Dit betreft zowel structureel als incidenteel budget, bijvoorbeeld via subsidies. De toepassing verschilt per project en wordt afgestemd op haalbaarheid en wenselijkheid. Het betreft:

    • Klimaatadaptatie

    • Biodiversiteit

    • Circulariteit

    • Energietransitie en netcongestie

    • Toegankelijkheid

    • Gezondheid, bewegen en spelen

    • Verkeer

    • Schone lucht

  • Bij het onderwerp klimaatadaptatie behoren ook de thema’s wateroverlast en droogte. Daarvoor is budget beschikbaar gesteld via het Water en Rioleringsprogramma (WRP). Dit geldt niet voor de thema’s hittestress en overstroming.

Hoe ga je integraal werken?

Het integreren van meerdere beleidsopgaven in vervangingsprojecten vereist zorgvuldige afstemming en planning. Dit wordt op twee manier aangepakt:

Wijk voor wijk voor Wijk

Het nog meer meenemen van verschillende beleidsopgaven bij vervangingsprojecten in de openbare ruimte vraagt veel afstemming. Het is hierbij van belang dat de planning ruim vooraf bekend is zodat iedereen tijd heeft om een bijdrage te leveren. Door waar mogelijk op te trekken met andere opgaven die een ruimtelijke impact kunnen hebben zoals de energietransitie en klimaatadaptatie wordt zoveel mogelijk “werk met werk” gemaakt. We noemen dit de Wijk voor wijk voor Wijk aanpak. We delen de gemeente hierbij op in verschillende subwijken. De volgorde van de planning wordt gemeente breed afgestemd. Met de Wijk voor wijk voor Wijk aanpak gaan we vervolgens een voor een alle subwijken door. De Wijk voor wijk voor Wijk aanpak nodigt uit tot meedoen aan participatie, omdat de participatie voor meerdere onderwerpen tegelijk wordt georganiseerd.

Daarnaast biedt een integrale aanpak ook voordelen voor de gemeentelijke organisatie. Door integraal (alles in één keer) te vervangen, voorkom je zoveel mogelijk dubbel werk, zoals het later opnieuw open breken van dezelfde straat voor andere werkzaamheden. Dit maakt deze aanpak efficiënt en zorgt voor minder overlast voor onze inwoners.

Kleinere integrale projecten

Het is niet realistisch om al het areaal dat technisch gezien toe is aan vervanging in een Wijk voor wijk voor Wijk project te verwerken. Losse vervangingsprojecten blijven noodzakelijk. Maar ook bij deze aanpak wordt voor elk project gezamenlijk beoordeeld welke beleidsopgaven relevant zijn en opgepakt kunnen worden.

Kosten maatschappelijke opgaven

Organisatie breed is gekeken hoe de beleidsdoelen van de verschillende beleidsopgaven vertaald kunnen worden naar maatregelen die toepasbaar zijn in de openbare ruimte. Deze vertaling is ingewikkeld en zal verder uitgewerkt worden tijdens de voorbereiding van elk project. Hierna geven we een eerste, grove, inschatting geven van de kosten per jaar, per opgave.

Daarbij is rekening gehouden met efficiëntievoordelen. Door slimme combinaties te maken, zoals wateropvang, groen en recreatie kun je meer bereiken met dezelfde openbare ruimte. Denk aan het aanleggen van een wadi. Dit dient niet alleen om water op te vangen, maar kan ook bijdragen aan de biodiversiteit. Daarnaast biedt het de kans om wadi’s te beplanten in plaats van gras/bloemrijk mengsel.

Ook op de langere termijn kunnen maatregelen kostenbesparend werken. Een ander voorbeeld is het omvormen van beschoeiing naar een natuurvriendelijke oever. Het verwijderen vergt een eenmalige investering, maar leidt op de lange termijn tot een besparing op onderhoud en vervangingskosten.

Maatschappelijke opgaven

Kosten binnendienst

Kosten uitvoering

Kosten beheer

Verkeer

10-15K

40-50K

10-15K

Energietransitie/netcongestie

0-5K

10-15K

0-5K

Gezondheid, Sport & Bewegen

0-5K

30-50K

10-20K

Circulariteit

0-5K

50-60K

0-5K

Participatie

0-5K

0-5K

0-5K

Archeologie

20-30K

0-5K

0-5K

Biodiversiteit & Cultuurhistorie

0-5K

55-65K

0-5K

Milieu en schone lucht

0-5K

0-5K

0-5K

Klimaatadaptatie

5-10K

90-100K

0-5K

Toegankelijkheid

5-10K

40-50K

0-5K

Figuur 4 Jaarlijkse benodigde kosten maatschappelijke opgaven, prijspeil 2025

1.4 Beheercyclus

Alle beheeronderdelen hebben een bepaalde levensduur, zowel in technisch als maatschappelijk en economisch opzicht. Nadat een wijk/gebied is aangelegd, is in eerste instantie alleen sprake van dagelijks onderhoud. Dit zijn regelmatig terugkerende werkzaamheden gericht op de verzorging. Daarnaast worden de werkzaamheden afgestemd op het halen van de afschrijvingstermijn / gewenste levensduur.

Na verloop van tijd gaan voorzieningen (gestaag) achteruit en is groot onderhoud nodig. Dit zijn maatregelen gericht op het langdurig en duurzaam in stand houden van de voorziening. Denk daarbij aan herstraten, asfalteringswerkzaamheden et cetera. Deze werkzaamheden worden verricht op basis van inspecties en meerjarenplanningen. Afhankelijk van de verwachte levensduur wordt er een aantal keer groot onderhoud uitgevoerd, totdat groot onderhoud niet meer toereikend is en de beheeronderdelen geheel of gedeeltelijk aan vervanging toe zijn. Bijvoorbeeld in de vorm van vernieuwing, een herinrichting of reconstructie.

Per beheeronderdeel verschilt de levensduur: het riool of een boom gaat in de regel langer mee dan beplanting of een speeltoestel.

Dagelijks onderhoud

Onderhoudsmaatregel die met een hoge frequentie uitgevoerd wordt en tot doel heeft incidenteel de functionaliteit en netheid van voorzieningen te vergroten, dan wel te conserveren op het door het bestuur gekozen kwaliteitsniveau.

Groot onderhoud

Onderhoudsmaatregel die meerdere malen binnen de levensduur van voorzieningen plaatsvindt. Het is gericht op het vertragen van de structurele achteruitgang van de kwaliteit en heeft tot doel de technische staat op het door het bestuur gekozen kwaliteitsniveau te houden.

Vervanging

Maatregel om de kwaliteit van een element weer op het gekozen kwaliteitsniveau te brengen, toegepast aan het einde van de levenscyclus indien groot onderhoud niet meer toereikend is.

Bij uitstel van vervanging is langer en vaker dagelijks onderhoud en groot onderhoud nodig (hogere kosten door het uitstellen van vervanging) om de kwaliteit op peil te houden. Andersom is bij het achterblijven van dagelijks en groot onderhoud eerder vervanging nodig. Er is een duidelijke relatie aanwezig tussen dagelijks onderhoud, groot onderhoud en vervanging. Figuur 2 laat de onderhoudscyclus zien. De gemeente neemt de middelen voor dagelijks en groot onderhoud jaarlijks op in de exploitatiebegroting.

afbeelding binnen de regeling

Figuur 5. Onderhoudscyclus kapitaalgoederen.

Levensduurverlenging is een vorm van investering die gericht is op het verlengen van de gebruiksduur van bestaande objecten, zoals wegen of bruggen, zonder deze volledig te vervangen. Jaarlijks stelt het college hiervoor krediet beschikbaar, evenals voor herinrichtings en reconstructieprojecten. Deze kredieten worden toegekend vanuit het totaalkrediet van het Beheer en Kwaliteitsplan (BKP), dat door de gemeenteraad is vastgesteld.

De toewijzing van middelen vindt plaats op basis van de projectplanning voor het komende jaar.

  • Levensduurverlenging: Gericht op het behouden en verlengen van de bestaande constructie door onderhoud en gerichte verbetermaatregelen, zonder ingrijpende wijzigingen.

  • Herinrichting: Hierbij wordt de openbare ruimte opnieuw ingericht, met als doel de omgeving te verfraaien, de gebruikskwaliteit te verbeteren en/of de functionaliteit te verhogen. De onderliggende constructie blijft hierbij veelal intact.

  • Reconstructie: In dit geval wordt ook de constructieve opbouw, zoals de fundering, aangepakt. Reconstructie is vaak noodzakelijk vanwege technische gebreken of veiligheidsrisico’s.

1.5 Berekening met Impact Online ©

De doorrekening bestaat uit twee onderdelen. Een berekening van de uitvoerende werkzaamheden buiten en een berekening van de binnendienst. De binnendienst berekening is uitgevoerd met Impact Inside ©.

De berekening van de uitvoerende werkzaamheden buiten is berekend met Impact Outside ©. Daarbij is een berekening gemaakt van de benodigde middelen, in kosten en daarnaast ook een berekening voor de benodigde uren van de eigen dienst. Hierna is de rekenmethodiek toegelicht.

1.5.1 Berekening Impact Outside ©.

Met het kostenmodel Impact Outside © van Cyber kunnen we het dagelijks onderhoud, groot onderhoud en de reservering voor de vervanging van de voorzieningen in de openbare ruimte doorrekenen. De verzamelde gegevens, zoals arealen, beleidskaders en beschikbare beheerplannen, dragen bij aan de kostencalculatie. Het model geeft de mogelijkheid om de kostenconsequenties zichtbaar te maken per beheercategorie o.a. reiniging (zwerfafval), openbaar groen (bermen, bomen), meubilair (verlichting, afvalbakken).

Ook is het voor alle andere onderdelen van de openbare ruimte mogelijk om een begrotingsreflectie te maken die inzicht geeft in de benodigde budgetten versus de beschikbare budgetten. Verschillen zijn er bijna altijd; deze verschillen geven inzicht waar het beleid anders is dan het uitgevoerde beheer buiten en of er versneld of vertraagd achterstanden in groot onderhoud of vervanging plaatsvinden. Bij normaal onderhoud vindt er jaarlijks regulier onderhoud plaats en cyclisch groot onderhoud. Bij afwijking verplaatsten de kosten zich naar regulier onderhoud. Op basis van de berekende onafhankelijke budgetten voor uitvoering leiden wij de kosten voor de productorgansatie af in Impact Inside ©.

In de afbeelding is weergegeven hoe alle verzamelde gegevens bijdragen aan de kostenberekening. Aan de hand van het resultaat per kwaliteitsniveau kan Impact Outside© berekenen wat het onderhoud kost.

Het model berekent de benodigde uren en kosten, waarbij rekening is gehouden met gebied specifieke factoren zoals grondsoort, vervuilingssnelheid en stedelijkheidsklasse. Hierdoor ontstaat een nauwkeurig beeld van de uren en kosten die nodig zijn per beheergroep. Om een realistische vergelijking te maken tussen de beschikbare middelen en de berekeningen uit Impact Outside©, is het van belang dat de uitgangspunten gelijk zijn, zie hoofdstuk 2.

afbeelding binnen de regeling

Figuur 6: Processchema financieel onderzoek

2. Huidige kwaliteit en areaal

In de voorgaande paragrafen zijn de wettelijke en gemeentelijke kaders voor het beheer binnen de gemeente Wijk bij Duurstede toegelicht. In deze paragraaf worden de hoofduitgangspunten benoemd voor de inrichting en het beheer van de openbare ruimte.

2.1 Beeldkwaliteit

In 2019 besloot de gemeenteraad om een beheerkwaliteitsplan op te stellen voor de periode 2020–2025. Met dit plan gaf de raad richting aan de gewenste beeldkwaliteit van de openbare ruimte. De Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte 2023 (KOR) beschrijft de beeldkwaliteitsniveaus voor het onderhoud van de openbare ruimte. Daarbij is onderscheid gemaakt naar beeldmeetlatten voor verzorgingsonderhoud (beeldkwaliteit) en technisch onderhoud (technische kwaliteit).

Beeldkwaliteit richt zich vooral op de visuele staat van de openbare ruimte, zoals hoe schoon en netjes oogt het voor de inwoner. De technische kwaliteit gaat over de staat en functionaliteit van de verschillende beheergroepen. Deze vorm van onderhoud is vaak gericht op het waarborgen van veiligheid en functionaliteit. Beeldkwaliteit en technische staat samen bepalen de afschrijvingstermijn.

Zoals eerder benoemd maakt dit onderdeel uit van de beheercyclus en is om die reden ook meegenomen in de berekening van de benodigde budgetten.

Voor het grootste deel van de gemeente geldt CROWkwaliteitsniveau B. Alleen de verharding in woonwijken, op hoofdwegen en buiten de bebouwde kom krijgt kwaliteitsniveau C (zie tabel 1). Onder recreatie valt in Impact online © ‘spelen’, oftewel speelvoorzieningen en valondergronden.

Beheercategorie – beheergroep

Woonwijken

Centrum

Hoofdwegen

Buiten de bebouwde kom

Parken

Industrieterrein

Begraafplaatsen

Sportparken

GROEN

B

B

B

B

B

B

B

B

VERHARDING

C

B

C

C

B

B

B

B

WATER

B

B

B

B

B

B

B

B

CIVIELE KUNSTWERKEN

B

B

B

B

B

B

B

B

MEUBILAIR

B

B

B

B

B

B

B

B

OPENBARE VERLICHTING

B

B

B

B

B

B

B

B

RECREATIE

B

B

B

B

B

B

B

B

REINIGING

B

B

B

B

B

B

B

B

Figuur 7: Beeldkwaliteitsniveau

2.2 Arealen

De arealen vormen de basis voor de berekening van benodigde middelen in dit Beheer en Kwaliteitsplan (BKP). De gemeente heeft deze arealen beschikbaar gesteld vanuit het beheersysteem.

3 Financiën

3.1 Dagelijks en grootonderhoud

Beschikbare middelen

In opdracht van de gemeente heeft Cyber Advies een begrotingsanalyse uitgevoerd. De budgetten zijn verdeeld op basis van de indeling zoals in ons calculatiemodel Impact online en om die reden zijn die anders dan in tabel 1.

Daarbij is een splitsing gemaakt in budgetten die we meenemen voor de vergelijking, budgetten die we 1:1 overnemen en budgetten die we buiten beschouwing laten.

De beschikbare middelen zijn afgestemd in samenspraak met de teamleider en financieel controller aan de hand van de begroting (prijspeil 2025).

Het komt erop neer dat de gemeente voor in totaal circa € 3,8 miljoen middelen beschikbaar heeft. Hierin is opgenomen: budgetten voor dagelijks en groot onderhoud, tractie en de loonkosten op basis van marktconforme tarieven van de buitendienst. Oftewel de productieve uren van de buitendienst zijn aangepast naar marktconforme tarieven om ‘’appels met appels’’ te vergelijken. Zie hierna het overzicht van de beschikbare middelen per beheerdiscipline.

 

Dagelijks- en groot onderhoud

1:1 overgenomen

Tractie

Loonkosten

Totaal

Groen

€ 920.174

 

€ 101.628

€ 433.950

€ 1.455.800

Wegen

€ 882.216

€ 10.000

€ 44.023

€ 5.563

€ 941.800

Water

€ 150.572

 
 
 

€ 150.600

Civ. kunstwerken

€ 116.288

 

€ 2.342

 

€ 118.600

Meubilair

€ 54.194

€ 82.107

 

€ 64.109

€ 200.400

Spelen

€ 59.375

 
 
 

€ 59.400

OV

€ 287.756

 
 
 

€ 287.800

Reiniging

€ 357.188

 

€ 21.543

 

€ 378.700

Begraafplaatsen

€ 172.550

€ 10.822

 
 

€ 183.400

Totaal

€ 3.000.313

€ 102.929

€ 169.535

€ 503.622

€ 3.776.500

Figuur 8 Beschikbare middelen, prijspeil 2025

Benodigde middelen

De theoretisch, jaarlijks benodigde middelen zijn berekend op basis van areaalgegevens, marktconform uurtarief, werkpakketten en eenheidsprijzen. De werkpakketten en eenheidsprijzen zijn gebaseerd op landelijk erkende normen en marktprijzen en aangepast op de specifieke uitgangspunten in de gemeente, zoals de grondslag, bepaalde uitvoeringsmethoden zoals maaimethodes en vervuilingssnelheid.

Daarnaast zijn gesprekken gevoerd met binnendienstmedewerkers om aanvullende informatie op te halen.

In de berekening voor de benodigde middelen zijn alle werkzaamheden/taken meegenomen, zowel taken van de eigen dienst als werkzaamheden uitgevoerd door derden.

De benodigde middelen, exclusief vervangingen bedragen circa € 4,3 miljoen, uitgaande van bovenstaande uitgangspunten. Een aantal taken zijn 1:1 overgenomen, omdat deze niet direct gebonden zijn aan areaal of vaste budgetten zijn, zoals inzet uren gladheidbestrijding of van bestrijding invasieve exoten.

Onderhoud type

Areaal

Eenheid

Dagelijks onderhoud

Groot onderhoud

Totaal

Totaal

 
 

€ 2.737.000

€ 1.614.000

€ 4.351.000

GROEN

14948

are

€ 1.239.000

€ 312.000

€ 1.551.000

VERHARDING

15542

are

€ 512.000

€ 851.000

€ 1.363.000

WATER

88749

m1

€ 88.800

€ 56.530

€ 145.330

CIVIELE KUNSTWERKEN

1544

stuk

€ 37.270

€ 96.710

€ 133.980

MEUBILAIR

8698

stuk

€ 174.000

€ 40.320

€ 214.320

OPENBARE VERLICHTING

6151

stuk

€ 66.020

€ 208.000

€ 274.020

RECREATIE

435

stuk

€ 38.180

€ 49.830

€ 88.010

REINIGING

65047

are

€ 406.000

€ 0,00

€ 406.000

BEGRAAFPLAATSEN

635

are

€ 176.000

€ 0,00

€ 176.000

Figuur 9 Jaarlijks benodigde middelen, prijspeil 2025

3.2 Vervanging

Beschikbare middelen

Tijdens de looptijd van het vorige BKP was er jaarlijks 2,0 miljoen beschikbaar. Vanaf 2026 is er jaarlijks 1,7 miljoen beschikbaar voor vervanging. Dit is opgenomen in de meerjarenbegroting. In het vorige BKP was het vervangingsbudget voor openbare verlichting niet opgenomen. Hier was, voorafgaand aan de ingangsdatum van het vorige BKP, een apart budget voor vervanging op genomen in de meerjarenbegroting. Dit budget is inmiddels in zijn geheel uitgegeven. In voorliggend BKP zijn de kosten voor vervanging van openbare verlichting opgenomen in het totaal benodigde vervangingsbudget.

Benodigde middelen

Naast het dagelijks en groot onderhoud is ook berekend hoeveel financiële middelen nodig zijn voor de vervanging van alle assets. Per beheergroep is vervolgens in kaart gebracht hoeveel budget daarvoor theoretisch nodig is. Bij deze berekening zijn ook de algemene kosten (VATkosten) meegerekend, op basis van kengetallen uit andere gemeenten. Hiervoor is gerekend met een opslag van:

  • 17% voor groen, water, meubilair, openbare verlichting en recreatie

  • 20% voor verharding en civiele kunstwerken

In totaal komt de jaarlijkse, theoretisch benodigde vervanging uit op ruim € 3,9 miljoen, inclusief VAT.

Onderhoud type

Vervanging

Vervanging, incl. vat

Totaal

€ 3.356.000

€ 3.994.000

GROEN

€ 318.000

€ 372.060

VERHARDING

€ 1.856.000

€ 2.227.200

WATER

€ 126.000

€ 147.420

CIVIELE KUNSTWERKEN

€ 398.000

€ 477.600

MEUBILAIR

€ 73.770

€ 86.311

OPENBARE VERLICHTING

€ 463.000

€ 541.710

RECREATIE

€ 121.000

€ 141.570

Figuur 10 Jaarlijkse benodigde middelen vervanging, incl. vat, prijspeil 2025

3.3 Beschikbaar versus benodigd (DO en GO)

Het verschil tussen de theoretisch benodigde en de daadwerkelijk beschikbare financiële middelen voor dagelijks en groot onderhoud is aanzienlijk. Het tekort bedraagt ongeveer € 575.000, wat neerkomt op zo’n 15% van het totale benodigde budget. Tussen de verschillende beheergroepen zijn de verschillen soms nog groter.

Kortom: de beschikbare middelen schieten tekort om het beheer en onderhoud op het gewenste kwaliteitsniveau B – en deels niveau C – uit te voeren en in stand te houden.

Daarnaast is geen rekening gehouden met achterstanden in deze berekening. Om die reden zijn de werkelijk benodigde middelen (uren en kosten) hoger dan de berekening. In 4.4 is hiervoor separaat een kostenraming gemaakt.

Beheergroepen

Benodigd (dagelijks- en groot onderhoud)

Beschikbaar

Verschil (€)

Verschil (%)

Totaal

€ 4.351.700

€ 3.776.500

€ -575.200

-15%

GROEN

€ 1.551.000

€ 1.455.800

€ -95.200

-7%

VERHARDING

€ 1.363.000

€ 941.800

€ -421.200

-45%

WATER

€ 145.330

€ 150.600

€ 5.270

3%

CIVIELE KUNSTWERKEN

€ 133.980

€ 118.600

€ -15.380

-13%

MEUBILAIR

€ 214.320

€ 200.400

€ -13.920

-7%

OPENBARE VERLICHTING

€ 274.020

€ 287.800

€ 13.780

5%

RECREATIE

€ 88.010

€ 59.400

€ -28.610

-48%

REINIGING

€ 406.000

€ 378.700

€ -27.300

-7%

BEGRAAFPLAATSEN

€ 176.000

€ 183.400

€ 7.400

4%

Figuur 11 Beschikbare versus benodigde middelen

3.4 Onderhoudsachterstand / Budget Vervanging

Al meerdere jaren sluit het benodigd budget voor vervangingen niet aan bij het beschikbare budget en zijn er onderhoudsachterstanden ontstaan. Deze achterstanden, met name op het gebied van groen, zijn al ontstaan voor het vorige BKP. Al sinds 2010 worden er structurele bezuinigingsmaatregelen doorgevoerd. In het vorige BKP (20202025) is tijdelijk extra budget vrijgemaakt (€ 500.000 per jaar) om achterstanden van alle beheeronderdelen weg te werken. Ondanks dat er veel achterstanden zijn weggewerkt bleek dit budget niet voldoende om alle achterstanden aan te pakken.

Ook is het vervangingsbudget afgelopen twee jaren niet meegegroeid met de daadwerkelijk benodigde indexatie. Hierdoor zijn nieuwe achterstanden ontstaan, nog voordat de al bestaande achterstanden weggewerkt waren. De achterstanden op het gebied van wegen zijn recenter, namelijk de afgelopen periode ontstaan. Dit komt onder andere door het uitstellen van onderhoud op wegen waardoor eerder vervangingen noodzakelijk zijn, maar ook door de grote prijsstijgingen van olie. Deze zijn de afgelopen jaren fors gestegen, tot 25% en zijn grotendeels niet geïndexeerd. Olie is noodzakelijk voor transport, maar ook voor asfalt en PVC dat deels uit olie bestaat. De markt rekent deze kosten wel door.

Vrijgegeven kredieten voor projecten

Reeds vrijgegeven kredieten voor projecten worden niet geïndexeerd. Dit komt doordat deze kredieten vooraf worden ‘vastgezet’, wat betekent dat de geraamde bedragen zoals vastgesteld in de projectbegroting 1:1 worden overgenomen bij de kredietverlening.

Op het moment dat het krediet wordt vrijgegeven, vindt er vanuit de financiële administratie geen aanpassing meer plaats op basis van inflatie of andere prijsontwikkelingen. Hierdoor blijft het beschikbaar gestelde bedrag gelijk aan de oorspronkelijke raming, ongeacht eventuele prijsstijgingen in de markt.

Als een project onverhoopt een of twee jaar later aanbesteed wordt dan wordt het krediet dus niet verhoogd.

In dit nieuwe BKP wordt hierop geanticipeerd door te werken met kleine voorbereidingskredieten, waarin eerst alle noodzakelijke onderzoeken, afstemming en werkzaamheden/processen worden doorlopen. Het projectkrediet wordt pas aangevraagd als het daadwerkelijk op korte termijn kan starten. Dit wordt aangevraagd in de kadernota of er worden bezuinigingsvoorstellen opgesteld om hierop te anticiperen.

Om de onderhoudsachterstand in te lopen is naast het onderhoudsbudget extra budget nodig. Er is in totaal circa € 4.575.000 aan achterstand. Hierna is opgesomd hoeveel dit bedraagt per discipline:

Groen: circa € 2,2 miljoen.

Dit bestaat voornamelijk uit achterstanden in begeleidings en onderhoudssnoei bij bomen en daarnaast

achterstand in vervanging van beplanting. Achterstanden in snoei bij bomen veroorzaken technische problemen, wat kan leiden tot onveiligheid.

Wegen: circa € 2,0 miljoen.

Dit bestaat met name uit achterstanden in groot onderhoud, waarbij levensduurverlengde maatregelen worden toegepast.

Civiele kunstwerken: circa €375.000

Dit bestaat uit diverse werkzaamheden die afgelopen jaren vanwege een te kort aan budget zijn doorgeschoven. Het gaat om onderhoud aan en vervangen van enkele bruggen en om voegwerk in keermuren in de Geer.

4 Scenario’s

Met alle basisgegevens in beeld kunnen we kijken naar scenario’s. Voor het meenemen van maatschappelijke opgaven gaan we uit van een apart scenario. De keuze voor het meest ideale “technische” scenario brengt een dilemma met zich mee. We willen voldoende bijdragen aan de vitaliteit van de samenleving én we zien ook de financiële beperkingen die de huidige situatie met zich meebrengt. We werken op basis van beeldkwaliteit. Hier zijn de budgetten nu ook op gebaseerd. Bij onvoldoende budget voor een bepaalde kwaliteit simpelweg de ambitie op het gebied van beeldkwaliteit naar beneden bijstellenis wat ons niet het meest ideale scenario.

Meenemen maatschappelijke opgaven

Zoals aangegeven in paragraaf 1.2 is voor diverse beleidsplannen in het verleden geen structureel budget vastgesteld. Daarom wordt per project gekeken wat de mogelijkheden zijn om deze beleidsdoelstellingen mee te nemen. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met de beleidsadviseurs. Hierbij past het scenario:

Wat binnen het huidige budget vanuit de beleidsopgaven past” (waarbij huidig budget kan fluctueren tijdens looptijd BKP). Dit scenario is een aanvulling op de scenario’s over de technische kwaliteit en beeldkwaliteit die hierna staan beschreven.

4.1 0scenario

In deze paragraaf beschrijven we het zogenoemde 0scenario. In dit scenario krijgt de gemeente geen aanvullende middelen. Oftewel alle onderhoudswerkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen de bestaande middelen. Aangezien de huidige middelen onvoldoende zijn om het gewenste en afgesproken kwaliteitsniveau op de lange termijn te borgen, brengt dit scenario een aantal risico’s en gevolgen met zich mee. Het kan leiden tot de volgende consequenties:

  • Afnemende beeldkwaliteit

    Een keuze kan zijn om de beeldkwaliteit te verlagen, omdat het niet mogelijk is om met de huidige middelen het kwaliteitsniveau te behalen. Dit is ook terug te zien buiten, omdat er veel achterstanden zijn. Minder frequent onderhoud leidt tot een slordiger en minder verzorgde openbare ruimte, zoals meer onkruid, zwerfvuil, overgroei van randen of vuilere bankjes.

  • Opbouw van meer achterstanden

    Op lange termijn bouwen achterstanden zich op. Omdat er minder dagelijks onderhoud wordt gepleegd, neemt de technische kwaliteit sneller af en bereiken de beheeronderdelen eerder het eind van de levensduur. Een voorbeeld is dat gaten en scheuren in asfalt eerder worden toegelaten. Kortom, hogere kosten op de lange termijn (door noodreparaties of vervroegde vervanging).

  • Waardevermindering

    Door achterstanden verliezen kapitaalgoederen (zoals wegen, groen en speeltoestellen) sneller hun waarde, wat leidt tot hogere vervangingskosten in de toekomst.

  • Hoge herstelkosten

    Het opkrikken van een D naar een Cniveau is relatief duur ten opzichte van het opkrikken van een C naar een Bniveau.

  • Toename van klachten en meldingen

    Een verslechterende kwaliteit zal leiden tot meer meldingen van inwoners. Daarnaast kost dit ook extra tijd voor de aannemers en binnendienstmedewerkers, omdat zij deze moeten afhandelen.

  • Toename ongewenst gedrag

    Daarnaast kan een rommelige omgeving ook ongewenst gedrag aantrekken, zoals vandalisme, criminaliteit of andere vormen van verstoring.

  • Gedragsverandering

    Bij het slechter onderhouden van groen, verharding of wanneer minder vaak zwerfvuil wordt geruimd ontstaat sneller verloedering. Hierdoor kunnen inwoners zich minder veilig voelen en ook minder verantwoordelijk wat leidt tot verminderd gemeenschapsgevoel.

  • Afname sociale cohesie

    Slechter onderhouden openbare ruimtes, zoals speeltuinen, plantsoenen en dergelijke worden minder gebruikt als ontmoetingsplekken. Minder contact biedt minder kansen voor sociale interactie, waardoor er een afname is in sociale cohesie.

  • Kwaliteitsniveau C

    Kwaliteitsniveau C is niet voor elk type areaal geschikt. In sommige gevallen lijkt dit op korte termijn een besparing op te leveren bij bepaalde beheergroepen, maar op de lange termijn leidt het vaak tot hogere kosten. De CROW omschrijft het ook wel als: functioneel, maar met zichtbare slijtage of achteruitgang.

    Bijvoorbeeld bij wegen betekent het hanteren van dit kwaliteitsniveau dat dagelijks onderhoud wordt uitgesteld of dat meer schade wordt geaccepteerd. Dit vergroot de kans op versnelde slijtage en mogelijk ook op vervroegde afschrijving, wat uiteindelijk leidt tot hogere vervangingskosten.

    Hierna is aangegeven waar kwaliteitsniveau C zich niet goed voor leent:

    • Groen – onkruidbeheersing. Bij kwaliteitsniveau C mogen pollen voorkomen, waardoor je gemiddeld langer bezig bent met schoffelen. Daarnaast is het fysiek zwaarder en belastender voor de gezondheid.

    • Verharding. Er mogen meer scheuren/gaten voorkomen, wat leidt tot meer klachten/meldingen. Daarnaast ben je eerder toe aan vervanging omdat dagelijks en groot onderhoud wordt uitgesteld, waardoor op lange termijn hogere vervangingskosten ontstaan.

    • Meubilair. Slecht onderhouden meubilair (schade, roest e.d.) wekt een gevoel van onveiligheid op bij bewoners. Dit verhoogt de kans op klachten/meldingen en vermindert de sociale cohesie.

    • Reiniging. Wanneer meer vuil (zwerfvuil, zand, natuurlijk afval) op straat mag liggen verrommelt het straatbeeld. Het vuil komt uiteindelijk ook eerder in (straat)kolken terecht. Dit kan leiden tot verstopping van kolken en op termijn mogelijk voor problemen in de riolering, met bijbehorende hoge kosten. Tevens zorgt zwerfvuil landelijk gezien voor de meeste meldingen van bewoners.

Voor dit scenario dienen we jaarlijks €575.000 te bezuinigen op dagelijks en groot onderhoud ten opzichte van het budget dat nodig is om de huidige vastgestelde beeldkwaliteit te behouden. Voor het vervangingsbudget betekent dit dat het te besteden jaarlijkse budget €1,7 miljoen is, in plaats van de theoretisch benodigde €3,9 miljoen.

Om deze bezuiniging te halen voor dagelijks en groot onderhoud kan de beeldkwaliteit naar beneden worden bijgesteld. Indien alles op Cniveau wordt onderhouden is theoretisch 3,8 miljoen benodigd voor dagelijks en groot onderhoud. Echter een Cniveau of zelfs D niveau is voor veel onderdelen niet wenselijk of zelfs niet mogelijk. Er is daarom gekeken naar een combinatie van maatregelen om binnen het huidige budget te kunnen blijven beheren. Een deel van deze maatregelen is reeds opgenomen in de kaderbrief 20262029. Een ander deel is aanvullend daarop. Het gaat niet alleen om besparingsmaatregelen, maar ook om het verschuiven van budget (voornamelijk maatwerkbudget) van buiten het BKP naar in het BKP. Zie bijlage 1 voor de maatregelen.

Met een beschikbaar budget van € 1,7 miljoen voor vervangingen kunnen de technische noodzakelijke vervangingen gedurende de eerste twee tot drie jaar worden uitgevoerd om de veiligheid in de openbare ruimte te waarborgen. Tegenvallers (inclusief prijsstijgingen) en calamiteiten kunnen niet binnen dit budget opgevangen worden. Mocht voor dit scenario worden gekozen, zal na maximaal 2 jaar onderzocht moeten worden, hoe onveiligheid en kapitaalvernietiging voorkomen moet worden of hoe hierop geanticipeerd zal worden.

Invloed op beeldkwaliteit

Bij dit scenario daalt de beeldkwaliteit, zonder andere maatregelen, voor meerdere beheeronderdelen richting D niveau. Beeldkwaliteit D is geen niveau dat als ambitie gekozen kan worden omdat bij beeldkwaliteit D kapitaalvernietiging kan voor komen.

Door het inzetten van maatregelen zoals het verminderen van het areaal speeltoestellen, het vroegtijdig kappen van zieke Essen, chemische onkruidbeheersing en het verminderen van maatwerk wordt D niveau voor de meeste beheeronderdelen voorkomen. Zie bijlage 1 voor alle te nemen maatregelen bij dit scenario.

Extra benodigd budget in begroting

Voor dit scenario is geen extra budget nodig.

4.2 Huidige kwaliteitsscenario

In deze paragraaf beschrijven we het huidige kwaliteitsscenario. In dit scenario gaat de gemeente uit van een situatie waarin alle benodigde aanvullende middelen beschikbaar worden gesteld, zoals berekend op basis van de gewenste en afgesproken kwaliteitsniveaus.

Dit houdt in dat voor dagelijks en groot onderhoud jaarlijks 4,3 miljoen beschikbaar wordt gesteld (+ €575.200 t.o.v. huidige budget)en voor vervanging (investeringen) jaarlijks 3,9 miljoen incl. vat (+€2,2 miljoen t.o.v. huidige budget).

In dit scenario is niet uitgegaan dat de achterstanden zijn weggewerkt. Daarnaast gaat dit scenario, en de onderliggende berekening, uit van een areaal met een evenwichtige leeftijdsopbouw. Dit betekent dat het benodigde budget per jaar gemiddeld passend is als je kijkt naar een langere periode (minimaal 50 jaar). De huidige situatie (in een groot deel van Nederland) laat echter zien dat de openbare ruimte in de woonwijken uit de jaren 60/70/80 de komende jaren aan vervanging toe is. Dit zien we concreet als we kijken naar het huidige bomenbestand in onze gemeente. Maar ook voor het overige areaal geldt dit (deels).

Invloed op beeldkwaliteit

Bij dit scenario blijft de huidige beeldkwaliteit in stand.

Extra benodigd budget in begroting

Het extra benodigd budget in de meerjarenbegroting loopt op van €575.200 in 2026 en 2027 tot circa €1.236.500 in 2035. Het gaat hierbij om het extra benodigde budget voor dagelijks en groot onderhoud plus de kapitaalslasten voor de jaarlijkse extra investering van €2,2 miljoen.

4.3 Pragmatisch scenario

Met het ‘Pragmatisch scenario’ wordt gewerkt richting eerdergenoemde doelen en voordelen én wordt rekening gehouden met de huidige financiële situatie. Het is geen ideaal scenario, maar wel een betaalbaar scenario.

Dat betekent dat keuzes gemaakt moeten blijven worden. Een deel van de maatregelen uit het 0scenario geldt ook voor dit scenario. Door deze maatregelen door te voeren kan voor de overige onderdelen het dagelijks en groot onderhoud uitgevoerd blijven worden zoals nu al het geval is.

Met dit scenario gaat de kwaliteit van de openbare ruimte op onderdelen wel achteruit en schuiven we als gemeente een deel van de benodigde investeringen voor ons uit. De risico’s die genoemd staan bij het 0scenario gelden, zij het in mindere mate, ook voor dit scenario.

Door te kunnen starten met de Wijk voor wijk voor Wijk aanpak geeft dit scenario wel ruimte om zoveel mogelijk bij te dragen aan een leefbare, vitale leefomgeving.

In dit scenario vragen we circa € 210.000 extra per jaar aan voor dagelijks en groot onderhoud en € 1,5 miljoen per jaar extra voor vervanging. Dit valt binnen de kaders zoals opgenomen in de Kaderbrief 20262029.

Invloed op beeldkwaliteit

Bij dit scenario daalt de beeldkwaliteit voor de onderdelen belijning en markeringen naar Dniveau. En het onderhoudsniveau van openbare verlichting en meubilair daalt naar C niveau. Voor de overige beheeronderdelen blijft verlaging van de beeldkwaliteit beperkt omdat we als gemeente inzetten op andere maatregelen. Het gaat dan onder andere om de vermindering van het areaal speeltoestellen en het verminderen van maatwerk. Zie voor alle maatregelen bij dit scenario bijlage 2.

Extra benodigd budget in begroting

Het extra benodigd budget in de meerjarenbegroting loopt op van €210.200 in 2026 en 2027 tot circa €382.500 in 2030 en €661.000 in 2035. Het gaat hierbij om het extra benodigde budget voor dagelijks en groot onderhoud plus de kapitaalslasten voor de jaarlijkse extra investering van €1,5 miljoen.

5 Conclusies, aanbevelingen en uitvoering

In dit hoofdstuk zijn de conclusies en aanbevelingen uitgewerkt. Daarnaast wordt een beschrijving gegeven voor de uitvoering van dit BKP.

5.1 Conclusie

De keuze voor een scenario dat past binnen de financiële middelen of het scenario dat we wensen voor het nieuwe BKP brengt een dilemma met zich mee. We willen voldoende bijdragen aan de vitaliteit van de samenleving én we zien ook de financiële beperkingen die de huidige situatie met zich meebrengt. Het Pragmatische scenario houdt rekening met beide. Hiermee wordt gewerkt aan maatschappelijke doelen binnen de huidige financiële kaders.

De kaders van dit BKP gelden voor een periode van 10 jaar. Halverwege wordt de financiële situatie geevalueerd en de benodigde budgetten opnieuw berekend. Indien de financiële situatie het toelaat wordt het “huidige kwaliteitsscenario” dan geactualiseerd en alsnog voorgelegd als meest ideale scenario.

5.2 Aanbevelingen

Hierna zijn een aantal aanbevelingen benoemd.

Monitor tussentijds de impact

Halverwege de looptijd van het BKP wordt een evaluatie uitgevoerd op met name de kwaliteit van de openbare ruimte, waarbij vooral gekeken wordt naar de ontwikkeling van achterstanden. Deze achterstanden worden opnieuw doorgerekend, zodat deze informatie gedeeld kan worden met het bestuur. Daarnaast is het van belang om te toetsen of het aantal meldingen is toegenomen.

Samenwerking t.b.v. maatschappelijke opgaven

We onderzoeken of samenwerking met externe partijen mogelijk is om maatschappelijke opgaven zoals klimaatadaptatie of vergroening te integreren binnen lopende projecten. Op die manier is geen extra budget benodigd vanuit het BKP.

Communicatiebestuur

Rapporteer jaarlijks als er sprake is van (forse) indexatie/inflatie en geef het in procenten aan, zodat het bestuur bewust is van de kostenontwikkeling. Communiceer ook over de evaluatie en de genomen keuzes.

Optimaliseer de Wijk voor Wijk voor Wijk aanpak

Combineer onderhoud, vervanging en maatschappelijke opgaven om efficiënter en duurzamer te werken. Stel daarnaast een meerjarenplanning op waarin alle projecten zijn benoemd, inclusief benodigde middelen per wijk.

5.3 Uitvoering

Het slagen van dit plan staat of valt met de uitvoering ervan. Het BKP wordt gebruikt als kader voor de bedrijfsvoering en professionalisering. Het plan geeft de kaders weer op basis waarvan het beheer en onderhoud georganiseerd wordt. Om het BKP een succes te laten worden is het raadzaam een implementatietraject op te zetten. Deze paragraaf geeft de belangrijkste onderdelen van de implementatie aan.

Plan-Do-Check-Act

Professioneel beheren bestaat uit een aantal bouwstenen. Het vaststellen van de ambitie met bijbehorende budgetten is daarbij het startpunt. De volgende stap is het vertalen daarvan in een uitvoeringsplan. Tijdens plannen en voorbereiden zetten we de projecten uit het uitvoeringsplan om in opdrachten voor de eigen dienst of derden (plannen en voorbereiden). De vierde stap is het daadwerkelijk uitvoeren van het beheer van de openbare ruimte. Deze stap bevat zowel dagelijks en groot onderhoud als ook vervanging.

Het volgen en analyseren (monitoren) van de gestelde doelen is minstens zo belangrijk. Het volgen en analyseren levert informatie voor evalueren en (bij)sturen en geeft transparantie en inzicht. Daarnaast kan de informatie gebruikt worden voor het informeren van raad en inwoners.

afbeelding binnen de regeling

Figuur 12 PDCAcyclus

Beleid en strategie

Dit BKP vormt samen met het Water Rioleringsprogramma (WRP) en overkoepelende beleidsplannen als het Groenstructuurplan en het Verkeers en Vervoerplan de invulling van de bouwsteen beleid en strategie.

Beheren en programmeren

De uitwerking van het beleid vindt plaats in het integrale uitvoeringsplan (IUP), In dit plan staat op hoofdlijnen hoe het dagelijks en groot onderhoud voor de verschillende beheeronderdelen is georganiseerd. Daarnaast bevat dit plan een overzicht van de geplande vervangingsprojecten voor de komende 10 jaar. Zowel de volgorde van de Wijk voor wijk voor Wijk aanpak als de kleinere integrale projecten. Het integrale uitvoeringsplan is een werkdocument dat eenmaal in de twee jaar aangepast wordt. Nieuwe ontwikkelingen vanuit de bouwsteen beleid en strategie en monitoringsgegevens vanuit de bouwstenen monitoren en analyseren en evalueren en bijsturen vormen hiervoor de basis

Plannen en voorbereiden

Op het moment dat alle uitvoeringswensen bekend zijn bereiden we de werkzaamheden voor in de bouwsteen plannen en voorbereiden. Hieronder valt onder andere het opstellen en aanbesteden van bestekken en werkvoorbereiding voor (integrale) projecten.

Bouwen en onderhouden

In de bouwsteen bouwen en onderhouden vindt de uitvoering van de onderhouds en vervangingswerkzaamheden plaats.

Monitoren en analyseren

Om verantwoording af te leggen aan de raad stellen we jaarlijks een dashboard op met daarin zowel de behaalde beeldkwaliteit als de technische kwaliteit van de belangrijkste beheeronderdelen.

Evalueren en bijsturen

De resultaten van de monitoring en technische inspecties gebruiken we om de beheercyclus te evalueren en waar nodig bij te stellen.

Ondertekening

Bijlage 1: Te nemen maatregelen dagelijks en groot onderhoud bij 0scenario

Maatregelen en keuzes die invloed hebben op het BKP

Benodigd budget BKP

Beschikbaar budget begroting 2025

Tekort (-)

basis

€ 4.351.660

€ 3.776.500

€ -575.160

na verwerking maatregelen

€ 3.894.460

€ 3.895.300

€ 840

Maatregelen in bijlage kaderbrief

 

Alleen herstellen van locaties met markeringen op kwaliteitsniveau D

€ -15.000

Herstraten - minder maatwerk, meer hergebruik (klein onderhoud)

€ -10.000

Toepassen lavaconcept in plantvakken

€ -4.200

maaiwerk in eigen beheer (huiswerk)

€ -25.000

Verkleinen areaal speeltoestellen

€ -41.000

Maatregelen buiten de kaderbrief

 

Essen; direct kappen ipv controleren

-€ 66.000

Onderhoud asfalt versoberen (bakfrezen) (groot onderhoud)

-€ 10.000

Chemische onkruidbeheersing op verharding met RoundUp

-€ 100.000

klein onderhoud straatwerk eigen beheer

-€ 25.000

Verlagen benodigde budget dagelijks- en grootonderhoud verhardingen

-€ 10.000

Onderhoud bij renoveren - niet onkruidvrij

€ -48.000

Onderhoud openbare verlichting naar C niveau

€ -72.000

Onderhoud meubilair naar C niveau

€ -31.000

Aanvullende keuzes en heroverwegingen

 

Aframen "mooier groen" en middelen toevoegen aan budget BKP

€ 50.000

Beeindigen van bestrijden Eikenprocessierups en middelen toevoegen aan budget BKP

€ 9.500

Overige kleine geraamde groenbudgetten en middelen toevoegen aan het budget BKP

€ 19.800

Aframen maatwerkbudget openbare verlichting en middelen toevoegen aan budget BKP

€ 4.500

Aframen budget verkeersmaatregelen (maatwerk) en middelen toevoegen aan BKP

€ 35.000

Bijlage 2: Te nemen maatregelen dagelijks en groot onderhoud bij Pragmatisch scenario

Maatregelen en keuzes die invloed hebben op het BKP

Benodigd budget BKP

Beschikbaar budget begroting 2025

Tekort (-)

basis

€ 4.351.660

€ 3.776.500

€ -575.160

na verwerking maatregelen

€ 4.105.460

€ 3.895.300

€ -210.160

Maatregelen in bijlage kaderbrief

 

Alleen herstellen van locaties met markeringen op kwaliteitsniveau D

€ -15.000

Herstraten - minder maatwerk, meer hergebruik (klein onderhoud)

€ -10.000

Toepassen lavaconcept in plantvakken

€ -4.200

maaiwerk in eigen beheer (huiswerk)

€ -25.000

Verkleinen areaal speeltoestellen

€ -41.000

Maatregelen buiten de kaderbrief

 

Onderhoud bij renoveren - niet onkruidvrij

€ -48.000

Onderhoud openbare verlichting naar C niveau

€ -72.000

Onderhoud meubilair naar C niveau

€ -31.000

Aanvullende keuzes en heroverwegingen

 

Aframen "mooier groen" en middelen toevoegen aan budget BKP

€ 50.000

Beeindigen van bestrijden Eikenprocessierups en middelen toevoegen aan budget BKP

€ 9.500

Overige kleine geraamde groenbudgetten en middelen toevoegen aan het budget BKP

€ 19.800

Aframen maatwerkbudget openbare verlichting en middelen toevoegen aan budget BKP

€ 4.500

Aframen budget verkeersmaatregelen (maatwerk) en middelen toevoegen aan BKP

€ 35.000