Visie op grootschalige zonne-energie

Geldend van 07-10-2025 t/m heden

Intitulé

Visie op grootschalige zonne-energie

De raad van de gemeente Doesburg,

Gelet op het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 12 augustus 2025

Besluit tot vaststelling van de ‘Visie op grootschalige zonne-energie’.

1 Inleiding

Ons klimaat verandert; de toenemende droogteproblemen en warme perioden in de zomer en onze steeds zachter wordende winters bevestigen dit beeld. Het beperken van de klimaatveranderingen vraagt een inzet van ons allemaal. Eén van de manieren om hieraan bij te dragen is het overschakelen naar duurzame energiebronnen, zoals zon- en windenergie. Ook de gemeente Doesburg wenst daaraan bij te dragen.

Bij de start van dit proces - in juni 2021 - is in opdracht van de gemeente Doesburg door bureau Het Pon & Telos een onderzoek onder inwoners en belanghebbenden uitgevoerd middels een enquête. Het doel van het onderzoek was om input te leveren voor een voorstel van de gemeenteraad voor lokale voorwaarden voor toekomstige duurzame energie-initiatieven in Doesburg. Daarbij moest helder worden welke zorgen, wensen, suggesties en voorwaarden inwoners en andere belanghebbenden hebben ten aanzien van duurzame energie-initiatieven. Zie voor de resultaten van dit onderzoek https://www.doesburg.nl/resultaten-onderzoek-kaders-voor-duurzame-enerrgie.

De resultaten van dit onderzoek zijn wat betreft de aspecten gerelateerd aan zonne-energie waar mogelijk meegenomen in dit afwegingskader.

Het opwekken van duurzame energie legt een claim op de toch al schaarse ruimte in Nederland en onze gemeente in het bijzonder. Doesburg beschikt slechts over een klein buitengebied (en dus weinig ruimte voor het opwekken van duurzame energie), maar heeft niettemin de ambitie in 2050 energieneutraal te zijn. Hierbij zal dit niet volledig binnen onze eigen gemeentegrenzen bereikt kunnen worden, maar is ook afstemming nodig in regionaal verband. We gaan de komende jaren ook inzetten op het (grootschalig) opwekken van zonne-energie.

De gemeente is zich ervan bewust dat zonneparken een grote impact hebben op de samenleving en daarom wenst de gemeente hier duidelijke randvoorwaarden aan te stellen, die in samenspraak met een projectgroep tot stand zijn gekomen. Voor u ligt het afwegingskader om initiatieven voor nieuwe zonneparken binnen de gemeente Doesburg te beoordelen. Dit afwegingskader heeft een looptijd tot 2030.

1.1 Doel

In het voorliggende afwegingskader is aangegeven wat de rol van de gemeente is, welke spelregels er gelden voor initiatiefnemers en op welke wijze bewoners worden betrokken bij de ontwikkeling van nieuwe zonneparken. Dit resulteert in een reeks randvoorwaarden, die het afwegingskader vormen voor nieuwe aanvragen. Dit betreft een afwegingskader op hoofdlijnen, op basis waarvan het initiatief in samenspraak met omwonenden en de initiatiefnemer verder kan worden uitgewerkt.

Het afwegingskader bevat:

  • Een korte beschrijving van de opgaven en ambities van de gemeente Doesburg voor het opwekken van duurzame energie en de rol die zonneparken daarbij vervullen.

  • Randvoorwaarden voor een zorgvuldig en open proces, om in samenspraak met belanghebbenden te komen tot de benodigde omgevingsvergunning.

  • Randvoorwaarden die de gemeente Doesburg stelt aan het ontwerp van een zonnepark.

  • Een beoordelingsmatrix voor nieuwe initiatieven.

1.2 De opgave waar we voor staan

1.2.1 Klimaatakkoord en Regionale Energie Strategie

Met het Klimaatverdrag van Parijs is de urgentie geuit dat de uitstoot van CO₂ en broeikasgassen drastisch verminderd moeten worden. Het verdrag vindt zijn doorwerking in het Nationale Klimaatakkoord waarin de klimaatdoelen voor ons land zijn omschreven. Het belangrijkste doel van het Klimaatakkoord is de CO₂-uitstoot in 2030 met 49% verminderen vergeleken met 1990. In 2050 moet de uitstoot van broeikasgassen met 95% afgenomen zijn. Daarnaast streeft Nederland naar 100% hernieuwbare energieproductie in 2050 en dienen alle kantoren en woningen in 2050 energieneutraal te zijn. Dit is nodig om de opwarming van de aarde niet verder te laten oplopen dan 1,5 graden. Om de hiervoor genoemde doelen te behalen, hebben de verschillende regio’s in Nederland een Regionale Energie Strategie opgesteld (RES).

De Regionale Energiestrategie (RES) 1.0 voor de Groene Metropoolregio is door de gemeenteraad van Doesburg vastgesteld. Inmiddels worden al gesprekken gevoerd over een actualisatie van de RES (versie 2.0). Naar verwachting wordt deze in 2023 vastgesteld. In de RES zijn onder meer regionale zoekgebieden en projecten opgenomen voor het opwekken van energie uit zon. Deze zoekgebieden (en projecten) zijn vooralsnog niet binnen onze gemeente gelegen, maar dat kan in de RES 2.0 veranderen. Het feit dat er in Doesburg (nog) geen zoekgebieden zijn gelegen neemt echter niet weg dat ook onze gemeente op termijn energieneutraal zal moeten worden. Om dit te bereiken zal ook Doesburg moeten inzetten op het grootschalig opwekken van duurzame energie.

1.2.2 Doesburgse opgave

In de ‘Routekaart energieneutraal Doesburg 2050’ staat beschreven dat onze gemeente met de samenleving wil bouwen aan een toekomstbestendige energievoorziening, met als doel een energieneutrale gemeente in 2050. Daarnaast heeft Doesburg nog een tussendoel geformuleerd, in lijn met het Gelders Energieakkoord. Dit betekent dat we in 2023 16% van de energie hernieuwbaar willen opwekken. In de praktijk willen we ongeveer 104 TeraJoule (TJ) duurzame energie opwekken.

In een eerdere studie (Routekaart energieneutraal Doesburg 2050) is de huidige energiebehoefte van onze gemeente inzichtelijk gemaakt, afgezet tegen de energiebehoefte in 2050. In 2020 bedroeg de energiebehoefte van Doesburg 648 TJ en in 2050 zal deze naar verwachting 497 TJ1 bedragen. Deze afname in energieverbruik moet worden bereikt met het verduurzamen van gebouwen (isoleren), meer energiezuinige elektrische apparaten en aanpassing van ons gedrag. Deze maatregelen zijn helaas niet voldoende om de doelstellingen voor onze gemeente te halen. We zullen op grotere schaal duurzame energie moeten opwekken.

Het onderstaande kader schetst een beeld van de opgave waar Doesburg voor staat. De grootschalige opwek van zonne-energie legt een (te) grote claim op de toch al schaarse ruimte in onze gemeente. Het is niet realistisch om te denken dat Doesburg met de grootschalige opwek van zonne-energie helemaal energieneutraal kan worden, maar het kan wel een belangrijke bijdrage leveren aan het behalen van onze doelen. Te meer omdat een zeer groot deel van onze gemeente ongeschikt is voor het opwekken van windenergie.

Opgave in cijfers

  • 1 TeraJoule (TJ) staat gelijk aan 278.000 kWh (= elektriciteit voor ± 95 huishoudens)

  • 1 hectare zonnepark produceert per jaar ± 2,7 TJ

  • 1 windmolen produceert per jaar ± 25 TJ

  • De energiebehoefte van Doesburg in 2050 bedraagt 497 TJ, oftwel:

    • 184 hectare aan zonneparken; of

    • 20 windmolens met een ashoogte van 150 meter en een tiphoogte van 225 meter.

  • Het grondgebied van de gemeente Doesburg heeft een oppervlakte van 1296 hectare, waarvan circa 270 hectare (20%) geschikt is voor de grootschalige opwek van zonne-energie.

Overzicht mogelijke opbrengsten zon en wind de ontwikkelingen worden met de tijd richting 2050 innovatiever.

Dit is teveel om dit allemaal binnen de gemeentegrens op te wekken en hiervoor zal dan ook regionaal naar samenwerking gezocht worden.

1.3 Kansen voor zon

Om energieneutraal te worden stimuleert de gemeente Doesburg het opwekken van zonne-energie op gebouwen en faciliteren we de realisatie van een waterkrachtcentrale. De verwachting is dat de waterkrachtcentrale een equivalent van elektriciteit voor 500 woningen kan gaan opwekken Een deel hiervan gaat naar het sluizencomplex van het Waterschap om deze energieneutraal te maken. Om volledig energieneutraal te worden is er echter meer nodig

Windenergie (nu) niet kansrijk…

Het opwekken van duurzame energie met grootschalige windmolens is in Doesburg nu niet kansrijk. Uit een recent haalbaarheidsonderzoek 2 komt naar voren dat de ruimtelijke mogelijkheden zeer beperkt zijn in onze gemeente. Door een veelheid aan regels c.q. beperkingen op Rijks- en provinciaal niveau zijn er in Doesburg slechts enkele locaties aan te wijzen waar grootschalige windturbines inpasbaar zijn, waarvan de helft is gelegen op relatief korte afstand van het beschermde stadsgezicht van Doesburg. Daarnaast gelden er beperkingen vanwege de aanwezigheid van de Wespendief op de Veluwe. Hierdoor is er door de provincie bepaald dat er de komende jaren in een zone van 1 – 8 km rondom de Veluwe slechts 1 of 2 windparken mogen komen met stilstandvoorziening i.v.m. de wespendief. Deze ruimte is reeds gereserveerd voor bestaande initiatieven. De provincie wil vanaf 2023 starten met een proef met een detectiesysteem voor de signalering van de wespendief en deze proef zal zeker 3 seizoenen moeten draaien. Wanneer er duidelijkheid is of er in de toekomst wel windturbines gerealiseerd kunnen worden zal ook een afwegingskader wind opgesteld worden waarbij dan de actuele stand van zaken betreft techniek, regelgeving etc. meegenomen kan worden.

…zonne-energie (onder voorwaarden) wel

Omdat de mogelijkheden voor windenergie nu niet mogelijk zijn, komt het grootschalig opwekken van zonne-energie in beeld. De gemeente Doesburg staat hier niet onwelwillend tegenover, maar we beseffen ons dat hiermee een beroep wordt gedaan op de toch al schaarse ruimte in onze gemeente. We vinden het daarom van belang de verschillende ruimteclaims en functies op elkaar af te stemmen. Om de ruimtelijke kwaliteiten van ons buitengebied te waarborgen is voor de ontwikkeling van zonneparken een helder toetsingskader nodig, met duidelijke spelregels. Op deze wijze doen wij recht aan de beschikbare ruimte in het buitengebied, de aanwezige landschappelijke waarden, landbouwbelangen en wensen van omwonenden.

Omdat de kwaliteit erg belangrijk is voor het kleinschalige landschap van de gemeente Doesburg willen we middels een uitnodigingsproces meerdere partijen uitnodigen om een plan in te dienen. Het doel van dit uitnodigingsproces is meervoudig. Het is enerzijds bedoeld om de realisatie van zonneparken te doseren, waarbij er voor een (vooraf) vastgestelde periode een (maximum) aantal hectaren vrijgegeven wordt voor de grootschalige opwek van zonne-energie. Anderzijds is het uitnodigingsproces bedoeld om te selecteren op kwaliteit. Anders dan in veel gemeenten gebruikelijk is, worden aanvragen niet behandeld op volgorde van binnenkomst, maar juist op kwaliteit. We willen een eerste (uitnodigings)periode openstellen voor maximaal 12 hectare (tenminste twee zonneparken) en een tweede (en eventueel derde) waarbij ons doel is om vóór 2030 circa 25 hectare aan zonneparken te realiseren.

Wat is grootschalig?

Grootschalig is een ruim begrip. Over het algemeen kan gesteld worden dat zonneparken die door ontwikkelaars worden gerealiseerd in de basis groter zijn dan 2 MW. Kleinere zonneparken zijn voor hen niet rendabel. Door ontwikkelaars worden zonneparken tot 6 MW gezien als kleinschalige zonneparken. Gemiddeld kan worden gerekend met de opwekking van 0,8 MW per hectare (het aantal MW per hectare neemt de laatste jaren verder toe. De factor 0,8 MW/ha is de huidige geaccepteerde stand der techniek. Dit zal de komende jaren verder stijgen). De komende jaren worden in Nederland steeds grotere parken ontwikkeld. Op dit moment is het grootste zonnepark circa 100 hectare. Er zijn echter al concrete plannen voor nóg grotere parken in o.a. Flevoland. Dit neemt niet weg dat omwonenden een andere opvatting kunnen hebben over wat klein- of grootschalig is.

2 Samen kom je verder!

Voor het realiseren van een zonnepark is de afstemming met de omgeving zeer belangrijk. De gemeente Doesburg wil dat de omgeving nauw betrokken wordt bij de ontwikkeling van een zonnepark. In dit hoofdstuk beschrijven we hoe we dat graag zouden zien.

2.1 Omgevingsdialoog

Uitgangspunt van dit afwegingskader is het streven naar een goede balans tussen de voor- en nadelen. Vroegtijdige afstemming met de omgeving is daarbij van belang. Door de wensen van omwonenden te integreren in het ontwerp, kan de betrokkenheid worden vergroot en de kans op bezwaren verkleind. Daarnaast kan financiële participatie van omwonenden (zie paragraaf 2.3) en het realiseren van andere wensen van omwonenden, in belangrijke mate bijdragen aan het creëren van draagvlak. Hierbij moet gedacht worden aan recreatief (mede)gebruik van het zonnepark, het aanleggen van nieuwe natuur of een landschappelijke kwaliteitsverbetering. Ook kan met de ontwikkeling van zonneparken een bijdrage worden geleverd aan maatschappelijke doelen. Denk hierbij aan bijvoorbeeld een maatschappelijke, recreatieve en/of sportvoorziening ten behoeve van de lokale gemeenschap. Op deze manier worden omwonenden en andere belanghebbenden ambassadeurs van het plan, in plaats van tegenstanders.

Wij verwachten van initiatiefnemers dat zij de dialoog aangaan met omwonenden en belanghebbenden. Bij het indienen van een (initiatief)plan dient de initiatiefnemer aan te geven op welke wijze de omgevingsdialoog met bewoners en belanghebbenden wordt gevoerd. Wanneer het initiatief of meerdere initiatieven worden geselecteerd gaan de initiatiefnemers in gesprek met omwonenden (omgevingsdialoog). In het kader van de juridisch-planologische procedure3 wordt beschreven op welke wijze de omgevingsdialoog is gevoerd en wat de uitkomsten daarvan zijn (hoe staat de omgeving tegenover het plan). Verder wordt inzage gegeven in de wensen en behoeften die naar voren zijn gekomen en op welke wijze deze in de plannen zijn verwerkt. Daarnaast wordt toegelicht op welke wijze belanghebbenden de mogelijkheid wordt geboden om (financieel) te participeren in het project.

De wijze waarop de omgevingsdialoog wordt uitgevoerd en de resultaten daarvan worden meegenomen in de beoordeling van het initiatief.

2.2 Procesparticipatie

Om draagvlak te krijgen voor een initiatief moet een initiatiefnemer de betrokken partijen meenemen in de ontwikkeling. Er wordt niet voorgeschreven hoe de participatie eruit moet zien. De gemeente Doesburg wil echter wel graag zien dat initiatieven gezamenlijk met de betrokkenen van het gebied worden ontwikkeld. Er is daarom gekozen om voor een ontwikkeling uitsluitend kaders op hoofdlijnen mee te geven. De wijze waarop de locatie wordt ingericht, zoals de hoogte van de stellingen, de hellingshoek, het aantal panelen op een tafel, de oriëntatie (oost-west of zuid opstelling) en de onderlinge afstand tussen de tafels, komt in overleg met omwonenden tot stand. Vervolgens wordt een afweging gemaakt tussen de landschappelijke aspecten en energetische opbrengst. Elk initiatief voor een zonnepark is uniek vanwege de specifieke ligging (en omwonenden) en daarom is maatwerk gewenst. Op welke wijze de participatie en de samenwerking tussen de verschillende partijen eruitziet, wordt in een vroegtijdig stadium bij elk initiatief afzonderlijk bepaald en toegespitst op de vragen en/of wensen die voorliggen.

2.3 Financiële participatie

Door de opbrengsten zoveel mogelijk in de samenleving terug te laten vloeien, kunnen de bewoners en belanghebbenden ook daadwerkelijk (financieel) profiteren van de lokaal opgewekte duurzame energie. Aan initiatiefnemers wordt gevraagd te beschrijven op welke wijze zij daar vorm aan geven en in welke mate. Gedacht kan worden aan:

  • Een bijdrage aan een omgevingsfonds (€/MWh) waarmee duurzame, landschappelijke en/of maatschappelijke projecten worden gerealiseerd. De hoogte van de bijdrage aan het fonds is afhankelijk van de omvang van het initiatief. Daarnaast kan sprake zijn van een directe bijdrage aan een specifiek project of (maatschappelijke) voorziening/functie.

  • Het betrekken of oprichten van een lokale energiecoöperatie is een pré. Door hen de mogelijkheid te bieden te investeren of een aandeel te verwerven kan draagvlak gecreëerd worden. Door (bijvoorbeeld) een uitkering van rendement of korting op de energierekening ervaren omwonenden niet alleen de lasten, maar hebben zij ook de lusten. Van belang is dat iedereen kan meedoen, ook mensen met een kleine beurs.

De keuze voor een bepaald pakket aan (één of meerdere) maatregelen betreft te allen tijde maatwerk. In de windsector zijn dergelijke regelingen al langer gemeengoed, maar ook bij de ontwikkeling van zonneparken wordt dit inmiddels toegepast. Wij zijn ons ervan bewust dat sprake moet blijven van een gezonde (en dus haalbare) business-case. Vanuit het Klimaatakkoord wordt er gestreefd naar 50% lokaal eigendom. Hoewel dit geen vorm is van participatie kan het wel zorgen voor het vergroten van de maatschappelijke acceptatie. We eisen van de initiatiefnemers dat zij aantoonbaar alle moeite doen of hebben gedaan om de omgeving voor 50% financieel te laten participeren.

3 Beoordeling van initiatieven

3.1 Uitnodiging initiatiefnemers

De gemeente Doesburg streeft een zo hoog mogelijke kwaliteit na bij de realisatie van zonneparken. Kwaliteit gaat voor kwantiteit. Om dit te realiseren willen we meerdere initiatiefnemers uitnodigen om binnen een nader te bepalen periode een (initiatief)plan in te dienen. Zo houden we als gemeente grip op zowel de kwantiteit als kwaliteit, en voorkomen we een wildgroei aan (armoedige) zonneparken. De criteria in dit afwegingskader vormen het vertrekpunt voor de het opstellen van de (initiatief)plannen. De ingekomen (initiatief)plannen worden door de gemeente beoordeeld op kwaliteit, waarbij een nader samen te stellen expertisegroep - bestaande uit één of meerdere deskundigen (per discipline) op het gebied van energie(systemen), landschap, ecologie, landbouw en participatie - voor advies wordt geraadpleegd. Het uitnodigen van meerdere initiatiefnemers om een plan in te dienen binnen een bepaalde periode geeft ons enerzijds te mogelijkheid te selecteren op kwaliteit. Anderzijds ontstaat er na elke afgesloten indieningsperiode een natuurlijk moment om te reflecteren c.q. evalueren. Met dit evaluatiemoment beoordelen we in hoeverre de doelstellingen zijn behaald, of de gerealiseerde kwaliteit overeenkomt met de wensen en ambities die we voor ogen hadden en welke impact de zonneparken hebben op de natuur en het landschap.

Na vaststelling van het voorliggende afwegingskader gaat de gemeente Doesburg de eerste indieningsperiode openstellen, voor maximaal 12 hectare (tenminste twee zonneparken). Het voorliggende afwegingskader (met beoordelingsmatrix) wordt aan de voorkant van het proces meegegeven aan initiatiefnemers, zodat zij de randvoorwaarden van de gemeente in het plan kunnen verankeren. De meest kansrijke inschrijving(en) kunnen rekenen op principemedewerking van de gemeente. Een eventuele tweede uitnodiging volgt later.

3.2 Zonneladder

Voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen geldt dat deze in beginsel binnen bestaand stedelijk gebied moeten plaatsvinden. Dat principe geldt ook voor het opwekken van duurzame energie. De gemeente beseft echter dat het onmogelijk is om dit volledig binnen bestaand stedelijk gebied op te lossen. Energieproductie in het buitengebied is dan ook onvermijdelijk. Tegelijkertijd beschikt onze gemeente slechts over een klein buitengebied, waar het voor een aanzienlijk deel op voorhand niet toegestaan is om zonneparken te ontwikkelen. Het gaat daarbij om gebieden die vallen in het Gelders Natuurnetwerk en Natura2000-gebied, het schootsveld van de vestingwerken en de uiterwaarden van de IJssel. Daarmee is de druk op het resterende deel van het buitengebied groot.

Omdat de ruimte binnen onze gemeente schaars is, moeten we zorgvuldig afwegen welke locaties we willen benutten voor het opwekken van zonne-energie. Daarom gebruiken we de zogenaamde ‘zonneladder’. Deze ladder kent vier treden. Hoe hoger op de ladder, hoe groter de inspanningsverplichting voor de initiatiefnemer:

  • Trede 1: gebouwgebonden zonnepanelen (op daken en gevels), niet zijnde kleinschalige projecten voor eigen gebruik zoals voor één huishouden;

  • Trede 2: grondgebonden zonnepanelen binnen bestaand stedelijk gebied;

  • Trede 3: grondgebonden zonnepanelen direct grenzend aan bestaand stedelijk gebied;

  • Trede 4: grondgebonden zonnepanelen in het buitengebied.

Trede 1: op gebouwen

De gemeente heeft een sterke voorkeur voor het opwekken van zonne-energie met gebouwgebonden installaties op het eigen dakvlak of via de huur van zonnepanelen op daken van derden. De gemeente plaatst daarbij wel de kanttekening dat haar invloed hierop relatief beperkt is. Dit neemt niet weg dat we gebouweigenaren stimuleren én inspireren om te investeren in energiebesparing (isolatie) en de plaatsing van zonnepanelen op gebouwen.

Binnen het beschermde stadsgezicht was het tot voor kort moeilijk om een omgevingsvergunning te verlenen. Op 30 september 2021 heeft de gemeenteraad beleid vastgesteld om ruimhartiger om te gaan met situaties binnen het beschermde stadszicht.

Trede 2: binnen bestaand stedelijk gebied

Omdat niet alle daken geschikt zijn voor zonnepanelen en er binnen onze gemeente onvoldoende dakoppervlak beschikbaar is om te kunnen voorzien in de totale energiebehoefte, wil de gemeente ook graag grondgebonden zonnepanelen in de vorm van zonneparken faciliteren.

Voor grondgebonden panelen (zonneparken) geldt dat deze bij voorkeur binnen bestaand stedelijk gebied worden gerealiseerd. Hiermee kan (tijdelijk) invulling worden gegeven aan braakliggende of niet-langdurig in gebruik zijnde terreinen, waaronder braakliggende kavels op bedrijventerreinen of andere onbenutte percelen die op korte of middellange termijn geen invulling krijgen. Binnen bestaand stedelijk gebied zijn daarnaast kansen aanwezig voor meervoudig ruimtegebruik. Bijvoorbeeld door de toepassing van een ‘zonnedak’ waaronder geparkeerd kan worden, of het combineren van infrastructuur - zoals fietspaden - met zonnecellen of lijnopstellingen. Als onderdeel van deze trede kan ook gedacht worden aan de realisatie van grondgebonden zonnepanelen binnen agrarische bouwvlakken.

De mogelijkheden binnen bestaand stedelijk gebied zijn in Doesburg erg beperkt, te meer vanwege het historische karakter van onze binnenstad.

Trede 3: nabij stedelijk gebied

De productie van duurzame energie is niet volledig op te lossen binnen bestaand stedelijk gebied. Om als gemeente energieneutraal te kunnen worden, is het opwekken van duurzame energie in het buitengebied daarom noodzakelijk. We zijn ons ervan bewust dat de druk op het buitengebied (en de landbouwstructuur) hiermee verder zal toenemen, maar we staan als gemeente ook voor de opgave om energieneutraal te worden.

Daarom geven wij de voorkeur aan locaties direct grenzend of nabij het stedelijk gebied. Tegelijkertijd realiseren we ook dat de omgeving hierdoor verandert. Om die reden hebben wij een sterke voorkeur voor bewonersinitiatieven. Als bewoners zelf het initiatief nemen en profijt hebben van (hun) zonnepark, zal ook het draagvlak voor de realisatie groter zijn. Om de acceptatie van zonneparken te vergroten, dient het zonnepark in ieder geval landschappelijk ingepast te worden. Daarmee kan een bijdrage worden geleverd aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit van de kernrandzone, alsmede de ontwikkeling van andere gewenste waarden (zoals het vergroten van de biodiversiteit). Voor zonneparken nabij stedelijk gebied geldt dus een extra inspanningsverplichting op het gebied van landschappelijke inpassing ten opzichte van trede 2. De maat en schaal van zonneparken nabij stedelijk gebied dient aan te sluiten bij de omgeving. Ten slotte moet er ook een goede dialoog met de omgeving zijn gevoerd.

Trede 4: in het buitengebied

Gelet op de opgave waarvoor onze gemeente staat, wordt de realisatie van grondgebonden opstellingen in (de rest van) het buitengebied niet uitgesloten. De gemeente is bereid medewerking te verlenen aan zonneparken in het buitengebied en hanteert daarbij een 'ja, mits' benadering. Voor initiatieven in het buitengebied geldt dat ze moeten passen in de maat en schaal van het (oeverwallen)landschap, geen afbreuk doen aan specifieke omgevingskenmerken- en kwaliteiten, kunnen rekenen op zowel een goede landschappelijke inpassing, alsmede betrokkenheid en breed maatschappelijk draagvlak vanuit de directe omgeving. Naast omwonenden, dient tevens rekening te worden gehouden met de gevolgen van het zonnepark op de landbouwstructuur. Indien een initiatiefnemer een zonnepark in het buitengebied (trede 4) wil realiseren heeft hij ook een inspanningsverplichting om een deel van het voorgenomen aantal hectares in dezelfde termijn binnen trede 2 en/of 3 te realiseren. Het te realiseren oppervlak hiervan betreft maatwerk en zal bij de beoordeling worden meegenomen.

3.3 Kansen, mogelijkheden en uitgangspunten

Bij het situeren van de zonneparken is de opbouw van het landschap van onze gemeente het vertrekpunt. De opbouw van het landschap is sterk bepaald door de rivier de IJssel. Door erosie en sedimentatie zijn oeverwallen, komgebieden en uiterwaarden ontstaan. De (Hanze)stad Doesburg is ontstaan op de hoger gelegen oeverwal langs de rivier. Oeverwallen bestaan uit vruchtbare gronden die in gebruik werden genomen als akkergronden, weides en boomgaarden en kenmerken zich door blokvormige verkavelingspatronen. De beplanting bestaat veelal uit houtsingels, laanbeplanting, landschappelijke erfbeplanting en bosjes. De oeverwal langs de IJssel is landschappelijk en recreatief aantrekkelijk vanwege de diversiteit van het landschap en de kleinschaligheid. Dit kleinschalige karakter wordt versterkt door de afwisseling van relatief kleine akkerlanden, slingerende wegen met laanbeplanting en landschappelijke erven.

afbeelding binnen de regeling

Oeverwallenlandschap (schematisch)

Tussen de IJssel en de Zwarte Schaar - een oude meander van de IJssel - ligt de Fraterwaard. Dit uiterwaardengebied is ontstaan door de geleidelijke verschuiving van de meander richting het oosten. Hierdoor ontstond een reliëfrijk terrein waar oude rivierlopen nog goed herkenbaar zijn in het landschap als stroomruggen en dalen. De aanwezige bebouwing in de Fraterwaard bestaat uit enkele boerderijen op verhoogd liggende terpen in het landschap.

Nieuwe initiatieven mogen de kernkwaliteiten van het oeverwallenlandschap niet aantasten. Daarom worden navolgend randvoorwaarden gesteld aan de omvang en ruimtelijke inpassing van zonneparken in het buitengebied.

Omvang zonneparken

Nieuwe initiatieven moeten qua maat en schaal passen bij het oeverwallenlandschap. Voor de (maximale) omvang van een zonnepark hanteert de gemeente Doesburg het bestaande kavelpatroon als maatstaf. Een kavel is een samenhangend stuk grond dat één type gebruik heeft en meestal is omgeven door een duidelijk herkenbare grens. Veelal komt het kavelpatroon overeen met de huidige kadastrale grenzen. Belangrijk hierbij is dat eventueel aanwezige landschapselementen, zoals houtsingels of watergangen, behouden blijven.

De gemiddelde kavelmaat in ons buitengebied bedraagt circa 6 hectare, hierbij zijn er ook kleinere kavels van 2 en 3 hectare maar er zijn ook enkele uitschieters tot 15 of zelfs 20 hectare.

Om het kleinschalige karakter van ons buitengebied te waarborgen, wordt de omvang van een zonnepark in beginsel begrensd door de kavelgrootte, met een maximum van 6 hectare (per zonnepark). Het samenvoegen van meerdere percelen vinden wij in principe niet wenselijk, tenzij er landschappelijk geen bezwaren zijn.

De (on)mogelijkheden op basis van beleid

De gemeenteraad heeft begin 2017 een kaart vastgesteld met gebieden waar grootschalige zonneparken al dan niet zijn toegestaan. Deze kaart is als uitgangspunt genomen in voorliggend afwegingskader. In de gebieden waar zonneparken zijn uitgesloten – onder meer de uiterwaarden van de (Oude) IJssel (waaronder de Fraterwaard), het schootsveld van de vestingwerken en gebieden die vallen in het Gelders natuurnetwerk en Natura2000-gebied - gelden belemmeringen vanuit het Rijks- en provinciaal beleid. De aanleg van grootschalige zonneparken is hier op voorhand niet toegestaan. Voor zonneparken in gebieden die door de provincie zijn aangewezen als Groene Ontwikkelingszone gelden aanvullende regels. Voor deze regels en bijbehorende rekenmethodiek wordt kortheidshalve verwezen naar de provinciale verordening. Voor alle initiatieven geldt dat altijd aan het beleid van de provincie moet worden voldaan.

afbeelding binnen de regeling

Landschapstypenkaart met overzicht van de gebiedszones en met arcering van de gebieden waar zonneparken niet zijn toegestaan, en voorbeeld van 1, 6 en 25 ha.

De mogelijkheden vanuit de landbouwstructuur

De druk op het buitengebied neemt de laatste jaren verder toe. Het buitengebied van Doesburg heeft een belangrijke landbouwfunctie. De gemeente zal daarom bij de beoordeling van aanvragen voor zonneparken niet alleen kijken naar individuele percelen, maar ook naar o.a. het functioneren (en de ontwikkeling) van het landbouwgebied als geheel. Clustering van zonneparken en situering aan de randen van aaneengesloten landbouwstructuren (of direct grenzend aan bestaand stedelijk) en incourante percelen verdient aanbeveling, mits zorgvuldig ingepast. De oppervlakte dient te passen binnen de schaal van het landschap.

Daarnaast is de initiatiefnemer verplicht om, nadat een perceel in aanmerking komt voor een zonnepark, dit perceel eerst aan te bieden via de kavelruilcommissie van de Graafschap. Omliggende agrariërs zouden daarmee de mogelijkheid krijgen grond te ruilen waardoor percelen dichter bij hun bedrijf komen te liggen of bij percelen kunnen aansluiten. Uitruil wordt meegenomen in de beoordeling van het initiatief.

Voor agrariërs die geen opvolging hebben kan de ontwikkeling van een zonnepark een mooie kans zijn. Daarnaast biedt een zonnepark naast een lopend agrarisch bedrijf ook zeer zeker kansen. Het één sluit de ander niet uit. Het benutten van dakvlakken en eventueel onbebouwde gronden (al dan niet na sloop bebouwing) binnen het agrarisch bouwvlak biedt financiële mogelijkheden om oneigenlijk gebruik van de bebouwing/gronden (ondermijning) te voorkomen.

Meervoudig ruimtegebruik

Daarnaast verdient het aanbeveling bij de ontwikkeling van zonneparken één of meerdere vormen van dubbelgebruik toe te passen. Er zijn steeds meer voorbeelden van meervoudig ruimtegebruik, waarbij er gewassen (bijvoorbeeld zacht fruit) worden geteeld onder de stellingen met zonnepanelen. Om meervoudig gebruik mogelijk te maken moeten zonnepanelen hoger geplaatst worden. De maximale hoogte van een stelling met zonnepanelen in onze gemeente bedraagt in beginsel 1,20 meter. Voor het telen van gewassen onder zonnepanelen is meer vrije hoogte onder de panelen nodig, waardoor de totale hoogte van de stellingen hoger zal zijn. We koppelen daar aan de voorkant geen maximum maat aan, omdat dit mede afhankelijk is van het soort gewas en/of de vorm van dubbelgebruik. Dit betreft altijd maatwerk. Voor het toepassen van hogere stellingen (bij meervoudig ruimtegebruik) wordt hoe dan ook een grotere inspanning verlangd ten aanzien van de landschappelijke inpassing. Het toepassen van dubbelgebruik levert daarentegen wel extra punten op bij de beoordeling van het initiatief (zie beoordelingsmatrix).

afbeelding binnen de regeling

Voorbeeld van dubbelgebruik – grazen van schapen en het vergroten van de biodiversiteit

De (on)mogelijkheden vanuit het netwerk

Netbeheerder Liander wil een betaalbaar, betrouwbaar en bereikbaar netwerk hebben. Zij zien over het algemeen liever aanvragen voor geconcentreerde grootschalige zonneparken, dan kleine verspreid liggende zonneparken. Van belang is dat de netbeheerder vroegtijdig betrokken wordt bij initiatieven, zodat gezamenlijk kan worden gestreefd naar optimalisatie (ruimtelijk en financieel) van het plan in relatie tot de aanwezige dan wel noodzakelijke uitbreidingen/verzwaringen van het netwerk. De daadwerkelijke realisatie van een zonnepark inclusief aansluiting op het net wordt gewaarborgd via het spoor van de vergunningverlening in het kader van de Wet milieubeheer.

Zonnepanelen

Vanuit het aspect van duurzaamheid streeft de gemeente ernaar dat de initiatiefnemer ook zo duurzaam mogelijk het zonnepark aanlegt, beheert en ontmantelt. Hierbij gaan we o.a. uit van een zo milieuvriendelijk mogelijke productie van zonnepanelen die bij voorkeur in Europa zijn geproduceerd. Daarnaast stimuleren wij om de nieuwste technische ontwikkelingen die er zijn op gebied van zonnepanelen in te zetten.

Bundeling versus spreiding

Vanuit het energienetwerk en de landbouwstructuur is bundeling van zonneparken gewenst. Concentratie van zonneparken kan ook vanuit landschappelijk oogpunt verrommeling en versnippering voorkomen. Vanuit het oogpunt van omwonenden kan het juist wenselijk zijn zonneparken zoveel mogelijk te spreiden, teneinde de ‘lasten’ te verdelen. De mogelijkheid om al dan niet een zonnepark te realiseren wordt bepaald door de draagkracht (en kwaliteiten) van het landschap, alsmede de (on)mogelijkheden vanuit het netwerk en de landbouwstructuur. We vinden het vanuit landschappelijk oogpunt belangrijk dat een zonnepark zich beperkt tot één perceel (ongeacht de omvang daarvan), maar sluiten de ontwikkeling van een zonnepark op de aangrenzende percelen niet op voorhand uit. De ruimtelijke inpassing van een zonnepark blijft dan ook maatwerk. We zullen dit per aanvraag beoordelen.

Kansen voor biodiversiteit en bodemleven

Wij hebben de ambitie de biodiversiteit te vergroten en zien hiervoor mooie koppelkansen met de ontwikkeling van zonneparken. De praktijk wijst namelijk uit dat er veel mogelijkheden zijn om (het vergroten van de) biodiversiteit te combineren met de ontwikkeling van zonneparken. De belangrijkste factor voor een succesvol dubbelgebruik is het creëren van voldoende ruimte tussen de panelen (GNMF, 2018). Bij zonneparken met een oost-west opstelling (zonder tussenruimte) worden in de praktijk weinig tot geen broedende vogels aangetroffen. Bij zonneparken met een zuid-opstelling in combinatie met ecologisch beheer van de ondergrond, zijn daarentegen diverse broedgevallen aangetroffen. Een zuid opstelling is beter voor de algemene biodiversiteit dan een oost-west opstelling en heeft dan ook de voorkeur.

Langs de randen van de percelen zal door middel van het aanbrengen van minimaal 5 meter struweel met bomen en struiken de ecologische functie vergroot worden door de beschutting en nestmogelijkheden die deze randzones bieden. De minimaal 5 meter brede strook heeft, op redelijke termijn, een zodanige hoogte dat de zonnepanelen aan het oog onttrokken worden.

Onder de panelen zullen de omstandigheden sterk veranderen. Door deze zones in te zaaien met een inheems kruiden- of bloemrijk grasmengsel dat gedijt in de (half) schaduw wordt het bodemleven gestimuleerd. Daarnaast kan door het gebruik van bifacial panelen voldoende licht de bodem onder de panelen bereiken. Bifacial panelen zijn semi-transparant en tweezijdig waarbij het verlies van doorgelaten zonlicht gecompenseerd wordt door de lichtreflectie van de bodem op de onderkant van het paneel. Dat is gunstig voor plantengroei en bodemleven.

Tussen de zonnepanelen is veel ruimte voor groen. Deze ruimte zal benut kunnen worden om (na enige verschraling van de grond door in de eerste fase vooral te maaien en het maaisel af te voeren) een zaadmengsel van inheemse bloemen- en kruidenrijk grasland in te zaaien of dit door vakkundig beheer te laten ontstaan. Deze zones zullen dan niet of weinig gemaaid worden zodat er hier enige ruigte en een verschil in vegetatie ontstaat. Een bloemen- en kruidenrijk grasland met verschillende hoogtes en dichtheden heeft een breed aanbod aan flora, wat een grote diversiteit aan insecten aantrekt. In de ruigtes zal ook ruimte zijn voor verschillende muizensoorten. Door het aanbod aan muizen en insecten kan het grasland tussen de zonnepanelen ook gebruikt worden als foerageergebied voor bijvoorbeeld vogels met nesten in de omgeving.

Uiteraard zal een zonnepark, in welke opstelling dan ook, nooit een even geschikt leefgebied vormen voor vogels dan een natuurlijk beheerd grasland met enige struiken. Wanneer in de huidige situatie intensievere landbouw aanwezig is (zoals een maïsveld) kan de realisatie van een zonnepark in een zuid opstelling daarentegen een neutraal of zelfs positief effect hebben op de biodiversiteit.

Om de biodiversiteit te vergroten en het bodemleven te behouden heeft een zuid opstelling de voorkeur. Een oost-west opstelling wordt niet uitgesloten als op een andere manier een bijdrage aan de biodiversiteit geleverd kan worden of wanneer er sprake is van voldoende tussenruimten (minimaal 1 m) in samenhang met het gebruik van bifacial panelen.

Naast de invulling van het zonnepark en de randen dient ook aandacht gegeven te worden aan de biodiversiteit in de wijdere omgeving. De aanleg van een zonnepark mag bijvoorbeeld geen belemmering vormen van een route die door reeën wordt gebruikt. Ook kan gekeken worden naar de voorkomende doelsoorten in het gebied zodat daar specifieke inrichtingsmaatregelen voor getroffen kunnen worden die bijdragen aan verbetering van het leefgebied voor deze soorten.

afbeelding binnen de regeling

Voorbeeld van een oost-west opstelling met meer tussenruimte

Landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering

Wij hechten veel waarde aan een zorgvuldige landschappelijke inpassing van grondgebonden zonnepanelen. Landschappelijke inpassing van een zonnepark is altijd maatwerk en moet aansluiten bij de maat, schaal en het karakter van het oeverwallenlandschap. Als onderdeel van de aanvraag dient een ruimtelijke analyse en een ontwerp ingediend te worden, dat in woord en beeld aangeeft waar de locatiekeuze op is gebaseerd (mede in relatie tot het landschap en eventuele andere in voorbereiding zijnde zonneparken) en op welke wijze het zonnepark landschappelijk wordt ingepast. Voorliggend afwegingskader biedt hiervoor de nodige handvatten en randvoorwaarden, maar er wordt tevens een beroep gedaan op de creativiteit van de initiatiefnemer. Ondanks de inpassingsprincipes die in dit afwegingskader worden meegegeven, blijft de ruimtelijke inpassing van een zonnepark te allen tijde maatwerk.

De gemeente behoudt zich dan ook altijd het recht om wel of geen medewerking te verlenen aan een initiatief, waarbij de locatiekeuze en de wijze waarop het initiatief wordt ingepast in het landschap van doorslaggevende betekenis zijn.

Wij zijn groot voorstander van dubbelgebruik bij de realisatie van een zonnepark. Initiatiefnemers maken inzichtelijk wat de combinatiemogelijkheden zijn met landbouw, natuur, recreatie, landschap, biodiversiteit en klimaatadaptatie. Ook een mogelijke toekomstige combinatie met andere vormen van energieopwekking horen hierbij. Voor de ontwikkeling van zonneparken gelden de volgende inpassingsprincipes:

Algemeen

  • Bij de realisatie van een nieuw zonnepark in het buitengebied is het van groot belang het kleinschalige karakter van het oeverwallenlandschap te behouden en waar mogelijk te versterken. De maximale maat (en schaal) voor een zonnepark in het buitengebied is één kavel, met een maximum van 6 hectare. Het samenvoegen van meerdere kavels is in principe niet gewenst.

  • De hoogte van de stellingen met zonnepanelen bedraagt ten hoogste 1,20 meter. Hiervan kan alleen worden afgeweken als sprake is van meervoudig ruimtegebruik en een extra inspanning wordt geleverd ten aanzien van de landschappelijke inpassing.

  • Initiatiefnemers voor zonneparken moeten te allen tijde voorzien in een landschappelijk inpassingsplan (waaruit blijkt dat het zonnepark aan alle zijden wordt ingepast). Het realiseren van deze landschappelijke inpassing zal als voorwaardelijke verplichting gekoppeld worden aan de omgevingsvergunning of het bestemmingsplan/omgevingsplan en wordt opgenomen in de anterieure overeenkomst.

afbeelding binnen de regeling

Beplanting

  • Grondgebonden zonnepanelen worden ingepast door middel van het aanleggen van houtsingels, struweelhagen, bosjes en/of laanbeplanting. De landschappelijke inpassing bestaat in de basis uit een strook opgaande beplanting van minimaal 5 meter breed rondom het zonnepark.

  • Daarbij wordt gebruik gemaakt van inheemse, gebiedseigen soorten, zoals de veldesdoorn, hazelaar, wilg, els, sleedoorn, hondsroos of Gelderse roos. Bomenrijen worden bij voorkeur met verschillende soorten aangeplant, zoals iep, linde, populier en fruitbomen. De gekozen soorten dienen te passen bij het specifieke landschapstype. De juiste boom op de juiste plek.

  • Voor (het vergroten van) de biodiversiteit is variatie in beplanting erg belangrijk. De toepassing van verschillende soorten, verschillende lagen (kruidenlaag - struweellaag - boomlaag) en verschillende omstandigheden (nat - droog - hoog - laag) is gewenst.

  • Eventuele paden tussen de stellingen zijn onverhard, tenzij verharding nodig is vanuit het opzicht van bijvoorbeeld veiligheid.

  • Voor alle beplanting en het grasland dient een beheerplan te worden opgesteld.

afbeelding binnen de regeling

Landschappelijke inpassing door middel van houtsingels, struweelhagen of bomenrijen

Voorkomen van hinder

Bij de ontwikkeling van zonneparken is het van belang hinder voor omwonenden te voorkomen. Een veelgehoord argument van tegenstanders is de hinder als gevolg van spiegeling, flikkering en/of weerkaatsing van zonlicht. Ook initiatiefnemers zijn erbij gebaat licht- c.q. energieverlies als gevolg van spiegeling, flikkering of weerkaatsing zoveel mogelijk te voorkomen vanwege rendementsverlies. Door het opstellen van zonnepanelen onder een juiste hoek, het aanbrengen van een coating op de zonnepanelen en een goede landschappelijke inpassing met houtsingels, struweelhagen of bosjes is de kans op hinder voor omwonenden en passanten nihil. Daarnaast zal er voldoende afstand tot de bestaande bebouwing aangehouden dienen te worden. Daarvoor eisen we een afstand van minimaal 50 meter tot bestaande woningen. In onderling overleg kunnen ontwikkelaar en bewoner een kortere lengte overeenkomen tot minimaal 30 meter, onder de voorwaarde dat de expertisegroep ook hiermee akkoord kan gaan.

Een ander aspect van een zonnepark dat hinder kan veroorzaken betreft het transformatorgebouw met omvormerrek. Om (geluid)hinder te voorkomen dient een minimale afstand tussen een transformatorgebouw/omvormerrek en bestaande woningen en stallen van derden aangehouden te worden. Wij hanteren daarbij de richtafstanden in de VNG-publicatie ‘bedrijven en milieuzonering’. In deze publicatie is bepaald dat de afstand van een transformatorgebouw/omvormerrek tot de gevel van een nabijgelegen woning tenminste 30 meter moet bedragen. Voor zonneparken groter dan 20 hectare bedraagt de indicatieve richtafstand tot woningen 50 meter. Aangezien we een afstand eisen van minimaal 50 meter van woning tot zonnepark geldt voor beide bovenstaande voorbeelden minimaal 50 meter. Er kan hier geen beperktere afstand worden overeengekomen.

Ook de batterij die vanuit het Klimaatakkoord verplicht geplaatst moet worden bij een zonnepark mag geen hinder of risico voor de omgeving opleveren.

Levenscyclusplan

De levensduur van een zonnepark is veelal 25 jaar. Wij zien een zonnepark dan ook als tijdelijke functie. Dit zal ook in het bestemmingsplan geregeld worden waarbij de nu agrarisch bestemde grond een tijdelijke dubbelbestemming krijgt als zonnepark. De tijdelijkheid bedraagt maximaal 25 jaar. Deze bestemming vervalt na afloop van de gestelde termijn. De grond willen we dan ook niet blijvend onttrekken aan de oorspronkelijke (vaak agrarische) bestemming. Daarom vinden we het belangrijk dat er een visie is op de lange termijn. Dit betekent dat initiatiefnemers een plan moeten presenteren voor de gehele levenscyclus van het initiatief. In dit plan wordt aangegeven hoe om wordt gegaan met aanleg, onderhoud, beheer, afbraak en recycling bij levenseinde van het initiatief. Initiatiefnemers leveren dit plan aan bij hun aanvraag van de omgevingsvergunning. In dit plan dient ook aandacht geschonken te worden aan duurzaam materiaalgebruik, maatschappelijk verantwoord ondernemen en duurzame ontmanteling. De ontmanteling van het zonnepark is een verplichting uit de Wet

Milieubeheer; een inrichting die stopt moet de locatie weer achterlaten zoals ze die hebben aangetroffen. De Omgevingsdienst ziet daar op toe.

3.4 Beoordelingsmatrix

Zoals beschreven in paragraaf 3.1 wenst de gemeente verschillende initiatiefnemers uit te nodigen om een plan in te dienen. Om te komen tot een zo objectief en transparant mogelijke beoordeling van de ingekomen plannen is een beoordelingsmatrix opgesteld, die het toetsingskader vormt voor nieuwe initiatieven. De beoordelingscriteria in de matrix zijn gebaseerd op de zonneladder en de kansen, mogelijkheden en uitgangspunten zoals hiervoor beschreven. Het initiatief met de hoogste score zal - in samenspraak met de gemeente, netbeheerder en omwonenden – verder uitgewerkt worden. Er dient altijd minimaal 34 punten gescoord te worden.

Score

Beoordelingsaspecten

POSITIE OP ZONNELADDER

0 punten

Trede 4: buitengebied

2 punten

Trede 3: grenzend aan stedelijk gebied (< 500 m)

4 punten

Trede 2: binnen bestaand stedelijk gebied

LOCATIE EN OMVANG

Uitsluiting

De omvang van het zonnepark is groter dan 6 hectare of gelegen op een locatie waar zonneparken op voorhand niet toegestaan zijn.

Uitsluiting

De locatie van het zonnepark is niet afgestemd met de kavelruilcommissie

2

De omvang van het zonnepark is afgestemd op het kavelpatroon en niet groter dan 6 hectare.

4

De omvang van het zonnepark is afgestemd op het kavelpatroon, niet groter dan 6 hectare, grenst niet aan een ander zonnepark en leidt via kavelruilcommissie tot uitruil met ander perceel

LANDSCHAPPELIJKE INPASSING

Uitsluiting

Geen landschappelijk inpassingsplan of een landschappelijk inpassingsplan dat niet voldoet aan de inpassingsprincipes.

2 punten

Landschappelijk inpassingsplan, dat voldoet aan de inpassingsprincipes.

6 punten

Landschappelijk inpassingsplan, waarbij niet alleen is uitgegaan van een landschappelijke inpassing, maar ook een landschappelijke kwaliteitsverbetering tot stand komt. Uit het inrichtingsplan blijkt dat het zonnepark in samenhang met de omgeving is bezien en daar kwaliteit aan toevoegt.

MULTIFUNCTIONEEL RUIMTEGEBRUIK

0 punten

Geen multifunctioneel ruimtegebruik

1 punt

Multifunctioneel ruimtegebruik wordt benoemd, maar is niet concreet uitgewerkt.

3 punten

Multifunctioneel ruimtegebruik is in de planvorming geïntegreerd (o.a. natuurinclusiviteit/vergroten biodiversiteit en dubbelgebruik landbouw).

BIODIVERSITEIT EN BODEMLEVEN

Uitsluiting

Er is geen rekening gehouden met biodiversiteit en bodemleven en/of het initiatief leidt tot een afname van de biodiversiteit.

1 punt

Er is aangetoond dat het initiatief niet leidt tot een afname van de biodiversiteit en bodemleven.

4 punten

Het initiatief is natuurinclusief ontworpen en draagt aantoonbaar bij aan het

vergroten van de biodiversiteit en het bodemleven

RUIMTELIJKE ORDENING

Uitsluiting

Planologische haalbaarheid is niet aangetoond.

2 punten

Planologische haalbaarheid is onderzocht, eventuele knelpunten zijn in beeld.

4 punten

Planologische haalbaarheid is aangetoond; er is zicht op een haalbaar initiatief met zicht op realisatie.

ZONNEPANELEN­­­­­­­­­

 

2 punten

De panelen zijn duurzaam geproduceerd met de nieuwste technieken

4 punten

De panelen zijn duurzaam geproduceerd binnen Europa met de nieuwste technieken

LEVENSCYCLUSPLAN

Uitsluiting

Er is geen levenscyclusplan.

2 punten

De aanvraag bevat een beschrijving van de wijze waarop het zonnepark wordt onderhouden, beheerd en wordt ontmanteld bij levenseinde van het initiatief.

4 punten

Er is een levenscyclusplan met een beschrijving van de aanleg, het onderhoud, beheer, ontmanteling en recycling bij levenseinde van het initiatief. Er is aandacht voor duurzaam materiaalgebruik en m.v.o. 

AFSTEMMING NETBEHEERDER

Uitsluiting

Geen garantie op realisatie.

1 punt

Afgestemd met netbeheerder en garantie op realisatie binnen 4 jaar

4 punten

Afgestemd met netbeheerder en garantie op realisatie binnen 2 jaar.

PARTICIPATIE EN COMMUNICATIE (OMGEVINGSDIALOOG)

Uitsluiting

Er is geen communicatie- en participatieplan.

2 punten

Communicatie- en participatieplan aanwezig, maar onduidelijk hoe belanghebbenden en inwoners, waaronder in ieder geval de omwonenden, worden betrokken (of onvoldoende).

6 punten

Er is een helder communicatieplan- en participatieplan met beschrijving van doelgroepen, informatieavonden en/of dialooggesprekken, te gebruiken media en middelen gedurende de ontwikkeling, bouw en exploitatie.

FINANCIËLE PARTICIPATIE

Uitsluiting

Geen aantoonbare aanbieding tot financiële participatie omgeving.

0 punten

Aantoonbaar geen interesse om financieel te participeren.

2 punten

Beknopte informatie opgenomen over financiële participatie en de omvang en verdeling van opbrengsten naar de omgeving: streven 50% eigendom omgeving.

4 punten

Uitgebreide informatie opgenomen over omvang en verdeling van middelen naar de omgeving: minimaal 50% eigendom omgeving. Dit inzicht wordt verkregen door een overzicht van investeringskosten, beheerskosten, eigen en vreemd vermogen, opbrengst project, opbrengst lokale omgeving en vergoeding grondeigenaren.

6 punten

Uitgebreide informatie opgenomen over omvang en verdeling van middelen naar de omgeving: minimaal 50% eigendom omgeving. Dit inzicht wordt verkregen door een overzicht van investeringskosten, beheerskosten, eigen en vreemd vermogen, opbrengst project, opbrengst lokale omgeving en vergoeding grondeigenaren.

Bovendien kan er een aparte EAN-aansluiting voor lokaal eigendom gerealiseerd worden.

BIJDRAGE AAN OMGEVINGSFONDS

0 punten

Geen terugvloeiing van opbrengsten naar de omgeving

2 punten

Er is beknopte informatie opgenomen over een bijdrage aan een omgevingsfonds (€/MWh), maar nog niet geconcretiseerd.

4 punten

Er is uitgebreide informatie opgenomen over de omvang van de bijdrage aan een omgevingsfonds en aan welke duurzame, landschappelijke of maatschappelijke projecten dit toekomt.

3.5 Proces

Door de netcongestie is het momenteel niet mogelijk om een zonneveld aan het elektriciteitsnet aan te sluiten. Ook door de ‘voorkeursvolgorde zon’ van het huidige kabinet Schoof is het slechts onder bijzondere omstandigheden mogelijk om een grootschalig zonneveld te

realiseren. Pas als bovengenoemde belemmeringen/beperkingen zijn opgeheven starten we een uitnodigingsproces voor maximaal 12 hectare (tenminste twee zonneparken). Een eventueel tweede uitnodigingsproces volgt later.

Het proces tot realisatie van een zonnepark ziet er op hoofdlijnen als volgt uit:

  • 1.

    De gemeente Doesburg start een uitnodigingsproces waarbij minimaal vier initiatiefnemers worden uitgenodigd om binnen een nader te bepalen periode een (initiatief)plan in te dienen.

  • De gemeente stelt indieningsvereisten vast waaraan moet worden voldaan bij het indienen van een plan, waaronder in ieder geval begrepen:

    • a.

      een situatietekening van het beoogde zonnepark (met opstelling van de zonnepanelen en locatie van transformators, omvormers en batterij(en));

    • b.

      een landschappelijk inpassingsplan van een gekwalificeerde landschapsarchitect;

    • c.

      inzicht in de bevordering van biodiversiteit en bodemleven;

    • d.

      inzicht in de energieopbrengst;

    • e.

      een planologisch haalbaarheidsonderzoek (toets aan beleid, milieuaspecten);

    • f.

      een communicatie- en (financieel) participatieplan waaruit blijkt op welke wijze de omgeving (financieel) wordt betrokken;

    • g.

      een verklaring van de netbeheerder waaruit blijkt dat er garantie is op realisatie/aansluiting op het net en de verwachtte termijn;

    • h.

      een verklaring waaruit blijkt dat de initiatiefnemer zich conformeert aan de gedragscode Zon op land;

    • i.

      een levenscyclusplan.

  • 2.

    Vooroverleg

  • Nadat de gemeente het uitnodigingsproces is gestart, wordt de mogelijkheid tot een vooroverleg met de gemeente geboden. Op basis van dit vooroverleg kunnen beide partijen (initiatiefnemer en gemeente) beoordelen of het initiatief kansrijk is. Daarnaast kan de gemeente aanbevelingen meegeven om de slagingskans van het initiatief te vergroten. Met dit afwegingskader en de mogelijkheid tot bieden van een vooroverleg willen we voorkomen dat marktpartijen veel tijd en energie steken in een aanvraag die op voorhand weinig kans van slagen heeft.

  • 3.

    Beoordeling

  • De ingekomen (initiatief)plannen worden beoordeeld op kwaliteit op basis van de beoordelingsmatrix in paragraaf 3.4. Een nader samen te stellen expertisegroep - bestaande uit één of meerdere deskundigen (per discipline) op het gebied van energie(systemen), landschap, ecologie, landbouw en participatie en een vertegenwoordiging van bewoners - wordt hierbij om advies gevraagd. De initiatieven met de hoogste score kunnen rekenen op principe-medewerking van de gemeente Doesburg.

    Het college van B&W kan bij onvoldoende kwaliteit van de ingezonden initiatieven besluiten met geen van de ingediende initiatieven verder te gaan en het uitnodigingsproces opnieuw te starten.

  • 4.

    Vervolg

  • De geselecteerde initiatiefnemer(s) starten met het reguliere planproces (omgevingsplan of buitenplanse omgevingsplanactiviteit).

3.6 Evaluatie en monitoring

De gemeente Doesburg heeft nog geen ervaring met de realisatie van grootschalige zonneparken. Vanuit de RES ligt er een opgave om op grote schaal duurzame energie op te wekken, tegelijkertijd is ons buitengebied beperkt van omvang, neemt de druk op de ruimte toe en is het oeverwallenlandschap kwetsbaar. Met voorliggend afwegingskader willen we daarom

selecteren op basis van kwaliteit, zonder de realiteit uit het oog te verliezen. Dit afwegingskader mag zijn doel niet voorbijschieten. Daarom gaan we periodiek beoordelen (monitoren) of het afwegingskader het juiste effect sorteert. De eerste evaluatie van dit afwegingskader zal plaatsvinden als we het uitnodigingsproces zijn gestart. Op basis daarvan beoordelen we of het afwegingskader (en de randvoorwaarden die daarin gesteld zijn) nog steeds volstaat, of dat wellicht sprake is van voortschrijdend inzicht. Het tweede evaluatiemoment vindt plaats na realisatie van de eerste zonneparken. Door te evalueren op basis van ervaring hopen we te komen tot een passend afwegingskader, dat aansluit bij de realiteit en ambities van onze gemeente. De uitkomsten van de tussentijdse evaluatiemomenten worden – al dan niet met voorgestelde wijzigingen - ter informatie aan de gemeenteraad voorgelegd.

Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking hiervan in het Gemeenteblad.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 25 september 2025.

De griffier,

J.B. Voorhof

De voorzitter,

Arco Hofland


Noot
1

Overmorgen, rapportage, energiemix, 5-12-2019.

Noot
2

Haalbaarheid windenergie in Doesburg. Bosch & van Rijn. 6 mei 2020 versie 1.1

Noot
3

de aanvraag van een omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik of wijziging van het bestemmingsplan/omgevingsplan.