Aanwijzingsbesluit Dienst van Algemeen Economisch Belang (DAEB) Opheusdense Veer gemeente Neder-Betuwe

Geldend van 30-09-2025 t/m heden

Intitulé

Aanwijzingsbesluit Dienst van Algemeen Economisch Belang (DAEB) Opheusdense Veer gemeente Neder-Betuwe

Burgemeester en wethouders van de gemeente Neder-Betuwe;

gelet op het bepaalde in:

  • artikel 14, artikel 106 tweede lid en artikel 107 van het VWEU;

  • het vrijstellingsbesluit van de Europese Commissie voor diensten van algemeen economisch belang (2012/21/EU, Pb EU 2012, L7) (“DAEB Vrijstellingsbesluit”);

    [Het tweede bullet teken bevat een kennelijke verschrijving, hier wordt bedoeld: de DAEB-de-minimisverordening’ (Verordening (EU) nr. 2023/2832);]

  • artikel 160, eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet;

  • paragraaf 4.13 van de Regels Subsidieverlening Gelderland 2023.

overwegende dat:

  • diensten van algemeen economisch belang (hierna “DAEB”) hun bestaansrecht ontlenen aan de artikelen 14 en 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;

  • dat de veerverbinding tussen Opheusden en Wageningen (Opheusdense Veer) een integrale openbare vervoersvoorziening voor de bewoners van het desbetreffende gebied biedt en de noodzakelijke mobiliteit in de regio dient, ter ontlasting van het omringende wegennet en het terugdringen van congestie, en bovendien milieubelastende uitstoot van uitlaatgassen vermindert en een kortere route biedt, met name voor fietsers;

  • het college de veerverbinding als DAEB wil aanwijzen;

  • op een gepubliceerd concept-aanwijzingsbesluit geen zienswijzen zijn ingediend.

Besluit:

1. Aan te wijzen als Dienst van Algemeen Economisch Belang, de volgende dienst:

De exploitatie van de veerverbinding tussen Opheusden en Wageningen, uitgevoerd door Paulus Veerbedrijf Opheusden B.V. (KVK-nummer: 11009103).

1.1 De aard en duur van de openbare dienstverplichtingen:

Het bijzondere recht van Paulus Veerbedrijf Opheusden B.V. (hierna: de veerdienst) om voor de gemeente Neder-Betuwe de veerdienst te exploiteren overeenkomstig de activiteitenomschrijving in het subsidiebesluit waarvan dit aanwijzingsbesluit onderdeel uitmaakt, waarbij de aanwijzing wordt verleend voor een periode van 5 jaren ingaande op 10 september 2025. Deze aanwijzing eindigt op 9 september 2030.

1.2 De parameters voor de berekening, de controle en de herziening van de compensatie:

  • Artikel 5 van het DAEB-Vrijstellingsbesluit stelt voorwaarden waaronder steun aan diensten van algemeen economisch belang (DAEB) is vrijgesteld van de aanmeldingsplicht van de Europese Commissie. Het stelt voorwaarden voor het voorkomen van overcompensatie en het garanderen dat de steun proportioneel is aan de publieke taak die wordt uitgevoerd. De wijze van berekening, de controle op de DAEB-werkzaamheden en de mogelijkheid tot herziening van het subsidiebedrag in geval van (dreigende) overcompensatie worden conform artikel 5 van het DAEB-Vrijstellingsbesluit vastgesteld in de subsidiebeschikking, waarvan dit aanwijzingsbesluit onderdeel is.

1.3 De regelingen om overcompensatie te vermijden en terug te betalen:

  • Artikel 6 van het DAEB-Vrijstellingsbesluit waarborgt dat de toekenning en uitvoering van DAEB-compensatie op een controleerbare, transparante en proportionele manier gebeurt. Er moet een controlemechanisme zijn om te voorkomen dat de compensatie onterecht of te hoog is. De regelingen om overcompensatie te vermijden en terug te betalen worden door middel van een terugbetalingsregeling bij overcompensatie conform artikel 6 van het DAEB-Vrijstellingsbesluit vastgelegd in de subsidieverleningsbeschikking waarvan dit aanwijzingsbesluit onderdeel uitmaakt.

  • Minimaal jaarlijks en aan het einde van de duur van de DAEB controleert ons college of geen overcompensatie heeft plaatsgevonden. Overcompensatie kan bijvoorbeeld ontstaan door afhankelijkheid van vrijwilligers of overmacht zoals corona-maatregelen.

  • Een overcompensatie van maximaal 10% wordt niet als zodanig aangemerkt en mag worden doorgeschoven naar de volgende subsidieperiode, waarbij deze in mindering wordt gebracht op het toe te kennen bedrag.

  • Ons college vordert betaalde overcompensatie (onderbesteding) terug. In geval de overcompensatie groter is dan 10% wordt dat deel ingehouden bij de jaarlijkse vaststelling van de subsidie en wordt dus terugbetaald.

2. Europese mededingingsregels zijn van toepassing

De gemeentelijke veerverbinding is aan te merken als een levering van personenvervoer over binnenwateren en is daarmee een "economische activiteit" in de zin van de Europese mededingingsregels. Voor de exploitatie van de gemeentelijke veerverbinding ontvangt de veerdienst een tegemoetkoming voor het exploitatietekort. Dit tekort wordt betaald door de oevergemeenten en de provincie: gemeente Neder-Betuwe, gemeente Wageningen en provincie Gelderland. Op basis van de vigerende Europese regelgeving is die “staatssteun” uitsluitend toegestaan indien het onderhouden van de veerverbindingen door uw college wordt aangewezen als “dienst van algemeen economisch belang”.

3. Toets op staatssteun

Financiering van een DAEB in strijd met de staatssteunregels kan leiden tot mogelijke terugbetalingsverplichtingen van het onrechtmatig verleende deel van de steun, wat weer gevolgen kan hebben voor de uitvoering van de veerdiensten. Het onderhouden van de gemeentelijke veerdiensten door de gemeente dient in juridische zin te worden aangemerkt als een “economische activiteit”, waarop Europese mededingingsregels (in dit geval: de zogeheten Altmark criteria) van toepassing zijn. Deze regels beogen oneerlijke concurrentie tussen overheid en bedrijfsleven te voorkomen. Daarvan kan sprake zijn als het Opheusdense Veer staatsmiddelen ontvangt van derden, hetgeen het geval is: de oevergemeenten en provincie dragen financieel bij aan de instandhouding van de veerdienst.

DAEB zijn economische diensten die een algemeen (publiek) belang dienen. De veerverbinding is hier een goed voorbeeld van. Overheidsoptreden bij de uitvoering van deze diensten is noodzakelijk, omdat de ze diensten anders niet (vanzelf) door de markt naar maatschappelijk aanvaardbare voorwaarden worden verricht of door de markt zelf worden opgepakt. De maatschappelijk aanvaardbare voorwaarden betreffen een combinatie van de kwaliteit, veiligheid, betaalbaarheid en gelijke behandeling of algemene toegang van grote groepen burgers tot deze diensten. Wil staatssteun toelaatbaar zijn, dan moet er enige sprake zijn van marktfalen. Daarvan is sprake, omdat de veerdienst niet rendabel is.

Gemeente Neder-Betuwe, gemeente Wageningen en de provincie compenseren het exploitatietekort. Deze bijdragen zijn in beginsel aan te merken als "staatssteun" in de zin van het VWEU. Het verbod op het verstrekken van staatssteun geldt echter niet als (1) de veerdienst - via het te nemen collegebesluit - wordt aangewezen als DAEB en (b) de vergoedingen in overeenstemming zijn met de zogeheten Altmark-criteria die in de jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie zijn ontwikkeld.

3.1 Cumulatieve stappen Altmark criteria

Op basis van de door het Europese Hof van Justitie ontwikkelde Altmark criteria dient de aanwijzing van een dienst van algemeen economisch belang plaats te vinden in de volgende (vier, cumulatieve) stappen:

  • 1.

    de begunstigde onderneming moet daadwerkelijk belast zijn met de uitvoering van de openbare dienstverplichtingen. Aan deze eis wordt voldaan nu de veerverbinding - ten behoeve waarvan de omliggende gemeenten jaarlijks financieel bijdragen - in dit collegebesluit zijn aangewezen als "dienst van algemeen economisch belang".

  • 2.

    de criteria op basis waarvan de compensatie wordt berekend, moeten vooraf op objectieve en transparante wijze worden vastgesteld om te voorkomen dat de compensatie een economisch voordeel bevat waardoor de begunstigde onderneming de concurrentie met andere ondernemingen voor personenvervoer over binnenwateren kan vervalsen.

    Aan deze eis wordt als volgt voldaan. De door de buurgemeenten verstrekte compensatie wordt berekend op basis van de exploitatiegegevens die jaarlijks door het Opheusdense veer worden verstrekt. Uit cijfers blijkt dat de exploitatie van de veerverbinding verliesgevend is. Ook blijkt duidelijk dat zonder substantiële financiële ondersteuning vanuit de overheid (= gemeente Neder-Betuwe en gemeente Wageningen) de continuïteit van de veerverbinding niet gegarandeerd is. Overcompensatie is uitgesloten, doordat de buurgemeenten die een structurele financiële bijdrage leveren aan de instandhouding van de veerdiensten hun bijdrage beperken tot de hoogte van het met hen afgesproken aandeel in het exploitatieverlies van het Opheusdense veer.

  • 3.

    de verleende compensatie mag niet hoger zijn dan nodig is om de kosten van de uitvoering van de openbare dienstverplichting geheel of gedeeltelijk te dekken, rekening houdend met de opbrengsten alsmede met een redelijke winst uit de uitvoering van de verplichtingen. In de aan Opheusdense veer verleende compensatie is - zoals uit het voorgaande duidelijk zal zijn - geen "redelijke" winst inbegrepen. De compensatie is uitsluitend beperkt tot een dekking van het - mede door de buurgemeenten - vastgestelde exploitatieverlies. Dit is ook duidelijk zo afgesproken met de bijdragende buurgemeenten. De hier gepresenteerde cijfers kloppen voor het totaal van de lasten van de veerverbindingen, maar ligt per lijn gedifferentieerd.

  • 4.

    indien de met de uitvoering van de openbare dienstverplichtingen te belasten onderneming niet is gekozen door middel van een openbare aanbesteding, moet de noodzakelijke compensatie worden vastgesteld aan de hand van de kosten die een gemiddelde, goed beheerde onderneming zou hebben gemaakt om deze verplichtingen uit te voeren. Bij de selectie van een onderneming mag een redelijke winst uit de uitoefening van de verplichtingen meegerekend worden: de omvang van de financiële bijdragen die de omliggende gemeenten leveren, wordt bepaald door wat deze gemeenten beschouwen als aanvaardbaar kostenniveau voor het instandhouden van de veerdiensten.

3.2 Motivering

De motiveringsplicht van den DAEB-besluit is zwaarder, naarmate de kans op oneerlijke concurrentie toeneemt. De kans op concurrentievervalsing is in dit geval per definitie zeer klein, (a) omdat de veerverbinding overduidelijk verliesgevend is, (b) bij de gemeente geen ondernemingen bekend zijn die mogelijk interesse zouden kunnen hebben in het verzorgen van de veerverbinding en (c) omdat de veerrechten in handen zijn van een adellijke familie. Zij verpachten dit veerrecht aan de veerdienst.

De aanwijzing van de veerdienst als DAEB is proportioneel en noodzakelijk, aangezien zonder deze aanwijzing de dienst niet op maatschappelijk verantwoorde wijze kan worden uitgevoerd.

Ondertekening

Opheusden, 9 september 2025

Nicolien de Geus – de Bruin,

secretaris

Jan Kottelenberg,

burgemeester