Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR745024
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR745024/1
Delegatie- en mandaatbesluit Omgevingswet gemeente Bladel
Geldend van 08-10-2025 t/m heden
Intitulé
Delegatie- en mandaatbesluit Omgevingswet gemeente BladelDe raad van de gemeente Bladel;
gelezen het voorstel R25.051 van burgemeester en wethouders van 12 augustus 2025;
gelet op artikel 2.8 van de Omgevingswet, artikel 4.14 lid 5 van de Omgevingswet, afdeling 16.2 van de Omgevingswet en afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 10:1 van de Algemene wet bestuursrecht;
overwegende dat:
- •
de Omgevingswet de mogelijkheid aan de raad biedt om de bevoegdheid om een omgevingsplan te wijzigen over te dragen aan het college;
- •
deze delegatie passend is voor zover de genoemde gevallen uitvoering geven aan eerder door de raad vastgesteld beleid of het beleid van hogere overheden;
- •
de Algemene wet bestuursrecht de mogelijkheid aan de raad biedt om het college te mandateren om een m.e.r.-beoordelingsbeslissing te nemen die nodig is voor de wijziging van het (ontwerp) omgevingsplan;
- •
de Algemene wet bestuursrecht de mogelijkheid aan de raad biedt om het college te mandateren om een coördinatiebesluit te nemen;
- •
door mandatering de huidige werkwijze voor een m.e.r.-beoordelingsbeslissing en de coördinatieregeling in stand kan blijven;
- •
dit besluit zorgt dat ontwikkelingen sneller mogelijk gemaakt kunnen worden en de transitie naar één integraal omgevingsplan sneller kan verlopen;
besluit:
Vast te stellen het delegatie- en mandaatbesluit Omgevingswet gemeente Bladel
Artikel 1 Delegeren bevoegdheden vaststellen omgevingsplan
De raad delegeert de bevoegdheid tot het wijzigen van het omgevingsplan aan het college indien het betreft:
- 1.
Het toevoegen en/of wijzigen van begripsbepalingen, meetbepalingen en indieningsvereisten voor zover deze geen wezenlijke wijzigingen voor de fysieke leefomgeving tot gevolg hebben.
- 2.
Het opnemen van onherroepelijke vergunningen die in afwijking van het omgevingsplan zijn verleend.
- 3.
Het zonder wezenlijke wijzigingen overzetten van regels uit het Invoeringsbesluit Omgevingswet (Bruidsschat omgevingsplan), bestemmingsplannen en het tijdelijke omgevingsplan naar het omgevingsplan.
- 4.
Het wijzigen van het omgevingsplan voor zover het wijzigingen betreft die passen binnen de reikwijdte van een wijzigingsbevoegdheid zoals die zijn opgenomen in de (voormalige) bestemmingsplannen waarvan het ontwerp ter inzage lag of die golden op het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet.
- 5.
Het wijzigen van het omgevingsplan aan gewijzigde wet- en regelgeving van het Rijk, het waterschap en/of provincie voor zover hier geen beleidsvrijheid is toegekend.
- 6.
Het verwerken van juridisch-technische en redactionele aanpassingen en correcties van omissies in het omgevingsplan, voor zover deze geen wezenlijke wijzigingen voor de fysieke leefomgeving tot gevolg hebben.
- 7.
Het aanwijzen, wijzigen en schrappen van gemeentelijke monumenten.
- 8.
Het toevoegen van onderdelen uit gemeentelijke verordeningen die zonder wezenlijke wijzigingen in het omgevingsplan worden opgenomen.
Artikel 2 Delegeren bevoegdheid voorbereidingsbesluit
De raad delegeert de bevoegdheid tot het nemen van een voorbereidingsbesluit zoals bedoeld in artikel 4.14 lid 5 Omgevingswet, met het oog op de voorbereiding van in het omgevingsplan te stellen regels, aan het college.
Artikel 3 Mandateren bevoegdheid tot het nemen van een m.e.r.-beoordelingsbeslissing
De raad mandateert de bevoegdheid tot het nemen van een m.e.r.-beoordelingsbeslissing die nodig is voor de wijziging van het omgevingsplan aan het college.
Artikel 4 Mandateren bevoegdheid tot het nemen van een coördinatiebesluit
De raad mandateert de bevoegdheid tot het nemen van een coördinatiebesluit (ex art. 3:20, lid 1, onder b, Algemene wet bestuursrecht), dat nodig is voor het gelijk laten lopen van verschillende juridische procedures voortvloeiend uit de Algemene wet bestuursrecht en de Omgevingswet, aan het college.
Artikel 5 Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking op de dag dat het wordt bekendgemaakt.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 25 september 2025.
De raad voornoemd,
de griffier,
de voorzitter,
Nota van toelichting (artikelsgewijs)
Artikel 1 Delegeren bevoegdheden vaststellen omgevingsplan
- 1.
Zowel het gemeentelijk omgevingsplan, de provinciale omgevingsverordening als de Waterschapsverordening worden via het DSO (Digitaal Stelsel Omgevingswet) voor iedereen digitaal raadpleegbaar. In al deze plannen en verordeningen worden begripsbepalingen opgenomen. Hierbij dient een uniform begrippenapparaat gewaarborgd te worden. Dit kan er toe leiden dat een begripsbepaling aangepast of toegevoegd wordt aan het omgevingsplan. Om een uniform begrippenapparaat te waarborgen is voor landelijk gebruik tevens een Stelselcatologus opgesteld. Indien hierin begripsbepalingen zijn opgenomen die de harmonisatie ten goede komen, kunnen deze ook overgenomen worden in het omgevingsplan.
Daarnaast is het mogelijk dat er begripsbepalingen in het omgevingsplan worden toegevoegd of aangepast om de ‘leesbaarheid’ te verbeteren. In voornoemde gevallen gaat het niet om het aanpassen of toevoegen van begripsbepalingen die nadelige effecten (kunnen) hebben op de fysieke leefomgeving dan welnadelige/ beperkende effecten tot gevolg hebben voor inwoners en initiatiefnemers of inhoudelijk besproken moet worden.
- 2.
Ontwikkelingen worden mogelijk gemaakt door middel van een omgevingsvergunning. Een dergelijke vergunning kan ook verleend worden in afwijking van het omgevingsplan. Het college heeft de bevoegdheid (in bepaalde gevallen rekening houdend met een bindend advies van de raad, dit op grond van de ‘Lijst met gevallen waarvoor advies van de gemeenteraad nodig is voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit Bladel 2024’) te besluiten over het verlenen van een omgevingsvergunning in afwijking van het omgevingsplan. De Omgevingswet bepaalt dat de gemeenteraad vergunningen voor afwijkactiviteiten binnen vijf jaar moet verwerken in het omgevingsplan.
Als na besluitvorming op de vergunning nogmaals een besluit genomen moet worden over aanpassing van het omgevingsplan, is sprake van dubbele besluitvorming over hetzelfde onderwerp. De raad stuurt op hoofdlijnen en het vertalen van verleende omgevingsvergunningen is een administratieve handeling. Daarom leent dit zich goed voor delegatie. Daarnaast is dubbele besluitvorming ongewenst vanuit dienstverlening richting de aanvrager.
- 3.
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet komen regels op Rijksniveau te vervallen en worden regelgevende bevoegdheden van het Rijk overgedragen aan gemeenten. De regels die het Rijk heeft gesteld staan nu nog in verschillende besluiten en wetten en moeten een plek krijgen in het omgevingsplan. Om gemeenten de tijd te geven deze Rijksregels op lokaal niveau (al dan niet) over te nemen in het (definitieve) omgevingsplan, staan deze zogenoemde bruidsschatregels in het omgevingsplan van rechtswege.
Door het opnemen van deze bepaling kan het (“beleidsneutraal”; ofwel zonder wezenlijke wijzigingen) overzetten van deze regels naar het omgevingsplan, gebeuren zonder dat de raad daarover een besluit hoeft te nemen. Wanneer er een politieke afweging moet worden gemaakt bij het overzetten, dient de raad daarover wél een besluit te nemen.
- 4.
In de voormalige bestemmingsplannen van de gemeente Bladel zijn verschillende wijzigingsbevoegdheden zijn opgenomen. Die bevoegdheden zijn bij de vaststelling van de bestemmingsplannen door de gemeenteraad opgenomen in de bestemmingsplannen. De bevoegdheid van wijzigingsplannen ligt bij het college. Het college kan (als voldaan wordt aan de daarin genoemde afgebakende kaders), bestemmingen in bepaalde concrete gevallen wijzigen. Onder de Omgevingswet zijn deze wijzigingsbevoegdheden komen te vervallen ten gunste van een algemenere delegatiebevoegdheid.
Uit oogpunt van slagvaardigheid, het voorkomen van dubbele besluitvorming en klantvriendelijkheid is het wenselijk om de bevoegdheid tot wijziging van het omgevingsplan te delegeren aan het college, voor zover het wijzigingen betreft die passen binnen de reikwijdte van een wijzigingsbevoegdheid zoals opgenomen in onze (voormalige) bestemmingsplannen. Daarmee blijft de situatie materieel hetzelfde als onder de werking van de voormalige Wet ruimtelijke ordening.
- 5.
Wet– en regelgeving wijzigt regelmatig, net als normen uit beleidsstukken en -visies. Dit door andere inzichten, wijzigingen in normstellingen, meetmethoden, naamgeving, vervallen van wetgeving, etc. Dit kan er toe leiden dat normen, meetmethoden, referenties en verwijzingen (naar wetgeving) die in het omgevingsplan zijn opgenomen aangepast moet worden. Het betreft hier onder andere gewijzigde wet- en regelgeving van hogerhand, waar we feitelijk niets over te zeggen hebben en waar geen beleidsvrijheid meer is toegekend.
Als voorbeeld ten aanzien van gewijzigde beleidsstukken kan gedacht worden aan de wijziging van gebieden met archeologische waarden. Wanneer uit nader archeologisch onderzoek blijkt dat de archeologische waarde op een specifieke locatie niet overeenkomt met de situatie zoals deze is vastgesteld (er zijn geen archeologische resten gevonden dus de waarde is lager), wordt het archeologisch beleid hierop dan aangepast. Dit zijn zaken die dan ook aangepast moeten worden in het omgevingsplan. Om de procedure voor het aanpassen van het omgevingsplan in deze situaties sneller te laten verlopen ligt het delegeren van de vaststelling van het omgevingsplan op dit punt voor de hand.
- 6.
Het gaat hier om technische aanpassingen waarbij inhoudelijke besluitvorming niet is vereist. Delegatie van dit onderdeel aan het college ligt hiermee voor de hand.
- 7.
Gemeentelijke monumenten moeten volgens de Omgevingswet in het omgevingsplan opgenomen worden. Het toedelen van de functie monument aan een locatie (voorheen: het aanwijzen van een gemeentelijk monument) is volgens de Verordening Fysieke Leefomgeving (voorheen: Erfgoedverordening Bladel) een collegebevoegdheid. In het kader van de Omgevingswet dienen verordeningen in het omgevingsplan opgenomen te worden.
Tot het moment dat het tijdelijk omgevingsplan wordt omgezet in een omgevingsplan en alle gemeentelijke verordeningen hierin opgenomen zijn, kunnen nieuwe gemeentelijke monumenten nog worden aangewezen op grond van de gemeentelijke Erfgoedverordening. Na de overgangsperiode zal het aanwijzen van gemeentelijke monumenten geregeld worden door deze op te nemen in het omgevingsplan. Aangezien de bevoegdheid tot het aanwijzen van monumenten reeds bij het college ligt, ligt het voor de hand dat het college ook verantwoordelijk is voor het wijzigen van het omgevingsplan door het opnemen van een aangewezen monument.
- 8.
De Omgevingswet bevat voor de gemeenteraad de verplichting om voor het gehele gemeentelijk grondgebied één omgevingsplan vast te stellen waarin regels over de fysieke leefomgeving zijn opgenomen. Deze verplichting geldt ook voor bepaalde regels over fysieke leefomgeving die in gemeentelijke verordeningen zijn gesteld. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet blijven deze verordeningen gelden naast het omgevingsplan. Gemeenten moeten in de overgangsperiode tot 2032 deze verordeningen opnemen in het omgevingsplan. Aangezien deze verordeningen destijds al door de raad zijn vastgesteld, heeft inhoudelijke afweging al plaatsgevonden.
De “beleidsneutrale” doorvertaling van de regels uit de verordeningen naar het omgevingsplan betreft puur de uitvoering en kan door het college gebeuren. Indien sprake is van een inhoudelijke beleidswijziging, blijft de raad bevoegd. Overigens heeft de gemeente Bladel er voor gekozen om regels over de fysieke leefomgeving voor zover mogelijk over te hevelen van de bestaande verordeningen naar de nieuwe Verordening Fysieke Leefomgeving Bladel. Dit vereenvoudigt de transitie naar het definitieve omgevingsplan.
Artikel 2 Delegeren bevoegdheid voorbereidingsbesluit
Een voorbereidingsbesluit is een verklaring dat een wijziging van het omgevingsplan wordt voorbereid, waarmee een aanhoudingsplicht geldt voor bouw- en aanlegactiviteiten. Ook kan in het voorbereidingsbesluit worden bepaald dat het verboden is bouwwerken te slopen of andere werkzaamheden uit te voeren, zoals bijvoorbeeld het aanleggen van wegen of afgraven van percelen.
Daarnaast kan een voorbereidingsbesluit bepalen dat het gebruik van gronden of bouwwerken niet zonder ontheffing van burgemeester en wethouders mag worden gewijzigd. Hierdoor wordt voor het gebied waarvoor het besluit wordt genomen de bestaande situatie als het ware tijdelijk bevroren totdat het omgevingsplan is gewijzigd.
Met het nemen van een voorbereidingsbesluit wordt voorkomen dat een initiatiefnemer kort voor aanpassing van het omgevingsplan bewust een vergunningaanvraag indient of activiteit gaat uitvoeren die in strijd is met de voorgenomen aanpassing. De noodzaak tot het nemen van een voorbereidingsbesluit komt nauwelijks voor, maar wanneer dit nodig is, is het belangrijk dat er snel gehandeld kan worden. Gelet op de vergaderfrequentie van de raad in relatie tot die van het college en de daarbij horende aanlevertermijnen, kan het college hierin sneller acteren.
Om die reden is in de Omgevingswet een delegatiemogelijkheid opgenomen voor de bevoegdheid tot het nemen van een voorbereidingsbesluit (artikel 4.14 Ow). De achterliggende gedachte van de wetgever is hierbij geweest dat het college een omgevingsplan voorbereidt en daarmee dan ook goed in staat is om op een effectieve wijze een voorbereidingsbesluit te nemen.
Artikel 3 Mandateren bevoegdheid tot het nemen van een m.e.r.-beoordelingsbeslissing
In bij wet aangewezen gevallen beoordeelt het bevoegd gezag of een project, plan of programma aanzienlijk nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Het bevoegd gezag neemt vervolgens op basis van deze beoordeling het besluit of er al dan niet een milieueffectrapport moet worden opgesteld.
Dit is een m.e.r.-beoordelingsbesluit. Dit artikel regelt dat het college van burgemeester en wethouders ook onder de Omgevingswet bevoegd is tot het nemen van een m.e.r.-beoordelingsbesluit voor een project, plan of programma. Voor inwerkingtreding van de Omgevingswet werd deze bevoegdheid expliciet geregeld in artikel 7.1 lid 4 van de Wet milieubeheer.
Artikel 4 Mandateren bevoegdheid tot het nemen van een coördinatiebesluit
Het coördinatiebesluit is een procedureel besluit dat tot gevolg heeft dat met elkaar samenhangende besluiten gecoördineerd behandeld worden. Dit houdt in dat er een uniforme procedure is voor de voorbereiding, totstandkoming en rechtsbescherming (bezwaar en beroep) van besluiten. Met een coördinatiebesluit verschuiven er geen inhoudelijke bevoegdheden.
Voor wat betreft de gemeente gaat het om plannen waarbij zowel een wijziging van het omgevingsplan moet plaatsvinden (bevoegdheid raad) als een omgevingsvergunning verleend moet worden (bevoegdheid college). Uit oogpunt van klantvriendelijkheid en efficiency zal het veelal wenselijk zijn om die besluiten gecoördineerd af te handelen. Zonder delegatiebesluit moeten zowel de gemeenteraad, als het college in voorkomende situatie een coördinatiebesluit nemen.
Het is bureaucratisch en tijdrovend om bij een concreet project eerst de raad te moeten vragen of gecoördineerd kan worden. Door deze bevoegdheid bij het college neer te leggen wordt snelheid in de procedure behouden, zonder dat afbreuk aan de inhoudelijk bevoegdheid van de raad om een wijziging van het omgevingsplan vast te stellen (in die gevallen waarin het vaststellen daarvan op grond van artikel 1 niet is neergelegd bij het college).
In de Omgevingswet zelf is geen bevoegdheid opgenomen tot delegatie van het coördinatiebesluit. Op grond van artikel 156 van de Gemeentewet mag de raad zijn bevoegdheden overdragen aan het college, tenzij de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet. Omdat het hier enkel gaat om een procedurele bevoegdheid die overgedragen wordt en de onderliggende inhoudelijke bevoegdheid niet overgedragen worden, mag er vanuit worden gegaan dat de aard van de bevoegdheid zich niet verzet tegen delegatie. Dit blijkt ook uit bij het informatiepunt leefomgeving (IPLO) ingewonnen informatie.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl