Beleidsregel tegengaan misbruik en oneigenlijk gebruik inburgering gemeente IJsselstein 2025

Geldend van 17-09-2025 t/m heden

Intitulé

Beleidsregel tegengaan misbruik en oneigenlijk gebruik inburgering gemeente IJsselstein 2025

Inleiding

Met de invoering van de Wet inburgering 2021 zijn gemeenten verantwoordelijk geworden voor het bieden van inburgeringsvoorzieningen aan inburgeringsplichtigen. Gemeenten krijgen hier een specifieke-uitkering voor. De besteding van deze specifieke uitkering verantwoorden gemeenten via de SiSa-systematiek (single information, single audit). Een verantwoorde besteding van overheidsmiddelen vraagt ook om passende maatregelen die misbruik en oneigenlijk gebruik van publieke middelen tegengaan (M&O-beleid). In deze beleidsregel beschrijven we de maatregelen om misbruik en oneigenlijk gebruik rondom de Wet inburgering 2021 tegen te gaan.

1. Registraties bij Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO)

Bij de start van het inburgeringsproces registreren we de juiste gegevens bij DUO. Ook bij de tussentijdse gesprekken en stappen registeren we daar alle wijzigingen. De inburgeringsconsulenten ontvangen meldingen vanuit DUO, zodat er in het traject geen stappen worden gemist.

2. Toets op identificatie inburgeringsplichtige

Signalen over statushouders die gekoppeld zijn aan de gemeente komen binnen via het portaal ToegangVerleningService (TVS) van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA). Dit zijn bijna altijd personen die, bij de komst naar IJsselstein, bijstand aanvragen op basis van de Participatiewet. Voor IJsselstein voert de gemeenschappelijke regeling Werk en Inkomen Lekstroom (WIL) deze wet uit. De identiteit wordt in dit geval vastgesteld door WIL bij de aanvraag voor bijstand.

De gemeente ontvangt voor de kleine groep statushouders en gezinsmigranten die geen bijstand aanvragen signalen vanuit DUO over de inburgeringsplicht. De inburgeringsplichtige wordt daarna uitgenodigd voor een gesprek over de inburgering. Tijdens dit gesprek stelt de inburgeringsconsulent de identiteit van de statushouder vast. Het (financieel) risico is voor gezinsmigranten aanzienlijk lager, omdat zij zelf verantwoordelijk zijn voor bekostiging van hun inburgeringstraject (al dan niet via een lening via DUO).

3. Toets op woonplaatsbeginsel inburgeringsplichtige

Gemeenten hebben een wettelijke opdracht om statushouders te vestigen in de gemeente (Taakstelling huisvesting statushouders). Hiermee is duidelijk dat de statushouders die gekoppeld zijn aan onze gemeente ook daadwerkelijk gevestigd worden in IJsselstein. Er is hierdoor een zeer laag risico dat we inburgeringsvoorzieningen bekostigen voor een statushouder die niet in onze gemeente woont. Daarnaast geldt ook hier dat de meeste statushouders bijstand ontvangen volgens de Participatiewet. Vanuit de Participatiewet voert WIL regelmatig controles uit op de rechtmatigheid van de bijstand. Hierbij controleert WIL ook op de woonplaats van de belanghebbende.

4. Monitoring Persoonlijk plan Inburgering en Participatie (PIP)

De inburgeringsconsulenten van IJsselstein stellen samen met de inburgeraar het Persoonlijk plan Inburgering en Participatie (PIP) op. Dit proces plannen ze bij de start van het inburgeringstraject in voor de toekomst en heeft gedurende de inburgeringsperiode een aantal evaluatiemomenten. Zo borgen we dat er altijd een tijdige periodieke monitoring op het PIP plaatsvindt.

5. Maatregelen integriteit leerbaarheidstoets

We zetten in op het verwerven van een zo hoog mogelijk taalniveau. Om het haalbare taalniveau in te schatten maken we gebruik van meerdere bronnen: de brede intake, de leerbaarheidstoets en de intake van de taalschool. Om te voorkomen dat inburgeringsplichtigen de leerbaarheidstoets moedwillig slecht invullen om een lager taaladvies te krijgen en gemakkelijker aan de inburgeringsplicht te kunnen voldoen, sluiten we aan bij de kwaliteitsadviezen van het Rijk:

  • hardware sluit aan bij de doelgroep (de toets is zowel mogelijk met touchscreen als op laptop), zodat digitale vaardigheid zo min mogelijk van invloed is op het resultaat;

  • de leerbaarheidstoets wordt altijd afgenomen onder supervisie van een gecertificeerde consulent statushouders;

  • de leerbaarheidstoets wordt afgenomen in een afgesloten ruimte om afleiding zoveel mogelijk te voorkomen.

Daarbij zien we de uitkomst van de leerbaarheidstoets als een indicatie. De taal-, studie en werkachtergrond die naar voren komt uit de brede intake wordt meegenomen om het leervermogen van de statushouder in te schatten. Er zijn daarom meerdere redenen die kunnen leiden tot een afwijking van het advies van de leerbaarheidstoets. Dit is afhankelijk van de individuele omstandigheden van de inburgeringsplichtige en wordt beoordeeld door de consulenten statushouders. Daarnaast geldt de intake bij de taalschool als extra controle om te komen tot een passende leerroute.

6. Waarschuwingen en boetes

De Wet inburgering biedt de mogelijkheid tot het opleggen van boetes wanneer de inburgeringsplichtige:

  • niet of onvoldoende meewerkt aan de brede intake (incl. leerbarheidstoets);

  • niet of onvoldoende meewerkt aan het opstellen en uitvoeren van het PIP;

  • niet of onvoldoende meewerkt aan de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) of Participatieverklaringstraject (PVT).

De boete is een instrument om een spoedige start van een inburgeringstraject af te dwingen. Deze instrumenten kunnen worden ingezet, al geven we in de praktijk eerst een waarschuwing af en voeren we een gesprek met de inburgeringsplichtige. Dit omdat een inburgeringstraject op lange termijn meer kans van slagen heeft als de inburgeringsplichtige intrinsiek gemotiveerd is. De boete (en waarschuwing)zetten we daarom in als laatste instrument.

7. Interne controle

De gemeente krijgt voor de uitvoering van Wet Inburgering een specifieke uitkering van het rijk. De gemeente verantwoordt jaarlijkse de besteding van deze uitkering via de SiSa-systematiek. Via de Verbijzonderde Interne Controle (intern gemeentelijk proces) controleren we steekproefsgewijs of de SiSa-verantwoording juist en volledig is ingevuld en of de besteding van specifieke uitkeringen rechtmatig is. Een onafhankelijke accountant toetst de volledige SiSa-verantwoording op getrouwheid en rechtmatigheid.

8. Voorkomen misstanden cursusinstellingen en kwaliteitsborging

IJsselstein heeft samen met de U16 gemeenten (een samenwerkingsverband van zestien gemeenten in de provincie Utrecht) de drie leerroutes (B1-route, Onderwijsroute en Z-route) ingekocht. Bij de Europese aanbesteding zijn eisen gesteld aan de cursusinstellingen. Hierbij valt te denken aan voldoen aan het keurmerk Blik op Werk en eisen aan het aantal gecertificeerde NT2-docenten.

Daarnaast hebben de U16 gemeenten het contractmanagement centraal belegd bij de gemeente Utrecht. De contractmanager verzamelt signalen en voert periodiek gesprekken met de cursusinstellingen om zo spoedig mogelijke problemen aan te pakken.

Ondertekening

Vastgesteld op 9 september 2025

Het college van IJsselstein,

Wilma van de Werken

secretaris

Agnes Jongerius

burgemeester