Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR745245
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR745245/1
Beeldkwaliteitsplan, 10 Ontwerpprincipes voor de bebouwing rondom het Stadhuisplein
Geldend van 12-10-2025 t/m heden
Intitulé
Beeldkwaliteitsplan, 10 Ontwerpprincipes voor de bebouwing rondom het StadhuispleinInleiding
In 2021 is voor de nieuwe ontwikkelingen rondom het Stadhuisplein het
Integraal Gebiedskader Stadhuisplein (IGS) opgesteld. Hierin zijn uitgangspunten vastgelegd die richting geven aan een nieuw en herkenbaar stedebouwkundig ensemble rondom het plein. De uitwerking van dit ensemble heeft – zoals vast- gelegd in het IGS – plaatsgevonden in een gezamenlijk proces met supervisor, gemeente en ontwikkelende partijen. Dit heeft geresulteerd in de afspraken
over de beeldkwaliteit, die in dit document zijn opgenomen. Hiermee geven we invulling aan het ensemble van nieuwe en oude bebouwing rondom het plein.
Op basis van de historie van de plek en de ambities van de toekomst zijn de belangrijkste beeldkwaliteitseisen gevat in tien ontwerpprincipes. Deze principes zorgen voor onderlinge afstemming tussen de nieuwe en oude bebouwing.
De verschillende principes sluiten elkaar niet uit, maar vullen elkaar aan. Aan de hand van de principes wordt vormgegeven aan een andere kijk op de nieuwe Eindhovense identiteit, in het bijzonder het Stadhuisplein.
Bijgevoegd aan dit document is het Calendarium, een historische tijdslijn, voor het Stadhuisplein. Dit onderzoek ligt aan de basis van de ontwerpprincipes.
De tien ontwerpprincipes vormen het toetsingskader voor nieuwbouw plannen rondom het Stadhuisplein bij de beoordeling door de supervisor en de Adviescommissie Omgevingskwaliteit Eindhoven (AOKE). Gekozen is voor principes in plaats van regels om ruimte te houden voor de creativiteit van architecten en hun opdrachtgevers. De principes zijn richtinggevend, niet maatgevend. Eventuele afwijkingen en nieuwe inzichten kunnen alleen goedgekeurd worden in overleg met gemeente, supervisor en AOKE.
Het voorliggende document is afgestemd met het masterplan openbare ruimte Stadhuisplein. Belangenorganisaties die bij de gemeente hebben aangegeven hierover mee te willen denken, zijn hiervoor geconsulteerd.
Dit document vormt na vaststelling een bijlage op de welstandsnota.
1. Eindhovense architectuur en een herkenbaar Stadhuisplein
‘Ergens in plaats overal’
Uitgangspunten voor bebouwing aan het Stadhuisplein:
- •
Het belangrijkste uitgangspunt is dat nieuwe gebouwen herkenbaar zijn voor het Stadhuisplein en daarmee een nieuwe identiteit geven aan het plein. ‘Ergens’ in plaats van ‘overal’.
- •
De nieuwe gebouwen geven samen invulling aan het ensemble rondom het Stadhuis en het plein.
- •
Voor deze herontwikkeling is het van groot belang dat gebouwen niet op zichzelf staan, maar bijdragen aan een groter geheel. Samen geven ze invulling aan het nieuwe ensemble rondom het plein.
- •
Het Stadhuisplein is hier de hoofdspeler. Dit plein moet dan ook als dusdanig herkenbaar zijn.
- •
Een deel van de bestaande bebouwing aan en rondom het plein is van hoge kwaliteit. Voor de herontwikkeling is het van belang juist deze elementen te extraheren en te koesteren er hier iets nieuws aan toe te voegen. We denken met name aan een goede detaillering en zorgvuldig materiaalgebruik.
- •
De bestaande Eindhovense laag rondom het Stadhuisplein kent een afwisseling van verticaliteit en horizontaliteit met veel plasticiteit en grote vensters in de gevels. Hier gaat generositeit en optimisme, maar ook pragmatiek vanuit.
- •
Nieuwe ontwikkelingen rondom het plein moeten een bijdrage leveren aan het Eindhovens DNA. Het gevoel dat het nieuwe gebouw bij ons hoort
- •
Eindhovens DNA in de Eindhovense Laag
- •
Vooroorlogs; zorgvuldige detaillering en materiaalgebruik
- •
Industrialisatie; optimisme
- •
Institutionalisering; generositeit
- •
Eindhovens DNA in de Brainportlaag
- •
Hoge bebouwing in het centrum van Eindhoven kenmerkt zich door repetitie, eenduidigheid, rijkheid, durf, optimisme en respect voor de historie.
- •
We zetten een stap van ‘strak zakelijk’ naar ‘menselijk zakelijk’.
- •
Daarom voegen we aan het Stadhuisplein hieraan een menselijke schaal toe met vertrouwende materialen en detaillering als ook groen en innovatie.
- •
Leesbare gevels
- •
Vertrouwde materialen & detaillering
- •
Generositeit & repetitie
- •
Groen inpassing
- •
Durf en innovatie
- •
Menselijke schaal
- •
- 2.
Hiërarchie in stedelijke ruimtes
‘Het Stadhuisplein als hoofdrolspeler’
Uitgangspunten voor bebouwing aan het Stadhuisplein:
- •
Het Stadhuisplein is de hoofdrolspeler, de verbindende straten kondigen het plein aan en verbinden de fysieke ruimtes onderling.
- •
De pleinen hebben een verblijfsfunctie, de verbindende straten niet.
- •
Het Stadhuisplein moet herkenbaar zijn, het is een plein dat door alle bewoners van de stad bezocht wordt.
- •
Op het Begijnenhof en aan de Oude Stadsgracht heerst een andere sfeer.
- •
Het Begijnenhof, de Oude Stadsgracht en de verbindende straten vormen samen de Stedelijke ruimtes.
- •
Waar de binnenhoven ontstaan, onderscheiden zij zich in hun karakter van de pleinen en de verbindende straten. Dit draagt bij aan de leesbare stad.
- •
Een stad die begrijpelijk is voor iedereen en waar je makkelijk je weg vindt.
- •
Het Stadhuisplein is bepaald door zijn pleinwanden: deze hebben gelijke plint- hoogten, verwantschap in materialisering en vergelijkbare mate van detaillering.
- •
Aan het Stadhuisplein liggen stedelijke ruimtes zoals: de Wal, het Begijnenhof en Oude Stadsgracht. In tegenstelling tot het Stadhuisplein spelen deze ruimtes niet de hoofdrol, maar zijn ze ondersteunend aan het Stadhuisplein.
- •
De hoven hebben een duidelijk ander karakter en zijn meer ingetogen en intiem van aard.
- 3.
Leesbare opzet van gebouwen
‘Verdichten op Eindhovense wijze’
Uitgangspunten voor bebouwing aan het Stadhuisplein:
- •
De Eindhovense laag is rijk aan detaillering en sluit aan bij de menselijke maat. De Brainportlaag daarboven geeft ruimte voor verdichting.
- •
Aan het Stadhuisplein voegen we daar nog een element aan toe. De Belvedère. De Belvedère is een toevoeging op de openbare ruimte aan het Stadhuisplein.
- 4.
Architectuur van de Eindhovense laag
‘Herkenbaar, leesbaar en verfijnd’
Uitgangspunten voor bebouwing aan het Stadhuisplein:
Stadhuisplein
- •
De Eindhovense laag is herkenbaar en sluit aan op de historische context.
- •
Hij is fijner en rijker gedetailleerd dan de Belvedère en de torens daarboven.
- •
Daarbij is het Stadhuisplein de hoofdspeler. Hier gaat de meeste aandacht naar toe.
- •
De plinten vormen een duidelijk herkenbare hoogte en vormen een continue gevelaansluiting met het Stadhuisplein.
- •
De plint is transparant en minimaal 2 lagen hoog.
- •
De onderste verdieping is minimaal 4,5m hoog.
- •
Het Stadhuisplein is de hoofdspeler. Voor nieuwe bebouwing rondom het plein geldt:
- •
De gevels van de Eindhovense laag rondom het plein zijn uitnodigend, hebben een rijke detaillering en sluiten aan bij de historische context.
- •
Toegangen naar de woningen liggen nooit direct aan het plein.
- •
Dichte gevels of technische ruimtes zijn aan het plein niet toegestaan.
- •
De gevels van de Eindhovense laag en met name de plint zijn goed afgestemd met de openbare ruimte.
- •
De gebouwen aan het Stadhuisplein staan stevig op de grond.
- •
De Eindhovense laag heeft geen uitkragende balkons.
Stedelijke ruimtes
- •
De Eindhovense laag is herkenbaar en sluit aan op de historische context.
- •
Hij is fijner en rijker gedetailleerd dan de balkons en de torens daarboven.
- •
De plinten zijn van kleinere orde dan die op het Stadhuisplein. Zij kunnen afwisselend in hoogte en breedte zijn.
- •
De plint is 1 tot 2 lagen hoog.
- •
De onderste verdieping is minimaal 4,5m hoog.
- •
De Stedelijke ruimtes hebben een andere maat en schaal dan het Stadhuisplein en hebben dus ook een andere uitstraling en architectuur. Aan het Begijnenhof, de Oude Stadsgracht en de verbindende straten ligt de nadruk meer op de woonfunctie. Ook al in de Eindhovense laag.
- •
Het Begijnenhof krijgt met de herontwikkeling van de omliggende percelen veel duidelijker de vorm van een plein waarin de Catharinakerk prominent aanwezig is. De Stedelijke ruimte aan de Oude Stadsgracht krijgt juist identiteit door de ligging aan de Dommel:
- •
Uitkragende balkons zijn hier ook in de Eindhovense laag toegestaan.
- •
Rondom de Stedelijke ruimtes is het leesbaar in de bebouwing dat hier vooral gewoond wordt.
- •
Colonnades bieden een verrijking in de architectuur van de Eindhovense laag. Het is een andere manier waarop aansluiting gezocht wordt bij de menselijke maat waarbij tegelijkertijd gezorgd wordt voor een comfortabele verbinding voor voetgangers.
- •
De waardevolle bestaande bebouwing aan het Begijnenhof vraagt om een zorgvuldig ontwerpproces bij herontwikkeling. Hierbij zijn drie ontwerprichtingen mogelijk; herbestemming van het bestaande gebouw, nieuwbouw met een referentie naar het gebouw of nieuwbouw passend op de plek, maar met een nieuwe architectonische uitstraling die past bij de nieuwe functie
Hoven
- •
De Eindhovense laag is herkenbaar en sluit aan op de menselijke maat.
- •
De plint is 1 tot 2 lagen hoog. De onderste verdieping is minimaal 4,5m hoog.
- •
Binnenhoven hebben een informeel en groen karakter. De binnenhoven zijn zo ingericht dat de bezoeker zich hier te gast voelt. De binnenhoven zijn (semi-) openbaar, maar veel intiemer dan de publieke pleinen. Menselijke maat en vergroening zijn hier het belangrijkste uitgangspunt:
- •
Uitkragende balkons en zicht op het hof zorgen voor geborgenheid en sociale veiligheid.
- •
Alle binnenhoven hebben een eigen identiteit.
- •
Verharding en materialisatie wijkt hier af van de openbare ruimte. In het hof is geen ruimte voor (fiets)parkeren of containers.
- •
Elk binnenhof is, waar mogelijk, bereikbaar via minimaal 2 toegangen.
- •
Toegankelijkheid van de Belvedère via het Binnenhof kan voor levendigheid zorgen.
- •
Gevels aan binnenhoven mogen een informeler karakter hebben dan de gevels aan een plein.
- •
Poorten en stegen verbinden de pleinen en straten met de binnenhoven en kennen een hiërarchie. Ze staan in proportie tot de ruimtes die ze verbinden. Poorten die toegang verlenen aan een grote binnenruimte vragen om een hogere hoogte dan poorten die een kleiner binnenhof ontsluiten.
- •
Ook het karakter van het plein of de verbindende straat kan invloed hebben op de vormgeving van de poort of steeg. Dit draagt bij aan een leesbare stad. De belangrijkste uitgangspunten zijn:
- •
De doorgangen zijn zorgvuldig vormgegeven.
- •
Binnenhoven mogen afgesloten worden, maar alleen als dit noodzakelijk is, zoals bijvoorbeeld in de avonduren tbv de veiligheid van de bewoners. Dit vraagt om goede afspraken en een goed ontworpen oplossing.
- •
- 5.
Architectuur van de Brainportlaag
‘Elke toren een eigen gezicht, samen vormen ze het ensemble rondom het plein’
Uitgangspunten voor bebouwing aan het Stadhuisplein:
- •
De architectuur van de Brainportlaag geeft ruimte aan de herkenbaarheid van de nieuwe ontwikkelingen in de context van de bestaande stad. De torens staan altijd op of achter de Eindhovense laag. Er is altijd sprake van een set-back ten opzichte van de Eindhovense laag.
- •
Behalve aan de verbindende straten waar een colonnade aansluitend op het maaiveld een alternatief kan zijn. Ook een colonnade draagt bij aan de menselijke maat van het gebouw en geeft de voetganger een prettige verbinding tussen de pleinen.
- •
Het Stadhuis is het belangrijkste gebouw aan het Stadhuisplein, de Catharinakerk is het belangrijkste gebouw aan het Begijnenhof. Door het Begijnenhof te activeren met nieuwe bebouwing ontstaat er een plein dat recht doet aan de kerk. De kerk is beleefbaar vanaf het Stadhuisplein via de verbindende straat tussen het plein en het Begijnenhof.
- •
Alle torens hebben een eigen uitstraling en architectuur, maar vormen samen een ensemble. Nieuwe bebouwing moet zich daarbij altijd voegen naar de bestaande torens. De kroon van de toren zorgt voor zichtbaarheid en herkenbaarheid aan het Stadhuisplein. Torens zijn alzijdig, leesbaar met een herkenbare functie en markant. Ze vormen een oriëntatiepunt in de stad.
- •
De belangrijkste uitgangspunten voor bebouwing in de Brainportlaag zijn:
- •
Repetitie, eenduidigheid en rijkheid.
- •
Durf en optimisme
- •
Uitkragende balkons zijn rondom toegestaan en dragen bij aan de leesbaarheid van het gebouw als woongebouw.
- •
De torens zijn ondersteunend aan het Stadhuisplein, het plein is de hoofdrolspeler
- 6.
Belvedère en daklandschappen
‘Bijzondere toevoeging op hoogte aan het openbaar gebied’
Uitgangspunten voor bebouwing aan het Stadhuisplein:
- •
De massaopbouw rondom het plein geeft invulling aan het concept van de tribune uit het Integraal Gebiedskader Stadhuisplein. De (semi)publieke Belvedère rondom het plein vult dit aan met een letterlijke tribune die uitkijkt op het Stadhuisplein.
- •
De ruimte is toegankelijk en fungeert als bijzondere toevoeging aan de openbare ruimte in het gebied.
- •
De Belvedère is op meerdere manieren te bereiken.
- •
Elke ontwikkeling biedt minimaal één stijgpunt.
- •
Ook is de Belvedère direct vanaf de openbare ruimte toegankelijk.
- •
Afsluitbaarheid moet zorgvuldig ontworpen zijn.
- •
De Belvedère wordt gekenmerkt door een groen karakter.
- •
Verbindingen tussen de verschillende ontwikkelingen is mogelijk en wenselijk.
- •
Verbindingen tussen de gebouwen hebben veel meerwaarde.
- •
Een verbindende brug moet (technisch) altijd mogelijk zijn. De bouwlaag aan de Belvedère heeft een functie die past bij de (semi)openbare functie van de Belvedère.
- •
De Belvedère bevindt zich alleen aan het Stadhuisplein.
- •
Andere set-backs, balkons en dakterrassen zijn beschikbaar voor bewoners en ook groen van karakter. Hierdoor dragen zij bij aan de continuïteit van groen op hoogte.
- •
Stadhuisplein: Zone waarin de Belvedère zich bevindt rondom het plein.
- •
Stedelijke ruimtes: De verrijkte daklandschappen bevinden zich aan de Stedelijke ruimtes.
- •
Hoven: Ook aan de hoven bevinden zich verrijkte daklandschappen t.b.v. de bewoners
- 7.
Materiaal en kleurgebruik
‘De hoogste kwaliteit op ooghoogte’
Uitgangspunten voor bebouwing aan het Stadhuisplein:
- •
Hoe dichter je bij een gebouw kan komen hoe rijker en gedetailleerder de architectuur. De hoogbouw boven de Eindhovense laag ligt verder weg en mag bescheidener zijn van materialisering.
- •
Daarnaast geldt dat de gevels aan het Stadhuisplein de belangrijkste gevels zijn. Hier moet de hoogste ambitie liggen. Verder van het plein, zoals aan het Begijnenhof of in een binnenhof mag het een onsje minder zijn. Voor het gehele gebied geldt:
- •
Pas altijd eerlijke materialen toe zoals baksteen, natuursteen en hout. Zorg daarbij voor een stedelijke uitstraling.
- •
Heb altijd oog voor detaillering en precisie. Detaillering wordt belangrijker naarmate je dichter op maaiveldhoogte komt.
- •
Materialen kunnen tegen een stootje en zijn ‘hufterproof’, met name op maaiveldniveau.
- •
Pas materialen toe die mooi verouderen.
- •
Stadhuisplein:
- •
Het Stadhuisplein vraagt om de hoogste kwaliteit materialen. Met name ter hoogte van de Eindhovense laag. Dat wil zeggen dat er geen kunstmatige, maar juist eerlijke, echte materialen toegepast worden.
- •
In de plint rondom het Stadhuisplein worden met name robuuste materialen toegepast.
- •
Beperk de toepassing van hout als gevelmateriaal direct aan het plein.
- •
Kleurgebruik:
- •
Het kleurgebruik vraagt om onderlinge afstemming onder de nieuwe ontwikkelingen. Dat geldt overigens niet voor het Stadhuis zelf. Een contrast hiermee benadrukt juist het onderscheid in functie.
- •
Kleur kan zorgen voor warmte en optimisme. Maar primaire of felle kleuren mogen maar zeer beperkt worden toegepast.
-
8. Biodiversiteit, groen en duurzaamheid
‘Als integraal onderdeel van het ontwerpproces’
Uitgangspunten voor bebouwing aan het Stadhuisplein:
- •
Biodiversiteit en groen; Het toepassen van robuust groen is essentieel voor een goede leefomgeving. Het is dan ook van belang dat groen en biodiversiteit niet achteraf toegevoegd worden, maar juist een integraal onderdeel uitmaken van de ontwerpopgave.
- •
Belangrijke uitgangspunten voor de hele omgeving zijn:
- •
Om er voor te zorgen dat het groen waardevol is voor mens en natuur, wordt het met name toegepast op de Eindhovense laag.
- •
Een Belvedère die rondom het plein verbonden is biedt ook veel kansen voor groen en biodiversiteit.
- •
De Dommel geeft aanleiding om de architectuur van de bebouwing rondom het plein te vergroenen.
- •
Ga slim om met (hemel)water.
- •
Pas beplanting toe die hier thuis hoort, zoals de 40 van 040. Deze gedijen meestal het beste.
- •
Denk bij de groentoepassingen ook aan de verschillende seizoenen.
- •
Duurzaamheid; Maak gebruik van de kennis en ervaring die opgebouwd wordt via Het Nieuwe Normaal. Het Nieuwe Normaal (HNN) - Cirkelstad. Samen met gemeenten, ontwikkelaars en bouwers wordt gezocht naar de wijze waarop circulariteit een plek kan krijgen in bouwplannen en gebiedsontwikkeling. De subthema’s en onderwerpen vanuit het Nieuwe Normaal gebruiken we waar mogelijk bij het Stadhuisplein bij ontwerp en uitvoering van de gebouwen en openbare ruimte. Om te bepalen welke kansen er liggen zal bij elke ontwikkeling en de uitwerking van iedere fase maatwerk nodig zijn. Het opstellen van een materialenpaspoort ligt daarbij voor de hand om op die manier zicht te krijgen welke materialen vrijkomen, gebruikt worden en op lange termijn circulair inzetbaar zijn. Daarnaast is het streven om de hoeveelheid bouw- en bedrijfsafval te reduceren.
- •
Alle nieuwe ontwikkelingen rondom het Stadhuisplein sluiten, waar mogelijk, aan op het warmtenetwerk (Smart Thermal Grid).
- •
De belangrijkste aandachtspunten voor nieuwe ontwikkelingen zijn:
- •
Onderzoek of geheel of gedeeltelijke transformatie tot de mogelijkheden behoort.
- •
In het kader van het omgaan met bouw- en sloopafval: voor alle te slopen gebouwen, buitenruimte etc. een oogstplan opstellen, met daarin aangegeven hoe de elementen zo hoogwaardig hergebruikt kunnen worden ten eerste in de geplande vervangende nieuwbouw, ten tweede elders in het gebied, ten derde buiten het gebied.
- •
Ontwerp voor preventie door zich te richten op het voorkomen van het gebruik van producten, elementen of materialen. Dit door simpelweg van de ontworpen functie af te zien of door een geheel andere oplossing te leveren.
- •
Ontwerp vanuit levensduurverlenging (houd rekening met toekomstig onderhoud en reparatie).
- •
Alle gebouwen moeten zoveel mogelijk demonteerbaar zijn voor optimaal hergebruik en eventueel afvalscheiding.
- •
Geen gebruik van materialen die schadelijk zijn voor mens en/of milieu. Alle gebruikte materialen zijn vrij van stoffen die voorkomen op de Rode Lijst van LBC/TNS.
- •
Ontwerp waar mogelijk met hernieuwbare materialen.
- •
Stel een materialenpaspoort op.
- •
Bij ontwerp en bouw wordt gebruik gemaakt van een grondstoffenbank, waarin alle materialen van te slopen gebouwen te vinden zijn en hergebruikt kunnen worden.
- •
Gebruik de methodes/tools uit Het Nieuwe Normaal om prestaties meetbaar te maken.
- 9.
Innovatie
‘Eindhoven is innovatief, laat dat zien’
Uitgangspunten voor bebouwing aan het Stadhuisplein:
- •
Eindhoven is een innovatieve stad. Dat willen we ook graag laten zien. Elke ontwikkeling rondom het Stadhuisplein vraagt daarom om minimaal één vorm van innovatie:
- •
Innovatie in gebruik en functie; een adaptief ontwerp levert een multifunctioneel gebouw dat toekomstbestendig is.
- •
Innovatie in energie en/of water.
- •
Innovatie in constructief ontwerp.
- •
Innovatie in materialisatie (ook vanuit groen en biodiversiteit).
- 10.
De mens
‘Vertrouwd, herkenbaar en een menselijke maat’
Uitgangspunten voor bebouwing aan het Stadhuisplein:
- •
Eindhoven wil zich profileren als ‘De meest menselijke innovatieve stad’
- •
Er is dus alle ruimte voor innovatie, maar uiteindelijk bouwen wij aan de stad voor de mens. Het Stadhuisplein verandert van financieel en bestuurlijk centrum in een bijzondere woonomgeving voor iedereen die daar wil wonen.
- •
In de architectuur betekent dit: van strak zakelijk naar menselijk zakelijk
- •
Aandacht voor de menselijke maat.
- •
Gebouwfuncties moeten herkenbaar zijn in het uiterlijk van het gebouw.
- •
Vertrouwde materialen en detaillering
- •
Verfijnde detaillering op de Eindhovense laag.
- •
Een goede relatie tussen binnen en buiten op maaiveldniveau.
- •
Gezondheid en leefbaarheid
- •
Bewegen, lopen en fietsen stimuleren.
- •
In de Eindhovense laag is de trap een aantrekkelijk vormgegeven alternatief.
- •
Ontmoeten stimuleren met aantrekkelijke gemeenschappelijke ruimtes en voorkomen van eenzaamheid.
- •
Ruimte voor community building.
- •
Stimuleer delen van voorzieningen en zoek ruimte voor reparatie en ruilen.
Bijlage 1: Calendarium
Historisch overzicht
Calendarium
Architecturale context:
1920: 1922 Radio Kootwijk (J. Luthman)
1930: Functionalisme (rechte lijn), Traditionalisme (monumentalisme) Tradionalistisch functionalisme (zwierige lijn), 1936 Van Abbemuseum (A.J.Kropholler)
1940: 1942 Betaafsche Import Maatschappij Shell (J.J.P.Oud)
1950: Amsterdamsche Incasso Bank (Kraaijvanger)
1960: Gematigde voorzetting van het vooroorlogs “nieuwe bouwen” (gematigd functionalisme), 1967-1970 Cityplan Eindhoven
1970: 1973 Oliecrisis
1980: versobering in kantoorarchitectuur
1990: verhevigde plastiek
2000: 2003 Uitbreiding Van Abbemuseum (A. Cahen)
Bebouwing met extractie kenmerken
1950: 1952 Gerechtsgebouw, voormalig Stadhuis (vd Laan), baksteen
1960: 1960 Voormalige bank Van Mierlo & Zn (Kraaijvanger), natuursteen. 1962 NL-Bank en KVK (J.M.Luthman), natuursteen. 1967 Nederlands Katholiek Vakverbond (W.F. van de Kerkhof, A. de Vries), natuursteen. 1969 Stadhuis (vd Laan), natuursteen.
1970: 1974 Kantoor-/Schoolgebouw (Kraaijvanger), beton. 1974 Agglomeratiegebouw (W.F.van de Kerkhof, A. de Vries), baksteen. 1975 vml. Bankgebouw (Kraaijvanger), beton.
1990: vml. Stadskantoor (De Bever& C. van de Ven), baksteen.
Ontwikkelfase Stadshuisplein
tot 1928 ‘Studentenwei’
1928-1949 Gemeentewerf
1949-1960 Tijdelijk gazon
1960-1990 Parkeerplein
1990-2020 ‘Museumzaal’
Planvorming
1920: Annexatie 5 gemeenten, nieuwe gemeente = nieuw stadhuis
1940: 1940 Goedkeuring ontwerp SH (J.A. vd Laan) (door WOII niet uitgevoerd). 1946 Wederopbouwplan Eindhoven. 1949 Aangepast ontwerp SH
1950: 1958 Nieuw ‘modern’ ontwerp SH. 1959 Kantongerecht (J. Kruger)
1960: 1962 Gerealiseerd ontwerp SH. 1968 Openbare bibliotheek Begijnenhof. 1969 Opening (huidig) SH (J.A. vd Laan)
2000: 2001 De Blauwe Engel (Aartsen en Partners)
2020: oplevering renovatie en verbouwing van het stadhuis (IMPULS)
Genese van de plek
Periodes Eindhoven
1920-1944 Centrum van Groot Eindhoven
1944-1965 De Wederopbouwstad
1965-1985 De Grootstedelijke Stad
1985- nu De Veelzijdige Stad
Groei van Eindhoven
Inwoners aantal
1920 50.000
1950 144.000
1970 190.000
1980 195.000
1990 190.000
2000 200.000
2018 230.000
Ondertekening
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl