Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR745054
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR745054/1
Regeling vervalt per 01-09-2027
Tijdelijke subsidieregeling meerjarige cultuurinitiatieven gemeente Zutphen 2025-2026
Geldend van 09-10-2025 t/m 31-08-2027
Intitulé
Tijdelijke subsidieregeling meerjarige cultuurinitiatieven gemeente Zutphen 2025-2026Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zutphen,
gelet op artikel(en) 2 en 3 van de Algemene subsidieverordening gemeente Zutphen 2025;
b e s l u i t :
vast te stellen de
Tijdelijke subsidieregeling meerjarige cultuurinitiatieven gemeente Zutphen 2025-2026
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
Deze regeling verstaat onder:
- a.
activiteitenprogramma; een samenhangend geheel aan activiteiten die passen binnen een van de toepassingsgebieden vermeld in deze regeling en die in overwegende mate ten goede komen aan inwoners van de gemeente en als zodanig aangekondigd worden;
- b.
amateurkunst: een activiteitenprogramma waarbij het maken van kunst door individuele personen of groepen op een niet-professioneel niveau centraal staat;
- c.
Algemene subsidieverordening: de Algemene subsidieverordening gemeente Zutphen;
- d.
basisorganisatie: Theater en Congrescentrum Hanzehof, Centrum voor de Kunsten Muzehof, Bibliotheek Berkel & IJssel, De Musea Zutphen, Filmhuis Luxor en Dat Bolwerck;
- e.
college: het college van burgemeester en wethouders;
- f.
culturele festivals en evenementen: een- of meerdaags evenement of festival, overwegend cultureel van aard en karakter, met een diverse programmering;
- g.
culturele organisatie: een rechtspersoon die zich op grond van zijn statuten ten doel stelt culturele activiteiten te organiseren én statutair gevestigd is in de gemeente Zutphen;
- h.
Cultuurnota 2025-2028: de Cultuurnota 2025-2028 ‘Zutphen als inspiratie voor makers en verhalen’;
- i.
gemeente: gemeente Zutphen;
- j.
talentontwikkeling: een activiteitenprogramma dat uit de volgende fasen bestaat:
- i.
oriëntatie
- ii.
educatie;
- iii.
productie;
- iv.
presentatie;
- i.
- k.
toepassingsgebied: activiteiten die passen binnen de omschrijving 1. amateurkunst, 2. culturele festivals en evenementen of 3. talentontwikkeling.
Artikel 2 Reikwijdte subsidieregeling
-
1. Subsidie op grond van deze regeling kan enkel worden verstrekt voor activiteiten(programma’s) binnen het toepassingsgebied, uitgevoerd door een culturele organisatie zonder winstoogmerk, die een bijdrage leveren aan de volgende doelstellingen, zoals neergelegd in de Cultuurnota 2025-2028:
- a.
in de gemeente is een divers en uitnodigend cultureel aanbod vanzelfsprekend onderdeel van de samenleving;
- b.
klassieke muziek en erfgoed inspireren makers en verhalenvertellers;
- c.
de gemeente wil een stad van makers zijn;
- d.
we maken ruimte voor maakplekken en podia;
- e.
we bouwen aan een vernieuwend cultuuraanbod, met wortels in ons klassieke profiel en rijke verleden.
- a.
-
2. Het activiteitenprogramma is van betekenis voor de gemeente en aantrekkelijk voor inwoners én voor bezoekers van buiten de gemeente.
-
3. Het activiteitenprogramma moet uitgevoerd worden tussen 1 januari 2026 en 31 december 2026.
Artikel 3 Algemene beoordelingscriteria
Het college beoordeelt alle aanvragen op basis van de volgende algemene beoordelingscriteria:
- a.
artistieke/ inhoudelijke kwaliteit: bewezen artistieke visie en vakmanschap;
- b.
maatschappelijke waarde: meerwaarde van de activiteiten voor de gemeente. Hierbij wordt onder meer gekeken naar toegankelijkheid en spreiding van activiteiten en samenwerking met organisaties buiten de cultuursector;
- c.
ondernemende waarde: een gezonde financieringsmix en promotie-inspanningen.
Artikel 4 Specifieke subsidie- en beoordelingscriteria amateurkunst
-
1. Een aanvrager komt alleen voor subsidie in aanmerking als deze kan aantonen dat hij 20 of meer leden had op 1 januari van het jaar waarin de subsidie wordt aangevraagd.
-
2. Er wordt alleen subsidie verstrekt voor jaarlijks terugkerende concerten/ activiteiten die niet uitsluitend bedoeld zijn voor de eigen leden.
-
3. Als het activiteitenprogramma aanbod van een amateurkunstvereniging en/ of -instelling betreft, wordt beoordeeld of de aanvraag een kwalitatief goede invulling geeft aan één of meer van de volgende criteria, waarbij een aanvraag hoger scoort naar mate:
- a.
de aanvrager een duidelijke visie heeft op de toekomstbestendigheid van de amateurkunstvereniging en/ of -instelling en aanpak hoe daarin te ontwikkelen;
- b.
de mate waarin het activiteitenprogramma uitnodigend is voor inwoners én bezoekers om er aan deel te nemen.
- a.
Artikel 5 Specifieke subsidie- en beoordelingscriteria culturele festivals en evenementen
-
1. Als het activiteitenprogramma een cultureel festival of evenement betreft, wordt beoordeeld of het activiteitenprogramma een kwalitatief goede invulling geeft aan één of meer van de volgende criteria, waarbij een activiteitenprogramma hoger scoort naar mate:
- a.
er een duidelijke samenhang is tussen de activiteiten in het (een- of meerdaagse) festival programma;
- b.
er ruimte voor experiment en innovatie binnen het activiteitenprogramma is;
- c.
het activiteitenprogramma een regionale/internationale uitstraling heeft;
- d.
het bijdraagt aan één of meer fasen in de keten van talentontwikkeling;
- e.
één of meer onderdelen aantrekkelijk zijn voor jongeren om er actief dan wel passief aan deel te nemen;
- f.
het activiteitenprogramma op verschillende plekken in de gemeente plaatsvindt;
- g.
het activiteitenprogramma toegankelijk en zichtbaar is.
- a.
-
2. Als het activiteitenprogramma een cultureel festival of evenement betreft, kan er ook subsidie worden verstrekt voor een jaarlijks concertprogramma. Bij de beoordeling wordt in dat geval gelet op de mate waarin de activiteiten een aantrekkelijk (jaar)concertprogramma vormen, waarbij er verrassende samenwerkingen binnen en buiten de cultuur worden aangegaan en er verrassende muzikale combinaties zijn waarin ook ruimte is voor experiment en vernieuwd aanbod.
Artikel 6 Specifieke subsidie- en beoordelingscriteria talentontwikkeling
Als het activiteitenprogramma bijdraagt aan talentontwikkeling, wordt beoordeeld of het activiteitenprogramma een kwalitatief goede invulling geeft aan één of meer van de volgende criteria, waarbij een activiteitenprogramma hoger scoort naar mate:
- a.
er een duidelijke samenhang is in het activiteitenprogramma op het gebied van culturele talentontwikkeling op een specifieke kunstdiscipline;
- b.
het aantrekkelijk is voor jongeren om er aan deel te nemen;
- c.
er ruimte voor experiment en innovatie binnen het activiteitenprogramma is;
- d.
het uitnodigend is voor deelnemers om er actief aan deel te nemen:
- e.
het bijdraagt aan één of meer fasen in de keten van talentontwikkeling;
- f.
de mate waarin het activiteitenprogramma zich richt op één of meer niveaus van talentontwikkeling: van amateur tot toptalent.
Artikel 7 Aanvraag om subsidieverlening
-
1. Een aanvraag om subsidieverlening moet met een daartoe door het college vastgesteld aanvraagformulier worden ingediend.
-
2. Een aanvraag om subsidieverlening moet worden ingediend uiterlijk op 7 november 2025.
-
3. Als de aanvrager op grond van artikel 4:5 Awb de gelegenheid heeft gehad de aanvraag om subsidieverlening aan te vullen, geldt als datum van ontvangst de datum waarop de aanvulling op de aanvraag om subsidieverlening is ontvangen.
-
4. Een aanvraag om subsidieverlening die niet binnen de gestelde termijn is aangevuld, wordt buiten behandeling gelaten.
Artikel 8 Bij aanvraag in te dienen gegevens
In afwijking van het bepaalde in artikel 6 van de Algemene subsidieverordening, moet de aanvrager bij een aanvraag om subsidie de volgende gegevens overleggen:
- a.
het activiteitenprogramma voor het jaar 2026;
- b.
de begroting en het dekkingsplan voor het jaar 2026;
- c.
een korte omschrijving waarin wordt aangegeven hoe het activiteitenprogramma zich in de jaren 2027 en 2028 verder gaat ontwikkelen.
Artikel 9 Subsidieplafond
-
1. Het college kan jaarlijks een subsidieplafond vaststellen.
-
2. Het college kan, binnen het in het eerste lid bepaalde subsidieplafond, subsidiedeelplafonds vaststellen en per deelplafond specifieke regels stellen voor het verdelen van de subsidie.
Artikel 10 Wijze van beoordeling en verdeling
-
1. Het college beoordeelt alle aanvragen integraal en in relatie tot elkaar en komt daarbij tot een afgewogen verdeling naargelang het activiteitenprogramma kwalificeert binnen één van de toepassingsgebieden.
-
2. Als het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de subsidie verstrekt via de systematiek van rangschikking: per compleet ingediende aanvraag worden punten toegekend op grond van de artikelen 3, 4, 5 en 6. De op basis van deze puntentoekenning als hoogst gerangschikte aanvraag komt het eerst voor subsidieverstrekking in aanmerking, gevolgd door de daaropvolgende aanvraag, enzovoorts.
-
3. Als het tweede lid van toepassing is, worden de ingediende aanvragen als eerste beoordeeld op grond van de in artikel 3 neergelegde algemene criteria, op basis waarvan een maximum van in totaal 30 punten behaald kan worden. Vervolgens worden de aanvragen beoordeeld op grond van de in artikel 4, 5 respectievelijk 6 neergelegde specifieke criteria, op basis waarvan een maximum van in totaal 70 punten behaald kan worden.
-
4. De verdeling van de 30 punten, als bedoeld in het derde lid, is als volgt:
- a.
artistieke/ inhoudelijke kwaliteit: bewezen artistieke visie en vakmanschap (tot een maximaal van 10 punten);
- b.
maatschappelijke waarde: meerwaarde van de activiteiten voor de gemeente. Hierbij wordt onder andere gekeken naar toegankelijkheid en spreiding van activiteiten en samenwerking met organisaties buiten de cultuursector (tot een maximaal van 10 punten);
- c.
ondernemende waarde: een gezonde financieringsmix en promotie-inspanningen (tot een maximaal van 10 punten).
- a.
-
5. De verdeling van de 70 punten, als bedoeld in het derde lid, is als volgt:
- a.
binnen het toepassingsgebied amateurkunst:
- i.
de aanvrager een duidelijke visie heeft op de toekomstbestendigheid van de amateurkunstvereniging en/ of -instelling en aanpak hoe daarin te ontwikkelen: maximaal 35 punten;
- ii.
de mate waarin het activiteitenprogramma uitnodigend is voor inwoners én bezoekers om er aan deel te nemen: maximaal 35 punten.
- i.
- b.
binnen het toepassingsgebied culturele festivals en evenementen:
- i.
er een duidelijke samenhang is tussen de activiteiten in het (een- of meerdaagse) festival programma: maximaal 10 punten;
- ii.
er ruimte voor experiment en innovatie binnen het activiteitenprogramma is: maximaal 10 punten;
- iii.
het activiteitenprogramma een regionale/internationale uitstraling heeft: maximaal 10 punten;
- iv.
het bijdraagt aan één of meer fasen in de keten van talentontwikkeling: maximaal 10 punten;
- v.
één of meer onderdelen aantrekkelijk zijn voor jongeren om er actief dan wel passief aan deel te nemen; maximaal 10 punten;
- vi.
het activiteitenprogramma op verschillende plekken in de gemeente plaatsvindt: maximaal 10 punten;
- vii.
het activiteitenprogramma toegankelijk en zichtbaar is: maximaal 10 punten;
- viii.
bij een jaarlijks concertprogramma:
- 1.
de mate waarin de activiteiten een aantrekkelijk (jaar)concertprogramma vormen: maximaal 20 punten,
- 2.
waarbij er verrassende samenwerkingen binnen en buiten de cultuur worden aangegaan: maximaal 20 punten, en
- 3.
er verrassende muzikale combinaties zijn waarin ook ruimte is voor experiment en vernieuwd aanbod: maximaal 30 punten.
- 1.
- i.
- c.
binnen het toepassingsgebied talentontwikkeling:
- i.
er een duidelijke samenhang is in het activiteitenprogramma op het gebied van culturele talentontwikkeling op een specifieke kunstdiscipline: maximaal 15 punten;
- ii.
het aantrekkelijk is voor jongeren om er aan deel te nemen: maximaal 15 punten;
- iii.
er ruimte voor experiment en innovatie binnen het activiteitenprogramma is: maximaal 10 punten;
- iv.
het uitnodigend is voor deelnemers om er actief aan deel te nemen: maximaal 10 punten;
- v.
het bijdraagt aan één of meer fases in de keten van talentontwikkeling: maximaal 10 punten;
- vi.
de mate waarin het activiteitenprogramma zich richt op één of meer niveaus van talentontwikkeling: van amateur tot toptalent: maximaal 10 punten.
- i.
- a.
-
6. Bij gelijke beoordeling weegt de beoordeling op grond van de algemene criteria, zoals uitgevoerd op grond van het vierde lid, het zwaarst. Als de beoordeling dan nog steeds gelijk is, is de beoordeling op grond van de respectievelijke specifieke criteria per toepassingsgebied, zoals uitgevoerd op grond van het vijfde lid, doorslaggevend.
-
7. Als toepassing van het derde tot en met het zesde lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door welke aanvraag als eerste compleet is ingediend, gevolgd door de daaropvolgende aanvraag, enzovoorts.
-
8. Bij het bepalen van de hoogte van het subsidiebedrag houdt het college rekening met:
- a.
de mate waarin het activiteitenprogramma een wezenlijke bijdrage levert aan de doelstellingen van de Cultuurnota 2025-2028;
- b.
de hoogte van de eigen financiële bijdrage van de aanvrager;
- c.
de mate waarin medefinanciering door derden plaatsvindt of kan plaatsvinden.
- a.
Artikel 11 Subsidiabele en niet-subsidiabele kosten
-
1. Subsidiabel zijn die kosten die resteren na aftrek van bijdragen van derden en die naar het oordeel van het college nodig zijn voor het organiseren van de activiteit(en).
-
2. Niet subsidiabel zijn:
- a.
de reguliere exploitatiekosten van de culturele organisatie/ instelling;
- b.
kosten in relatie tot het opstellen van de aanvraag;
- c.
kosten voor de aanschaf van duurzame gebruiksgoederen;
- d.
consumptieve en/ of verblijfskosten;
- e.
alle kosten waarvoor de aanvrager gebruik kan maken van bestaande rijks-, provinciale of gemeentelijke subsidieverordeningen of -regelingen;
- f.
onvoorziene uitgaven (post onvoorzien);
- g.
gemeentelijke leges;
- h.
kosten waarbij personeel/ zzp’ers volledig fair pay worden vergoed;
- i.
investeringen in de eigen organisatie/ instelling voor het ontwikkelen van de eigen organisatie/ instelling.
- a.
-
3. In de aanvraag om subsidie moet de aanvrager aangeven wat hij heeft gedaan om financiële ondersteuning te verwerven, anders dan eventueel te verkrijgen subsidie van de gemeente.
-
4. De begroting moet reëel en sluitend zijn en bestaan uit kosten die noodzakelijk zijn om het activiteitenprogramma te laten slagen.
Artikel 12 Beslistermijn
-
1. Het college beslist uiterlijk 31 december 2025 op de aanvraag om subsidieverlening.
-
2. Het college kan de beslissing eenmaal met ten hoogste 6 weken verdagen.
Artikel 13 Weigeringsgronden
Onverminderd het bepaalde in de artikelen 10 en 11 van de Algemene subsidieverordening weigert het college de subsidie in ieder geval, als:
- a.
de subsidie wordt aangevraagd door een basisorganisatie;
- b.
niet wordt voldaan aan het bepaalde in deze regeling;
- c.
de subsidie bestemd is voor activiteiten met een winstoogmerk;
- d.
de subsidie bestemd is voor producten die commercieel verhandelbaar zijn, specifiek de uitgave van boeken, beeld- en geluidsdragers;
- e.
de subsidie bestemd is voor activiteiten als oprichting, beheer en onderhoud van gedenktekens of monumenten, archeologische opgravingen, herdenkingsplechtigheden of jubilea die niet openbaar toegankelijk zijn, de Sinterklaasintocht, Koningsdag, de 4 mei-herdenking, Bevrijdingsdag, fondsenwerving, braderieën en circussen;
- f.
de subsidie bestemd is voor activiteiten in het kader van een opleiding;
- g.
het activiteitenprogramma ook zonder subsidie op grond van deze regeling plaats kan vinden;
- h.
het activiteitenprogramma een overwegend religieus of politiek karakter heeft;
- i.
voor het activiteitenprogramma door de gemeente al subsidie wordt verstrekt;
- j.
voor het activiteitenprogramma binnen de gemeente al voldoende aanbod aanwezig is;
- k.
voor het activiteitenprogramma niet eerder twee keer op grond van de geldende Subsidieregeling incidentele cultuurinitiatieven gemeente Zutphen dan wel diens voorganger;
- l.
de aanvrager niet minimaal twee jaar achter elkaar een activiteitenprogramma voor een van de toepassingsgebieden heeft uitgevoerd in de gemeente en daarvoor subsidie van de gemeente heeft ontvangen;
- m.
het activiteitenprogramma niet in de gemeente georganiseerd wordt.
Artikel 14 Verantwoording, aanvraag om subsidievaststelling
-
1. Een aanvraag om subsidievaststelling moet met een daartoe door het college vastgesteld aanvraagformulier worden ingediend.
-
2. Een aanvraag om subsidievaststelling moet worden ingediend uiterlijk op 31 maart 2027.
-
3. In afwijking van het bepaalde in artikel 19, tweede lid en artikel 20, tweede lid van de Algemene subsidieverordening, bevat de aanvraag tot vaststelling:
- a.
een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan;
- b.
een overzicht van gemaakte en betaalde kostenposten, afgezet tegen de posten van de oorspronkelijke subsidiabele kostenbegroting;
- c.
een overzicht van de financiering van de kosten;
- d.
bij een subsidie van meer dan € 100.000,-: een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk accountant.
- a.
Artikel 15 Tijdelijke regeling
Deze regeling geldt vanaf 1 oktober 2025 tot 1 september 2027.
Artikel 16 Hardheidsclausule
Het college kan één of meer artikelen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing daarvan, gelet op het belang van het subsidiëren van culturele activiteiten en het culturele klimaat in Zutphen, leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Artikel 17 Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking op de dag na de datum van bekendmaking.
Artikel 18 Overgangsrecht
Op een beschikking die, respectievelijk bezwaarschrift dat, vóór het tijdstip van uitwerkingtreding van deze regeling is gegeven, respectievelijk ingediend, blijft deze regeling van toepassing.
Artikel 19 Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling meerjarige cultuurinitiatieven gemeente Zutphen 2025-2026.
Ondertekening
Aldus besloten op 30 september 2025.
Het college van burgemeester en wethouders,
De burgemeester,
de secretaris,
Toelichting
Algemene toelichting
Het gemeentebestuur ondersteunt het culturele veld op drie manieren: 1. via de basisorganisaties, 2. via meerjarige cultuurinitiatieven en 2. via incidentele initiatieven. Voor de laatste groep is de Subsidieregeling incidentele cultuurinitiatieven gemeente Zutphen 2024 van toepassing. Voor de middelste groep is deze subsidieregeling vastgesteld. Met deze regeling wil het college jaarlijks terugkerende culturele activiteiten in gemeente stimuleren die van belang zijn voor het culturele klimaat van de gemeente. In de Cultuurnota 2025-2028 is het als volgt verwoord:
“Naast deze sterke basis kennen we een aantal meerjarige programma’s die inzetten op vernieuwing, educatie en verbinding. Talentontwikkeling en beleving staan hierbij centraal. Denk bijvoorbeeld aan amateurgezelschappen en muziekverenigingen. Deze organisaties zorgen voor festivals, terugkerende evenementen en opleidingstrajecten. Ze bieden plekken aan jongeren en jonge inwoners om creatief bezig te zijn. Daarnaast vinden we het belangrijk dat het aanbod blijft aansluiten op de behoeften van alle inwoners. Daarom ondersteunen we ook incidentele initiatieven en projecten van inwoners, verenigingen en makers uit de Zutphense samenleving. Dit alles zorgt voor een sterke basis en een levendig geheel. Een manier om samen verhalen te vertellen en te maken.”
Kern van deze subsidieregeling is een transparant afwegingskader met een verdeling van de beschikbare geldmiddelen voor jaarlijks terugkerende culturele activiteiten in Zutphen. Met deze regeling worden aanvragers uitgedaagd initiatieven te ontwikkelen die inspelen op de behoeften en ontwikkelingen in de gemeente en de ambities verwoord die vastgelegd zijn in de Cultuurnota 2025-2028. Met deze regeling beogen we dat initiatiefnemers activiteitenprogramma’s gaan uitvoeren die meerdere achtereenvolgende jaren verder ontwikkeld kunnen worden.
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
In dit artikel worden de in deze regeling gehanteerde begrippen omschreven. Dit artikel spreekt voor zich. De onderdelen a. en f. behoeven evenwel nadere toelichting.
Onderdeel a.: het activiteitenprogramma bevat de activiteiten die in een kalenderjaar georganiseerd worden.
Onderdeel f.: bij een festival wordt gedacht aan een activiteit die gericht is op muziek, film, beeldende kunst, literatuur, dans of theater.
Artikel 2 Reikwijdte subsidieregeling
Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
Artikel 3 Algemene beoordelingscriteria
In het eerste lid, onder a. wordt gevraagd naar artistieke kwaliteit. Het betreft hier ook de artistieke visie op de activiteiten die een inclusief en herkenbaar signatuur voor deelnemers hebben. Bij vakmanschap wordt bedoeld en gevraagd naar de vaardigheid van de organisatoren om de activiteiten uit te voeren.
In het eerste lid, onder b. wordt gevraagd naar maatschappelijke meerwaarde. Onder meerwaarde voor de gemeente wordt verstaan, de relevantie en aantrekkelijkheid voor inwoners en bezoekers van de gemeente. Daarnaast moet de activiteit aansluiten op de behoefte vanuit de gemeente. Bij toegankelijkheid wordt gerefereerd aan de doelstelling dat iedereen in de gemeente cultuur moet kunnen meemaken. Uit de aanvraag moet blijken dat financiële dan wel fysieke drempels zoveel mogelijk worden beslecht.
Met spreiding van activiteiten wordt bedoeld dat er duidelijke keuzes wordt gemaakt waar activiteiten plaatsvinden en dat daarin diverse locaties in de gemeente worden benut: bijvoorbeeld kerken en of buurt- en wijkcentra. Hierbij wordt ook gekeken of er geschikte locaties zijn in de wijken van de gemeente om de activiteiten uit te voeren.
Met samenwerking buiten de cultuursector wordt bijvoorbeeld gedacht aan welzijnsorganisaties, zodat cultuur een bredere impact heeft dan alleen in de cultuur.
In het eerste lid, onder c. wordt gevraagd naar de ondernemende waarde. Het gaat daarbij om een gezonde financieringsmix en promotie-inspanningen. De begroting moet reëel en sluitend zijn en bestaan uit kosten die noodzakelijk zijn om het activiteitenprogramma te laten slagen. Ook moet aangegeven worden hoe het gevraagde bedrag in verhouding staat tot het te verwachte resultaat (bereik/ activiteiten). Het feit hoe financieel wendbaar de organisatie is bij tegenslagen is daarnaast van belang. En daarin is ook belangrijk de mate waarin de organisatie afhankelijk is van gemeentelijke subsidie vergeleken met andere inkomsten. Daarom moet de aanvrager in de aanvraag om subsidie aangeven wat hij heeft gedaan om financiële ondersteuning te verwerven, anders dan eventueel te verkrijgen subsidie van de gemeente.
Voor wat betreft de promotie-inspanningen wordt gekeken naar hoeveel media de organisatie bereikt. Daarnaast wordt gelet op het bedrag dat begroot wordt voor promotie-inspanningen.
Artikel 4 Specifieke subsidie- en beoordelingscriteria amateurkunst
In het derde lid, onder a. wordt gevraagd naar een visie op toekomstbestendigheid. De aanvrager wordt gevraagd vormvrij een reflectie aan te leveren waarin deze de grootste uitdagingen voor de vereniging of instelling beschrijft. En daarnaast ook hoe de aanvrager deze uitdagingen wil aanpakken. Uitdagingen zijn bijvoorbeeld het op peil houden van het ledenaantal of zichtbaarheid van de activiteiten van de vereniging of instelling.
Artikel 5 Specifieke subsidie- en beoordelingscriteria culturele festivals en evenementen
In het eerste lid, onder g. wordt bij toegankelijkheid gelet op de doelstelling dat iedereen in principe kunst en cultuur kan meemaken. Het kan dus bijvoorbeeld gaan om het beslechten van fysieke/ financiële drempels om deel te nemen. Bij zichtbaarheid wordt gelet op de inspanningen van de aanvrager om de activiteiten op een juiste en verrassende wijze onder de aandacht te brengen van inwoners en bezoekers. Bijvoorbeeld door pop-up iets te organiseren (mits er een vergunning voor is verleend). Het gaat om het feit dat inwoners en bezoekers ervaren dat er iets bijzonders in de gemeente plaatsvindt.
In het tweede lid wordt ook mogelijk gemaakt dat subsidie aangevraagd kan worden voor een jaarlijks concertprogramma. Verder wordt in dit lid duidelijk gemaakt waar de aanvragen in dat geval (ook) op getoetst worden.
Artikel 6 Specifieke subsidie- en beoordelingscriteria talentontwikkeling
Met dit artikel worden organisaties uitgenodigd die gericht zijn op talentontwikkeling van (jonge) muzikanten. Of organisaties die jonge acteurs begeleiden/ theatervoorstellingen maken.
Artikel 7 Aanvraag om subsidieverlening
Dit artikel behoeft geen nadere toelichting. Het aanvraagformulier is te vinden op de website van de gemeente.
Artikel 8 Bij aanvraag in te dienen gegevens
In het eerste lid, onder c. wordt gevraagd naar een korte omschrijving waarin de aanvrager aangeeft hoe het activiteitenprogramma zich in de jaren 2027 en 2028 verder gaat ontwikkelen. Dit is vormvrij. Dat wil zeggen dat er geen format voor is. De belangrijkste vragen die hierbij beantwoord moeten worden zijn:
- •
hoe ga je je activiteiten verder door ontwikkelen?
- •
op welke wijze ga je je als stichting/ vereniging of organisatie verder ontwikkelen?
Een financiële doorvertaling van deze plannen is nog niet nodig.
Artikel 9 Subsidieplafond
In het eerste lid van dit artikel is bepaald dat het college jaarlijks een subsidieplafond vast kan stellen. Op grond van het tweede lid kunnen er ook deelplafonds worden vastgesteld, met hun eigen regels qua verdeling eventueel aanvullend op de rangschikking.
Artikel 10 Wijze van beoordeling en verdeling
In dit artikel is bepaald waarmee het college rekening houdt bij het bepalen van de hoogte van het subsidiebedrag. Als het college een subsidieplafond heeft ingesteld en het totaalbedrag van de ingediende subsidiabele aanvragen het subsidieplafond overschrijdt, komen de aanvragen die als beste zijn beoordeeld als eerste voor subsidie in aanmerking. Dit is bepaald in het tweede lid van dit artikel.
In het derde lid is aangegeven dat voor de algemene beoordelingscriteria maximaal 30 punten kan worden gescoord, met daarin opgenomen de verdeling van deze punten. In het derde lid is ook aangegeven dat voor de specifieke subsidiecriteria maximaal 70 punten kan worden gescoord, met daarin opgenomen de verdeling van deze punten.
In het vierde tot en met zevende lid is de wijze van beoordeling/ verdeling verder uitgewerkt. Deze leden en het achtste lid behoeven geen nadere toelichting. Met uitzondering van het zevende lid: als aanvragen op dezelfde dag zijn ontvangen, zoals is bepaald in het zevende lid, dan wordt de ontvangst bepaald door het tijdstip van ontvangst (op die dag).
Artikel 11 Subsidiabele en niet-subsidiabele kosten
In dit artikel is aangegeven welke kosten subsidiabel zijn (eerste lid) en welke kosten niet subsidiabel zijn (tweede lid).
Het tweede lid, onder c. betreft bijvoorbeeld het kopen van een televisie, koelkast, bankstel, computer of fiets (duurzame gebruiksgoederen).
Het tweede lid, onder d. betreft bijvoorbeeld kosten voor eten en drinken van deelnemers of borrels. Deze en bijvoorbeeld kosten voor verblijf in een hotel zijn voor eigen rekening.
Het tweede lid, onder h. betreft het uitgangspunt dat de gemeente onvoldoende financiële middelen heeft om het volledig te honoreren. Daarom wordt de aanvrager gevraagd daarin zelf keuzes te maken en deze keuzes toe te lichten in de aanvraag om subsidie.
Het tweede lid, onder i. betreft bijvoorbeeld kosten voor investeringen in websites of een marketing strategie. De aanvrager is zelf verantwoordelijk om dit uit eigen middelen te financieren.
Artikel 12 Beslistermijn
Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
Artikel 13 Weigeringsgronden
In dit artikel zijn de weigeringsgronden neergelegd. Naast de weigeringsgronden, zoals die in artikel 10 en 11 van de Algemene subsidieverordening zijn opgenomen, staan in dit artikel weigeringsgronden vermeld. Het college weigert de subsidie in ieder geval als één of meer van deze weigeringsgronden zich voordoen. Het merendeel van deze weigeringsgronden behoeft geen toelichting. Hieronder worden daarom enkele gronden toegelicht.
Onderdeel i.: bijvoorbeeld op basis van de Subsidieregeling evenementen en festivals gemeente Zutphen 2019 of nog passend binnen de Subsidieregeling cultuurinitiatieven gemeente Zutphen 2024 of diens voorganger.
Onderdeel k.: deze weigeringsgrond is opgenomen omdat deze regeling wordt opengesteld voor organisaties die geen recht meer hebben op subsidie op grond van de Subsidieregeling incidentele cultuurinitiatieven gemeente Zutphen 2024, omdat ze al twee keer dezelfde activiteit hebben georganiseerd. Met andere woorden, activiteiten moeten eerst twee keer op basis van de Subsidieregeling incidentele cultuurinitiatieven zijn georganiseerd voordat aanspraak op deze subsidieregeling voor meerjarige cultuurinitiatieven kan worden gemaakt.
Onderdeel l.: in de afgelopen jaren zijn op basis van het cultuurbeleid en de Algemene subsidieverordening activiteitenprogramma’s gesubsidieerd. Als blijkt dat nog niet twee keer eerder op basis van deze grondslag subsidie is verstrekt, dan kan de aanvraag om subsidie worden geweigerd.
Artikel 14 Verantwoording, aanvraag om subsidievaststelling
Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
Artikel 15 Tijdelijke regeling
Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
Artikel 16 Hardheidsclausule
Op grond van dit artikel kan het college één of meer artikelen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing daarvan, gelet op het belang van het subsidiëren van culturele activiteitenprogramma's leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. Dit kan echter alleen in die gevallen die niet zijn voorzien ten tijde van het vaststellen van de regeling. Wordt een geval onder de hardheidsclausule gebracht, dan heeft dit tot gevolg dat de regeling op dit punt moet worden aangepast. Het geval is immers voorzienbaar geworden.
Artikel 17 Inwerkingtreding
Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
Artikel 18 Overgangsrecht
Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
Artikel 19 Citeertitel
Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl