Verordening Materiële en financiële gelijkstelling Hilversum 2025

Geldend van 08-10-2025 t/m heden

Intitulé

Verordening Materiële en financiële gelijkstelling Hilversum 2025

Raadsbesluit

Intitulé

Verordening Materiële en financiële gelijkstelling Hilversum 2025

RAADSBESLUIT

De raad van de gemeente Hilversum,

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders betreffende Onderwijshuisvesting: Verordening materiële en financiële gelijkstelling Hilversum 2025 d.d. 3 juni 2025 met kenmerk 1742467;

gelet op artikel 140/141 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 134/135 van de Wet op de expertisecentra en artikel 96g/96h van de Wet op het voortgezet onderwijs;

gelet op artikel 147/149 van de Gemeentewet;

gelet op hoofdstuk 4 van de Algemene Wet Bestuursrecht;

gezien het gevoerde overleg met vertegenwoordigers van de bevoegde gezagsorganen van de scholen in de gemeente;

BESLUIT:

1. De verordening ‘materiële en financiële gelijkstelling Hilversum 2025’ vast te stellen en in werking te laten treden per 9 juli 2025.

2. De huidige verordening ‘materiële en financiële gelijkstelling Hilversum 2012’ in te trekken met ingang van de inwerkingtreding van de nieuwe verordening.

3. De nieuwe verordening te laten vervallen per 31 december 2026.

4. De in de bijlagen opgenomen klokurenvergoeding en monumentenregeling om te zetten naar reguliere subsidieregelingen conform het subsidiebeleid van de gemeente Hilversum voor 1 januari 2027.

Verordening materiële en financiële gelijkstelling Hilversum 2025

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsbepaling

In deze verordening wordt verstaan onder:

• a. het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hilversum;

• b. schoolbestuur: bevoegd gezag van een volgens de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs bekostigde in de gemeente gelegen openbare of bijzondere school, of, voor zover in deze verordening is bepaald, van een nevenvestiging waarvan de hoofdvestiging is gelegen in een andere gemeente;

• c. school: school voor basisonderwijs, school voor (voortgezet) speciaal onderwijs of school voor voortgezet onderwijs;

o - school voor basisonderwijs: een basisschool of een speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs;- school voor (voortgezet) speciaal onderwijs: een school voor speciaal onderwijs of een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 8 van de Wet op de expertisecentra en een school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra;

o - school voor voortgezet onderwijs: school of scholengemeenschap voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, voor hoger en middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, voor voorbereidend beroepsonderwijs en voor praktijkonderwijs.

• d. nevenvestiging: deel van een school dat door de minister ingevolge artikel 85 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 76a of artikel 76b van de Wet op de expertisecentra of artikel 4.2a van de Wet op het voortgezet onderwijs voor bekostiging in aanmerking is gebracht;

• e. voorziening: een voorziening zoals opgenomen in de bijlagen bij deze verordening;

• f. aanvullende voorziening: een door het college vastgestelde nieuwe voorziening waarmee de verordening tijdelijk wordt aangevuld;

• g. indieningsdatum: uiterste moment zoals opgenomen in bijlagen bij deze verordening, waarvoor een aanvraag voor een voorziening voor het eerste daaropvolgende tijdvak moet zijn ingediend;

• h. toekenningscriteria: de omstandigheden zoals opgenomen in bijlagen bij deze verordening, waaronder een schoolbestuur in aanmerking komt voor een voorziening of een aanvullende voorziening;

• i. tijdvak: periode zoals opgenomen in bijlagen bij deze verordening, waarvoor een voorziening wordt toegekend;

• j. subsidieplafond: een bedrag zoals bedoeld in artikel 4:22 van de wet, dat beschikbaar is voor een voorziening, of een aanvullende voorziening;

• k. feitelijke beschikbaarstelling: de beschikking van het college waarbij een voorziening of aanvullende voorziening in natura beschikbaar wordt gesteld;

• l. subsidieverlening: de beschikking van het college waarbij een voorwaardelijke financiële aanspraak ontstaat op het subsidiebedrag voor een voorziening of een aanvullende voorziening;

• m. subsidievaststelling: een beschikking zoals bedoeld in artikel 4:42 van de wet;

• n. wet: de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 2 Subsidieplafond en verdelingsregels

• 1. De raad kan voor een voorziening een subsidieplafond vaststellen. Hierbij bepaalt de raad hoe het beschikbare bedrag wordt verdeeld.

• 2. De raad kan voor een voorziening het gestelde in het eerste lid overdragen aan het college. Het college neemt daarbij de gemeentebegroting in acht.

• 3. Het college maakt het subsidieplafond en de wijze van verdeling van het beschikbare bedrag, uiterlijk zes weken voor de indieningsdatum aan de schoolbesturen bekend.

Artikel 3 Aanvullende voorziening

• 1. Het college kan bepalen dat de verordening tijdelijk wordt aangevuld met een voorziening.

• 2. Het college stelt de toekenningscriteria vast waaronder aanspraak bestaat op de aanvullende voorziening.

Artikel 4 Jaarlijks overzicht

Jaarlijks voor 1 juli zendt het college aan de schoolbesturen een overzicht van de op basis van deze verordening toegekende voorzieningen. Het overzicht omvat de periode van 1 januari tot en met 31 december van het voorafgaande jaar

Hoofdstuk 2 Procedures

Paragraaf 2.1 Aanvraag voorzieningen; weigeringsgronden

Artikel 5 Toevoegen, wijzigen en intrekken

Een wijziging van de verordening die leidt tot het toevoegen, wijzigen of intrekken van een voorziening, wordt uiterlijk zes weken voor de indieningsdatum bekendgemaakt door het college.

Artikel 6 Indiening aanvraag

• 1. Het schoolbestuur dat een voorziening voor het eerste daaropvolgend tijdvak wenst, dient voor de indieningsdatum een aanvraag in bij het college. De indieningsdatum is niet van toepassing indien voor de voorziening is bepaald dat een indieningsdatum niet is voorgeschreven. Indien de aanvraag niet voor de indieningsdatum is ingediend, besluit het college om de aanvraag niet te behandelen.

• 2. De aanvraag vermeldt:

o a. naam en adres van het schoolbestuur;

o b. de dagtekening;

o c. de gewenste voorziening;

o d. de naam van de school en de onderwijssoort indien de voorziening is bestemd voor een school;

o e. een motivering dat wordt voldaan aan de toekenningscriteria.

• 3. Bij het ontbreken van een of meer gegevens deelt het college dit schriftelijk mee aan het schoolbestuur. Daarbij krijgt het schoolbestuur de gelegenheid om binnen drie weken na de datum van verzending van de mededeling de gegevens schriftelijk aan te vullen. Indien het schoolbestuur de ontbrekende gegevens niet binnen deze termijn verstrekt, beslist het college de aanvraag niet te behandelen.

Artikel 7 Beslissingstermijn

• 1. Het college besluit binnen twaalf weken na de indieningsdatum op een aanvraag. Indien ten aanzien van een voorziening geen indieningsdatum is voorgeschreven, beslist het college binnen twaalf weken na ontvangst van de aanvraag.

• 2. Het college kan de termijn van twaalf weken met vier weken verlengen. Bij verlenging wordt uiterlijk twee weken voor het einde van de termijn van twaalf weken hiervan door het college schriftelijk mededeling gedaan aan het schoolbestuur. Hierbij geeft het college de reden voor de verlenging aan.

• 3. Het college stelt binnen twee weken na de datum van de beschikking op de aanvraag het schoolbestuur hiervan schriftelijk in kennis.

Artikel 8 Weigeringsgronden

Het college weigert de voorziening in ieder geval indien:

• a. de gewenste voorziening geen voorziening is in de zin van deze verordening;

• b. niet is voldaan aan één van de toekenningscriteria;

• c. door verstrekking van de subsidie het subsidieplafond zou worden overschreden.

Paragraaf 2.2 Aanvraag aanvullende voorzieningen; weigeringsgronden

Artikel 9 Indiening aanvraag

• 1. Het schoolbestuur dat een aanvullende voorziening wenst, dient een aanvraag in bij het college.

• 2. Op de aanvraag is artikel 6, tweede en derde lid, van toepassing.

Paragraaf 2.3 Toekenning; uitvoering beschikking subsidieverlening, intrekking of wijziging; verbod vervreemding

Artikel 10 Inhoud beschikking tot toekenning; betaling

• 1. De beschikking van het college tot toekenning van een voorziening of een aanvullende voorziening kan inhouden:

o a. feitelijke beschikbaarstelling van de voorziening;

o b. een subsidieverlening;

o c. een subsidievaststelling.

• 2. De beschikking bevat:

o a. het tijdvak en het doel waarvoor de voorziening is toegekend;

o b. de wijze waarop het schoolbestuur de voorziening dient uit te voeren.

• 3. De beschikking tot subsidieverlening of subsidievaststelling bevat voorts:

o a. het bedrag van de subsidie of indien de beschikking tot subsidieverlening het bedrag niet vermeldt, het bedrag waarop de subsidie ten hoogste wordt vastgesteld;

o b. het bedrag van het voorschot of de wijze van vaststelling daarvan indien de beschikking tot subsidieverlening bepaalt dat het college een voorschot verleent;

o c. voor zover van belang de wijze waarop rekening en verantwoording door het schoolbestuur wordt afgelegd aan het college.

o d. de bepaling dat de wet van toepassing is en voor zover van belang welke afzonderlijke bepalingen of afwijkingen hierop van kracht zijn.

• 4. De betaling van het subsidiebedrag vindt binnen zes weken na de subsidievaststelling plaats.

Artikel 11 Uitvoering beschikking tot subsidieverlening

• 1. Na een beschikking tot subsidieverlening dient het schoolbestuur uiterlijk acht weken na afloop van het tijdvak waarvoor de voorziening is toegekend een aanvraag tot subsidievaststelling in. Het college stelt de subsidie ambtshalve vast indien de aanvraag achterwege blijft.

• 2. Bij de aanvraag toont het schoolbestuur aan dat de aan de subsidieverlening verbonden verplichtingen als genoemd in artikel 12 zijn nagekomen.

• 3. Indien het schoolbestuur niet of niet voldoende aantoont dat de verplichtingen zijn nagekomen, deelt het college dit schriftelijk mee aan het schoolbestuur. Hierbij geven zij aan op welke onderdelen het schoolbestuur aanvullende informatie moet verschaffen. Daarbij krijgt het schoolbestuur de gelegenheid om binnen drie weken na ontvangst van de mededeling de gevraagde informatie schriftelijk te verschaffen. Indien het schoolbestuur de gevraagde informatie niet binnen deze termijn verstrekt, stelt het college de subsidie ambtshalve vast.

Artikel 12 Subsidievaststelling volgend op verlening

• 1. Het college beslist binnen acht weken na de indiening van de aanvraag als bedoeld in artikel 13 eerste lid of binnen acht weken na de verstrekking van de aanvullende informatie. Binnen twee weken na de datum van de beschikking stelt het college het schoolbestuur hiervan schriftelijk in kennis.

• 2. Het college betaalt het subsidiebedrag onder verrekening van de betaalde voorschotten, overeenkomstig de subsidievaststelling. De betaling vindt binnen zes weken na de subsidievaststelling plaats.

Artikel 13 Intrekken of wijzigen beschikking; terugvordering

Ten aanzien van het beleid tot intrekking, wijziging, stopzetting of verlaging van de afgegeven subsidiebeschikking dan wel terugvordering van gegeven subsidie is titel 4:2 van de wet van toepassing.

Artikel 14 Verbod tot vervreemding

Vervreemding door het schoolbestuur van op basis van deze verordening toegekende voorzieningen, is niet toegestaan zonder toestemming van het college tenzij sprake is van een overdracht van voorzieningen aan een ander schoolbestuur als gevolg van samenvoeging van het betreffende schoolbestuur met een ander schoolbestuur.

HOOFDSTUK 3 Slotbepalingen

Artikel 15 Informatieverstrekking

Het schoolbestuur verstrekt op verzoek van het college nadere gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het bepaalde in deze verordening.

Artikel 16 Beslissing van het college in gevallen waarin de verordening niet voorziet

In gevallen, de uitvoering van de verordening betreffende, waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college.

Artikel 17 Citeertitel; inwerkingtreding

• 1. De verordening kan worden aangehaald als: Verordening materiële financiële gelijkstelling 2025.

• 2. De verordening treedt in werking met ingang van 9 juli 2025

Artikel 18 Vervaldatum en omzetting voorzieningen

1. Deze verordening vervalt met ingang van 1 januari 2027.

2. De voorzieningen "klokurenvergoeding" (Bijlage A) en "monumentenregeling" (Bijlage B) worden uiterlijk per 31 december 2026 omgezet naar afzonderlijke subsidieregelingen in de zin van titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 9 juli 2025

De griffier, De burgemeester,

dr. M. Pen dr. ir. G.M. van den Top

Bijlagen

A. Voorziening bewegingsonderwijs.

1.Aanduiding van de voorziening.

Beschikbaar stellen van een lokaal bewegingsonderwijs voor het geven van bewegingsonderwijs of een vergoeding voor het gebruik van een lokaal bewegingsonderwijs.

2.Indieningsdatum.

• Voor de scholen voor primair en (voortgezet) speciaal onderwijs is het indienen van een aanvraag niet van toepassing.

• Voor de school voor voortgezet onderwijs geldt dat de aanvraag voor het beschikbaar stellen van een lokaal bewegingsonderwijs uiterlijk 1 juni voorafgaand aan het schooljaar moet worden ingediend.

3.Tjjdvak waarvoor een voorziening wordt goedgekeurd

De voorziening wordt voor één schooljaar toegekend.

4.Toekenningscriteria waaronder een bevoegd gezag in aanmerking komt voor een voorziening.

Het aantal klokuren bewegingsonderwijs van een school voor:

1. basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs dat voor bekostiging door de gemeente in aanmerking komt wordt vastgesteld voor een:

o a. basisschool op basis van het aantal groepen dat wordt berekend volgens het bepaalde in artikel 14 van het Besluit Bekostiging WPO en de bij deze voorziening behorende splitsingstabel. Het aantal klokuren bedraagt ten hoogste 1,5 klokuur per week per groep leerlingen van 6 jaar en ouder (groep 3 tot en met 8).

o b. speciale school voor basisonderwijs en een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs op basis van het aantal groepen volgens respectievelijk het bepaalde in het vierde lid van artikel 136 WPO en artikel 14 van het Besluit bekostiging WEC. Het aantal klokuren bedraagt ten hoogste 2,25 klokuur per groep leerlingen van zes jaar en ouder.

o c. basisschool, een speciale school voor basisonderwijs en een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs op maximaal 3,75 klokuur per week per groep leerlingen jonger dan zes jaar als de school voor basisonderwijs, speciaal basisonderwijs, of (voortgezet) speciaal onderwijs niet beschikt over een speellokaal.

2. voortgezet onderwijs wordt vastgesteld op basis van het aantal leerlingen dat is ingeschreven aan het begin van het schooljaar op de hoofd- of nevenvestiging van de school voor voortgezet onderwijs met een maximum van 3 klokuren (3 lesuren van 50 minuten) en voor zover de school voor voortgezet onderwijs het aantal klokuren niet binnen de eigen accommodatie kan opvangen.

5. Wijze van toekenning.

1. Voor de onder 4.1 bedoelde scholen wordt de voorziening door de gemeente berekend en vastgesteld op basis van het aantal leerlingen op de teldatum 1 oktober voorafgaande aan het schooljaar.

2. De voorziening kan beschikbaar worden gesteld door het beschikbaar stellen van een lokaal bewegingsonderwijs of door het beschikbaar stellen van bekostiging.

3. De bekostiging wordt beschikbaar gesteld als een school primair en (voortgezet) speciaal onderwijs gebruik maakt van een lokaal bewegingsonderwijs waarvan het schoolbestuur juridisch eigenaar is.

4. De bekostiging bestaat uit een vast bedrag en een variabel bedrag per vastgesteld klokuur en is afhankelijk van het stichtingsjaar van de gymnastiekaccommodatie, de oppervlakte van de oefenzaal en het aantal uren gebruik door het onderwijs.

5. De bekostiging wordt vastgesteld op basis van onderstaande tabel, waarvan het bedrag jaarlijks door het college jaarlijks wordt aangepast met de systematiek van de prijsindex zoals opgenomen in bijlage IV , deel A van de verordening voorzieningen huisvesting onderwijs en jaarlijks wordt gepubliceerd door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten:

Stichtingsjaar Vaste kosten (excl. verzekering en ozb) Variabele kosten

Tot 1987

< 90 m² 3.635,51 441,73

90-130 m² 4.664,98 558,97

130-170 m² 5.100,78 603,21

170-190 m² 4.867,75 659,98

190-230 m² 4.662,03 727,11

> 230 m² 5.276,32 813,39

Vanaf 1987

> 252 m2 4.189,32 739,67

6. Berekeningseenheid van toekenning.

1.De bekostiging, zoals opgenomen onder 1 tot en met 3 is bestemd voor het bekostigen van het beheer en de exploitatie conform de bepaling van de onderwijswetten en voor vervanging en aanpassing van onderwijsleerpakket en meubilair en wordt als volgt berekend:

1.voor het gebruik van de lokalen bewegingsonderwijs van een school voor primair onderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs door de scholen voor primair en (voortgezet) speciaal onderwijs wordt toegekend:

o a. het vaste bedrag en

o b. het variabele bedrag vermenigvuldigd met het aantal klokuren gebruik van de eigen school en het medegebruik van een andere school, zoals vastgesteld op basis van het bepaalde onder 4.1;

2.voor het gebruik van de lokalen bewegingsonderwijs van een school voor voortgezet onderwijs door de scholen voor scholen voor primair en (voortgezet) speciaal onderwijs wordt toegekend:

a. het vaste bedrag, gedeeld door 26 en

b. het variabele bedrag beiden vermenigvuldigd met het aantal klokuren medegebruik van een andere school, zoals goedgekeurd door het college.

3.voor het gebruik van de lokalen bewegingsonderwijs van een school voor primair en (voortgezet) speciaal onderwijs door een school voor voortgezet onderwijs wordt geen bekostiging toegekend. De scholen voor scholen voor primair en (voortgezet) speciaal onderwijs brengen de vergoeding rechtstreeks in rekening bij de school voor voortgezet onderwijs.

2.Naast de onder 1. bedoelde bekostiging verstrekt de gemeente een vergoeding voor de huur van een lokaal bewegingsonderwijs of andere sportaccommodatie:

1. op het moment dat de beschikbare gemeentelijke accommodaties respectievelijk de accommodaties van de schoolbesturen onvoldoende capaciteit hebben;

2. het college vooraf toestemming voor de huur heeft verleend en

3. heeft ingestemd met de hoogte van de verschuldigde huur.

7. Subsidieplafond

Er is geen sprake van een subsidieplafond. De definitieve kosten zijn afhankelijk van het totaal aantal toegekende klokuren.

Bijlage behorende bij Voorziening bewegingsonderwijs

Grondslag bekostiging voor materiële instandhouding lichamelijke oefening

1. Algemeen.

Het aantal groepen zoals opgenomen onder 4a tot en met 4c wordt vastgesteld voor het:

• a. basisonderwijs op basis van het aantal formatieplaatsen zoals berekend volgens de formule en bepalingen zoals vastgelegd in artikel 14 van het Besluit Bekostiging WPO. Dit vloeit voort uit het derde lid van artikel 136 WPO;

• b. het speciaal basisonderwijs op basis van de uitkomst van de berekening aantal leerlingen / 'N-factor’. De N-factor voor een speciale school voor basisonderwijs is bepaald in het vierde lid van artikel 136 WPO en bedraagt 15. De uitkomst van de berekening wordt naar boven afgerond als het cijfer achter de komma groter is dan 5. In het andere geval wordt het getal naar beneden afgerond.

• c. het (voortgezet) speciaal onderwijs op basis van de uitkomst van de berekening aantal leerlingen / 'N-factor’. De N-factor voor een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs is afhankelijk van de onderwijssoort en opgenomen in artikel 14 van het Besluit bekostiging WEC en tabel 2.

2. Basisschool

Nadat het totaal aantal formatieplaatsen voor de basisschool is berekend wordt het aantal groepen 6-12 jarigen vastgesteld op basis onderstaand normatief overzicht 'splitsing aantal groepen leerlingen'.

Tabel 1 Splitsingstabel aantal groepen leerlingen. Op grond van deze tabel wordt op basis van het totaal aantal groepen het aantal groepen gesplitst in een aantal gymgroepen leerlingen 4- en 5-jarigen en 6- tot en met 12-jarigen. Dit is een genormeerd aantal groepen voor het vaststellen van het aantal klokuren bewegingsonderwijs.

Aantal gymgroepen per school (G)

Aantal gymgroepen 4/5-jarigen

Aantal gymgroepen 6/12-jarigen

2

1

1

3

1

2

4

2

2

5

2

3

6

2

4

7

3

4

8

3

5

9

3

6

10

3

7

11

4

7

12

4

8

13

4

9

14

5

9

15

5

10

16

5

11

17

6

11

18

6

12

19

6

13

20

6

14

21

7

14

22

7

15

23

7

16

24

8

16

25

8

17

26

8

18

27

9

18

28

9

19

29

9

20

30

9

21

31

10

21

32

10

22

33

10

23

34

11

23

35

11

24

36

11

25

37

11

26

38

12

26

39

12

27

40

12

28

41

13

28

42

13

29

43

13

30

44

14

30

45

14

31

3. School voor (voortgezet) speciaal onderwijs

Tabel 2 - N-factor (voortgezet) speciaal onderwijs

Onderwijssoort

N-factor

SO

VSO

Dove kinderen (DO)

6

6

Slechthorende kinderen (SH)

12

7

Kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden die niet tevens behoren tot dove of slechthorende kinderen (ES)

12

7

Visueel gehandicapten (VISG)

12

7

Lichamelijk gehandicapte kinderen (LG)

12

7

Langdurig zieke kinderen (LZ)

13

7

Zeer moeilijk lerende kinderen (ZMLK)

12

12

Zeer moeilijk opvoedbare kinderen (ZMOK)

12

7

Kinderen in scholen verbonden aan pedologische instituten (PI)

10

7

Meervoudig gehandicapte kinderen

7*

7*

* tenzij bij beschikking van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen de N-factor anders dan 7 is vastgesteld.

Voor SO-MG met N=2 geldt 56,75, voor VSO-MG met N=2 geldt 57,5, voor SO-MG met N=3 geldt 56,75 en voor VSO-MG met N=3 geldt 57,5.

Het aantal groepen van een SOVSO-school of een SO-school waaraan een of meerdere afdelingen zijn verbonden of een SOVSO-school waaraan een of meerdere afdelingen zijn verbonden wordt voor de verschillende schooltypen afzonderlijk vastgesteld, waarna de afzonderlijk vastgestelde ruimtebehoeften worden gesommeerd.

4. Medegebruik/huur van een niet-eigen voorziening

Naast gymnastiek in een eigen lokaal van de school is er tevens gymnastiek mogelijk in een bestaande gymnastiekaccommodatie door middel van medegebruik of huur (van een andere school/de gemeente/een commerciële exploitant). Afhankelijk van de eigenaar van de accommodatie bestaat recht op de volgende vergoeding:

• · Indien de gymnastiekzaal van een andere school voor primair onderwijs wordt gebruikt, wordt het variabele deel van het klokuurbedrag aan de eigenaar vergoed.

• · Indien de gymnastiekzaal van een school voor voortgezet onderwijs wordt gebruikt, wordt het vaste en het variabele deel van het klokuurbedrag aan de eigenaar vergoed.

• · Indien een gymnastiekaccommodatie van de gemeente wordt gebruikt, volstaat ingebruikgeving van de accommodatie voor het vastgesteld aantal klokuren.

• · Indien een gymnastiekaccommodatie van een commerciële exploitant wordt gebruikt, zal de huurprijs (stichtingskosten + materiële instandhouding) worden vergoed. De huurprijs wordt door de gemeente aan de exploitant voldaan.

VOORBEELD berekening hoogte bekostiging.

Gymzaal A

( PO, 200 m2, 1980)

wordt gebruikt door de eigen en een medegebruikende basisschool

• - oppervlakte lokaal bewegingsonderwijs 200 m2

• - aantal klokuren school voor basisonderwijs a 12

• - aantal klokuren school voor basisonderwijs b 9

totaal 21

Vergoeding:

• - vast bedrag 4.662,03

• - 21 klokuren x 727,11 15.269.31

Totale vergoeding te betalen door de gemeente 19.931,34

Gymzaal B

( PO, 200 m2, 1980)

wordt gebruikt door de eigen school en een medegebruikende school voor VO

• - oppervlakte lokaal bewegingsonderwijs 200 m2

• - aantal klokuren school voor basisonderwijs 1 12

• - aantal klokuren school voor voortgezet onderwijs 9

totaal 23

Vergoeding:

• - vast bedrag 4.662,03

• - 12 klokuren x 727,11 8.725,32

subtotaal te betalen door de gemeente 13.387,35

• - vast bedrag 4662,03 / 26 * 9 1.613,78

• - 9 klokuren x 727,11 6.543,99

subtotaal te betalen door het schoolbestuur 8.157,77

Totale vergoeding 21.545,12

B. Monumentenregeling Onderwijshuisvesting

I. Aanduiding van de voorziening

De voorziening betreft een aanvullende gemeentelijke vergoeding voor regulier onderhoud aan monumentale schoolgebouwen. Deze regeling is bedoeld voor scholen die gehuisvest zijn in een gebouw dat is ingeschreven in het Monumentenregister (zoals gedefinieerd in artikel 6 van de Monumentenwet) of een aanwijzing heeft als beschermd stads- en dorpsgezicht (zoals bedoeld in artikel 35 van de Monumentenwet).

II. Indieningsdatum: Indiening en besluitvorming

De bijdrage wordt automatisch verstrekt voor schoolgebouwen die voldoen aan de criteria voor extra regulier onderhoud zoals beschreven in deze regeling. Er hoeft geen aanvraag ingediend te worden, maar de schoolgebouwen worden op basis van hun kenmerken en de bijbehorende vierkante meters automatisch beoordeeld voor bekostiging onder voorbehoud van goedkeuring van de Programmabegroting door de Raad.

De bekostiging wordt jaarlijks vastgesteld op basis van het aantal vierkante meters van de monumentale schoolgebouwen die voldoen aan de vastgestelde criteria.

Het college van burgemeester en wethouders zal jaarlijks een beschikking verstrekken op basis van de criteria, en deze worden binnen vier weken na besluitvorming verstrekt.

III. Tijdvak waarvoor de voorziening wordt toegekend

De voorziening wordt voor een periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2039 verstrekt. Onder voorbehoud van goedkeuring van de Programmabegroting door de Raad.

IV. Toekenningscriteria

De gemeentelijke vergoeding wordt verstrekt voor regulier onderhoud aan schoolgebouwen die voldoen aan de volgende criteria:

1. Het schoolgebouw moet ingeschreven staan in het Monumentenregister (Artikel 6 van de Monumentenwet) of beschikt over een aanwijzing als beschermd stads- en dorpsgezicht (Artikel 35 van de Monumentenwet).

V. Wijze van toekenning

De bijdrage wordt vastgesteld op basis van het aantal vierkante meters van het monumentale schoolgebouw dat in aanmerking komt. De schoolgebouwen worden jaarlijks beoordeeld op basis van hun vierkante meters, die in de hieronder vermelde lijst zijn weergegeven.

De bijdrage wordt berekend op basis van de volgende verdeelsleutel:

• Op basis van het aantal vierkante meter oppervlakte van de monumentale schoolgebouwen.

• Gymzalen waarvan de gemeente het groot onderhoud voor haar rekening neemt worden niet meegerekend in de oppervlakte.

VI. Subsidieplafond

Er geldt een jaarlijks subsidieplafond, dat afhankelijk is van de totaal ingediende vierkante meters. Het plafond wordt als volgt verdeeld:

• 2021-2023: €145.000 per jaar

• 2024-2039: €327.000 per jaar

De verdeelsleutel voor de subsidie per vierkante meter wordt als volgt bepaald. Het subsidiebedrag wordt verdeeld op basis van het aantal vierkante meters van de monumentale schoolgebouwen in verhouding tot het totaal aantal vierkante meters van alle scholen die in aanmerking komen.

Op basis van de totale oppervlakte wordt het jaarlijkse subsidiebedrag per vierkante meter bepaald. Dit zorgt ervoor dat de beschikbare middelen gelijkmatig verdeeld worden onder de scholen die aan de criteria voldoen.

Ondertekening